Snekkie, patat en oorlog

Snackbar Snekkie aan de Rembrandtlaan in Almelo

Snackbar Snekkie aan de Rembrandtlaan in Almelo

Van het handjevol snackbars dat ik ken, is Snekkie in Almelo het eenzame hoogtepunt. De zaak wordt al jaren gerund door een Chinees echtpaar. Nog voor de Chinezen massaal snackbars overnamen, waren zij al de trotse eigenaar van Snekkie. Ze draaien de diensten ook altijd samen. Ik heb ze nooit alleen zien werken.

De inrichting stamt nog uit de openingstijd van de snackbar. Overal zijn schrootjes. De toonbank is donkerbruin en alle schrootjes zijn dik afgelakt met een donkerbruine glanslak. Voor het raam hangen gordijnen die het publiek een stukje anonimiteit biedt, maar die de winkel van binnen nog donkerder maakt.

Snekkie is befaamd om haar saté met pindasaus. Je moet er een flink bedrag voor neerleggen, maar dan heb je wel een overheerlijke saté. De satésaus die erbij geserveerd wordt, is onovertroffen. De danseres was net uit het ziekenhuis. We haalden een lekker portie saté en patat voor haar bij Snekkie. Het was 1 van de laatste maaltijden met haar. De dag voordat we met haar de overheerlijke asperges aten. Maar van de snack van Snekkie hebben we eveneens genoten.

De laatste dag op de camping sloten we ook af met een snack bij Snekkie. Na het rijden van het rondje kringloopwinkels, eindigden we onze speurtocht hongerig bij de snackbar aan de Rembrandtlaan in Almelo. Tot mijn verbazing hingen de vitrages niet voor de ramen. Het gaf de snackbar gelijk een vrolijker aanzien. Voor ons hing een puber aan de toonbank. Hij wachtte op zijn bestelling. Wij waren gelijk aan de beurt. Je moet altijd wel even wachten op je bestelling, maar dan krijg je ook wat: heerlijk afgebakken friet en snacks die goed gaar zijn.

De jongen kreeg een grote plastic zak met snackwaar mee. Na hem was nog een echtpaar met kind dat de bestelling in het zakje meenam. Tenslotte kwamen onze patat oorlog met vers gesneden uitjes, saté en berenhap. We waren het heerlijk aan het opeten. Onderwijl zagen we hoe nieuwe klanten binnendruppelden en bestelden. In de hoek bij het snoep en fruitautomaat, zat een oude Chinees op een gammel krukje. Hij hing een beetje tegen de muur en sloeg het hele schouwspel gade van komen en gaan.

De telefoon ging. Meneer Snekkie nam op. ‘Nee, geen patat oorlog’, riep hij de microfoon in. ‘Dat staat niet op bon. Patat oorlog.’ Hij probeerde het nog een keer in dezelfde bewoordingen en keek zijn vrouw even aan. ‘Geen patat oorlog toch?’  Ze schudde haar hoofd en begon met de hoge staccatostem door de snackbar te galmen. ‘Geen patat oorlog. Niet op bon.’ De man drukte de hoorn van de telefoon weer tegen zijn oor. Hij herhaalde wat zijn vrouw zei.

Het hielp niet. Moedeloos herhaalde hij het nog een keer en gaf dan de hoorn aan de vrouw. ‘Patat oorlog, stond niet op bon. Alleen patat Joppie.’ Daarna herhaalde haar hoge stem hetzelfde nog een paar keer. Met een zucht drukte ze eindelijk het knopje van haar telefoon in en begon te praten met haar man. De woorden Patat oorlog en Patat Joppie volgden snel op elkaar. Net als de bon waar het steeds over ging.

Ze maakten het portie klaar voor een klant die wachtte op zijn bestelling. De deur van de snackbar ging open en de jongen van zojuist stond weer in de zaak. Zijn hoofd was knalrood van de inspanning. Hij moest ook hijgen. De fietstocht van huis naar Snekkie had hem veel inspanning gekost. De opwinding de andere. ‘Kijk maar’, zei hij nog voor hij goed binnenstond. Uit zijn zak haalde hij de bon. ‘Patat Joppie en geen Patat oorlog. Maar ik moet een Patat oorlog hebben.’ ‘Dat stond niet op de bon’, zei de vrouw. ‘Het staat toch hier’, reageerde de jongen onthutst. ‘Op de bon die je ons gaf, stond Patat Joppie en geen Patat oorlog.’ De discussie ging nog even over en weer. De jongen gaf het op. ‘Doe dan maar een Patat oorlog.’

De jongen mocht nog even op zijn beurt wachten. 2 oudere vrouwen kregen hun bestelling in een zakje en liepen ermee de winkel uit. Ze babbelden druk over een artikel dat ze ergens gelezen hadden. De jongen kreeg vrijwel meteen ook zijn patat oorlog en betaalde. ‘Kan dit ook op de bon erbij?’ vroeg hij. ‘Dat kan niet’, zei mevrouw Snekkie. ‘En de volgende keer de juiste bestelling op de bon zetten’, zei ze nog toen hij wegliep.

Ze schudde haar hoofd en praatte nog even met haar man. De jongen haalde de fiets van de standaard en reed met hetzelfde rode hoofd weg. Nu begon de oudere Chinees die tegen de muur bij de snoepkast zat te praten. Hij vroeg het echtpaar iets in het Chinees. Ze antwoordden. In hun verhaal in het Chinees hoorde ik regelmatig de woorden Patat, Oorlog en Joppie terugkomen.

Geef een reactie