Gebochelde jongen

image

In Gerrit Komrij’s roman Over de bergen viel mij bij de beschrijving van het dorp Sampaio meteen een scène op. Het gaat over de gebochelde jongen die door het dorp loopt. Zijn moeder zit hem achterna met een olijftak.

De verteller beschrijft het volgende tafereel als de hoofdpersoon Pedro op de eerste ochtend uit het raam kijkt:

Telkens als de jongen, die een vilten gleufhoed en een vest droeg, een paar meter was opgeschoten, hield hij halt, als een onwillige ezel, en keek hij om. De vrouw diende hem opnieuw een klap met de olijftak toe. Kraaiend vervolgde hij zijn weg. Het dorp begon nu echt te ontwaken. (21)

Een tafereel dat kenmerkend lijkt te zijn voor een klein Portugees of Spaans dorpje. In de boeken die ik voor #eenperfectdagvoorliteratuur las, staan deze verhalen eveneens. Bijna letterlijk geven de vertellers een inkijkje in het dorp waar de dorpsgek wordt achtervolgd door zijn moeder.

De dorpsgek Luis wordt in de roman En nooit was iets gelogen van Ellen Heijmerikx ook achterna gezeten door zijn moeder. In Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro wordt eenzelfde sfeer opgeroepen. Een klein afgelegen dorpje waar elk personage zijn eigenaardigheden heeft. Met respect beschreven, misschien als een cliché, maar zo herkenbaar.

Gerrit Komrij: Over de bergen. 9e druk (als Singel Pocket). Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997 [1990]. 249 pagina’s. ISBN: 90 413 3037 2.

In de bergen

image

De roman Over de bergen van Gerrit Komrij las ik eerder op mijn reis naar Italië in 2001. Ik denk er nog weleens aan terug als ik het boek nu lees en zie de geweldige vergezichten vanuit de trein door de Alpen. Deze keer vergelijk ik het bij het lezen met het vorig jaar verschenen Brieven uit Alvites.

Vooral de schetsen in het dagboek komen soms letterlijk terug in deze roman. De dramatiek komt in de roman veel beklemmender over. Dat lijkt ook te komen omdat Komrij in de artikelen die in de bundel Brieven uit Alvites zijn terechtgekomen, lange tijd de schijn nog ophoudt.

Wel blijf ik bij de overtuiging dat Over de bergen onbetwist de mooiste roman van Gerrit Komrij is. Ik vind hem geen romanschrijver. De personages lijken nooit tot leven te komen en blijven aan het papier geplakt. Alleen in deze roman komt alles tot leven. Zelfs het huis leeft en is het meest intrigerende personage:

Het huis kraakt. Op een nacht is het of het gevaarte zich vol lucht zuigt en of de uitgeblazen ademstoot zich met een snik door de vloeren en de gebinten van de overkapping voortplant. Zelfs de plank onder mijn matras deint mee. […]. Ik heb de zucht van het huis gehoord. Zijn roep doet me pijn. Het is voor dit huis dat ik alles doorstond. Het is dit huis dat me nu, letterlijk, heeft omhelsd. (242)

De roman is zo indringend omdat het zo dicht bij Gerrit Komrij ligt. Hij is het die uiteindelijk zich gewonnen geeft. De verteller schakelt in hoofdstuk 8 niet voor niks opeens over naar de ik-vorm. Daarmee laat de verteller de lezer heel dicht bij hem komen. En met succes, want Over de bergen is een prachtige roman boordevol illusie, desillusie en schetsen uit een arm Portugees dorp.

Gerrit Komrij: Over de bergen. 9e druk (als Singel Pocket). Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997 [1990]. 249 pagina’s. ISBN: 90 413 3037 2.

De ringen van de hel

image

Dantes hel is opgedeeld in ringen. In het voorportaal zitten de onverschilligen of slappelingen, daarna volgt de dodenrivier de Acharon. Hier voert de klassieke veerman Charon de doden naar het hiernamaals. Bij Dante is het een dringen van mensen om aan boord te kunnen.

Na het voorportaal komen de ringen. De hel is opgedeeld in 9 cirkels die op hun beurt weer zijn opgedeeld in kringen. Overigens gebeurt dit aanvankelijk niet. In de bovenste cirkels zijn veel zondaars gestopt, zoals de onwetenden in de eerste cirkel.

Cirkel van de onwetenden

Deze cirkel van de onwetenden is veruit het grootste en lijkt de meeste zielen te bevatten. Hier komt Dante veel bekenden tegen, zoals de klassieke auteurs als Homerus en de filosofen Socrates en Plato.

Meer de diepte in, worden de zonden ook heftiger. Ook hier speelt Dante een uiterst fijnzinnig spel met de structuur. Zelfs als het gaat om zonden, deelt hij ze fijner en grover in. Zo spelen van de 2e tot en met de 7e cirkel de onmatigen en geweldadigen een rol.

De 8e cirkel

Dan komen Vergilius en Dante dieper in de 8e cirkel die op zijn beurt is opgedeeld in 10 grachten. Hier zitten de bedriegers. Net als in de 9e cirkel. In deze cirkel, vlakbij Lucifer, zitten de verraders, waaronder Judas die Jezus verraden heeft.

Deze uiterst gedetailleerde indeling heeft Dante ontleent uit een aantal legendes rond de profeet Mohammed. De geoloog Salomon Kroonenberg schrijft dit in zijn boek over de mythologie en geologie van de onderwereld: Waarom de hel naar zwavel stinkt.

Lees volgende week het verhaal van Dante de Arabier.

Meer over het Dante-project

Over de bergen

image

De brieven van Gerrit Komrij uit Alvites zijn eigenlijk een grote verwijzing naar de roman die ik eerder las: Over de bergen. Het is een prachtig boek waarin een bijzonder groot huis de hoofdrol speelt.

Zonder veel fantasie lees je daar het huis in Alvites in. Als je daarbij rekening houdt dat op het kaft van de eerste druk een schilderij van het pallazo in Alvites staat, dan schuurt de werkelijkheid wel heel dicht tegen de fictie aan.

Het verhaal is iets anders. Het verhaal gaat over Pedro Sousa e Silva. Hij vertrekt naar het landgoed van de familie en betrekt het huis waar zijn voorouders hebben gewoond. Het gehuchtje Sampaio waar hij in het grote, lege huis gaat wonen, ligt in de meest afgelegen provincie van Portugal:

Trás-os-Montes? Hadden zijn vrienden in Lissabon gezegd, als het gesprek kwam op de streek war hun grootvaders en overgrootvaders vandaan kwamen. ‘Lopen de mensen daar niet rond in beestenvellen? Brengt de postbezorger daar niet op een ezel de brieven rond? Als er al een brief aankomt?’ En ze barstten in luid lachen uit. (7)

Hij wordt er hartelijk ontvangen. De mensen zijn arm, de dienst wordt nog uitgemaakt door de pastoor en de landeigenaars. De provincie Trás os Montes is de armste provincie van Portugal, het armste land van Europa. Het huis dat Pedro betrekt, behoorde toe aan
dona Augusta, een oudtante van hem.

Vanwege een familietwist had ze haar jongste broer en zijn kinderen onterfd. Pas de kleinkinderen zouden weer aanspraak mogen maken op haar bezit dat bestond uit het huis, het rolar in Samponia.

Ze is bijna 10 jaar overleden als Pedro in het gehucht aankomt. Ze heeft haar huis voor 20 jaar nagelaten aan een stichting die als taak heeft de opbrengsten voor de jonge gelovigen te bekostigen en de arme kinderen in het dorp elke dag een maaltijd in de pauze te geven. Degene die het bezit beheert, is de pastoor, padre Rodrigo.

Pedro vraagt de pastoor of hij tegen betaling een tijdje in het huis van zijn oudtante mag komen wonen. Hij wil experimenteren of hij er na verloop van tijd niet kan blijven. De drukke stad Lissabon ontvlucht, zoekt hij de rust in het paradijs dat hier voor hem lijkt te bestaan.

Hij leeft aanvankelijk in de waas van geluk. Al merkt hij snel dat de revolutie die weliswaar 3 jaar na de dood van dona Augusta was, hier nog niet echt is doorgedrongen. Pastoor en landeigenaars maken hier de dienst uit. Ze zullen het hem lastig maken. Zeker als hij het uitgestippelde plan van de pastoor niet opvolgt. Dan barst de hel los en is het paradijs dat hij aanvankelijk in Sampaio zag, helemaal verdwenen.

Gerrit Komrij: Over de bergen. 9e druk (als Singel Pocket). Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers, 1997 [1990]. 249 pagina’s. ISBN: 90 413 3037 2.

Het wak in mijn kleedje

image

Een wat koudere avond, ik kruip lekker onder mijn kleedje op de bank. Schik het cadeautje dat ik 2 jaar terug van Sinterklaas kreeg en schrik me rot: een enorm gat!

De teckels bij ons in huis zijn kleedjesknagers. Saartje vindt het heerlijk om te knagen op textiel. Ze kauwt erop alsof het een botje is. Ze gaat hierbij heel nauwgezet te werk: eerst maakt ze een gat in het kleedje, daarna weer eentje en zo verandert het hele kleedje in een gatenkaas.

image

Het eerste gat betekent namelijk dat het kleedje is geconfisqueerd en dat je je kleedje kwijt bent. Direct ingrijpen dus. Gelukkig woon ik in huis met iemand die handig is met naald en draad.

Zo heeft het gat een nieuwe functie gekregen. Het is een wak geworden, waarom pinguïns staan. Een heus ijslandschap dus. En het resultaat mag er best zijn. Al hoop ik dat het bij dit ene gat blijft.

image

Ik heb het kleedje wel veilig opgeborgen voor de zekerheid.

Snellezen – #50books vraag 6

image

Bij de tweetchat #vraaghetdeboekblogger van afgelopen donderdag kwamen een paar interessante vragen voorbij. Helaas werkte twitter die avond niet erg mee. Niet alle tweets kwamen even goed door en bij mij lag twitter regelmatig down. Maar het was een mooi initiatief van boekenblogger Emmy van Ruyven. Er kwamen veel vragen voorbij, waarbij zeker ook een paar interessante.

Snellezen

De vraag die ik het meest intrigerend vond was een vraag over snellezen. Een boekenblogger wenste dat ze sneller kon lezen. Snellezen is al weleens voorbijgekomen in mijn blog. Zoals mijn blogpost over de test die vorig jaar bij het televisieprogramma De kennis van nu werd gedaan.

Mijn leestempo ligt naar mijn idee best hoog. Ik lees zonder veel problemen ergens tussen de 50 en 60 pagina’s per uur. Ligt een beetje aan de bladspiegel en de zwaarte van het boek. Dan lees ik voor mijn idee rustig. Toch merk ik dat ik ondanks het in mijn ogen vrij rustige tempo, toch wel dingen mis.

Veel missen

En dat geldt zeker ook voor snellezen. Hoe sneller je leest, hoe meer je mist. Juist dan wil het helpen om een heel rustig tempo aan te houden. Schrijver, filosoof en literatuuronderzoeker Stine Jensen zei het eens. Bij haar promotieonderzoek ging ze heel langzaam lezen. Soms een bladzijde per dag. Het hielp haar om na te denken over wat ze nu eigenlijk las.

Stemmetje in je hoofd

Bij het snellezen is een van de eerste adviezen om het stemmetje in je hoofd uit te schakelen. Als je leest, praat er een stemmetje in je hoofd mee. Op zich is dat overbodig voor het begrip. Als je veel leeservaring hebt, kun je de tekst veel effectiever scannen door het woord te zien en op te slaan. Het is een jachtige manier van lezen, uiterst effectief, maar meer bij teksten die je niet voor je plezier leest.

Ontspannen lezen

Als ik ontspannen lees, dan vind ik het heerlijk om te genieten van de woorden en ze in mijn hoofd uit te spreken. Bij poëzie is dat bijna essentieel. Daar staat de taal boven de betekenis.

Dat brengt mij bij mijn leesvraag voor vandaag:

Zou je sneller willen lezen?

Hoe hoog of laag ligt jouw leestempo? Zou je meer en sneller willen lezen of ben je wel tevreden zoals je nu leest.

Lees de antwoorden op de vijfde boekenvraag

Blog mee over #50books

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Bloggers bloggen over schrijven schrijvers – #50books antwoorden vraag 5

image

Best een lastige vraag, ontdekte ik in de antwoorden. Voor sommige bloggers was hij niet uitdagend genoeg. De vraag: wat vind je eigenlijk van boeken over schrijven?

Renate Dorrestein

Ondanks de lastige vraag, kwamen er wel erg mooie antwoorden. Jannie schrijft over het intrigerende boek dat Renate Dorrestein schreef over schrijven: Het geheim van de scrhijver. Het boek is meer dan een handboek: Renate Dorrestein vertelt over schrijven in het algemeen en haar eigen schrijfproces in het bijzonder. Daarmee is het een intrigerend inkijkje in de werkkamer van het schrijven.

Wat Jannie terecht opmerkt, is Renate Dorrestein er later weer op verdergegaan in een boek over een writers block. Dat is schrijven optima forma: als je niet meer schrijven kunt, schrijf je erover dat je niet meer schrijven kunt. Een proces dat Leon de Winter ook beschrijft in zijn roman Kaplan. Dit boek is de opmaat geworden voor een nieuwe weg die de schrijver inslaat.

Het inslaan van nieuwe wegen is voor Renate Dorrestein heel duidelijk naar voren gekomen bij haar gastschrijverschap in Almere. Het is een bijzonder boek geworden, waarbij Dorrestein naar eigen zeggen het schrijven weer heeft kunnen oppakken.

Don Quichot

Het schrijven over schrijven is voor Peter de reden om het boek Don Quichot van Cervantes open te slaan. Precies in de voorrede gaat de schrijver in op het schrijverschap. Hij schrijft dat hij het lastig vond om een boek te gaan schrijven, maar geen idee had wat hij op zou schrijven.

Dat geldt ook voor het bloggen, stelt Peter. Hij wil weer elke dag gaan bloggen en vreest daarbij wel dat hij kan stilvallen. Om dan meteen te gaan bloggen over bloggen, is ook zo wat. Daarom pint hij zich vast op een paar themadagen. Op zaterdag gaat hij over Don Quichot bloggen en – voor mij goed nieuws – op zondag een blog over de wekelijkse boekenvraag.

Gerard Reve

Schrijven over schrijven, doet veel mensen denken aan de 4 Verwey-lezingen die Gerard Reve in de Pieterskerk gaf in 1985. Leesblogger Fokke verwijst naar deze lezingen in zijn blog over schrijvers over schrijven.

Gerard Reve was gastschrijver aan de Universiteit Leiden. Tijdens mijn studie op dezelfde universiteit, maar bijna 15 jaar na Reves gastschrijverschap, verwezen docenten met pretoogjes naar de eerste avond.

Na afloop van de lezing was nog een incident geweest met een fan. Gerard Reve sloeg zijn wijnglas kapot en stond met de glasscherven in zijn hand gericht naar zijn tegenstander. De secretaris van de letterenfaculteit wist tussenbeide te springen. Zodoende bleef het handgemeen beperkt tot een snijwond.

Zelf schrijver worden

De lezingen kwamen terecht in het boekje Zelf schrijver worden. Volgens blogger Fokke niet het mooiste boek van Gerard Reve. Een boek met schrijftips lijkt veel te veel op het uitleggen van een mop, vindt hij. Dat moet je ook niet doen. Het advies van Fokke: lezen, lezen en nog eens lezen. Dan vind je het geheim van de schrijver tussen de regels door.

Voor blogger Paul mag het creatief proces van het schrijven best geheim blijven. Een uitzondering is het schrijfproces van zijn favoriete schrijvers. Het lijkt dan ook meer anekdotisch te gaan om bepaalde tics en eigenaardigheden, rituelen rond het schrijfproces. Ook is hij nieuwsgierig of het creatief proces van het schrijven verschilt bij het genre of bij andere vormen van schrijven zoals vertalen.

De kinderboekenschrijver Jacques Vriens spreekt bij zijn lezingen vaak over zijn schrijfproces. Dat kreeg ik ook mee toen ik hem bezocht een paar jaar terug in de Almeerse bibliotheek. De tips die Paul in zijn blog noemt, noemde hij niet. Hij vertelde juist een prachtige tip: begin bij het einde, dan is het veel makkelijker schrijven. Je weet immers waar je naartoe moet.

Niks mee hebben

Voor Niek is het antwoord duidelijk. Net als bij Ali en Ruud. Zij hebben er niks mee. Ze hoeven niet zonodig mee te kijken in de keuken van de schrijver. Niek schrijft dat ze liever zelf wil ontdekken hoe het werkt. Ze wil er vooral plezier in hebben en hoeft dan niet te weten hoe haar voorbeelden het doen.

‘Geen echte mening dus dit keer’, schrijft ze bijna verontschuldigend. Voor mij is deze vraag ook een les in vragen stellen. Want het antwoord begint met de vraag. Zeker ook toen Fokke mij er terecht op wees dat hij het jammer vond geen gedichtenvraag te krijgen. Uitgerekend in de gedichtenweek. Inderdaad jammer. Dus als iemand een idee heeft voor een vraag over gedichten…

Lees morgen de zesde vraag voor #50books

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Het Alvites-syndroom

image

De Brieven uit Alvites bevatten naast de columns ook dagboeknotities. Samensteller Mark Schaevers wisselt de columns af met korte notities uit het dagboek van Gerrit Komrij. Hier begint het zeker ook met idyllische schetsen, maar wordt de sfeer steeds grimmiger.

In de dagboeknotities komt geleidelijk aan een veel schuchtere Gerrit Komrij naar voren dan in de columns. Iemand die in paniek om zich heen kijkt om te zien of niemand hem achtervolgt. Hier constateert hij:

Padre Fernando heeft zich tegen ons gekeerd. (97)

Het leven wordt ondraaglijk. De 2 Nederlanders mogen niet meer komen in bepaalde delen van het huis. Een deel van hun bezittingen worden buiten het huis in brand gestoken. Het is de limiet, schrijft Komrij. Ze gaan verhuizen. Hier is geen leven:

Argwaan en angst overheersen. De verhoudingen zijn nog wel zo dat een aantal mensen in ons gelooft, maar de algehele houding kan gerust ineens omslaan. Er zijn er heel wat die zitten te stoken, iedereen wacht op zijn kans. Het is een voelen en een snuffelen van wie op zijn knieën ligt en wie alweer een centimeter omhoog is gekropen. Vertrouwen is onmogelijk. Het gevoel dat je de pest hebt, melaats bent verklaart. (99/100)

Nee, de droom is een nachtmerrie geworden. En met veel pijn in zijn pen, schrijft de dichter dat de droom vervlogen is. De naweeën van dit avontuur in de bergen, zullen hem nog lang achtervolgen voorspelt hij:

Ik denk dat ik nog heel lang zal lijden aan het Alvites-syndroom. (100)

Inderdaad. Pas als hij echt vertrokken is, schrijft hij openhartiger over het avontuur in Alvites. Met als hoogtepunt zijn roman Over de bergen. Het verhaal in deze roman is sterk geïnspireerd op het avontuur in Alvites.

De titel komt in Portugese vertaling wel heel dicht bij de werkelijkheid: Atrás dos montes. De titel van de roman is een letterlijke vertaling van de naam van de Portugese provincie Trás-os-Montes waarin Alvites ligt.

Gerrit Komrij: Brieven uit Alvites. Bezorgd en van een nawoord voorzien door Mark Schaevers. Amsterdam/Antwerpen: De bezige bij, 2015. ISBN: 978 90 234 9389 I. 126 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

Komrij’s Brieven uit Alvites

image

In de documentaire De gelukkige schizo bezoekt Gerrit Komrij met zijn geliefde Charles het afgelegen plaatsje Alvites in de Portugese provincie Trás-os-Montes. De plek is zichtbaar een kwelling voor de 65-jarige schrijver. Hij loopt er rond met de herinnering van een mooie droom die geleidelijk veranderde in een nachtmerrie.

Het vorig jaar verschenen boekje Brieven uit Alvites bevat buitengewoon interessante verhalen uit deze periode. Uit de columns die Gerrit Komrij in de periode tussen 1984 en 1988 schreef voor de rubriek ‘Een en ander’ voor NRC Handelsblad, is een mooie selectie gemaakt voor dit boek dat een mooie inkijk geeft van het ‘ooievaarsnest in de bergen’.

Tussendoor krijgt de lezer enkele fragmenten uit het dagboek van Gerrit Komrij te lezen. Hierin geeft hij een fascinerend inkijkje in het schrijversbestaan, waarbij het paradijs geleidelijk verandert in een kwelling. De nachtmerrie van het afgelegen dorpje waar de bewoners in eerste instantie de 2 Hollanders enthousiast verwelkomen, maar waar de liefde omslaat in haat.

Waar de oorzaak ligt, is niet helemaal duidelijk. De aanvankelijke vriendelijkheid slaat om in wantrouwen in de periode dat Gerrit en Charles de onderhandelingen over de aankoop van het Palácio dos Botelhos hebben afgerond. Ze belanden in een nachtmerrie.

In de columns voor de krant overheerst vooral de idylle van het onaangetaste landschap, de leefwijze van eeuwen geleden. Al weet Komrij het ook te verbloemen. Hij schrijft bijvoorbeeld in een column over de dag dat Sante Isidro aanbeden wordt in het dorp. Hij blijft thuis vanwege migraine maar heeft beloofd om bij het langskomen van de stoet, op het balkon van zijn huis te staan.

Als hij in een boek verzonken is, vergeet hij de migraine:

Ik schrik op van getinkel en gezang buiten. IJlings schiet ik naar het balkon. Daar, op het pad dat naar beneden loopt, zie ik de processie. Maar ik zie alleen ruggen. Langzaam deint Santo Isidro van me weg. Ze zijn al langs geweest. De stoteheeft stilgestaan voor een leeg balkon. (87)

Komrij hoopt dat de heilige hem deze daad zal vergeven. En verzucht:

Als dat maar goed komt, straks, met mijn erwtjes en mijn penen. (87)

Als dat maar goed komt, straks, met mijn erwtjes en mijn penen. (87)

Een opmerking waarin misschien meer vermoeden schuilt dan de lezer in eerste instantie zou denken. Gerrit Komrij is een goede observator en klaagt niet vaak over lichamelijk ongenoegen in zijn artikelen. De migraine waarover hij hier spreekt, zegt genoeg. Niet alleen de warmte bezorgt hem hoofdpijn.

Gerrit Komrij: Brieven uit Alvites. Bezorgd en van een nawoord voorzien door Mark Schaevers. Amsterdam/Antwerpen: De bezige bij, 2015. ISBN: 978 90 234 9389 I. 126 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

Hellepoort: Divina Commedia: Hel: Canto 3

image

Het derde Canto van Dantes Divinia Commedia opent met het opschrift dat boven de poort staat die het lyrisch ik en de dichter Vergilius ingaan. Het Italiaans weet het indringend te verwoorden:

Per me si va nella città dolente;
Per me si va nell’ eterno dolore;
Per me si va tra la perduta gente. (Canto III, vs 1-3)

Ze stappen in de hel, met een verschrikkelijk bovenschrift. Je hoeft geen Italiaans te kennen om hier de poëtische kracht te lezen. De kracht van de herhaling, maar ook het spel met de taal:

Door mij gaat ge in de droeve stad der smarten.
Door mij gaat ge in het lijden zonder einde.
Door mij gaat ge in de wereld der verdoemden. (Canto III, vs 1-3, Kops)

Dat het er verschrikkelijk moet zijn, is Dante zich heel goed bewust. Zijn begeleider adviseert hem om dat gevoel naast zich neer te leggen. Of zoals Vergilius het zegt:

‘Hier moet men elke angst van zich afzetten, en elke lafheid dient hier dood te zijn.’ (Canto 3, 14/15, Van Dooren)

Ze zijn aangekomen in de voorhel, de plek waar de slappelingen zich bevinden. De slappelingen die zelfs te slap zijn om een plek in de ‘echte’ hel te verdienen. Daarom mogen ze hier hun straf uitzingen. Ze moeten achter een anoniem vaandel aanlopen. Het is een straf die ze daarmee nog slapper maakt dan ze al zijn.

Ze lopen verder naar de doodsrivier Acheron. Hier steekt het mythische figuur Charon de zielen over naar het dodenrijk. Als Charon de enige levende ziel Dante ziet staan, stuurt hij hem weg.

Gelukkig steekt Vergilius daar een stokje voor en haalt de veerman van de dood over om hen allebei mee te nemen. Charon gaat overstag. De doden komen in beweging met Dante en Vergilius:

Gelijk, als ’t najaar door de takken vaart,
Vast één voor één de dorre blâren vallen,
Tot heel hun dos te hoop ligt tegen de aard’:

Zóó Adams schuldig kroost. Zij springen allen
en één voor één, in ’t wachtend vaartuig neer,
Als vooglen waar zij ’t fluitje hooren schallen.
(Canto 3, vs. 112-117, Ten Kate)

Ze varen over het schimmenmeer naar de andere werkelijkheid, de eerste kring van de hel.

Gedichten rond Canto 3

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertalingen zijn van F. van Dooren (Amsterdam, 1987), Kops (3 delen, Utrecht 1929-1930) en van Ten Kate. Ten Kate vertaalde alleen het eerste deel van de Goddelijke komedie in 1876, uitgegeven in Leiden.
Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.