De muts en de neus

Ineens leek het langer licht te zijn. De zon scheen intenser en het leek zelfs warmer te zijn. De twee mannen zaten tegenover elkaar. De ene droeg een Turkenmuts en droeg een stoppelbaardje van twee dagen. De andere keek indringend en had een neus die in een scherpe punt vooruit wees. ‘Wil je vooruit of achteruit’, gebaarde de man met de muts. Ik was allang blij een leeg plekje te hebben gevonden en ging direct naast hem zitten.

‘Joost zit de hele dag naar het zwarte Hyvesscherm te kijken’, zei de puntneus. ‘Als je eraan komt, klikt hij direct iets weg. Je ziet ook altijd een klein icoontje van het bureaublad staan.’ De muts knikte bevestigend, maar wilde alweer verder. ‘Hoe gaat dat dan met die installatie?’ ‘Nou je moet eerst de user-id veilig stellen en daarna een back-up maken.’ ‘Ik heb een back-up gemaakt’, gebaarde hij. ‘Ik wil je het wel leren’, zei de puntneus.
‘Ja, ik ben een type die wil samenwerken en zo.’
‘John vroeg mij laatst welke comsat-versie we hebben. Ik zei, dat weet ik niet, ik geloof .25, een e-bone. Kijk, dat communiceert wat. John communiceert niet. Hij doet maar wat en vertelt verder niks.’
‘Toch weet hij precies wat Fred wil horen.’
‘Ja, hij weet precies wat Fred wil horen.’
‘Die Chris Bakker is een vrolijke jongen. Bij hem is het elke dag feest. Het is een baldadige kerel. Hij weet wel van aanpakken, maar gaat dan iets te snel.’
‘Ik heb laatst een mailtje gestuurd naar Joost, ge-cc’t naar Fred, maar ik heb er niks meer van gehoord.’
‘Joost vroeg mij laatst hoe het moest. Dus ik heb hem uitgelegd, maak een documentje met inleiding, voor- en nadelen en geef dan een conclusie. Kijk zo pas je de issues toe. We hebben nog nooit issues gehad, vond Fred. Ik heb hem toen proberen uit te leggen dat we op productiesystemen jobs hebben die met olie worden bespoten. Dat doe je ’s morgens en dan ga je ’s avonds de comsat-command installeren.’

De deuren van de trein sloten weer bij het station waar het net gestopt was. ‘17.26 uur’, zei de muts. ‘Keurig op tijd.’ ‘Bij Altas werkten we altijd met van die documentjes. Fred is toen weggegaan bij Atlas, maar hij heeft zich er nooit mee bemoeid.’ ‘Joost, is zo’n zelfde figuur als Gert-Jan’, antwoordde de muts. ‘Dus ik ben heel benieuwd wat hij levert.’ ‘Nooit niks’, reageerde de neus. ‘Hij kijkt me altijd heel argwanend aan.’ ‘Dat komt omdat hij er niks van weet en jij het wilt leren’, viel de neus hem bij. ‘Toen sinds Atlas was hij enorm veranderd, hij begon echt goede eigenschappen te ontwikkelen. Maar laatst liet hij het mij zelf uitzoeken. Ik zei tegen Fred dat hij echt even moet vertellen wat ik moet doen. Als ik zelf iets bedenk, dan word ik toch teruggefloten door jou. Het komt gewoon door hem. Je kan nooit iets goed doen bij hem.’

We naderden Almere, de neus wilde opstaan. Hij zuchtte. ‘Het wordt tijd te verhuizen’, zei de muts. ‘Nee, het is niet de goede tijd om te verhuizen. Eerst maar eens twee, drie jaar kijken wat de economie doet.’ Een andere man zei zijn medereiziger gedag met ‘tot donderdag’. ‘Hé’, riep de muts. ‘Dat is mijn tekst.’ ‘Werk je morgen niet?’ vroeg de neus. ‘Nee, ik ben vrij morgen.’ ‘Nou tot donderdag dan’, zei de neus en hij liep het smalle gangpad door.

Geef een reactie