Vermolmd

Voor het trainen van de rugspieren bezoek ik het zwembad op zondagmorgen. Er zijn meer mensen op het idee gekomen een baantje te trekken. Ik spring in de eerste baan en probeer mijn slaperige spieren op te monteren in het water.
Het is filezwemmen, soms port een hand in mijn zij of voel ik een lichaam tegen mijn tenen drukken. Soms slaat mijn vingers tegen een voet of ontmoeten een ander uitslaande hand. Ondertussen draalt Skyradio over het water, in een rondje.
Zo zwemmend tussen de natte hoofden en de chloordoorlopen ogen, denk ik aan het wedstrijdzwemmen van weleer. Zo’n brilletje heb ik ook gehad. Als ik het nog bewaard heb, moet het elastiek en het bandje onder de glazen zijn vermolmd.
Als ik dan een klein uurtje later mij afdroog, vertelt een opa aan een andere afdroger dat hij in de zomer zes keer in de week zwemt. ‘In de winter drie keer vult hij aan. ‘Ik zwem alleen buiten. Ik heb de beschikking over een verwamd buitenbad.’ Nu gaat hij met zijn kleindochter het water in van het binnenbad.
Een verwarmd buitenbad, zo kunnen we allemaal in de winter buiten zwemmen. Ik moet het doen met een file op zondagmorgen met een schrootjesplafond boven mijn hoofd, of de onverwarmde plomp voor de deur.

Geef een reactie