Boekje met opdracht

wpid-img_20150829_160804.jpgEr zijn van die boeken die tegenkomt en die erom vragen dat je ze meeneemt. Zo ben ik laatst na mijn werk naar Weesp gefietst voor de boekenmarkt in de Grote Kerk. Ik ben een enthousiaste bezoeker van deze halfjaarlijkse boekenmarkt.

Langgerekte tafels boordevol boeken staan in de kerk uitgestald en dan is het heerlijk grasduinen over de boekenruggen. Ik vind altijd wel leuke boeken. Deze keer valt mijn oog op een boek dat in een doosje zit. Het heet Firmin en gaat over een rat die helemaal gek is van boeken.

Daarnaast zie ik een boekje van Ivo de Wijs liggen met zijn verzen die hij voorgedragen heeft bij het radioprogramma Vroege Vogels. Gedichten over de natuur. Het boekje trekt vooral mijn aandacht omdat er zo’n mooie opdracht in staat: ‘Voor mijn moeder’ met een krabbel en dan de naam Ivo de Wijs.

Zo’n opdracht roept meer vragen op dan antwoorden. Is het echt voor zijn moeder of stond er bij het signeren iemand aan de kraam die een krabbel vroeg voor zijn moeder? Een grapjas als Ivo de Wijs zet zoiets wel voorin zijn boekje met verzen.

Zo kan ik heerlijk turen naar zo’n opdracht en verder verzinnen voor wie Ivo de Wijs dit nu echt heeft geschreven.

Voettocht

image

Ferdinand Huyck heeft in de Jacob van Lenneps historische roman Ferdinand Huyck alle vertrouwen in de goede afloop van de voettocht van Amersfoort naar Naarden. Wat zou een rover aanmoeten met de armoedzaaier als hij die zelfs zijn degen en pistool voor zich uitgestuurd heeft.

Een plunje als de mijne was niet geschikt om eengigen struikroover in verzoeking te brengen: ik had dan ook de pistolen en den degen, die mij op onze uitstapjes in Duitschland trouw vergezelden, bij mijn bagaadje gelaten, welke met de bolderwagen van Deventer op Naarden reisde, en meende tegen de gevaaren die ik van Amersfoort tot Naarden mocht hebben, en waaronder ik de ontmoeting met een dollen hond als de ergste rekende, genoegzaam beveiligd te zijn door den kneppel, dien ik over den rechterschouder droeg en waar aan een pakje bungelde, bestaande uit mijn nachtgoed en eenige andere onontbeerlijke benoodigdheden, in een bonten doek te zamen geknoopt. (19)

Het valt ook allemaal best mee totdat hij in een herberg in Soest wel op een erg onaangenaam gezelschap stuit. De joodse kramer die hem een kurkentrekker uit zijn handeltje opdringt, is daarvan nog de minst erge. De ruzie die tussen Ferdinand en enkele gasten in de herberg ontstaat, is niet van de lucht. De messen en degens worden getrokken.

Alleen zijn afkomst redt hem en hij weet de kroeg uit te vluchten, niet wetende dat hij de belangrijkste personen verderop nog zal tegenkomen. Zelfs de hele roman zullen deze mensen hem blijven achtervolgen.

De route die Ferdinand hier maakt, lijkt zo uit het dagboek van 1823 te komen. Ook de jonge Van Lennep wandelt over een zonnige weg met bosjes erlangs over Soest naar Soestdijk. Verderop tussen Baarn en Eemnes worden Van Lennep en Van Hogendorp getroffen door een regenbui terwijl ze wandelen door het Overbosch en de prachtige buitenplaats Groeneveld.

Ferdinand Huyck wordt ook getroffen door een regenbui en schuilt in de koepel van de Guldenhof. Van Lennep zou het buitenverblijf De Guldenhof goed kunnen ontlenen aan Groeneveld. De jonge Huyck treft in het koepelgebouw bij de Guldenhof voor het eerst het meisje Henriëtte Blaek, een vriendin van zijn zus. De Heer Blaek aan wie het landgoed toebehoort is haar oom. De man heeft fortuin gemaakt, terwijl de vader van Henriëtte in armoede is gestorven.

Natuurlijk wordt het stel betrapt door de gemene zoon van de Heer Blaek, Lodewijk. Het brengt ze allebei in verlegenheid. Voor de roman is het slechts een ontwikkeling die de intriges en misverstanden alleen maar vergroot. Want misschien lijkt Ferdinand Huyck een slimme jongen, hij komt zeer sullig en onbenullig over in het verhaal.

In het bos nadat hij de Guldenhof verlaten heeft, wordt hij overvallen door rovers die hij eerder in de herberg van Soest wist te ontlopen. Daar wordt hij ook gered door de baron Van Lintz, die in de roman voortdurend terugkomt in alle mogelijke aliassen die je maar kunt bedenken.

In ruil voor de redding vraagt de man met de rode mantel, die zich Bos noemt, om zijn dochter naar Amsterdam over te brengen. Het brengt Ferdinand Huyck erg in verlegenheid, zeker ook omdat hij de zoon van de Hoofdschout van Amsterdam is en bovenal omdat hij verliefd is op Henriëtte Blaek die hij in de koepel van de Guldenhof tegenkwam.

Niet dat het verhaal nu heel sterk is. De ingewikkelde plot is zeker goed verzonnen. Van Lennep weet de spanning heel goed op te bouwen. Zeker aan het eind van elk hoofdstuk roept de opgebouwde spanning op om verder te lezen. Buiten de saaie en lange dialogen, weet Van Lennep bepaalde personages heel levendig neer te zetten. Zoals de Duitser Weinstübe en de onnozele verzendichter Helding.

Jacob van Lennep: De lotgevallen van Ferdinand Huyck. Leiden: Sijthoff [1882],[eerste druk 1840]. 498 pagina’s.

Ferdinand Huyck

image

Het vakantieboek voor deze zomer zou Ferdinand Huyck worden van Jacob van Lennep. De Amsterdamse schrijver en politicus schreef deze historische roman in 1840. Het verhaal speelt zich 100 jaar eerder af. Het boek trok mijn aandacht omdat het zich in het Gooi afspeelt.

In de 18e eeuw was het gebied tussen Amersfoort en Naarden beducht vanwege de bendes die zich in de bossen en op de heides schuilhielden. Als je er niets te zoeken had, ging je er ook niet heen. Jacob van Lennep speelt met dit gegeven op een rake wijze in zijn historische roman.

Nederland staat in deze periode op de overgang naar de moderne tijd. De ijzeren eeuw moet nog beginnen. Een jaar voordat de roman uitkomt, is de eerste ijzeren spoorweg van Nederland geopend. De industrialisatie staat nog in de kinderschoenen. Een groot deel van Nederland is nog in de staat waarin het de eeuwen daarvoor al was. Het zo vernuftige systeem van de trekschuit in vooral het Hollandse gewest was aan zijn eindje. Meer dan 200 jaar was de trekschuit hèt vervoermiddel geweest om tussen de Hollandse steden te reizen.

Of Van Lennep daarom de periode van een eeuw eerder koos, is onduidelijk. Het is namelijk niet de meest charmante periode die hij kiest voor zijn historische roman. In de 18e eeuw is Nederland behoorlijk ingeslapen en weinig spannend. De keuze van Jacob van Lennep om zijn roman juist in deze tijd te situeren is dan ook zeer opmerkelijk.

Misschien dat hij zijn wandeling in de zomer van 1823 met zijn medestudent Dirk van Hoogendorp daaraan heeft bijgedragen. De scène aan het begin van de roman Ferdinand Huyck kan zo zijn weggelopen uit de dagboekaantekeningen die Jacob van Lennep 17 jaar eerder maakte.

Ook sluit de belevingswereld van Ferdinand Huyck die zich bijna moeiteloos tussen de hogere kringen van het 18e eeuwse Amsterdam begeeft, goed aan op de wereld waarin Jacob van Lennep verpoos. Ook vader Van Lennep, hoogleraar klassieke talen in Amsterdam, bezat een buiten, het buiten Manpad bij Heemstede. Daar verbleef de jonge Van Lennep regelmatig en zal hij ongetwijfeld hebben meegedaan aan het jagen en trekken door de vrije natuur. Jacob van Lennep is zijn hele leven een fervente wandelaar geweest.

Dat wandelen en trekken zie je terug in Ferdinand Huyck. Al wordt de historische roman gedreven door de fantastische opening. De jongeling Ferdinand Huyck is op de terugweg van zijn grand tour door Italië. Als hij in Amersfoort aankomt, is het geld op en moet hij op 1 of andere manier in Amsterdam zien te komen. De zoon van de Amsterdamse hoofdschout besluit om dit lopend te gaan doen. In Naarden wil hij de trekschuit naar de hoofdstad nemen.

Jacob van Lennep: De lotgevallen van Ferdinand Huyck. Leiden: Sijthoff [1882],[eerste druk 1840]. 498 pagina’s.

Spelen en winnen

image

In Huizinga’s studie naar de spelende mens, Homo ludensschrijft de Leidse historicus weinig over de relatie tussen spelen en gokken. Bij gokken raakt de menselijke geest zo in vervoering dat hij verder gaat dan het spel. Bij het winnen krijgt hij meer dan de eer. Hij haalt ook nog eens een lieve duit binnen.

In het spel zelf zitten natuurlijk ook allerlei elementen in relatie met geluk en winnen. Dat de winst nog eens buiten het spel effect heeft, maakt het de spanning vele malen groter. Je kunt je dan nog afvragen of het dan draait om het spelen of juist om het winnen.

Kaartspelen als bridge en poker kunnen met én zonder geld worden gespeeld. De inzet van geld vergroot de spanning en versterkt het spel. De kans om het spel te winnen, is even groot, maar de prijs wordt meer begeerd. Het is verleidelijk te denken dat het dan alleen om het geld draait, maar dat geloof ik niet helemaal. Het is de combinatie die hier heerst.

Is de inzet bij gezelschapsspelen het samen rond de tafel zitten. De vele spelletjes die mensen op hun mobiel spelen, lijken een heel ander doel te hebben. Daar is het spel een tijdverdrijf en lijkt misschien het meeste op het tijdverdrijf aller tijdverdrijven van de spelletjes: patience.

Veel spelletjes op internet worden gespeeld in combinatie met veel social media. Denk hierbij aan het grote assortiment van spelen beschikbaar op Facebook. Een uitzondering hierop zijn websites zoals OnlineCasinosNederland.nl waarbij je kans maakt op grote prijzen. Steeds vaker duiken dergelijke websites op. Geluk en behendigheid wisselen elkaar af, ook bij deze websites. Zo zie je dat er door de eeuwen heen met het spel niet zoveel veranderd is. Het is enerzijds een tijdverdrijf en anderzijds geeft de kans en mogelijkheid iets te winnen een extra spanning en beleving aan het spel.

Uiteraard moet de speler ervoor waken zich niet te laten beheersen door het spel. Laat het spel vooral een spel blijven en de winst een meevallertje.​

Tocht door de jungle

image

Ook Jan Brokken maakt in Jungle Rudy een tocht door de jungle. Is hij in het eerste deel van zijn biografie over Rudy Truffino voornamelijk in het Canaima-kamp. Hij maakt enkele tochten in de omgeving zoals naar de Mayupa-stroomversnelling en met een groep van 6 mormonen de Angel Falls.

Terwijl hij door het bos zwerft op zoek naar de langste waterval ter wereld, vertelt Jan Brokken de verhalen van de ontdekkers en avonturiers die de berg trotseerden op zoek naar de waterval. De Amerikaan Jimmy Angel ontdekte de immense waterval vanuit zijn vliegtuig en vertelde het sensationele nieuws in Caracas. Het wekte vooral ongeloof.

Dat de waterval zijn naam draagt, is te danken aan de crash van de piloot. Latere piloten vinden het vliegtuigwrak terug van de Amerikaan. De vondst van de watervallen zorgde ook voor een goudkoorts. Jimmy Angel vond namelijk samen met een oude Mexicaanse mijningenieur goud in een riviertje nabij de Auyán Tepui, de tafelberg waaruit de Angel-waterval neervalt.

Als Jan Brokken naar de watervallen loopt, ziet hij de waterval. Hij hoort het water nauwelijks vallen:

De Salto Angel maakt geen donderend of kletterend lawaai. Het verval is te groot; voor het water de grond bereikt, is het tot immense wolken verstoven. Het geluid dat de waterval voortbrengt is dat van een constant lenteregentje. (109)

Ze beklimmen de berg uiteindelijk niet. Een bezoek van de bosmeester in de door Truffino gebouwde berghut onder de waterval, zien de mormonen en de begeleidende indianen als een teken aan de wand. De zware regenval zorgt er verder voor dat ze de berg niet meer bestijgen. Ze keren terug naar het kamp. Zelfs de afgestroopte slangenhuiden moeten ze achterlaten. De indianen willen geen slachtoffer worden van de kracht van de canaima.

In het derde deel doet Jan Brokken opnieuw het gebied aan. Nu beschrijft hij in een stijl die sterk aan Redmond O’Hanlons tocht door de Amazone doet denken. Ook Jan Brokken verwijst regelmatig naar de grote voorgangers Von Humboldt en Wallace.

image

Hij schrijft over de regen aan blaadjes op het muskietennet rond zijn hangmat. In 1 nacht vreten de bladzijnmieren de hele boom leeg waaronder hij hangt. Met een horzel op de ene en een stelletje teken op de andere, is het lastig poepen in de jungle.

Hier manifesteert Jan Brokken zich bijna even onhandig als Redmond O’Hanlon. Hij haalt de Engelsman zelfs even aan als hij schrijft over de petrogliefen met rode verf op een stuk basalt geschilderd die hij onderweg vindt.

De scènes in het door zware bosbranden geteisterde gebied, weet Jan Brokken treffend te pakken. Het is lange tijd al kurkdroog in het gebied. Hoe het vuur ontstaan is, weet hij niet, maar een groot deel van de vallei waar ze doorheen trekken staat in brand.

Ze worden achtervolgd door het vuur. Ze zijn omsingeld door de vlammen en moeten dwars door de vuurzee heen om eraan te ontkomen.

Behalve rook en af en toe een vlam zag ik niets. Ik voelde takken tegen mijn schenen slaan en als ik me niet vergiste knaagde het vuur aan een van mijn broekspijpen; mijn voeten zwollen door de hite, knelden in mijn schoenen, maar de zolen smolten niet. (253)

Hij weet te ontkomen aan het vuur, maar ze zijn er nog niet. De wilde dieren proberen ook te vluchten en dat levert ze een maaltje op. Al vindt ook Jan Brokken de keuze het vlees lang te koken in water net zo ongelukkig als Redmond O’Hanlon dat ervaart 400 kilometer zuidelijker.

Zo ervaart Jan Brokken ook even de jungle op zijn best. Hij kruipt hiermee diep in de huid van zijn held Rudy Truffino. Zijn boek Jungle Ruby is daarmee niet alleen een biografie van een bijzondere avonturier, maar ook een reisverslag van een tocht door het regenwoud van Venezuela.

Jan Brokken: Jungle Ruby. 3e druk. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2014 [eerst druk: 1999]. ISBN: 9789046704400. 272 pagina’s. Prijs: € 12,50.

Rudy Truffino

image

Jan Brokken vertelt in Jungle Ruby het bijzondere levensverhaal van de Nederlander Ruby Truffino in het Venezuelaanse regenwoud. Brokken laat niet alleen de bijzondere plekken zien, maar hij geeft ook een inkijkje in de bibliotheek van Truffino. Het is een bijzondere verzameling boeken van reizigers die er voor Truffino waren zoals Wallace en Humboldt.

Daarbij komen in Jungle Rudy de verhalen langs van de vele beroemde bezoekers aan de Nederlander in het Venezuela waaronder Prins Bernhard, de Canadese president, Prins Charles en de filmploeg voor de film Green Mansions met Audrey Hepburn en later de filmer Werner Herzog.

Naast Rudy Truffino passeren in het boek van Jan Brokken flink wat avonturiers. Het zijn vliegeniers als Charlie Baughan en Jimmy Angel die hun geluk komen beproeven in de het onontgonnen gebied. Goud en edelstenen lokken de bush-piloten.

Niemand kent het gebied zo goed als Rudy omdat hij de taal van de indianen spreekt. Dat komt omdat de Nederlander in Canaima belandt. Hij zou worden opgehaald door de piloot Baughan, deze crasht onderweg. Zo moet Truffino zien te overleven in het oerwoud. De ernstig verzwakte avonturier wordt opgenomen in de indianengemeenschap van de Pemón.

Hij leerde de taal van de Pemón, hij leerde hun gebruiken. Hij leerde hoe je de vis naar boven krijgt door in een traag stroomend deel van de rivier barbosco in het water te gooien, een gifige boomschors die de vis naar zuurstof doet happen; hij leerde schieten met zoń oude Braziliaanse achterlader waarmee de Pémon op tapirs en herten joegen en op de razendsnelle tigre die in de meeste andere indianentalen ja-gu-ar heet, ‘hij-die-met-één-sprong-doodt hij leerde de pijl en de boog te gebruiken en het blaasroer waarmee de indianen op het kleinere wild joegen, op lapa vooral, waterhaas en op agutí, boshaas. (41)

Later zal Rudy Truffino de eerste directeur van het nationale park zijn. Een functie die hij beëindigt als hij merkt dat hij voor het karretje gespannen wordt om ook bepaalde verboden aan de indianen op te leggen. Overigens blijft het wel de vraag hoe Rudy Truffino zijn verblijf daar midden in het oerwoud bekostigt.

Van de beroemde bezoekers als Prins Bernhard en Prins Charles moet hij het niet hebben. Financieel laten ze hem genadeloos in de steek. Hij krijgt geen cent van de prinsen voor hun verblijf met dure drank en andere kostbaarheden.

image

Het zorgt ervoor dat de Nederlandse avonturier bijna roemloos ten onder gaat. Zijn vrouw is dan al overleden en zijn dochters willen liever ook niet met hem te maken hebben. In de steek gelaten door iedereen, zelfs zijn geliefde omdat zijn dochters haar een paar weken voor zijn dood wegsturen.

Hij was te zwak om te reageren, waarop Lupe haar koffers pakte. (265)

Niet dat zijn dochters dan voor hem zorgen. Ze verdwijnen vrijwel meteen als Lupe weg is. Het lukt Jan Brokken niet om Lupe te spreken. Vlak voor hij de afspraak met haar heeft, verdwijnt ze spoorslag naar Peru.

Wat haar uiteindelijk toch nog iets gemeenschappelijks met de dochters van Truffino gaf – ook zij hulde zich liever in stilzwijgen. (265)

Ondanks het ontbreken van deze gesprekken, weet Jan Brokken een hele treffende biografie te schrijven over deze bijzondere en voor mij onbekende Nederlandse avonturier. Een man met een hart voor het regenwoud. Hij wist door het noodlot contact te leggen met de indianen, de Pémon.

Rudy Truffino’s eigenzinnigheid en sterke karakter maken hem tot een bijzondere persoonlijkheid. Dat Jan Brokken het verhaal vertelt alsof het een spannend jongensboek is, maakt het nog sterker. Ik heb van zijn boek genoten.

Jan Brokken: Jungle Ruby. 3e druk. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2014 [eerst druk: 1999]. ISBN: 9789046704400. 272 pagina’s. Prijs: € 12,50.

Jagende wesp

image

Hoe een leeuwin een springbokje of zebra vangt, zie je vaak genoeg in natuurfilms. Hoe een wesp zijn prooi vangt, zie je niet zo vaak. Dan is het extra bijzonder als je het voor je oog ziet gebeuren in de achtertuin: een jagende wesp.

We zitten uit te puffen van het versjouwen van alle meubels naar buiten. Terwijl we zo zitten dwarrelt een wesp naar beneden. Het dier is in gevecht met een spartelend motje.

Op de grond gaat het verder. De jagende wesp heeft het motje in zijn greep. Het kleine beestje voert een doodsstrijd. Uitgeput geeft het de laatste stuiptrekkingen. De wesp heeft gewonnen en begint zijn verse maaltje op te peuzelen. We zien hoe het lijf naar binnen gaat en hoe hij het lichaam behendig van vleugeltjes, pootjes en achterlijf ontdoet.

image

Dan vliegt hij omhoog nog een beetje dizzy van zijn vangst. Een klein deel houdt hij nog vast. Even zit hij op een blaadje in de boom uit te buiken en dan vertrekt hij. Op weg naar zijn volgende buit.

We kijken nog verbaasd naar de restanten van het dode motje. De honden hebben we al die tijd angstig vastgehouden. Je moet er niet aan denken dat de wesp verstoord zou worden tijdens zijn maaltje.

Vorm of vent – #50books

image

De boekenvraag van Peter deze week doet mij denken aan de vorm-vent-discussie. Deze discussie keert regelmatig in verschillende vormen terug. Dat geldt niet alleen voor de literatuur, maar ook voor andere kunsten als muziek of de schilderkunst.

De vraag in deze discussie is: in hoeverre draait het om de maker van het kunstwerk? Oftewel is het kunstwerk autonoom aan de maker ervan?

Vorm of vent

Kies je voor de vorm, dan is de maker niet zo belangrijk. In de tijd van deze discussie, tussen de 2 wereldoorlogen in het tijdschrift Forum, bezigde de dichter Nijhoff dit standpunt. Vraag je je bij een Perzisch tapijtje af wie het gemaakt heeft?

Nee, was zijn antwoord: je kijkt alleen naar de schoonheid en wie het gemaakt heeft is niet belangrijk. Het draait om het kunstwerk zelf en niet om zijn maker. De kunst is een zelfstandig, organische entiteit.

Maker wel stempel op kunstwerk

Aan de andere kant stonden Menno ter Braak en Eddy du Perron. Zij stelden dat de maker, de vent, juist een stempel op het kunstwerk drukte op het werk dat het gecreëerd had. Het draait volgens hen wel om de maker. Zij vinden hem ook verantwoordelijk voor het geschrevene.

Dat staat in schril contrast met onze literaire opvattingen. Schrijvers zijn niet verantwoordelijk voor wat hun personages zeggen en doen. Al gaat deze opvatting erg beperkt op. Sommige schrijvers worden wel verantwoordelijk gehouden voor wat hun personages zeggen en doen.

Dubbele houding

Deze dubbele houding blijft spelen. Ik ben vanuit mijn studie literatuurwetenschap erg gevoed door het literaire werk als zelfstandig object. In mijn ogen draait het vooral om de lezer die de tekst duidt. Ik als lezer geef de tekst betekenis. De tekst bestaat alleen doordat de lezer hem leest. Zonder hem is het werk betekenisloos.

Daarom geloof ik ook niet in auteursintentie. Zeker een auteur kan iets bedoelen met een tekst, maar het is de vraag of ik die bedoeling eruit haal. Voor mij draait het om wat het kunstwerk met mij doet. Wat denk ik dat het is. Die betekenis beantwoordt veel sterker aan het kunstwerk dan wat de maker ‘bedoeld’ zou hebben.

Schrijver wel belangrijk

Tegelijkertijd zie ik dat het voor veel lezers wel belangrijk is wie de tekst geschreven heeft. De autoriteit die sommige auteurs hebben, staat dan zeker centraal. Arnon Grünberg die iets over de oorlog schrijft, is iets anders dan wanneer Geert Mak dat doet. Dan kun je de tekst nog zo graag als autonoom willen zien, de missie mislukt. De leeshouding van lezer verschilt bij het lezen van teksten van deze 2 auteurs.

Ik ben zelf heel enthousiast over geheimzinnige schrijvers die zichzelf niet op de voorgrond zetten. Zo is een schrijver als Nescio een voorbeeld. Niemand weet wie deze man was, maar zijn literaire werk is een begrip.

Dagboeken

Hetzelfde geldt voor de dagboeken van iemand als Victor Klemperer, die pas na zijn dood werden gepubliceerd. Hetzelfde geldt voor auteurs als F.B. Hotz of Bob den Uyl. Zij vonden zichzelf niet belangrijker dan hun werk. Daarmee heeft een werk een heel andere positie dan deze schrijvers.

Vanuit mensen is het effect ook precies andersom: je leest het werk niet omdat je meer van hen wilt weten, maar na het lezen van hun boeken wil je de biografie lezen om meer over de mens achter het boek te weten te komen.

Daarmee heeft het boek waarbij de schrijver niet zo sterk op de voorgrond treedt, minstens zoveel overlevingskansen als het boek waarvan de schrijver bekend of zelfs bekender is dan het boek.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  33 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Jungle Ruby

image

Jan Brokken duikt met zijn boek Jungle Ruby in het leven van de twintigste eeuwse ontdekkingsreiziger en avonturier Rudy Truffino van der Lugt. De Nederlander weet in Venezuela het vertrouwen te winnen van de Pemón. Hij leert de taal van deze Indianenstam spreken en ontdekt zo hoe hij moet overleven in het oerwoud rond de Orinoco.

Hij kent het regenwoud op zijn duimpje, leeft er ook bijna een halve eeuw in zijn kampement Canaima. Als Jan Brokken er in 1996 komt om de Nederlander zelf eens te ontmoeten, ontmoet hij Truffino zelf niet maar ontvouwt het bijzondere leven van deze Nederlander zich langzaam maar zeker aan hem.

Op een toevallige manier belandt de Hagenaar in Venezuela. Hij komt uit een bemiddelde Italiaanse bankiersfamilie.

Bij de Truffino’s stroomde warm water uit de kranen, snorden de kachels en stonden ’s avonds dampende pannen op tafel – wat de sfeer er niet minder kil op maakte. De kinderen mochten op toerbeurt één keer in de week bij hun ouders aan tafel eten, op voorwaarde dat ze geen woord zeiden, tenzij hun iets gevraagd werd. Alle andere dagen aten zij in de kinderspeelkamer, onder toeziende blikken van de dienstbode en het kindermeisje. (136)

In de Tweede Wereldoorlog gaan zijn ouders uit elkaar. Tot overmaat van ramp bombarderen twee maanden voor het einde van de oorlog, de Engelsen het huis waar Rudy met zijn moeder en broers en zussen woont.

Na de oorlog vertrekt Rudy Truffino naar Afrika en belandt in de Dominicaanse republiek als hulp van de president. Door de staatsgreep die in de Dominicaanse republiek plaatsvindt, komt hij terecht in Venezuela. Via de ambassadeur van Venezuela komt hij in de Amazone terecht.

Het boek van Jan Brokken laat zich lezen als een roman. Met de avonturen van Rudy Truffino stap je ook in een jongensboek, boordevol spannende verhalen. De jungle, de ontmoeting met de indianen, het leven in de wildernis. Het zijn allemaal aspecten die het boek tot een indrukwekkend verhaal maken.

Aanvankelijk wordt Jan Brokken in het ootje genomen. Steeds krijgt hij te horen dat Rudy vandaag of morgen komt en dan met hem naar de beroemde Angel Falls of de tafelberg Auyán Tepui te gaan. In plaats van een ontmoeting stuit hij na een paar weken op het graf van de Nederlander. Rudy Truffino is al meer dan een jaar dood ontdekt Jan Brokken.

Jan Brokken: Jungle Ruby. 3e druk. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2014 [eerst druk: 1999]. ISBN: 9789046704400. 272 pagina’s. Prijs: € 12,50.

Slachthuis Vijf

image

De schrijfster Renate Dorrestein verwijst in een interview naar het bijzondere boek van Kurt Vonnegut: Slaughterhouse-Five. Ik las het interview kort na het lezen van Henri Coulognes’ roman over het bombardement op Dresden: Vertrokken. De roman van Kurt Vonnegut trok onmiddellijk mijn belangstelling.

Ook Kurt Vonneguts roman behandelt dit gruwelijke bombardement van de geallieerden. Het bijzondere is dat Kurt Vonnegut in Dresden verblijft als Amerikaanse krijgsgevangene van de Duitsers als zijn landgenoten de stad bombarderen.

Het schrijven van zijn roman Slaughterhouse-Five or The Children’s Crusade bezorgt hem de nodige hoofdbrekens. Hij komt er niet uit. De verteller schrijft het in het eerste hoofdstuk. De gruwelijkheden laten zich niet vangen in fictie.

Als hij zijn oude oorlogskameraad Bernard V. O’Hare opspoort, is de vrouw van zijn oude strijdmakker, Mary O’Hare boos. Al zegt de verteller dat hij haar heel aardig vindt, ze is woest.

Toen draaide ze zich naar mij om en ik zag hoe kwaad ze was en dat haar woede tegen mij gericht was. Ze had in zichzelf lopen praten, dus wat ze zei was maar een fragment van een veel uitgebreider betoog. ‘Jullie waren nog maar kinderen!’ zei ze. (18)

Ze is niet boos op hem, maar op de oorlog ontdekt de verteller.

Ze wilde niet dat haar eigen kinderen of andermans kinderen in oorlogen zouden sneuvelen. En ze geloofde dat oorlog deels werd aangemoedigd door films en boeken. (19)

Daarom draagt hij ook het boek aan haar op. Hij trekt de vergelijking met de kinderkruistochten en weet zo zijn verhaal in het absurde te trekken. Daarmee kan hij schrijven over de gruwelen die hij heeft meegemaakt. Daarnaast pleegt hij nog een ander trucje: hij vertelt het verhaal van een ander, de militair Billy Pilgrim.

Zo blijft hij zelf buiten schot, al haalt hij zich af en toe binnen het verhaal. De verteller weet van een gruwelijk verhaal iets indrukwekkendst te maken. Hoe gek het ook klinkt maken de buitenaardse wezens iets dat niet te vatten is, begrijpelijk.

Kurt Vonnegut: Slachthuis Vijf of de kinderkruistocht, Een verplichte dans met de dood. Oorspronkelijk titel: Slaughterhouse-Five or The Children’s Crusade. Vertaald door Else Hoog. 8e druk. Amsterdam: Meulenhoff, 2006 [1e druk 1970]. ISBN: 90 290 7738 7. 190 pagina’s.