Overleven door de herinnering

De verzameling brieven en verhalen van Konstantin Paustovski begint in de Eerste Wereldoorlog. De Russische schrijver werkt als hospitaalsoldaat op een ambulancetrein. De trein rijdt door het oorlogsgebied om gewonde soldaten op te halen. Hier ontmoet hij zijn latere vrouw Katja. Zij is zuster van barmhartigheid.

De heftige en indrukwekkende gebeurtenissen in de oorlog, lopen als een rode draad door het verhaal. Op een uiterst treffende manier weet Konstantin Paustovski de verschrikkingen die hij hoort en ziet vanuit de trein te verwoorden. Je leest dat hij in de overlevingsstand staat en beseft hoe iemand zijn gedachten verplaatst uit het hier en nu. Alleen zo kun je overleven. De dromen waaruit hij ontwaakt bewijzen dit:

Ik ben net uit een korte, vreemde droom ontwaakt. Ik ben al bijna vergeten waar die over ging. Als ik mijn geheugen inspan, herinner ik mij nog vaag een brede, hete straat, een donkere nacht, een doorzichtigheid van lichten, het ruisen van een kastanje. Het is een slaperige straat, overspoeld door een tere stilte – een soort zwijgen van de sterren – waarin mijn stappen galmend weerklinken en ik ben ervan doordrongen dat hier ergens heel dicht bij de zee ligt te ademen. De lente is naar de zee toe gestroomd. En in het ruisen van de bladeren, in de warme wind, in het roezemoezen van de zee en de nacht, in alles bespeur ik jouw nabijheid en zie ik je ogen. (53)

Pure poëzie in de meest zuivere vorm. Het leest als een gedicht deze droom. De zintuigelijke waarneming vermengt met de gedachten en de duiding. Wat een betoverende beeldspraak lees ik in dit fragment. Niet alleen een liefdesverklaring, maar veel meer. Een ontsnapping uit de verschrikkingen van de oorlog. De verteller verbergt zich in de belofte van de liefde. Zijn liefde voor Katja houdt hem op de been. Het maakt de oorlog om hem heen niet minder erg, maar hij weet er wel door te overleven.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

Howells Collegium Regale

Dé ontdekking van de afgelopen weken is wel de cd met koormuziek van Herbert Howells (1892 – 1883). De leidraad van de door Hyperion uitgebrachte cd door het Trinity College Cambridge Choir is Howells Collegium Regale. Dit is de standaard liturgie voor een Engelse communieviering. Howells heeft hierbij wel zowel de liturgie voor in de morgen en in de avond gehanteerd.

Howells schreef deze op een bijzonder moment: midden in de Tweede Wereldoorlog. Hij verving in die periode de organist van het St. Johns’ College. Het intellectuele klimaat in Cambridge stimuleerde hem om de muziek bij het Collegium Regale te schrijven. Het is indrukwekkende kerkmuziek geworden die boven veel andere (Engelse) muziek uitsteekt. Waarbij het orgel uitblinkt en echt in samenspel met het koor klinkt, als onderdeel in plaats van als begeleidingsinstrument.

Jubilate

De opening van de cd met de morgenzang Jubilate. De tekst is van psalm 100 en bejubelt God. Een vreugdevoller begin is niet mogelijk. Het is prachtig om dit lied te horen in de nieuwe uitvoering. Heel overtuigend en sterk. Zeker ook door de ruimtelijke werking waar het is opgenomen: in de Coventry Cathedral. Een betere plek is voor deze moderne, (na)oorlogse muziek niet denkbaar.

Wat onmiddellijk opvalt, is de sterke dynamiek die Howells in het werk brengt. De muziek sleept je door alle emoties heen, slingert van luid tot nauwelijks hoorbaar. Daarmee sluit hij heel direct aan op de tekst. Aan het einde van Jubilate is de combinatie met de Orchestral Trumpet 8′, hier klinkend als de tuba, hét soloregister en luidste register op een Engels orgel.

Muziek om echt van te genieten. De kern wordt gevormd door de muziek rond de Office of the Holy Communion, de eigenlijke dienst. De rest van de cd sluit hier heel mooi bij aan en zou zo de samenstelling van een Evensong kunnen zijn. Zeker ook omdat de liederen die buiten het Collegium Regale vallen, erg mooi en passend gekozen zijn. Neem het lied “I love all beauteous things” op tekst van Robert Bridges.

“I love all beauteous things”

Prachtige muziek, waarbij ook hier Howells de tekst op de voet volgt en prachtig weet te grijpen in de muzikale uitdrukking. Het ritme van de tijd weerklinkt in de opening en slingert door het hele muziekstuk heen. Hoe kun je mooier een gedicht omzetten in muziek bij deze tekst?

And man in his hasty days
Is honoured for them.

De schepping van dit muziekstuk sluit hier naadloos op aan. De klimmende mannenstemmen die afgewisseld worden door de hoge, dalende vrouwenstemmen. Daarbij een eindakkoord in kwintligging. Schitterend. Kippenvel gewoon…

Nunc Dimittis
De herhaling van motieven zoals in het Nunc Dimittis, het 2e lied dat in de avondviering gezongen wordt. Het maakt dit lied heel overtuigend en neemt de luisteraar mee. Tekst en muziek volgen elkaar op de voet en de woorden worden treffend in muziek omgezet. De herkenning en werking van de harmonieën maken het tot een toegankelijk werk dat meteen eigentijds is. Een prestatie die Howells tot een heel bijzondere componist maakt.

Daarbij geldt ook dat de uitvoering door Trinity College Choir Cambridge onder leiding van Stephen Layton. Hij weet hierbij de muziek van Howells heel overtuigend tot klinken te brengen. Het gaat met een hoge mate van sensitiviteit. Net als de keuze om de cd af te sluiten met het Te Deum, het openingslied voor de ochtenddienst. Met dezelfde vreugde als waarmee de cd opent, eindigt deze.

Een geniale vondst, die je als luisteraar extra blij achterlaat en bijna oproept om de cd meteen weer opnieuw te draaien. In combinatie met de ruimte waarin het is opgenomen, krijg je hiermee een sfeer die alleen bij een Evensong in een Engelse kathedraal is te evenaren…

Goudzand

Het is misschien wel het mooiste boek dat ik in 2016 las, Goudzand van de Russische schrijver Konstantin Paustovski. Ik heb 2 van zijn boeken in mijn boekenkast staan, maar dit boek dat ik geleend heb van de bibliotheek, haalt mij over aan zijn oeuvre te beginnen. En wat voor een oeuvre is het!

Konstantin Paustovski heeft van de nood een deugd gemaakt. Hij wordt omringd door de wereldgeschiedenis. Goudzand begint met de Eerste Wereldoorlog en loopt via de Russische revolutie en al het gedoe van onteigening en de alleenheerschappij van Stalin, zo de Tweede Wereldoorlog in. Het zijn niet deze gebeurtenissen, maar het vormt wel de leidraad van het krachtige oeuvre van Konstantin Paustovski.

Paustovski vertelt zijn levensverhaal dat begint in de Oekraïne. Hij doorloopt het gymnasium in Kiev, al onderbreekt hij hem diverse malen omdat hij het schoolgeld niet op tijd betaalt. De universiteit komt op hem over als een gevangenis, waardoor hij een zwervend leven gaat leiden.

Ik werd bevangen door levenshonger, begon een zwervend leven te leiden en had daarbij veel verschillende baantjes. Toen de oorlog uitbrak was ik tramconducteur in Moskou. Ik werd ontslagen omdat gewonde soldaten van mij gratis mee mochten. (9)

Dat schrijft Paustovski in zijn inleiding. Hij stelt dat je door reizen en trekken in staat bent om een tijdperk te doorgronden en te doorvoelen. Zo weet hij je ook in zijn aantekeningen te vangen. Het zijn brieven, dagboekaantekeningen, journalistieke stukken en literaire verhalen waarmee Konstantin Paustovski je pakt. Het is een imposant en dik boek dat een levensverhaal is, maar leest als een roman. Wat is dit een indrukwekkend boek.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

Pizza van gisteren – #fietsvakantie

Het tafereel ’s ochtends: we pakken de tent in. Dit keer doen we dat voor de eerste keer. We moeten nog zoeken naar een prettige en snelle werkwijze. Zodoende vertrekken we vrij laat, niet al te lang voor het middaguur.

We fietsen langs het Twentekanaal naar Delden, waar we gisteren ook doorheen reden. Verder naar Hengelo, waar we nog bij de Action iets willen halen: een stekkertje dat ik vergeten ben om mijn telefoon op te kunnen laden. Ik ben er extra blij mee en tevreden rijden we door. De richting van het centrum.

We fietsen door Tuindorp ’t Lansink, langs de zwemvijver waar we kinderen een duik in het water zien nemen. Via het centrum, de indrukwekkende verbouwde fabrieken in Hart van Zuid, waar ik tijdens mijn krantentijd regelmatig kwam. Als we naar Oldenzaal willen fietsen, wordt ons de weg belet: een omleiding.

Ik vrees het ergste: omleidingen zorgen bijna altijd voor dwalen. Als een wegwijzer ons de verdere rit over de Oldenzaalse straat verbiedt, slaan we af. Wonder boven wonder komen we precies in de straat waar we moeten zijn. We fietsen nu aan de kant van Hengelo waar het Vliegveld Twente vroeger voor veel geluidsoverlast zorgde.

Nu heerst er de stilte en oogt alles zo heerlijk landelijk. We kiezen hier de plek om lekker te lunchen. Het belooft een ontzettend lekkere lunch te worden: de koude pizza met kaas van gisteren. We smullen hem op en sluiten af met een krentenbol als toetje. Wat is dit lekker!

Bespaar je echt? – Tiny House Farm

Bij de plannen met de Tiny House Farm of bouw van een huis in Oosterwold komen er veel besparingen voorbij. Zoals de Nebia-douchekop waarmee je tot 70 procent water en energie bespaart. Het zijn mooie besparingen. Al vraag ik mij af of je de kosten er ooit uit haalt. Net als de grote kosten voor het besparen van energie.

Dat is het grote probleem met het kiezen van energiezuinige maatregelen van je huis. Wegen de kosten op tegen de baten? Zeker je moet zuinig zijn met het milieu, maar moet je bijvoorbeeld kiezen voor een vaatwasser? Het kost ruimte en energie. Bovendien vraagt de bouw van het apparaat ook erg veel energie. Verborgen vervuiling die je vaak vergeet.

Het doet mij denken aan de dilemma’s die ik ooit met prof. dr. ir. Bart Vos van de Tilburgse universiteit besprak. Bijvoorbeeld de kwestie: moet ik mijn oude auto vervangen of kan ik er beter mee doorrijden ook al is hij wat minder zuinig dan een nieuwe. Hetzelfde geldt voor lampen: gloeilampen kosten misschien wel meer energie maar spaarlampen zijn heel belastend voor het milieu als je ze weggooit.

Daarmee betekent een douchekop die minder water gebruikt niet per definitie dat je zuiniger leeft. Vaak ga je met een zuinigere douche juist onverschilliger om met de douche omdat hij toch bespaart. En daar schuilt de allergrootste besparing die je kunt maken.

Waarom moet je bijvoorbeeld 1 of 2 keer per dag douchen? De meest zuinige remedie waar je tot meer dan 70 procent kunt besparen is minder (vaak) douchen. Je kunt best af met 2 keer per week douchen en als je het dan ook nog eens maximaal 5 minuten doet, bespaar je al veel water.

Dat geldt eigenlijk voor alle gebruik. Is het allemaal wel nodig. Je kunt ook 1 lampje aandoen in plaats van alle lampen in huis, niet met de auto als je ook kunt fietsen en minder vlees eten. Allemaal ingrediënten die je leven al duurzamer maken. Bovendien bespaar je er ook geld mee.

Dezelfde vraag heb ik bij de krankzinnig hoge isolatiewaarden van huizen. Hierdoor kost het weer veel energie om het huis te ventileren. Dan heb ik het niet over de belasting van het milieu als een huis wordt gebouwd. Allemaal aspecten die je mee moet tellen en waarbij de som geldt als de totale belasting voor het milieu.

Dat is dus altijd de vraag: levert de aanschaf een verlaging op van het verbruik of kan ik op een andere manier die besparing realiseren. Blijven nadenken, want je kunt op veel manieren besparen. Dat betekent ook met de bouw van het nieuwe huis dat we bij elke stap moeten kijken of het echt minder belastend is voor het milieu. Of zitten er addertjes onder het gras?

Tegen de luiheid: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 4

Het 4e canto van de Louteringsberg begint met een wijsheid van de verteller. Dante gaat helemaal op in het verhaal van koning Manfred en vergeet de tijd. Het is het vermogen van de ziel om volledig op te gaan in het verhaal, zegt de verteller. Hij kaart meteen de opvatting aan dat er inderdaad maar 1 ziel in ons huist en niet meer.

Heel handig verplaatst de verteller hiermee de scène naar de volgende. Ze vinden het pad waarmee ze de louteringsberg kunnen beklimmen. Het is een heel smal paadje, zo smal als de gaten in de heg die de wijnboer afdicht als de druiven rijpen.

Dante stelt dat de beklimming is als naar enkele onbereikbare plekken op bergen. Ook hier is de enige route via het smalle bergpad te voet. Dante merkt dat hij vermoeid begint te raken. Het is ook niet mals: via een smalle rotsspleet klimmen de 2 omhoog. Je moet je vasthouden aan de rotswand en letterlijk omhoog klauteren.

Ze komen aan bij een punt waar het even onduidelijk is welke kant ze op moeten. Gelukkig geeft Vergilius een goede raad: niet links, niet rechts maar rechtdoor. Als ze bovenop het plateau staan bekijken ze de omgeving. Het is hier op het zuidelijk halfrond, aan de andere kant van de wereld en Dante beschrijft alles consequent. De zon bestraalt hem daarom ook van links. Vergilius legt aan Dante uit hoe dat komt.

De tocht is loodzwaar, vindt Dante. Hij vraagt aan Vergilius hoe hij dit vol kan houden. De berg is zo hoog dat Dante het einde niet kan zien. De Florentijnse dichter krijgt een mooi antwoord van Vergilius:

En hij sprak: “Het is met deze berg zó gesteld,
dat hij aan zijn voet altijd het lastigst is; hoe hoger
men er op gestegen is, hoe minder zij vermoeit.”

“Wanneer hij bijgevolg zo zo zacht u schijnen zal,
dat het klimmen u zo licht zal vallen als het
dalen van een schuit op stromend water.”

“Dan zult ge aan het einde zijn van deze weg,
en na de arbeid rust genieten.
Meer zeg ik niet, maar dat weet ik voorzeker.” (vs 88 – 96, Haghebaert)

Hier komt Dante een bekende tegen, het is de luie luitbouwer Belacqua. Dante vraagt hem wat hij hier doet. De vraag is al uitermate cynisch: heeft je oude kwaal – de luiheid – weer vat op je gekregen? Ook zijn stadgenoot geeft het antwoord dat hij hoorde van de geëxcommuniceerden: hij kan gered worden als een mensenhart dat in genade leeft, voor hem bidt.

Hier zet Dante heel mooi zijn eigen doorzettingsvermogen tegenover de luiheid van zijn stadsgenoot. Het laat zien dat je door er zelf hard voor te werken vooruit komt. Al is het voor zijn stadsgenoot te laat. Die moet wachten tot een levende ziel voor hem bidt.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 3

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haeghebaert, herzien en ingeleid door Rob Antonissen uit 1947. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Omwolkt door engeltjes – De Lairesse in Rijksmuseum Twenthe

De entree begint mooi. Het krachtig en effectief gebruik van blauw en rood, raken mij. Ik kan erg genieten van de mooie welvingen in de gewaden. De Lairesse verstaat daarin zeker zijn vak. De kleuren rood en blauw schieten uit de doeken en trekken je het schilderij in.

Wel worden de composities omwolkt door engeltjes, kleuters en peuters met volle billen en krulletjeshaar. Het symboliseert de zuiverheid, het pure en volmaakte. De billen ogen ook heel realistisch, de kleur op de blos laat echt een ideaal zien: gezonde, weldoorvoede mensen. De werkelijkheid was in die tijd natuurlijk anders.

Daarnaast is er een mooie verzameling reliëfs te zien. Grote schilderijen die allegorieën uitbeelden en op beelden lijken. Ze hingen in de huizen van de Amsterdamse elite. Net als het indrukwekkende plafond, dat hier nu aan de muur hangt en daarmee en bedrieglijk effect op je heeft.

Alleen mis ik in de composities een duidelijk verhaal. Het zijn zorgvuldig geconstrueerde schilderijen, in een wolk van engelen en andere fantasie. Hierbij verliezen de hoofdpersonen op de schilderijen hun zeggingskracht. Het blijft bij vlakke wezens waarbij je het alledaagse verhaal niet haalt.

Een schilderij als Jezus in de tempel, waarbij Simeon de baby Jezus vasthoudt, is qua compositie lang niet zo spannend als het gelijknamige schilderij van Rembrandt. De halfblinde Simeon die omhoog kijkt in de richting van de wolk van Cherubijnen. Maria die erbij staat in een prachtige blauwe omslagdoek. Het blijft allemaal best statisch en verliest kracht in het verhaal.

De techniek is zeker overweldigend. Het is te mooi om waar te zijn en daarmee geeft deze tentoonstelling ook meteen het antwoord waarom De Lairesse veel minder bekend is dan Rembrandt of Jan Steen. Zij houden het bij het alledaagse, vluchten niet in een klassieke wereld die vooral bedoeld is om chique te doen. De Lairesse staat echt in dienst van zijn opdrachtgevers. Hij streeft een ideale wereld na die hij verbeeldt in zijn schilderijen.

De orgelluiken van De Lairesse laten een heel andere schilder zien. Door de grote kijkafstand is dit schilderij op de houten luiken veel grover opgezet. De bloemen zijn grof gestreken en de gezichten ogen ruwer. Het is daarmee best bijzonder om de luiken van dichtbij te bekijken. Ze laten een andere kant zien van deze schilder. Veel minder poeha en directer, ruwer. Mooi om deze compositie te zien tegenover al het weelderige en opgesmukte van zijn andere werken.

De Lairesse in Rijksmuseum Twenthe

Het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Het staat al lange tijd op mijn lijstje. Ik woonde er niet zo ver vandaan, in Almelo. Later op de camping bij Delden bezocht ik het museum evenmin. Deze week bezoeken we voor het eerst het grote museum in Twente. Het bezit een mooie collectie en biedt eveneens mooie wisseltentoonstellingen.

De orgelluiken van het Westerkerk-orgel in Amsterdam wilde ik wel van dichtbij zien, daarom bezoeken we de expositie “Eindelijk! De Lairesse”. Een overzichtstentoonstelling van het werk van deze grote schilder uit de Gouden Eeuw. Vergeten terwijl hij in zijn tijd gelijk stond met Rembrandt van Rijn.

Ik denk dat er een relatie is tussen Gerard de Lairesse (1640 – 1711) en Twente. Dat hij hier een oorsprong zou hebben. Maar dat is helemaal niet zo. De relatie tussen de schilder en de tentoonstelling is Bob van den Boogert. Hij heeft zich van harte ingezet om de tentoonstelling te realiseren. Helaas heeft hij het niet met eigen ogen mogen zien, hij overleed plotseling in het voorjaar van 2015.

Het is zeker indrukwekkend om de 60 schilderwerken van Gerard de Lairesse hier bij elkaar te zien. Zijn compositie en kleurgebruik verschilt wezenlijk van Hollandse meesters als Frans Hals. Hij heeft een heel eigen stijl, verwijst hierbij heel sterk naar de klassieke oudheid en de bijbehorende verhalen.

Duidelijk bedient hij de Amsterdamse, nieuwe elite. Op zoek naar een eigen identiteit waarin de klassieken duidelijk als grote inspiratie gelden. De verhalen met Endymion, Venus en Mercurius in de hoofdrol. Allegorieën, overgoten van de engelen, kleine kinderen en weelderige vrouwen.

Het zijn allemaal beelden waar Rembrandt een andere draai aan zou geven. De stijl en compositie van De Lairesse doet sterker denken aan een Vlaamse schilder als Rubens. Het verraadt misschien zijn afkomst. Hij komt uit Luik – al is dat geen Vlaanderen – en wordt door een steekpartij met 2 zusters gedwongen zijn geboortestad te verlaten. In Amsterdam komt hij terecht en zijn klassieke stijl bevalt goed onder de burgerij van de hoofdstad.

Morgen het vervolg van dit museumbezoek: Omwolkt door engeltjes

 

Belemmeringen bij het lezen – #50books vraag 2

Wat weerhoudt mij om te lezen? Het zijn teveel dingen die tegenwerken, maar de grootste bedreigingen zijn wel mijn mobiele telefoon en internet. Ben ik aan het typen, dan biedt elke gedachte wel een website en voor je er erg in hebt, verdwaal je in de informatie. Allemaal zinloos en heel tijdrovend.

Het is dan ook heerlijk om echt te lezen. Ongestoord en helemaal verdiept in het boek. Dat is het lekkerste effect van het lezen. Dat lijkt ergens nog het meest op dromen: helemaal weggezonken in het verhaal waarbij je vergeet waar je bent en zelfs wie je bent.

Dat effect heb ik soms ook bij het schrijven. Als internet niet teveel afleiding geeft en de concentratie in opperste vorm is. Niet afgeleid door mijn omgeving en mijn innerlijk, maar helemaal in het onderwerp zittend. Dat zijn ook de leukste blogs, artikelen, verhalen of gedichten om te schrijven. Het lukt alleen te weinig, misschien dat ik voor mijzelf ook te streng ben hierbij.

Verder drukken allerlei verplichtingen zich op. Als ik thuis ben, de was, honden uitlaten of gezellig met het gezin televisie kijken. Allemaal dingen die ook waardevol zijn en waardoor ik niet kan lezen. Als het boek spannend genoeg is, dan probeer ik de dingen die moeten, uit te stellen zodat ik zoveel mogelijk kan lezen.

Niet altijd leuk omdat de dingen die moeten weer veel stress opleveren. Zeker nu met de bouw van ons kleine huis. Dan moet er meer gebeuren, terwijl de vrije tijd met een voltijdse baan al zo gering is…

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Heer van de vliegen – #nederlandleest

William Goldings roman Heer van de vliegen is een sociaal experiment en kan wedijveren aan televisieseries als Expeditie Robinson. Het uitgangspunt van William Goldings roman is een groep jongeren. Ze stranden op een onbewoonbaar eiland en moeten zien te overleven.

Heer van de vliegen is een aangrijpend verhaal over kinderen. Het refereert rechtstreeks naar de ‘grote mensen’-wereld. Een groep oudere en jongere kinderen belandt op een onbewoond eiland na een vliegtuigongeluk. De jonge kinderen moeten eigenlijk opgevangen worden door de oudere kinderen. Het draait om overleven, maar in plaats daarvan splitst de groep zich met alle gevolgen van dien.

De held van het verhaal is Piggy. Hij is de enige die niet met zijn echte naam wordt genoemd, maar hij heeft wel kijk op de zaak en realiteitszin. Terwijl de rest zich verliest in naïef gedrag, wijst hij steeds op hoe ze moeten overleven en wat ze eraan kunnen doen om te worden opgemerkt door voorbij varende schepen.

De drift van de groep jagers om de varkens op het eiland te pakken en op te peuzelen, staat symbool voor de meedogenloze manier waarmee ze onder aanvoering van Jack, Piggy aanpakken:

Ze ontdekten een biggetje dat verstrikt zat in een gordijn van lianen en zich in uiterste doodsangst tegen de elastische strengen wierp. Het gekrijs van het biggetje was ijl, snerpend en doordringend. De drie jongens renden naar voren en met een zwierig gebaar trok Jack opnieuw zijn mes. Hij hief zijn arm. De beweging werd onderbroken, het biggetje bleef krijsen, de lianen bleven schudden, en het lemmet bleef glinsteren aan het uiteinde van een knokige arm. (39)

Het boek komt op mij over als een sociaal experiment waarbij de verteller bedenkt hoe een groep jongeren zich zou gedragen als ze in zo’n situatie terechtkomen. Hij beschrijft het heel realistisch en gedetailleerd in Heer van de vliegen. De kinderen gedragen zich als volwassenen en daarmee benadrukt de verteller juist dat volwassenen zich als kinderen gedragen.

De Heer van de vliegen is een gespitste zwijnenkop waarop vliegen zitten. De kop vormt het geweten van de groep die eigenlijk geen geweten heeft. In plaats van met elkaar te proberen overleven, splitst de groep zich en maakt ruzie met elkaar. De ene groep wil de andere groep overheersen.

Het levert alleen maar ellende op. Terwijl het al zwaar genoeg is op het eiland, zijn ze elkaar aan het afmaken. Ik kon bij het lezen mijn gedachten niet losmaken van de echte, grote mensen wereld. Waarom bezorgen we elkaar zoveel ellende, terwijl we elkaar zo hard nodig hebben.

De held Piggy wacht een gruwelijk lot. Zijn dikke figuur, astma en slechtziendheid zijn mikpunt van spot. Eerst van iedereen, later draait de eigenlijke leider wel bij. Maar dan is er een andere leider opgestaan die het wil overnemen. Piggy moet het hierbij ontgelden en dat wekt erg veel boosheid op. Waarom moet deze jongen zo worden vernederd, terwijl hij de slimste is van allemaal?

De vraag is het antwoord.

William Golding: Heer van de vliegen. Oorspronkelijke titel: Lord of the Flies, 1954. Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema. Voorwoord: Özcan Akyol. Nawoord: Roderik van Grieken. Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 2016. 232 pagina’s. ISBN: 978 90 5965 388 7. Boek cadeau van de Openbare Bibliotheek, ter gelegenheid van Nederland Leest 2016.