Ouwehands Dierenpark

De auto rijdt het stoffige parkeerterrein op, net geslaagde scholieren dirigeren de autokaravaan in het juiste vakje. De armen zwaaien een compositie in geparkeerde auto’s. Onze auto krijgt keurig een plaatsje toegewezen door een andere net geslaagde scholier. De motor gaat uit en we stappen uit.
Een paar auto’s verder stapt ook een gezin uit. De vader met krulletjeshaar lijkt een beetje op Spinvis. Het gezin loopt voor ons uit naar de ingang waar onze familie staat. Gert en Lonneke staan al klaar, mijn ouders en Annelies met Twan komen er ook aan. Gert houdt nog een mobieltje tegen zijn oor. ‘Voicemail’, zucht hij.
De volière is de achtergrond bij het maken van de familiefoto. Daarna wachten op de afhandeling en bestelling van de foto’s. Als het ontwikkelen net zo lang duurt, dan wordt het laat vanavond.
Ik ken Ouwehands Dierenpark uit mijn jeugd. We fietsten er meestal heen, hadden een jaar een jaarabonnement en dat is het laatste jaar dat ik er geweest ben. Toen was het berenbos nog in aanbouw. De bruine bussen met de tekst ‘Wij gaan naar de beren’, zag ik wel rijden, maar het berenbos had ik nog nooit gezien.

Het is ontzettend veranderd in de periode van bijna twintig jaar dat ik er niet geweest ben. De giraffen kijken ons recht in de ogen aan, omdat het pad langs deze dieren twee meter verhoogd is. Een leuk gezicht, de lange nekken lijken ineens een stuk minder lang. De immense tong vist in de richting van een blaadje, maar kan er net niet bij.
Ook veel nieuwe dieren, ik zie wrattenzwijnen die tevreden op elkaar liggen. Of het nagebouwde wad in het oude zwembad. Voor de rest tijgers, leeuwen en zeearenden. Ze waren er al wel, maar zitten nu in ruimere hokken. Ik herken wel het overdekte hokkencomplex waar de roofvogels in zitten.
De zeeleeuwenshow is een inperking van de oude show waarin dolfijnen de hoofdrol speelden. Nu zwaaien de zeeleeuwen naar een aantrekkelijke jongeman die hun trainer is. De trainer slooft zich meer uit dan zijn dieren en dat moet ook. Doris bekijkt aandachtig de show met veel water en spetters.
We bekijken van drie, vier meter hoogte de beren en wolven in het Berenbos. De dieren lijken net knuffelberen zo van deze hoogte, de dikke vacht daagt bijna uit tot knuffelen. Tussen de beren door lopen wolven, jakkerend en met een verslindende blik. Als ze zo voorbij lopen lijken ze net een zwerver of een zwerfhond op het Centraal Station. Verderop ligt er één zoals Sientje in de zon kan liggen braden. Hoezo is de teckel niet verwant aan de wolf.

Voor Doris vallen alle dieren weg bij het zien van een glijbaan. En die zijn er heel veel bij Ouwehands Dierenpark. Midden in het verhoogde tracé van het berenbos, bevindt zich een hoge glijbaan. Het is de derde voor Doris van vandaag. Ze doet net of het de eerste is en krijgt er geen genoeg van.
Of op de ijsbeer zitten, maar van de ijsschots glijden is natuurlijk veel leuker.
De Geelvleugelara’s die Doris door een foute televisieserie zo kan benoemen, vliegen elkaar in de veren bij de grote volière. Doris wil ook de apen en de schildpadden zien in het broeierige hok, naast de Ara’s. Als ze hoort dat de schildpadden geaaid mogen worden, wil ze ook. Alleen hier is de wil groter dan de daad, want ze durft het niet als een kop uit het schild omhoog komt. Ze mag iets verderop in de dierentuinwinkel, die in alle dierentuinen ‘zooshop’ heten, een knuffel uitzoeken en grijpt een schildpad in de hand. Deze durft ze wel te aaien.
Het parkeerterrein vertoont happen, met hier en daar een auto. Het stof van een dag zon blaast omhoog bij iedere stap die we zetten. Iets verderop loopt het gezin met de man die op Spinvis lijkt, voor ons uit. Zijn auto rijdt weg als ik de achterklep opendoe om er de rugzak vol met broodjes in terug te zetten.

Een gedachte over “Ouwehands Dierenpark

  1. Pingback: Dagje Ouwehand (3) – IJsberen | De wereld van Hendrik-Jan

Geef een reactie