Uitdorsten

Claus en de paus hadden het ook: Parkinson. De novelle Uitdorsten (2003) van A.F.Th. van der Heijden vertelt over de dood van zijn moeder. Ze leed aan Parkinson, of zoals de verteller het zegt: ‘Als zij niet aan Parkinson geleden heeft, dan leed zij aan een ziekte die tot in de kleinste details de symptomen van Parkinson imiteerde. Nu nog de naam van deze plagiaatkwaal, en we zijn er.’
Uitdorsten is een ontroerend verhaal, dat een vervolg is op het reqiuem aan zijn vader, Asbestemming, dat bijna tien jaar eerder in 1994 verscheen. Zo wordt de Parkinson al als voorbode in Asbestemming aangekondigd.
Ook krijgt het verhaal een vervolg van de vader die zijn vrouw aanbiedt aan een stel jonge, bronstige boeren en bouwvakkers. ‘Aanpakken, mij kan ’t niks schillen. Ge doet maar’, zegt vader terwijl hij de huissleutels omhoog houdt in het café. Moeder ervoer het als bevrijdend dat iemand het aan het papier heeft toevertrouwd, vertelt ze in Uitdorsten: ‘ik ben blij dat iemand het eens heeft opgeschreven.’
De titel verwijst naar wat moeder zegt als ze in het ziekenhuis ligt. ‘Uit wat ze daarbij vrijwel onverstaanbaar zegt, vang ik herhaaldelijk het woord ‘uitdorsten’ op.’ De familie komt in actie tegen de uitdroging die de artsen bewerkstelligen volgens moeder. Ze leeft nog acht maanden.
Uitdorsten is een ontroerend requiem en laat zien dat Van der Heijden een meesterlijk schrijver is van de literaire dodenmis. De enige keer dat ik Van der Heijden meemaakte was bij de presentatie van Engelenplaque, dat was een dag na de dood van de schrijver Jean-Paul Franssens. Van der Heijden was diep ontroerd en kon bijna geen zin formuleren zonder de naam Franssens te noemen. Ik heb mij laten vertellen dat hij werkt aan een requiem voor Franssens. Ik ben heel benieuwd naar het resultaat.

Geef een reactie