Redmond Petje

img_20161201_213116Het Redmond Petje. Een begrip hier in huis. Ik draag het linnen hoedje als ik de natuur inga. Heerlijk genieten van de Lepelaarplassen of op een fietsrit naar het Naardermeer. Ik heb het petje op mijn hoofd. Bij het fietsen door Twente afgelopen zomer, droeg ik het eveneens. Heerlijk.

Toen ik las dat Redmond O’Hanlon in de bibliotheek zou komen vertellen over zijn Almeerse avonturen, wist ik het: ik neem mijn Redmond Petje mee. Na afloop vraag ik hem of hij het wil signeren. Dit deed ik ook omdat er de mogelijkheid was om je boeken te signeren. Ik had geen boek bij mij, maar het petje waarmee ik de natuur in ga.

Hij was licht verbaasd dat ik hem vroeg juist het petje te signeren. ‘Het is de eerste keer in mijn leven dat ik een pet signeer’, zei hij tegen de cameraman die hem vergezelde. Hij herkende de pet, wees op de kleine luchtgaatjes aan de zijkanten. ‘Deze pet heeft mij heel veel horzels voor mij weggehouden.’

img_20161130_215108

Ik vertelde hem dat ik de pet mee de natuur in nam en dan even aan hem moest denken. Hij citeerde als antwoord Joseph Conrad: ‘Een man ontleent zijn identiteit aan zijn hoed.’ De hoed heeft voor mij extra identiteit gekregen. Vanaf nu is het écht mijn Redmond Petje.

Stormvloedkering – rondje Deltawerken (5)

img_20161125_143909We rijden naar het hoogtepunt van deze autorit langs en over de Deltawerken: de stormvloedkering in de Oosterschelde. Het duurt best lang voordat we er aankomen. De duinen waarachter wij rijden geven zich niet zo snel prijs. Als we dan de bocht nemen, zien we de pilasters al staan. De lange witte palen waaraan de grote schermen hangen.

Het is de trots van Nederland en laat zien hoe eeuwen van strijd met het water, kan samenkomen in dit machtige bouwwerk. Het biedt veiligheid en tegelijkertijd geeft het ruimte om de bedrijvigheid in de Oosterschelde door te kunnen zetten. Het compromis dat tot iets buitengewoons geleid heeft.

img_20161125_144720.jpgOp het eiland Neeltje Jans pauzeren we even. We nemen een smal dijkje en kijken in de richting van de middelste stormvloedkering. Het is eb want het water trekt zich terug. Als je goed luistert, hoor de zee. De ijzig koude wind maakt het beeld compleet. Wat is dit mooi. Dit is Nederland zonder opsmuk.

Als we weer instappen, pakken we het laatste stukje van de Deltawerken. De Brouwersdam over de Grevelingen en dan door over Goeree Overflakkee. De smalle dam over het Haringvliet is de laatste bescherming tegen de onstuimige zee waarover we rijden. Dan komen we in de drukte van de Europoort.

img_20161125_144836.jpgHet ruikt hier onwelriekend naar onbewerkte olie. De enorme silo’s waarin de brandstof wordt bewaard geven het gebied iets unheimisch. De petrogene industrie heeft het hier gewonnen van de natuur. De schoonheid van Rozenburg waar bijvoorbeeld Maarten ’t Hart over schrijft in zijn romans.

Het is er allemaal niet meer en heeft plaats moeten maken voor de stinkende industrie. Ik kan alleen maar hopen dat de natuur zal winnen van deze stinkzooi. Dat wij hier rijden op dezelfde olie, vergeet ik maar even. We hebben een schitterende autotocht en moeten ook dit stukje van Nederland niet vergeten.

img_20161125_145237.jpgDan sluiten we aan in de vrijdagmiddagfile rond de havenstad. De tunnels en het nieuwe stukje snelweg van de A4 naar Delft. Ook hier wint de economie het van de natuur. De lange tunnel ten spijt die naar ik mij heb laten vertellen voornamelijk door Spaanse arbeidskrachten is neergezet.

De honden hebben de strijd opgegeven en liggen op mijn schoot te slapen. Zelfs Teuntje ligt half op haar rug. Zou het dan toch gelukt zijn om ze te laten wennen aan een lange rit in de auto?

Ik durf het alleen te hopen…

img_20161125_145028.jpg

Veere – Rondje Deltawerken (4)

img_20161125_134429.jpgAls we dan uiteindelijk over de A58 rijden, de enige snelweg van Zeeland, rijden we door tot Middelburg waar we afslaan in de richting van Veere. Ik ben er heel vroeger geweest. Een foto waar ik met mijn broertje en zusje op een kanon zit, is er het bewijs van. De grote kerk in dit kleine gehucht staat me nog bij. We zijn er toen in geweest.

Tegenwoordig is het een concertzaal geworden waarin allerlei culturele activiteiten gehouden worden. In het lage koor, is nu de protestantse kerk gehuisvest. Het is groot genoeg voor het geringe aantal zielen dat hier woont. De derde beuk is lange tijd voor opslag gebruikt, maar later afgebroken. De eigenaar van de opslag, een metselaar, zag er wel handel in om de stenen van dit gedeelte van de kerk te verkopen.

img_20161125_135308.jpgDat de gigantische kerk behouden is gebleven, is misschien wel aan Napoleon te danken. Hij maakte van de kerk een hospitaal en later heeft het de kerk functie gekregen van bedelaarsgesticht en kazerne.

Het hele stadje ademt al eeuwen de sfeer van verval en vervlogen tijden. Vooral in de 19e eeuw wordt dit beeld versterkt. De enorme kerk versterkt dit effect, terwijl al tijdens de bouw van dit gebedshuis de activiteiten werden gestaakt.

img_20161125_134728.jpg

Of het nu is dat de stad destijds te grote schoenen aantrok of dat de inkomsten uiteindelijk afnamen, is mij niet duidelijk. Of er een reden ligt in de bereikbaarheid van de haven of dat de stad slachtoffer is geworden van politieke keuzes, is mij niet duidelijk.

img_20161125_135806.jpgWe lopen nu door de stad op zoek naar een viskraam. We vinden hem niet. Alleen in de centrale winkelstraat staan wat restaurantjes en winkels. Het historische museum is geopend, maar de honden houden ons buiten. Hier ligt waarschijnlijk de heilige graal naar de oorzaak van het verval van Veere.

We lopen door een stad vol met imposante bouwwerken. De stad lijkt best op een Vlaamse stad. Het stadhuis, de grote kerk die in opbouw sterk doet denken aan gelijknamige Onze Lieve Vrouwekerk in Antwerpen. De kleur van de stenen en de opbouw van de toren. Het oogt allemaal als een droom die uiteindelijk door de werkelijkheid is ingehaald. Het hoge godshuis is echter in de wijde omtrek nog te zien. In die zin is de missie geslaagd.

img_20161125_140858.jpg

Wat lees je naast fictie? – #50books vraag 49

img_20161204_093332.jpgBij mijn vraag vorige week over welke boeken er op je verlanglijstje staan, vroeg ik ook of er boekenvragen waren die je nog graag zou zien. En inderdaad: er zijn altijd nog nieuwe vragen te bedenken.

De vragen van #50books gaan vooral over fictie. Het bedenken van poëzievragen blijkt in de praktijk best lastig te zijn. Daarnaast komen de biografie en geschiedenisboeken regelmatig voorbij. Verder blijft het vrij rustig. Maar wat te denken van woordenboeken, de encyclopedie of een overzicht met alle bedevaartplaatsen in Nederland?

Allemaal boeken die niet onder literatuur vallen. Ook de boeken over lezen vallen er in eigenlijke zin niet onder. De boeken van Pieter Steinz bijvoorbeeld onsluiten in prachtige schema’s boeken waarop je anders niet zomaar gekomen zou zijn.

Dat brengt mij bij de vraag die @JannieTr voorstelt:
Als je geen roman leest, wat lees je dan?

Waaraan kun je denken: eigenlijk alles wat los en vast zit: biografieën, historie, filosofie, natuurwetenschappen, flora en fauna, reisverhalen, fotografie, religie, computers, etc.

Volgende week stel ik de laatste vraag van het jaar. Voor 2017 neemt Martha op haar blog drspee.nl het stokje over. Helemaal blij mee. Ze gaat ons volgend jaar uitdagen na te denken over boeken en lezen.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Grootste zoutwatermeer – rondje Deltawerken (3)

img_20161125_120906.jpgVlakbij de sluizen staan we even stil en zien hier het water van de Oosterschelde, het grootste zoutwatermeer van Europa. Wat een machtige plek, ook omdat hier zoutwater en zoetwater elkaar treffen. Het uitzicht is geweldig. Zeker ook omdat de blauwe lucht zo mooi aftekent. In de verte zien we de brug waar wij zo over zullen rijden naar de Anna Jacobapolder.

De bestemming is Tholen. Ik ben er nog nooit geweest en ontdekte laatst dat het een vestingstad is. Als we eenmaal in de buurt van de stad komen, laten we hem links liggen. We rijden verder, want de honden zijn net rustig en we toeren zo heerlijk voort.

img_20161125_121008.jpgHet is een belevenis als in On the Road van Jack Kerouac, lekker rondrijden zonder kopzorgen. Zonder een echte bestemming. De rit is het doel, want wat is het hier mooi. Zeker ook als we tussen Tholen en Zuid-Beveland rijden.

De lange, uitgerekte dijk, de Oesterdam geeft het een ervaring alsof je over de lange dijk naar Venetië rijdt. Het water, de wolken en het land dat zo ver weg ligt. Een prachtig gezicht, zeker ook omdat de zon zo mooi op het water schijnt.

Lees maandag het 4e deel van onze autorit langs de Deltawerken

img_20161125_124250.jpg

Redmond O’Hanlon in de bibliotheek

img_20161201_213018De ‘writer in residence’ van Almere, Redmond O’Hanlon, logeert sinds vorig jaar verschillende periodes in Almere. Het stadshart verfoeit hij, de natuur aan de andere kant van het Weerwater bewondert hij. Zo dicht bij de snelweg, is hij diep verbaast over hoe de natuur zich hier ontwikkelt. Juist door het zijn gang te laten gaan. Hij roemde het Vogeleiland dat hij typeert als het paradijs.

Dat de gemeente juist dit gebied heeft gekozen voor de Floriade gooit veel roet in het eten. Dat Redmond O’Hanlon hier niks over mag zeggen, is een nog grotere vergissing. Hoe kun je een natuurschrijver als O’Hanlon verbieden iets te zeggen over dit bijzondere stukje natuur. Dat komt over alsof je tegen een racefietser zegt dat hij zo hard mogelijk moet fietsen door een bochtig parcours, maar je geeft hem een fiets zonder stuur.

Tijdens het interview in de bibliotheek viel dit wel erg op. Zo was O’Hanlon vol lof over het vele groen dat Almere biedt, maar hoorde ik niets over het megaproject van de Floriade of de wilde bomenkap van de gemeente. Het is juist het groen dat hij zo waardeert dat voortdurend in gevaar is. Het groen dat we moeten koesteren en onze echt identiteit is.

Daar kan geen stenen stadshart tegenop. Al heeft Redmond genoeg ideeën om ook dit deel van de stad groener te krijgen. ‘Je kunt tegen de wanden prachtige klimplanten laten groeien. En op de daken is er eindeloos veel ruimte voor groen.’ Een stad waar alle wegen omhelst worden door groene bomen, beantwoordt aan het ideaal van de Engelse natuurschrijver.

Of zoals hij het zelf aanhaalt tijdens het gesprek met de Almere Vandaag journalist. ‘Het is wetenschappelijk bewezen dat in een ziekenhuis met zicht op veel groen, mensen sneller genezen dan in een ziekenhuis in een betonnen jungle.’ De saaie bouw uit het verleden waar veel delen uit Almere uit bestaan, typeert O’Hanlon als een milde, Nederlandse vorm van communisme.

In een stad waarvan de meerderheid van de bewoners vindt dat een boom gekapt moet worden als de weg erdoor kapot dreigt te gaan, is het fijn zo’n natuurevangelist te horen. De hoeveelheid bomen die momenteel gekapt worden en waarvan ik vrijwel geen nieuwe aanplant voor terugzie, is buitengewoon groot. Hopelijk is de gastschrijver Redmond O’Hanlon een inspiratie voor het groenbeleid in de stad, waarbij ik de laatste jaren een sterk negatieve kentering bespeur.

Officieel huis – Tiny House Farm #tinyhouse

img-20161201-wa0004.jpgDan schrijf je een blogje hoe je huis wordt, krijg je reacties en ga je weer nadenken of alle beslissingen wel de juiste zijn. Laat het duidelijk zijn: we moeten bij het project Tiny House Farm een officieel huis bouwen.

Het huis op wielen zoals het oorspronkelijk concept van de Tiny House beweging, is geen optie voor ons. Daarom ontwerpen we een huis geheel volgens bouwbesluit, gefundeerd op betonnen heipalen. De gemeente Almere is hier vrij star en laat weinig creativiteit toe om te kiezen voor nieuwere funderingsvormen.

Wij kiezen verder voor een houten huis. Deels vanwege milieu-overwegingen, beton is namelijk een bijzonder milieu-onvriendelijk bouwproduct en ook omdat we geloven in het materiaal hout. Zeker als je kiest voor ecologisch beheerde bossen waar het hout vandaan komt. In ons geval komt het uit Zweden en daar komen voor elke boom die eruit gaat 2 jonge spruitjes terug die over 50 jaar weer gebruikt kunnen worden voor een nieuw huis.

Er zitten genoeg ramen in, dat is wel helder. We kunnen goed ventileren en krijgen veel licht binnen. Maar zo nadenkend en bezig met de inrichting stuiten we tegen een paar problemen. We hebben ruimte voor een huis met een bruto vloeroppervlak van 113 m2. Omdat wij wel een klein huis willen hebben, is het ontwerp nu 64 m2 bruto vloeroppervlak.

Dat betekent gezien de strenge isolatievoorschriften dat we 58m2 vloeroppervlak in huis hebben. Net het halletje bij de entree vreet nu teveel ruimte. Het oorspronkelijk plan voor ons huisje is met een klompenhokje aan de voorkant. Het is gesneuveld vanwege kostenbesparingen. Toch vraag ik mij af of we hier geen spijt van krijgen.

Daarom toch weer kijken naar de haalbaarheid van een klompenhokje voorin. Achter het huis willen we later een serre bouwen. In de tuin moet een flinke schuur ons genoeg opslagruimte bieden, want dat is belangrijk als je binnen niet zoveel ruimte hebt.

Wordt dus nog vervolgd…

De trots van een generatie

img_20161129_222739.jpgIn de roman Aan het eind van de dag geeft Nelleke Noordervliet de vrouwen van de generatie babyboomers een stem. Ze weet dit heel treffend te vertellen in het personage Katherina Mercedes Donker, een getalenteerde vrouw die per ongeluk minister wordt en ook per ongeluk 2 feministische bestsellers schrijft.

Donker krijgt op een dag de vraag of ze wil meewerken aan de biografie die een jonge wetenschapper over haar wil schrijven. Door de vraag duikt ze in haar verleden. De roman geeft een mooi inkijkje in het leven van een vrouw die enerzijds heel ambitieus is en aan de andere kant haar het leven laat overkomen.

Nelleke Noordervliet schetst een vrouwenleven, afgetekend tegen de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. Precies de biografie die Clara Hartong wil schrijven over Katherina Mercedes Donker. Het is de worsteling van een vrouw die graag ziet dat bepaalde dingen uit haar leven niet aan het daglicht komen. Want het leven als minister en schrijfster van 2 bestsellers eist ook zijn tol. De verhalen van vrienden en haar 2 kinderen liegen er niet om.

Het verhaal meandert tussen het verzoek van de biografe en de 3 afspraken die ze samen hebben, naar het verleden waarin de echte verhalen verteld worden. Op een aanstekelijke manier vertelt Katherina Donker over haar jeugd in Amsterdam. Ze woont in een volkswijk en groeit gedeeltelijk op in het café van haar oom Frits en tante Sjaan, De Centenbak. Haar vader die gevochten heeft in de Spaanse burgeroorlog en bij terugkomst in Nederland de Nederlandse nationaliteit verloor.

Het botst met haar vader. Donker schrijft dit toe aan haar intelligentie en de kansen die ze krijgt. Haar vader ziet haar liever de handen uit de mouwen steken, dan de intellectueel uithangen. De karakters botsen en ze zet zich een groot deel van haar leven af tegen hem. Toch is ze er voor hem als hij haar smeekt om te mogen sterven:

Ik moet vechten om mijn vader dood te krijgen. Het voelt als moord met voorbedachte rade. Ik raak ervan in de war. Hier ben ik: een soldaat in de strijd voor de goede dood! Overtuigd van mijn zaak roep ik de veerman aan: hier is er een voor de Hades, kom hem halen! (225)

Met haar eigen kinderen heeft ze het zelf later te stouwen. Haar zoon Jimmy vlucht het huis uit en loopt weg naar zijn vader in Spanje. Daar vindt hij wat hij zoekt. Als Donker met haar dochter Hanna hem wil ophalen uit Spanje, merkt ze dat ze hem niet meer meekrijgt. Hij krijgt in Spanje de vader waarmee hij een hechte band heeft.

Ik was hem kwijt. Er was achter de tranen om het gemis van ons, van de wereld die hij achter zich had gelaten, een wezenlijke onverschilligheid in hem opgeweld, of was het de kern van volwassen worden: de erkenning van eigen en ieders eenzaamheid, het tragische inzicht dat in sociaal wenselijk gedrag wordt verhuld en verzacht. (176)

Het is de trots van haar ijzersterke karakter waarmee ze niet toegeeft. Ik zie in haar gedrag erg veel overeenkomsten met haar vader. Ook haar vader lijkt zich niet te willen ontdoen van zijn trots voor haar. Het gevecht tegen haar vader, wordt ook het gevecht tegen haar kinderen en misschien wel met zichzelf. Het is de trots van een generatie die Nelleke heel mooi verwoordt in haar roman Aan het eind van de dag.

Nelleke Noordervliet: Aan het eind van de dag. Roman. Amsterdam: uitgeverij Augustus, 2016. ISBN: 978 90 254 4869 1. Prijs: € 19,99. 352 pagina’s.Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over de roman Aan het eind van de dag van Nelleke Noordervliet. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Knooppunt Hellegatsplein – rondje Deltawerken (2)

img_20161125_110759We komen weer in beweging en rijden over de Van Brienenoordbrug. We kiezen de richting van het knooppunt Hellegatsplein. Deze plek was voor 1953 beducht onder binnenvaartschippers. Hier kwam het zoutwater bij het zoetwater en kon het flink spoken. In haar roman over de binnenvaart, Een vrouw van staal, haalt Corine Nijenhuis deze plek in de rivierdelta aan.

Voor mij is het ook onlosmakelijk verbonden met de roman MIM, of de doorgestoken globe van A.F.Th. van der Heijden. Een indrukwekkend verhaal waarin de voetbalrellen tussen Feijenoord en Ajax op een buitengewoon intrigerende manier zijn verwerkt.

img_20161125_142512.jpgHet boek stroomt zo over van de ideeën dat het mij maar niet lukt om vat te krijgen op het verhaal. Misschien ook omdat Van der Heijden hier in een ogenschijnlijk toevallige moord een moderne oedipus-mythe weet te verweven. Een knap staaltje vertelkunst, maar daarmee kookt de roman in mijn ogen over van duiding. Ook omdat het in een bijzonder barokke stijl geschreven is.

Op dit punt herinner ik mij de rit naar Ouddorp met de bus, in de tijd dat ik daar evangeliseerde op een grote camping. Ik was getroffen door de grote hoogte waarop de brug over het water is gespannen. Vanuit een bus geeft dit nog eens een extra uitzicht, de verte in. De wijdsheid treft mij nu opnieuw, al kunnen we niet zo goed over de reling kijken. In de verte is het water en het land goed te zien.

We rijden door, laten Willemstad liggen en gaan de andere kant op naar het eiland Goeree-Overflakkee. Daar slaan we bij Oude Tonge af naar het Zuiden in de richting van Zeeland, naar de Grevelingen. Hier treft ons het uitzicht nog veel meer. Ook omdat we verkeerd rijden. We rijden naar Bruinisse, maar moeten eigenlijk de andere kant uit.

Tijd voor een pauze.

img_20161125_145944

Rondje Deltawerken (1)

img_20161125_110759Een dagje langs en over de Deltawerken rijden om kennis te maken met een belangrijk stukje geschiedenis van Nederland. Het idee leeft al een tijdje, maar in de zomer vind ik Zeeland te druk. Daarom gaan we op een dag dat alleen Doris vrij is: studiedag op school.

Hoe lang doe je over zo’n rit van meer dan 400 kilometer? Ik heb eigenlijk geen idee, daarom nemen we de honden maar mee. Het is meteen een goede training in autorijden. Ze houden er helemaal niet van. Bij het autorijden gillen, joelen en brullen ze dat het een lieve lust is. Daarom geeft Inge voor vertrek wat rustgevende en kalmerende pilletjes.

Daarom ook zit achterin ook een volwassene zodat de honden iemand hebben om door gerustgesteld te worden. Het lukt niet altijd, daar komen we al snel achter. Verloopt het eerste stuk van de reis op deze vrijdagochtend voorspoedig, op de A16 zit een kleine hic-up. Er staat een vrachtwagen vast op de Van Brienenoordbrug.

img_20161125_111736.jpgDe vrachtwagen schijnt te hoog te zijn, beweert de man op de radio die de file-informatie voorleest. Daarom sluiten wij aan in de rij. Hij staat muurvast. Als ik de motor uitschakel, schiet Teuntje helemaal in de stress en knalt tegen Doris’ hoofd aan. Een pijnlijke toenadering.

Ik besef een beetje te laat dat we dus best hadden kunnen kijken naar de oudste van de Deltawerken, de eerste maatregel om het water tegen te houden. Het is de stuwdam waarmee de Deltawerken begonnen zijn: de stormvloedkering bij Capelle aan de IJssel. Hier stond het water op 1 februari dreigend hoog, maar bleef het beperkt tot de dreiging. Hiermee bleef een gebied waar 1 miljoen mensen woonden, een overstroming bespaard.

Gelukkig valt het allemaal mee. Waarschijnlijk is het voldoende om de banden leeg te laten lopen voor deze vrachtwagen. Wij mogen weer doorrijden.

Lees morgen het 2e deel van ons rondje Deltawerken