Maandelijks archief: januari 2009

Variabele snelheid

Op het stukje A1 tussen Bussum-Zuid en Naarden geldt een variabele snelheid sinds twee weken. Als het regent en het is druk, is de snelheid 80 kilometer per uur, is het iets rustiger, dan geldt 100 en als het nog rustiger is dan mag je daar 120 kilometer per uur.

Twee weken geleden opende onze Camiel Eurlings de proef. Het regende en er reed veel verkeer. De matrixborden gaven 100 kilometer aan als maximum snelheid. Hij drukte op de knop ten overstaan van de uitgerukte pers en de borden gaven 120 kilometer per uur. Onverantwoord vond ik, maar een opening is een opening natuurlijk. Dan moet je niet volgens de regels handelen.

Vanavond mocht ik het stukje proef openen voor mijzelf. Het was rustig en kurkdroog op het stukje snelweg. Prachtig lag de weg erbij om met 120 kilometers per uur over te rijden. Geen slecht weer of drukte hinderde mij om deze snelheid te nemen.

De matrixborden waren echter eigenwijs en schreven mij 100 kilometer voor. Boos toeterde en foeterde ik in de richting van de borden en de camera’s die overal hingen, maar de ‘100’ van weleer bleef onveranderbaar, niet flexibel en ook niet variabel.

Waarschijnlijk had Camiel net een vrije avond, want alleen hij mag de knop indrukken.

Treintrends

Twee jaar niet meer dagelijks in de trein zitten en je ziet vanzelf de trends. Zo wint de elektronica meer en meer terrein. Bijna elke reiziger heeft een draadje aan zijn oor hangen, kletst in de lucht, zonder dat ik een telefoon zie.
De telefoon met al haar gadgets vormt hier het knooppunt waar alle digitale lijnen in elkaar verwikkeld zijn. Zo zaten in de trein naar Almere vanmiddag een man voor mij en een man achter mij naar televisie te kijken op een schermpje van enkele vierkante centimeters.
Over twee nieuwe jaren zitten alle reizigers te staren naar een scherm, is er draadloos internet in de trein en hoeft niemand meer een woord tot een ander te richten, of een boek te lezen.

Ik voel me heel even een trendwatcher…

Twee generaties

Een man en een meisje zitten naast elkaar. Hij is kaal, grijze haren laten zien dat hij ergens in de vijftig zijn. Hij draagt een krijtstreeppak, waarbij gele krijtjes op het donkere bord de lijntjes hebben getrokken. Het meisje met krulletjes en een kauwgumpje in de mond. De trein rijdt net weg uit Utrecht Centraal, met een lichte vertraging.

Dat hoort, als de treinen op tijd gaan rijden, dan kan de NS worden afgeschaft. De man kijkt in een boekje waar iets met kwadraatberekeningen op staat. Het meisje luistert naar muziek die door haar MP3 speelt. Ze houdt hem heel goed vast met haar mond en wrijft het ding soms over haar lippen. In gedachten verzonken, of gewoon luisterend naar de herrie die haar oren binnen tettert. De man onderbreekt haar overpeinzing.

– ‘We leven nu veel luxer. Als ik om mij heen kijk denk ik dat jullie veel luxer zijn opgegroeid dan ik veertig jaar geleden.’
/ ‘Ja, we zijn hard vooruit gegaan. Je hebt nu veel meer dingen als dit’, ze houdt haar MP3 speler omhoog. ‘We zullen wel blijven vooruit gaan, over twintig jaar dan zitten de jongeren met nog meer dingen die nog meer kunnen.’
- ‘Kom je van School?’
/ ‘Ja.’
– ‘Wat doe je?’
/ ‘Ik zit op het grafisch lyceum.’
– ‘Je bent zeker veel vrij?’
/ ‘Nou dat valt wel mee.’
- ‘Je wilt kunstenaar worden zeker.’
/ ‘Ik wil hierna naar de kunstacademie. Ik wil fotograaf worden. Mijn broer doet journalistiek, dan kunnen we samen op reportage.’

Heel hard gaat de telefoon. Het meisje houdt haar MP3-speler tegen haar mond aan en schreeuwt: ‘Nee, we staan nog stil bij Hilversum Sportpark… Ja, dat weet ik niet… We rijden nog niet… Ik denk dat we zo gaan rijden… Nee, ik bel wel als ik er ben, ja?’

– ‘Dat is avontuurlijk, je hebt wel een avontuurlijke inslag.’
/ ‘Ja, ik wil graag op reis en dan reportages maken.’
– ‘Dat motorcrossen is geweldig, Dat zijn mooie en heftige ervaringen.’
/ ‘Het is leuk om ervaringen ook aan anderen te vertellen. Het moet niet te gevaarlijk zijn anders dan kun je het niet meer vertellen.’

Hij mist het cynisme. Weer gaat de telefoon. ‘Nee, we staan nog steeds stil… Hilversum Sportpark ja… Ik heb geen idee hoor… Nou gaan de deuren dicht… Ik denk dat we vertrekken… Ik bel je zo wel, ja?’ Ze gaat verder tegen de man, de MP3 speler zakt weer. ‘Motorcross, dat is wel tof.’
– ‘Je moet er wel conditie voor hebben, anders val je ervan af.’
/ ‘Ik rook, dus ik heb niet veel conditie.’
– ‘Als je gewoon een halfuurtje per dag loopt heb je een goede conditie.’
/ ‘Ik heb een keer een survivaltocht gemaakt in de Ardennen. Zo met abseilen en zo.’
– ‘Daar heb je wel techniek voor nodig, is het niet?’
/ ‘Nou, dat zou ik niet weten hoor.’
– ‘Ja, volgens mij is dat hartstikke moeilijk.’
/ ‘O, wij deden het zo.’
De trein stopt, het meisje staat op.
- ‘Moet je er hier uit?’
/ ‘Ja, een fijne dag verder en tot ziens meneer.’
– ‘Ja, een fijne dag.’

Schijndemocratie

Zo kijkend naar de uitzending van de Dichters des Vaderlands-verkiezing, verbaas ik mij over de democratie.

In de landen waar een Dichter des Vaderlands is (poet laureate) wordt de burgemeester gekozen en de Dichter des Vaderlands benoemd. In Nederland is het precies omgekeerd. Bovendien zoeken we de dichter om de vier jaar alsof het een burgemeester is.

De Dichter des Vaderlands re(a)geert

Vier gedichten per jaar en de poezie promoten. Wat maakt die Dichter des Vaderlands nu zo begerenswaardig dat al die dichter er zo voor vechten. Je verdient er niks mee, zoals Komrij beweert. Je doet het nooit goed, dicht te weinig, of teveel, of het gedicht deugt niet, of het zijn geen gedichten, maar rijmpjes.

Een reactie van de huidige DdV Driek van Wissen in NRC-Next op het artikel van Ilja Leonard Pfeijffer kon niet uitblijven. Deze stond er dan ook vanmorgen in. Dat Pfeijffer in zijn stuk een hoge mate van dichterlijke vrijheid hanteert, viel mij al vrijdag op. Zo heeft hij het gelegenheidsgedicht voor het overlijden van Koningin Juliana in de tijd dat Komrij bedankte voor de taak. Niet omdat NRC de rijmpjes van Driek van Wissen niet wilde. Van Wissen was toen nog volop bezig met zijn campagne, deelde pennen uit met een rijmpje erop.

Ach, iemand die boos en verdrietig tegelijk is, kan zich snel vergissen.

A room with a view

En hoe is het uitzicht? De vraag is me nog niet gesteld, daarom ben ik hem nu maar voor. Keek bij mijn vorige baantjes altijd uit op een spoorbaan, deze moet ik dit keer ontberen. Hoewel hij maar net uit het zicht is. Ik kan immers naar het station lopen. Bovendien heet de straat waar ik werk Het spoor. Een betere werkplek kan ik mij als treinliefhebber niet wensen. Vandaag scheen daar nog eens een heerlijke zon bovenop die een lange schaduw van het kantoorgebouw maakte.
Mijn bureau is nog niet echt spannend. Wie weet komen er binnenkort vissen en bijzondere plantensoorten.

Chagrijnig

De trein vertrekt op het juiste uur, daarom wacht ik nog even op het perron en kijk eens goed om me heen. Alle mensen kijken chagrijnig uit de ogen. Ze staren de slaap nog uit de ogen, maar zien niets anders dan een lange werkdag op ze wachten. De krantjes hangen onder de elleboog en de trein rijdt binnen. Iedereen zoekt een plekje en slaat het krantje open.

Heerlijk maandagmorgen. Het begint weer.

Echt gebeurd

Mailtjes die de eerste alinea openen met ‘dit is echt gebeurd’, ‘je gelooft het niet, maar het is echt waar’, ‘je zou denken dat het een broodje aap is, maar het is echt gebeurd’ en nog meer van dit soort zinnen, gooi ik altijd direct weg.

Het zijn verhalen over papiertjes die onder je achterruitwisser liggen, je wilt hem weghalen, laat de sleutel in het contact zitten, je hebt het papiertje in je de hand en een onbekende jakkert in volle vaart met jou auto de parkeergarage uit.

Of die stapels PIN-verhalen, waarbij de meest vreemde dingen worden opgetekend. Zo hoorde ik laatst dat je bij onraad de PIN-code omgekeerd moet intoetsen. Dan wordt de politie gelijk gewaarschuwd, merkte het eindeloos doorgestuurde mailtje op.

Of dreigementen met de dood of onheil als je het mailtje niet doorstuurt aan 35 vrienden. Mailtjes die ik vrijwel ongeopend weggooi, maar die altijd wel een paar mensen met mijn mailadres naar mij doorsturen. Ik zie weinig lol in dit soort dingen, maar het is ook niet zo erg dat ik die dingen in mijn mailbox krijg.

Bij de stapel boeken die ik vorige week in de Almeloose opruiming aanschafte, zat het boekje De jacht op de veluwepoema, Sagen en geruchten uit het moderne leven. De schrijver is de broodje-aap-deskundige Peter Burger. Hij bewaart wel al die onzinmailtjes, verzamelt ze, zoekt overeenkomsten, verschillen en andere wetenswaardigheden. Ook checkt hij de waarheid van de berichten. Ze zijn allemaal onwaar, maar waar en hoe zijn ze onwaar.
De cover van het boekje is op zijn minst vertederend, zo dat poesje en het geweer erachter. De wrede handen van de soldaat strelen het kruintje. Geniet hij van het strelen of is de warme zon de oorzaak van de wegzwijmende oogjes.

Het verhaal van de Poema is drie jaar later al bijna vergeten. Hoe de komkommertijd kan veranderen in Poempoematijd. Het verhaal van de Poema die iedereen zag, maar die niet bestond en uiteindelijk een forse huiskat bleek te zijn. Voor Peter Burger een voorbeeld van een volksverhaal dat honderde mensen op de been bracht, in de richting van de Veluwe.

Burger dist zo een kleine honderd verhalen op, van het kind dat verdwijnt uit de ballenbak van Ikea, of de Smileybende, Engelenverhalen en de papegaai die het overspel verraadt. Verhalen die zo welluidend zijn dat ze wel verzonnen moeten zijn. Of zoals Gerard Reve voorstelde nooit een waargebeurd verhaal als literatuur te presenteren. Dat gelooft niemand. Literatuur is niet waar, maar zou wel gebeurd kunnen zijn. Zo zit het met Broodje aap verhalen ook.

Het Broodje aap verhaal vertegenwoordigt een aantal wezenlijke kenmerken. Zo bevat het verhaal vaak een angst, voor kinderrovers, bendes, moslims of poemas. In tijden van collectieve angst, zoals na 11 september, doen snel de wildste verhalen de ronde. Vaak herleven oude verhalen in een nieuw jasje, laat Peter Burger zien. De krant doet dikwijls mee aan het voortleven van deze verhalen. Of ze het verhaal nu opdist of ontmaskert, dat doet er niet veel toe, concludeert de docent journalistiek van de Universiteit Leiden.

Het sprookje is niet dood, het is springlevend, laat Peter Burger zien. Je moet dan wel die onzinnige mailtjes die ik altijd weggooi, bewaren.

Peter Burger: De jacht op de Veluwepoema, Sagen en geruchten uit het moderne leven. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 2006. ISBN: 978 90 351 3030 2 Prijs: € 16,95. 232 pagina’s.

Mobiel

Een nieuw mobieltje is altijd leuk. Mijn abonnement verliep en ik werd wekelijks gebeld door mijn provider. Elke keer werd het aanbod mooier.

Nu typ ik dit stukje tekst in met de nieuwe Nokia E71, een heel charmant ding dat ongeveer evenveel kan als mijn laptop. Ik hoef straks onderweg alleen mijn telefoon mee te nemen.

Het vraagt nog wel wat oefening want deze zin heb ik ergens anders moeten oplossen…