Ongelezen in een doos

Misschien dat hij net zo onverschillig doet als hij hem eindelijk krijgt. Harry Mulisch heeft de felbegeerde Nobelprijs voor de literatuur weer niet gekregen. Of het erg is, weet ik niet. Ik denk dat de journaille ieder jaar meer teleurgesteld is dan Mulisch. Of ze zijn juist blij: kunnen ze hem weer bellen waarom hij het weer niet is geworden.
Wie het wel geworden is: Doris Lessing. De 86-jarige Britse schrijfster die mooie boeken heeft geschreven. Ze worden weleens feministisch genoemd, maar dat vind ik wat overdreven. Ze spreekt me best wel aan en ik heb zelfs een paar boeken van haar boven op zolder in dozen staan. Niet dat de boeken te oninteressant zijn om niet in de kast te staan, maar meer omdat de bibliotheek op de zolder nog niet klaar is. Daarom kan ik met geen mogelijkheid de boektitels uit mijn geheugen grissen van de boeken die ik heb. Ik weet alleen dat het er twee zijn, met heel groot Doris Lessing op de zijkant. Ik meen dat (een deel van) haar autobiografie, vertaald als Onder mijn huid tot mijn boekbezit hoort. Misschien ook wel het tweede deel In de schaduw, maar dat weet ik minder zeker. En ik kan het niet checken, omdat de dozen ver buiten mijn bereik liggen. Eerlijk gezegd heb ik meer over haar gelezen dan van haar.
Dat is eigenlijk wat er altijd gebeurt met een Nobelprijswinnaar. Je bent heel blij dat hij het geworden is, of je hoort voor het eerst een onbekende naam. Je neemt je voor om de boeken van hem of haar te lezen, omdat je wilt weten of het terecht is dat hij die prijs heeft gekregen. Van Günter Grass (1999) kende ik al wel, maar had slechts marginaal gelezen. Ik kocht gelijk een partij boeken van hem in, maar ze zijn nog ongelezen. V.S. Naipaul (2001) had ik al wel gelezen, maar ik wilde toch echt veel meer van hem lezen, dus ook hiervan verscheen een nieuw stapeltje in huis. Elfriede Jelinek (2004) bleef beperkt tot een voornemen en aan Harold Pinter en Orhan Pamuk ben ik niet verder gekomen dan een ‘O, ja? Leuk’-gedachte. Alleen J.M. Coetzee (2004) ben ik juist gaan lezen, maar hij is de enige bij wie de Nobelprijs voor mij gewerkt heeft.
Dan kun je beter Harry Mulisch zijn die dan net tachtig is geworden, maar voor wie zes schrijvers een novelle schreven, gebaseerd op zijn oeuvre. Toch heeft Doris Lessing wel een speciaal plekje in mijn hart. Als mensen verbaasd kijken als ik de naam van mijn dochter uitspreek, dan zeg ik altijd: ‘Ja, van Doris Day. En van Doris Lessing, een hele goede schrijfster.’ Een beter voorbeeld van een vrouw met die naam kun je niet geven.

Geef een reactie