Barbara Pavinati: een stadse in de Achterhoek

img_20160725_201546.jpgBarbara Pavinati, het meisje met de poëtische naam. Ik ken haar uit mijn studietijd waarbij we samen een leesclubje oprichtten en die de mooie klankdichten schreef. Ze volgde een aantal jaren geleden de liefde en verhuisde naar de Achterhoek, haar liefde Boef achterna.

Daar schreef ze haar eerste boek: Grillige pad der liefde. Het vormde een bundeling van haar blogs over haar liefde voor Martin, de jongen in de rolstoel die heel bijzondere kunst maakte. Het is een ontroerend verhaal over aantrekkingskracht, sterke karakters en een liefde die ze voor altijd bij zich draagt.

In Grillig pad der liefde schrijft ze ook over Boef, de jongen die ze leert kennen via een datingsite en die haar naar het Oosten van het land brengt. Haar nieuwe leven is uit uitgangspunt van haar nieuwe bundel columns Een stadse in de Achterhoek. Het boekje bestaat uit 14 korte stukjes over deze bijzondere streek waarin ze belandt is als ‘stadse’.

Ik heb vlak na mijn studie enkele jaren in het Oosten van het land gewoond. Weliswaar ietsje noordelijker, in Twente. De 2 streken grenzen aan elkaar, hebben veel overeenkomsten maar ook heel veel verschillen. Ook ik moest erg wennen aan de bijzondere, typisch Twentse gebruiken. Zo leerde ik als verslaggever van de Twentsche Courant Tubantia de foekepot kennen in Goor en hoorde de verhalen over brommers kieken na het weekend.

Vormde haar eerdere boek een heel persoonlijk en ingrijpend verhaal, nu verwijst Barbara Pavinati naar haar nieuwe leven op een luchtige manier. Soms schiet ze een beetje door in mijn beleving, waarbij ze zich soms westerse voordoet dan ze is. Bovendien is het niet altijd de Achterhoek waar het gebruik leeft. Het kan zich over grotere delen van Nederland verspreiden, maar niet in de Randstad.

Of het dan het contrast is tussen de stedeling en de Achterhoeker, is ook de vraag. Het draait eerder om de Randstedeling Barbara die soms wel heel verwonderlijk kijkt naar de gewoontes die haar vriend erop na houdt. Ze ziet het echter graag met de nodige contrasten en wijst dan naar haar afkomst als ‘stadse’. Zie je wel, daar komt het door, zegt ze dan:

Ben ik nu een stadse? In de eerste plaats voel ik me gewoon mens. Eigenaardigheden hoeven in mijn ogen niet per se met de plek waar je vandaan komt te maken te hebben, maar zijn wel een mooie kapstok om ze aan op te hangen. Nu ben ik de uitzondering, in de stad was ik de regel. In de regel was iedereen in de stad namelijk de uitzondering. Als je begrijpt wat ik bedoel. Dus ja, ik ben een stadse in de Achterhoek. De uitzonderlijke westerling die de ongeschreven regels in het Oosten bevestigd ziet. (21)

Met deze bewering zet ze zich apart en ook buiten spel. Dan vraag ik mij af of het inderdaad zo zwartwit is. Ik heb dat zeker niet zo ervaren toen ik als verslaggever op de streekredactie werkte. De dingen die Barbara Pavinati beschrijft, zijn zeker soms best leuk, grappig en ontroerend, maar ze benoemen niet altijd het verschil tussen het westen en het oosten.

De tekeningen die ze bij haar stukjes heeft gemaakt zijn van een ontroerende eenvoud en drukken daarmee precies uit waar het over gaat. Zo is het boekje Een stadse in de Achterhoek een uitzonderlijk boekje van een uitzonderlijke vrouw, die de regel vaker bevestigt dan ze zelf zou willen.

Barbara Pavinati: Een stadse in de Achterhoek. Uitgegeven in eigen beheer. ISBN: 978 1 36 441431 3. Prijs: € 8,95. 54 pagina’s. Bestel

Haiku’s leren lezen

img_20160724_183836.jpgBij het afscheid van mijn collega’s van Ziggo vorig jaar kreeg ik een bijzonder cadeau: een bundel met foto’s van de lucht met een haiku. Iedere haiku had een heel eigen karakter en vertelde mij veel over de persoon die het schreef.

Wat mij veel meer trof bij het initiatief van de bundel, was dat deze collega’s de wereld betraden waarin ik mij dagelijks begeef. Ze probeerden een gevoel te verwoorden in die paar lettergrepen die een haiku telt. Daarbij kwam er soms een heel treffende verwoording uit.

Ellen Deckwitz gaat in haar cursusboek over het lezen van gedichten ook in op de haiku. De Japanse dichtvorm haalt ze aan bij het hoofdstuk over de betekenis van gedichten. Ze citeert hier een haiku van de grote haikudichter Matsuo Bashõ. Ze schrijft:

Zelfs in Kyoto
wanneer de koekoek roept,
mis ik Kyoto.

Ze heeft er zelf een gedicht over Charlie op geschreven als verwijzing naar deze haiku. Helaas is de haiku niet heel mooi vertaald. Hij mist hiervoor een lettergreep in de 2e regel. Erg is het niet, maar het leidt mij erg af. Een gedicht bestaat zeker uit regels, zeker een haiku van Bashõ, de Shakespeare van de haiku.

Je zou veel moois over dit gedicht kunnen vertellen. Bijvoorbeeld dat de eerste regel een abstractie is, de 2e een natuurbeschrijving en de laatste een typering wat het met het lyrisch ik doet.

Die koekoek is veelzeggend, schrijft Ellen Deckwitz. Het verwoordt de naderende zomer. Het hele gedicht is veelzeggend en laat zien dat een paar woorden genoeg kunnen zijn om een hele wereld op te roepen.

Ik noem het mijn wereld omdat ik elke dag een haiku probeer te schrijven. Ik weet wel beter, want bij het lezen van Basho sta ik weer helemaal terug op mijn plaats.

En toch blijf ik het proberen.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen, Een cursus genieten van poëzie. Amsterdam/Antwerpen: UItgeverij Atlas, 2016. ISBN: 978 90 450 3134 7. Prijs: € 17,99. 160 pagina’s.Bestel

Hoe Tiny is een Tiny House?

img_20160706_202746.jpg
Tiny House Farm heet het project waar wij een perceel grond gaan kopen in Almere Oosterwold. Klopt die naam eigenlijk wel? Zijn het wel Tiny Houses die hier gebouwd gaan worden met een bruto vloeroppervlak van 75 m2?

Echte Tiny Houses

Op zijn blog merkt Gerhard Hormann op dat dit geen ‘echte’ Tiny Houses zijn. De huizen doen hem eerder denken aan vakantiehuisjes. Ook al vermeldt de website van de Tiny House Farm dat het niet om recreatiehuisjes gaat, het zijn ze wel degelijk stelt Hormann.

Helemaal gelijk heeft hij niet. De huizen op Tiny House Farm moeten voldoen aan het Bouwbesluit Light. Dit is een volwaardig bouwbesluit en je kunt niet zomaar een recreatiewoning op je perceel zetten. Het bouwbesluit werkt de lage prijs tegen omdat de muren dik moeten zijn en er naar alle waarschijnlijkheid geheid moet worden.

Woonexperimenten

In zijn boek Hypotheekvrij verwijst Gerhard Hormann naar woonexperimenten met nieuwe vormen van wonen. Hij noemt daar de gemeente Almere in zijn voorstel om eens te kijken of je niet midden in het bos zou kunnen wonen of op een perceel een Tiny House of mobile home neer te zetten.

Vormen die zeker de moeite van het bouwen waard zijn. Maar de omstandigheden zijn hier nog steeds niet naar. In Nederland is het nog altijd lastig om zomaar ergens een huis neer te zetten. Bovendien helpt het niet mee in de financiering.

img_20160706_204341.jpg

Onroerend goed

Banken eisen bij het verstrekken van de hypotheek dat het een onroerend goed. Woonboten en woonarken zijn bijvoorbeeld niet meer te financieren met een hypotheek, sinds ING deze bijzondere woonvorm niet meer steunt.

De huidige initiatieven van Tiny Houses in Nederland laten ook zien dat de wet- en regelgeving achterblijft. Bewoners van kleine huizen krijgen vaak geen toestemming hun huis ergens te plaatsen. Soms mag het tijdelijk, maar voor langere tijd is onmogelijk. Als we in Almere Oosterwold een Tiny House op wielen willen plaatsen, krijgen we geen bouwvergunning hiervoor. De hoofdwoning moet verankerd zijn met de grond.

Lastig te plaatsen

Dus zelfs als de wil er is, dan is het lastig om een ‘echt’ Tiny House te plaatsen. Overigens is het natuurlijk ook een kwestie van definitie. Wij willen een huis van ongeveer 60 m2 plaatsen. Daarom zou ons huisje beter Small House kunnen heten. Maar dat is nog altijd een flinke stap terug van de meeste formaten waarin veel huizen worden opgeleverd. Die lijken eerder in grootte toe te nemen dan af te nemen.

Almere Oosterwold biedt ruimte aan bijzondere initiatieven voor nieuwe woonvormen. Wat mij wel tegenvalt bij het zien van de vele initiatieven is dat er nog niet altijd echt duurzaam wordt gebouwd.

Minderen en duurzaam leven

Het bouwmateriaal beton wordt nog veelvuldig gebruikt. Net als de verwerking van staal. Daarom vind ik dit project wel heel mooi passen binnen gedachten van minderen en een duurzaam leven. Het zou absoluut bijdragen aan het bouwen voor de toekomst. Ik hoop dat veel mensen bij het bouwen van hun huis hieraan zullen denken.

Gedaanteverwisseling: Divina Commedia: Hel: Canto 25

img_20160725_220000.jpgDe dieven en rovers vormen misschien wel de grootste groep zondaars in de hel. Dante besteedt tijdens zijn reis door het hiernamaals veel aandacht aan de plek waar ze zitten: de 7e ringgracht in de 8e cirkel. De zielen worden hier in bedwang gehouden door slangen.

Dat is ook de redding voor Dante als de dief zijn vuisten balt in de richting van de dichter. De slang wikkelt zich om zijn nek en de dief kan niets meer uitkramen. Bovendien slaat de centaur Cacus toe om de zondaar nog in zijn nek te grijpen. Maar de dief heeft de benen al genomen.

Dit bijzondere mythisch wezen achtervolgt in dit gedeelte van de hel ook de zondaars om ze extra hardhandig de les te lezen. Dante ziet 3 schimmen en terwijl hij naar hen kijkt ziet hij een 6-koppige slang toeslaan.

Het tafereel dat Dante nu beschrijft is ongelooflijk. De verteller vertelt het ook heel beeldend hoe de slang deze Cianf dei Donati inkapselt. De beruchte dief en inbreker uit Florence wordt hier bestolen van zichzelf.

Nooit zag men klimop zoo een boom bekleeden,
Als van het vrees’lijk ondier was te ervaren,
Hoe vast zijn lijf zich hechtte aan diens leden.

Toen, of zij beide’ als heete was vergaren,
Versmolten zij en wisselden hun kleuren,
Dat geen van beide scheen, wat éérst zij waren,

Gelijk men – voor de vlam uit – ’t ziet gebeuren,
Als bruine rand komt door ’t papier gestreken
Nog niet gansch zwart, noch gansch meer wit te speuren. (vs. 58 – 66, Rensburg)

De ziel is beest geworden vertelt Dante. Hier vindt een wonderlijke gedaanteverwisseling plaats. De dief is van zichzelf bestolen. Het hele lichaam van de mens verandert in het reptiel.

De 2 overgebleven dieven vergelijken nu zichzelf heel mooi met de slangen die hen omringen. Het levert een mooi contrast op met de straf die God de slang geeft na de zondeval.

Een contrastrijk en heel sterk canto is dit gedeelte van Dantes Goddelijke komedie. Het bewijst voor mij weer dat het een bijzonder boek is dat soms overstroomt als een borrelend vat. En waar ik niet altijd vat op heb.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 25

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J. K. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

img_20160724_183538.jpg

Lezen of schrijven

img_20160724_183538.jpgBij het lezen van de cursus poëzie lezen in 23 antwoorden op hetzelfde aantal vragen van dichteres Ellen Deckwitz, scheidt ze het schrijven van poëzie. Waarom zou een gedicht schrijven toegedaan zijn aan weinigen en het lezen aan velen?

Ze pleit in haar boek namelijk voor het lezen van poëzie en eigenlijk niet voor het schrijven van gedichten. Terwijl het tweede net zoveel plezier (of nog meer plezier) kan geven dan het eerste.

De oervraag die ze stelt is misschien wel begrijpelijk: waarom schrijven mensen wel veel gedichten, maar haken ze af om ze te lezen. De dichtbundels zijn niet gretig in aftrek, terwijl een miljoen Nederlanders geregeld een gedichtje op zou schrijven. Als die miljoen mensen nu eens gedichten zou lezen…

Niet dat dit die lezer aan te rekenen is:

Ik vermoed dat hier sprake is van onkunde in plaats van onwil. En onwil strikt genomen draagt het huidige literatuuronderwijs op de middelbare school daaraan bij. (8/9)

Het onderwijs, de leraar Nederlands op de middelbare school, is de sleutel tot de bijzondere wereld van de poëzie. Zonder hem of haar zul je het geheim niet leren kennen. Daarom denk ik zeker dat docenten Nederlands en andere talen leerlingen kunnen helpen bij het lezen van poëzie.

Poëzie draait namelijk om de lezer. Zonder lezer bestaat een gedicht niet. Al spreken de gedichten van de door Ellen Deckwitz bewonderde Emily Dickinson dit een beetje tegen. Het grootste deel van haar werk is pas gepubliceerd na haar dood. Daarmee bestonden haar gedichten pas echt na haar dood.

In gedichten draait het daarmee veel meer om de lezer dan menig dichter zou willen. Veel thuisdichters schrijven niet voor een lezer, maar voor zichzelf. Ze proberen een bepaald gevoel juist te verwoorden of een bepaalde gedachte heel sterk op papier te zetten. Het gedicht zelf staat daarmee op de 2e plaats.

Dat is niet erg, maar slaat de spijker precies op zijn kop. Het lezen van gedichten stimuleert enerzijds om zelf te schrijven en helpt tegelijkertijd om kennis met een wereld die je ervoor nog niet kende. De wereld van de poëzie is een ontdekkingstocht.

Als Ellen Deckwitz iets doet in haar boek, dan is het haar enthousiasme voor het gedicht. Ze wil niet alleen gelezen worden, ze wil juist stimuleren verder te lezen. Of je daarvoor veel gedichten moet lezen, weet ik niet. Soms helpt het juist om kleine stapjes te maken en de ruimte te geven aan het gedicht.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen, Een cursus genieten van poëzie. Amsterdam/Antwerpen: UItgeverij Atlas, 2016. ISBN: 978 90 450 3134 7. Prijs: € 17,99. 160 pagina’s.Bestel

Gedichten leren eten

img_20160724_180716.jpgGedichten schrijven zouden veel Nederlanders kunnen, schrijft Ellen Deckwitz in haar inleiding bij haar schriftelijke cursus hoe je kunt genieten van poëzie. Dat het lezen een stuk lastiger is, bewijst ze in haar Olijven moet je leren lezen.

Poëzie lezen is hetzelfde als het leren eten van olijven, schrijft de dichteres. Hoe vond je de eerste olijven? Of het allereerste biertje? Je hebt ontdekt dat het lekker is door het te eten en te drinken. Zo werkt het ook met poëzie, stelt Ellen Deckwitz.

Ook gedichten kun je leren eten. (11)

Of ze daar gelijk in heeft, weet ik niet. Ze doet wel een poging om poëzie bereikbaar te maken. In 23 artikelen schetst ze verschillende aspecten van gedichten en licht ze bepaalde dingen toe. Moet een gedicht bijvoorbeeld rijmen of kan poëzie troosten? Het zijn legitieme vragen over de geheimzinnige wereld van de gedichten.

Het blijft voor mij wel de vraag of poëzie niet onbereikbaarder wordt door het te proberen uit te leggen. Juist die geheimzinnigheid, dat weëe gevoel in je maag. Dat helpt je verder om gedichten tot de diepste kern te vinden. Niet het praten dat het mooi is, maar het voelen dat hier iets machtigs gebeurt waar je geen invloed op hebt. Dat vind ik het mooie van poëzie. Het verstand kan er daarom niet altijd bij en ik weet niet of je verder moet willen.

Zo beweert Ellen Deckwitz dat een gedicht zeker niet alles kan betekenen. Als je dat zou beweren, doe je het gedicht onrecht:

Poëzie betekent dus een leesafspraak. Een gedicht kan veel betekenen, maar niet alles. Wie dat denkt is gemakzuchtig en doet het gedicht onrecht. Je beroept je dan op het moeilijke imago van de poëzie, terwijl hier net in amper achthonderd woorden is gedemonstreerd dat interpretatie in de praktijk reuze meevalt. (77)

Het draait bij poëzie niet om wie er gelijk heeft, maar wat het losmaakt, stelt ze. Ik ben het maar gedeeltelijk met haar eens. Juist dat interpreteren maakt voor veel lezers zoveel stuk. Het onheimelijke gevoel dat een gedicht of een dichtregel kan oproepen, hoeft niet altijd verklaart te worden. Maar mag er zijn en in dat geval mag er betekenis zijn, maar het hoeft niet.

Dat is juist het geheim van de poëzie.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen, Een cursus genieten van poëzie. Amsterdam/Antwerpen: UItgeverij Atlas, 2016. ISBN: 978 90 450 3134 7. Prijs: € 17,99. 160 pagina’s.Bestel

Gedichten lezen – #50books vraag 30

img_20160721_074700.jpgDeze week bespreek ik op mijn blog de cursus genieten van poëzie van dichteres Ellen Deckwitz. In haar boek Olijven moet je leren lezen merkt ze op dat er heel veel gedichten geschreven worden, maar niet veel gedichten ook echt worden gelezen.

Lezers hebben geen idee hoe ze een gedicht moeten lezen en dan is het veel prettiger om zelf iets te produceren dat op een gedicht lijkt, dan dat ze iets van iemand anders moeten lezen. Dan heersen er nog allerlei misvattingen dat een gedicht alles kan betekenen bijvoorbeeld of dat songteksten altijd poëzie zijn.

Wat een misvattingen. en dat terwijl poëzie zo fantastisch is. Ze kan tegelijkertijd grappig én schrijnend zijn, ontroerend én ontluisterend. Acht regels kunnen de impact hebben van een natuurdocumentaire en actiefilm in één. (10)

Dat brengt mij bij de leesvraag van deze week.

Lees je weleens poëzie en hoe lees je poëzie?

Wat zou je voor een tips hebben hoe je gedichten leest en waarom zou je gedichten moeten lezen?

Ik ben erg benieuwd naar jullie antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Mateloos lezen – #50books antwoorden vraag 29

img_20160719_074426.jpgHet woord ‘binge’ verwijst naar een onbeteugelde inname van iets. Dat kan eten zijn, maar ook drinken of alle afleveringen van een televisieserie in 1 avond. Dat het bij lezen ook bestond, wist ik niet, maar had ik natuurlijk wel kunnen vermoeden. Ook de boekenseries kunnen in 1 keer achter elkaar gelezen worden.

In vrij korte tijd achter elkaar

Niet echt mijn ding. Ik heb wel series in vrij korte tijd gelezen, zoals Het bureau van Voskuil. Of het grootste deel van het oeuvre van een schrijver zoals bij Daum. Verder ben ik er denk ik toch te nuchter voor. Gelukkig riep mijn boekenvraag genoeg reacties op en er blijken veel lezers te zijn die wat minder goed maat kunnen houden.

Het idee voor deze boekenvraag komt van een tweet van Gerhard Hormann die op vakantie is zijn eigen achtertuin. Hij brengt zijn dagen al lezend door. Hij jaagt al lezen door het hele oeuvre van Thomas Verbogt en Nico Dijkshoorn. De term ‘binge reading’ heeft hij in het nieuwe boek van Jan Dijkgraaf gelezen. Ik las vooral een leuke boekenvraag in deze tweet.

Best wel willen

De blogger weerzinwekkend schrijft in haar reactie dat ze het eigenlijk best zou willen, maar het leven van alledag slokt haar toch weer op. Alleen de vakantie biedt ruimte voor een piek in het lezen. Maar een hele stapel boeken in heel korte tijd achter elkaar lezen, is best lastig als je een druk en hectisch leven leidt.

Boeken verzwelgen

Blogger Niek zegt dat ze niet aan ‘Binge reading’ doet. Wel ‘verzwelgt’ ze een heel seizoen televisieserie in 1 keer, maar voor boeken gaat die vlieger niet op. Als ze erover gaat nadenken, dan gebeurt het toch wel 1 of 2 keer jaar dat een boek haar zo bij de kladden heeft, dat ze niet meer kan stoppen met lezen. Dan lijken de letters op het papier haar niet te vermoeien, maar energie te geven. Het houdt pas op als ze een nacht geslapen heeft, dan kan ze weer terugkeren in deze wereld en laat ze de wereld van het boek achter zich.

Napolitaanse romans

Al leest blogger Lalagè liever op zichzelf staande boeken, ze doet soms ook aan ‘binge reading’. Zo las ze laatst de eerste 3 delen van de Napolitaanse romans van Elena Ferrante in 1 keer uit. Een prettige ontdekking, vindt ze. Al is het fijn dat het 4e deel nog niet uit is. Zo heeft ze tijd voor haar andere romans, waarbij soms een deel uit een serie zit. De reeks vakantieboeken die ze gaat lezen bevat veelbelovende namen: Maarten ’t Hart, Haruki Murkami, Rascha Peper en Kader Abdolah.

Op zoek naar betekenis

Carel gaat eerst op zoek naar de betekenis van het woord. Hij zegt dat hij het weinig doet. Dat geldt zeker voor een hele serie in 1 keer achter elkaar uitlezen. Maar voor een boek kan het zeker gebeuren dat hij zo gepakt wordt door het verhaal dat hij het in 1 keer uitleest.

Hele serie in 1 keer

Aan ‘binge reading’ wil Martha best meedoen. Ze herkent de verhalen dat je in 1 keer een hele serie wilt uitlezen. Het gebeurde haar bij Harry Potter, De kronieken van Aurian en The secrets of the immortal Nicolas Flamel. Ze verheugt zich deze vakantie op een nieuwe serie waaronder The Iron Fey.

Binge reading bestaat niet

Volgens Jannie is het helemaal niet mogelijk om aan ‘binge reading’ te doen. Je lijdt er immers als lezer niet onder, terwijl het Engelse woord ‘to binge’ dit wel suggereert. Ze leest veel en graag. Soms een hele serie of een groot deel van het oeuvre van een schrijver.

Geluk

Als je die schrijver later ontdekt, heb je het geluk dat je veel boeken kunt lezen. Is de schrijver net gedebuteerd, dan is elk nieuw boek een feestje. Voor de rest vindt ze zich te oud om aan ‘binge reading’ te doen. Wel waakt ze voor boekenmarkten en kringloopwinkels, want het begrip Binge bying kan wel degelijk schade toebrengen en daar wil ze zichzelf voor behoeden.

Binge-lezen

Binge-lezen, inderdaad daar doet Ali aan. Ze vindt het heerlijk om hele Fantasyreeksen te lezen, liefst in 1 keer achter elkaar. Van sommige schrijvers heeft ze de hele serie in huis en dan merkt ze als de serie achter de rug is, dat het even omschakelen is. Dan moet ze even afkicken en leest even wat lichtere kost. Zo heeft ze de series Harry Potter, Twillight of de boeken van Raymond Feist allemaal in 1 keer gelezen.

Outlander

Soms is het ook lastig als de serie in ontwikkeling is en uitdijt of dat de schrijver even een uitstapje maakt naar een ander boek. Dat heeft Ali bijvoorbeeld bij de Outlander serie van Diana Gabalon. Deze schrijfster heeft gezegd 6 delen te schrijven, het zijn er inmiddels 8 en het einde is nog niet in zicht. Daarom leest ze eerst maar de eerdere delen voor ze verdergaat.

Lees morgen de nieuwe boekenvraag.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Veluwse bosbessen

BossenbessenstruikenWe pakken een stukje Veluwe om te kijken of daar bosbessen groeien. Het is iets van de snelweg af en ik herinner mij van de fietsvakantie dat vanaf het pad heel veel bosbessenstruiken te zien waren. Het is de weg die naar de spoorwegovergang bij Assel leidt waar ik in 2010 midden in de nacht pauzeerde bij de barre tocht door de Veluwe.

Iets verderop begint dan de hei. Hier heb je prachtige vergezichten en de bochtige weg brengt je naar kleine bossen waar de bosbes welig groeit. We rijden de snelweg af en pakken dan de snelste weg. Een paar honderd meter verderop is de weg ineens veranderd in een zandweg en hobbelen we over de keien.

Tunneltje naar Assel op de Veluwe
Dan is daar een stukje bos en zien we de eerste bosbessenstruiken. We parkeren vlak voordat de weg onder de snelweg gaat via het betonnen tunneltje. Naast de zendmast om de automobilist op de Veluwe genoeg bereik op zijn mobiel te geven. We horen het verkeer razen en lopen een stukje terug naar de struikjes.

Inderdaad zijn dit bosbessenstruikjes. Onder de kleine groene blaadjes ontwaren we de donkerblauwe bessen. Het zijn er opnieuw niet zoveel. Ook zijn de vruchten erg klein, maar we slaan aan het plukken. Ik zie hoe de wilde zwijnen hier gewroet hebben aan de rand van de weg.

Schade door de wilde zwijnen

We gaan dieper het bos in en vinden steeds meer struiken. Ze zijn ook wat groter en hoger. Ook zitten er meer bosbessen aan. Zo kom ik in de tranche en vergeet alles om mij heen. Alleen de bessen zie ik en ik pluk ze van de struiken. Het is de Zen van het plukken. Je voelt je alleen in het hier en nu. Geen gepieker over verleden of toekomst. Alleen hier telt.

De bessen zijn ook hier erg klein. Het lijkt wel of de emmer maar niet vol wil raken. Sommige struiken hebben best veel bessen, maar ze zijn klein. Heel soms vind je een iets grotere bes, maar in mijn herinnering waren in vroeger dagen bij een goed jaar alle bessen minimaal zo groot. Nu moeten we het hebben van voornamelijk klein grut.

Half emmertje met geplukte bosbessen

Zo belanden de bessen in het emmertje waarin snoeppaprika’s gezeten hebben. De emmer is al halfvol en na nog even doorplukken, raakt hij tegen de rand. Inge is naar de andere kant van de weg geklommen en plukt daar de struiken leeg. De emmers raken voller en voller. Ik stop wat we geplukt hebben in een vrieszakje uit angst dat de pluk omvalt en in de aarde verdrinkt. Bij het plukken vroeger gebeurde dat maar al te vaak en dat wil ik nu niet laten gebeuren.

Ik ben het ritme en de cadans van eerder kwijtgeraakt. De zon vertelt dat het al avond is geworden. Daarom stoppen we en aanvaarden de terugreis. Over de spoorwegovergang van Assel rijden we naar Hoog Soeren, waar ik vorige zomer met Doris langs het kerkje reed. Nu rijden we verder en kiezen de rustige weg naar huis.

De weg waar wij de bosbessen hebben geplukt

En overal zien we langs de kant van de weg bosbessenstruiken groeien. Thuisgekomen gaat het zakje op de weegschaal, want we zijn verschrikkelijk benieuwd hoeveel we nu geplukt hebben. Zou het een kilo zijn? De weegschaal verklapt het: 924 gram. Net geen kilo. En hoeveel potjes jam kun je daarvan makem?

Dat weten we even later. 6 potten jam: 3 grote en 3 kleintjes. En de smaak… Eerst moeten we nog het Heuvelrugpotje van vorige week opmaken.

Kiezen uit aanbieders van kleine huizen – Tiny House Farm

Het nemen van een groter kavel is niet de moeilijkste beslissing. De keuze van wie ons huisje mag gaan bouwen is een veel grotere. Het bepaalt straks waarin we gaan wonen en of het allemaal wel binnen ons budget past.
Om met het laatste te beginnen, ons budget is klein. Heel klein. Bijna net zo klein als het huis zelf. Dat het een vrijstaand huisje wordt en dat we met heel weinig vierkante meters willen, zijn hierbij tegengestelde. Zelf bouwen is nu eenmaal duur.

Op dit moment hebben we met 2 partijen een gesprek gehad. Niet alles is even bereikbaar. De partij waar we het meeste van gecharmeerd zijn, vraagt een flink bedrag voor de casco-oplevering. De andere partij biedt een heel mooi concept aan, heel energiezuinig en gericht op een duurzaam leven.
Dat leer ik wel meer en meer. Het eenvoudige leven dat we willen leiden, vraagt best veel van je. Hoe minder luxe je wil leven, hoe meer je moet investeren om dat eenvoudige leven te kunnen leven. De grond is straks de rijkdom, net als de vrijheid. Of de financiële vrijheid die wij voor ogen hebben, haalbaar is, moet nog blijken.

Daarom gaan we een paar dingen nog goed uitzoeken. Dat wordt afwegen, wat is haalbaar en wat zouden we graag willen? We zullen concessies gaan doen. Keuzes maken op basis van budget en wensen.
Wordt dus nog flink vervolgd…