Letterlijk en figuurlijk taalgebruik

Ik stel Doris voor een rondje te gaan lopen. We stappen naar buiten en lopen in de richting van het park om strakjes van de glijbaan te glijden. ‘Papa, papa’, roept Doris. Ik sta stil en kijk naar haar. ‘Rondje lopen’. Ze draait een heel klein rondje en zegt ‘Kijk papa, rondje lopen’.

Geef een reactie