Dichtersruzie

Ruziezoekers, daar heb ik een hekel aan, maar ik ben gek op ruziemakers. Zeker als ik aan de zijlijn mag toekijken. Het kan een fascinerend schouwspel opleveren en soms wordt het zelfs theater. Als dichters ruzie maken, is het nog mooier. Want dan ineens zijn dichters gewone mensen.

Vanmorgen schreef Ilja Leonard Pfeiffer een boeiende geschiedenis van de Dichter des Vaderlands in NRC.Next. Een grap was het destijds, stelt hij. Alleen heeft de eerste dichter Gerrit Komrij het spel erg serieus gespeeld met een dichtclub en een ernstige gedichten als er een koningskind geboren werd. Met de komst van Driek van Wissen is de lol er helemaal af. De rijmelarij staat in geen enkele verhouding met de hogere dichtkunst die Van Wissen zou moeten vertegenwoordigen. Afschaffen die hap, concludeert Pfeiffer na drieduizend woorden historie.

Van Wissen rijmt op pissen, missen, gissen en vergissen. Dat laatste heeft de organisatie tot op heden vooral gedaan, vindt Pfeiffer. Eerst door op de stemformulieren een open veld met ‘…’ aan te geven en daarna door de uitslag niet prijs te geven aan de openbaarheid. Later is er volgens Pfeiffer juist weer teveel openbaar geworden, de namen van de eerste honderd stemmers, waaronder Pfeiffer die op zichzelf stemt.

Een schertsvertoning is het geworden, vindt Pfeiffer, die graag ook nog speculeert waarom Komrij in 2004 ineens de handdoek in de ring gooide. Een ruzie met Poetry International, gokt de dichter uit Leiden. Dat terwijl Komrij in de zomer van 2005 nog optrad op het Rotterdamse dichtersfestival. Als je vermoord wordt of voor dood verklaard, sta je een halfjaar later niet weer op uit de dood voor een optreden.

Er liepen genoeg andere moordenaars rond om de eerste Dichter des Vaderlands uit te schakelen. Aan kritiek heeft het niet ontbroken. Hij zou zichzelf hebben verlaagd met deze functie en moest er volgens velen onmiddelijk mee stoppen. Nu lijken de kritikasters van toen met een grote hoeveelheid nostalgie te zijn beneveld. Alles beter dan Driek van Wissen, lijken ze te willen zeggen.

Komrij is van zijn kant ook niet stil. Hij schreef een paar weken geleden al een scherp en lang betoog over deze krankzinnige verkiezing. Verkiezingen als deze zijn spannend en zinderend, maar ze hebben met kiezen en democratie niks van doen. Het zijn peilingen die net als het tv-moment van het jaar of de beste reclame van het jaar door een handjevol mensen zijn ingevuld, maar helemaal niks zeggen over een meerderheid. In de minderheid van een vage internetpoll zit namelijk snel een meerderheid.

Genoeg over al die geruchten, Komrij opperde zelf al eens dat het hele literaire circuit uit roddelaars en zwijmelaars bestaat. Dit lijkt aardig te kloppen uit de gekleurde historie van Pfeiffer op te maken. Literatuur is oorlog, om een andere dooddoener de wereld in te schoppen. Of gewoon: het zijn net mensen.

Degene die zich heel stil houdt, is die rijmelaar uit Groningen, Driek van Wissen. In een debat, twee weken terug, heeft hij wel wat geroepen, maar waarschijnlijk zit hij woensdag glimlachend en knikkebollend de kijker een loer te draaien.

Geef een reactie