Meiler

image

Ik weet niet of ik het het mooiste stukje uit het boek vindt, wel een heel aangrijpend deel. Het is een passage die op de grens staat van bewondering voor zijn vader naar schaamte. Het is zeker een sleutelpassage in de roman van Joachim Meyerhoff Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. De ik-verteller maakt een meiler samen met zijn vader.

De vader van de hoofdpersoon en ik-verteller heeft een vakantiehuisje gekocht. Een beetje in een opwelling. In het huisje naast hen woont een straatarm gezin. Zij knappen het stulpje aan de Oostzee helemaal op. Het is een enorm werk, maar vader is optimistisch en gaat voortvarend te werk. Natuurlijk met hulp van moeder. Zij weet zijn theorie uitstekend om te zetten in de praktijk. Zonder haar is zijn boekenkennis niks waard.

Josse heeft op televisie gezien hoe ze in vroeger tijden houtskool maakten onder een meiler, een enorme berg zand en plaggen waaronder het hout brandt tot houtskool. Hij wil er dolgraag ook eentje maken en vraagt of zijn vader hem daarbij wil helpen. Het is voor hem al een hele sensatie om zijn vader te zien zwoegen bij het houthakken, stapelen van het hout en steken van de graszoden. Het laatste gaat zijn vader wat minder goed af:

De grond onder het gras was vet en het blad van de spade was er moeilijk in te krijgen. Maar ik kon iets wat mijn vader al na de eerste poging opgaf. Het lukte me met beide voeten tegelijk op de bovenkant van het blad te springen en het zo min of meer de grond in te stampen. Zo sneden we de plaggen aan vier kanten los en tilden ze op. (163)

Er is weinig te eten in het huisje en ze komen in tijdnood. Vader moet naar D-Boven. Ze steken de houtberg met zand en plaggen aan en maken er nog snel een paar rookgaten in. Als het begint te regenen op de terugweg, verdwijnt alle hoop dat het hem lukt het hout tot houtskool om te vormen.

Als hij een week later de plaggenberg ziet en merkt dat er nog altijd rook komt uit de kleine heuvel, gloort er weer hoop aan de horizon. Zijn twee broers mogen de berg met geen vinger aanraken. Als ze voorstellen om de meiler alvast open te maken, ontzegt hij de twee de toegang tot zijn meiler. Hij kan dan in de brand vliegen, weet de hoofdpersoon nog van de televisiedocumentaire.

Als ze weer een week later de berg zien is hij nog altijd warm. De broers stellen nu voor om er water in te gieten, maar ook nu laat Joachim de twee niet toe tot de meiler. Het geduld is die week erna op. Hij wil gaan samen met zijn vader. Als hij hem dan openmaakt en bukt…

Jarenlang werd mijn vader elke ochtend afgehaald door een patiënt die een autostuur in zijn handen hield. Hij was de chauffeur van mijn vader. Mijn vader slenterde tevreden met zijn dokterstas achter hem aan, en een meter voor hem uit hield die jongen dat stuur in de lucht, stuurde nu eens naar links, dan weer naar rechts en bromde met trillende lippen een vochtig ‘brrrrrrrroem’. (232)

Wat ik zag, was ongelooflijk: een geheimzinnig glinsterend, zwartzilveren labyrinth van houtskoolblokken. Ik brak nog een stuk uit de buitenwand. Het zag eruit als de gebogen scherf van een antieke aarden pot. Vanbuiten licht, vanbinnen zwart gelakt door het roet. (168/169)

Wat is hij trots. Hij ziet een paar weken later hoe de stukken houtskool onder de barbecue verdwijnen. Hij is trots en beetje weemoedig tegelijk. Het is de enige keer geweest dat Josse samen iets met zijn vader bouwde.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Alle de Wercken van Focquenbroch – #50books

wpid-20150322_134403.jpgHet oudste boek in mijn boekenkast is het boekwerk Alle de Wercken van Focquenbroch. Het boek uit 1679 bestaat uit drie delen en zit in een onooglijke band, maar het is wel de oorspronkelijke.

De houtsnedes aan het begin van elk deel zijn werkelijk een lust voor het oog, met heel treffende details, waarbij die van de Afrikaanse Thalia buitengewoon gedetailleerd en treffend is verbeeld. Alles zit in deze 3 houtsnedes van de hand van Schoonebeek.

image

Koopman en dichter

Focquenbroch is een koopman en een dichter die veel Latijns werk vertaalde. Dit is ook terug te vinden in het boekje dat ik in bezit heb onder de titel: De Aeneas van Virgilius in sijn Sondaeghs-pack.

Het is een allegaartje van dichtwerk, maar Focquenbroch is van alle markten thuis en reist de hele wereld rond met zijn dichtwerk. Niet alleen Afrika, waar hij een periode werkt en in 1670 ook sterft, maar ook Indië en Japan komen in zijn boek voor.

image

Taalgebruik

Het taalgebruik en vooral de spelling staan wat verder van ons af, maar het is heerlijk om te lezen. Focquenbroch staat bekend als een cynische dichter die veel satire in zijn poëzie verwerkt. Naast gedichten, schreef hij ook toneel (die zitten ook in mijn band uit 1697). De poëzie moet ook vaak gezongen zijn, zoals dit lied:

Wegh wegh ick verlaet het malle Vryen:
Faustina had wel eer mijn ziel bekoort;
Maer door de tijd is die Min gans versmoort,
Nu schyf ick het minnen heel ter syen
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

‘k Sal niet meer op liefd van Maegdenhoopen,
Gelijck ick eertijds op Faustina deê:
Neen losse Maegt. ‘k haet de pijn die ick leê,
Des soeck ick de Liefde nu ontloopen.
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

Een prachtig lied dat ook nu nog gezongen zou kunnen worden. Ik ken mooie reconstructies van liederen uit zeventiende en achttiende eeuw. Dit lied past daar uitstekend in. De tekst mag dan ver van ons af lijken te staan, maar als je je er een beetje in verdiept, kom je een heel eind.

Zo heb ik in huis iets uit de zeventiende eeuw, een lot uit een boekenlot dat ik voor iets anders had gekocht, blijkt een heel mooi kleinood te bevatten. En ik geniet ervan.

Lees zelf uit het werk van Focquenbroch dat ik in bezit heb op dbnl.nl

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Omringd door gekken

image

De ik-verteller en hoofdpersoon van Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest wordt letterlijk omringd door gekken. Hij woont met zijn familie midden in de Inrichting voor kinder- en jeugdpsychiatrie Hesterberg. Zijn vader is directeur van de instelling.

Het levert mooie portretten op van mensen die het misschien niet helemaal op een rijtje hebben. Tegelijkertijd is de ontlading van deze eerlijke mensen heel treffend. De verteller weet ze mooi te vatten in zijn beschrijvingen. Zoals de wanneer de vier patiënten op de verjaardag van zijn vader een bos bloemen geven. Zijn moeder stopt de bloemen in een vaas:

Ze had ook al eens meegemaakt dat er een paar patiënten aanbelden en haar een reusachtige bos rozen gaven. Toen ze de bloemen voor het raam zette en naar buiten keek, ontdekte ze dat alle rozen in de tuin waren afgeknipt. (63)

Deze beschrijvingen zijn heerlijk en vatten in een paar zinnen de essentie van de mensen in de inrichting. Joachim Meyerhoff is een meester in dit soort beschrijvingen van de patiënten. Hij weet ze in een paar woorden te vatten, gezien vanuit de ogen van het kind dat hij was.

De klokkenluider

Zo vertelt hij meerdere keren over de klokkenluider. Het is een patiënt waar heel bang voor is. Hij draagt twee vergulde klokken met een stevig handvat en zwaait al lopend met zijn klokken langs zijn oren. Je hoort hem van verre aankomen en de verteller is doodsbenauwd voor hem.

Maar na een geruststellende kennismaking laat hij zich altijd door hem over het instellingsterrein dragen alsof hij een klok is. Vanaf dat moment mag hij bijna elke dag op hem rijden. De klokkenluider is zijn menselijke troon geworden. Hij herkent zich in het beeld van Sint Christoffel in de kathedraal van hun stad Sleeswijk:

In zijn handen hield de veerman een lange tak die een heel stuk boven hem uitstak. Op zijn schouders zat het kindje Jezus. Zonder het verhaal te kennen van de veerman die bijna bezweek onder het gewicht van zijn passagier, keek ik gefascineerd naar het hoog boven mij zittende kinde. Ik kon mij goed voorstellen wat voor uitzicht het daarboven had. (99)

Eigen chauffeur

De klokkenluider keert later nog een keer terug in het verhaal. Net als veel andere patiënten uit de inrichting. Ze zwermen om zijn leven als de andere gezinsleden in het verhaal. Zijn vader is wel de stuurman die het schip in de juiste richting koerst. Hij heeft zelfs zijn eigen chauffeur. De ik-verteller vindt maar dat zijn vader zich idioot gedraagt. Hij doet mee met de patiënten. Ik vind het vooral mooi:

Jarenlang werd mijn vader elke ochtend afgehaald door een patiënt die een autostuur in zijn handen hield. Hij was de chauffeur van mijn vader. Mijn vader slenterde tevreden met zijn dokterstas achter hem aan, en een meter voor hem uit hield die jongen dat stuur in de lucht, stuurde nu eens naar links, dan weer naar rechts en bromde met trillende lippen een vochtig ‘brrrrrrrroem’. (232)

Hier spreekt de oudere verteller die zich schaamt voor zijn vader. Het is zo typerend hoe mooi de verteller je meeneemt. Hij trekt je in zo’n vergelijking helemaal mee van de schaamte van de puber naar het inleven van zijn vader in de patiënten.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Kamergeleerde

image

Een ode aan de vader van de verteller is Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit geweest is van Joachim Meyerhoff. Zijn vader is directeur van de psychiatrische inrichting voor jongeren. Aan het begin van het verhaal als de verteller 7 jaar is, wordt zijn vader 40. Het is een breekpunt voor zijn vader: hij stopt met roken:

‘Ik zeg er wel meteen bij dat ik op mijn tachtigste verjaardag, op de ochtend van mijn tachtigste verjaardag – wie weet, misschien zitten we dan ook wel weer met zń allen bij elkaar, net als nu – weer begin. Ik stop vandaag dus niet definitief. Ik las alleen een veertigjarige rookpauze in. En ik wil ook afvallen.’ (38)

Het verhaal van vader wordt wreed verstoord als een merel tegen het raam vliegt. Het dier moet het met de dood bekopen. De rest van de veertigste verjaardag van zijn vader zijn ze bezig de zwarte lijster te begraven.

Het moedige voornemen om meer te gaan bewegen strandt vrij snel na de aankoop van een paar hardloopschoenen. Vader Hermann vertrekt voor zijn eerste trimrondje en komt niet meer terug. Ze vinden hem verderop in het bos. Hij heeft zijn enkels verzwikt bij het trekken van een sprintje.

Langzaam verschuift het beeld van vader. Is hij aanvankelijk de goedmoedige man die van een grap houdt, geleidelijk verandert zijn rol in het gezin. Zijn vader haalt zijn wijsheid vooral uit boeken vertelt de verteller. Hij weet alles uit de boeken. Dat gaat tot het irritante af.

Als de verteller jaren later naar Turkije op vakantie gaat, leest zijn vader vier weken lang alles wat los en vastzit over het land. Wanneer Josse trots vertelt waar hij overal is geweest, vraagt zijn vader waarom hij niet in de buurt bij het wereldberoemde zoutmeer is wezen kijken:

Ik had nog nooit van dat meer gehoord, maar herinnerde me dat ik in Sivas inderdaad massa’s mensen met enorme telelenzen had gezien. Het toppunt van zo’n vijandige overname was het moment waarop ik riep: ‘Maar ik ben er tenminste geweest!’ Mijn vader legde triomfantelijk zijn hand op de stapel boeken over Turkije en antwoordde: ‘Ik ook.’ (150)

Zijn vader kwam feitelijk nergens, maar haalde al zijn kennis uit de boeken die hij las. Hij was daarin niet te overtreffen, stelt de verteller.

Zelfs de aankoop van een zeilboot, doet hij via het lezen van boeken. Als hij dan uiteindelijk zeilexamen doet, slaagt hij moeiteloos voor de theorie. Voor de praktijk leunt hij echter op zijn vrouw. Zij weet alleen het schip drijvende te houden terwijl haar man angstig op de bodem van de boot ligt.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Pakjes met herinneringen

image

Aan het einde van zijn verhaal vertelt de verteller van Joachim Meyerhoffs roman Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest het volgende:

Wat ik wil zeggen is dit: pas wanneer ik erin geslaagd ben al die opgeborgen pakjes met herinneringen weer los te knopen en uit te pakken, pas wanneer ik de moed heb om de schijnbare betrouwbaarheid van het verleden op te geven, het te aanvaarden als chaos, het te vieren en te versieren, pas wanneer al mijn doden weer levend worden, vertrouwd, maar ook veel vreemder, veel autonomer dan ik ooit heb durven en willen beseffen, pas dan zal ik beslissingen kunnen nemen, pas dan zal de toekomst zijn eeuwige belofte waarmaken en ongewis zijn, pas dan zal de lijn zich verbreden tot een vlakte. (309)

Een citaat dat dit boek ontzettend mooi samenvat. De verteller is op zoek naar het verleden. Aanvankelijk lijkt elk hoofdstuk een nieuwe herinnering. Ze lezen als losstaande verhalen en behandelen stuk voor stuk een element uit het verleden. Samen vormen ze een verhaal, maar ze staan best sterk op zichzelf.

Losse verhalen

Ik genoot van deze losse verhalen over de jonge Joachim, of Josse. Hij groeit op midden op het terrein van Hesterberg, een psychiatrische instelling voor jongeren in Noord-Duitsland, vlakbij Sleeswijk. Zijn vader is directeur van de inrichting die om de paar jaar een andere naam krijgt:

Eerst heette het ‘Provinciaal krankzinnigengesticht’, toen ‘Provinciaal idiotengesticht’, toen ‘Provinciaal geneeskundig verzorgingsgesticht voor zwakzinnigen’. Daarna specialiseerde het zich in jonge mensen en noemde het zich ‘Geneeskundig opvoedingsgesticht voor achterlijke en zwakzinnige kinderen’ en ten slotte, na honderdvijftig jaar, ‘Inrichting voor kinder- en jeugdpsychiatrie Hesterberg’. (19)

Die benaming houdt het de rest van het boek vol. De verhalen gaan over de patiënten en hoe het gezin van de directeur daar temidden van al die krankzinnige jongeren zich weet te handhaven. Daarbij moet Josse zich ook in een minstens zo gek gezin zien te handhaven met twee broers, een vreemde moeder en een boekenwijze vader.

Verzonnen herinnering

Of hierbij de herinnering echt zo gebeurd is of dat er sprake is van een verzonnen herinnering, blijft in het midden. Aan het begin ontdekt de verteller namelijk dat het ontzettend mooi is om iets te verzinnen dat waar is. Vanuit het denkbeeldige ontstaat de werkelijkheid. Dat is de werkelijkheid van de roman.

Daarmee maakt de verteller zijn eigen wereld en zorgt daarmee dat het verleden hanteerbaar en verdraaglijk wordt. Het oproepen van de herinnering doet namelijk ook pijn. Het roept een verleden op dat er nooit geweest is, zoals de titel het uitdrukt: Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest.

Tussen die verzonnen herinnering construeert de lezer zijn eigen verhaal. Dat is de schoonheid van dit boek dat mij ontzettend treft. Ik heb genoten van de jeugdherinneringen van een zevenjarig jongetje. Tussen het verhaal door laveert de oudere verteller die soms een latere herinnering tussen het verhaal moffelt.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Op zoek naar het oudste boek – #50books

image

Wat is het oudste boek uit mijn bibliotheek? Ik moest even speuren. Het was vlak voor mijn studententijd dat ik een klein boekje met gedichten van Schiller vond voor een klein bedrag. Ik kocht het, want het was ontzettend oud!

Gedichten van Schiller

Het boekje stamt uit 1818 is onooglijk om te zien en valt uit elkaar van ellende. Een beestje heeft zich een tunneltje door de bladzijden geboord. Ik heb geen idee of dat van voor of na mijn koop is. Ik was er heel lang gelukkig mee en pronkte ermee dat dat het oudste boek uit mijn verzameling was.

image

De rest van mijn oude boeken kocht ik ook allemaal toevallig. Zo stuitte ik op een oud, Franstalig boekje uit 1761 boordevol met legeropstellingen en verdedigingswijzen. De hoofdstukken dragen namen als ‘Ordre de Bataille’ en Défense contre les Escalades’.

image

24 tekeningen

Achterin het legerhandboek staan 24 tekeningen die de tekst in het boek toelichten. Helaas heeft de laatste boekbinder ze door elkaar gehutseld, maar ze zitten er alle 24 in. De ene mooier dan de andere, maar de liefhebber van legeropstellingen zou ongetwijfeld veel plezier aan het boek beleven.

Ik kocht het boek jaren terug tegelijk met de losse delen van Junghuhns Java. Het boekje wil ik nog steeds een keer verkopen aan de hoogste bieder. Dus als je belangstelling hebt, neem gerust contact op.

image

W.G.V. Focquenbroch

Het laatste oude boekje dat ik kocht, was een jaar terug. Ik kocht het op een boekenveiling samen met een stapel boeken die ik dolgraag wilde hebben. Maar geheel onverwacht werd ik best geraakt door dit boekje dat in het lot zat: Alle de Wercken van W.G.V. Focquenbroch uit 1679.

image

Lees binnenkort meer over dit boeiende boekje

#50books

Dit is het antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Kraaiennest

image

De vogels krijgen de kriebels. Vanaf mijn werkplek zie ik een koppeltje kraaien druk de takjes en twijgjes van de bomen voor het raam weghalen. Heel behendig pakt de kraai een takje en draait het rondjes om het los van de tak te trekken.

Het ziet er schattig uit. De zware kraai balanceert op het smalle takje. Hij lijkt elk moment naar beneden te storten op het plekje waar normaal de meesjes zitten.

Ze verzamelen nestmateriaal en vliegen af en aan naar de boom iets verderop bij het water. Ze gaan er niet rechtstreeks op af, maar met een boogje. Een eindje over de plas. Zo misleiden ze eventuele vijanden en houden ze op een afstandje.

Wat later een harde klap op het raam. Het lijkt wel of er een vogel tegen het raam vliegt. Ik kijk op en zie de kraai voor het raam staan. Hij wil naar binnen. Blijkbaar ligt er best aantrekkelijk nestmateriaal op de vensterbank.

Ontluikende bloesem

image

Ik fiets onder de bomen in de richting van station Almere Muziekwijk. Het laantje dat het fietspad vormt, stemt mij in het voorjaar altijd vrolijk. De sierkers die rijendik naast het fietspad staat, bloeit heel prachtig in maart en april.

De roze en witte bloemetjes geven het fietspad iets sprookjesachtig. Zeker in de ochtend en avond als het lage licht van de schemering op de bloemen schijnt. Dan verandert de wereld heel even in een feestje.

image

Aan het einde van de rij bomen zie ik opeens dat het warme weer van de laatste dagen de eerste bloemen al laat uitkomen. Ik probeer al te fantaseren hoe het er straks uitziet. Dat ik onder de bomen fiets onder een gewelf van bloemen.

Een paar jaar geleden kwam iemand op Facebook met een foto van bloeiende kersenbomen in Zuid-Duitsland. ‘Zoiets moeten we eens doen in Almere’, schreef ze erbij. Ik heb daar onder gereageerd: dit is er al in Muziekwijk.

image

De bloesem in Almere Muziekwijk wordt door veel mensen speciaal bezocht omdat het echt heel mooi is. En het is zeker de moeite van het bekijken waard. Zeker in de schemering van de ochtend of de avond.

image

Autolift

image

Een persoonlijk verhaal over schrijven dat mij erg trof in de bundel De vrouw van de reiziger, is het verhaal van een autolift in Italië. De verteller is in Italië en krijgt de vraag of hij mensen wil uitnodigen bij de presentatie van zijn boek. Hij denkt even na:

‘Er is maar één iemand, en dat is een Florentijn, maar het kan zijn dat hij niet meer leeft’, zei ik. In zekere zin hoopte ik dat het laatste het geval was, want dan zou ik de achtergrond aan Vittorio kunnen uitleggen. ‘Hij heeft Pietro Ubaldini.’ (236)

Daarna komt het verhaal van de jonge schrijver in Italië. Hij woont er een tijdje om te kunnen schrijven en hij logeert bij een Amerikaanse professor en zijn vrouw. Het echtpaar maakt de hele dag ruzie en hij schrijft erover in zijn dagboek. Tot zij zijn dagboek lezen en hij de wind van voren krijgt

‘Dus zo denk je over ons,’ zei Benny. ‘Na alles wat we voor je gedaan hebben.’ (239)

Hij wordt het huis uitgestuurd en gaat liftend door Italië. Daar belandt hij in een rode Alfa Romeo. De bestuurder vraagt of hij een student is. Nee, hij is een schrijver. Hij krijgt van de bestuurder de uitnodiging om op zijn villa te gaan schrijven. Hij mag er alles doen, maar de verteller durft het niet aan. Er moet een tegenprestatie zijn die de man niet wil vertellen.

Woest is de man dat hij het aanbod niet aanneemt. Hij laat hem achter op een parkeerplaats, midden in Italië. Het is het begin van zijn schrijverschap. Als Pietro Ubaldini aanschuift bij het diner bedankt de verteller hem. Dat hij deze vertwijfelde schrijver heeft achtergelaten en hem aan het schrijven hebt gezet:

‘Dus ik wil u bedanken dat u een van zijn stuk gebrachte vreemdeling geholpen hebt zijn weg te vinden. U wist niet wat u deed, en dat wist ik ook niet, maar het heeft ons hier gebracht – en het is goed zo.’ (252)

Het is een prachtige vertelling hoe talent van een jongeman met schrijfambities wordt aangeroerd. Bij het verlaten van de zaal krijgt hij opnieuw de uitnodiging van Pietro en hij komt er snel achter dat het vermoeden van toen niet zo verkeerd was.

Het verhaal doet denken aan de erotische novelle die Paul Theroux schreef, De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. Dit soort verhalen maken de bundel ijzersterk. Een verteller die alles in dezelfde trant vertelt, verveelt. Hier experimenteert Paul Theroux zelfs nog een paar keer. Zoals in ‘De liefde spreekt’ of ‘Lang verhaal kort’ waarin allemaal heel korte verhalen voorbijkomen. Telkens op een andere manier komt de liefde aan bod. Het zijn korte verhalen die soms zelfs aan een mop doen denken. Alleen is de clou dan nog beter.

De verhalenbundel De vrouw van de reiziger laat zien dat Paul Theroux een verhalenverteller pur sang is. Hij kan het niet laten te vertellen en zelfs als een verhaal lijkt op iets dat hij eerder schreef, dan weet hij de spanning op te bouwen alsof hij het voor het eerst vertelt. Nergens maar dan ook nergens had ik het gevoel iets te lezen dat ik al wist.

Paul Theroux: De vrouw van de reiziger. Twintig verhalen. Oorspronkelijke titel: Mr. Bones, twenty stories. Vertaald door Auke Leistra. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2014. ISBN 978 90 254 4439 6. € 21,99. 424 pagina’s.

Verkiezingsappel – #stemmen

image

Vanmorgen kreeg ik een appel op het station van een volksvertegenwoordiger. Het is een rimpelige vrucht en nodigt niet echt uit om te gaan eten. Blijkbaar groot ingekocht en de campagnemakers kwamen op het idee omdat de naam van de vrucht in de naam van de partij schuilt. Ik krijg een christen democratische appel van de christen democratische appèl.

Italiaanse man

De laatste dagen staan er veel politieke partijen bij de stations. Het doet me denken aan iemand die via twitter liet weten dat politici net Italiaanse mannen lijken. Voor het aanzoek doen ze een paar weken ‘misselijkmakend charmant’ om je daarna niet eens meer te zien staan.

Zweven

Ik weet niet meer wat ik moet stemmen. Het lijkt er steeds meer op dat het zweven bij verkiezingen toeneemt. Politiek lijkt steeds meer een emotioneel moment in plaats van gezond verstand. Het lijkt ook dat je je hart verpand voor een periode van 4 jaar. Politici maken niet waar wat ze zeggen. Doen en zeggen liggen mijlenver uit elkaar. En de kiezer kiest niet meer voor een ideaal, maar wat hem het beste uitkomt en aanspreekt.

Ik moet nog stemmen en weet vooral wat ik niet moet stemmen. Eerlijk gezegd blijven er weinig partijen over om nog op te stemmen.