Iets aandoenlijks

Uit de serie gesprekken in de kantine.

A: ‘Om heel eerlijk te zijn, het is toch schandalig dat van de ruimte in het Beatrixpark negentig procent voor de honden is en tien voor kinderen.’
B: ‘Laatst zag ik dat ze gewoon de honden uitlieten in het speeltuintje. Er zit zo’n hek omheen, maar ze laten die honden gewoon lopen. Ik vind dat schandalig.’
A: ‘Ja, dat moest niet mogen.’
B: ‘Ze ruimen het niet eens op. Je moet er toch niet aan denken dat zo’n baby die nog kruipt… met de handjes…’
A: ‘Getvederie hou op.’
C: ‘Ik ben het er helemaal mee eens, maar honden hebben ook iets heel liefs over zich.’
A: ‘Nou, die honden in het park niet.’
B: ‘Ze zouden ze allemaal moeten laten inslapen.’
C: ‘Ja, je zegt dat zo, maar echt. Het heeft iets aandoenlijks. De avond voordat Max doodging, kwam hij naar boven en ging voor onze deur liggen. Net of hij het voelde.’
A+B: stilte
C: ‘En het uitlaten. Hoeveel goede gesprekken ik met mijn zoon niet gevoerd heb bij het uitlaten van de hond. Ik weet zeker dat dit zonder hond niet zo gegaan was. Zo onder het lopen. Echt, het heeft iets aandoenlijks.’
B: ‘Nou ze zetten die beesten mooi aan een boom nu de vakantie begint.’
A: ‘En van mij mogen ze daar blijven, allemaal.’
H: ‘Hoeveel honden zouden er eigenlijk zijn in Nederland, vijf miljoen?’
A: ‘Veel meer.’
B: ‘Ja, veel meer.’

Geef een reactie