Proust

image

De tijd verglijdt in de roman Ik neem toch een hond van Marjan Berk. De hoofdpersoon merkt het ook. Ze merkt dat ze langzaam vergeetachtig wordt.

Op een avond staat ze in Olst voor een donkere dichte bibliotheekdeur terwijl ze dacht er columns te moeten voorlezen. Een voorbijganger roept haar toe dat ze een dag te vroeg is. Tot haar schrik merkt ze dat ze die avond in Delfzijl een groep vrouwen moest toespreken. Zou ze echt vergeetachtig worden?

Het verglijden van de tijd illustreert Marjan Berk het mooiste in het noemen van Marcel Prousts romancyclus À la recherche du temps perdu. Zelf komt de hoofdpersoon Lena Steketee niet zover:

Lena was voor de zoveelste keer aan Proust begonnen, ze kwam al jarenlang nooit verder dan de passage waarin de grootmoeder een rondje om de kerk liep. Dan was de vakantie weer voorbij en wachtte Proust op de volgende vakantie. (42)

Later bezoekt ze in Parijs met een vriendin nog snel een museum om de verzamelde manuscripten en brieven van de Franse schrijver te bewonderen. Zogenaamd om het verblijf in de Franse hoofdstad nog een cultureel tintje te geven.

Het lukt haar schoonmoeder wel om door een deel van Prousts magnum opus te komen. De gretige lezer kon de boeken van de Franse romanschrijver wel waarderen.

Zelfs Proust werd door haar ijverig verorberd: ‘Mooi boek!’ zei ze enthousiast, toen ze drie delen van de verloren tijd had doorgewerkt. (112)

Daarmee wordt de romancyclus van Marcel Proust het symbool van de verloren tijd. Hoe de ouderdom komt en het grote levenswerk van de Franse schrijver maar niet gelezen wordt. Zelfs haar schoonmoeder heeft het gelezen, maar Lena Steketee komt er maar niet aan toe.

Marjan Berk: Ik neem toch een hond Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2011. ISBN 987 90 450 6777 3. 134 pagina’s.

Marjan Berk en teckels

image

De kaft met de drie teckels erop trok mijn aandacht in de kringloopwinkel. Ze kijken met een eigenzinnige blik de lezer aan. Daarom kocht ik het boekje van Marjan Berk met de veelzeggende titel Ik neem toch een hond. Het spreekt tot de verbeelding deze roman. De aangename schrijfstijl van Marjan Berk doet de rest.

Het boek gaat over Lena Steketee. Haar teckel Karel is pas overleden. Hij is 17 jaar geworden. Nu hij er niet meer is, voelt ze zich onveiliger dan voorheen. Ze overweegt weer een hond te nemen, maar voelt zich geremd. Een hond betekent ook afhankelijkheid en zorgt ervoor dat je aan je huis gekluisterd bent.

De oudere vrouw Lena Steketee worstelt ermee. Ze wordt zelfs beroofd bij het pinautomaat waardoor ze zich nog onveiliger voelt. Maar iets weerhoudt haar om weer naar een teckel om te zien. Want wie zorgt er voor het beestje als ze niet meer voor zichzelf zorgen kan?

Ze mist het gezelschap van een hond of een man. Ze kan geen afstand doen van haar overleden teckeltje Karel. De mand met speeltjes erin staat nog steeds bij de gaskachel. Het verlangen blijft, maar moet ze er niet eens afstand van nemen?

Het blijft knagen en ze is al op zoek naar het adres van iemand van de teckelclub om te informeren naar een teckel. Ondertussen trekken alle mannen in haar leven voorbij, net als de drie teckels die ze gehad heeft. En van wie ze hield.

Marjan Berk: Ik neem toch een hond Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2011. ISBN 987 90 450 6777 3. 134 pagina’s.

Minimalisme – #WoT

image

minimalisme (o.), tevredenheid met een geringe inwilliging of vervulling van zijn eisen of verlangens, m.n. in politieke zin.

In haar debuutroman De consequenties schrijft Niña Weijers over een interessant kunstproject. Haar hoofdpersoon Minnie Panis is een kunstenares. Als haar vriend het uitmaakt verkoopt ze de bank omdat ze het ding maar lelijk vindt en hij teveel aan haar vriend doet denken.

Binnen een dag werd het ding gekocht door een middelbaar homostel uit Amstelveen, dat het kwam ophalen in een oude Mercedesbus die overduidelijk niet van hen was. Ze leken op elkaar en op Woody Allen, dacht Minnie, en in een impuls maakte ze een foto van het stel en met haar bank. (61)

Ze biedt na de verkoop van de bank nog meer dingen te koop aan op internet. Zo verkoopt ze steeds meer en van alles maakt ze een foto. Er dient zich een project aan. Ze probeert alles te verkopen wat ze heeft.

Het project nam maanden in beslag. Ze zette haar spullen op diverse websites, voerde correspondentie met de meest uiteenlopende mensen en documenteerde alles met de precisie van een rechercheur die een moordonderzoek leidt. Sommige spullen waren haast onverkoopbaar – ondergoed, boeken, cd’s, halve tubes en potjes dag- en nachtcrème, voetenzalf, shampoo, haarspray – maar uiteindelijk verkoopt ze alles behalve haar bed, een deken, een paar kledingstuukken en een tandenborstel. (62/63)

Ze zet alle foto’s achter elkaar en maakt er een film van. Het project geeft ze de naam Nothing Personal en exposeert met de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Ze maakt er een boek mij en de verteller citeert rijkelijk uit het boek en interview met ‘lappen onleesbaar jargon’.

Trend

Het verkopen van je spullen doet denken aan een trend waar Elja mij laatst op wees. Ze schrijft in haar blog over de mode om een heel groot deel van je spullen weg te doen en slechts honderd dingen te bewaren. Zo ben je verlost van de rotzooi waarmee we ons vaak omringen.

Terecht merkt blogger Elja op dat het alleen voor fysieke spullen lijkt te gelden. De enorme bulk aan digitale rommel telt voor dit zeer interessante initiatief niet mee. Jammer, omdat op je computer en vele harde schijven vaak duizenden documenten, boeken, foto’s, muziek en andere spullen staan die net zo goed materialen zijn. Waarom tellen die niet mee?

Spullen

Ik vind het een boeiend idee om kritisch te kijken naar wat je allemaal hebt en wat je ermee doet. De boeken Hypotheekvrij en Helemaal vrij van Gerhard Hormann inspireren mij hiertoe. Hij wijst in het laatste boek op het initiatief van een Tiny House. Een huis dat net zo groot is als een parkeerplaats en waar je heerlijk mee over de wereld kunt zwerven.

Hoe je meer kunt genieten van minder dingen. Minimalisme en wat mij betreft mag dat overal voor gelden.

Dat brengt mij bij de #WoT van deze week. Wat is voor jou minimalisme? Helpt het bij jou om met minder meer te genieten en ook meer te zien?

#WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Deelname is geheel vrijblijvend. Plaats een reactie onder dit bericht waarin je het linkje plaatst naar je blog.

De #WoT is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Vanaf september 2014 hou ik het stokje in mijn hand. Schrijf vandaag mee over het woord ‘Minimalisme’.

Witte haren

image

In de roman Etta & Otto & Russell & James van Emma Hooper heeft hoofdpersoon Otto grijze haren. Dat grijze haar draagt hij al sinds zijn diensttijd. Hij moet dan naar Europa om te vechten tegen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.

Als hij op de boot is onderweg naar Europa staat hij op het dek met een jongen uit Montreal. Ze zijn zeeziek, hun gezichten hebben dezelfde kleur als het water. Otto voorspelt dat ze iets gaan meemaken. Hij weet niet wat, maar dat ze iets gaan meemaken, staat vast.

Toen hun schip zeven dagen later afmeerde, was al Otto’s haar wit geworden, zo wit als zeeschuim, als de graten van de vis die ze iedere dag ‘s middags en ‘s avonds te eten kregen, allemaal puur wit. (147)

Later refereert de verteller nog een keer naar de witte haren van otto. Het gebeurt als Etta haar leerling Otto ophaalt van het station en ze de nacht samen hebben doorgebracht. Etta moet weer werken in de fabriek. Als ze ‘s avonds terugkomt uit haar werk vraagt ze het hem.

‘Wat is er met je haar gebeurd, Otto?’
‘Ik was bang. Op de boot.’
‘Ik vind het goed,’ zei Etta. ‘Het is goed dat je er nu een beetje anders uitziet.’ (209)

Over de angst wordt verder niet gerept. Het is de kracht van de roman. Emma Hooper benoemt niet de angst zelf, maar wel de uitwerking. Het geeft het boek heel veel kracht. Ik kan heel erg genieten van die verhalen die niet verteld worden.

Als Otto een paar dagen later thuis komt, waarschuwt zijn vader voor het witte haar. Het is volgens hem erfelijk. Verder vraagt zijn vader hem of hij mensen heeft gedood. Otto weet het niet. Vader zegt dat het goed is. Over de angst geen woord. Wat er niet staat zegt genoeg.

Emma Hooper:Etta & Otto & Russell & James Oorspronkelijke titel: Etta and Otto and Russell and James Uit het Engels vertaald door Johan Hos. Uitgeverij Podium, Amsterdam, 2014. ISBN 987 90 5759 688 9. 320 pagina’s. Prijs: € 19,95.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Emma Hooper roman Etta & Otto & Russell & James. We lazen dit boek op 15 november bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Tatoeages

OLYMPUS DIGITAL CAMERAOp internet vond ik hoe mooi de originele Engelstalige uitgave van Saint Jack is. Een waar kunstwerk van de tatoeages die op de armen van Jack zitten. Helaas mist de Nederlandse vertaling zo’n treffende omslag. Daar moet de lezer het met schimmige beelden doen. De kracht in zo’n tatoeage spreekt meer dan duizend woorden. Hier vermengt de cover zich heel mooi met de inhoud.

Na de het verkeerd aflopende Chinese avontuur, krijgt Jack totaal onverwacht een nieuwe kans om iets op te zetten. Vanuit Amerika krijgt hij de vraag de beheerder te worden van een hotel voor militairen, Paradise Gardens. Hij moet de militairen daar vijf dagen vermaken.

De eerste dag verwachtte ik uniformen. Shuck had me niet verteld dat ze Hawaiihemden aan zouden hebben, maar ze stapten uit de bus met kortgeknipt haar, lichte hemden, de witte sokken die iedere Amerikaan verraden, en met die starende blik in hun gebruinde, vermoeide gezichten. (244)

Tussen neus en lippen door vertelt Jack veel meer over de Vietnamoorlog dan over de praktijken die in het huis gebeuren. Jack voelt zich Saint Jack, de man die de militairen het nodige vertier geeft. Aan de hand van de foto’s in zijn foto-album, die elke week dikker wordt, beschrijft Jack Flowers een paar gebeurtenissen uit die tijd: kerstmis, een hemel vol schitterende sterretjes en groepsfoto’s:

Ik, in mijn bloemetjeshemd, bier drinkend met drie jongens. Een zinnetje dat typisch iets is voor mannen van middelbare leeftijd begon deel uit te maken van mijn spraakgebruik. ‘Dat was veel geld in die dagen -‘ (255)

Even plotseling als het huis er kwam, gaat het ook weer. De Amerikanen willen het huis niet meer financieren. Het Amerikaanse legeer heeft geen bordelen, is de officiële reden. De boosheid van Jack heeft weinig effect. Hij moet zich maar melden bij de Amerikaan Edwin Shuck als hij geld nodig heeft.

Dat is het derde en laatste deel van het boek. Wellicht dat de Singaporese overheid daarmee nog het meeste moeite heeft gehad. Hoe de Amerikanen bepaalde bezoekers aan de stad bespioneren. De afloop van het verhaal verrast niet, maar is spannend genoeg om het verhaal in een ruk uit te lezen.

Paul Theroux: Saint Jack Oorspronkelijke titel: Saint Jack. Vertaald door Benno Barnard. 2e druk als Pandora Pocket. Amsterdam: Uitgeverij Contact, 1999. ISBN 90 254 9996 1. 318 pagina’s.

Saint Jack

image

Wat ik gelezen had over Saint Jack in zijn eigen De grote spoorwegcaroussel retour maakte mij nieuwsgierig naar het boek zelf. Ik had het al langere tijd in mijn boekenkast liggen. Eerst wilde ik de reisverhalen lezen voordat ik aan zijn fictie begon. Daarom bleef het boek nog even ongelezen in de boekenkast liggen.

Ik verbrak mijn eigen belofte met het lezen van de Vreemdeling in het Palazzo d’Oro en ik had al eerder het prachtige verhaal ‘De olifantgod’ in De poort naar India. Paul Theroux is niet alleen een schrijver van prachtige reisverhalen, hij schrijft op het gebied van de fictie ook heel indrukwekkende boeken.

Dat geldt zeker ook voor een roman als Saint Jack. Het verhaal gaat over de Amerikaan Jack Flowers. Hij woont al langere tijd in Singapore en verkeert voortdurend in geldnood. Hij lost allerlei zaakjes op voor Chinezen en helpt schepen en matrozen aan meisjes. Verder treedt hij op als gastheer voor zakelijke reizigers. Zo helpt hij ze op alle mogelijke manieren. Voor elke wens heeft hij wel een adresje.

Officieel is hij in dienst van de Chinees Hing. Hij zorgt voor de bevoorrading van de schepen in de haven en doet extra klusjes om wat bij te verdienen. Zo helpt matrozen aan hun hoeren en zorgt dat mannen die er behoefte aan hebben een travestiet krijgen. Hing zorgt voor de verblijfsvergunning van de Amerikaan. Hij beseft dat hij daarmee met handen en voeten aan Hing gebonden is.

Als hij zich probeert te ontworstelen aan de Chinezen, door zelf een hoerentent te beginnen, krijgt hij te maken met hun stille kracht. Hij is daarvoor gewaarschuwd, maar hij slaat de waarschuwing in de wind. Met alle gevolgen van dien. Op een avond komen vier Chinezen op bezoek in zijn bordeel. Ze slaan de boel kort en klein en nemen hem mee in de kofferruimte van de auto.

Binnenin lagen gescheurde kranten. Ik draaide me om en wilde protesteren. Mijn stem weigerde, voor hun ogen werd het helderrood, en een stroompje bloed brandde in mijn nek; het leek alsof ik aan de binnenkant van mijn ogen volkomen plat werd gedrukt, ik ademde uitlaatgassen in en werd omvergesmeten. (205)

Na een paar dagen van eenzame opsluiting, overleggen de Chinezen wat ze met Jack zullen doen. Ze zepen zijn armen in en scheren de behaarde delen weg.

Ho Khan zette een metalen brilletje op en pakte een zilveren instrument in de vorm van een pijltje, dat hij in een fles met blauwe vloeistof doopte. Hij leunde weer over me heen en begon met de snelheid van een naaimachine de naald in het vlezige gedeelte van mijn arm te prikken. Hij tatoeëerde me, van inspanning beet hij zich op zijn tong, en achter hem stonden de anderen te schreeuwen, hele tirades in het Chinees; blijkbaar vertelden ze hem wat hij in mijn armen moest prikken. (211)

Als hij wat later op straat gegooid wordt en de schade opmaakt blijken er de verschrikkelijkste verwensingen in het Chinees op zijn arm te staan:

Linkerarm: Vloek van de hondedrek, Pas op de duivel, Hoerenjong, Mond Vol Leugens, Verwijder Dit en Sterf
Rechterarm: Rood Geitegezicht, Verboden Aap, Tien Duivels in Een, Ik ben Gif en Dood, Verwijder Dit en Sterf

Jack Flowers besluit er het beste van te maken en vraagt een tatoeëerder om de tatoeages zo te omschilderen dat het weer toonbaar wordt. Hij maakt er bloemen van en op de plek waar ‘Verwijder Dit en Sterf’ staat komen een dolk en een crucifix.

De Chinezen hebben Jack goed te kennen gegeven wie er de baas is en dat je niet zomaar aan hun handel mag komen. De bloemen, dolk en kruis verbloemen misschien de tekens, maar de echte Chinezen kunnen de scheldwoorden die onder de bloemen staan nog altijd lezen.

Paul Theroux: Saint Jack Oorspronkelijke titel: Saint Jack. Vertaald door Benno Barnard. 2e druk als Pandora Pocket. Amsterdam: Uitgeverij Contact, 1999. ISBN 90 254 9996 1. 318 pagina’s.

Paul Theroux en Saint Jack

image

Kort voor hij zijn beroemde treinreis maakt door Europa en Azië, verschijnt zijn roman Saint Jack. In De grote spoorwegcaroussel schrijft Paul Theroux over het verschijnen van deze roman. Het boek geeft hem even ademruimte om zich te wagen aan de lange treinreis. Hij vlucht uit zijn huis. Later weet hij dat hij dit doet vanwege zijn slechte huwelijk en dat hij de reis aangrijpt voor de nodige reflectie.

Het boek Saint Jack is beroemd geworden. Het boek is verfilmd, net als drie andere boeken van Paul Theroux waaronder The Mosquito Coast. De verfilming van de roman Saint Jack zorgt er uiteindelijk voor dat hij in 2008 met moeite Singapore binnenkomt. De film en het boek zijn verboden in de stadstaat. Dat hij in 1973 tijdens zijn eerste treinreis niet tegengehouden wordt, komt wellicht door de onbekendheid van het boek.

In 2008 krijgt wordt hij nauwlettend in de gaten gehouden vanwege zijn boek. Het verbod is net opgeheven schrijft hij in zijn boek De grote spoorwegcaroussel retour uit 2008. Bij het opnemen van de verfilming van de roman door Peter Bogdanovich in 1978 is nauwelijks gedraaid in Singapore, maar de autoriteiten waren nog verbolgen over de actie van de regisseur. Hij gaf namelijk niet te kennen het verboden boek te verfilmen:

Vanwege deze bedrieglijke gang van zaken en de manier waarop de film de sekshandel in Singapore, de Chinese bendes en de kleurrijke buurten in beeld bracht – zoals de Bugis Street, de belangrijkste straat voor travestieten – was de film in de ban gedaan. (368)

Als Paul Theroux in Singapore is in 2008 is het verbod net opgeheven. De pers van Singapore interviewt Paul Theroux massaal om hem te bevragen over Singapore en zijn boek. Overigens herkent de Amerikaanse reisboekenschrijver de stad nauwelijks. Had het Singapore van de jaren zestig nog veel van de stad die Joseph Conrad rond de eeuwwisseling bezocht. Nu is er niet veel meer van over, stelt Theroux. Zijn roman haalt vooral het oude Singapore aan en laat een andere kant zien van de stad.

De journalisten die hem interviewen zijn niet zo geïnteresseerd in de roman, maar willen alleen maar praten over zijn docentschap. Hij gaf in de jaren zestig namelijk Engelse les op de universiteit. De studenten die hij toen had, schijnen nu vooral negatieve opmerkingen te hebben over de docent Paul Theroux. Over zijn roman moet hij vooral zelf beginnen.

Paul Theroux: Saint Jack Oorspronkelijke titel: Saint Jack. Vertaald door Benno Barnard. 2e druk als Pandora Pocket. Amsterdam: Uitgeverij Contact, 1999. ISBN 90 254 9996 1. 318 pagina’s.

Seks

image

Net zo ontwapend als ze over alles schrijft, schrijft Lena Dunham in Not That Kind of Girl over seks. Het is een waar genoegen om de passages te lezen. Ze vermengt hier onwetenheid, onbenul en overmoed heel mooi samen. De beelden die ze hier oproept, zijn erg lachwekkend.

Zo schrijft ze over een condoom die ze in de kamerplant van haar kamergenote ziet hangen terwijl ze vrijt met de conservatief van haar campus. Het doet denken aan het gordijn waaraan ‘mijn date zijn pik afveegde’ veel verderop in het boek.

Na een avond onbezonnen seks met een tengere dichter/wiskundige vertelt hij haar over een date een week eerder met een Filipijnse gast die hij in een homobar had opgepikt.

‘Ik heb hem in zijn reet geneukt en het condoom scheurde. En toen is hij met mijn portemonnee vandoor gegaan.’
Ik zweet even. ‘Wat rot voor je,’ zei ik. (262)

Daarna maakt ze zich grote zorgen en vreest dat ze aids heeft opgelopen. Een angst die haar vastgrijpt en haar denken aan de dood alleen maar versterkt. Ze vertelt er tussendoor op een bijna ontroerende wijze over de dood van haar oma, waar haar vader in de kelder een soepblik vindt uit 1965.

De vertelster probeert de geur op te snuiven van haar overleden grootmoeder. Ze trekt de ochtendjas aan en voelt de verfrommelde zakdoekjes van haar oma. Het zijn details waarmee ze haar verhaal zo ontroerend maakt.

Lena Durham: Not That Kind of Girl, Levenslessen om (vooral niet) op te volgen. Oorspronkelijke titel: Not That Kind of Girl – A Young Women Tells You What She’s “Learned”. Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. Amsterdam: Meulenhoff, 2014. ISBN 987 90 290 9041 4. Prijs: € 19,95. 304 pagina’s.

Eten

image

Lena Dunham voldoet in Not That Kind of Girl aan alle clichés waar veel vrouwen aan lijden: ze zijn gek op eten en mannen. Dat ze zich daarbij erg mutserig gedragen, lijkt eerder een gegeven dan een cliché te zijn.

Zo besluit ze veganist te worden nadat een koe naar haar knipoogde. Niet om een vlieg van zijn ooglid weg te krijgen, maar als een teken van aanwezigheid van bewustzijn.

Het volgende geldt ook voor haar eetlust. Ze verwijt het zelf aan de emoties. Hierbij wordt ze ook nog eens gesteund door een trouwe groep vriendinnen. Ze is een emotie-eter, wil ze de lezer doen geloven, op de haar zo kenmerkende manier:

Toen een vriendin van mijn moeder die ik nauwelijks kende overleed, at ik een gigantische panino onder het mom van rouwverwerking. (109)

De zelfspot waarmee ze zichzelf wegzet, maakt haar kwetsbaar maar geeft het boek precies de humor die ik zo waardeer. Ze zet zichzelf op een prachtige manier weg en verdient daarmee respect en heel veel glimlachen.

Lena Durham: Not That Kind of Girl, Levenslessen om (vooral niet) op te volgen. Oorspronkelijke titel: Not That Kind of Girl – A Young Women Tells You What She’s “Learned”. Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. Amsterdam: Meulenhoff, 2014. ISBN 987 90 290 9041 4. Prijs: € 19,95. 304 pagina’s.

Zalando – #WoT

20141030_075647Op de derde donderdag van de maand is het een #WoT over een foto: vandaag een foto van vuilnis die ik aantrof op weg naar mijn werk. De mooi in elkaar gedrukte dozen hebben een opvallende doos in zich met de tekst Zalando.

hysterisch gillen

Ik ken de merknaam vooral van hysterisch krijsende mannen en vrouwen die een bestelling hebben gedaan. Niet van de kapotgescheurde doos bij de vuilnis. De doos is groot genoeg voor een paar schoenen of kleinere kledingstukken. Er moet wel voor worden aangebeld.

Dan vraag ik mij af: laten mensen zich beïnvloeden door zo’n vreselijke reclame en gaan ze ook zo verschrikkelijk gillen? De reclame noemt het ‘schreeuwen van geluk’, ik noem het hysterisch gillen.

Laat je inspireren en schrijf vandaag mee over deze foto. Wat valt jou op en waar kun je een verhaal over schrijven? Wat roept het merk Zalando bij jou op?

#WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Deelname is geheel vrijblijvend. Plaats een reactie onder dit bericht waarin je het linkje plaatst naar je blog.

De #WoT is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Vanaf september 2014 hou ik het stokje in mijn hand. Schrijf vandaag mee over de foto van de vuilnis.