De schreeuw

Eigenlijk weet je het al als je het leest. Als in de proloog van Kwaadschiks hoofdpersoon Nico Dorlas koffie drinkt uit een bekertje met daarop een rudimentaire versie van Edvarde Munch’ De schreeuw. Dit is een Leidmotief in de roman. Dit onderdeel komt terug en niet alleen op bekertjes.

Cliënt draait het bekertje met De schreeuw naar de rechercheur toe. Het is misschien een aanzet tot het verbreken van zijn stilzwijgen, maar het opengesperde mondje brengt nog altijd geen geluid voort, ook niet op de wijze van een buikspreekpop. (18)

Zo zal het regelmatig terugkomen. Het schreeuwen, al dan niet in combinatie met het beroemde schilderij van de Noorse schilder. In Kwaadschiks is Nico Dorlas welbespraakt en drukt zijn agressie zich uit in een luid schreeuwen. Hij doet dit regelmatig.

De schreeuw is ook zo’n Leidmotief, net als de apneu met bijbehorend masker of de ruziezoekertjes. Ze geven het leesplezier van deze roman. De verteller laat de schreeuw op het bekertje terugkomen, maar ook op andere momenten. Zoals wanneer de verteller verhaalt over een voorval in een stiltegang in de vestingwerken van Naarden. Dorlas schrok zich rot toen hij de pumps van Desy hoorde:

Dorlas draaide zich om naar het monster dat uit louter herrie bestond. Volgens Desy, later, zag hij er op dat moment uit als de gillende figuur van Munch – de monde wijd opengesperd, de handen tegen het hoofd geperst. (1047)

Hiermee legt de verteller de link met het schilderij op de koffiebekertjes van het kantoor. Ook de opengesperde mond, legt weer een verband met het apneumasker. Zo komt alles samen en creëert de verteller een wereld waarin alles volmaakt aan elkaar verbonden is.

Bekijk ook het filmpje over De Schreeuw en Kwaadschiks

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

Zoals de oude zongen… Concert van Bram Beekmans leerlingen

Een concert van 4 leerlingen van Bram Beekman. Samen spelen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik op het De Rijckere-orgel in de Oostkerk te Middelburg. Op dit orgel is Bram Beekman bijna 20 jaar organist geweest. Hij overleed vorig jaar en met dit concert herdenken en eren ze hun leermeester.

Ik ken Bram Beekman vooral van de Bach-serie die hij in de jaren 1990 voor Lindenberg op cd zette. Hij bespeelt hierin een groot aantal barokorgels. Zijn stijl heel secuur en degelijk. Soms op het saaie af, maar na jaren luisterend speelt hij vooral heel doorzichtig.

Een fuga wordt bij hem nooit een show, maar blijft tot het einde maatvast en helder. Geen spektakel met 32-voeten of overdadige klavierwisselingen. Alleen als het nodig is en nooit meer.

Dat is meteen ook het bijzondere aan het De Rijckere-orgel. Toen Bram Beekman in 1990 aan de Bachserie begon was hij organist in Vlissingen. Aan het eind van de serie begon hij in Middelburg. Een historisch instrument van een Vlaamse bouwer. Een flink orgel en heel rijk versierd.

Orgel=Büchlein

Niet echt barok, meer iets voor muziek van de zonen van Bach en Mozart. Iets meer galant. Al vind ik persoonlijk de koralen uit het Orgel=Buchlein uitgevoerd door Bram Beekman op dit orgel in 2010 mooier dan de opname die hij bijna 18 eerder maakte in Vollenhove voor de Bach-serie. Bij het concert van zijn leerlingen hoor ik ook veel Bach, waaronder het koraalvoorspel ‘Ich ruf zu dir’ uit hetzelfde Orgel=Büchlein.

De 4 leerlingen laten ook een andere kant van Bram Beekman horen. Die van improvisator en componist. Ik heb Bram Beekman een paar keer gehoord, zoals bij de presentatie van het eerste deel van de Bach-serie in de Laurenskerk te Rotterdam. Bij een concert in de Oude kerk van Veenendaal improviseerde hij en speelde enkele van zijn Valeriusliederen. Een verrassende stijl waarbij mij de fraaie harmonisaties vooral zijn bijgebleven.

Vroegmodern klankidioom

Ook bij het concert van zijn 4 leerlingen, hoor ik deze kant van Bram Beekman. Harmonisch doorwrocht, niet angstig voor een hedendaags akkoord, maar wel passend. Of zoals hij zelf weleens aangaf in interviews, een vroeg-modern klankidioom.

Veel vind ik terug bij zijn 4 leerlingen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik. Stuk voor stuk bezig met een zorgvuldige interpretatie. Maatvast, niet bang om een pittig werk ter hand te nemen en stilistisch ijzersterk.

Geen grootse effecten

Geen grootste effecten, maar mooi aangezet en zorgvuldig geregistreerd. Eerlijk. Speel maar gewoon, dan speel je al gek genoeg. Dat terwijl dit orgel allerminst helder en duidelijk is. Het dreigt soms te versmelten in wolligheid. Het vraagt om zorgvuldig spel.

Het is een instrument dat veel aandacht vraagt van speler en toehoorder. Dat leer ik van dit concert. En ik denk bij het horen van deze 4 leerlingen op het orgel: wat zou Bram Beekman ervan hebben gevonden…

Waar let ik op bij het lezen? – #50books

Lezen is een heerlijke bezigheid. Ik kan vooral genieten van romans waarin bepaalde aspecten later weer terugkomen. Niets is voor niets. Dat ervaar ik bijvoorbeeld bij de romans van Van der Heijden. Alles komt terug, is met elkaar verbonden en dient het grote verhaal.

Dat spel met het verhaal ervaar ik als het spel met de lezer. Als de hoofdpersoon in het eerste hoofdstuk iets in zijn zak stopt, dan moet dat voorwerp in zijn zak verderop terugkomen. Het mag niet zo zijn dat dit in zijn zak blijft zitten of zelfs zonder notitie opeens verdwenen is. Dat hij bijvoorbeeld met lege zakken zit, terwijl hij toch duidelijk dat muntje in zijn zak heeft gedaan.

Van der Heijden stelt daarin niet teleur. In zijn laatste roman, die immens dikke Kwaadschiks stopt de hoofdpersoon een wodkafles in de spoelbak van de wc. Je weet als lezer dat deze gaat terugkomen. In dit geval is het een beetje een teleurstelling. Ik had er iets meer van verwacht, maar hij komt terug.

Dat geldt ook voor allerlei andere kleine en grote dingen. De verteller spreekt veel over apneu en het CPAP-masker. Dat dit apparaat eigenlijk een omgekeerde stofzuiger is en Dorlas senior toevallig altijd stofzuigerverkoper is geweest. Het is geen toeval. De geconstrueerde wereld van de roman mag geen toeval kennen. Het is een eigen wereld waarin de verteller de touwtjes in handen heeft.

De lezer mag die wereld zien en er telkens nieuwe dingen in ontdekken. Zoals in een mooi schilderij waar je steeds weer iets nieuws kunt ontdekken. Het draait om de compositie, maar net zo goed om de details en de schoonheid hiervan. Aspecten die voor mij het lezen tot een vreugde maken.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Hoe ik mijn verjaardag vierde – #fietsvakantie

De dag van vertrek liet ik een beetje afhangen van het weer. Maar daardoor dreigen we nog op vakantie te zijn als ik jarig ben. ‘Maar dan vier je toch gewoon je verjaardag waar je dan bent’, zei Inge.

En ze heeft gelijk. We staan dus op de camping vlakbij Langeveen. Inge komt vandaag langs. Ze komt rond lunchtijd heeft een hartige taart gemaakt met veel sla erbij.

Het blijkt inderdaad best ver te liggen. Ze doet er ruim anderhalf uur over om te komen. Het belooft een warme dag te worden. Wij zitten in de schaduw. Inge heeft haar eigen stoel meegenomen en gaat lekker in het zonnetje zitten.

De konijnen houden zich een stuk koester dan vannacht. Het is veel te warm om je druk te maken. Even later rijden we weg naar Ootmarsum. We gaan naar het buitenmuseum Los Hoes en daarna gaan we iets zoeken om gezellig te eten.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Anterieure Overeenkomst – Tiny House Farm

Het tekenen van de Anterieure Overeenkomst is een grote stap tussen alle stapjes op weg naar ons nieuwe huis in Oosterwold. Gisteren tekenden we de overeenkomst met de gebiedsregisseur Ivonne de Nood.

Elke stap is een stapje dichterbij naar de ontwikkeling van ons landje op de Tiny House Farm in Oosterwold. Het is nog een lange weg en ik verwacht niet dat we dit jaar al kunnen bouwen. Maar het kan opeens heel snel gaan, leert de ervaring. Dus wie weet, valt het mee.

Klein stukje vuursteen

Verder kregen we nieuwe informatie rond de stand van zaken bij ons project. De ontwikkelingen met de vondst van een klein stukje vuursteen zijn wel zorgelijk. Het leek er eerst op dat dit steentje buiten de Tiny House Farm was gevonden, maar nu blijkt het op de plek van ons gemeenschapsgebouw te liggen.


Er is vervolgonderzoek noodzakelijk. Heel spannend, vooral voor de nabijgelegen percelen. We hopen dat de schade meevalt en het bij deze splinter vuursteen zal blijven. Mocht er meer omhoog komen, dan zullen de plannen moeten wijzigen.

Gemeenschapsgebouw

Ook is er zojuist al een heuse vereniging opgericht. De statuten zijn richtlijnen, als alles opgeleverd wordt, geven we zelf richting aan de koers die we als vereniging zullen gaan. Wat doen we met de gemeenschappelijke gronden en hoe pakken we het beheer van het gemeenschapsgebouw aan.


We kregen een mooie presentatie over het Helofytenfilter dat ontwikkeld wordt. Daarover meer in een volgend blog. De notaris heeft verteld over de gang van zaken hoe het gaat verlopen om de grond van de gemeente te krijgen. Een ingewikkeld verhaal. Net als dat de planning. Het gaat nog wel even duren.

Ik verwacht dat het begin volgend jaar zover is…

Toegangspoort: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 9b

De toegangspoort van de louteringsberg zit in een spleet, zoals de barst die door een muur loopt. Voordat Dante naar binnen kan, moet de verteller 3 tredes op: een witte, een paarse en een vlammend rode.

Vergilius zit op de diamanten drempel en adviseert Dante aan de poortwachter toegang tot de louteringsberg te vragen. De dichter valt ‘deemoedig’ voor de man bij de ingang neer en smeekt of hij hem zo goedgunstig is om doorgang te geven.

Dan merkt de verteller op dat de poortwachter van onder zijn gewaad 2 sleutels haalt, een zilveren en een gouden. De 2 sleutels vragen om ervaring en inzicht. Juist de sleutels helpen mee om de knoop vol zonden los te maken.

De poortwachter zegt dat hij de sleutels gekregen heeft van Petrus met de boodschap dat het een minder groot probleem is als hij de poort niet openkrijgt dan dat hij deze voor Jan en alleman opent.

Maar voor Dante en Vergilius gaat de deur open. De scharnieren kraken bijna uit de sponning als de deur opengeduwd wordt door de engelen.

Ik wendde mij, al luisterend naar de eerste
tonen; en het docht mij dat ik Te Deum laudamus
hoorde zingen, begeleid door zoet gespeel.
Wat ik hoorde, wekte in mij het gevoel op dat
men pleegt te ontvangen, als men het gezang van
stemmen hoort bij het spelen van het orgel:
Nu vat men de woorden, dan weer niet. (vs 139- 145, Haghebaert)

En daar hoort Dante al het Te Deum laudamus klinken. Hier maakt hij een prachtige vergelijking waarbij de muziek raadselachtig klinkt. De woorden niet helemaal verstaan door de afstand en omdat je meegenomen wordt door de prachtige muziek. Ik zou als ik daar stond Herbert Howells hebben gehoord met zijn prachtige Te Deum.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 9

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1901. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Apneu

A.F.Th. van der Heijden integreert in zijn romans vaak dingen die hem zelf overkomen. Zo heeft hij in de Movo tapes stilgestaan bij een voetblessure waar hij een tijdje zelf ook last van had.

In de roman Kwaadschiks behandelt Van der Heijden zijn eigen slaapstoornis. Het snurken van hem, bleek apneu te zijn en hij is er succesvol voor behandeld. Ik schreef er eens een blogje over dat is overgenomen door de Apneu-vereniging.

Natuurlijk maakt Van der Heijden de apneu tot meer dan een Leidmotief in zijn roman Kwaadschiks. In het verhaal lijdt de hoofdpersoon
Nico Dorlas aan apneu. De verteller legt een link met de adem die regelmatig stokt bij de hoofdpersoon en zijn karakter:

Persoonlijk concludeerde Dorlas dat er een verband moest bestaan tussen de dwang zijn adem in te houden en zijn geheime behoefte aan wellustig stilzwijgen, aan langdurig stommetje spelen. En dat terwijl jusit het chronische zuurstoftekort voor de gruwelijkste stemmingswisselingen zorgde, met alle verbale en fysieke uitbarstingen van dien. Dorlas ontdekte dat hij de vleesgeworden vicieuze cirkel was, een uit zichzelf voortrollend rad omstuwd door aasvliegen. (163)

Hij krijgt hiervoor een beademingsapparaat met een bijbehorend masker, een CPAP. Het bedrijf RescAirdat het levert, draagt als logo een zeepaardje. Het verwijst naar de omgekeerde stofzuiger, die lucht blaast in plaats van zuigt.

Het verandert in een steeds groter en tragischer voorwerp, waarbij Nico Dorlas het masker ook gebruikt om zich achter te verschuilen. Het wordt steeds extremer in dit boek van Van der Heijden. Het apparaat meet zelfs de proporties aan van een voorwerp om mee te moorden.

Zoals hoort bij een roman van Van der Heijden, is de apneu een prachtig Leidmotief dat door het hele verhaal is verweven.

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

Kwaadschiks

Hoofdpersoon van de nieuwe roman Kwaadschiks is Nico Dorlas. Hij heet niet naar Nicolaas, maar naar Nicodemus, de Farizeeër uit het nieuwe testament die Jezus ’s nachts stiekem opzoekt. Niemand mag weten dat hij de Messias bezoekt. Dat geldt wat minder voor Nico Dorlas. Hij laat zich overduidelijk overal gelden. Wel doet hij veel in het geniep en vooral ten bate van zichzelf.

Nico Dorlas werkt als creatief brein bij het gerenommeerde reclamebureau Battjes & Partners in Amstelveen. Zij hebben onder meer de beroemde leus van de bierbrouwer Heineken bedacht. Na een avond brainstormen vol drank besloot de bierbrouwer het idee op zijn naam te schrijven, maar het kan heel goed zijn dat Nico Dorlas de leus heeft bedacht.

De 47-jarige hoofdpersoon leidt aan apneu. Hij gebruikt hiervoor een speciaal apparaat ’s nachts, een CPAP-apparaat, met een bijzonder masker. Hij doet dit op om genoeg zuurstof binnen te krijgen. Zijn vrouw Desiree, onderwijzeres op een lagere school, is dan allang in een andere kamer gaan liggen. En dat komt niet alleen vanwege het gesnurk.

Het apparaat werkt als een omgekeerde stofzuiger. Het maakt de innerlijke wereld in deze bijzondere roman van A.F.Th. van der Heijden nog meer bijzonder. Nico Dorlas’ vader is namelijk handelsreiziger in stofzuigers geweest. Hiermee is de cirkel in de roman rond. De verwijzingen zijn nog niet over. Zo komt het toneelstuk Death of a Salesman van Arthur Miller regelmatig terug.

De verwijzingen houden niet op. Zo verwijst de verteller naar de film The Elephant Man uit 1980 om de angstaanjagende verschijning van het masker te benadrukken. Of naar het zeepaardje, het logo van het beademingsapparaat. Daar zie je ook een masker in. Beelden en vergelijkingen die om elkaar heen kronkelen door het hele verhaal.

Of zoals de romanheld Nico Dorlas het zelf uitdrukt: zijn ziel komt uit de kast. Hij moet doen wat hij wil en kiezen voor de liefde.

Het onopgeloste GOEDSCHIKS/KWAADSCHIKS zou voor altijd als een twee-eiige Siamese tweeling, verwikkeld in een tweekoppige burgeroorlog, blijven proberen zichzelf uit elkaar te scheuren, en Dorlas zou eroverheen struikelen, net zo lang tot hij in de half vergroeide lichaamsdelen verstrikt raakte.
[…]
Het geheim van zijn poging tot herstel lag in de juiste mate van vernietiging. Als hij in zijn opzet slaagde, zouden de poorten naar de Domeinen opengaan. Het monster de Stem zou verslagen zijn. (743)

Hij kiest voor de variant met kwaadschiks met alle gevolgen van dien. In nog geen 24 uur voltrekt zich een heus drama voor het oog van de lezer, Nico Dorlas slaat helemaal door.

Een roman als Kwaadschiks is daarmee niet zwaar om te lezen. De intriges waaruit het verhaal is opgebouwd, geven je als lezer een spanning die misschien alleen maar bij het lezen van een thriller te evenaren is.

Bekijk mijn vlog over Kwaadschiks

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

De komende dagen blog en vlog ik over dit 6e deel uit de Tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden.

Bijna 1300 pagina’s in 1 week

Een hele operatie zou het worden: het lezen van de nieuwe pil van A.F.Th. van der Heijden. Kwaadschiks, het 6e deel uit de cyclus De tandeloze tijd. Ik verheug me er al op sinds ik de eerste aankondiging las dat het boek zou uitkomen.

Daarom reserveerde ik het boek bij de bibliotheek. Al vreesde ik dat de 3 weken leentijd te kort voor mij zou zijn. Het nieuwe boek telt immers 1280 pagina’s. Dat is een aardige leeskluif! Een flink werkje om te doen in zo’n korte tijd.

Zo begon ik op zaterdagavond nadat ik het boek had opgehaald bij de bibliotheek. Ik werd onmiddellijk meegenomen in dit verhaal. Het grijpt je meteen bij de kladden en laat je dan ook niet meer los. Je kunt je moeilijk lostrekken uit dit verhaal. Het zijn de kleine beetjes van het verhaal die prachtig gedoceerd worden.

Bijvoorbeeld op het moment dat Desy haar vriend Nico Dorlas – ‘de man met wie ik samenwoon’ – in de steek laat. Ze belt de ambulance. Zij kennen haar goed. Ze belt vaker om te vertellen over hoe Nico zich in een coma gezopen had of het – meestal daaraan verbonden – huiselijke geweld. Bij de ambulance noemen ze het vaak: ‘Een gevalletje verhaal kwijt moeten.’

Ook deze dag belt ze op. Om de ambulancebroeders te waarschuwen. Ze geeft met dit belletje een korte samenvatting van Kwaadschiks: alle stoppen slaan door bij Nico Dorlas.

‘Mevrouw Harthoorn, wat kan ik voor u doen?’ Bijna had de centralist gevraagd: ‘Is het weer zover’ Maar een dergelijke directheid, dat was tegen de instructies.
‘Mijn man… mijn vriend…’ Ze begon te huilen, of huilde steeds al. ‘De man met wie ik samenwoon… eh…’
‘… heeft u molest aangedaan.’
‘Nog niet. Hij kan elk moment uit z’n dak gaan.’ (195)

En dat is nog voorzichtig uitgedrukt. Nico Dorlas gaat gigantisch uit zijn dak in Kwaadschiks. Het wordt van kwaad tot erger en bewust zet Nico alles op alles in om alles stuk te maken. Of zoals de romantitel het zegt: kwaadschiks!

Daarom is het – tot mijn eigen stomme verbazing – gelukt om dit boek in 9 dagen tijd te lezen. Het verhaal is gewoon te spannend om weg te leggen. Tegelijkertijd bevat het zoveel elementen waarmee Van der Heijden in eerdere delen uit deze cyclus ook speelde.

De prachtige vergelijkingen, de beeldrijke taal en vooral de ontwikkeling van het verhaal. De opbouw is lovenswaardig. Hij weet je mee te nemen in de ontwikkeling van het verhaal. Niets is overbodig, alles hangt met alles samen. Als je ergens leest dat de hoofdpersoon een halfvolle wodka-fles in de stortbak van het toilet stopt, dan weet je dat die ooit ergens zal terugkomen. In dit geval kost het 800 pagina’s voordat je erachter komt. Maar je komt het te weten.

En dat geldt voor alles! Het draagt allemaal bij aan een ultieme leeservaring. Zo ultiem dat ik niet eens het idee heb dat ik bijna 1300 pagina’s in iets meer dan een week gelezen heb.

A.F.Th. van der Heijden: Kwaadschiks. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. Romancyclus: De tandeloze tijd 6. ISBN: 978 90 234 5813 5. Prijs: € 29,95 (paperback). 1280 pagina’s.Bestel

De komende dagen blog en vlog ik over dit 6e deel uit de Tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden.

Een halfuurtje voor het slapen – #50books antwoord vraag 11

De boekenvraag van deze week: wat is je favoriete leeshouding? Eigenlijk maakt het niet zoveel uit waar ik lees. Als ik meegenomen word door een boek, dan kan ik overal lezen. Het gebeurt niet altijd en dan ben ik snel afgeleid. Ik kan dan heel weinig hebben.

Een televisie die te aanstaat of muziek op de achtergrond. Onderbroken worden tijdens het lezen of alle andere vormen van afleiding die mij van het boek weghouden. Ik moet ervoor waken dat het gebeurt.

Het mobieltje is ook zo’n verleiding dat je zoveel mogelijk moet vermijden en ver moet wegleggen. Zoek vooral niks op tijdens het lezen, want voor je het weet ben aan het googlen in plaats van lezen.

Daarom geniet ik ontzettend van het halfuurtje voor het slapen gaan in bed. Lekker met een boek bij me. De dikke pillen liggen wat minder comfortabel, maar dan nog lees ik heerlijk met deze veel te dikke boeken.

En zo verslind ik boek na boek. Op het nachtkastje ligt altijd een boek klaar, want het kan ook heerlijk zijn als je de slaap niet kan vatten, nog een eindje verder te lezen. Al weet ik dan ook dat het de slaap vaak niet oproept. Dan is het boek veel te mooi om weg te leggen…

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.