Wat vindt Harry Mulisch

Fidel Castro is vandaag officieel afgetreden. Wat vindt Harry Mulisch daarvan? Man bijt hond liet dit nieuws liggen, dus trok ik vanmiddag de stoute schoenen aan en ben hem gaan opzoeken. Toevallig was hij thuis in zijn riante woning aan het Leidseplein.
Hendrik-Jan: ‘Meneer Mulisch, vandaag is Fidel Castro officieel afgetreden. Bijna vijftig jaar zwaaide hij de dictatorische scepter over Cuba. Wat vindt u van dit nieuws?’
Mulisch: ‘Ach, het doet met niet zoveel. Vijftig jaar is lang.’
Hendrik-Jan: ‘Maar u bent een fervent aanhanger van deze regeringsleider geweest. U ging zelfs in de jaren ’70 naar Cuba.’
Harry: ‘Ja, wat ik daarvan vind, kunt u in mijn boeken lezen.’
Hendrik-Jan: ‘Zoals in De ontdekking van de hemel. U laat er zelfs een omvangrijke passage op het eiland spelen. U heeft zich weleens euforisch over hem uitgelaten.’
Harry: ‘Dan moet u wel mijn boek aanhalen, nu haalt u er iets bij uit het boek van Elsbeht Etty.’
Hendrik-Jan: ‘Sorry, ik heb dat boek laatst gelezen en De ontdekking ligt bij mij ergens op zolder in een doos.’
Harry: ‘Meneer de journalist, doe u werk eens behoorlijk. Het is echt niet zo dat De ontdekking van de hemel onverkrijgbaar is. Het is moeilijker om aan het boek van Etty te komen, dan aan mijn boek.’
Hendrik-Jan: ‘Excuses, meneer Mulisch, mijn oprechte verontschuldigingen, maar wat vindt u nu van het nieuws dat Fidel Castro is afgetreden.’
Harry: ‘Kijk, er zijn schrijvers die zonder ziek te worden de tachtig halen, er zijn staatslieden en pausen die er wat meer moeite mee hebben. Wat Fidel en ik gemeen hebben is dat wel allebei tot onze dood ons werk willen blijven doen. Hem is dat niet gelukt en mij tot op heden ook nog niet, maar ik kan wel door schrijven en hij niet door regeren. Uiteindelijk zijn er ook genoeg schrijvers die tachtig werden, maar die evenmin een letter op papier kregen. Ik ben vitaal genoeg en aan inspiratie ontbreekt het niet.’
Hendrik-Jan: ‘Maar wat vindt u nu dat uw grote vriend is afgetreden.’
Harry: ‘Zoals u weet, kunt u in mijn werk lezen wat ik van Castro vindt. Daar is geen televisiecamera voor nodig. Bovendien vijftig jaar is een lange tijd, dus een mening groeit mee met de baard van meneer Castro..’
Hendrik-Jan: ‘Maar,’
Harry: ‘ Genoeg, genoeg. Basta. Ik heb genoeg tijd verspild aan dit item. Dat u het niet voorbereid, is u kwalijk te nemen. We wisten al anderhalf jaar dat meneer Castro vroeg of laat afscheid zou nemen. Bovendien heeft mijn tachtigste verjaardag genoeg tijd van mij gevreten. Het leek mij eens tijd om te gaan schrijven wat ik van Castro vindt. Wist u dat ik al langer schrijf, dan hij regeert. Dan ziet u eens wie belangrijker is. Tot ziens meneer De Wit. Dag.’

Geef een reactie