Gevonden!

imageOp een maand na bijna een jaar geleden zag ik het eerste filmpje van mijn neefje. Ik genoot van de eerste beelden van dit kleine ventje. Opgenomen op het mobieltje van mijn zwager, het beeld een beetje trillerig. Ik moest gelijk denken aan het eerste filmpje dat ik van Doris maakte.

Ik doorzocht alle computers en (harde) schijven in huis, maar vond het niet. Het was waarschijnlijk opgenomen op Inges mobieltje, ‘s nachts na de geboorte. We hadden geen fototoestel mee, kochten een wegwerpcamera en maakten nog wat foto’s moet Inges mobiel.

Van de foto’s zijn er nog wat overgebleven. Het filmpje was echter spoorloos verdwenen. Mogelijk stond het nog op het mobieltje, maar hij was leeg en de oplader was nergens meer te vinden. Kwijt. Het beeld zou mogelijk voorgoed verloren zijn.

Ik zocht nog op andere plekken, startte zelfs een oude computer op, maar vond het filmpje niet meer. Ik had er vrede mee. Het was niet anders. De herinnering aan het eerste beeld, met friemelende vingers, was sterker dan het beeld zelf.

Tot Inge bij het opruimen ineens de oplader vond. Nu was de telefoon verdwenen. Ze had gezocht, maar hij was nergens te vinden. ‘Misschien heb ik hem wel weggegooid,’ zei Inge. Ik kon het niet geloven. ‘Heb je al bij de televisie gekeken,’ zei ik. ‘Daar heb ik hem de laatste keer gezien.’ Ik sprak de zin uit en zag hem liggen voor de televisie.

De oplader bleek inderdaad te passen. We laadden de oude mobiel en hij kwam weer tot leven op de Sim-kaart van Doris. En daar was het filmpje: het filmpje van vlak na de geboorte, met friemelende vingertjes.

En er staan nog veel meer filmpjes en foto’s op het mobieltje. We hebben gisteren heerlijk herinneringen opgehaald aan de hand van de filmpjes van de kleine Doris, Inges moeder en onze lieve teckel Sientje.

Lezen in de jungle

imageLeest in Tussen Orinoco en Amazone zijn reisgenoot Simon Stockton eindeloos in de klassiekers van Dostojevski. Ook in Congo is er een reisgenoot van Redmond O’Hanlon die leest. Medereiziger Lary Shaffer leest in Congo onderweg DickensOur Mutual Friend en Martin Chuzzlewit.

Het ontwikkelt zich net als in het vorige reisboek tot een heus Leidmotief, waarnaar de verteller O’Hanlon met zichtbaar genoegen verwijst. Zoals wanneer Redmond in zijn rugzak op zoek is naar iets. Hij kan het niet vinden en krijgt van zijn lezende vriend een uitdrukkelijk advies:

Weet je, als je hebt gevonden wat je in godsnaam nou weer zoekt, misschien zou je dan meteen even die verdomde drieënzestig zwarte sokken vol maden die je hier in de tent hebt uitgestrooid, kunnen oprapen en terugdoen waar ze thuishoren: in die stinkende backpack van je, wat een levensgroot gevaar voor de volksgezondheid is. (256)

Lary Shaffer – een filmer die voor Nobelprijswinnaar Nico Tinbergen werkte – leest vooral ‘s avonds in de tent bij het licht van de zaklantaarn. Niet zoals die eerdere reisgenoot Simon Stockton aan boord van de boot of al trekkend door het oerwoud.

De Congolezen zien het lezen van Dickens als een goede daad. Manou bijvoorbeeld wil dolgraag gaan studeren in Amerika en net als Lary de boeken van Dickens gaan lezen, in zijn zelfgebouwde huis.

En ‘s avonds zal ik die Dickens lezen, en ik zal alle films van doctor Lary bekijken en ik zal saka-saka eten en ik zal Coca-Cola drinken, en Johnny Walker, Black Label. [...]; ik geef samen met doctor Lary les, we zijn werkers, we werken samen, we zijn elkaars gelijken, we waarderen elkaar. (557)

Lary Shaffer reist maar een gedeelte met Redmond O’Hanlon mee en hij bereikt zelfs nooit het meer met de dinosaurus. Hij weet een echte band weten op te bouwen met de Congolezen, iets waar Redmond pas aan het einde van zijn boek in slaagt. Hij krijgt dan vooral respect voor zijn fetisj-kamer.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Congo

imageNa de twee grote reisverslagen over Borneo (1984) en in het Amazonegebied van Brazilië (1988) bezoekt hij in Congo (1996) het derde grote regenwoud van de wereld. Het zijn de drie hot spots die het weer van de wereld bepalen. Met dit laatste bezoek heeft Redmond O’Hanlon alledrie de gebieden in kaart gebracht.

Het bezoek aan de drie gebieden bestrijkt een periode van ongeveer tien jaar. Hierin geeft O’Hanlon een mooi beeld hoe snel het leven op de aardbol verandert. De bedreiging van het regenwoud krijgt steeds prominenter een plek in zijn boeken.

In Congo gaat hij op zoek naar de dinosaurus in het Lac Télé, een groot meer dat midden in het regenwoud van Congo ligt. Het behoort tot één van de vele voorbodes waar de reisverhalen van Redmond O’Hanlon overgoten zijn. Hij weet de lezer hiermee prachtig te bespelen.

Je weet dat de dinosaurus is uitgestorven, maar je weet ook dat Redmond O’Hanlons voorbodes altijd uitkomen. Bijvoorbeeld als hij zegt dat hij nooit ziek is geworden onderweg.

‘Malaria heb ik nog nooit gehad.’ Maar toen ik dacht aan onze avond met de féticheuse kreeg ik meteen spijt van mijn grote woorden. (46)

Je weet dat hij een paar bladzijden later ongetwijfeld overvallen zal worden door een malaria-aanval. Of erger.

Het bezoek aan de féticheuse waarnaar hij in het fragment refereert, is nog eens zo’n O’Hanlon-element dat in al zijn boeken terugkeert. Het heimelijke geloof in het bezoek aan zo’n tovenaar waaraan hij het hele verhaal kan ophangen. Als het goed afloopt, ligt het aan de fetisj. Als het slecht gaat, ligt het aan dezelfde fetisj.

De fetisj die hij wat later bemachtigt, heeft dezelfde functie. Zijn begeleiders refereren graag naar deze afwijking. Net als dat het bijzondere kamertje in zijn huis voorbijkomt, met vogeleieren, het kootje van een teen van een overleden vriend en de vele andere eigenaardigheden uit het verleden.

Het maakt zijn verhaal tot een adembenemend reisverslag, waarbij de mond geregeld openvalt van verbazing. Juist de grote hoeveelheid Brits relativeringsvermogen maakt het boek Congo tot een hoogtepunt van de drie regenwoudboeken van Redmond O’Hanlon.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Kongo en Congo

imageIk kwam laatst de bundel met reisverhalen Naar huis tegen in de kringloopwinkel van Diemen. In deze bundel met verhalen van Boudewijn Büch, Charles Darwin en Paul Theroux, staat ook een verhaal van Redmond O’Hanlon. Het verhaal heeft de veelzeggende titel ‘Kongo’.

De verantwoording aan het eind van het 190 pagina’s tellende boekje vermeldt de vertaler van dit verhaal, Tinke Davids. Dan volgt een belangrijke zin over het grote reisboek van Redmond O’Hanlon dat nog moet verschijnen: ‘Kongo verschijnt najaar 1993′.

Najaar 1993 verschijnt het grote reisboek van Redmond O’Hanlon niet. En de jaren erop ook niet. Pas in september 1996 verschijnt de eerste druk van dit boek. Het telt meer dan 50 pagina’s en heeft de titel Congo gekregen.

Het verraadt iets van de moeite die Redmond O’Hanlon heeft om tot zijn prachtige reisverhalen te komen. Een proces dat jaren kost van schrijven, schrappen, herschrijven en veranderen. Het meest blijkt dat nog als je het verhaal ‘Kongo’ naast het grote reisverhaal legt.

Het verhaal uit Naar huis vindt in het grote reisverhaal Congo een plekje in de hoofdstukken 30, 31 en 32. Hij kiest ervoor in het korte verhaal om de naam van Léonard achterwege te laten en te beperken tot Commandant.

Het verhaal is echt een fragment gebleven en is moeilijk los te lezen van het grotere geheel. Veel van de context die het grote reisverhaal bevat, valt in het korte verhaal weg. Wel blijft de prachtige vertelwijze overeind die O’Hanlon zo kenmerkt. Het verhaal nodigt daarmee uit tot het lezen van het grote reisverslag.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Warm grasland – Fietsen bij 33 graden (2)

image

Voorbij de koeien kon ik weer op mijn stalen ros stappen. De bomen om mij heen en het frisse briesje haalden de ergste warmte weg. Zo arriveerde ik bij de brede brug, passeerde een man die languit op de picknicktafel lag in de volle zon. Die was gek.

Onder de brug voer een bootje met een jongen en meisje. Ze kwamen aan de andere kant tevoorschijn. De jongen natuurlijk aan het roer. Voor de jongen alle reden om het gas extra aan te draaien. Ze verdwenen snel uit het zicht. Ik reed verder tussen het hoge gras en hoorde hoe de steentjes onder mijn wielen kraakten.

image

Een bevinding die ik eens las bij Martin Bril over geluid. Geluid klinkt zo anders op een warme dag. Het lijkt dof en schel tegelijk. Tussen het moment dat het steentje onder de band komt en dan ineens wegschiet, lijkt intenser en harder. De warmte neemt het geluid sneller mee. Net als dat het geluid van de ochtend anders klinkt dan het geluid van de avond.

Ik reed voorbij het bankje waar ik een paar maanden geleden nog even zat en het telefoontje kreeg: de uitnodiging voor het sollicitatiegesprek bij het bedrijf waar ik nu werk. Ik fietste er nu langs, want de zon brandde vol op het bankje. Ik zou er levend verbranden op dit uur.

image

Daar kwamen de uitkijktorens in zicht. Ik stuitte snel op de plek waar een paar weken geleden vandalen een deel van de schutting verwoestten en in brand staken. Ik keek over het natte land. Een paar eenden en ganzen. Een enkele witte reiger, maar geen lepelaar. Het was te warm.

De hitte steeg duidelijk op uit het grasland. De vogels vlogen niet, er was geen beroering. Alleen die paar ganzen en eenden op het gras. Verder hield iedereen zich koest. Zoals het ook hoort bij dit weer. De warmte dwong ze het rustig aan te doen. Net als ik.

image

De warmte deed ook op mijn conditie zijn aanslag. De warme wind zorgde lang voor afkoeling, daardoor had ik minder in de gaten hoe warm het eigenlijk was. Dat kreeg ik verderop door. Ik voelde de vermoeidheid toeslaan. Doorfietsen en zo snel mogelijk naar huis.

Fietsen bij 33 graden (1)

image

Hoe zouden de vogels zich gedragen met deze hitte? Ik vroeg het mij terwijl het kwik al een eindje in de dertig graden verbleef. Het raadsel kon natuurlijk eenvoudig worden opgelost. Naar de Lepelaarplassen fietsen om te ontdekken wat die beesten doen met deze temperatuur.

Ik stapte op de fiets en reed eerst nog langs de kringloopwinkel om te jagen op leuke boeken. Het lijkt wel of in de vakantieperiode veel interessantere boeken liggen bij de kringloopwinkel. Binnen een week tref ik al twee boeken aan waar ik langere tijd naar op zoek ben. Zo ook op deze warme zomerdag waarbij het kwik al een flink eind in de dertig graden verbleef.

image

Maar de fietsrit richting Lepelaarplassen kon ik niet voorkomen. De verrekijker lag in de fietstas. De boodschappen opgehaald bij de Albert Heijn zouden de hoge temperatuur wel even kunnen verdragen en de voorband was juist extra hard opgepompt voor een langer tochtje op de fiets.

Ik voelde de warme wind mij tegemoet waaien, maar het irriteerde absoluut niet. Het voelde zelfs best aangenaam. Ik fietste langs de Almeerse strandjes. De badgasten stonden puffend in de rij bij de ijskraam. De rest probeerde zich in het hoge gras onder de bomen te beschutten tegen de felle zon. Ik fietste op het gemakje langs jengelende kinderen met opblaasbeesten op de rug en zwetende zonnegoden en godinnen.

image

Ik fietste langs de vissende Polen en frisbeeënde kinderen op het kinderfeestje van Michael. Of dat vertelden de briefjes die aan de bomen hingen om de richting naar het feestje aan te geven. Ik fietste alles voorbij. Zag tieners van de ophaalbrug in het water duiken. De spartelende lijven bewogen in de richting van de aanlegsteiger, om daar watertrappelend te hangen.

Ik was er nog niet, een racefietser met een erg gebruind lichaam passeerde mij en ik sloeg de weg van de eenzamen in. Er fietste daar niemand. Alleen de koeien versperden mijn weg. Ze namen ook helemaal geen aanstalte om mij uit de weg te gaan.

image

Hitte en nieuwsgierigheid belette dat. Ik slalomde maar lopend, met de fiets aan de hand tussen het koevolk door. Ze liepen een eindje met mij op en ik accepteerde maar dat ik door de dikke, bruine koeienvlaai heen moest stappen.

Morgen deel 2 van deze warme omzwerving

Amerongse Feniks

image

Kasteel Amerongen en het verhaal van de bewoners Godard Adriaan van Reede met zijn vrouw Margaretha Turnor ging voor mij echt leven na het lezen van het boek over het rampjaar 1672. Het vertelt over de diplomaat Godard die in eerste instantie probeert het noodlot af te wenden.

image

Het dramatische verhaal van het kasteel, komt later als Margaretha gevlucht is naar het veilige Amsterdam. De Fransen bezetten het kasteel en eisen een geldsom op. Als ze niet betaalt, dan gaat het kasteel in vlammen op. Ze is ten einde raad.

image

Het kasteel dat er nu staat is oogstrelend en ergens ben ik de Fransen dankbaar. Het gebouw dat nu tussen Amerongen en de Rijn in ligt, is strak en evenwichtig vormgegeven. Een gebouw om vaker heen te gaan. Het ligt mooi, zeker in de zomermaanden als de pruimen, kersen, appels en peren aan de bomen rijpen. De tuinen om het kasteel zijn heerlijk om door te wandelen.

image

Naast de Galerij op de eerste verdieping was ik ook getroffen door de bibliotheek op de beletage. Hier staat een mooie boekenkast tegen de wand, met imposante boeken erin. Ze bieden goede stof voor gespreksonderwerpen aan. In de grote fauteuils bij de kachel kun je er dan tot ‘s avonds laat over discussiëren.

image

In de kleine bibliotheek, misschien nog wel charmanter, staat een schattig bureautje. De plek waar Godard Adriaan van Reede zijn deftige documenten schreef. Het is niet de plek waaraan hij of zijn vrouw de brieven schreven aan elkaar tijdens zijn verblijf in Duitsland en als zij van Amerongen naar Amsterdam vlucht. Die meubels zijn immers verloren gegaan bij de brand in 1673.

image

Het was daarom erg jammer dat de museumwinkel bij onze terugkomst bij de ingang al gesloten was. Ik had graag de brievenbundel gekocht van deze twee bijzondere achttiende-eeuwers. Net als het boekje over het kasteel zelf met allerlei interessante wetenswaardigheden.

image

Het dwingt me bijna om weer snel terug te gaan.

Kasteel Amerongen

image

Ik ben in mijn jeugd weleens naar het kasteel geweest. Het maakte toen al diepe indruk op mij. Vandaag bij het bezoek ontdekte ik dat er weer hele andere dingen zijn blijven hangen dan de dingen die ik nu zag.

image

Het zat al een tijdje in mijn gedachten om naar Kasteel Amerongen te gaan. Zeker na het nieuws in 2011 met het filmpje van Peter Greenaway dat het museum weer opengesteld was voor publiek. Het is jarenlang dichtgeweest en ging vorig jaar zomer weer open.

image

Dat nog niet alles klaar is, zag ik vandaag. Zo staat het orgel nog niet op zijn oude plek in de enorme galerij op de eerste verdieping. Ook hingen de mooie wandkleden van Gobelin niet in de gelijknamige kamer. Het wacht nog op restauratie.

image

Het maakte wel weer grote indruk. Zeker de Galerij op de eerste verdieping. Het hoge plafond maakt het tot een enorme ruimte waar je mooi kunt musiceren. Dat bewees een demonstratie op de piano wel. De muziek klinkt door het hele kasteel. Het orgel moet die werking zeker kunnen evenaren. Ik heb het helaas nog nooit gehoord.

image

Ook zag ik enkele klavecimbels staan. Imposante instrumenten waarvan er eentje rond 1700 staat gedateerd. Het hele huis ademt die classicistische uitstraling van de bouwtijd. Het is het imponerende verhaal van de feniks die uit haar as herrijst. Het symbool is ook op enkele plaatsen in het kasteel terug te vinden.

Morgen deel 2…

Hendrik de NSB’er

20140330_145356Een treffend verhaal in het familieboek Het Boschhuis van Pauline Broekema is het verhaal van haar oudoom Hendrik ter Beek. In geen enkel opzicht lijkt Hendrik op zijn kleinere en dikker uitgevallen broer Juul. Hendrik is dierenarts geworden in de streek waar hij vandaan kwam, rond Muiderberg. Hij vestigt zich in Naarden met zijn knappe vrouw Wim.

In hoofdstuk 40, met de titel ‘De broer’, doet Pauline Broekema uitgebreid verslag van haar bijzondere en eigenzinnige oudoom. Hendrik zou volgens haar wars zijn van overheden en gezagsdragers. Ze geeft een mooi portret van deze man die op verjaardagen ‘voor zijn moeder een tastbaar Muiderberg meenam’:

Wat opgespaarde kranten. Een paar stukken kaas, verse boter, karbonades en worst. Dat hij de geur van de stal en de weide binnenbracht, en dat die voor dagen bleef hangen in de zware velours gedorijnen, in het dikke tapijt en de boenwas van meubels. Zijn moeder, merkte hij, genoot verholen mee. (252/3)

Het verrast daarom heel erg dat uitgerekend hij lid wordt van de NSB in het najaar van 1940. Dat hij het zijn Wimpie of ‘wijfie’ soms moeilijk maakt met ‘wat in de familie verhullend ‘vrouwenkwesties’ werden genoemd’, neem je voor lief. Maar hoe kon zo’n verstandig man lid worden van de NSB? Met een heuse cliffhanger eindigt het hoofdstuk:

En zo kwam het, zou Hendrik na de oorlog verklaren, dat hij zich, weliswaar na grote aarzeling, in november 1940 aansloot bij de Nationaal-Socialistische Beweging. (256)

Een schokkende gebeurtenis, waar Pauline Broekema verstandig genoeg niet op terugkomt als de verzetsheld en zoon van Hendriks broer Juul, Pieter, wordt neergeschoten door de bezetter. Bij de herbegrafenis van Pieter, haalt Pauline Broekema kort een briefje aan dat Hendriks vrouw Wim aan de familie schreef.

Pas daarna komt het verhaal van de ‘dwarse Ter Beek’, die in de oorlog veel voor de Gooise boerenbevolking heeft betekend. Het is een andere kant van de oorlog, waarbij goed en fout door elkaar lopen. Het lidmaatschap van zo’n omstreden partij kan namelijk ook goed van pas kan komen.

De verteller trekt haar eigen conclusie in een bijna terloops zinnetje:

Toch werd Hendrik nooit meer de oude. (432)

Ook na de oorlog zijn er kortzichtige mensen die het de dwarse Ter Beek knap lastig maken. Hij wordt gevangen genomen vanwege zijn NSB-lidmaatschap in de oorlog. Al deze gebeurtenissen maken hem tot een man ‘met een flauwe glimlach op de lippen’ die de lens vermijdt.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is de laatste bijdrage over Pauline Broekema’s familiekroniek Het Boschhuis, Kroniek van een familie. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Pauline Broekema: Het Boschhuis, Kroniek van een familie. De Arbeiderspers, 2014. 471 pagina’s. ISBN: 9789029588973 Prijs: € 19,95

Jane

image

De kracht in het boek Het Boschhuis van Pauline Broekema ligt in het vertellen en laten zien in plaats van het uitleggen. Een mooi voorbeeld is de naam Jane. De hedendaagse lezer verengelst de naam onbewust, terwijl deze naam op zijn ‘Nederlands’ werd uitgesproken.

In plaats dat Pauline Broekema tussen haakjes achter de naam zet hoe ze uitgesproken wordt, heeft ze het in een kort verhaaltje gegoten, op een conferentie met een Engelsman:

Wel bracht die moeilijke tijd aan het Naardermeer hem zijn vrouw. Adriana Kreuger, of kortweg Jane. Hij wist nog dat ze op een conferentie werd voorgesteld aan een Engelse deelnemer, die het kaartje op haar jurk bestudeerde, omdat hij haar naam niet verstond. ‘Good morning Jane, nice to meet you!’ Ze had gelachen en overwon haar angst om Engels te spreken. ‘No it’s Dutch. We pronounce it as Jaane.’
Och, wat was hij trots op haar geweest. En ook jaloers. Want de dagen erop, telkens als ze die heer ontmoetten boog hij even, begroette haar: ‘Hello! Jaane’, en deed zijn best het zo Hollands mogelijk te laten klinken. (162)

Een voorbeeld waarbij de historische werkelijkheid waarschijnlijk geweld wordt aangedaan. Zeker Juul en Jane bezochten regelmatig conferenties waarbij ook Engelsen waren en het zal ongetwijfeld zo gegaan kunnen zijn. Maar of het echt zo gebeurd is?

Voor het verhaal is het niet belangrijk en het is een aantrekkelijke manier om de lezer te laten weten hoe je Jane uitspreekt. Hier is ‘het zou zo gebeurd kunnen zijn’ belangrijker dan dat het zo gebeurd is.

Het Boschhuis zit vol met dit soort fragmenten. Soms slaat het een beetje door en is het zijpad te groot voor het verhaal. Dan komt er een nieuw verhaal die niet direct slaat op het familieverhaal. Vooral in de Tweede Wereldoorlog gebeurt dit. Daar verandert Het Boschhuis bijna in een plaatselijke geschiedenis van Bilthoven in de oorlog.

Maar die zijsporen zijn ook heel interessant. Je wordt dan weer zo meegenomen door het verhaal dat het zijspoor je niet stoort. Het is onderdeel van het proces om een periode uit de geschiedenis tot leven te wekken en de verhalen naar boven te laten borrelen.

Overigens valt mij de enorme gelijkenis op tussen Pauline Broekema en haar moeder Joke. Het lijkt wel hetzelfde gezicht, dezelfde vormen en met dezelfde ernst. De ernst waarmee ze gezocht heeft naar het verhaal van haar familie maakt alles compleet.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn achtste bijdrage over Pauline Broekema’s familiekroniek Het Boschhuis, Kroniek van een familie. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Pauline Broekema: Het Boschhuis, Kroniek van een familie. De Arbeiderspers, 2014. 471 pagina’s. ISBN: 9789029588973 Prijs: € 19,95