Bronsttijd – #WoT

20140917_202219Bronsttijd De bronsttijd of het paarseizoen (oestrus) is een periode waarin dieren een drang hebben om te paren. Dit wordt veroorzaakt door hormonale veranderingen in het lichaam van het dier. De bronsttijd van een diersoort begint met het vruchtbaar worden van het wijfje. Het mannetje reageert hierop. Bij zowel mannelijke als vrouwelijke dieren zijn tijdens de bronsttijd vaak veranderingen in gedrag, geur en uiterlijk waar te nemen. (bron: wikipedia)

Mijn oog viel op dit tweetje over de #bronsttijd van herten. Het burlen is weer in volle gang. Het geluid van zo’n hert gaat door merg en been is over kilometers afstand te horen. Het maakt niet alleen op de hindes indruk, ook de mens is even stil als hij het geluid uit het diepste van de edelhert hoort.

Maar draait niet elke oorlog om de liefde? Mannetjes die last hebben van een teveel aan testosteron in hun bloed? De mannen vechten om de liefde, om de vrouwen te imponeren en daarmee bij haar in de gunst te komen. Een dun laagje beschaving haalt misschien dit beeld weg, maar bij die edelherten gaat het echt niet zo vreedzaam aan toe.

Wat vind jij van de #bronsttijd? Is het de mooiste tijd van het jaar. De tijd om te oogsten en de liefde te veroveren. Of blijf je liever rustig thuiszitten en bekommer je niet over de liefde? Moet je de liefde verdienen of juist veroveren? En voel je ook de neiging om heel hard je liefde en verlangen over de daken te burlen?

Ik ben benieuwd naar je bijdrage.

#WoT

Vandaag neem ik de #WoT over van @webpixelqueen. Ze heeft het lange tijd gedaan en draagt nu het stokje over aan iemand anders. Ik ben er nog niet over uit of ik het echt ga overnemen. Dus als jij het roer wilt overnemen? Laat het weten. Schrijf in elk geval mee!

Delfshaven

oude of pelgrimvaderskerk rotterdam delfshavenIk ben in Delfshaven geboren en de historische tramrit voert precies naar dit stadsgedeelte. We rijden eerst naar de Euromast en van daar naar Delfshaven. We komen via de Pelgrimstraat en zien de wielen van windkorenmolen De Distilleerketel draaien. Iets verderop ligt de Pelgrimvaderskerk, de kerk waar ik gedoopt ben.

Het bouwwerk met de voorzijde die meer aan een achttiende eeuws grachtenpand doet denken dan aan een kerk. Het is iedere keer weer een belevenis als je de brug oploopt over de Schiedamseweg. Dan zie je de Aelbrechtskolk liggen met de kerk, de pakhuizen en koopmanshuizen. Dat is Delfshaven.

witte-orgel-oude-of-pelgrimvaderskerk-rotterdam-delfshaven

Ik ben in die kerk gedoopt. Helaas kon ik Doris niet het doopvont laten zien dat op de rand van de dooptuin hoort te staan. Wel bekeken we in een zaaltje achter de kerk naar een documentaire over de kerkgeschiedenis. Het accent van die geschiedenis ligt op het vertrek van de pelgrimvaders naar Amerika. Niet met de Mayflower, waarmee ze wel in Amerika aankwamen, maar met de Speedwell.

In Southampton zou de Mayflower zich bij dit scheepje voegen, maar de Speedwell was ondanks zijn naam niet in staat de overtocht naar Amerika te wagen. Vandaar dat de ‘founding fathers’ van Amerika de Mayflower verkozen om over te steken.

engeltjes-op-middentoren-witte-orgel-delfshaven

In mijn puberjaren ben ik nog af en toe in Delfshaven geweest. Niet alleen op een zondagmiddag nadat ik bij mijn opa en oma was geweest en helemaal alleen naar deze kerk ging als vijftienjarige. Later studeerde een vriend van mij in Rotterdam. Hij woonde op kamers in de straat waar ik geboren ben, de Hooidrift en ging naar de Pelgrimvaderskerk. Ik ben een paar keer met hem meegeweest en hoorde daar de net benoemde dominee De Jong.

Nu geniet ik van de herkenning en het mooi opgepoetste Witte-orgel. Het ziet er veelbelovend uit, maar we wachten het concert met verzoeknummers niet af. We willen verder met de tram. Eerst eten we nog een ijsje bij de ijssalon recht tegenover de kerk. Terwijl we likken zien we een historische tram over de brug rijden. We moeten niet te lang wachten, de volgende komt snel. Volgens de dienstregeling om 15.07 uur.

gevelsteen-rotterdam-delfshaven

Dat er van die dienstregeling weinig klopt, ontdekken we de halte. De tijd verstrijkt maar de historische tram blijft weg. We staan drie kwartier te wachten als om 15.45 uur de tram aan komt rijden. We hebben voor hem wel twee historische trams gezien, één in tegengestelde richting, maar beide trams zijn verhuurd aan anderen.

Dit verslag is onderdeel van een dagje trammen in Rotterdam. Lees het eerste en tweede deel.

20140913_144208

In de remise

tram-in-spiegelbeeldDe remise zelf was ook een hele belevenis. De complete collectie van (elektrisch) trammaterieel dat in Rotterdam gereden heeft, staat daar uitgestald. De meeste vierassers waren vandaag op pad, maar we zagen veel Duwags en oude twee-assers. Mijn vader vertelde veel over de trams. De vreugde was nog groter bij het zien van een vierasser met de lijnaanduiding: lijn 22, Oudedijk.

lijn-22-oudedijk

Daarna naar andere moderne trams. We zagen ondermeer de opvolgers van de vierassers uit de beginjaren 1950. De inrichting van de bestuurdersplaats was iets veranderd en de tram oogde moderner. Maar de Zwitserse tram met het nummer 15 was al een stuk moderner en had ook een andere instap.

De tijd was beperkt in het museum. We hadden een halfuurtje. De gezelligheid was groot met een paar leuke stands waar boeken werden verkocht en een kraampje met hotdogs, thee en koffie. Allemaal erg de moeite van het bekijken waard. We hebben ervan genoten en namen weemoedig afscheid. Op dezelfde manier als dat we gekomen waren, rijdend in de tram. De deuren van de remise sloten mooi achter ons.

Doris-in-de-tram

De zon werd steeds warmer. Het werd een aangename zomerdag waarbij we op de terugweg regelmatig moesten stoppen om op de 1 te wachten. Hij bleef op een moment erg lang weg. Onze tram reed voorop ter bescherming en moest als het nodig was, de oudste elektrische tram slepen. Gelukkig reed hij keurig achter ons aan. Slechts een keer wilde hij niet wegrijden, maar de bestuurder wist het oude wonder der techniek weer op dreef te krijgen.

Bij het station aangekomen, besloten we te wachten op de lijn 10 om een ander stuk van de stad te zien. Deze historische lijn doet vooral het westelijk gedeelte van Rotterdam aan. In het stadsdeel Delfshaven hebben mijn ouders gewoond en kwam ik ter wereld. Daarom gaf het dit ritje een extra dimensie. Al reden de vierassers in die tijd vrijwel niet meer.

20140913_131846

Verslag van een dagje trammen in Rotterdam. Lees het voorgaande deel.

Misschien wel niet leuk

20140914_211001Soms geeft een scène in een boek precies weer waarom je zo walgt van een personage. In Jannah Loontjens’ roman is dat als Mascha haar zoon Oscar van school haalt. Zijn vriendje Wolf mag niet mee, omdat Mascha Wolf en zijn moeder niet mag. Haar zoon Oscar wordt boos.

‘Als Wolf bij me was komen spelen, had hij nu met me gelopen in plaats van mijn stomme moeder.’

Hij is terecht boos. Mascha probeert hem op te vrolijken door over zijn verjaardagsfeestje te beginnen:

Hij zegt niets. Misschien lijkt hij op mij. Maar misschien ook niet.
Ik ben teveel met mezelf bezig, zelfs mijn zoon bekijk ik alsof hij me een sleutel zal geven tot mijn eigen leven. Alsof ik mezelf beter zal begrijpen als ik kan zien hoe het voor hem is om acht te worden, hoe het voor hem zou zijn als zijn moeder op die leeftijd zomaar zou verdwijnen. (221)

Het typeert het verhaal van Jannah Loontjens Misschien wel niet. Het gaat over een groep dertigers met allemaal hun eigen problemen en ongemakken. Ze proberen de werkelijkheid te ontworstelen in drank en drugs. Dat er ook nog kinderen door het verhaal heenlopen, is alleen maar ongemakkelijk.

Met zichzelf bezig
Zij die kinderen moeten opvoeden zijn alleen maar met zichzelf bezig. Mascha heeft een goede baan, twee leuke kinderen en een heel lieve, intelligente vriend, Tom. Toch laat ze haar leven afleiden door WhatsApp en Facebook. Via Facebook chat ze met een Marokkaanse jongen, Rafiq. Ze kent hem niet, maar beleeft met hem veel opwindende momenten via de chat.

En tussendoor speelt het verhaal. Het opent op een drankovergoten avond met vrienden. Ze spelen elkaars begrafenis en houden een toespraak voor de ‘dode’. Als Mascha dit zo ondergaat, staat opeens haar vader voor de deur. Hij heeft vervelend nieuws: haar oma is gestorven.

De dood van haar oma maakt veel in Mascha los. Ze denkt veel na over haar moeder die haar in de steek liet toen ze acht jaar oud was. Ze was van het ene op het andere moment verdwenen en is nooit meer gevonden. Een tragisch verhaal dat door de roman heenloopt, maar waar Mascha niet goed richting aan weet te geven. Is ze wel een goede moeder en loopt zij ook niet voor haar verantwoordelijkheid weg?

Vragenoproeper
Het antwoord is in het boek niet te vinden. De roman is vooral een vragenoproeper en minder een integer portret van een moeder die met haar identiteit worstelt. Mascha is alleen maar bezig om zichzelf zo mooi mogelijk aan de wereld te presenteren, een leuke collega te zijn, een goede moeder, een lieve echtgenote en een aantrekkelijke minnares.

Maar ondertussen is haar leven een zooitje, waarbij haar mobieltje belangrijker is dan het leven. Zo volgt ze al fietsend een Zeppelin om hem op de foto te zetten op facebook. Geen wonder dat ze wordt aangereden omdat ze meer met haar mobieltje in de weer is dan met het verkeer. Als haar baas een paar dagen later de zeppelin laat zien op zijn mobieltje, is ze niet meer geïnteresseerd.

Vat vol ideeën
Dat is de hele roman: een vat vol ideeën, waar het nergens echt tot bruisen komt. Alleen de lezing van Tom over social media vond ik een aardig essay. Het geeft de essentie van de roman weer. Je leest het vluchtig om na afloop snel te drukken op ‘vind ik leuk’ en door te gaan naar het volgende boek.

Om bij het drukken te bedenken dat het misschien wel niet leuk was. Maar dan is het te laat.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Jannah Loontjens roman Misschien wel niet. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Jannah Loontjens Misschien wel niet. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2014. 236 pagina’s. ISBN: 978 90 263 2652 3 Prijs: € 17,99

Dagje trammen in Rotterdam

20140913_134235Mijn opa en oma woonden aan de Oudedijk in Rotterdam. Ik heb er niet veel herinnering meer aan, daar was ik te klein voor, maar ik weet nog goed hoe daar de tram door de straat reed. Het geluid van de naderende en voorbijrijdende tram. Het rennen naar het raam om het te zien. Het zijn een paar delen van de herinnering aan dat huis.

Mijn vader groeide op in het huis aan de Oudedijk. Toen ik voorstelde om een keer naar de museumtram in Amsterdam te gaan, stelde hij voor naar Rotterdam te gaan. Nostalgie was het argument dat hij erbij gaf. Hij vindt de Rotterdamse vierassers die in andere steden rijden, iets missen: namelijk dat ze door Rotterdam rijden.

20140913_121415Tramexcursie
Zodoende gingen we gisteren op tramexcursie naar Rotterdam. Ik nam Doris mee. Ze is ook gek op trams en vindt het heerlijk met de trein te reizen. Onderweg lazen we lekker onze boeken uit en maakten het huiswerk voor de komende week. De aankomst op het nieuwe treinstation van Rotterdam Centraal was een feest.

Het grote scherm met beelden van de haven in de overweldigende stationshal, maakten net zoveel indruk als de levensgrote negatieven met beelden van de haven die in de oude stationshal hingen. Het zag er nu allemaal wat imposanter uit, het verbluffende en overweldigende maakte voor mij niet zoveel verschil.

20140913_121337Vierasser
Buiten stond al een trammetje bij de halte aan Het Weena. Daar stond een oude vierasser, de 303 met erachter de oudste tram van Rotterdam, de 1. We stapten uiteraard in de vierasser. Het is een bijzonder exemplaar uit de oorlog, gebouwd uit reserve-onderdelen en delen van door oorlogsgeweld verwoeste vierassers.

Het was niet de lijn 10 waarmee we eigenlijk zouden rijden, maar de museumlijn 2 die naar de Remise in Hillegersberg leidt. De trams waren afgeladen. Samen trokken ze op naar het trammuseum. Een prachtig avontuur naar een stadsdeel dat ik verder niet ken. Ik genoot van de mooie straten. De najaarszon viel prachtig zodat het beeld alleen maar mooier werd.

20140913_122600De aankomst bij de remise was een hele belevenis. De hoge deuren openden en we reden naar binnen. Een bijzonder moment…

Fantasie

20140911_202216In La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer wisselen fantasie en werkelijkheid zich voortdurend af. De schrijver en dichter speelt in zijn roman voortdurend met de werkelijkheid. Zo haalt hij zichzelf aan en maakt van zichzelf een romanpersonage en een persiflage. De roman is een aaneenschakeling van brieven die hij aan een vriend schrijft.

Hij vertelt hem de verhalen van de stad, maar probeert ook geld te lenen of op een andere manier gunsten te krijgen van de lezer. Je voelt je als lezer een gluurder, die meekijkt en meeleest. Voortdurend wijst de verteller op werkelijkheid, fantasie en de plek die de gebeurtenissen in een roman zouden hebben.

De werkelijkheid leent zich niet goed voor een roman, constateert de verteller. Het komt te extreem over. Zo extreem, dat niemand het zou geloven. Hij schrijft het zo op omdat het zo gebeurd is, maar als hij dit in een roman zou vertellen, zou de lezer hem niet geloven.

Pfeijffer gaat ver in dit spel. Hij kan wel een Italiaanse heer echt op een bankje zien zitten staren naar de schepen in de haven, de gedachten van het mannetje verzint hij:

Zo leven we allemaal langs elkaar heen in elkaars verzonnen werelden. We zijn figuranten in elkaars fictieve autobiografie. We zijn decor van elkaars illusies. (103)

Die rol vervult Genua ook in zijn roman. Genua bestaat in het echt, het Genua in zijn verhaal is een ander Genua dan het werkelijke Genua. De verteller heeft het verzonnen. De stad wakkert de fantasie in hem aan en hij voelt zich in Genua ‘waarlijk gelukkig’. Op het moment dat hij dit opschrijft, zittend op het terras van zijn kroeg, schuifelt de werkelijkheid zijn verhaal binnen…

Terwijl ik dit schrijf, schuifelt er een zwerver voorbij die eruit ziet als een zwerver. Hij draagt een soort buitenaards kostuum van gevonden objecten en afval. Verregende knuffelbeertjes bungelen aan zijn harnas. Hij heeft een magisch masker gemaakt van cd-schijfjes. Met een gevonden stokje slaat hij ritmisch op een leeg colablikje terwijl hij voorbijloopt. Hij is een sjamaan. Hij is God in het diepst van zijn gedachten. Hij ziet niets of niemand. Hij verzint ons wel als hij ons nodig heeft. Hij leeft volledig in zijn eigen fantasie. Hij ziet er volmaakt gelukkig uit. Ik voel mij zeer aan hem verwant. (104)

De verteller vervult dezelfde rol als de zwerver. Ook hij zet de werkelijkheid naar zijn hand, maakt van cd-schijfjes een masker of maakt muziek op een gevonden colablikje. Het maakt La Superba tot een indrukwekkende roman waarbij werkelijkheid en fictie elkaar doorkruisen, vervormen en ook een beetje bedriegen.

Lees ook mijn bespreking op Litnet

Ilja Leonard Pfeijffer La Superba. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2013. Prijs: € 19,95. 352 pagina’s. ISBN: 978 90 295 8727 3.

Stijl in warm bad

20140911_202210Er zijn veel dichters die niet zo goed kunnen schrijven, zij verliezen zich in mooischrijverij en vergeten het verhaal. Ik heb dat gevoel heel sterk bij de romans van Gerrit Komrij. Hij schrijft prachtig en weet ook een verhaallijn te creëren. Alles klopt tot in detail, maar het verhaal komt niet tot leven.

De stijl in La Superba is overweldigend. Ilja Leonard Pfeijffer heeft een heerlijke, poëtische stijl. Hij kan zich ook ontzettend mooi verstoppen in een vergelijking. Bijna elk hoofdstuk komt een dergelijke vergelijking voor. Dat is genieten geblazen. Zeker ook omdat de vergelijkingen bijna altijd het verhaal dienen.

Ik kan bijvoorbeeld echt genieten van de vergelijking van Genua met een bad dat dreigt te overstromen. Zo opent Ilja Leonard Pfeijffer het tweede deel van zijn roman La Superba:

Het is zoals een bad. De stop zit erin en de kraan staat open. Er is niemand thuis. Degene die de kraan heeft opengezet, is dat vergeten. Zij is naar buiten gegaan. Langzaam maar zeker wordt het bad voller en voller. En met een ijzeren zekerheid zal het op een precies moment, dat mathematisch valt te berekenen, overstromen, waarna er onmiddellijk een totaal nieuwe situatie ontstaat, omdat het appartement blank komt te staan evenals dat van de onderburen. Zo is augustus. (153)

Zo is het ook met de stad, vergelijkt de verteller:

In augustus staat de stad opeens blank van de hitte. (153)

Je wordt volgens de verteller in hete waterdamp gesmoord. De mist boven de stad is waterdamp die niet weg wil. De dagen worden klam en de nachten verlammen zelfs de gedachten.

De hitte van augustus is vloeibaar. Je strekt je erin uit als in een dampend ligbad en dompelt je erin onder. Je zwemt door de stegen van de stad. (154)

De verteller voelt zich heerlijk in dit warme water van de vloeibare stad. Hier vermengen de vergelijkingen zich met het verhaal. En uiteindelijk zwemt de verteller:

met minieme gebaartjes kleine rondjes door de stegen.

Dat deze vergelijking nog een extra laag heeft, ontdek je pas later, als je al ondergedompeld bent in het warme bad en merkt dat het geleidelijk overstroomt. Dan is het te laat.

Lees ook mijn bespreking op Litnet

Ilja Leonard Pfeijffer La Superba. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2013. Prijs: € 19,95. 352 pagina’s. ISBN: 978 90 295 8727 3.

V.S. Naipaul

20140831_184234Misschien wel de mooiste scène in Dark Star Safari van Paul Theroux. In elk geval de meest aangrijpende. Hij is in Simonstad en wacht op de bus naar Cape National Park. Paul Theroux ziet een man de krant lezen.

Een paar woorden vielen me op. Boven aan de voorpagina stond de treffende kop: ‘Pessimistische globetrotter wint Nobelprijs.’
‘Het lijkt erop dat ik de hoogste bekroning heb gekregen,’ mompelde ik, en ik boog me over naar de vreemdeling om hem een nieuwtje te vertellen waarvan hij versteld zou staan.
Maar hij had me niet gehoord, en ook mijn zucht ontging hem. Het gevoel kwam en ging, zoals het dreunen van zo’n reddingsvliegtuig dat de drenkeling in zijn rubberbootje net mist: niet meer dan een klein glimpje hoop. Maar niemand verliest echt, want in de Zweedse Loterij kan er maar één de winnaar zijn. (518)

Het is misschien wel het aangrijpendste stukje van Dark Star Safari. Het confronteert Paul Theroux meer dan ooit met zichzelf: de toekenning van de Nobelprijs voor de literatuur. Hij komt wel heel dichtbij.

In zijn reisverhalen bezoekt Paul Theroux dikwijls Nobelprijswinnaars. Hij begon ermee in De oude Patagonië- Expres, waar hij in Buenos Aires de schrijver Borges bezoekt. Later gaat hij ermee door.

In vrijwel elk reisboek ontmoet hij een (toekomstig) Nobelprijswinnaar. In Dark Star Safari zelfs twee: Naguib Mafouz in Egypte en Nadine Gordimer in Zuid-Afrika. Hij ontmoette Naguib Mafouz al in een eerder reisboek, het boek waarbij hij de Middellandse Zee rondreist: De zuilen van Hercules. Daar bezoekt hij de Egyptische Nobelprijswinnaar in het ziekenhuis. Kort ervoor is er een aanslag gepleegd op de oude schrijver. In Dark Star Safari is de schrijver weer helemaal opgeknapt. Een grote groep mensen heeft zich rond hem verzameld.

Het bezoek aan Nadine Gordimer is ontroerend en daar wordt de oude vriend V.S. Naipaul ook even genoemd. Nadine haalt het boek Geschiedenis van een vriendschap aan waarin Paul Theroux over zijn oude vriend schrijft:

‘Ik ben blij dat ik je boek over Naipaul heb gelezen,’ zei Nadine. ‘De besprekingen hadden het me tegengemaakt. Het gaat over jou, niet over hem – en meedogenloos over jou. Het is een heel goed boek.Aan het slot heb ik je toegejuicht. Hij is vrij, dacht ik.’ (435)

Paul Theroux spreekt er niet over wie de Nobelprijs gewonnen heeft als hij die kop leest. Iedereen weet wel dat het hier om V.S. Naipaul gaat, zijn leermeester, inspirator en vriend. En of hij er helemaal vrij van is, weet ik niet. Het zit aan hem vast en blijft aan hem vast. Wat hij ook doet. Dat viel me in de passage over de Nobelprijs op.

Paul Theroux: Dark Star Safari, Een reis van Caïro naar Kaapstad. Oorspronkelijke titel: Dark Star Safari. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1056 9.

Trein op bijzonder boottransport

20140909_165315Een bijzonder boottransport voer gisteren onder mij door. Ik fietste op de spoorbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Op de terugweg van mijn werk naar het station, kruiste een binnenvaartschip met een heuse trein aan boord mijn pad.

Wat was dit? Normaal rijden de treinen evenwijdig aan mij, maar nu voer er een boot met een trein op het kanaal. Ik zag rode dubbeldekrijtuigen aan boord van het schip. Precies drie achter elkaar, twee rijen dik. De raampjes op het bovendek van het dubbeldekkersrijtuig staken net boven het scheepsboord uit.

Ik nam snel een foto van het schip dat de bocht nam in het kanaal in de richting van Amsterdam. Ik kreeg het nog dichtbij en fietste snel verder om mijn trein te halen.

Terwijl ik wachtte op mijn vertraagde trein, zette ik de brandende vraag op twitter met de bijbehorende foto: wat was dit voor een bijzonder transport?

Ik stapte de trein in en sloeg aan het lezen in mijn boek. Pas toen ik het avondeten ophad, ontdekte ik de stortvloed aan reacties op twitter. Het gelukzalige antwoord zat erbij: het was een bijzonder transport van rijtuigen voor een Russische treinlijn van de drie luchthavens naar Moskou: de Aeroexpress.

De rijtuigen zijn gemaakt bij Stadler in het Zwitserse Altenrhein. Vanwege de bredere spoorbreedte kunnen de rijtuigen niet per spoor worden vervoerd. Daarom worden ze per schip getransporteerd. Eerst naar Amsterdam, waarna het vervoer gaat via scheepstransport over Noordzee en Ostsee via het Duitse Sassnitz. Daar worden ze op de juiste spoorbreedte gezet voor de reis naar Minsk.

Een spectaculair transport van deze zes rijtuigen. Er worden slechts vier treinen in Zwitserland gebouwd. De rest van de 21 worden in Minsk afgemaakt. Ik zag daar dus een heel bijzonder boottransport van een trein onder mij doorvaren.

Lees meer over dit bijzondere transport (in Engels)

Ontwikkelingshulp

20140831_184316Heeft ontwikkelingshulp zin? Die vraag stelt Paul Theroux zich voortdurend af in Dark Star Safari. Hij ziet dat ontwikkelingshulp gemakzuchtig maakt en niet doet wat het beoogt.

Hij refereert hierbij naar het personage mevrouw Jellyby in Dickens roman Bleak House. Ook zij zet zich in voor de mensen in Afrika. ‘We hopen volgend jaar rond deze tijd’, zegt mevrouw Jellyby steeds.

Het werkverschaffingsproject dat zij opzet, strandt hopeloos. Maar nog altijd zijn er hulporganisaties die zich inzetten voor een verbetering van de situatie in Afrika:

Wat Charles Dickens honderdvijftig jaar geleden als een volkomen bespottelijk idee had gevonden, werd nu gezien als een plechtige hoopvolle zaak voor Malawi. (338)

De hulpverlening rijdt rond in peperdure auto’s, zonder veel effect. Paul Theroux vraagt zich niet voor niks af of het wel zin heeft dat buitenlanders zich inzetten voor iets dat de Afrikanen van de hand wijzen. Help je mensen wel door steeds graan te verstrekken of andere hulp te bieden die ze eerder gemakzuchtig maakt dan echt helpt?

Een antwoord kan hij niet geven, omdat landen die aan hun lot worden overgelaten niet het tegendeel kunnen bewijzen. Veel Afrikanen staan gebukt onder een verschrikkelijk regime met afschuwelijke dictators. Mensen als Mugabe van Zimbabwe die hun volk uitbuiten en laten verhongeren.

Daar kan de buitenwereld weinig aan doen en zodoende kan Paul Theroux niet veel meer dan schrijven over de ellende in Afrika. Hij ziet alleen maar verslechtering met de tijd waarin hij in Afrika werkte. Voor de goede zaak, maar hij ziet er weinig van terug.

Paul Theroux: Dark Star Safari, Een reis van Caïro naar Kaapstad. Oorspronkelijke titel: Dark Star Safari. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1056 9.