Daan Manneke

Ik loop van gracht naar gracht, jongleer over de stoeprand tussen fietspad en tegenliggers. Naast het fietspad dreunt een machine over de weg, breed uitgemeten raderen de wielen in een tijdelijk spoortje.
Aan mijn oor hangt mijn geliefde en ik vertel wat ik heb meegemaakt. Het drukke stadsverkeer ontloop ik ternauwernood. De Prinsengracht, zou dit de Prinsengracht zijn? Ik mompel het tussen mijn verhaal. Ik draai rond en zoek een straatnaambordje, dat ik niet vind.
Een man met een vol witte sik en eenzelfde pluk haar gedrappeerd rond een kaal kruintje, fietst de bocht om. De fiets is meer roest dan lak en er zit een slag in het voorwiel. De oudere man weet net nog het evenwicht te handhaven.
Ik bel door en zie de man van het cd-hoesje. ‘Hé, Daan Manneke’, zeg ik. ‘Wat?’ vraagt mijn geliefde, verstoord uit het verhaal dat zij begonnen is. ‘Daan Manneke’, herhaal ik. ‘Die componist.’ Het is even stil. ‘Ach, laat ook maar.’
Ze hervat haar verhaal en ik loop de Prinsengracht in. Ergens op een gevel staat 628, terwijl ik bij 232 moet zijn. Ik draai nog even om. Daan rijdt waar ik liep.

Geef een reactie