De regen kleurt concert Ines Maidre in Haagse Kloosterkerk

Het goot voor en tijdens het concert van Ines Maidre op het orgel van de Kloosterkerk in Den Haag. De regen moest ik trotseren om bij de Kloosterkerk te komen. Dezelfde regen kleurde het concert. Terwijl de organiste uit het Noorse Bergen speelde, kletterde de regen op het dak en joegen de windvlagen de regendruppels ook nog eens tegen de ramen. Het gaf het concert een extra jus. Maidre is niet alleen een organiste van formaat, ze bespeelde het Marcussen-orgel met flair en respect.

Zeker, haar achtergrond met leermeesters als Hans Fagius speelt ongetwijfeld een rol bij het prachtige recital dat ze vanmiddag in Den Haag gaf. Het concert is voor Ines Maidre onderdeel van een toer door Europa en Nederland deze zomer. Zo speelde ze laatst nog ib Tholen en zal ze overmorgen een concert geven in Vlissingen.

In Den Haag speelde ze organiste die van origine Estlandse is en tegenwoordig les geeft aan de Grieg academie in het Noorse Bergen, werken van Boehm, Sweelinck, Sueda, Buxtehudem Slogedal en Bach. Maidre begon het concert een beetje aarzelend. Misschien werd ze in verwarring gebracht door de enigszins ontstemde tongwerken. Ongetwijfeld veroorzaakt door het weer. De Preludium en Fuga in C kwam er daardoor niet uit zoals het zou moeten, maar nog buitengewoon acceptabel.

Snel hersteld
Gelukkig herstelde ze zich snel, de Fantasie in a van Sweelinck klonk erg mooi, met de sexquialter van het rugwerk als sterke uitkomende stem en de prestant van het hoofdwerk als echo. De Pastorale van Peeter Suda leverde een ingetogen bijdrage aan het concert. Dan blijkt ook dat ondermeer de diepe tonen van de Subbas in het pedaal heel mooi, bijna romantisch zou ik haast zeggen door de kerkgewelven klonk. In combinatie met het gure weer buiten, maakte het een bijna mystieke sfeer los.

Toporgel
Want wat is het orgel van de Kloosterkerk een toporgel! Daarvan wist Ines Maidre me zeker te overtuigen. Zeker ook toen ze de Ciacona in c van Buxtehude speelde. Muziek die past bij dit neobarokke instrument. Muziek die Maidre speelde zoals het moet: met veel registratiewisselingen en tempowisselingen. Het klonk op het orgel van de Kloosterkerk krachtig, stoer en ingetogen tegelijk.

Variaties
Bij de variaties op het Noorse volkslied ‘A hvor salig skal det blive’ greep Ines Maidre opnieuw de kans om het Marcussen-orgel uit 1966 ten volle te demonstreren. Zeker de delen met de fluiten en de nabootsing van de ‘langeleik’, een Noors nationaal instrument, klonken erg overtuigend. Daarmee liet Ines Maidre horen dat het orgel in de Kloosterkerk zich goed leent voor moderne orgelmuziek. Het motief van het zoals Slogedal dat opzet bij het vierde deel, Langeleik, zet door in het vreugdelied aan het eind. De opbouw was ijzersterk en Ines Maidre wist de finale met veel kracht en bravoure over te brengen.

Registratiewisselingen
Het sluitstuk van het concert, Bachs Praludium en fuga in D BWV 532, speelde de Estlandse met bijna evenveel registratiewisselingen als Buxtehudes Ciacona. Ze beheerste het instrument tot in de puntjes. Ook de registraties waarbij het plenum met de mooie tongwerken goed benut wordt. De wisselingen bijvoorbeeld met een korte solo op de regaal van het borstwerk zorgden voor veel variatie en verrassingen.

Prachtinstrument en prachtinstrumentaliste
Ines Maidre wist goed dat ze een prachtinstrument bespeelde en benutte de mogelijkheden van het orgel ten volle. Daarmee zorgde ze dat het concert het hap snap niveau flink oversteeg. Het verdient veel lof, want ik ging weg met een prachtige indruk van orgel en organiste. Een prima samenspel van instrument en instrumentaliste. En buitengekomen was het zelfs weer droog.

Geef een reactie