Het is jouw dag

Of ik even achteraan in de rij wilde aansluiten. Het recyclingperron op zaterdagmiddag is een ramp. Ik heb mijn auto volgeladen, vol met oude troep en rommel die ik met hartzeer weggooi. Dingen die je wegdoet, heb je vroeg of laat altijd weer nodig.
De dingen die je bewaart, kunnen eigenlijk net zo goed weg, want je gebruikt ze nooit meer. Kortom, het dilemma van rommel bewaren of wegdoen, hoort bij de hedendaagse consument, die vooral koopt en nooit meer iets weggooit.
Het stoplicht voor het platform brandt continu groen, maar de auto’s staan helemaal stil. Een waarschuwingslichtje knippert dat er auto’s na de helling kunnen staan. Ik zie ze ook voor mij, dus dat lichtje knippert onzinnig.
Veel busjes wachten met mij. Ik zie door het ruitje van het busje voor mij een oude koelkast. Naast mij treuzelt een karretje met bouwafval. Een paar stenen en vooral veel behang, aan hout en delen van gipswanden gekleefd.
Als ik dan eindelijk stop naast de man met het gele hesje, krijg ik een plekje bij het hardplastic toegewezen. Hij ziet de hardplastic delen die bedoeld waren voor mijn Flärkes, liggen over alle andere troep heen. De auto die net naast mij stond, rijdt a-sociaal langs mij heen om hem precies op mijn afgesproken plekje neer te zetten. Daarom kluns ik mijn auto naar achteren op spiegels die meer rommel dan weg laten zien.
Het hardplastic ligt netjes in de diepe containers en ik sleep het grote computerscherm in de bak met computerschermen. Daarna houd ik een dekbed met meer stof dan veren omhoog naar een man in een hesje. ‘Die maar bij restafval?’ vraag ik, omdat ik weet dat dekbedden niet gewaardeerd worden in de textielbak. ‘Mag daar ook in’, zijn vinger wijst naar de groene textielbak. ‘Dekbedden mogen toch niet?’ ‘Van mij mag het’, zegt hij snel. ‘Maar je mag hem ook daar in doen hoor. Het is jouw dag.’
Het dekbed verdwijnt in de bak met restafval. Ik zie nog net hoe een groen stuk metaal hem wegdrukt. De slapeloze nachten verdwijnen met de nachten vol begeerlijke dromen.

Geef een reactie