Rokersafdakje

Uit de fietsenstalling op mijn werk is een hap gehaald. Een gedeelte van het hek loopt nu onder het afdakje door. Vandaag is een stuk uit het houten zijstuk verwijderd. Zo staat de verstokte roker in de wintermaanden droog. Wind en regen halen hem niet meer uit zijn humeur. Ook hoeft hij zijn jas niet meer als windscherm te gebruiken als hij zijn sigaretje opsteekt.
Ooit rookte ik ook als een schoorsteen. Ik heb mij nog drukgemaakt om het nieuwe rookbeleid, waarbij we niet meer in de kantine van het universiteitsgebouw een sigaretje mochten opsteken. Toen ik begon met studeren was er een doorgetrokken streep, waarachter je mocht roken. Het was een sport om zover mogelijk in het verboden gebied te komen.
Ik ben op tijd gestopt, denk ik. Het roken onder een afzuigkap, de rookvrije trein en zelfs de begrenzing op het perron. Ik heb het allemaal als niet-roker meegemaakt. De asbak gaat pas stinken als je niet meer rookt, dus ik vond het heerlijk al die schone lucht. Nu sla ik geërgerd een blik op het rokersafdakje. Kun je het niet laten, denk ik. Dat terwijl ik vroeger met plezier de lucht vervuilde voor mijn medemens.

Geef een reactie