Late Rembrandt – #plog

image

De nieuwe Rembrandt-expositie in het Rijksmuseum zien we voor het eerst bij het jeugdjournaal. Ik ben net een week eerder in het Rijks geweest met mijn zus. We misten toen inderdaad het Joodse bruidje en nog wat topstukken zoals de Staalmeesters.

De aankondiging van de nieuwe expositie ging helemaal aan ons voorbij. Terwijl we even in de buurt waren van de tijdelijke expositieruimte, maar deze was niet toegankelijk vanwege de op handen zijnde expositie rond het late werk van Rembrandt.

image

Daarom neem ik op de vrije studiedag gelijk na Doris’ voorjaarsvakantie een snipperdag. Zo kunnen we samen naar de Rembrandt-tentoonstelling gaan. Het is nog lang onzeker of het wel gaat lukken, maar we kunnen de maandag toch gaan.

De kaartjes bestellen we via internet. De middag is al uitverkocht maar tussen 9 en 11 uur kunnen we nog terecht. Daarom rijden we om stipt 9 uur met de trein uit Almere op weg naar het Rijksmuseum. Het verkeer werkt goed mee, want om kwart voor tien lopen we al naar binnen. Zonder al te lange rijen bij de garderobe en ingang, lopen we vrijwel meteen door naar de tentoonstelling.

image

Daar begroet Rembrandt ons meteen in de eerste zaal met een flink aantal zelfportretten. De ruwe kwaststreken, bijzondere belichting en dieptewerking van de schilderijen slaan meteen raak. We staan hier oog in oog met de meester.

image

Lees morgen de vervolgblog: Rembrandt van over de hele wereld

 

De linkshandigen

image

Met twee linkshandige opa’s was het best een spannend moment: zou Doris ook linkshandig zijn. Op het moment dat haar knuisje een pen of potlood pakte en ging krassen op een velletje papier. Het zou best kunnen. Niet dat het erg is, maar iemand die linkshandig is, valt toch op.

Ik vind het iedere keer weer frappant als ik dan iemand met links een pen zie vastpakken en dan vanuit de linkerhand iets zie opschrijven. Altijd weer die arm die precies over het geschreven gedeelte schuift. Omdat de meeste mensen rechtshandig zijn, gaat alles net een beetje anders voor een linkshandige.

Mijn vader is linkshandig. Hij vertelde weleens hoeveel moeite juffen en meesters deden hem rechts te laten schrijven. Ze vonden het abnormaal als iemand met links schreef. Daarom zat hij met een vastgebonden linkerhand te tekenen en te schrijven. Niet dat het iets hielp, toen er niet meer op gelet werd, schreef hij opgelucht met links.

De roman De linkshandigen van Christiaan Weijts is een eerbetoon aan de linkshandige. Dat begint al met de kaft van het boek, die precies andersom is vormgegeven en je daarmee al op het verkeerde been zet. Daarnaast is het boek doordrenkt van links en linkshandigheid. Op alle mogelijke manieren.

De verteller verwijst vaak naar beroemde linkshandigen: Napoleon, Michelangelo, Mozart, Jimi Hendrix en Barack Obama. De hoofdpersoon Simon Sinkelberg is uiteraard linkshandig, zelfs zijn naam verwijst ernaar.

Ook Weijts schrijft over het niet-accepteren van de linkshandigheid. Het is het eerste aspect waarin duidelijk wordt dat de samenleving maar moeilijk overweg kan met dingen die afwijken van wat gebruikelijk is.

Geslagen werden kinderen er niet meer om, evenmin werd je linkerarm nog op je rug gebonden, maar hij herinnert zich nog wel de verbeten felheid waarmee de juffrouw op de basisschool zijn pen uit zijn linkerhand trok en in de andere duwde. Verkeerde hand, riep ze dan, hem elke keer herinnerend aan deze afwijking, een tegennatuurlijke neiging die in de kiem gesmoord moest worden. (28)

Bijna elke bladzijde in De linkshandigen is een symfonie voor de linkerhand. De verteller buit elke gelegenheid uit om naar links te wijzen. Het stuur van de auto zit ‘verkeerd’, de hoofdpersoon verwondt zijn linkerhand en hij stuit op de allereerste bladzijde brengt een teruggevonden rechterschoen hem bij een eigenhandig kapotgemaakte linkerschoen.

Het spel met de linkerhand is even vermakelijk als goed doordacht. Het verveelt eigenlijk nergens. Het geeft het boek zijn gewicht en zijn luchtigheid. Het doet mij vooral denken aan alle linkshandigen die met dit boek geëerd worden. Het is bijna verdrietig om rechtshandig te zijn, net als dat ik het mijn dochter zou gunnen…

Christiaan Weijts: De linkshandigen. Roman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2014. ISBN 978 90 295 8966 6. 194 pagina’s. Prijs: € 18,95.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over De linkshandigen van Christiaan Weijts. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Vluchten

image

Als een schip zinkt, verlaten de ratten als eerste het schip. De voorbeelden van kapiteins die als eerste van boord gaan, zoals bij het cruiseschip de Costa Concordia waarbij de kapitein Francesco Schettino vlak na de ramp al van boord was. In het schip zat nog het grootste gedeelte van de opvarenden.

De kapitein zat al in een reddingsboot meer dan 4 uur voordat de laatste reddingsboten het schip verlieten. Via de radio gaf hij als argument dat hij dit deed om de redding te coördineren. In werkelijkheid dacht hij alleen aan zichzelf.

In de roman Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd van Charles den Tex en Anneloes Timmerije is het vluchtgedrag van de Nederlanders vergelijkbaar:

De luchtbrug Java-Broome-Blisbane draait op volle toeren: het bestuur en de top van het zakenleven en het bankwezen van Indië is op de vlucht. Hele gezinnen komen aan, massa’s bagage achter zich aan slepend, inclusief tafelzilver en een onmisbare bureaulamp. (34)

Volgens Guus en zijn collega Burck betekent de massale evacuatie capitulatie. Hij vraagt de legerleider majoor Fiedeldij eindeloos of hij zijn vrouw uit Indië mag halen. Het mag niet. Als hij de dag van de capitulatie majoor Fiedeldij uit het vliegtuig ziet stappen met vrouw en kinderen:

Guus kan zijn ogen niet geloven. Niemand mocht gaan en nu begrijpt hij waarom. Fiedelij had zijn eigen plan en hij wilde niet dat iemand dat zou verstoren. (39)

De ratten verlaten als eerste het schip. Iedereen denkt in tijden van nood aan zijn eigen hachje. Je ziet het in het klein bij reorganisaties in bedrijven. Ik mensen totaal zien veranderen op het moment dat bekend werd dat het tijdschrift waaraan we werkten, werd opgeheven. Mensen die kiezen voor hun eigen hachje en zich niet meer bekommeren over het lot van een ander.

Een oorlogssituatie versterkt dat egoïsme alleen maar en maakt harten nog hartelozer. Dit hebben Den Tex en Timmerije mooi verwoord in hun boek: de totale verwarring en het vluchtgedrag van de mensen die het land eigenlijk moeten besturen. De paniek die het sterkste lijkt in de hoogste regionen van de bevolking en die ze tot zeer asociale beslissingen brengt.

Charles den Tex & Anneloes Timmerije: Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd. Breda: De Geus, 2014. ISBN: 978 90 445 3348 4. 416 pagina’s. Prijs: € 19,95.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd van Charles den Tex en Anneloes Timmerije. We lazen dit boek zaterdag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Lezen in de trein – #50books

image

Sinds ik in Utrecht werk, neem ik bijna dagelijks de trein naar mijn werk. Ik stap op Utrecht Overvecht uit en fiets de laatste 6 kilometer naar mijn werk. Onderweg in de trein lees ik. Ik sleep mijn boek gewoon mee de trein in en lees daar verder.

Lezen in de trein is heerlijk. Het is een reden voor mij om met de trein te reizen. Het moment dat je helemaal wegdroomt in je verhaal en alles vergeet. Ik kan daar ontzettend van genieten.

Wel vind ik het jammer dat de stoptreinen die tussen Almere en Utrecht rijden vaak erg druk zijn. Net als dat ze erg ongemakkelijk zitten. Je zit met je knieën op schoot en dat is niet altijd een gemakkelijke leeshouding. Net als dat een staand in een overvolle trein niet de meest prettige manier is om te lezen. Maar met genoeg aandacht voor het verhaal maakt dat allemaal niks uit.

Zo onderweg schieten de romans er doorheen. Ik lees nu gemiddeld 2 boeken per week. Als het boek wat dikker is, eentje. Maar ik slaag goed in het project waarbij ik elke week een boek lees: boekperweek. Het helpt mij heerlijk ontspannen voor en na het werk.

Dat zal wel wennen worden als ik volgende maand in mijn eigen woonplaats werk. Ik ga dan namelijk aan de slag als senior webredacteur bij Yarden in Almere. Het is maar een kwartiertje fietsen naarmijn nieuwe baan. Dan kan ik niet meer onderweg lezen en zal ik mijn leesmoment bewust moeten gaan zoeken binnen de drukte van de dag.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 9 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Bennies

bennies-gevonden-in-benteloNiet zo heel lang geleden schreef ik over de neergestorte bommenwerper bij Bentelo. Het artikel verschijnt volgende week in het boek: Onvergetelijke oorlogsverhalen, Delden terug naar toen. Bij de berging van het toestel in 2004 kwamen persoonlijke bezittingen uit de Bentelose aarde: een horloge, kledingstukken en een pakje met Bennies.

Over Bennies, benzedrinepillen schrijven Charles den Tex en Anneloes Timmerije ook in hun boek Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogtijd. Het zijn amfetamines die de vliegers oppeppen om door te vliegen door hun slaap heen. Het houdt ze in de lucht, stelt de vlieger Winckel:

Standard issue‘, zegt hij. ‘Houdt je in de lucht, en daar gaat het toch om, want wat moeten wij nou op de grond.’ (63)

Ze zijn alleen op de grond om te tanken. De rest is het vliegen op de pillen. Zo weten Winckel 600 uur te vliegen in drie maanden tijd, waarvan hij de eerste dagen van de oorlog vrijwel non-stop vliegt. Zonder te slapen. De pillen peppen hem op en helpen hem wakker te blijven.

Ook Guus slikt de pillen. Elke drie uur een pilletje tijdens de missies. Het gevoel van uitputting verdwijnt na het innemen van zo’n pilletje. Het werkt verslavend merkt Guus Hagers. Als een Japanse jager zijn formatie aanvalt, gieren de amfetaminen door zijn lijf.

Hyper van de benzedrine, in de hoogste versnelling, komen de klappen nauwelijks aan bij Guus. Zijn reactiesnelheid ligt nog hoger dan zonder pillen. Grumpy gaat neer. Hij ziet het, hij hoort het, maar de bennies in zijn bloed jagen hem verder. Hij is sneller dan de klap. Altijd sneller. Sneller dan het verlies. Wat hij voelt, komt later, en ook dat is vervormd. (196)

De klap komt inderdaad later als hij zijn smalle vliegtuigstoel niet meer uitkomt.

Het liefst zou hij één of twee bennies willen, het is een onwillekeurige behoefte. Hij is zo gewend aan de pillen dat hij zich niet eens meer afvraagt wat er et hem aan de hand is. Hij weet dat één bennie de intense leegte uit zijn lijf zal verdrijven, maar zijn laatste pilletje heeft hij twee dagen geleden genomen en buiten de aanvalsbasis zijn ze veel minder makkelijk verkrijgbaar. (234)

Hij kickt ervan af. Het helpt hem zijn emoties beter onder controle te houden. De instorting duurt anderhalve dag en twee nachten, waarna hij zich weer hervat en gaat vliegen. Daarna komen de bennies niet meer voor in het verhaal. Dus of Guus Hager er echt mee gestopt is…

Charles den Tex & Anneloes Timmerije: Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd. Breda: De Geus, 2014. ISBN: 978 90 445 3348 4. 416 pagina’s. Prijs: € 19,95.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd van Charles den Tex en Anneloes Timmerije. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Het boek Onvergetelijke oorlogsverhalen, Delden terug naar toen verschijnt volgende week zaterdag en is te bestellen via: dtnt.nl/bestellen.

Het teken van de bidsprinkhaan

image

In de roman De bidsprinkhaan van André Brink speelt de bidsprinkhaan een hoofdrol. Het dier is voor de Khoikhoi de heraut van de voorspoed, vertelt de verteller in Brinks roman. Als na Kupido Kakkerlaks geboorte een bidsprinkhaan op het vormeloze pakketje zit te bidden, kan er niets anders dan een wonder gebeuren. Het kind is niet dood, het kind leeft!

Vanaf dat moment vergezelt de bidsprinkhaan hem. Telkens als het dier op het toneel verschijnt, gebeurt er iets bijzonders. Dat gebeurt het hele verhaal. Bijvoorbeeld als hij op de bok bij de verhalenverteller Servaas Ziervogel zit onderweg door Zuid-Afrika:

tussen hen in op de bok, precies in het midden, hoog op zijn voorpootjes biddend samengevouwen, oogverblindend groen en een bidsprinkhaan.
Dat is het teken waarop hij heeft gehoopt. (59)

In het tweede deel van De bidsprinkhaan is de zendeling James Read de verteller. Hij is zich zeker bewust van de betekenis van dit diertje voor de Khoikhoi, maar hij krijgt een wijze les van Kupido. Een bidsprinkhaan hoort wel buiten en niet binnen, hoort de Britse zendeling van Kupido:

‘Een bidsprinkhaan is net als een ster, zijn plek is buiten. Als hij naar binnen komt, gebeurt er allerlei slechts.’ (215)

De bidsprinkhaan als troost en rots in de branding. Het hele boek door vergezeld dit heilige diertje Kupido Kakkerlak. De twijfel slaat dan ook bij Kupido toe als hij een ezelswagentje op hem af ziet komen vanuit de verte. Een zwarte man in witte kleren zit op de bok.

Naast hem op de bok zit rechtop en hooghartig een groene bidsprinkhaan. Zit hij daar echt of is het iets waarop je je in het felle licht kunt verkijken? (278)

Het is voor Kupido een teken aan de wand. Dat de bidsprinkhaan er niet meer zit als hij meegaat, is niet erg. Ze hebben hem niet meer nodig, het teken is voldoende.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

Schapen op de uitkijk

image

De zon lokt ons naar buiten. We gaan even een rondje fietsen op deze heerlijke middag. Al fietsend merken we wel dat de wind wat tegen ons blaast, maar daar trappen we moedig tegenin. Niet elke tegenwind is een tegenslag.

image

Ik geniet van de mooie luchten, het spel van de wolken met de zon en de kale bomen waartussen het licht stroomt. De wind in de ogen maakt het beeld soms nog iets troebeler. En zo komen ze aan je voorbij: de konijntjes op het industrieterrein, de hoogspanningsmasten die overal opdoemen en het verkeer dat verderop raast.

image

We zwerven wat rond tot ik op het idee kom om even langs de schaapskooi te rijden. Misschien zijn er lammetjes, vertel ik Doris. Ze wordt enthousiast. Dat wil ze wel zien. We kruipen door het gangetje onder de snelweg. Nuon adverteert dat ze de donkere gang tot de lichtste onderdoorgang van Almere hebben gemaakt. De snoepkunstenaar heeft alles opgevrolijkt met snoeppapiertjes op de betonnen wanden.

image

De schapen in de schaapskooi hebben nog niet gelammerd. Het kan elk moment gebeuren. De drachtige schapen hebben dezelfde uitstraling als hoogzwangere vrouwen. Moe van het gewicht dat ze bij zich dragen. Ergens zijn ze het helemaal zat. Laat het maar komen, lijken ze te verzuchten.

image

Een heel breed schaap weet geen raad met haar poten. De achterpoten gaan de hele tijd op en neer. Een ander schaap dat een plekje heeft gevonden in het hooi, is rustig aan het herkauwen. Onderwijl zie je de lammetjes in haar buik bewegen. De bult verschuift iets naar voren.

image

Doris vindt de klimtoestellen buiten veel interessanter dan de herkauwende schapen. Een jongetje die overal commentaar op heeft, zit in de grote schommel en laat zich heerlijk heen en weer schommelen terwijl Doris het gevaarte steeds harder laat slingeren.

image

Als de schapen lammeren, mag je niet meer naar binnen. Dan moet je door het raam naar binnen kijken. We nemen ons voor volgende week zeker nog een keer een kijkje te nemen. Binnen breien vrijwilligers de wol op van de geschoren dames. Speciaal voor de hygiëne zijn de schapen geschoren voordat ze gaan lammeren.

image

We rijden nog even naar de uitkijktoren van Utopia. Gewoon omdat we er nog even zin in hebben. Doris neemt niet de trap, stapt als een heuse spin tussen twee touwen door naar de overkant. Voorzichtig en behoedzaam. Alleen haar vader vreest het ergste. Zeker als in het midden de koude wind haar doet slingeren en ze elk moment in de sloot kan vallen.

image

Maar ze brengt het tot een goed einde. We lopen naar de uitkijktoren. Wat zou er met de toren gebeuren als hier straks de Floriade verrijst. Het terrein oogt verwaarloosd. We moeten over allemaal takken en stukken metaal stappen om in de toren te komen.

image

We klimmen omhoog en genieten boven weer van het uitzicht. In het Weerwater dobbert een koppeltje eenden en wat verderop krijst een meerkoet over het water. Verder spiegelen de wolken in het wateroppervlak. Wat verderop heeft de wind vat op het water en maakt ze golfjes.

image

Beneden valt de schaduw van de uitkijktoren over het gras en duikt daarna in het water. Een groepje mensen loopt langs de waterkant in de richting van een boodschappenwagentje dat in het water ligt. De waterkant oogt modderig en de eenden raken steeds verder van de kant, dieper het Weerwater op.

image

Als we weer naar beneden gaan, telt Doris de treden. We zijn er bijna en raken bijna de tel kwijt. Zeker ook omdat een groepje mensen zeer luidruchtig ons tegemoet klimt. We komen op 107 treden en stappen weer over de metalen plank en komen buiten.

image

Terug neemt Doris niet de touwbrug, maar stapt over het houten bruggetje naar de fietsen. We rijden even later weer lekker naar huis, halen een hond in en kijken vanaf de waterkant naar het stadshart.

image

WD40

image

Een opvallend element in Ralf Mohrens Tonic zijn de treffende vergelijkingen die de verteller Arthur Poolman maakt. Hij merkt dat hij bij weinig belangstelling kan opbrengen voor kletspraat. Is het een karakterfout, vraagt hij zich af.

Hoort kletspraat er gewoon bij? Is dat de waterverdrijvende spray, de WD40, voor het menselijk verkeer en heb je dat maar gewoon te accepteren omdat het vastloopt. (143)

Tonic zit barstensvol met dit soort vergelijkingen. Arthur Poolman weet zo heel beeldend de problemen waarmee hij worstelt onder woorden te brengen. Ze helpen mee om het verhaal te versterken.

Bijvoorbeeld om aan te geven dat het drinken zijn lijf helemaal uitput:

Ik was een auto met een lekke koppakking waarvan nog maar twee cilinders functioneerden. (110)

Hij gaat verder in de vergelijking:

Nou, ik liep maar op één poot en bij tegenwind of het minste heuveltje viel ik stil. (111)

Verderop vergelijkt de verteller Arthur Poolman de drank met een vriend, een trouwe hond die altijd aan zijn zijde is. Terwijl kort daarvoor zijn geweten nog als een tevreden poes tegen de verwarming lag te slapen.

Het zijn die vergelijkingen die heerlijk zijn om te lezen en die het boek kleur geven. Ze maken het zware thema van de drankverslaving dragelijk. Het plezier in het spel met de taal en het verhaal, laat zien dat Ralf Mohren mooi en treffend kan schrijven.

Dat gaat veel verder dan alcoholisme. Daarom zie ik uit naar zijn volgende boek.

Ralf Mohren: Tonic, (non-)alcoholische roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 987 90 290 8940 1. Prijs: € 18,95. 256 pagina’s.

Droogdrinken

image

Droogdrinken noemt het personage Soren het in Ralf Mohrens roman Tonic. Of zoals de verteller Arthur Poolman het uitlegt:

Droogdrinken is met veel voldoening terugdenken aan de tijd dat je dronk en gebeurtenissen die toen plaatsvonden ophemelen zonder de consequenties mee te nemen in de waardering ervan. (121)

Soms lijken de herinneringen die Arthur Poolman aanhaalt ook op dat droogdrinken. De roes van de drank, het leven in het nu en vergeten van alle zorgen. Zelfs morgen lijkt dan niet te bestaan.

Of zoals hij het zelf verwoordt, de verdoving van de drank: het drinken brengt hem bij zijn dromen.

Zonder drank leven is zonder dromen leven. Hoe nep die dromen misschien ook waren, ze werkten wel. Een fake-orgasme is, mits goed uitgevoerd, voor de ontvangende instantie volstrekt bevredigend. Je weet niet beter en je kunt je er gewoon lekker aan warmen: goed gedaan en nu lekker slapen gaan. (227)

De dromen verdwijnen omdat hij stopt met drinken. Hij mist het soms, maar droogdrinken helpt niet. Al zit hij soms mijmerend in de kroeg terug te denken aan de tijd dat hij nog dronk. Gelukkig overwint de ellende die aan het drinken gekoppeld zit, elke keer.

Het leven vindt Arthur Poolman wel saaier geworden sinds hij niet meer drinkt. Hij merkt dat er vrienden zijn waarbij de vriendschap alleen om de drank draaide, zoals zijn tennismaatjes. De oude vriendschappen houden wel stand, al is het heel erg zoeken naar nieuwe vormen. De drank is namelijk verdwenen.

Dat geeft leegte, een leemte die Arthur Poolman weer probeert op te vullen. Bovendien heeft hij veel extra tijd gekregen. Hij zoekt in Tonic naar het vullen van die leemte en daarnaast probeert hij het leven met de drank te verwerken.

Ralf Mohren: Tonic, (non-)alcoholische roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 987 90 290 8940 1. Prijs: € 18,95. 256 pagina’s.

De val en de feestweek

image

Arthur Poolman, de hoofdpersoon in Ralf Mohrens debuutroman Tonic, ontdekt het boekje De val als hij in Deventer is. Hij koopt het boek van August Willemsen in zijn laatste feestweek. Een week waarin hij zich helemaal te buiten gaat en zichzelf verliest in de alcohol.

Zelfs over De Val, mijn laatste feestweek, moet ik vertellen. Eerlijk en open. Het verhaal moet mijn heelmeester zijn/ Mijn medicijn. Mijn tonic. Omdat het oude medicijn geen medicijn meer is. (23)

Hij vindt het boekje in een antiquariaat, een van de vele antiquariaten die boekenstad Deventer rijk is:

Het kostte bijna niks, evenveel als een amsterdammertje. (83)

Arthur Poolman leest het en vereenzelvigt zich vrijwel meteen met de hoofdpersoon August Willemsen:

Ik zou geen heup breken, hoewel het makkelijk had gekund. Het raamwerk, het verhaal , stond echter als een huis. (84)

Terwijl hij het verhaal van Willemsen leest, leest hij zijn eigen verhaal. De Val van Arthur Poolman is aanstaande. Het zal niet lang meer duren. Deze fatale dagen heeft de verteller opgedeeld in de cursieve hoofdstukken waarmee hij het grote verhaal opdeelt. In het grote verhaal verwijst hij vaak naar deze gedeelten.

Daarmee treedt bij Arthur Poolman hetzelfde effect op als in De Val. Het lijkt therapie voor alcoholisten: terug naar het delirium, het moment dat de werkelijkheid verdrinkt in de drank. August Willemsen speurt in zijn dagboeken en brieven naar de momenten dat hij zichzelf verliest in de drank. Arthur Poolman maakt een zorgvuldige reconstructie van die laatste feestweek.

Verbazingwekkend treffend weet hij in Tonic de beschrijven hoe hij zichzelf helemaal kwijtraakt. De drank beheerst hem en er lijkt geen weg terug. Zijn hele omgeving beseft dat, maar hij nog niet. Daarvoor moet hij diep vallen. Net als Guus in het boek De val. Al maakt de hoofdpersoon uit De val het veel bonter, vindt Arthur. Hij herkent er akelig veel in.

Net als in De val besteedt Arthur Poolman de rest van het boek vooral aandacht aan de speurtocht naar zichzelf en waar de afhankelijkheid van de drank begon. Hij speurt en komt uit bij zijn studententijd. Heel de wereld is rond de drank gaan draaien. Met dat hij stopt met drinken, verandert ook zijn sociale leven en dat is heel zwaar.

Daarmee weet Ralf Mohren met Tonic het boek De val van August Willemsen te evenaren. Het vormt een mooi duo. En met welk boek je zou moeten beginnen, durf ik niet te zeggen.

Ralf Mohren: Tonic, (non-)alcoholische roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 987 90 290 8940 1. Prijs: € 18,95. 256 pagina’s.

August Willemsen: De val. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1991. Privé-domein nr. 177. ISBN: 90 295 5744 3. 178 pagina’s.