Maandelijks archief: december 2007

Afgeplakt

Met een dichtgeplakt oog begroet ik u. Eind september stak Doris namelijk – per ongeluk – een vinger in mijn oog. De nageltjes waren een paar minuten eerder door mij geknipt en daardoor superscherp.
Een tranend oog dat voortdurend trok, bracht mij toen bij de Huisartsenpost van Almere. Daar kreeg ik een lap op mijn oog geplakt met het bevel dat ik eventjes mijn oog niet meer open mocht doen.
Het duurde lang voordat het beschadigde hoornvlies genas en ik hield er last van. Op een gegeven moment werd het allemaal wat minder en leek het zelfs weg. Tot ik gistermorgen weer wakker werd in de vroege ochtend omdat mijn oog trok en traande.
Vandaag bij de huisarts en uiteindelijk ook de oogarts geweest. De laatste drukte er weer een pleister op. De wond van destijds is nooit goed genezen. Hij is weer open gegaan en ik ben weer terug bij af. ‘Het is net een lasoog, waarbij de binnenkant niet goed genezen is’, zei hij terwijl hij een rondje voor me tekende met een dramatische krater aan de onderkant.
Nu tik ik dit bericht met een afgeplakt oog. Ik voel me als zo’n kleutertje dat een lui oog heeft. Morgen mag de dure plakker van ruim vijf euro per stuk er een paar uurtjes af. Tot maandag moet ik met de pleister blijven lopen, dan kijkt de oogarts er weer naar.

Zwembad dicht?

Elke donderdag neem ik een frisse duik in het zwembad samen met Doris. We zingen dan liedjes en springen vanaf de kant het water in. Ook laten we ons drijven, of proberen zoveel mogelijk onze hoofden onder water te laten zakken.
Vandaag was het mogelijk de laatste keer dat we in het water doken. De toekomst van de drie zwembaden in Almere is uiterst onzeker. Het contract met de huidige exploitant Sportfondsen verloopt op 31 december en wie het beheer overneemt, is nog altijd onduidelijk.
Een heel gedoe die aanbesteding van de drie Almeerse zwembaden. De gemeente vindt dat de huidige exploitant niet aan de eisen voldoet, er is een proces geweest dat de aanbesteding heeft vertraagd en nu zitten we zonder zwembad.
Ik vind het niet alleen sneu voor Doris, mijzelf of al die andere kinderen met ouders. Ik vind het vooral vervelend voor het personeel. De badjuf vertelde het verhaal over de onzekerheid met tranen in de ogen. Het ziet ernaar uit dat we in januari helemaal niet kunnen zwemmen.
Is dat de bedoeling van een openbare aanbesteding? Wat is het voordeel van de openbare aanbesteding? Het is misschien makkelijk de wijzende vinger te steken in de richting van de gemeente, maar ik voel die neiging wel heel sterk. Het zwembadgedoe heeft tot nog toe alleen maar verliezers opgeleverd.
Ik heb wat gespeurd op internet, maar tot nog toe ontbreekt elke vorm van informatie.

IJskoud water

Wanneer het vriest, is het heerlijk de kraan te laten stromen en het ijskoude water in je mond te laten glijden. Als een hittegolf de zomer treft, mis ik vaak het koude water dat nu de kraan verlaat. De kou maakt het water fris en attent. Je voelt het ook je maag in glijden en verder voeren tot ver in de darmen.
Water is van levensbelang. Wanneer ik een ochtend geen water heb gedronken, voel ik me loom en slaat de zwaarte in mijn hoofd. Daarom vind ik het een goede zaak dat de drie dj’s zich laten opsluiten om geld voor water in te zamelen. Al roept de aandacht van de media bij mij soms vraagtekens op. Draait het om de paar dagen hongeren van de dj’s, of om het tekort aan schoon drinkwater. Over de temperatuur gaat het dan niet eens, maar gewoon schoon is al heel wat.

Een 1 op de schaal van klantvriendelijkheid

Beste Mevrouw Anders,

Ik was speciaal wat eerder van mijn werk gegaan om op tijd bij u te zijn. Ik had vrijdag een mooie nieuwe bril uitgezocht, maar een meneer naast mij had de bril eveneens uitgezocht. Hij had hem weer teruggelegd en ik had hem gepast. We vonden hem allebei leuk. ‘Ik had hem het eerste’, zei de meneer. Een collegae van u belde een ander filiaal om te vragen of ze daar dat montuur ook hadden. Er was er nog eentje en het zou er maandag zijn. ‘We bellen u als het binnen is.’

Omdat ik nog niet gebeld was, ben ik iets eerder naar uw winkel gegaan. U staat er nogal op dat u om 17.30 uur dichtgaat. U had mij een poosje geleden al de winkel uitgestuurd omdat u dicht ging. ‘Ziet u dan niet dat het half zes is? Dan gaan we dicht’, zei u nors. Ik antwoordde dat het mij speet, maar dat over het algemeen winkels om 18.00 uur dicht gaan. ‘Wij om half zes’, zei u dwingend terwijl u ons in de richting van de deur duwde. ‘U bent morgen om half tien de eerste’, vervolgde u zonder begrip.

Nu was ik keurig om 17.10 uur in uw winkel. U tuurde naar de klok en mompelde iets tegen uw collega. Daarna bleef u stil in mijn richting. U moest papiertjes vouwen, dat kan natuurlijk. Gelukkig had u even later aandacht voor mij. Ik vertelde het verhaal dat maandag de bril er zou zijn en ik nog niet gebeld was. ‘Maandag komen nooit brillen’, zei u alsof ik dat had kunnen weten. ‘En vandaag ook niet. U wordt gebeld als de bril binnen is.’

‘Nou, mij is verteld dat maandag de bril binnen zou komen, of anders vandaag. Daarom kom ik even langs’, probeerde ik nog een keertje. ‘Hij komt in de loop van de week. Het is nou eenmaal anders dan u in uw hoofd heeft.’ Ik voelde dat een kookpunt naderde. ‘Het is niet iets dat ik in mijn hoofd heb, maar dat mij zo is verteld. Dat is iets heel anders.’ ‘Ja, ik vind het ook jammer. We bellen u als hij er is’, vervolgde u nog een keertje nors. U draaide u om en wilde mij zo aangeven dat ik echt maar eens moest vertrekken.

Ik voelde mij onheus behandeld door u. U moet zich verontschuldigen, vind ik. Dat u zo doet en dat u mij dingen in de mond legt, die ik niet gezegd heb. Mijn vrouw is zo netjes door meneer Hans behandeld, terwijl u zo lelijk tegen mij doet. Ik vind dat helemaal niet prettig en ben erg boos.

Ik liep de zaak uit, maar wilde eigenlijk teruglopen om u te zeggen dat u die bril in uw reet kon steken. Ik heb het niet gedaan, want ik ben netjes. Eigenlijk vind ik nog steeds dat ik het had moeten doen. Maar ik behandel u niet zoals ik niet behandeld zou willen worden. U zou er een voorbeeld aan kunnen nemen. Want op de schaal van klantvriendelijkheid scoort u een 1.

Dag mevrouw Hans,

Hendrik-Jan

Toeteren

Het zou het oergeluid zijn waarmee de Tubanten naar elkaar seinden. In Twente houden ze deze traditie in ere. Ergens mis ik het nu wel. De diepe tonen die langzaam in een trappetje omhoog neuriën en die opklinken in het bos terwijl de kou om je heen grijpt. De rest van Nederland moet dit volksgebruik ontberen.
Toen ik nog bij de Twentsche Courant Tubantia werkte, haalden de midwinterhoorns steevast de pagina’s van de krant in deze tijd van het jaar. Dan verzamelden de ‘toeteraars’ zich in een schuurtje op een industrieterrein en zochten wij verslaggevers naar de originele invalshoek voor het jaarlijkse ritueel in de adventstijd.
Dat het hele verhaal rond die oertonen pure onzin is, heeft de schrijver Han Voskuil al in de jaren 1980 bewezen. Hij vertelde dat het blazen op de midwinterhoorn eerder een modernisme is, dan een oud gebruik. Het stamt uit de jaren 1930. In Het bureau haalt Voskuil zijn eerdere belevenissen nog een keer aan (deel 6, p. 357-363). Voor de camera van Van gewest tot gewest veroorzaakt hij een heuse rel in Twente. Hij is vervolgens door verschrikkelijk veel mensen door de mangel gehaald, maar niemand kan zijn verhaal weerleggen.

In de genen

Stuken of stukadoren, wat ook het verschil ertussen is, Inge is een natuurtalent. Ze heeft vanmorgen de muren op zolder gladgestreken. Dit secure werkje heeft ze blijkbaar goed afgekeken van haar vader, die kon stuken en stukadoren.
Zou het erfelijk zijn, vroeg ze hardop af tijdens het stuken van de muren op zolder. Het zou best kunnen, zeker ook toen ik Doris gewapend met een kleine spatel en een potje gips de muur zag pleisteren. Een mooi gezicht zoals moeder en dochter bezig waren. Ik heb mijn activiteit maar gehouden bij het voorzichtig plamuren van een paar gaten en hoekjes.

Zonsondergang

Als er een tijd is waarbij de zonsondergang zo bewust aan je oog voltrekt, dan is het nu wel. Het brengt mij tot gedichten, die ik dolgraag met jullie wil delen.

Ik heb dit gedicht maar naamloos gehouden…

****

Een witte streep duwt een vliegtuig
vooruit tegen de ijsblauwe lucht
zie ik vlak boven de dakrand
dat de zon oranje afscheid zoent

De takken sprieten kaal het donker
tegemoet, maar voordat het blauw
wegduikt in het zwart mogen ze
mij nog heel eventjes in de ogen kijken

***

‘Hé, ik zie de maan’, zeg je
Ik zie alleen het vliegtuig vooruit
hollen terwijl het blauw azuurt
voordat de avond zich echt meldt

Als ik voorover buig en jij
wat naar achteren hangt
doemt daar de glijbaan van
een stukje sikkel voor mij op

**

De maan hurkt weg van de bol
en ziet dat de avond de nacht
inluidt zoals het kerstklokje doet
in de koude weken van nu

Doe maar of het zomer is
en droom de koude warm
zodat het even warm is
als nu de kou onze neuzen knuffelt

Licht de avond nog even op
dan vergeet ik dit beeld verder
in de zee van liefde en spelen
we of de maan een zonnetje is.

*

Als zij de volgende dag
naar de glijbaan toe loopt
en ziet dat de zon zoet oranje
spuugt omdat het weer voorbij is

Roept zij ‘maan’ en dribbelt in de richting
van de sikkel om te glijden
na het klimmen voordat het donker
ons begroet knipoogt de maan haar

Almere, 14 en 15 december 2007

Afhankelijk

De Bommelerwaard heeft weer stroom, maar Bali gaat zonder akkoord de nacht in. Vreemde combinatie van twee nieuwsfeiten. ‘Het lijkt hier wel de Middeleeuwen’, verzuchtte een inwoonster van Zaltbommel voor de televisiecamera van het journaal.
Aan de andere kant van de wereld bereiken de onderhandelaars geen akkoord. De afhankelijkheid van de westerlingen van olie en gas wint het van een gezond klimaat.

Mijn halve zolder staat er vol mee

Pilaren van boeken zoeken een weg omhoog. Ze leunen scheef tegen elkaar in de stapels op de tafels. Je ziet de bedompte en muffe lucht opstijgen uit de opgestapelde boeken. De twee Jackhalzen van De wereld draait door bezoeken recensent Martin Ros. Ze moeten zich een weg banen door al het leesvoer heen.
‘Al deze boeken wachten op mij om gelezen te worden’, verzucht de lezer, die vanwege zijn leeftijd afscheid moet nemen van de Tros Nieuwsshow. De afkoopsom van 15.000 euro weerhoudt hem niet van kritisch commentaar. Zijn woorden spreken vooral over een triest verdriet en bovenal een holle frustratie.
Hij zoekt nu zelfs een boekenprogramma bij de EO. Hij moet toch iets met al die recensie-exemplaren in zijn zomerhuisje te Putten. De 70-jarige lezer heeft zoveel boeken staan in de scheve stapels dat hij meerdere levens nodig heeft om dat alles uit te krijgen. Zijn nieuwe vrije tijd kan hij goed gebruiken.
Ik herinner mij de anekdote van mijn docent Peter van Zonneveld. We hadden het over Amerika-deskundige Maarten van Rossum, maar hij hoorde in zijn slechthorendheid Martin Ros. ‘Ja, dat is me er zeker eentje’, reageerde hij. ‘Die man heeft zoveel boeken dat de muren het van zijn huis begaven. Zijn huis stond op instorten, de scheuren werden met de dag groter en de vloer begon te kraken. In allerijl zijn stapels boeken afgevoerd. Die staan nog ergens bij Maarten ‘t Hart.’ Het zou mij niet verbazen als de boeken nog bij ‘t Hart zijn. Jaren later las ik namelijk een interview met ‘t Hart. Ze waren inmiddels min of meer gebrouilleerd: ‘Martin Ros, die moet nog eens die dozen met boeken ophalen. Mijn halve zolder staat er vol mee.’

Stadsbos Pampushout

Elke vrije donderdag ren ik mijn favoriete hardlooprondje door het Almeerse Pampushout. Pampushout is heel aardig bos dat tussen IJsselmeer en het Noord-Westelijk gedeelte van Almere ligt. Bij het hardlopen loop ik een eindje langs de spoordijk in westelijke richting en steek Pampushout in om bij de Noorderplassen weer terug te hollen naar huis via het Beatrixpark.
De laatste weken hoor ik het geluid van motorzagen en vallende boomstammen. Het raadsel van de houtkap die even bedreigend klinkt als de verwoestingen van het oerwoud, is kortgeleden voor mij opgelost. Pampushout wordt omgevormd tot een stadsbos. Wat een stadsbos precies is, weet ik niet. Het ligt in een stad en schijnt het midden te houden tussen een bos en een park. In het stadbos worden de grasvelden niet netjes aangeharkt en de overtollige takken weggehaald, zoals dat wel in het park gebeurt.
Ik ken wel wat stadsbossen, het Kralingse bos en het Amsterdamse bos zijn volgens mij stadsbossen. Dat wij straks ook zo’n opgeleukt park krijgen is wel een beetje jammer. Juist die wijdsheid van weilanden afgewisseld met stroken vol bomen, trekt me aan het Pampushout. Bovendien moet ik er niet aan denken dat het straks op zondagmiddag verschrikkelijk druk is. Het is het lot van een mooi bos, denk ik.