De benedenhelling: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 7a

Het moet een heel vreemde gewaarwording zijn voor de troubadour Sordello. Hij heeft net een preek gehoord van Dante over de wantoestanden (of is het liefde?) in Italië en Florence als hij zich omdraait naar Dantes reisgenoot.

Ineens ontdekt Sordello dat hij staat te praten met niemand minder dan de grote klassieke dichter Vergilius. Hij kan het niet geloven als Vergilius zich aan hem bekendmaakt en kan alleen nog maar stamelen.

Misschien is het dezelfde gene die mij trof als ik Gerrit Komrij tegenkwam. Ik was met een studiegenote op de boekenmarkt op het Spui toen ik hem ineens zag staan. Ik stamelde, wilde wegvluchten. Nee, die kent mij niet meer. Ik heb hem maar 1 keer ontmoet en dat was na een lange avond in de kroeg.

Mijn studiegenote moedigde mij aan om het wel te doen. Ze bleef op gepaste afstand staan. En zo ging ik. Met lood in de schoenen. En wat schetste mijn verbazing: hij wist wel degelijk wie ik was. Zo trots als een pauw was ik. Deze bijzondere dichter die ik zo bewonder, wist wie ik was.

Of de schilderes An Markus die ik begin vorig jaar op haar eigen expositie in Zwolle zag rondlopen. Ik had haar een maand eerder geïnterviewd in haar atelier in Amsterdam. Die weet niet meer wie ik ben en ik wilde al wegrennen, maar zij herkende mij. Het blijft een aparte gewaarwording om zo’n beroemde kunstenaar te mogen ontmoeten.

Als de troubadour Sordello is bijgekomen, eert hij de grote dichter in prachtige bewoordingen die ongetwijfeld in het Italiaans nog veel overtuigender zullen klinken:

Dus was Sordello, die de wenkbraauw neêrsloeg
En op het nedrigst tot hem wederkeerde,
Om hem te omarmen waar ’t de mindre doet.

“O glorie der Latijnen (sprak hij toen)
Door wien het blijkt wat onze taal vermag!
O eeuwige eer der plaats waar ‘k heb geleefd!

Wat gunst en wat verdienste brengt u tot mij?
Zoo ‘k waardig ben uw woorden aan te hooren,
Zeg mij: Komt ge uit de Hel, en uit wat kring?” – (vs 13 – 21, Kok)

Sordello legt hier mooi de link tussen het Italiaans waarin de Divina Commedia is geschreven en de taal waaraan het Italiaans is ontsproten: het Latijn, de taal van de Romeinen. De woorden die de troubadour zingt, zijn mooi, eervol en vol bewondering.

Vergilius is niet van zijn stuk te brengen. Hij blijft rustig, symboliseert ook het verstand in deze Goddelijke komedie. Ook hij heeft het zwaar gehad bij zijn tocht door de hel. Het heeft hem tot hier gebracht, vertelt hij trots aan de troubadour. Nu zoekt hij de plek waar de loutering werkelijk zal beginnen.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 7

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.S. Kok uit 1863/1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Irundina

Een vrouw met het postuur van een meisje van 12 jaar oud. Zo begint het verhaal Irundina van Hella Haasse. Het is een ‘waargebeurd’ verhaal. Als Hella Haasse in Saint-Witz bij Parijs woont, is Irundina haar hulp in de huishouding. Aan de hand van haar levensverhaal vertelt Hella Haasse hoe een Portugees meisje illegaal naar Frankrijk gaat om de ziektekosten voor haar zieke zusje te kunnen betalen.

De bijzondere naam van Irundina komt door een Engelse dame die verwacht dat haar tuinman een zoon krijgt. Hij moet hem Hiram noemen, stelt ze. Het wordt echter een meisje en haar vader verhaspelt haar naam tot Hiramdina. Bij de burgerlijke stand maken ze er op het geboortebewijs Irundina van. Ze laten het maar zo.

Ze leeft in grote armoede. Als haar vader ziek wordt, is er geen geld voor het ziekenhuis en overlijdt hij. Ze is heel leergierig maar als ze 10 jaar oud is, haalt haar moeder Irundina van school. Ze moet thuis meehelpen in de huishouding. Als haar zusje ziek wordt, besluit Irundina om naar Frankrijk te gaan om daar geld te verdienen voor de familie. Het wordt een spannende tijd, waarbij ze hulp vindt, maar ook voor een hongerloontje overal aan de slag gaat om maar geld binnen te halen.

Daarmee geeft Hella Haasse het prachtige verhaal van haar huishoudster door. Het is nu pas gepubliceerd. De tekeningen in het boekje zijn gemaakt door Sylvia Weve. Ze ogen heel eenvoudig en geven het verhaal een mooie, diepe lading. Al is het jammer dat het verhaal afloopt zoals verhalen uit de werkelijkheid: het eindigt abrupt. Al geeft de verteller er een mooie draai aan en schrijft dat als het een roman was, ze het zou laten eindigen met een ontmoeting met de Engelse dame die de naam Hiram voorstelde.

Het is allemaal niet zo gegaan. De werkelijkheid is anders:

Zo zou het gebeuren in een roman met een goede afloop. Maar ik heb Irundina en haar leven niet verzonnen: zij bestaat, en wat ik over haar geschreven heb is echt gebeurd. Ik ken geen toverkunst om de werkelijkheid te veranderen. Laten we hopen dat het lot haar wél gunstig gezind is, dat ze gezond blijft en gelukkig wordt. (79/80)

Die afloop kennen we niet, maar het is een prachtig verhaal. Zeker ook door de treffende tekeningen die bij dit verhaal zijn gemaakt. Daarbij heeft Hella Haasse het immigrantenverhaal van een bijzondere vrouw uit Portugal doorverteld. Met haar 22 jaar is dat al een bewogen leven, vol verantwoordelijkheidsgevoel en een dienende houding. Heel mooi dat Hella Haasse dit verhaal heeft doorverteld.

Hella Haasse: Irundina. Met illustraties van Sylvia Weve. Amsterdam, Antwerpen: Em. Querido’s Uitgeverij, 2016. ISBN: 978 90 214 0215 4. 88 pagina’s. Prijs: € 15. Bestel

Mooie zinnen of niet?

Noodweer van Marijke Schermer bevat een paar mooie zinnen. Een paar voorbeelden:

Het water lijkt dikker dan anders […]. (56)

Of:

Eindeloos bespraken ze hun eerste ontmoetingen, reconstrueerden ze hun gedachten, fabuleerden ze variaties, slepen ze de herinneringen scherp, wreven hem op tot een schitterend bewijs. (83)

Maar wat staat hier eigenlijk? Als je erover nadenkt blijft er van dit fragment weinig over van betekenis.

Of:

Haar stilte veroorzaakt meegaandheid. (106)

Allemaal zinnen die zich soms heel fraai poëtisch gedragen. Binnen het verhaal passen ze goed, al zorgen ze soms ook voor vertragingen. Niet altijd welkom, maar het geeft de roman Noodweer wel een beetje jus om de droge prak wat smeuïger te maken.

Marijke Schermer: Noodweer. Roman. 3e druk. Amsterdam: Uitgeverij Van Oorschot. ISBN: 9789028261648. Prijs: € 17.50. 160 pagina’s.Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over de roman Noodweer van Marijke Schermer. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

De schurk Nico Dorlas – #50books antwoord 7

Wie is je favoriete schurk, vraagt Martha in haar boekenvraag 7 van #50books. Juist op dat moment sla ik de laatste bladzijden om van de übervette roman Kwaadschiks van A.F. Th. van der Heijden. Daar zit een gigantische schurk in. Eersteklas eikel en een gevaarlijkere persoon ken ik eigenlijk niet.

In Kwaadschiks wordt alles van kwaad tot erger. Nico Dorlas wordt in de steek gelaten door zijn vrouw Desy. Ze blijkt ook nog eens zwanger te zijn en ze wil het kind weghalen. In nog geen 24 uur verandert de hoofdpersoon van een zielige alcoholist in een monster.

Hij transformeert in de grootste schurk die ik in een boek ben tegenkomen. Het masker dat Dorlas draagt, lijkt wel op het masker dat Hannibal Lecter draagt in The Silence of the Lambs. Als hij gaat schreeuwen, verwijst de verteller ook naar de schreeuw van de schilder Munch. Het is een schreeuw van wanhoop, iets buiten hemzelf:

Als hij tekeerging tegen een vriendin kwam het hem voor dat zijn buitenproportionele geschreeuw werd voortgebracht door de wijd geopende muil van een vent die zich, onkenbaar, achter zijn brede rug verschool. Een souffleur die niet luisterde maar uit alle macht gilde, en aldus Dorlas dicteerde hoe zijn woede vorm te geven. (222)

Ondanks dat Nico Dorlas een schurk is, heeft hij ook iets sympathieks over zich. De verteller laat zien dat Nico zich misdraagt, maar dat hij ook maar een mens is. Zo sterk zelfs dat je na alles wat er gebeurd is, vindt dat de straf die hij krijgt buitenproportioneel is. Al besef je dat als hij vrij komt, de bom weer kan barsten.

Het is zo’n voorbeeld van bewustwording en vooral van een angst. Kan niet ieder mens zich zo gaan gedragen als er kortsluiting in het hoofd ontstaan?

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

De eerste merel

Het fluiten van de eerste merel van het jaar heeft iets magisch. Ik fiets aan het eind van de werkdag naar huis, rij om via het bos. Als ik de tunneltjes onder de snelweg doorfiets en langs de Mc Donald’s rijd, hoor ik hem boven het geraas van het verkeer uit. Het valt bijna niet op, maar is toch heel duidelijk te horen.

Het is een feest der herkenning, die volle ronde klank, die hoge tonen. Het is de merel, turdus merula. De allereerste van dit jaar! Geweldig, mijn vrienden laten weer van zich horen.

Een heerlijk gevoel: langer licht en ook de natuur die weer van zich laat horen. Het vogeltje zit in de boom naast het fastfoodrestaurant en fluit het hoogste lied. Ik voel mij met hem verbonden. Hoe is het mogelijk. Op de enige boom die hier nog staat, fluit hij zijn voorjaarslied.


Net als dat ik eerder ’s morgens heb gestaan bij de schapen. Ze eten van de bodem. Hoe kunnen ze in deze winterwoestenij nog iets eetbaars vinden. Ze scharrelen tussen de bomen en vinden genoeg om op te kauwen. Zo keert het leven weer terug in de natuur.


Als ik Stedenwijk binnenfiets, hoor ik de tweede merel van dit jaar. Alsof ze met elkaar hebben afgesproken dat het weer kan. Er mag weer gezongen worden en daarom zingen ze het hoogste lied. Na de zanglijsters is het nu de beurt aan de merels. Het voorjaar hangt in de lucht…

Boeren – #fietsvakantie

De boerencamping vlakbij Denekamp staat vol met caravans. Bij elke caravan hangt de was – altijd een theedoek – en staan 2 grote tuinstoelen met een bijbehorende tafel. Als we aankomen is het net etenstijd.

Ik loop over de camping op zoek naar een plekje en informeer meteen naar de eigenaar. Die is even weg. We kunnen onze tent wel ergens opzetten, vindt een gast. Hij ruikt naar bier en is zichtbaar aangeschoten. We lopen over het terrein. Alleen maar caravans. Geen enkele tent. En alleen maar senioren.

Ze kijken naar ons met bewondering én afgunst. Helemaal op de fiets? En hoezo een tentje. Een man komt net terug van de afwas en stapt met de schone vaat in de afwasbak zijn caravan in. Wij zetten onze tent op. Ik rommel wat met het pitje en zie dat alle ogen op ons gericht zijn.


Na het avondeten komt de eigenaar langs en zegt dat het prima is dat we hier een nachtje. We rekenen meteen af en ik praat met hem over koetjes en kalfjes. Letterlijk. Hij is melkboer geweest. Met pijn in het hart heeft hij afscheid genomen van zijn veestapel.

De man is net zo oud als ik, houdt echt van boeren, maar merkt dat de opbrengst niet opweegt tegen de baten. Het is meer hobby dan dat je ervan kunt leven, stelt hij.

Dat valt mij op. Ik hoor het vaker tijdens deze vakantie. Veel boeren op boerencampings zijn gestopt met boeren. Het kost meer dan het oplevert. Jammer om te zien hoe het platteland geleidelijk leegloopt en het leven eruit loopt.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Archeologisch onderzoek – Tiny House Farm

Het wagentje van het grondonderzoek is vorige week op ons toekomstig stukje land geweest. Het was voor de 2e meting van het archeologisch onderzoek. Op een aantal plaatsen is een grondmonster genomen en bekeken of en hoe het leven in het verleden op deze plaats is geweest.

De uitkomst wordt beoordeeld door de stadsarcheoloog en zijn bevindingen kunnen betekenen dat er nog meer onderzoek nodig is. Er wordt weleens wat gevonden in dit deel van Oosterwold. Ons toekomstig plekje ligt niet zover van de Eem.

Er is veel bewoning geweest in het vroegere stroomgebied van deze rivier. Iets verderop is bijvoorbeeld een vuurplaats gevonden. Erg indrukwekkend maar ik hoop dat zoiets niet onder ons plekje zit. De vondst van prehistorisch leven kan namelijk betekenen dat je niet mag bouwen.

Het 1e deel van de metingen is in november geweest en het 2e deel was dus vorige week. Wanneer de uitslag bekend is, weet ik niet. Het zal nog even wachten zijn. De stadsarcheoloog heeft het heel druk met de vele aanvragen.

Het kan dus nog even duren. Tot die tijd zitten we in spanning. Er kan in een diepere laag leven gevonden worden. Niet dat er in de grond iets veranderd is. Het is alleen nieuwe informatie voor ons, met verstrekkende gevolgen voor het project Tiny House Farm. Nu vooral hopen dat het positief voor ons uitpakt.

Bij het heien voor de huizen van de naastgelegen percelen heeft de drone van Juup Dales ook het wagentje van het archeologisch onderzoek gefilmd.

Noodweer

De roman Noodweer van Marijke Schermer bevat een geheim. Het is het geheim van de hoofdpersoon Emilia. Ze is getrouwd met Bruch. Als het hoge water van de rivier hun dijkhuisje bedreigt, stijgt het water haar letterlijk aan de lippen. Ze moet het vertellen of ze wordt gek.

Tussen de bedrijven door volgt het verhaal hoe ze Bruch heeft ontmoet. Het is bijna een doktersroman. Na de fatale avond, komt ze hem tegen in het ziekenhuis waar ze behandeld wordt. Ze wil een nieuw leven beginnen en besluit voor Bruch te verzwijgen wat er is gebeurd.

Bruch is een knappe man die heel wat lijkt van voren. Tot je hem van achteren of opzij ziet en hij niet veel meer is dan een slungelige magere man, constateert de verteller. Helemaal als de kleren uit gaan, blijft er weinig meer over.

Ze heeft hem leren kennen toen hij al af was, toen hij de indruk wekte dat hij af was. Hij was vierendertig. Hij had een witte jas waarin uit een borstzakje een rijtje pennenkopjes satk. Internist, immunoloog, geïnteresseerd in de manieren waarop het lichaam zich in zichzelf keert. (30)

Emilia is een begenadigd statisticus. Samen met 3 compagnons heeft ze een eigen bedrijfje. Ze staan voor de tussen het geld of de bijzondere opdrachten. Een van hen gaat weg, bij een verzekeringsmaatschappij werken om complexe risicoberekeningen te maken.

De verhuizing naar een buitendijks huisje, ver en afgelegen, gooit roet in het eten. Ze mist de drukte van de stad. De eenzaamheid en de afgelegen plek waar het huis staat, maken haar helemaal gek. Ze kan het niet aan.

Het verhaal kronkelt langzaam vooruit. Zeker, er zitten mooie ideeën in en de verteller formuleert mooie zinnen die diepzinnig ogen, maar de roman mist wel snelheid.

Gelukkig bevat Noodweer ook enkele boeiende wendingen. Zoals het idee van Emilia dat zij een geheim voor Bruch heeft. Ze blijkt namelijk niet de enige te zijn met een geheim. Het geeft het verhaal een mooi einde. Al blijft voor mij de gedachte overeind of het niet allemaal wat sneller en korter had gekund.

Marijke Schermer: Noodweer. Roman. 3e druk. Amsterdam: Uitgeverij Van Oorschot. ISBN: 9789028261648. Prijs: € 17.50. 160 pagina’s.Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over de roman Noodweer van Marijke Schermer. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Melville

Een leuk ontdekking is het boekje De klerk Bartleby van Herman Melville. De Amerikaanse schrijver is vooral bekend van Moby Dick, een roman die tijdens zijn leven absoluut niet werd gewaardeerd. Het is nu het enige boek dat we van hem kennen. De rest is ondergesneeuwd.

De middelmatige werken van Melville zijn tijdens zijn leven ongekend populair. Als hij met Moby Dick voor de verdieping en een geheel eigen stijl kiest, wordt hem dat niet in dank afgenomen. Herman Melville trekt zich deze kritiek heel erg aan. Het brengt hem tot waanzin. Zo laat hij het schrijven los, verkoopt de boerderij en gaat in New York aan de slag als inspecteur bij de douane.

Het verhaal De klerk Bartleby past helemaal in deze lijn. Het is een prachtig verhaal over een hoofd van de griffiers, een functie die door een grondwetswijziging niet meer bestaat in de staat New York. De sfeer op zijn kantoor is grimmig. De medewerkers bezitten allemaal hun positieve kanten, maar hebben vooral hun onhebbelijkheden. Het uitzicht op een blinde muur en aan de andere kant een luchtkoker, brengen hier weinig verandering in.

Als door de grote werkdruk toch iemand nodig is, neemt de verteller Bartleby aan. Hij weet niet veel van deze man, maar hij neemt hem aan na een paar woorden betreffende zijn kwalificaties. Aanvankelijk werkt deze man ijverig, maar geleidelijk aan weigert hij steeds meer opdrachten. Hij doet dit met de opmerking: ‘Liever niet.’

‘Liever niet,’ echode ik, terwijl ik hogelijk opgewonden opstond en de kamer in één stap doorkruiste. ‘Wat bedoel je daarmee? Is het je in je bol geslagen? Ik wil dat je me helpt dit vel papier te collationeren – pak aan’, en ik wierp het hem toe. (25)

De situatie wordt steeds erger en uiteindelijk zit de klerk Bartleby werkeloos voor zich uit te staren. De verteller weet zich hier geen houding tegenover aan te meten. Zo lijkt het of de klerk achter het scherm op kantoor woont. De verteller is radeloos. Hij verhuist er zelfs zijn hele onderneming voor, maar het mag niet baten. De klerk Bartleby blijft hem achtervolgen.

Hiermee is De klerk Bartleby een heerlijk absurdistisch verhaal dat je radeloos maakt. De klerk is passief en weigert alles te doen onder het motto: ‘Liever niet’. Het maakt je als lezer net zo radeloos als de verteller. Tegelijk roept de klerk medelijden bij je op. Daarmee ga je helemaal mee met de verteller, die Bartleby tegemoet probeert te komen. Terwijl deze alleen maar verder wegzinkt. Het lijkt daarmee een onafwendbaar lot waarop de man en uiteindelijk ook zijn baas afstevent.

Een heerlijk verhaal om te lezen, waarbij mij ook zo aanspreekt dat het op een kantoor speelt. Misschien is dat wel het grootste feest der herkenning in dit verhaal. Het zou zo kunnen gebeuren op het werk…

Herman Melville: De klerk Bartleby, Een verhaal van Wall Street. Oorspronkelijke titel: Bartleby, the Scrivener. A Story of Wall Street. Vertaling en nawoord: Rosalien van Witsen. Illustraties: Charlotte Schrameijer. Amsterdam: Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2016. ISBN: 978 9025 3041 95. 96 pagina’s. Prijs: € 7,99. Bestel

Bederf de aarde niet

De laatste boodschap die Konstantin Paustovski achterlaat, is van een betoverende schoonheid. Hij heeft eeuwigheidswaarde, zo ervaar ik het. Want het onderwerp is actueler dan ooit. Op het briefje dat hij heeft nagelaten staan zijn mooiste woorden geschreven. Het is een oproep om de aarde niet te bederven, maar zuinig te zijn op deze wereld:

Deze aarde is onze woning, geef haar niet uit handen aan verwoesters, laag volk en leeghoofden. Wij als erfgenamen van Poesjkin, zullen daar rekenschap en verantwoording over moeten afleggen. (570)

De verwoesters, laag volk en leeghoofden lijken nog altijd alle ruimte te hebben. En dat mag je je als nadenkend mens, je aantrekken. De wereld verandert zo van iets moois in een ruïne waaruit elk greintje leven is verdwenen. Een aansporing om zuinig te zijn met deze aarde. Het is ons huis en we moeten het niet laten bevuilen.

Je kunt er ook een kunstzinnige oproep in lezen, om zuinig te zijn met de literatuur en de dichtkunst. Deze zijn immers net zo fragiel en kostbaar als de wereld om ons heen. De erfenis van dichters als Poesjkin. Wat mij betreft hoort Konstantin Paustovski daar zeker ook bij.

Als de bloemlezing en vertaling van Wim Hartog mij iets heeft gebracht, dan is het de waardering en liefde voor de schrijver Konstantin Paustovski. Wat een schrijver is dit. Zelfs in eenvoudige brieven aan zijn vrouwen en kinderen, blinkt hij uit. Hij laat zien dat een schrijver nooit stopt met werken, maar de woorden vindt om zich uit te drukken.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel