Rotbaan

Hij liep een meisje tegemoet. Zij stak de weg door de winkelstraat over en glipte vlak voor mij langs. ‘Ik ga jou even een paar vragen stellen en dan mag je weer gaan’, hoorde ik hem zeggen.
Zijn blik vertelde meer dan zijn woorden: ik weet dat ik een rotbaan heb en mensen onnodig lastigval, maar zou je eventjes naar me willen luisteren en mijn waar willen kopen. Dan kan ik over een halfuurtje naar huis met mijn target.
Zij negeerde de vraag volledig en hij deinsde net op tijd terug uit naar looppad. Het voornemen viel in duigen. Het meisje kon ik alleen op de rug zien, maar ik las in haar loopbeweging de gruwel van de vraag die hij stelde. In zijn hand fladerde een foldertje losjes bewegen. Hij keek met een teleurgestelde blik voor zich uit. Weer niet gelukt en de middag duurde al zo lang.
Ik fietste terug van mijn werk en genoot van de laaghangende zon. Dezelfde zon die een klein uurtje later door vier doorwiete jongens omschreven werd in lyrische termen ‘een oceaan van blauw en vuur’. Zij liepen op de hangplek af aan de rand van het park. Het park waar ik net met Doris en de hond Sientje zo heerlijk gelopen had en gegleden. Gegleden van de glijbaan.

Geef een reactie