Omzwervingen: Op zoek naar de Lepelaar

imageGewoon even een middag op de pedalen. Ik fiets naar de Lepelaarsplassen. Op zoek naar de Lepelaar. Ik ben er vaak langs gehold en zag op het grasland de witte vogels lopen. Of het Lepelaars waren kon ik van zo’n afstand niet zien.

Vanmiddag ben ik gewapend met de verrekijker van mijn opa. Twee wandelaars lopen mij al tegemoet met hun verrekijker. Ze stoppen en kijken door hun kijker in mijn richting. Ik ga zelf eens turen tussen de kijkgaten die langs de route staan opgesteld. Soms verhoogd, andere keren verdiept. De verrekijker moet mij meer laten zien dan ik met het blote oog zie.

imageDe jonge runderen lopen voor mij uit over het fietspad. Als ik ze dicht genoeg nader, wijken ze voor mij uit. Schuchter springen ze in de richting van het struikgewas en loeren tot ik op een veilige afstand ben. Dan lopen ze weer in de richting van het fietspad. Dat loopt een stuk prettiger dan de drassige bodem naast het pad.

Ik kom bij een brede betonnen brug. ‘Lepelaarsbrug’ staat erop. Ik kan mij niet voorstellen waarom de brug zo breed is. De brede brug is er duidelijk voor een ander doel gebouwd dan het smalle schelpenpad waarmee de weg achter de brug vervolgt. Ik rij het pad op.

Bij de waterkant ga ik even zitten om te genieten van het mooie uitzicht over de Noorderplassen. Een bootje tuft voorbij en laat de twee eenden dobberen op de golven die het maakt.

imageIk stap weer op in de richting van de eerste uitkijkpost en tuur door de verrekijker van opa. Wat een uitzicht. Als het beeld scherp is, zie ik veel meer dan ik met het blote oog kan zien. Wat een vogels zeg. Ik zie hoe gansen, futen, eenden en zilverreigers over het grasland lopen, in het water poedelen of een mooie landing in de plas voor de uitkijkpost maken.

De volgende uitkijkpost is een heus huisje met een dak. Ik haal wat spinnenwebben weg die het zicht ontnemen. Op de grote plaat naast het kijkgat staan de vogels die ik zou kunnen zien. De lepelaar heeft veel weg van de witte reiger. De laatste heeft een ranke nek en een lenig voorkomen, de lepelaar is wat forser.

imagePas bij de volgende uitkijkpost, zie ik ze. Twee lepelaars ploegen door het water. Ik zie de kop omhoog komen en duidelijk de lepelvormige snavel. Eentje heeft beet en is flink in de weer met een gevangen visje. Hij schudt wild heen en weer om het diertje tot bedaren te krijgen.

Weer een uitkijkpost verder haal ik ze er onmiddellijk uit: een groepje van vier lepelaars waadt door de sloot. Wat een verschil met de reigers. De verrekijker haalt ze duidelijk naar voren tussen alle gansen, eenden en kieviten. Ik geniet. Het voelt eventjes alsof ik mijn eigen natuurfilm schiet.

imageHelemaal alleen op de fiets geniet ik van het zonnetje. In de berm ligt een eierschil. Helemaal leeggezogen, van boven een flink gat, maar ook aan de zijkant en onderkant gaten van een snavel die het ei heeft uitgezogen. Ik stop het voorzichtig in het zijvak van mijn fietstas en fiets naar huis.

Als ik thuis de poort inrij, hoor ik een zacht kraken. De fietstas schuurt tegen de poort aan en het ei valt helemaal in stukjes. Gelukkig heb ik de foto nog, maar ik kan het ding helaas niet bewaren zoals Redmond O’Hanlon altijd met zijn eiervondsten doet.

image

Omzwervingen: Gemeenlandshuis

20140331_123949
Voorbij het Diemerpark begint Amsterdam echt bij het Gemeenlandshuis. Hier zou Thijsse schokkend hebben gekeken naar het enorme viaduct waar de A10 overheen loopt. Het voortrazende verkeer ziet weinig van de kale bedoening onder de brug. Betonnen pijlers en graffiti lijken elke vorm van natuur te negeren.

20140331_123839Het Gemeenlandshuis waar Thijsse van schrijft dat hij er als kind in de omgeving speelde, staat er nu leeg bij. Er vindt momenteel een inwendige verbouwing in plaats. Ik tuurde naar binnen door het glas in lood, maar zag weinig meer dan steigers en de dikke steunbalken voor de verdieping boven de begane grond.

gemeenlandshuis bij amsterdamVan de haven waar Thijsse naar refereert zie ik niet zoveel. De bedrijvigheid heeft zich verplaatst naar de weg. Overal raast het autoverkeer langs en over je heen. De straten van en naar de oude stad zijn breed en vol met stoplichten. Voor een fietser uit Almere is dat wennen, bij elke kruising sta je stil. En er zijn verschrikkelijk veel kruisingen in Amsterdam.

20140331_124017Van deze kant de stad ingereden, langs de Hortus, verbaast mij de drukte. Midden op de weg een busje waar rustig uitgeladen wordt. Een file van ongeduldige, toeterende en scheldende Amsterdammers vormt zich op de smalle weg. Zo verlang je bijna naar de rustig voorbij varende binnenvaartschepen op het kanaal.

Omzwervingen: Met Jacques richting Amsterdam

20140412_175809Niet zo lang geleden vond ik het boek Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse. Het boek bevat een vijftal beschrijvingen van wandelingen en fietstochten. Het eindigt met een indrukwekkende vaartocht over de Zuiderzee. De beschrijvingen bevatten uitvoerige tochten. Een wandeling van Amsterdam naar Huizen heen en weer op één dag is heel normaal.

Ik kreeg gelijk het idee om Jacques P. Thijsse te gaan volgen. Het boek verscheen precies honderd jaar geleden en ik wilde eens op zoek gaan naar de plekken die Thijsse noemt in zijn boek. Ook wilde ik weten of de afbeeldingen nog terug te vinden waren in de werkelijkheid.

Daarom combineerde ik laatst een afspraak in Amsterdam met een fietsrit naar de hoofdstad. Het viel eigenlijk best tegen de afstand en ternauwernood bereikte ik de plaats van bestemming op het afgesproken tijdstip. Misschien kwam het ook door de afleiding die ik onderweg had.

muiderberg oude kerk

Ik fietste langs het oude Zuiderzeestrand bij Muiderberg, zakte af naar het water van het IJsselmeer. Het kabbelde tevreden tegen het houten afschot. Ik zag hoe het oude Kerkje aan Zee nu tussen de bomen verstopt ligt en probeerde de kustlijn van weleer op de foto te zetten.

De binnenzee van weleer ligt er nu kalmer bij dan toe. Al schijnt het dat het nog altijd flink tekeer kan gaan op het IJsselmeer. De dreiging voor het omringende land is wel verdwenen. De recreatie wint hierdoor terrein. Al eist de economie ook veel ruimte op in de vorm van energiecentrales en snelwegen. Het laatste vraagt in de omgeving tussen Naarden, Almere en Amsterdam veel ruimte voor de verbreding van de A1, A9 en A6.

Het grote verschil tussen toen en nu zijn de bomen die nu overal weelderig groeien. Het zoute en zilte water van toen verhinderde dat waarschijnlijk. De ruimte valt nu goeddeels weg in het groen. Het kerkje bij Muiderberg ligt helemaal verscholen in het groen.

Het witte dijkhuisje uit het boek is door de bomen eromheen helemaal onttrokken aan het zicht. Met moeite lukte het mij dit huisje dat tussen Muiderberg en Muiden aan de oude Zuiderzeedijk ligt op de camera te krijgen.

dijkhuisje bij muiderberg

Verderop grijpt de bebouwing in. Het Muiderslot vanaf het gezichtspunt in het boek, is nu nauwelijks te vinden. Vanaf de oude dijk, tegen de haven aan, staan hoge loodsen voor de reparatie van plezierjachten. Het Muiderslot valt helemaal weg achter deze schutting van bebouwing.

muiderslot

Terecht merkt Thijsse op dat de Zuiderzeekant een verwaarloosde kant is van Amsterdam. Honderd jaar later is daar weinig aan veranderd. Wat eens de mooie kant van de stad was, waar de schepen voeren van en naar de Oost, liggen nu verwaarloosde fabrieksloodsen, gammele bruggen en een tot park omgetoverde vuilstortplaats.

Gelukkig is er ook meer ruimte voor natuur, al schuren natuur en economie soms rakelings langs elkaar heen. Zoals bij de uitgebreide energiecentrale of bij de uitbreiding van de snelweg. Dan is het lastig plekjes te vinden waar geen verkeer rijdt.

De afbeeldingen zijn afkomstig uit Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse, eerste druk in 1914. De hier weergegeven afbeeldingen zijn gemaakt door Edzard Koning.

Paasontbijt

image

Mijn moeder stond naast mij in het keukentje. Haar zwangere buik drukte tegen het aanrecht. ‘Ik moet naar het ziekenhuis’, zei ze. ‘Het baby’tje komt.’ Samen met mijn broertje werd ik halsoverkop naar kennissen gefietst. Daar waren we de hele middag in spanning.

Na het avondeten was er nog altijd geen bericht. We zouden moeten blijven slapen. Onrustig viel ik in slaap. Zou het morgen dan zover zijn? De volgende morgen was het Pasen. Als er nog geen nieuws was, zouden we meegaan naar de kerk.

De volgende morgen bij het paasontbijt aten we beschuit met muisjes. ‘Jullie hebben een zusje’ vertelde de oppas. ‘Ik hoorde het gisteravond, maar jullie lagen zo lekker te slapen dat ik het nu vertel.’ De muisjes kraakten stuk tussen de tanden. ‘Ze heet Annelies. Je vader komt je zo halen en dan mogen jullie haar zien.’

Na het ontbijt kwam mijn vader eraan gefietst. Mijn broertje voorop, ik achterop. Mijn vriendje was jaloers en wilde eigenlijk met ons mee. Nu moest hij naar de kerk terwijl wij ons nieuwe zusje mochten bewonderen.

Daar in het ziekenhuis zag ik mijn zusje voor het eerst. Op paasmorgen. Zo stond Pasen in het teken van nieuw leven, een leven met mijn nieuwe zusje.

Tere plantjes

image

Jonge plantjes zijn teer, dat weet onze teckel Teuntje ook. In de vensterbank kweken we momenteel tomatenplantjes op. Net als kleine aardbeienplantjes en artisjokken. Voor straks in de moestuin als de temperatuur buiten dat toestaat.

Overdag halen we de deksels van de kleine kweekkasjes eraf. Zo krijgen de planten wat meer lucht en kunnen ze achter het glas nog wat groter worden.

Teuntje heeft niet altijd respect voor dit jonge groen. Zo zag ze vanmiddag een kat lopen in het voortuintje en ontplofte ze achter het raam van woede. Dit is niet de eerste keer, want eerder vielen al andere plantjes ten prooi aan de kattendrift van Teuntje.

Ze vloog precies op de bak met jonge spruiten. Het jonge grut viel treurig op de grond viel. Gelukkig wist Inge alles weer op te rapen en terug te stoppen in de bakjes.

Wel spannend of ze het allemaal nog even uithouden. ‘s Avonds zijn de muizen gek op de bakken met jong groen. Daarom dekken we voor de gordijnen dichtgaan alles keurig af. Maar het blijft een ongelijke strijd.

Boekenspiegel

image

De beste wijzen zijn de wijsgeren die je een spiegel voorhouden. Zo lees ik geïnspireerd op het bijzondere concert in Naarden Het labyrint der wereld en het paradijs des harten van Jan Amos Comenius.

In het tiende hoofdstuk onderzoekt de verteller de stand van de geleerden. Hij ontdekt dat mensen hun getuigschriften niet met hun verstand, maar met hun portemonnee halen.

Na een beschrijving van de bibliotheek, waarbij de geleerden de boeken opeten. De boeken smaken zuur maar de bittere smaak gaat over in een zoete volgens de dikke geleerde die hij spreekt.

Ook treft de verteller geleerden aan die boeken meenemen om ze in de kast te zetten. Ze voorzien de boeken van mooi foedralen en beschilderen ze soms met zilver of goud.

Vervolgens plaatsen zij ze op rijen in de kast, namen ze er echter spoedig daarop weer uit om ze nog eens te bekijken en daarna wederom op hun plaats te zetten. Terwijl zij deze handeling meer dan eens herhaalden, gingen zij nu eens dichtbij, dan weer op een afstand staan en wezen elkaar vol trots hoe mooi die boeken er van buiten uitzagen. (72)

De verteller vraagt aan zijn begeleider Verblinding met wat voor een ‘kinderachtige beuzelingen’ deze lieden zich bezighouden. Volgens Verblinding is het heerlijk een mooie bibliotheek te bezitten. Mensen die een bibliotheek bezitten, vallen volgens hem ook onder de geleerden.

Dan maakt de verteller een rake opmerking:

Evenals iemand die een groot aantal hamers en tangen heeft, maar niet weet hoe deze te hanteren tot de smeden wordt gerekend, dacht ik. (73)

Misschien dat meespeelt dat de bibliotheek van Comenius inclusief manuscripten twee jaar eerder is verbrand. Aan de andere kant wijst hij wel met de vinger op de zere plek: het bezit van boeken zegt niet dat je wat erin staat bezit.

Sprakeloos met een vrouw naar bed – #WoT #leesvrouwen

in-bed-met

Sprakeloos ben ik: het cpnb heeft voor volgend jaar opnieuw een man benaderd voor het schrijven van het boekenweekgeschenk. Voor het dertiende jaar op rij valt een man deze eervolle taak ten deel. Volgend jaar schrijft de Vlaming Dimitri Verhulst het 96 pagina’s tellende boekje dat je krijgt bij de aankoop van 11,50 euro aan Nederlandstalige boeken.

Dimitri Verhulst eindigt een leger aan mannen: Tommy Wieringa, Kees van Kooten, Tom Lanoye, Kader Abdolah, Joost Zwagerman, Tim Krabbé, Bernlef, Geert Mak, Arthur Japin, Jan Wolkers, Thomas Rosenboom en Ronald Giphart.

De laatste vrouw was Anna Enquist in 2002. De rest van de lijst bestaat uit hoofdzakelijk mannen. Grote vrouwelijke nestor is Hella Haasse. Zij schreef liefst 3 boekenweekgeschenken in 1948, 1959 en 1994.

Bij de Nobelprijs kunnen ze het niet maken, daar geven ze de prijs het ene jaar aan een man, het andere aan een vrouw. Bovendien weten ze ook nog eens Westers en niet-Westers met elkaar af te wisselen. Heel knap. Kwaliteit laat zich moeilijk berekenen in afkomst. Ik weet niet of ze ook rekening houden met seksuele geaardheid van de Nobelprijswinnaar.

Het CPNB moet eens de mannentrend doorbreken en een paar vrouwen het geschenk laten schrijven. Dat doe ik als lezer overigens ook. Het is heerlijk om tussen al die mannen ook eens een vrouw beet te pakken. Spannend, sensueel en opwindend tegelijk.

Voor Not just any book’s leesclub Een perfecte dag voor literatuur kruip ik geregeld met een vrouw in bed. Vorige week beleefde ik genoeglijke uurtjes met Eva Kelder. Aangespoord door een tweet van @kimindepen liet ik er mijn lief een mooie foto van maken: samen met Eva Kelder in bed.

Honden in Het leek stiller dan het was

image

Ik heb iets met honden in mijn verhalen, vertelde Eva Kelder afgelopen zaterdag in het Amsterdamse café. Honden komen zeker voor in haar debuutroman Het leek stiller dan het was. Liefst acht honden komen voorbij in het verhaal. Als eerste is daar natuurlijk de hond Drummer. Deze hond vormt de aanleiding voor de zelfmoord van de buurman.

Hoofdpersoon Seije en haar vriend Teun begraven de dode hond Drummer in een perkje begonia’s van de buurman. De buurman koestert deze planten als kinderen. Elke avond wenst hij ze goedenacht door over de blaadjes te strelen.

Waarschuwen

Over de aanleiding van Drummers dood, vertelt de verteller niets. Wel over de reden waarom Seije haar dode hond in de tuin van de buurman begraaft. Ze wil hem waarschuwen. Hij is burgemeester van Vlieland en de eilandbewoners roezemoezen dat hij zijn taken verwaarloosd. De elfjarige Seije wil met deze daad haar buurman wijzen op het gevaar.

Na de dood van Drummer laat Seije de zes hazewindhonden van Sjak uit. Deze dieren worden niet vaak uitgelaten door de eigenaar. Hij is een randfiguur in het dorp. Alleen Seije’s moeder Fenna gaat met hem om. Het is een eigenschap waar de verteller Seije positief over is:

Als ik van al Fenna’s eigenschappen er een mocht uitkiezen om mee naar huis te nemen en aan te passen als een nieuwe jas was het die eigenschap: haar kalm aanschouwen van de vreemde snuiters, de onaangepasten, de kanslozen, de naast-de-pot-pissers. Fenna was voor niemand bang. Ze had niets te verliezen. Niemand. (41)

Volgens Sjak is het altijd de schuld van mensen als een hond slecht was. Hij werd niet boos als weer die ‘duivelse badhonden’ zijn hazewindhonden hadden opgejaagd. Sjak blijft vaak dagen van huis en laat zijn honden alleen achter. Hij laat de deur open zodat ze een frisse neus kunnen halen.

Als ze een keer de deur willen openbreken, is Sjak wel thuis maar schieten de honden de deur uit. Ze waaieren uit over het hele eiland. Het kost de kluizenaar drie dagen de hondjes weer terug te vinden.

Loopse teef

De laatste hond die een rol speelt in Het leek stiller dan het was is de hond Vivian van Teun. Als Seije afscheid neemt van Teun in Edinburgh lopen ze een rondje met de loopse hond. Seije houdt de hond vast als de hijgerige honden in het park op de loopse teef afkomen. Ze moet ontzettend lachen als ze Vivians naam hoort en laat de hond los.

De ondringerige honden likken de teef. Dan denkt Seije aan Drummer hoe zij een keer loops gepakt werd door een reu. Nu komt ze in actie en slaat haar armen om Vivians achterlijf tot de baasjes van de opdringerige honden in actie komen. Teun is heel trots op zijn vriendin. ‘Wauw Pels, je hebt haar gered’, zegt hij. Dan vertelt ze hem dat ze naar New York gaat.

Bij onze ontmoeting in het Amsterdamse café vertelde Cathelijne van Not just any books dat de hond symbool staat voor trouw. Het symbool van trouw geeft een bijzondere dimensie aan de honden die Eva Kelder laat voorkomen in Het leek stiller dan het was.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Eva Kelders debuutroman Het leek stiller dan het was. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties. Zaterdag mocht ik Eva Kelder even ontmoeten, een bijzondere ontmoeting waar ik natuurlijk over blogde.

Bespreking van Eva Kelder: Het leek stiller dan het was. Amsterdam: Meulenhoff, 2014. 282 pagina’s.

Presteren voor de ander

image

Hoofdredacteur van het prestigieuze studententijdschrift, een promotieonderzoek in New York en het resultaat dat bij een toonaangevende uitgeverij verschijnt. Hoofdpersoon Seije Ogilvie bereikt in de roman Het leek stiller dan het was van Eva Kelder posities waar anderen jaloers op zijn. Ondanks al die prestaties, leeft ze een leven waarin ze probeert te doen aan de verwachtingen van anderen.

Aan de oppervlakte lijkt Seije voor zichzelf te kiezen, maar ze onderwerpt zich alleen maar aan anderen. Misschien omdat ze niet een vader in haar leven heeft gehad. Of omdat ze er altijd buiten valt. Op het eiland Vlieland woont ze in het een-na-laatste huis van de straat: ‘alsof we als we niet oppasten zo uit het dorp zouden kukelen’.

Eigen weg

Haar moeder trekt zich er weinig van aan en kiest haar eigen weg. Het lijkt dat haar dochter Seije haar volgt, maar dat is slechts schijn. Het wordt haar fataal. Ze kan zichzelf niet zijn en kiest voor een leven waarin ze zich onderdanig stelt aan anderen.

Natuurlijk houdt ze het niet vol. De tekenen in de roman wijzen er regelmatig op. De uitspraken liegen er niet om, zoals bij de opening van hoofdstuk 32. Ze heeft net Daniel Power leren kennen en geniet van de liefde waarin ze zich helemaal aan hem overlevert:

Ik leerde overgave kennen. Ik omhelsde het met een kracht die vanuit het diepste kwam. Ik gaf me volledig over, zoals een hond op zijn rug gaat liggen en zijn buik laat zien. Er was niet veel voor nodig om me kapot te maken. Maar ik zag het niet en dat geloof in een goede afloop, die totale weerloosheid, maakte me ontstellend gelukkig (158)

Als hij naar New York gaat om het kantoor van zijn vader over te nemen, gaat ze met hem mee. Ze zoekt naar een reden om met hem mee te gaan en regelt een indrukwekkend promotieonderzoek naar de vrouwelijke auteurs van de beat-generation. De veelzeggende titel The Female Howl van haar scriptie vormt hier de opmaat voor:

Het vrouwelijke antwoord op Allen Ginsbergs beroemde gedicht dat de Amerikaanse burgerziel binnenraasde als een bulldozer, voortgedreven door testosteron en rauwe woede. (189)

Ze leidt met Daniel in New York een burgerlijk bestaan, omlijst met feestjes en etentjes met collega’s van hem. Aanvankelijk werkend aan het promotieonderzoek, maar ze kan het niet meer aan. Ze zoekt iets waar ze geen verantwoording meer hoeft af te leggen wie ze is en wat ze denkt. Ze laat haar onderzoek vallen en gaat in een galerie werken.

Bibberig hondje

De held met het veelbelovende talent verandert in een bibberig hondje dat zichzelf kwijt is. Alleen op Vlieland – het eiland van haar jeugd – kan ze zichzelf weer vinden. Ze verliet het in een vlucht en ontdekt daar pas waar je als lezer zo ontzettend jaloers op bent: dat enorme talent dat ze bezit en de boeiende persoonlijkheid die ze is. Ze heeft geen man naast zich nodig om bijzonder te zijn. Ze is wie ze is.

Dat ze daar een boek voor nodig heeft, vergeef ik haar. Het verhaal heeft mij meegenomen, als een tak in een snelstromende rivier. Soms bleef ik steken achter een steen, maar altijd dreef ik weer verder. Een verhaal om van te houden en om door je gedachten te laten glijden. Presteren door jezelf te zijn en de weg te volgen die jij wilt volgen. Hoeveel meer een buitenstaander kan bereiken dan een meeloper.

Normering

Sinds het vorige boek Wat ik weet van Julie Berry hanteer ik een ‘normering’. Hierbij geef ik maximaal 5 sterren bij vier aspecten van het boek (inhoud, vorm, opbouw en stijl), waarna een eindoordeel volgt.

Ik heb voor Het leek stiller dan het was het volgende oordeel:

Inhoud: ****
Vorm: ***
Opbouw: ***
Stijl: ****

Totaal: ****

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Eva Kelders debuutroman Het leek stiller dan het was. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties. Zaterdag mocht ik Eva Kelder even ontmoeten, een bijzondere ontmoeting waar ik natuurlijk over blogde.

Bespreking van Eva Kelder: Het leek stiller dan het was. Amsterdam: Meulenhoff, 2014. 282 pagina’s.

Gedachten laten glijden in park

imageHet eind van de middag van deze bewogen dag loop ik met de honden door het park. Ik geniet van het jonge groen, de intense luchten. Licht en donker wisselen elkaar prachtig af. Soms schiet een felle bui uit de donkere lucht, even later afgewisseld door de frisse zonnestralen.

Ik laat de dag door mijn gedachten glijden zoals de zon met de wolkenhemel speelt. Ik zie hoe ik meega de operatiekamer (nummer 5) in. Hoe de anesthesist nog even terugloopt voor de warme dekens. Ze lagen al aan haar voeteneind.

Hoe wij allebei zenuwachtig zijn voor de ingreep. Voor de operatie moeten we in een zaal wachten. Om ons heen allemaal wachtenden. De een kreeg al het infuus aan de hand. De ander ligt nog te wachten tot het haar beurt is.

image‘Wat wilde je vroeger worden?’ vraagt ze aan mij. ‘Dokter?’ Ik schud nee. ‘Ik wilde dominee worden.’ ‘Dominee?’ zegt ze verbaasd. Ik wil heel veel vertellen, maar weet dat het moment er niet is.

Dan rijdt ze naar de operatiekamer, wordt op het andere bed gezet. De arts komt binnen. Het loopt vol. De anesthesist heeft de spuit met een melkachtig goedje klaarstaan. ‘Ik laat het leeglopen’, zegt hij. ‘Dan wordt je langzaam een beetje draaierig en val je zo in slaap.’

Ik zie hoe snel haar ogen draaien en ze in slaap valt. Een beetje zuurstof uit een kapje waait haar neus binnen. Ik haal het hoortoestel uit haar oor. Zo kan er niks kwijtraken.

imageIk kijk nog een keer. ‘Nou, papa geef haar maar een dikke zoen, dat heeft ze wel verdient’, zegt de oorarts. Ik kijk naar het slapende kind en geef haar een kus. Gelukkig is er iemand bij mij om mij door het labyrint terug te brengen naar Inge. Daar komen de tranen.

Zo loop ik door het park en zie haar wakker worden. De ogen draaien terug, dikke lippen en het gezicht bleek. Ik hou haar hand vast en stel duizend vragen. Ze kan helemaal niks zeggen en verdwijnt weer in de narcose. Maar ze wordt sneller wakker dan ik verwacht en even later zitten we weer op de kinderafdeling.

imageNa een uur zit ze aan de boterham en moet ze naar de wc. Ze kan weer naar huis. Ik fiets de fietsen terug, Inge handelt de laatste dingen af en ik haal ze op met de auto. Zo verdwijnt de hele dag in die voetstappen door het park. De dreiging van regen houdt de andere hondenbezitters uit het park.

Ik heb de paden voor mij alleen. Het gras groen, de bladeren komen. Het is voorjaar en deze spannende dag is goed afgelopen. Nu de tijd voor het herstel. Ik hoop dat het snel is.

image