Lepelaars

wpid-20150524_170310.jpgWe rijden weer een heerlijk vogelrondje. Eerst de uitkijkhut over de plas, daarna het rondje onder de natte graslanden langs. Af en toe stoppen we om de dijk te beklimmen en vanuit een uitzichtpunt te kijken over het enorme gebied vol ganzen en andere vogels.

wpid-20150524_163556.jpg

We zoeken de lepelaar. Ik heb er dit seizoen nog geen eentje gezien. In de vogelhut is het druk met heel veel kabaal. Het is bijna niet meer genieten zo. Het gebonk en gepraat jaagt elke vogel weg. Alleen een wilde eend zwemt ongestoord voorbij met haar jongen.

wpid-20150524_154915.jpg

We hebben wat meer succes bij de natte graslanden. Daar zien we na lang turen de eerste lepelaars. Eerst twijfel ik nog hardop, maar verderop zien we er echt al wat meer. En nog weer verder ziet Doris er zo 6 in opa’s verrekijker. Wat een mooi gezicht.

wpid-20150524_170051.jpg

Zo rijden we verderop langs de boom die omgeknaagd is door bevers. We bekijken de sporen van de bevers en zien de tandafdrukken in het wilgenhout. De boom ligt overdwars in het water. Het lijkt wel of hij sinds Hemelvaartsdag nog meer hout is kwijtgeraakt. Onder de knik liggen de houtsnippers verspreid.

wpid-20150524_165547.jpg

Het is steeds zo ontzettend genieten, turend door de verrekijker naar de vogelshow voor ons. De ontdekking van de bijzondere soorten geeft de fietsrit iets extra’s. Elke rit geeft weer iets nieuws om te zien. Vol van de lepelaars fietsen we terug naar huis.

wpid-20150524_165924.jpg

Scandinavische thriller

wpid-20150215_132638.jpgZe zit achter de balie. Om haar heen liggen stapels boeken. Ze pakt een exemplaar, bekijkt het en zuigt een prijs uit haar duim. Naast haar zit een man. ‘Deze een euro?’ vraagt hij. Ze knikt. ‘Ja, die zijn allemaal een euro.’

Ik spring een gangetje met boeken in. Terwijl ik in een exemplaar blader hoor ik haar praten tegen haar collega. ‘Ja, hij spaart zijn vakantiedagen op voordat hij weggaat’, zegt ze. Haar collega is begonnen over een andere collega die vertrekt.

Zijn opmerking is genoeg spreekwater voor haar: ‘Ik heb hem nooit gemogen. Al vanaf zijn eerste sollicitatie. Toen heb ik ook al gezegd dat hij niks was. Hij zei dat ik het anders moest zien. Maar ik zou geen mensenkennis hebben. Tja, je hebt het zelf gezien hoe hij is.’

Ze jammerde verder terwijl ik een ander boek opensloeg. De prijs voorin bedroeg wat meer dan een euro. En ik liep mijn boekenkast af in gedachten. Had ik dit boek nou wel of niet? De twee kletsen rustig door. ‘Ik zal blij zijn als hij vertrokken is. Echt, als hij vertrekt, dan maak ik een dansje.’

De rijen ga ik verder. De boeken gaan één voor één door hun vingers en krijgen stuk voor een stuk een bedrag voorin. ‘Als ik met vakantie ben of ik ben ziek, dan laat hij alles gewoon staan. Dan sta ik met zo’n gigantische boekenberg.’ Ze zit ingeklemd tussen de dozen boeken. Haar collega houdt een boek omhoog: ‘Ja, dat is zo’n boek uit Zweden. Hoe het zo’n thriller.’

En daar begint het zoeken naar het woord dat ze wil weten. ‘Ja, hoe heet dat daar bij Zweden. Net zoiets als de Balkan, maar dan daar.’ Ze stopt met bladeren in haar boek en denkt na. ‘Ja, ik weet het wel. Ik weet het heus wel hoor.’

‘Scandinavië’, denk ik. Ze ploedert door. ‘Joh, hoe heet dat nou. Net als de Balkan, maar dan die landen bij Zweden en hoe het? Noorwegen. Nou, God, hoe heet dat nou. ‘Ik ga weer een rij verder. Ik kan het bijna niet laten het toch te gaan zeggen, maar houd mijn mond. Soms moet je iemand lekker laten worstelen. En stiekem geniet ik.

‘Scandinavië’, klinkt een rij verder. Uit de rij komt een oudere man glunderend in haar richting gelopen. ‘Je bedoelt een Scandinavische thriller.’ Ze kijkt op. Haar ogen schieten vuur. ‘Ja, Scandinavië. Ik wist het wel hoor, ik kon er alleen even niet opkomen.’

De openbare bibliotheek heeft mij gevormd – #50books

Mijn eerste herinnering aan de bibliotheek grijpt terug naar de woensdagochtenden dat mijn moeder de openbare bibliotheek van Veenendaal schoonmaakte. Ik ging altijd mee. Mijn moeder zeulde op de fiets mijn plastic tractor, waarmee ik dan door de gangen reed terwijl mijn moeder verderop aan het stofzuigen was.

Soms stopte ik bij een boekenkast, ging op de grond zitten en pakte een boek. Dan bladerde ik aandachtig door het boek, keek naar de geheimzinnige letter en zocht de plaatjes. Soms betrapte een collega van mijn moeder mij. Dan nam ze mij mee naar de boeken waar ik meer met uit de voeten kon.

Liefde voor boeken

Daar is mijn liefde voor boeken, bibliotheken en lezen vandaan gekomen. De geur van de boeken, het harde kaft van de bibliotheekboeken. De stukgelezen exemplaren die bijna uit elkaar vallen en waarvan de bladzijden groezelig zijn geworden. Heerlijk.

Ik beleef altijd veel plezier aan oude bibliotheekboeken en kick op het stempel ‘afgeschreven’. Altijd neus ik even in het hoekje met afgeschreven boeken van mijn bibliotheek. Die afgeleefde exemplaren hebben steeds meer mijn voorkeur. Ze laten de liefde zien voor een boek.

Als we weer naar huis gingen aan het einde van de ochtend, soms was de bibliotheek al open voor publiek, dan vervoerde mijn moeder naast mij en het trapfietsje ook nog een paar boeken met plaatjes van dieren en prentenboeken in haar fietstas. Ik was er gek op.

Diezelfde openbare bibliotheek heeft mij boeken gebracht die ik anders nooit onder ogen zou hebben gezien. De schoolbibliotheek had niet de boeken van Maarten ‘t Hart. Ook de boeken van Terlouw miste deze bibliotheek onder sterke regie van de reformatorische grondslag van de school.

Later las ik zelfs de boeken van Plato en andere wijsgerige werken die zelfs een beetje te hooggegrepen waren voor een wijsneus van de Mavo.

Gevormd door openbare bibliotheek

Die openbare bibliotheek heeft mij gevormd en gebracht tot wie ik nu ben. School en zelfs de universiteit hebben mij dat niet gebracht. Zelfs internet biedt niet de ruimte voor vrijheid die je in de openbare bibliotheek vindt. Op veel scholen zit er een filter op internet uit angst voor porno en islamgeweld.

In de openbare bibliotheek van mijn stad zie ik heel veel jongeren. Net als in de openbare bibliotheek van Amsterdam. Ze zitten tussen de schatten en hoeven er niet in te kijken. Maar ik betrap soms zo’n zogenaamd ongeïnteresseerde puber met een boek in zijn hand dat ik niet met hem geassocieerd zou hebben.

Niet op marktplaats

Dat vind je niet op marktplaats en ook google vraagt een expliciete zoekopdracht. Dat brengt je niet zomaar op andere gedachten. Dat is wat anders dan heerlijk rondneuzen, een boek pakken, bladeren en zoeken. Je lekker laten meenemen en grijpen door het verhaal in het boek.

Alleen daar win je de oorlog tegen andere, bekrompen denkbeelden mee: door ze toe te laten en een stem te geven. Niet door het zwaard te pakken en te slaan. Het is de vrijheid waar veel mensen hun leven voor gegeven hebben.

Laat de bibliotheek open!

Laat daarom alsjeblieft de bibliotheken open en open ze nog meer. Op marktplaats staat misschien hetzelfde, maar het is niet bereikbaar voor iedereen. En juist dat is de kracht van de openbare bibliotheek.

Alleen als je nooit naar de bibliotheek gaat, zoals die Amsterdamse VVD’ers dan kom je tot dit soort krankzinnige ideeën. Degene die zichzelf vormt door de andere gedachten en wijsheden in de bibliotheek, die weet wel beter.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  21 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Dodelijke val

image

De wind slaat in het gezicht als ik de hoek om fiets bij het station. Ik rij net uit de tunnel bij het station, naast het busstation en krijg de wind van voren. De hoge gebouwen achter het station van Almere maken een windtunnel waardoor elk briesje in een storm verandert.

De zon schijnt net door een gat in het wolkendek en ik tuur over het vrij lege plein. Iets verderop rijdt een vrouw in een scootmobiel. Ze draagt een lichtgevend vestje. Naast haar loopt een andere vrouw, ze houdt het wagentje met een hand vast.

image

Ineens valt iets uit de lucht. Het wordt half meegenomen door de wind maar komt hard naar beneden. Het schiet door de lucht voor mij. Er klinkt een doffe smak. Ik kijk goed en zie een duif liggen. Het dier beweegt niet.

De dame naast de scootmobiel snelt toe. Ze kijkt verbaast omhoog. ‘Hij viel zo uit de lucht’, zei ze. Misschien een hartaanval gehad of zo. ‘We moeten iets doen’, roept de vrouw in het wagentje. ‘Er valt niets te doen’, zeg ik. De andere vrouw is bij de duif. ‘Ik leg hem aan de kant. Anders rijden er mensen overheen.’ Ze pakt het dode dier op. De nek bungelt omlaag. De pootjes staan omhoog. Er loopt een straaltje bloed uit de nek.

image

Als ze weg zijn, maak ik snel een foto. Dat dit dier hier zomaar uit de lucht viel. Het regende vogels, las ik vorige week. Dit is wel een heftige vorm van regenen. Wat als je zo’n beest voor de kop krijgt, denk ik. De wind streelt in het gezicht.

Ik maak nog een foto van de hemel. ‘Mooi hè dat dat allemaal ken vanuit zo’n klein gaatje’, roept een man die langsfietst. Hij ziet de vogel niet liggen. Zijn vrouw rijdt naast hem en giechelt. Hij probeert een lolletje te slaan uit de fotograaf van vallende vogels. En slaat de hoek om. Veilig uit de wind, onder de tunnel van het station door.

image

Thuis vertel ik het verhaal over de vallende duif. Inge kijkt aandachtig naar de foto op mijn mobieltje. ‘Een vogel valt niet zomaar uit de lucht. Die is aangevallen door een roofvogel.’ Ze wijst naar de pennen die uit de kop steken. ‘Dat gebeurt echt niet als hij zomaar uit de lucht valt. Een roofvogel heeft hem te pakken gehad en per ongeluk laten vallen.’

Het zou best kunnen en ik denk aan de twee vrouwen die het diertje wilden begraven. Ze dachten ook dat de duif zomaar uit de lucht viel. Dat het diertje prooi was van een roofvogel, zou het allemaal nog erger gemaakt hebben. Een dood zomaar is toch minder erg dan een moord door een roofvogel.

image

Luidruchtig

image

Dan is het eindelijk zover. Ik speur langs de natte graslanden op zoek naar de lepelaar. Het veld is leeg. Heel in de verte zie ik witte vogels, maar het zijn overduidelijk broedende zwanen of een zilverreiger. De lepelaar is er vandaag niet.

Bij een uitzichtpunt, zo’n mooie overdekte zit een echtpaar te turen door de verrekijkers. Ze praten luidruchtig over de vogel die de man op zijn camera probeert vast te leggen. Dat de vogel nog niet gevlogen is, verwondert mij.

image

Waarom maken ze toch allemaal zo’n herrie die vogelaars. Het is pas echt genieten als je daar helemaal in je eentje staat, achter zo’n spleet te gluren. De koude wind snijdt in je gezicht. De vogels doen alsof ze je niet zien en verder alleen het geluid van de wind.

Ik vergeet de vliegtuigen die luidruchtig overvliegen en strepen in de lucht maken. Het geraas van verkeer over de dijk. Een motorbootje dat tuffend voorbij vaart in het water achter mij. Of de huizen die ik overal om mij heen zie. Wat is natuur nog in dit land?

image

Een paar uitzichtpunten verder komt er een man op een vouwfietsje aangereden. Hij zet luidruchtig zijn fiets neer en vraagt of er nog iets bijzonders te zien is. ‘Nee, er is niks te zien’, antwoord ik kortaf.

De man heeft het volste vertrouwen in mijn antwoord. Hij stapt weer op zijn fietsje en rijdt weg. Zo kan ik tevreden kijken naar de afleidingsvlucht van 2 kieviten. Ze worden achterna gezeten door een sperwer die zich heerlijk in de maling laat nemen en verdwijnt.

image

Ik stap op mijn fiets en rij weer naar huis. Het einde van een zoektocht.

image

Opgelaten

image

De zon roept mij naar buiten. Ik spring op de fiets en rijd in de richting van de Lepelaarplassen. Ik wil ze weer eens zien die lepelaars. Die bijzondere vogel die weer terug is uit het verre Afrika.

Eerst rij ik naar de hut om te kijken of ik nog een ijsvogeltje kan zien. Het is druk op het wandelpad naar de hut. Ik passeer de drukpratende wandelaars. Ze zijn vooral druk met zichzelf in plaats van de natuur om zich heen.

image

In de hut is het ook druk. De aanwezigen praten en schuifelen heen en weer over de houten bankjes. Het is een lawaai van jewelste. Ze beseffen waarschijnlijk niet dat als je zoveel herrie maakt, de vogels om je heen dan ook liever wegblijven.

De grootste bedreiging voor het ijsvogeltje zijn de vogelaars, las ik eens ergens. Het kan natuurlijk een gekscherende opmerking zijn van een gefrustreerde vogelaar, maar ik geloof het stiekem best wel. Ook hier in de hut met uitzicht op de plas is het druk en lawaaiig. Zo heeft geen vogel zin om zich te laten zien.

image

De grote camera waar iemand luid mee tikt op het kozijn waardoor de dikke lens naar buiten steekt. Het luide lawaai van de camera zelf als hij klikt. Of het geroffel van een vader die tegen zijn zoon dat hij daar moet kijken. Het helpt allemaal weinig om echt een vogel te zien.

Als tot overmaat van ramp een lawaaiig groepje binnenstapt, zijn de rapen gaar. Ik zie de laatste vogels verschrikt wegvliegen. ‘Is dat een ijsvogel?’ hoor ik iemand vragen. Nee, rund, denk ik. Die is hem allang gevlogen.

image

Gelukkig bezitten lawaaischoppers ook niet zoveel geduld. Daardoor loopt de hut sneller leeg dan ik had durven hopen. En als het rumoerige gezin verdwenen is, breekt het gouden moment aan.

Ik hoor het geluid nog wegsterven over het pad en daar is het. Eerst de luide schreeuw over het water en dan schiet het blauwe vogeltje er achteraan. De donderstraal. Net zo opgelaten als ik.

image

Meerkoetjes

wpid-20150516_171749.jpgEen koppeltje meerkoetjes heeft midden op de gracht bij het park een nest gebouwd. Of ze andermans nest in beslag hebben genomen of deze indrukwekkende burcht zelf gebouwd hebben, kan ik zo snel niet zien.

Het vrouwtje zit al bovenop de berg van takjes, twijgjes en riet. Het mannetje zwemt heen en weer. Hij klimt op de waterkant en trekt aan het riet dat daar groeit. Zo half in een rietstronk gehangen valt hij achterover en kukelt het water in.

wpid-20150516_171702.jpgNiet dat het erg is. Hij heeft het begeerde stukje riet en zwemt er trots mee in de richting van het nest. Hij geeft het aan haar. Zij pakt het over, schikt wat en stopt het ergens voor haar in de bedding van het nest.

Het mannetje is alweer weg. Hij klimt weer op de kant, hangt weer in een rietstengel. Het riet schiet los. Hij valt het water in en zwemt na het koppeltje duikelen weer terug naar het wijfje.

wpid-20150516_171708.jpgOf het nestje nu met elk nieuw ietsje hoger komt of geriefelijker wordt, kan ik niet zien. Het ziet er heel bedrijvig uit. Bedrijvig genoeg voor middeleeuwse dichters om er liefdesliedjes over te schrijven.

Onwillekeurig moet ik daar ook weer aan denken. Alle vogels, behalve jij en ik. Waarom zouden wij niet een nestje gaan maken…

wpid-20150516_171742.jpg

Natuurfilm

wpid-20150516_171921.jpgIk zie hem langs de gracht lopen over het zandpad dat het fietspad voor ons huis momenteel is. In zijn hand houdt hij een statief vast met daarop een grote filmcamera. Een vachtje rond de microfoon moet de wind uit het geluid houden.

Hij tuurt tijdens het lopen om zich heen. Kijkt naar boven in de bomen. Zijn ogen volgen het gefluit van een vogel. Hij loopt onderwijl verder en verdwijnt de hoek om. Ik ben hem kwijt.

wpid-20150516_171717.jpgPas later kom ik hem tegen. Als ik een koppeltje meerkoetjes op de foto wil vastleggen. Ik kijk genoeglijk naar de beestjes daar in het water. Het mannetje valt op een onhandige manier in het water en brengt het stukje riet heel schattig naar het wijfje.

Ik zie hoe de man vanonder de brug ook naar het tafereel tuurt. Zijn camera gaat mee. Hij kijkt tevreden in de richting van het liefdesstelletje. Hier midden in de stad, speelt een mooi natuurtafereel af. Een natuurfilm in een buitenbioscoop.

Kijken is genoeg.

wpid-20150516_171845.jpgLees morgen meer over de meerkoetjes.

Zeester

wpid-20150516_214157.jpgIk loop over de markt zoals elke zaterdag. In mijn tas ligt heerlijke graskaas en een stukje jongbelegen. Bij de kippenboer een stukje kipfilet gehaald, nieuwe patataardappelen. Volgens de aardappelboer zijn de Grote muizen de beste.

Nu sta ik bij de viskraam voor een zalmkop aan de graad. Speciaal voor de honden. Dan snij ik de kop in twee helften. Elke hond een helft. Ze vinden het heerlijk.

Deden ze er eerst wel een halfuur over, nu werken ze de kop in een minuut of 5 naar binnen. Helemaal, zelfs het oog dat vrij bitter schijnt te maken, smullen ze op.

Ik wacht op mijn beurt. De jongen ziet mij bijna elke week staan. Hij pakt al het plastic tasje om de op met graad in te stoppen. Ik zie voor mijn voet een zeester bewegen.

Als ik afreken, merk ik op dat er voor mij op de grond een zeester ligt. ‘Ja, dat is Patrick’, merkt de jongen op. Hij loopt alweer naar de volgende klant en laat mij achter met Patrick. Het dier beweegt nog. Zo lijkt het of hij mij uitzwaait.

Spel met de tijd

image

In de roman Het regende vogels van Jocelyne Saucier speelt de verteller met de tijd. Het lijkt alsof het verhaal in het hier en nu speelt. Er zijn geen aanwijzingen dat het in het verleden zou spelen.

Toch draait het verhaal om 1916: het moment van de Great Matheson Fire. De leeftijd van Ted Boychuck is niet duidelijk. De 2 mannen met wie hij in het bos leeft, zijn 86 en 89 als de fotografe bij ze langskomt. Tom en Charlie hebben de Great Matheson Fire niet meegemaakt. Boychuck was 14 jaar oud op de avond van de brand, 29 juli 1916.

Boychuck had zijn hele familie verloren in de Great Fire van 1916, een drama dat hij overal waar hij probeerde zijn leven op te bouwen, in zich droeg. (13)

Hoe oud hij was toen hij stierf, komt niet naar voren in het verhaal. Maar vanwege de leeftijden van de mensen kan het niet in deze tijd spelen. Daarvoor moet het verhaal minstens 10 jaar eerder spelen.

De vrouw van 102 bijvoorbeeld die de fotografe in het park tegenkomt, zou nu de Great Matheson Fire zich niet meer kunnen herinneren. Daarvoor zou ze echt te jong zijn geweest.

Het raadsel rond de tijd waarin de roman speelt, komt pas helemaal aan het einde van het verhaal naar voren. Het verhaal waarbij ze de 3 mannen in het bos zoekt en op de vrienden Tom en Charlie stuit, speelt in 1996. Een week voordat de fotografe bij de mannen in het bos komt, is Boychuck gestorven. Het oude dametje van 102 is in 1994 in het High Park in Toronto gezien.

Zo klopt alles weer. Als een bus. Ik merkte bij het lezen van Het regende vogels dat je zonder duidelijke tijdsaanduiding een roman leest alsof het nu speelt, in deze tijd. Al laat je je ook leiden door de datum waarin het boek is verschenen. Hier was dat 2011, maar het verhaal speelt 15 jaar voordat de roman verschenen is. En hier is dat best belangrijk.

Jocelyne Saucier: Het regende vogels. Roman. Oorspronkelijke titel: Il pleuvait des oiseaux. Vertaald door Marianne Kaas. Amsterdam: Meridiaan, 2015. ISBN: 978 90 488 2216 4. 184 paginas. Prijs: € 18,99

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde bijdrage over Het regende vogels van Jocelyne Saucier. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.