Actus tragicus

image

Terwijl iedereen naar de Matthaüs of de Johannes luisterde, hoorde ik een paar weken terug de prachtige Actus tragicus van Johann Sebastian Bach aan. De uitvoering staat op de nieuwste cd uit de serie Bach in Context. De cantate vormt de opening van het drieluik werken van Bach rond de dood.

Naast de Actus tragicus dat na een sonatine opent met Gottes Zeit ist die allerbest Zeit, klinken op de cd van Musica Amphion en Gesualdo Consort Amsterdam de motetta Komm, Jesu komm (BWV 229) en cantate Mit Fried und Freud ich fahr dahin (BWV 125). Het zijn stuk voor stuk mooie, troostrijke werken van Bach rond de dood.

Tussen de cantates door speelt Reitze Smits de delen uit de eerste Orgelsonate en het orgelkoraal ‘Schmücke Dich, o liebe Seele’. Dat maakt de cd tot een mooie representatie hoe in Bachs tijd muziek vorm kreeg in de kerkdiensten.

image

De sonatine van de Actus tragicus is heel mooi, mede door het bijzondere gebruik van de 2 altblokfluiten. Ze klinken heel mooi samen, versterken elkaar, maar lopen soms ook van elkaar weg om weer samen terug te komen. Het brengt de boodschap heel scherp over. Het ingetogene dat zich vermengt met de 2 viola da gamba’s en basso continuo. Een bijzondere combinatie. Niet alleen in het oeuvre van Bach.

De uitvoering vormt een mooie eenheid met de andere cantate en sterke uitvoering van de motetta. Ik ben er erg van onder de indruk. Vooral ook in de volgorde waarin alles gepresenteerd wordt. Het vormt samen een sterk geheel, waarbij de orgelwerken juist aan kracht winnen.

Het opsplitsen van de orgelsonate is een goede keuze. Ze verbindt alle onderdelen. Het orgelkoraal ‘Schmücke dich, o liebe Seele’ is misschien wel 1 van de mooiste orgelkoralen van Bach. De intentie waarmee Reitze Smits het speelt maakt het bijna tot een sleutel op de cd.

Daarmee ben ik heel nieuwsgierig geworden naar de andere cd’s uit deze serie. Ik trof deze cd samen met het dikke boek dat uitleg geeft over alle werken, bij de bibliotheek. Het was een aangename verrassing waarmee ik hernieuwd kennismaakte met die enorme schat aan muziek die Bach schreef: zijn cantates. Ze vormen kleine Passionen op zich en evenaren de Matthaüs en Johannes regelmatig.

Bach in context Actus tragicus. Cantates, motetten en orgelwerken van Johann Sebastian Bach, uitgevoerd in liturgisch-muzikale context. Uitvoerenden: Musica Amphion, Gesualdo Consort Amsterdam, Reitze Smits (orgel), Pieter-Jan Belder (algehele muzikale leiding). Et’cetera Records. ISBN: 9789462285491. EAN: 8711801014890. Prijs: € 25.

Van schutblad naar blad

image

Ineens gaat het hard met het voorjaar. Zeker als je erop let en een vergelijking maakt. De kastanjebomen waar ik een paar weken geleden over schreef, staan nu volop in blad. Ik loop ‘s morgens helemaal verscholen onder het loof.

image

De bladeren zie je groeien. Elke ochtend weer een stukje groter. Net als de bloemen die in het midden groeien tot heuse kaarsen. De bladeren hangen nog een beetje naar beneden, maar ze verheffen zich zeker overeind.

image

Toch zie ik nog de schutbladen van de knoppen. Ze hangen nutteloos aan de takken. De bescherming die ze gaven, is niet meer nodig. Soms liggen ze al op de grond. Losgetrokken door de groeispurt van de boom. Hun werk zit erop.

image

Wat verderop staan andere bomen net in knop. De rode beuken in het midden van het park en de lindes langs het fietspad laten de beginnende knoppen zien. Bij deze bomen duurt het nog even voor ze zover zijn als de paardenkastanjes verderop.

image

Dat is zo mooi aan het voorjaar. Alle bomen volgen elkaar langzaam maar zeker op totdat straks in de zomer alles vol in blad staat. De wereld verandert zo trefzeker in de mooiste kleuren groen.

image

Proberen een boek te schrijven (of te lezen)

image

In de roman De zes levens van Sophie probeert de hoofdpersoon Hannah een boek te schrijven over drie sterke vrouwen uit de vorige eeuw. Ze wil zich ontworstelen aan haar vanzelfsprekende leventje van feesten en het verslaan van de feestjes in de societyrubriek van het modeblad.

Ze wil een biografie schrijven over drie schrijvers die niemand ooit gaat lezen, stelt haar hoofdredacteur Stella. Leuk voor erbij, maar toch niet om je goedbetaalde en felbegeerde baan als journalist bij een modeblad voor op te geven.

Felbegeerde baan opgeven

Hannah doet het wel. Ze zet zich aan het studeren en schrijven van dit boek. Het boek dat je vasthoudt en waarover herhaaldelijk andere personages vragen hoe het ervoor staat. Hoe is het met je boek, vraagt Irminia, een vriendin van Hannah, in het hoofdstuk The Tender Trap. Het gaat slecht, heel slecht met haar dode schrijversklasje.

Het voornemen van een jaar eerder om zich te ontworstelen aan het feestgeneuzel en zich te wijden aan drie sterke vrouwen:

Vrouwen die spraken in een tijd waarin je beter zweeg. De tragiek van klinken en verstommen. (102)

Het boek over de drie vrouwen komt moeizaam uit haar vingers. Het leven van feesten en geneuzel eist haar teveel op. Ze wil vluchten net als haar drie schrijfsters, sterke vrouwen die het allemaal ergens teveel werd. Ze liepen alledrie weg en slechts één kwam weer terug. Maar zelfs deze laatste hield haar hele leven haar mond wat er nu precies was voorgevallen.

Uit pen geperst hoofdstuk

Het valt haar moeilijk. Ze kan haar uitgever niet eens het met moeite uit haar pen geperst hoofdstuk toesturen. Het geworstel met het boek domineert in het boek. Daarmee lijkt het alleen maar zwaarder te worden voor de lezer. Is het boek dat niet uit de vingers van de verteller wil komen, hetzelfde boek als het boek dat hij leest? Hoe kan hij dat boek serieus nemen?

Het is het spel dat de verteller met de lezer speelt. In de gesprekken met haar vriendin keert het schrijven van de roman regelmatig terug. Het verhaal over de drie sterke vrouwen. In gesprek met Bee, veel verderop, schrijft ze eveneens niet. Ze zit nog in de researchfase.

Hoe voelt dat, barsten van het schrijftalent dat zij kennelijk ontbeert? Ja, lekkere letters kan ze typen voor lezers bij de boterham. Kruimelletters. Wegwerpwoorden. Maar dat andere, dat kan ze niet. Een scherpe golf welt op en vecht zich door haar strot, haar mond. (223)

Ze kan het niet, zegt ze tegen Bee. Het lijkt meer een schreeuw om aandacht. Als haar vriendin Irminia haar opzoekt in haar flat en binnenkomt met de reservesleutel is de ik-verteller Sarah woest. Het is een bende in huis en ze heeft absoluut niet meer de touwtjes in handen. Ze verliest de grip op de werkelijkheid en haar verhaal.

Hink-stap-springen

Dat gaat zeker op voor De zes leven van Sophie. De lezer verliest ook de grip op het verhaal. De korte hoofdstukken hink-stap-springen door het verhaal en alle sterke vrouwen zorgen ervoor dat het verhaal moeilijk op gang komt. Het brengt je bijna in een moedeloze positie: het verhaal zit zo verstopt achter de sterke vrouwen Virginia Woolf, Agatha Christie en Barbara Follett dat het nauwelijks te vinden is.

Als je heel goed kijkt en je niet teveel laat verleiden door de ik-verteller Hannah, dan lees je een mooi verhaal. Maar dan moet je je nergens door laten afleiden.

Sarah Meuleman: De zes leven van Sophie. Amsterdam: Lebowski Publishers, 2015. ISBN: 978 90 488 2062 7. Prijs: € 19,95. 287 pagina’s

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is tweede bijdrage over De zes levens van Sophie van Sarah Meuleman. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Veldleeuwerik

image

Als Alphonse klust in de schrijversresidentie, vlak over de Franse grens, hoort hij een vogeltje. De zin uit Annelies Verbekes roman Dertig dagen past mooi in het verhaal:

Dat de ruisende, geurende boomkruinen en de vaak herhaalde vraag van een vogel de indruk geven dat hier nooit een oorlog is geweest, is wellicht de enige overwinning die ertoe doet. (90)

Dan ziet Alphonse de vogel vallen alsof hij neergeschoten wordt. Het dier laat zich uitgebreid bekijken en toont zich van alle kanten aan de hoofdpersoon. Hij wil weten hoe de vogel heet.

Veldleeuwerik

In zijn vogelgids vindt hij het antwoord: het is een veldleeuwerik. Zijn vriendin Kat is minder geïnteresseerd in zijn ontdekking. Zij is geschrokken door het journaa; over het nieuws dat 4 vrouwen zijn neergeschoten door een schutter.

Daarna keert de zeldzame vogel geregeld terug in het verhaal. Altijd is Alphons op zoek naar het dier als hij in de buurt van de schrijversresidentie is. Soms wacht hij tevergeefs op de vogel, andere keren dient het dier zich juist onverwachts aan. Bijvoorbeeld voordat hij het huis van een alcoholist binnengaat:

Hij hoort de veldleeuwerik, hoort hem, al toont de witte lucht enkel ganzen. Nadat de V over het dak is verdwenen, stapt hij het huis in. (180)

Het dier begeleidt hem bij zijn heldhaftige daden. Als hij wil wegrijden valt er iets uit de lucht. Het is een verenbal die overeind krabbelt. Alphonse herkent er de veldleeuwerik in. Die ene:

Omdat hij hem niet weg wil jagen, blijft hij zitten. Hij heeft zijn voet van het gaspedaal gehaald. De vogel hupt over de motorkap, naar voren, achteren, achteren, rechts, links, rechtss. Bijna oktober. Als deze er geen is die overwintert, dan zal hij over enkele dagen vertrekken. Komt hij afscheid nemen? (274)

Alles valt met alles samen in Dertig dagen van Annelies Verbeke. Zelfs de veldleeuwerik die zomaar uit de lucht lijkt te vallen, valt met een doel. Hij draagt het verhaal. Net als de botenwolk en de kora. Net als de personages.

Niets en niemand is overbodig in Dertig dagen. Alles is met een doel. Bij Annelies Verbeke is het genieten van deze voorzienigheid. Het maakt het verhaal compleet.

Annelies Verbeke: Dertig dagen. Roman. Breda: De Geus, 2015. ISBN: 978 90 4453354 5. 320 paginaś. Prijs: € 19,95

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn vijfde bijdrage over Dertig dagen van Annelies Verbeke. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Zwanenoog

image

We fietsen langs een groepje zwanen die het grasveldje vlak naast het fietspad tot slaapplaats heeft gemaakt. We fietsen akelig dicht langs de dieren als we de bocht nemen. Sommige liggen in het gras, met de kop tussen de veren. Anderen staan rechtop en kijken nog om zich heen. Of ze wiebelen nog met het lijf om de slaap op te roepen.

Een zwaan ligt vlak op het hoekje waar wij langsrijden. Het dier heeft zijn kop in het verenkleed gestoken. Een oog steekt precies ter hoogte van de staart uit de veren.

Het oog opent zich als wij langsrijden en volgt ons waakzaam. We zwijgen en trappen extra stevig om de brug op te komen. Ik moet aan onze teckel Saar denken als die lekker ligt te slapen in haar mandje. Ze kan je net zo met een oog volgen als deze zwaan.

Als we afdalen zegt Doris: ‘Die zwaan keek ons achterna en ik moest aan Saar denken.’ Ik moet lachen. Ik moest daar ook aan denken. ‘Ja, ze kan je precies zo met een oog volgen als ze in haar mandje ligt.’ We lachen allebei dat dezelfde gedachte naar binnen vloog bij het zien van hetzelfde oog.

IJsvogeltje

image

Ze baalde laatst dat ze geen ijsvogeltje had gezien. ‘O,’ zei ik. Maar ik heb hem al 3 keer gezien in korte tijd, dan zal jij hem zeker ook nog een keertje zien in je leven.’

We fietsen nu naar de observatiehut bij de Lepelaarplassen. Een bekende rit. Ik heb er al een paar keer een ijsvogel gezien. Een keer zelfs 2 tegelijk. We hebben nu best veel kans. Zeker omdat met 2 milde winters de populatie flink is toegenomen.

image

We rijden over het pad naar de hut, tussen de hoge schuttingwanden. Het is rustig in de hut. Een echtpaar zit aan een kant. Een enorme lens ligt op een kussentje in de opening.

De lens past met zijn gigantische diameter net door de smalle opening. Het bladmotief om de lens heen moet hem minder laten opvallen voor de vogels. Soms ratelt het toestel als er een paar foto’s worden gemaakt. Verder turen ze de waterkant af.

image

Ik haal onze verrekijker tevoorschijn. We kijken de einder af en zien de aalscholvers zitten op het eilandje recht voor de hut. Aan de andere kant zitten ze hoog in de kale bomen. Je ziet hun nesten meedeinen op de wind. Ze vliegen af en aan met nestmateriaal.

Dan ineens uit het niets. Scheerts iets blauws vlak over het water. Het heldere indigoblauw. Onmisbaar. Het ijsvogeltje. Doris ziet hem ook. Het vogeltje schiet het bos in en is verdwenen. We kijken naar andere dingen. Ik zie aan de andere kant nog een ijsvogeltje voorbij vliegen, maar deze verdwijnt achter de observatiehut.

image

Een groepje luidruchtige fietsers komt binnen. Ze zijn op doorreis. Ze werpen een snelle blik over het water en vertrekken weer even rumoerig als ze binnenkwamen.

Dan roept de cameraman. Hij ziet de ijsvogel weer. We turen naar de bomen en zien het blauw op een tak zitten. Doris tuurt door de verrekijker en haalt hem heel dichtbij. Ze geniet. Ze heeft hem nu helemaal in het vizier. Dan klinken de felle uithalen van de ijsvogel en verdwijnt hij.

image

Vooringenomenheid

image

Je leest over een man en ziet in gedachten een blanke man. Zou een donkere man nu een blanke man lezen of een iemand van zijn huidskleur? Ik weet het niet, maar ik verbaas mij bij het lezen van Dertig dagen over mijn eigen vooringenomenheid.

Huidskleur belangrijk

Als hij na het poepincident weer in zijn auto zit, leest hij het verhaal van de schrijfster. Het is een erotisch verhaal waarin de relatie met huidskleur juist heel belangrijk is en uitvoerig beschreven wordt. De diëtiste in het verhaal vindt de stukadoor aantrekkelijk:

De stukadoor is niet erg jong, zo lang als zij, magerder dan slank en, welja: zwart – of toch zeer donkerbruin. (114)

Subtiele signalen

De verteller van Derig dagen heeft de klusser Alphonse niet zo geïntroduceerd in de roman. Zeker hij geeft genoeg aanwijzingen, maar wel in de vorm van subtiele signalen. In het begin noemt iemand hem Obama of vragen mensen waar hij vandaan komt. Die gewoonte neemt hij over, maar daar reageren mensen dan heel raar op.

Pas als de interviewer opmerkt dat Alphonse een neger is, dringt het tot mij door. Vanaf dat moment laat dat gegeven je niet meer los en kleurt het verhaal heel anders dan eerst. Een bijzonder effect. Ik ben er erg onder de indruk van.

Annelies Verbeke: Dertig dagen. Roman. Breda: De Geus, 2015. ISBN: 978 90 4453354 5. 320 paginaś. Prijs: € 19,95

Dit is het vervolg van Huidskleur

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn vierde bijdrage over Dertig dagen van Annelies Verbeke. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Huidskleur

image

Bij het lezen van Dertig dagen van Annelies Verbeke besef ik helemaal niet dat de hoofdpersoon van het verhaal, Alphonse, zwart is. In eerste instantie verbaast het mij wel dat iedereen aan hem vraagt waar hij vandaan komt.

Als hij het zelf vraagt, in de veronderstelling dat iedereen deze vraag heel belangrijk vindt, krijgt hij een vreemde blik toe. Net zo’n vreemde blik als ik heb als de verteller opmerkt dat Alphonse deze vraag zo vaak krijgt toegeworpen.

Poep opruimen

Ik ontdek pas dat hij zwart is als hij de schrijfster bevrijdt van de opdringerige interviewer die zit te poepen in haar kamer. Hij veegt zijn gat af met een pak dunne bladzijden uit de Van Dale:

‘Dit kan toch niet, man,’ begint Alphonse.
‘Is die neger van jou?’ vraagt de ander, die zijn broek nu weer dichtgespt. Zijn geur rijst op van de vloer, strekt zich uit naar de hoeken van de kamer. (111)

Alphonse vindt dat de interviewer de poep moet opruimen. Daarvoor verspert hij de uitgang en gaat in de deuropening staan met de armen gekruist. De man wil het niet opeten, maar dat vraagt niemand, zegt Alphonse. De interviewer mag nadat hij het opgeraapt heeft ook nog eens de vlek uit het tapijt wissen.

‘Ik ben een Belg! Ik heb rechten!’ roept hij nog. (112)

Alsof een blanke Belg gewoon in een kamer mag schijten als hem iets niet bevalt. Vanaf dat moment kun je alles beter plaatsen. Alphonse is een bijzondere man die zich goed staande weet te houden ondanks zijn huidskleur. En opeens realiseer ik mij dat je bij het lezen van een boek automatisch invulling geeft aan de personages.

Annelies Verbeke: Dertig dagen. Roman. Breda: De Geus, 2015. ISBN: 978 90 4453354 5. 320 paginaś. Prijs: € 19,95

Lees morgen het vervolg in Vooringenomenheid

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde bijdrage over Dertig dagen van Annelies Verbeke. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Verantwoording

image

Een recensent waarschuwde mij laatst al: lees nooit de verantwoording. Het is een hedendaagse mode van schrijvers. Ze schrijven aan het einde van hun roman een uitvoerige verantwoording en dankwoord. Zogenaamd om de citaten en motieven te verantwoorden, maar veel meer om de lezer nog een kant op te duwen.

Misschien weten ze dat een verantwoording altijd vooraf wordt gelezen. Al bladerend wekt die verantwoording genoeg nieuwsgierigheid voor de lezer om hem toch te lezen. Hij heeft zich net weten bedwingen niet de laatste bladzijde te lezen, maar die verantwoording mag dan wel.

Verantwoording in Dertig dagen

Wat schrijft Annelies Verbeke in haar verantwoording?

Ik woon niet in de Westhoek of Frans-Vlaanderen en op de geemigreerde overgrootvader na kom ik er niet vandaan. Ik kon dus enkel als buitenstaander van dit grensgebied gaan houden. De schrijfopdracht die ik kreeg voor het project 300jaarsgrens.eu/300ansdefrontière.eu heeft daar veel toe bijgedragen. (313)

Misschien best handig als je het van tevoren hebt gelezen. Als je het achteraf leest, zoals ik, dan lees je denk je onmiddelijk aan de schrijfster in het verhaal. Hoofdpersoon Alphonse komt haar tegen in de schrijversresidentie net over de Franse grens. Hij heeft er een opdracht en moet doodstil werken.

Zwijgzaam en ondoorgrondelijk

De schrijfster is zwijgzaam en ondoorgrondelijk. Ze zegt niet hoe ze heet en schrijft een verhaal. Als ze hem de volgende dag tegenkomt vraagt ze Alphonse haar verhaal te lezen omdat er geen andere Nederlandstaligen zijn.

Hij leest het verhaal een dag later in zijn auto. Hij heeft de schrijfster eerder die dag bevrijdt uit het levensgevaarlijke spervuur aan vragen van een interviewer. Het erotische verhaal dat hij van haar leest, draagt de titel ‘De diëtiste en de stukadoor’

Opwindend verhaal

Het is een opwindend verhaal over een zwarte man die komt stukadoren bij een diëtiste. Het mondt uit in een opwindende vrijpartij in het gras. In het verhaal dat helemaal cursief wordt weergegeven in het boek, drijven de wolken weer over:

Daar kijken de diëtiste en de stukadoor nu naar, de wolken, liggend op hun rug naast elkaar, nog bloot en kloppend, maar niet langer verstrengeld. Zijn hand betast het gras tussen hen in, op zoek naar de hare. (121)

Een passage met mooie verwijzingen naar het einde van de roman Dertig dagen. Ook hier spelen de wolken het leidmotief. De scène roept het prachtige gedicht op ‘Erinnerung an die Marie A.’ van Bertold Brecht.

Wolk in hoofdrol

Ook in dit gedicht speelt de wolk de hoofdrol. Het lyrisch ik herinnert zich maar weinig van die Marie A. Hij kan bijvoorbeeld haar gezicht helemaal niet voor de geest halen. Alleen de wolk herinnert hem dat hij haar gekust heeft. De sfeer van het erotische verhaal die de verteller in Dertig dagen citeert, roept datzelfde gevoel op.

De schrijfster worstelt met een writersblock, terwijl ze daar zo mooi in dat huis zit. In alle rust zou ze goed moeten kunnen schrijven, maar het lukt haar niet. Alphonse helpt haar over de drempel en sijpelt haar verhaal binnen.

Verantwoording bevestigt gedachte

Ik vermoedde al dat de naamloze schrijfster stiekem een verwijzing was naar de schrijfster van Dertig dagen. Na het lezen van de verantwoording lijkt deze gedachte helemaal bevestigd te zijn. En eigenlijk is het dan best jammer dat het in de verantwoording staat.

Stiekem hoop je namelijk dat de gedachte die je had bij het lezen, je eigen kronkel was.

Annelies Verbeke: Dertig dagen. Roman. Breda: De Geus, 2015. ISBN: 978 90 4453354 5. 320 pagina’s. Prijs: € 19,95

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Dertig dagen van Annelies Verbeke. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Geen treinenfreak

image

Joris van Casteren spreekt in Het station met Liza Cohrs: ‘een meisje met rood haar’. Ze is heel duidelijk tegen hem: bij de treindienstleiders werken geen treinenfreaks. Treinenfreaks die solliciteren wijst de teamleider van treindienstleiders af. Daarvoor is het werk als treindienstleider te serieus, vindt ze.

Hij komt overal langs. Van de locatiemanager van het gebouw, de schoonmakers, de bijzondere opsporingsambtenaar (boa), conducteurs, de kaartjesverkoper (een voluptueuze blondine die nog studeert), de zwerver en alcoholist Kowalski, de toiletjuffrouw en de locatiebeheerder.

De laatste is iets heel anders dan de eerste:

Timas heeft, anders dan Wubs, dagelijks omgang met de uitoefenaars van de zware, minder goed betaaalde beroepen op het station, zoals het schoonmaakpersoneel. (92)

De verhalen die Joris van Casteren optekent zijn stuk voor stuk prachtig. Soms duikt hij wat dieper de geschiedenis in. Over de ontsporingen op het station, de koninklijke trein, bijzondere begrafenissen waarbij de lichamen van de overledenen op het station arriveerden en de Chinese Luca die door zijn moeder in de Burger King werd achtergelaten.

Ook spreekt hij oud-gedienden zoals de 87-jarige Dick Keijzer. Hij loopt al zijn hele leven op het Centraal Station in Amsterdam. In 1954 trad hij in dienst, waarna hij een halfjaar later werd opgeroepen voor militaire dienst:

Eenmaal terug op het station waren er verschillende wijzigingen doorgevoerd. Paulien, een collega-lokettist, praatte hem bij. Na afloop dronk hij koffie met haar, hier in deze zelfde eersteklasrestauratie. Inmiddels zijn ze vijfenvijftig jaar getrouwd. (106)

De verhalen geven het boek zijn kracht. Het verleden en het heden maken Amsterdam Centraal tot een station dat meer is dan een punt waar treinen aankomen en vertrekken. Het is een gebouw van 125 jaar oud boordevol met geschiedenis, verhalen, geheimen en andere dingen die Joris van Casteren allemaal aan de lezer toevertrouwd.

Je hoeft er zeker geen treinenfreak voor te zijn om daarvan te kunnen genieten.

Joris van Casteren: Het station. Amsterdam: Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2015. ISBN: 978 90 5937 3969. 160 pagina’s. Prijs: € 17,95.