De maan

We kwamen gisteravond in het donker thuis en Inge zong ‘In de maneschijn’. Doris begreep niet waar het over ging en Inge verduidelijkte het haar door naar de maan te wijzen. Ze staarde vol ontzag naar de hemel en stamelde ‘maan’.
Ik was vooruit gelopen en kwam naar haar toe. Ze cirkelde met haar knuistje naar het uitspansel. ‘Sterren’, riep ze. Een wolkje adem vergezelde de uitspraak. Nogmaals wees ze naar de maan. Ze was vol van de ontdekking.
Ze kende de maan wel en ze heeft hem ook wel gezien, maar het was nog nooit zo tot haar doorgedrongen. Toen ik aan het einde van de middag naar het park ging om van de glijbaan te glijden, kwam de ontdekking weer.
‘Maan’, riep ze terwijl ze op mijn schouders naar huis werd gedragen. Ik zag niets en hief mijn nek wat hoger op naar de hemel. ‘Inderdaad Doris, de maan.’ Het kleine sokkeltje glinsterde en gaf ons een klein knipoogje.

Geef een reactie