Wind mee – Om de Oostvaardersplassen (2)

image

De warmte van de middag komt nu over ons heen. We moeten een weg zien te vinden tussen de chaos aan fietspaden, genummerde straten en de doolhof aan nieuwbouw. In Lelystad verdwaal je, is onze ervaring. Daarom rijden we voorzichtig, volgen zorgvuldig, op het overdrevene af de bordjes met de nummers. Als het even anders lijkt, stoppen we en kijken net zo lang tot we er zeker van zijn dat we goed zitten.

Vlakbij het station wordt ons de weg dwarsgezeten door werkzaamheden. De gele borden willen ons door de stad leiden. Daar trappen wij niet in. We negeren de versperring en rijden even later de goede weg door naar de bestemming. De fietspaden gaan vaak omhoog omdat bij elke brug over de brede dreven, het pad klimt. Ook al rijd je rechtdoor, dat maakt niet uit. Zodoende fiets je over een heuveltjespad.

image

De bossen lijken in Lelystad toch rijper te zijn dan in Almere. De bomen zien er forser, breder en voller uit. Het eikenblad van sommige bomen lijkt uit de takken te schieten. Je ziet ze groeien. In een paar dagen is het van niks naar een bijna vol blad gewassen. Het voorjaar is niet meer te stuiten en de laatste bomen krijgen hun bladeren.

We komen enigszins verhit aan waar we moeten zijn. Gereden door de eikenbossen die de stad rijk is. Mooie, volle bossen. Als we na onze bestemming te hebben aangedaan, doorrijden, kiezen we een open plekje temidden van de bossen om even op een bankje te zitten, een broodje te eten en water te drinken.

image

We rijden weer door Lelystad. De vaart moeten we over. We gaan daarvoor via het tunneltje onder de weg door, maken een brede bocht aan de andere kant van de weg waar we eerder reden en steken dan via de brug de vaart over. Omslachtig, maar we vinden het niet erg. De wind zit niet meer tegen. De brede dreven steken we nu op de dezelfde hoogte over.

We zien nieuwe huizen op de plek waar we 4 jaar geleden fietsten en slechts enkele gebouwen stonden. We nemen de weg onder de grote toegangsweg door en fietsen de stad uit. Over de Torenvalkweg, langs de gevangenis. 1 van de 2. De andere ligt aan de andere kant van het spoor. Helemaal los van de werkelijkheid staat dit gebouw, midden tussen het akkerland. De koolzaad staat in bloei en de trein naar Almere rijdt erachter over de spoordijk.

image

We fietsen naar het bos dat tegen de Oostvaardersplassen ligt en dat Google Torenvalktocht noemt. Ook hier glanzen de verse bladeren. Je ziet ze groeien. Nog niet in de diepgroene kleuren van de zomer, maar in de lichtere tint van het voorjaar. Het licht nog zo anders dan verderop als het zomer wordt. Nog niet zo fel, maar wel heel helder, bijna zilverachtig.

We klimmen de eerste brug over. Ik denk dat het de Knardijk is, maar die ligt verder. Nog even de prachtige bomen van het bos. Zelfs een stukje naaldbomenbos passeren we. De heel eigen geur komt los uit het bos en we rijden hard. De wind geeft ons een zetje in de rug.

image

Dan is er wel de Knardijk. We staan even stil bij de kruising. Hier reden we 4 jaar terug en namen het tunneltje onder het spoor. Nu gaan wij rechtuit de Praamweg op. Er is veel verkeer op deze warme voorjaarsdag. De auto´s halen ons in en rijden naar de paadjes die uitzicht bieden op de Oostvaardersplassen.

Wij zien de plassen vanaf de weg liggen. Daarvoor turen wij langs de vele bomen en over de spoorbaan. De paardjes en ossen staan te grazen. Heel in de verte is zelfs een hert te zien. Het uitzicht is al een beetje wazig geworden door het smog dat vergezeld gaat met warme dagen.

image

Als we voor de keuze staan om te klimmen en vandaar over de lange vaart heen te gaan, kiezen wij het de kortere weg naar Almere en blijven aan deze kant van de vaart. Hierdoor missen we wel iets van het uitzicht. Net als de ijscokar die bovenaan op het uitzichtspunt staat.

Daar ergens puffen we uit onder een meiboom, in de bloesem, met de blote voeten in het gras. De gezichten rood van de inspanning, drinken we het water dat we in Lelystad hebben ververst. Nog een kilometer of 10 en dan zijn we thuis.

image

We stappen weer op de fiets voor de laatste etappe. We vliegen met deze wind in de rug naar huis, langs de Rode donders en de huizen die op het water drijven. De mensen laten hun honden uit en kijken deze 2 vliegende duivels na. Zo snel lijkt het te gaan. De wind die ons op de heenreis zo tegenwerkte, heeft ons vleugels gegeven.

image

Tegenwind – Om de Oostvaardersplassen (1)

image

Het is prachtig weer en ik moet eigenlijk even naar Lelystad. Veel trek om in de auto te stappen heb ik niet, daarom ga ik op de fiets. En ik neem Doris mee. Zo kunnen we alvast oefenen voor langere afstanden. Speciaal voor deze gelegenheid trekken we de fietsbroekjes aan die ik een tijdje terug bij de Lidl heb gekocht.

Hoe fiets je naar Lelystad? We hebben al 2 keer onderweg op fietsvakantie de hoofdstad van de provincie gepasseerd, maar nu willen we iets meer: op 1 dag heen en terug. De weg aan de zuidkant van de Oostvaardersplassen hebben we al 2 keer gezien. De andere route, bovenlangs over de dijk nog niet.

image

Ik ben bang voor de dijk. Is het niet veel te riskant met de wind die altijd tegen je in waait hier in de polder? Geen enkele beschutting is er te vinden op zo’n hoge dijk? Je kan geen kant meer op, alleen maar rechtuit. En kun je dan niet veel beter gewoon door het bos fietsen onder de Oostvaardersplassen.

We gaan het toch proberen en fietsen via het Wilgenbos de dijk op. Het zit nog even tegen, de kleine sluis voordat het wilgenbos begint, staat open. We moeten wachten en zien hoe het schip mag doorvaren, waarna de sluis sluit en weer volloopt met water.

image

Als we weer rijden, de dijk op klimmen en op het fietspad fietsen, voelen we de wind al blazen. De pet waait van haar hoofd. Ze bergt hem op. De wind is te sterk om hem op te houden. Mijn hoedje zit stevig genoeg vastgeklemd en laat zich niet van mijn hoofd waaien.

De wind wordt alleen maar sterker. De zon is verraderlijk, de warmte telt ook mee, maar de wind verwachten we niet. Maar de wind wint aan kracht. Hij vliegt over de kale plassen, langs de paar bomen die aan de dijkrand staan. De fietsers die ons tegemoet rijden, vliegen over de weg. Alle fietsen zijn veranderd in elektrische exemplaren, waarbij je meters vooruit schiet op een enkele trap.

image

Wij zwoegen voort. Even pauze halverwege de dijk. Het lijkt of er geen eind aan komt. De plassen aan de kant van het land zijn uitgestrekt. De wind maakt golfjes op het water. Geen houden aan. De tegenliggers lijken nog harder voorbij te komen. En wij ploegen voort. Elke trap voelt zwaarder, maar brengt je minder ver vooruit.

Het lijkt of de wind in kracht is verdubbeld als we eindelijk bij het einde van de dijk aankomen. We hebben nog een keer pauze gehouden, even op adem komen. Het leek zo windstil, maar op de dijk kom je de echte wind tegen. Hier is de polder aan het werk. Altijd waait het hier.

image

De Knardijk steken we over. Het feest van de herkenning. De rit over de Oostvaardersdijk is nog niet voorbij. Vlak hierachter hebben we 4 jaar terug overnacht tijdens onze eerste fietsvakantie. Nu rijden we over de dijk in de richting van het gemaal. Nog voor we het gemaal naderen, mogen we afzakken naar de bodem van de zee. We verlaten de dijk en merken hoe de wind ineens helemaal verdwijnt.

image

Woekeraars en Geryon: Divina Commedia: Hel: Canto 17

image

Het monster dat omhoog komt uit de kloof nadat Vergilius het koord van Dante naar beneden heeft gegooid, is Geryon. Dante noemt hem nog niet meteen Geryon, maar duidt hem als een slang op 2 poten en met een pijlsnelle staart en een mannengezicht.

Vergilius laat Dante nog even wachten. Hij zal het monster eerst toespreken en proberen over te halen de 2 dichters mee te nemen. Ze zitten bij de woekeraars, op de uiterste richel van de 7e hellekring. Dante zegt eerst nadrukkelijk dat hij niemand meteen herkent, maar er dienen zich al snel enkele stadsgenoten op.

Het gesprek met de woekeraars levert weinig op. De man waarmee hij spreekt, uit Padua, vertelt dat het hier barst van de Florentijnen. Dante spreekt ze niet. Hij wil Vergilius niet te lang laten wachten. De woekeraar verwijst nog naar de grootste woekeraar, de hoogverheven ridder waar deze man in de hel naar verwijst.

Dan ziet Dante dat Vergilius al bovenop het monster zit. Hij moet omhoog zien te klimmen op Geryon. De angst slaat hem aan het hart. Dante vergelijkt het met de huivering die mensen treft als de ze vierdendaagse koorts oplopen. Gelukkig mag hij zich vastklampen aan de Romeinse dichter.

De afdaling op het monster is werkelijke prachtig beschreven door Dante. Ik hou helemaal niet van draken en andere fabelachtige wezens in boeken, maar deze passage behoort is een prachtig en fantasierijk deel van de reis die Dante met Vergilius maakt.

Dante vergelijkt de afvaart met het loskomen van een schip, zoals het monster loskomt van de bodem om de afdaling in te zetten:

Gelijk een jol van d’ oever af moet dringen
Steeds achteruit, zoo is hij afgestooten
En heeft, toen hij van ijl zich voelde’ omringen

Den staart, waar eertst de borst was, heen geschoten
En strekte’ als paling dien toen na zich henen
En sloeg de lucht zich toe met beide pooten. (vs. 100-105, vert. Rensburg)

Overigens blijkt uit niets dat dit mythische wezen Geryon over vleugels beschikt. Het lijkt wel dat het monster als een gladde aal naar beneden glijdt door de lucht. In brede cirkels, beschrijft de verteller. De angst slaat hem hier aan het hart. Dante ziet overal vuur en hoort het gejammer van de gestrafte zielen.

Ze landen precies aan de voet van een loodrechte rotswand. Hier laat het monster de 2 achter en flitst als een pijl weer weg. En hier verlaat een bijzonder monster het verhaal. Een verhaal boordevol allegoriën. Hoe je je angsten kunt overwinnen door er gebruik van te maken en je mee te laten voeren. Het brengt je verder en helpt je vooruit op de levensreis.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 17

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J.K. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Het raadsel van De Meneer

image

Op de achterkant van het universitaire krantje De Mare zetelde in mijn studententijd de column van een raadselachtige afzender: De Meneer. Ik had geen idee wie deze man kon zijn. Meestal las ik de zielenroerselen van dit verschijnsel niet van een student die alles onderging voor de eerste keer. Dat de schrijver geen student maar een oudere meneer moest zijn, liet geen twijfel. De toon was te volwassen om een beginnende student te kunnen zijn.

Aikido-les

De door Ilja Leonard Pfeijffer geciteerde Aikido-les in zijn bundel Brieven uit Genua staat mij nog helder bij. Ik las hem nadat ik zelf een lesje Jui Jitsu volgde bij meneer Aad van Polanen. Hij had een school aan het Rapenburg en gaf in de universitaire gymzaal Jui Jitsu. Ik gaf het meteen op na het eerste proeflesje. Ilja Leonard Pfeijffer ging verder en bracht het tot de zwarte band.

Hoeveel leerde ik niet tijdens deze eerste les. Mijn eerstejaarscolleges beginnen pas volgende week, maar ik kan bijna niet wachten om de collegezaal te betreden, te gaan zitten tegenover de studenten en tien minuten lang mijn ogen gesloten te houden. (475)

Ik weet nu dat ik bij de verkeerde les zat. Ik had bij Tom Verhoeven moeten zitten om de echte begeestering te krijgen. Bij Aad van Polanen ben ik weggebleven na die eerste les. Ik herkende te weinig van de inspirerende lessen die ik jaren eerder in Veenendaal had gehad.

Niet geluisterd naar De Meneer

Ik heb mij overigens niet laten inspireren door de column van De Meneer en heb de Japanse vechtkunst na het lesje van Aad van Polanen opgegeven. Misschien belangrijkere dingen te doen. Ik weet het niet. Een gemiste kans, lees ik nu bij Ilja Leonard Pfeijffer.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Biesheuvel: De weg naar het licht

image

In mijn strooptocht op zoek naar de boeken van Maarten Biesheuvel krijg ik plotseling de delen 2 en 3 van het Verzameld werk toegeworpen. Ze liggen op de tafel met afgeschreven boeken in de bibliotheek.

Een droom wordt werkelijkheid. Behalve dat ik wekenlang achtereen de tafel afstruin op zoek naar het eerste deel van deze serie. Het ligt er niet. Daarom zoek ik uit welke boeken in dit eerste deel zitten. Zo ontdek ik dat ik de verhalenbundel De weg naar het licht helemaal niet heb.

Als ik hem dan in een kringloopwinkel tegenkom, gaat hij mee. Ik kan mij niet bedwingen en begin te lezen. De wereld in de verhalen van Biesheuvel bestaat uit een uniek universum. Het universum waarin je verdrinkt in de woorden, het verhaal en de personages. Je weet niet altijd waar je bent, maar je laat je meeslepen in de beelden.

Het verhaal ‘De Leeuw van Leiden’ bijvoorbeeld. De verteller is bij een bijeenkomst waar de aanwezigen allerlei boeken en artikelen lezen. Daarna begint een man een lange monoloog over wat 1 iemand wel niet allemaal geschreven heeft.

Ze zijn allemaal van 1 man: Maarten ’t Hart. De verteller wijst de man die de monoloog hield op de schrijver: hij zit te breien in een hoekje van de kamer op een sofa. Het is de Leeuw van Leiden die daar zit.

Dan probeert de verteller te achterhalen waar het geheim vandaan komt. Hoe komt het dat Maarten ’t Hart werkelijk alles leest en daarna bijna dagelijks publiceert over allerlei onderwerpen. Of zoals de verteller aan de Leeuw van Leiden vraagt:

‘Vertel me nou toch eens wannéér je schrijft over al die onderwerpen, andere mensen zouden er met hun dertienen jaren over doen om zoveel te schrijven over aardrijkskunde, antropologie, biologie, economie, geneeskunde, geologie, geschiedenis, godsdienst, huishouding, krijgskunde, kunstgeschiedenis, letterkunde, maatschappijleer, mode, muziek, opvoedkunde, politiek, psychologie, recht, scheikunde, staatskunde, sterrenkunde, techniek, weerkunde, wiskunde, wijsbegeerte enzovoort, ja werkelijk járen zouden dertien mensen bezig zijn met het schrijven van zoveel artikelen over zoveel onderwerpen, zoveel verhalen, zoveel romans…, terwijl jij dat allemaal in je eentje in ééń jaar af kan? Dat grenst aan het krankzinnige. Jouw verschijnsel begint, wat wonderlijkhied betreft, vormen van metafysische onbegrijpelijkhied aan te nemen.’ (179)

Het gesprek begint hierna even wonderlijke, metafysische onbegrijpelijke vormen aan te nemen. Het gesprek fladdert van raaskallen naar de zang van de nachtegaal, naar de colleges van Karel van het Reve. Volgens Maarten ’t Hart zou de verteller de colleges ernstig verstoord hebben:

‘[W]aarom hielp jij altijd de colleges van Karel van het Reve naar de maan door er allerlei kletskoek uit te gooien? Dacht je soms dat wij geïnteresseerd waren in de verhalen van jou over je moeder, je vader, over Rooms en Protestant Kethel, dat wij belangstelling hadden in je zeeverhalen en al die zotte fantasiën?’ (181)

De verteller weerspreekt de opmerking dat de Leidse professor daar niet op zat te wachten. Hij vond het juist heerlijk als ik een deel van die 50 minuten vulde, geeft hij als tegenargument.

Toch wil de verteller graag achter het geheim van de enorme productiviteit van Maarten ’t Hart komen. Daar verliest het verhaal alle grip op de werkelijkheid. De verklaring voor die enorme productiviteit: zijn enorme verliefdheid. Daardoor gedreven vliegt zijn pen over het papier, waarna zijn vrouw alles uittikt en dagelijks de artikelen per post worden verstuurd naar alle media van Nederland.

Het is dat verlies op de werkelijkheid die de verhalen van Biesheuvel iets dromerigs geven. Je raakt de draad regelmatig kwijt of komt er juist verstrikt in te zitten. Het verhaal dat van de hak op de tak gaat en waarbij je alle kanten opschiet. Het beste is dan om stug door te lezen. Als een schip in de storm door te varen, want je komt vanzelf behouden in de haven aan.

J.M.A. Biesheuvel: De weg naar het licht en andere verhalen. 7e druk, 1985. Amsterdam: Meulenhoff, [1977]. ISBN: 90 290 0664 1. 240 pagina’s. [niet meer verkrijgbaar]

Ik vlogde al eens eerder over hem:

Je ideale boekwinkel – #50books vraag 21

image

De boekwinkel is niet meer wat het geweest is. De laatste jaren zijn er heel veel verdwenen uit steden en dorpen. In sommige plaatsen is er niet eens meer een boekwinkel te vinden. Of je het met een minieme zaak doen die de inkomsten niet uit boeken haalt, maar uit dure tijdschriften.

De boekwinkels zouden lijden onder de aanbiedingen van online boekverkopers. Mensen bestellen een boek meteen online dat de volgende dag in de brievenbus valt. Of dit klopt, weet ik niet. Ik bestel vrijwel nooit online en als ik het doe, dan is het tweedehands.

Vasthouden

Ik wil bij het aanschaffen van een boek het vasthouden of er zeker van zijn dat het het boek is dat ik zoek. Er even in bladeren en kijken. De eerste pagina lezen en me al laten meenemen door het verhaal.

In mijn woonplaats is een aardige boekwinkel. Al is het niet meer wat het geweest is en liggen kantoorartikelen, romans en kleurboeken gebroedelijk naast elkaar. Ook is het grootste aanbod van de boeken die er ligt niet aan mij besteed. Het zijn vaak boeken die gretig aftrek vinden onder een breed publiek.

Geld verdienen

Ik snap ook wel dat de boekhandelaar moet schipperen tussen fijnzinnigheid en geld verdienen. Naar mijn oordeel zouden ze heel goed samen moeten gaan, maar de praktijk is weerbarstiger. Aan de boekenlezer wordt de vraag niet zo vaak gesteld, daarom kreeg ik deze vraag binnen via Martha.

Boekenvraag 21

Hoe ziet jouw ideale boekwinkel eruit?

Is jouw ideale boekwinkel 24 uur per dag open? Heeft hij alle boeken op voorraad of wil je juist een boekwinkel die boeken voorstelt. Een boekhandelaar die je attendeert op een boek dat wel bij jou in de smaak zal vallen? Een zaak waar je helemaal in kunt verdwalen, of juist een klein winkeltje?

Ik ben ontzettend benieuwd naar de antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Notities van een lezer – #50books antwoorden vraag 20

image

Maak je eigenlijk notities tijdens het lezen? De vraag is in mij opgekomen omdat ik in 2 boeken die ik vlak na elkaar las, de notitieboekjes van schrijvers voorbij zag komen. Schrijft Ilja Leonard Pfeijffer alleen in Moleskines, Basje Bender is minder kritisch. Zij doet haar notities gewoon in een goedkoper opschrijfboekje.

leesjournaal

Hoe zit het met de lezers van #50books. Maken zij notities. De vraag is niet alleen via de blogs beantwoord. Ik zag ook een mooie foto voorbijkomen van @PercyTienhoven op twitter. Hij schrijft zijn bevindingen tijdens het lezen keurig op in zijn journal met ringband, een heus leesjournaal.

Naar de lijntjes, pijlen en strepen van Charlotte Veldman word ik wel heel nieuwsgierig. Hoe ziet zo’n pagina van haar boek er uit na het lezen? Schrijft ze extra notities in de marge of blijft het bij paginanummers en andere gegevens?

Meekijken in notitieboekjes

Boekenblogger Lalagè geeft een inkijkje in haar notitieboekjes. Ze zegt wel dat ze notities maakt sinds ze aan het bloggen is over boeken. Eerder deed ze het alleen als haar echt iets aansprak. Nu zorgt ze standaard bij het lezen dat ze iets kan opschrijven. Zo kun je later bij het schrijven over het boek bepaalde dingen terugvinden. Al merkt ze zelf dat het in de praktijk weinig gebeurt dat ze echt terugkijkt in haar notities bij het schrijven van het blog.

Ze laat een paar pagina’s uit het notitieboekje zien, net als een paar andere methodes van haar om passages terug te kunnen vinden. De uitkomst is wel de e-reader. Daar kun je notities in het boek zelf maken. Een bijzondere blog over de geheimen van de lezer.

Overigens staan er heel veel enthousiaste reacties onder het antwoord van Lalagè. Veel lezers maken korte notities of schrijven mooie zinnen op. Ze markeren en krassen in de kantlijn van het boek bij mooie passages en schrijven soms de paginanummers op.

Doorlezen

Niek maakt geen notities bij het lezen. Ze wil weleens iets opzoeken als ze leest. Dat gebeurt voornamelijk bij het lezen in het Engels of Duits. Maar ze wel vooral genieten van het boek en zich niet afleiden door het opschrijven van notities.

Al heeft ze ook af en toe de neiging om iets uit te gaan zoeken bij het lezen. Als een tekst een bepaalde vraag oproept, wil Niek graag het antwoord opzoeken. Maar over het algemeen laat ze zich niet afleiden en leest heerlijk door.

Beklijven

Volgens Fokke nemen de meeste mensen dingen beter op als er op meerdere manieren met de stof omgegaan wordt. Daarom kan het zeker geen kwaad tijdens het lezen af en toe iets op te schrijven. Zo beklijft de stof beter. Zeker bij ingewikkelde series als de reeks Mijn strijd van Karl Ove Knausgård. Ondanks alle notities heeft Fokke er geen blog aan gewijd. Het is puur voor de verwerking van alle informatie.

Te meeslepend

Vrijwel nooit ligt er een verband tussen de notitie die hij maakt en de blog die het betreffende boek uiteindelijk oplevert. Terecht merkt de boekenblogger van Foxxblok op dat een heel goed veel te meeslepend is om er notities bij de maken. En dat is uiteraard waar.

Vergeten notities te maken

Dat schrijft boekenblogger Jannie ook in haar antwoord. Is het wel een goed teken als je aantekeningen bijhoudt van het boek dat je leest? Als het verhaal zo meeslepend is dat je vergeet om dingen te noteren. Dat is juist het leuke van lezen, dat het verhaal je vastgrijpt en je alles om je heen vergeet.

Gekleurde strepen

Ali geeft in haar blog over notities maken bij het lezen aan dat ze vooral tijdens haar studie veel noteerde in haar boeken. Deze boeken zijn dan ook onverkoopbaar. Naast de notities in de boeken met gekleurde strepen, maakte ze ook uitgebreide samenvattingen. Als ze de boeken nu bekijkt snapt ze niet meer waarom dat allemaal onderstreept is. Was alles belangrijk?

Bij het lezen van romans schrijft ze niets in de papieren boeken. Hoe anders is dat bij een e-book. Hierin kan ze aantekeningen maken. En dat is ontzettend handig, merkt ze. De notities helpen haar om snel de volledige naam van de hoofdpersoon te vinden of een passage snel tevoorschijn te halen als ze er iets over wil bloggen.

Aantekeningen over verhaallijnen

Boekenblogger en trouwe beantwoorder van de boekenvraag Martha maakte vooral tijdens haar studie Nederlands in Leiden veel aantekeningen als ze las. In speciale boekjes noteerde ze de belangrijkste personages, verhaallijnen en interessante passages die ze tegenkwam.

Niks missen

Als ze klaar is met haar studie, stopt ze met notities maken. Tot ze gaat bloggen over boeken en daar ook graag inhoudelijk iets over de boeken kwijt wil. Ze wil niks missen. Daarom maakt ze weer notities bij het lezen over de tekst binnen en buiten het verhaal. Aantekeningen die ze weer kan gebruiken in haar blogs over boeken.

Lees morgen de nieuwe boekenvraag.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Spel met de lezer

image

Hoe moet het aflopen? Het is een worsteling waarmee de schrijver Ilja Leonard Pfeijffer kampt in zijn Brieven uit Genua. Hij verzucht dat het verhaal toch ergens heen moet. Een boek kent toch een afloop. Of het nu een brievenbundel is of een roman. Dat zou niet hoeven uit te maken.

Brievenbundel

In zijn 4e brief aan zijn uitgever vraagt Ilja Leonard Pfeijffer het zich af. Hoe moet het aflopen? Hij kan moeilijk een afloop verzinnen, want een brievenbundel vraagt om de werkelijkheid in het verhaal. Het moet gebeurd zijn wat er staat.

Maar het probleem is dat ik niks mag verzinnen. Dat is de spelregel. Daar moet ik mij aan houden. Dus die grote dramatische wending zou ik in het echt, in het ware leven, moeten bewerkstelligen. Ik zou om compositorische redenen in mijn eigen leven een spectaculair omslagpunt moeten beleven. (596)

Wat verderop in zijn 44e brief aan Geyla, komt het onderwerp eveneens ter sprake. Bijna letterlijk schrijft Ilja Leonard Pfeijffer hetzelfde aan haar:

Omwille van de literaire compositie zou het het beste zijn om mijn leven in het echt spectaculair te veranderen. (620)

De compositie van de wereld op papier vraagt om een verandering in de werkelijkheid. En als geroepen komen de strubbelingen binnen. Het begint met de liefde en een ‘zere reet’ om uiteindelijk uit te monden in een radicale verandering van leven.

Leven overdenken

Of zoals hij in zijn laatste, toeval of niet, de 50e brief aan
Geyla schrijft. Door de brieven heeft hij de eerste 47 jaar van zijn leven overdacht. Hij heeft weliswaar 4 jaar over deze therapie gedaan, maar dan heb je ook wat:

Het was een psychoanalyse geweest van vier jaar lang in dagelijkse sessies, waarbij ik mijn eigen therapeut was. Iets van mijzelf had ik wel begrepen. (696)

Zo eindigen 700 pagina´s van zelfanalyse. Het is een heel avontuur dat je leest, waarbij niet elke brief en elk verhaal even interessant is. De beloofde liefde voor de stad Genua drijft soms teveel weg in het levensverhaal van Ilja Leonard Pfeijffer. En daar zijn sommige delen te langdradig en zelfvererend, waarmee hij juist de charme verdwijnt zoals dat in een boek als La Superba voorkomt.

Stadsverhalen

Juist in zijn roman La Superba draait het om de vele stadsverhalen, de verhalen van het pleintje waaraan zijn stamkroeg zit. Die maken het boek zo treffend. Hier valt het teniet door de vele zelfpromotie waardoor het echte verhaal teveel naar de achtergrond verdringt.

Misschien is de werkelijkheid echt minder mooi dan fictie.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Lange halen, gauw thuis – rondje Stelling van Amsterdam (2)

image

De tent is ingepakt. We hebben de tassen aan onze fietsen opgehangen. Klaar voor vertrek. Nog snel vers water en dan kunnen we echt gaan. Op de fiets naar huis. Ik voel de lange rit van gisteren nog wel in mijn benen. Het was een flink eind wat we gereden hebben.

Een onrustige, koude nacht. De eenden vlogen rakelings over onze tent en het merelvrouwtje gilde hard omdat er blijkbaar iets te dicht bij haar kroost kwam. Verder rustig gedaan, blogje geschreven en het boeltje ingepakt.

image

Als we wegrijden, fietsen we eerst maar in de richting van het knooppunt waar we gisteren naar op weg waren. Als we daar aankomen en ik een foto van de Binnen Liede wil maken, lukt het niet. De pleister op mijn vinger zorgt ervoor dat ik het niet voor elkaar krijg het knopje al fietsend in te drukken.

Ik wilde gisteravond nog even alle mesjes en andere dingen van het zakmes lostrekken. Er zat een scherp mesje tussen, dat ik aanzag voor een bot eind. Het heeft een flinke jaap in mijn wijsvinger gemaakt.

image

Niet meer te herstellen. We naderen het volgende knooppunt en fietsen langs de oudste spoorlijn van Nederland. De lijn van Amsterdam naar Haarlem. Het treinverkeer wordt in de lucht doorkruist door de landende vliegtuigen. De wielen staan uit en klaar om iets achter de spoorlijn te landen op de baan van Schiphol.

Wij rijden door een prachtig veld met voorjaarsbloemen. In het bos, iets verderop fluiten de vogels dat het hun een lieve lust is. De zon schijnt volop. We hebben genoeg aan onze truien. Geen spatje regen, de wind blaast losjes door het haar. Wat is dit een heerlijk fietsweer.

image

We rijden door Spaarnwoude en door een gebied dat ingeklemd ligt tussen een snelweg en een spoorweg. Iets van ons af ligt het Westelijk havengebied, we krijgen soms een doorkijkje naar grote, ronde silo’s voor de opslag van olie en andere gevaarlijke stoffen. Er blijft veel voor ons verborgen. We rijden langs volkstuintjes en zien hoe de bewoners hun tuinen en bijbehorende huisjes tot heuse juweeltjes hebben omgebouwd.

De stad overmeestert ons en we rijden voor we er goed erg in hebben langs de drukke weg naar Amsterdam. Ergens verkeerd afgeslagen. Nu fietsen we door de drukte van de stad van stoplicht naar stoplicht. De lange weg wordt onderbroken door auto’s die de weg versperren. Ze staan midden op de weg en alle fietsers dringen voor om als eerste bij het volgende stoplicht aan te komen.

image

We zijn dan ook heel erg trots als we ons door de stadsjungle heen worstelen. Daar staan we bij het Centraal Station. Maar ook hier is het oppassen voor de massa mensen die van de pont over het IJ in de richting van het station loopt en zonder kijken oversteekt.

Door naar IJburg om bij mijn zusje te lunchen. Als we daar met rode wangetjes aankomen is het al iets na het middaguur. We smullen en kijken alweer uit naar het laatste stukje van de rit. Een bekende tocht, langs de dijk naar Muiden. Van Muiden naar huis passeren we nog 2 vestingwerken van de Stelling van Amsterdam. Ik ken ze al, maar het kan geen kwaad om er nog eventjes naar te kijken.

image

We verlangen ernaar om thuis te komen. De nieuwe spoorbrug bij Muiderberg beheerst het landschap tussen Muiden en Muiderberg. De nieuwe snelweg in aanbouw. Bijna thuis, daar zullen we de laatste krentenbol nemen met een chocomel. Het is niet ver meer. Nog een paar trappen en dan zijn we thuis.

image

De waterval: Divina Commedia: Hel: Canto 16

image

Nog altijd lopen Dante en zijn gids Vergilius door de 3e cirkel in de 7e hellekring. De plek waar de tegennatuurlijke zondaars vertoeven. Zijn leermeester Brunetto Latini is achtergebleven en hier duiken weer nieuwe Florentijnen op. Het zijn 3 vooraanstaande stadgenoten die Dante hier tegenkomt.

Ook nu krijgt Dante weer de kans om te vertellen hoe het tegenwoordig in Florence eraan toegaat. De winst en het geld maakt de mensen trots en buitensporig, stelt de dichter. Hij krijgt van zijn 3 stadsgenoten de wens mee om thuis te vertellen over hun. De 3 zijn zo overtuigd van Dante’s redenaarskwaliteiten dat ze hem in alle vertrouwen laten gaan. In een vloek en een zucht zijn ze verdwenen.

Waterval

Dan volgt een prachtige passage over de waterval die Dante aantreft. Hij staat aan de rand van de kloof en hoort het donkergetinte water met veel geraas neerstorten van de haast loodrechte wand. Het moet hier zijn zoals de waterval bij de abdij van San Benedetto, waarbij de Montone in de zee stroomt. Dante weet hier prachtige beelden bij je op te roepen. Ook al ben je hier nooit geweest, de beschrijving van Dante bestaat niet eens meer in de werkelijkheid.

De hele reis draagt Dante een koord om zijn middel waarmee hij de panter in het donkere woud wilde vangen. Nu komt het hem van pas. Vergilius vraagt of hij het wil losmaken en als het los is, gooit hij het touw over over de rand van de kloof heen waar het tweetal staat.

Omhoog trekken

Een wezen trekt zich omhoog aan het touw zoals een duiker dit doet die zich omhoog trekt aan het touw van het schip. Of zoals Dante het beschrijft: hij strekt zijn bovenlichaam en trekt zijn benen in en hijst zich zo omhoog.

Dat ik zag door die dikke en donkere lucht
Een figuur naar boven komen zwemmen,
Verontrustend voor elk zeker hart;

Gelijk terugkeert hij die naar omlaag gaat
Soms om een anker los te maken, dat zich vasthaakt
Aan een klip of iets anders dat de zee houdt verborgen,

Die naar boven zich strekt, en aan de voeten zich intrekt. (vs 130-136, vert. Bremer))

Wat voor een wezen omhoog komt, laat de verteller nog even achterwege. Hij spreekt over ‘una figura’. Enkele vertalers, zoals Bohl, verklappen het. Maar inn het volgende Canto zal de verteller duidelijk maken wet er precies omhoogt komt. Dante houdt de spanning er nog even in. Met dank aan Vergilius die het wezen aan het touw keurig in bedwang heeft.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 16

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van F. Bremer uit 1940. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.