Heenreis

Eindigen met de heenreis. We rijden op tijd weg van huis, plannen een pauze een uur na het middaguur. Dan zijn we Nederland wel uit, denken we.
De wegen denken daar anders over. Geen files maar veel langzaam rijdend verkeer. Geen opstoppingen, maar openliggende wegen. De weg naar Luik blijft ons verrassen. Ook mijn idee van de stoplichten midden op de snelweg, bij Eindhoven. Ze zijn er, inderdaad, alleen veel later dan ik in mijn gedachten heb.
Machines graven bulten en gaten rond de weg. Het verkeer sluipt er tussen. Ze zoekt de smalle strook asfalt die er nog ligt. Boren drillen de vullingen uit het gebit en kiepauto’s komen met zand aan en rijden met zwarte aarde weg. Geel zand, dat is nodig om deze weg te redden.
Als we dan vlak na Eindhoven bij Weert een bordje patat met een kroketje eten, dan verbazen wij ons over het trage tempo. Dat gaan we terug dus niet doen, hebben we in het hoofd. Nu mag ik achter het stuur.
De Belgische wegen hobbelen de auto. Er liggen meer gaten in de weg dan stukjes asfalt rond de gaten. Ik sla me door het knooppunt bij Luik en heb moeite de nieuwe regels te snappen en toe te passen. Eindelijk begrijp ik het, een klaverblad is hier anders en je voegt van rechts in.
We rijden plankgas en de auto kruipt steeds langzamer. De teller daalt van 100 naar 90 en zakt verder naar beneden. De oren vallen steeds dicht en ik begrijp niet wat er nu gebeurt. Een versnelling lager, helpt niet, maar in de achteruitkijkspiegel zie ik geen rookpluimen. Ik denk dat de auto het begeeft, maar de benzinemeter is halfvol en de andere meter zegt ook niks raars. Geen lampjes branden en de rare luchtjes blijven eveneens weg.
Dan is het antwoord er: een hele diepe afgrond is voor ons. De snelweg zakt plotseling naar beneden. Als het water dat over het hoogste punt van de waterval glijdt en naar beneden stort. Zo versnelt zich het verkeer met ons naar beneden.
Als de Duitse Autobahn weer andere regels vertelt, wat verderop, en de sneeuw om ons heen dwarrelt, bedenk ik dat het onzin is dat ieder land zijn eigen verkeersregels heeft. Waarom regelen we dat niet centraal? Waarom moet het allemaal anders, terwijl alle verkeer op elkaar lijkt.
We voelen ons blij als het huisje in zicht komt. Lekker een kopje koffie met een broodje. Een echt Kaizerbrödchen. Daarvoor zijn we hier.

Geef een reactie