Categorie archief: boekbespreking

Blik in het hoofd van de grote meester

Elk hoofdstuk in Lotte in Weimar voert weer een andere spreker op. De wisseling in perspectief geeft het verhaal veel lading. Uiteindelijk mondt het uit in het bezoek van Lotte aan Goethe bij de lunch op vrijdag.

De blik in het hoofd van de grote meester Goethe is bijzonder vermakelijk en humoristisch om te lezen. Goethe citeert fragmenten aan zijn scribent Carl. De gedachten die tussen de gedicteerde tekst door zijn hersenen heen en weer schieten, zijn prachtig. Hij baalt er bijvoorbeeld van waarom hij even tevoren beloofd heeft om een goed woordje te doen voor Carl.

Ondertussen komen mooie passages uit Goethes Faust voorbij. De verteller weet de grootste auteur uit Duitsland heel treffend en met veel humor te verwoorden. Goethe wil graag doen geloven dat hij Lotte uitnodigt uit beleefdheid.

Zo gaat het ook als het dan eindelijk vrijdag is. Lotte en Goethe ontmoeten elkaar. Dan ziet ze hem:

Charlotte herkende hem en herkende hem niet – en door allebei was ze geschokt. Vooral herkende ze op het eerste gezicht de eigenlijk niet zo grote, donkere spiegelende, wijd geopende ogen in het ietwat gebruinde gelaat – zijn rechteroog zat opvallend lager dan het linker – , die naïeve grote ogen die nu nog versterkt werden door een vragend optrekken van de zeer fraaie wenkbrauwen die in een grote boog naar de ietwat neergetrokken buitenste ooghoeken liepen – een uitdrukking alsof hij wilde zeggen: ‘Wie zijn die mensen eigenlijk?’ (332)

Het eten is verder heerlijk. Alleen valt het Charlotte op dat de man die vroeger zo verliefd op haar is geweest, wel veel drinkt. Hij begint zelfs een beetje minder zorgvuldig in zijn taalgebruik te worden. Als hij de vroeger ontvangen portretjes van de haar gezin wil laten zien, kan hij ze niet vinden.

Daarmee geeft Thomas Mann in zijn Lotte in Weimar een mooi portret van de Duitse schrijver. Hij doet het nergens heel extreem, hij ontheiligt de schrijver niet. Alleen geeft hij Goethe wel een menselijker gezicht. Hij integreert de vele verhalen omtrent deze bijzondere schrijver mooi in deze roman. Daarmee is het boek bijzonder vermakelijk om te lezen.

Thomas Mann: Lotte in Weimar. Oorspronkelijke titel: Lotte in Weimar (1939). Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1987. ISBN: 90 295 3014 6. 383 pagina’s.

Lotte in Weimar

Soms brengen mensen je op ideeën. Het lezen van de leesvoornemens van anderen, wil daarbij wel helpen. Zo las ik het voornemen van iemand om Lotte in Weimar van Thomas Mann te gaan lezen. Het laatste boek dat ik las van Thomas Mann was ergens tijdens mijn studie literatuurwetenschap.

Zo las ik Doctor Faustus en de prachtige novelle De dood in Venetië. Het laatste kwam terecht in een scriptie waarin ik het boek met de film vergeleek. Het leverde interessante inzichten op. De Toverberg en de Buddenbrooks bleven op het nachtkastje staan. Ik had zoveel andere mooie boeken te lezen.

Lotte in Weimar proberen

Waarom zou ik het weer niet eens proberen? De roman Lotte in Weimar geldt als Thomas Manns meest humoristische boek. En dat is het. Het is een ontzettend grappig boek, alleen ontdek je dat niet meteen aan het begin. De humor is subtiel en vraagt wel wat extra verbeelding van de lezer.

Thomas Mann heeft een heel roman gecomponeerd rond 1 zinnetje uit het dagboek van Goethe: ‘Lotte in Weimar’. Het refereert naar het bezoek van Charlotte Kestner-Buff aan de stad waarin Goethe 50 jaar van zijn leven heeft gewoond.

Model voor gelijknamig personage

Lotte heeft model gestaan voor het gelijknamige personage in Goethes debuutroman Die Leiden des jungen Werthers. Een boek dat insloeg als een bom en Goethe in 1 keer beroemd maakte. Ze is verloofd met Johann Christian Kestner maar de jonge Goethe is smoorverliefd op haar. Hij vertrekt uiteindelijk zonder haar gedag te zeggen en schrijft zijn roman. In de roman laat hij de romanheld zelfmoord plegen.

Als Lotte Weimar aandoet, is de belangstelling voor haar bijzonder groot. Het ontaardt bijna in een hysterie rond haar persoon. Of zoals ze het zelf zegt tegen dr. Riemer:

En nu behoor ik tot de literatuurgeschiedenis, een voorwerp van studie en pelgrimage en een Madonna-figuur in een nis in de kathedraal van de mensheid waarvoor de menigte zich verdringt. Dat was mijn lot, en als ik die vraag mag stellen, dan vraag ik me af hoe ik daar terecht ben gekomen. Moest dan die jongen die mij in verleiding en verwarring bracht, één zomer lang, zó groot worden dat ik samen met hem groot ben geworden en mijn leven lang wordt vastgehouden in de spanning en pijnlijke overdrijving waarin zijn zinloze avances me destijds hebben gebracht? (105/106)

De oudere Goethe

Het boek van Thomas Mann zinspeelt op allerlei aspecten van de oudere Goethe. Zijn vrouw is kortgeleden overleden. Daarnaast heeft hij een zoon, August. August is niet zo slim en leidt een buitensporig leven met veel drank en vrouwen. Hij neemt het niet zo nauw en zijn vader moet hem steeds weer uit de ellende halen.

Het boek bestaat uit 9 hoofdstukken en in elk hoofdstuk is een ander persoon die Charlotte ontmoet. Ze is waanzinnig populair. Het gonst als een lopend vuurtje door Weimar dat ze is gearriveerd. Ze wil op bezoek bij haar schoonzus en logeert in het beroemde hotel Zum Elephanten.

Ze krijgt helemaal niet de kans om bij de familie te gaan. Allemaal mensen uit Weimar komen bij haar langs, zoals Adele Schopenhauer, zus van de latere filosoof Arthur, de docent van het stedelijk gymnasium doctor Riemer en Goethes zoon August. Allemaal vertellen ze verhalen rond de wereldberoemde stadgenoot. Ze geven intrigerende inkijkjes in het leven van Goethe.

Thomas Mann: Lotte in Weimar. Oorspronkelijke titel: Lotte in Weimar (1939). Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1987. ISBN: 90 295 3014 6. 383 pagina’s.

Dichte rook: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 16

De dichte rook ontneemt de 2 reizigers elk zicht. Dante zegt dat hij door de hel heeft gelopen, maar dat het zicht niet eerder zo slecht was. Hij kan zelfs zijn ogen niet meer open houden en houdt zich vast aan zijn leidsman Vergilius.

Achter het rookgordijn hoort de dichter stemmen. Ze zingen om erbarmen en vrede aan het Lam Gods, het ‘Agnus Dei’. Daar wordt Dante aangesproken door een schim. Al ziet hij hem niet, de schim wil weten waarom de dichter hierheen is gekomen.

Het is Marco uit Lombardijen. Wie die Marco precies is, is niet meer na te gaan. De man is zeer bedreven in argumentatie, want hij voert een prachtig pleidooi op in dit gedeelte van de Louteringsberg. Terwijl hij onzichtbaar is, roept hij op om voor hem te bidden.

Daarnaast legt Marco een belangrijk element neer: de vrije wil. Het is natuurlijk een interessante filosofische discussie. Of de mens nu wel invloed heeft op de dingen die gebeuren. Staat het niet in de sterren geschreven?

Marco is heel duidelijk: de mens beslist weldegelijk over zichzelf:

Gij mensen schrijft de grond van alle dingen
de hemel toe, alsof deze in zijn wentling
uit noodzaak alles met zich mee doet cirklen.
Indien ’t zo was, wat bleef u dan over
aan vrije wil? En zou ’t nog billijk heten
voor ’t goede loon, voor ’t kwade straf te erlangen?
De hemel geeft de stoot tot uw daden
– ik zeg niet àlle – al zou ’t zo wezen,
u blijft een licht om goed van kwaad te scheiden,
en vrije wil die – weet hij stand te houden
in de eerste worsteling met ’s hemels machten –
eens alles overwint door geestelijk voedsel. (vs 67 – 78, vertaling Christinus Kops)

Het licht verwijst naar het verstand, waarop de mensen in de tijd van Dante zich steeds meer beroepen. De sterren bepalen het leven van de mens slechts heel beperkt. De mens is weliswaar onderworpen aan een hogere macht en de natuur.

Hier klinkt het ‘Veni Creator Spiritus’, de schepper en de geest, door. De hogere macht schept juist de ruimte voor de menselijke geest om zelf beslissingen te nemen. Als je van het rechte pad afdwaalt, komt dat door jezelf, zegt Marco heel stellig.

De kerk van Rome kwijt zich moeilijk van haar taak, stelt dezelfde persoon in zijn wijze verhandeling tegen Dante. Daar houdt het licht hem tegen van de engel die daar staat.

Gedichten rond Canto 16

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Visioenen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 15b

Dante merkt opeens dat ze bij de 3e omgang zijn gekomen op de Louteringsberg. Het is de plek waar de toornigen zich louteren van hun aardse zonden. Dante wordt hier getroffen door een visioen, schrijft hij in dit gedeelte van de 15e Canto.

Hij ziet in de eerste 2 visioenen 2 vrouwen. De 1e vrouw is Maria, de moeder van Jezus, die opmerkt dat ze bezorgd was omdat Jezus alleen in de tempel verbleef. De 2e vrouw schaamt zich voor haar dochter Pisistratus.

Het 3e voorbeeld dat Dante te zien krijgt in zijn visioen, is de steniging van de eerste martelaar Stephanus. De citaten die de verteller geeft, komen uit de verhalen die hij hier opvoert.

Dante ontwaakt versuft uit het visioen. Hij voelt zich knap belabberd. Maar zoals alles in dit boek, heeft het zien van de 3 visioenen een doel. Vergilius legt het geduldig aan de Italiaanse dichter uit:

Dat visioen werd je getoond, opdat
Je oog kreeg voor het water van de vrede
Dat uit de springbron van de hemel spat.

Ik vroeg jou niet “Wat scheelt je?” om de reden
Waarom hij ’t vraagt die er geen oog voor heeft
Dat iemand het bewustzijn is ontgleden,

Maar slechts opdat het je weer krachten geeft;
Zo prikkelt men de tragen die nog dralen,
Terwijl hun geest, die sliep, al is herleefd.’ (vs 130 – 139, vert. Cialona en Verstegen)

Vergilius geeft uitleg waarom Dante deze 3 voorbeelden te zien kreeg. Het moet hem kracht geven om verder te gaan. Dat Vergilius aan Dante de vraag stelt wat hem mankeert, is juist om hem wakker maken uit de visioenen.

Dit Canto eindigt met een cliffhanger: Dante en Vergilius zien een inktzwarte rookwolk in hun richting drijven…

Gedichten rond Canto 15

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Louteren: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 15a

Dante en Vergilius trekken van de ene omgang naar de andere. Onderweg wordt Dante ontdaan van de 2e P die op zijn voorhoofd gegraveerd is. In het gesprek met Vergilius probeert Dante al zijn indrukken te verwerken.
De reis over de Louteringsberg brengt Dante nog niet in de hemel, stelt de klassieke dichter. Of zoals Vergilius het zegt:

En hij zei tot mij: “Omdat gij zet
uw zin almaar op aardsche dingen,
haalt uit waarachtig licht gij duisterheid.
Dat oneingige, onuitsprekelijke goed,
dat daarboven is, schiet uit tot de liefde zóó,
lijk een lichtstraaal tot een lichtend lichaam komt.
Zooveel deelt het zich mee, als ’t vindt aan gloed,
zoodat even ver als de liefde zich strekt
de eeuwige kracht er op uitgroeit.” (vs 64 – 72, Van Delft)

De hardnekkige blik naar naar het aardse zorgt ervoor dat het licht der waarheid voor Dante alleen maar duisternis oplevert. De vergelijking die volgt legt Vergilius een verband met de liefde in de hemel. Alle zielen in de hemel versterken elkaar en het licht als een bundel spiegels. Als je je ervoor openstelt, ervaar je de liefde, maar zul je hem ook uitdragen en versterken.

De reis over de Louteringsberg is voor Dante ook een loutering. De reis door dit gedeelte van het hiernamaals helpt hem om zich te ontdoen van al het aardse. Beatrice zal hem daar straks ook bij helpen. Vergilius bereidt hem op die reis voor op wat er straks komen gaat in de hemel.

Misschien is dat ook het prachtige van de Louteringsberg. Het vormt secuur tussen de gruwelen van de hel en het heilige van de hemel. Voordat je de eeuwige gelukzaligheid betreedt. Alleen door berouw en boete kom je daar binnen, stelt Vergilius.

Gedichten rond Canto 15

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.J.H. van Delft uit 1920. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Braziliaanse brieven

Het boek over de Bijlmer brengt me ook weer bij een beroemde Bijmerbewoner: de vertaler en brievenschrijver August Willemsen. Las ik eerder zijn boek De val, zijn boek Braziliaanse brieven moest ik nog altijd ter hand nemen.

Het citaat uit het boek over de Bijlmer, trekt een mooie vergelijking van Amsterdam Zuidoost met de imposante flats in bijvoorbeeld Brazilië. Het trekt mij in zijn beroemdste boek, dat veel opnieuw is uitgegeven: Braziliaanse brieven.

Zo lees ik de verhalen over de kennismaking met Brazilië. Het vele werk dat August Willemsen doet, zijn speurtocht naar de dichters die hij voor ons bereikbaar heeft gemaakt met zijn fantastische vertalingen: Fernando Pessoa, Drummond de Andrade en João Guimarães Rosa. Stuk voor stuk Portugese en Braziliaanse schrijvers die hij beroemd heeft gemaakt in Nederland.

In zijn Brazilaanse brieven deelt hij zijn persoonlijke ontdekkingstocht naar de literaire juweeltjes die deze schrijvers hebben geschreven. Daarnaast maakt hij soms persoonlijk kennis met deze schrijvers en zoekt naar de bronnen in allerlei archieven. Hij reist hier heel Brazilië door.

Vooral mooi om te lezen zijn de ontdekkingen die hij doet als student in São Paulo:

Er komt nog bij dat ik juist een boek had gelezen van een Braziliaanse schrijver uit de vorige eeuw, Machado de Assis, die meteen een geweldige indruk op me maakte. In dat boek zoiets als Posthume herinneringen van Brás Cubas, komt een meisje voor wier huwelijkskansen te niet worden gedaan doordat ze hinkt, ofschoon ze zeer mooi is. En de schrijver vraagt zich af: ‘Waarom mank, indien mooi? Waarom mooi, indien mank?’ Dit lijkt cynisch, maar ik zie het als een geniale formulering van een tragisch en ironisch lot. (34)

Dat is genieten en je leest zijn liefde voor deze Braziliaanse schrijver. Hij speurt de gangen van deze meester in latere reizen na. Bovendien heeft August Willemsen ons het mooiste gegeven wat hij kon geven: een vertaling van de meesterwerken van Machado de Assis!

August Willemsen: Braziliaanse brieven. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, [1985]. Mijn exemplaar is een Singel pocket uit 2000 (10e druk). ISBN 90 413 30666 6. 350 pagina’s. Meer informatie

Donder en bliksem: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 14b

De ontmoeting met zijn landgenoten hier bij de afgunstigen mondt uit in een schimmige voorspelling. De profetie gaat over wolven en een woud waaruit Dante met bloed overdekt naar buiten komt. De schade die achterblijft zal zich in geen duizend jaar herstellen, voorspelt de rechter uit Ravenna. Het groen van weleer zal een dorre vlakte zijn.

De negativiteit van de brenger van het onheil zet zich ook uit over hemzelf en zijn metgezel. Ook hun families zullen eraan moeten geloven. Het stemt hem droevig en hij stuurt Dante en Vergilius weg. Hij wil niet meer verder vertellen. Het maakt hem alleen maar verdrietig.

Zo lopen de 2 dichters verder. Op de gok. Daar laat Dante zich afleiden door een stem die als een bliksem door de lucht schiet. Een mooie combinatie van zien en horen. De verteller begint hier met een treffende vergelijking van het onweer:

En toen we alleen weer samen verder togen,
kwam als een bliksemschicht, de lucht doorklievend,
een stem ons tegenvlieden, die ons zeide:
‘Alwie me vindt, zal ’t leven mij benemen.’
Toen vlood de stem, wegrollend als de donder
wanneer opeens de wolken opensplijten.
En nauwlijks had ons oor weer tot rust bekomen,
of reeds een andre klonk met zulk gedaver,
dat ze op een slag geleek vlak na de bliksem:
‘Ik ben Aglaurus, die in rots verkeerde.’ (vs. 130 – 139, Christinus Kops)

De donder en de bliksem leiden Dante af. Vergilius legt rustig uit dat dit de strakke teugel is die de mens in bedwang moet houden. Hij wijst Dante erop dat hij nog een levend wezen is. Mensen bijten in het het aas dat de duivel voorschotelt. Het bezorgt de duivel alleen maar de mogelijkheid om de mens naar zich toe te trekken. Bovendien geeft het de duivel de kans om de mens te geselen en kastijden.

Gedichten rond Canto 14

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929-1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Curaçao

In Ralf Mohrens debuutroman Tonic zit een passage waaraan ik moest denken bij het lezen van zijn nieuwe, 2e roman De hemel is zwart vandaag. Het gaat om een bijna terloopse scène die de ik-verteller Arthur Poolman – dezelfde verteller als in de 2e roman – meemaakt. Hij raakt op de Wallen in gesprek met een grote donkere man.

Ik vuurde zelfs een paar zinnetjes in het Papiaments op hem af, toen ik begreep dat hij afkomstig was van Curaçao. Ik voelde me een man van de wereld. Ik was net terug van Curaçao. Als dat geen toeval was! Ik geloof dat hij dat ook vond. (171)

Het is terloops, maar past helemaal in de lijn van Ralf Mohren. De roman De hemel is zwart vandaag geeft een inkijkje in deze wereld. De hoofdpersoon Arthur Poolman bezoekt het eiland eind jaren negentig. Net als in Tonic is hij leraar Nederlands en gaat naar het eiland in de zuidelijke Caraïbische Zee om les te geven.

Hij komt vrij makkelijk aan de bak en vertrekt. De roman is een eerbetoon aan de Caraïbische literatuur met meesters als Cola Debrot, Tip Marugg en Frank Martinus Arion. In zijn roman overgiet Ralf Mohren deze romans met een flinke laag alcohol.

Het werkt enigszins verdovend, maar past helemaal in het verhaal van deze Eindhovense schrijver. Al werkt het verwarrend ten opzichte van de debuutroman. Hij was toch van de drank af? Maar het verhaal speelt eerder en daarmee krijgt de drank grip op het verhaal. Het lijkt een beetje op het droog drinken waarover de verteller in Tonic spreekt.

Het wekt bij de suggestie op dat de lezer beter afgeweest was als eerst De hemel is zwart vandaag zou zijn verschenen en daarna Tonic. Maar de lezer die vandaag pas kennismaakt met deze bijzondere schrijver en zijn meeslepende verteltrant, kan die volgorde nog altijd hanteren.

Ralf Mohren: De hemel is zwart vandaag. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 8965 4. Prijs: € 18,99. 256 pagina’s.Bestel

De hemel is zwart vandaag

Een leraar Nederlands die vertrekt Curaçao. Deels uit ideaal, deels om zijn grote literaire helden Tip Marugg en Frank Martinus Arion te volgen. De nieuwe roman van Ralf Mohren De hemel is zwart vandaag vertelt een prachtig verhaal over een geheimzinnig eiland.

Curaçao is in deze roman helemaal niet het mooie, zonnige eiland met de hagelwitte stranden waar het altijd feest is. De verteller Arthur Poolman probeert diep door te dringen in de aard van de bewoners van Curaçao. Een bijna onmogelijke opdracht voor een blanke Hollander uit Limburg. Beide zijn katholiek en vieren carnaval, maar het verschil tussen een Limburger en iemand op Curaçao is bijna niet groter. Dat benadrukt de verteller wel.

Hij komt aan en probeert zijn weg te vinden op het eiland. Hij zoekt een auto – iedereen rijdt hier auto – en een huis. Hij komt terecht in een buurtje waarbij zijn buurman Ralph Veerman, een Nederlander die al meer dan 20 jaar op het eiland woont. Ralph Veerman laat hem de andere kant van Curaçao zien. Een kant die iets minder zonnig is, die van de hoeren en gokkers.

Deze duistere kant van Curaçao trekt Arthur Poolman wel aan. Hij gaat mee naar de hoeren en flirt met ze op het strand de hele nacht. Dat hij hiermee de grens van het betamelijke voor een blanke Hollander overschrijdt, lijkt hij voor lief te nemen. Of zoals zijn collega Marlou Ramakers hem aan de telefoon vertelt nadat ze na 6 weken van heimwee is teruggekeerd naar Nederland:

‘Het eiland had me opgevreten als ik was gebleven, maar weet je, soms mis ik het ook enorm. [..]. Er is iets met me gebeurd en ik ben er maar, wat is het, zes weken geweest. Ik ben ervan overtuigd dat er iets met je gebeurt als je ontvankelijk voor bent. En dat ben jij Arthur. Door het eiland kijk ik anders naar Nederland. Ik dacht dat ik alleen maar opgelucht zou zijn toen ik terugkwam, maar dat was niet zo. Ik vond ineens alle vanzelfsprekendheden totale onzin. En dat na zes weken!’ (158)

Arthur Poolman gaat over deze grens. Het eiland vreet hem op. Sterker nog: hij wordt verzwolgen. Worden de Nederlanders hierheen gehaald vanwege hun mentaliteit, de verteller wil deze mentaliteit overnemen. Ook hier zakt hij helemaal weg in zijn literaire voorbeelden. Net als in Tonic – waar het August Willemsen is – zoekt hij het in De hemel is zwart vandaag in Tip Marugg.

In brieven aan de Curaçaose schrijver zoekt de verteller naar de antwoorden op zijn vragen. Het antwoord ligt niet verscholen in een verhaal, maar in het zijn. Hij faalt en de reis naar het eiland is niet meer dan een vlucht. Een vlucht voor iets anders, waar je in de debuutroman Tonic van Ralf Mohren een antwoord op krijgt.

Ralf Mohren: De hemel is zwart vandaag. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 8965 4. Prijs: € 18,99. 256 pagina’s.Bestel

In het spoor van Don Quichotte

Ben ik zo’n liefhebber van Paul Theroux, wereldreiziger, hebben we in Nederland onze eigen globetrotter. Het is de Floortje Dessing van de literatuur: Cees Nooteboom. Een reisschrijver van formaat, dat bewijst zijn laatste boek wel. In het spoor van Don Quichotte is een prachtige bloemlezing met mooie reisverhalen.

Het titelverhaal vertelt over de zoektocht naar de sporen van Don Quichotte. Cees Nooteboom vindt meer sporen van het boek dan van de schrijver Cervantes. De molens zijn echt reuzen geweest in de verbeelding van de schrijver, stelt hij. Het geeft een mooie kijk op literatuur.

Cees Nooteboom reist schrijvers en hun verhalen achterna. Hij heeft de drang om alles vast te leggen! Het notitieboekje is daarbij een onmisbaar instrument. Hij verzucht in het essay ‘Gantheaume Point. Notities als labyrinth’ hoe hij voor de ontmanteling de bibliotheek van Borges bezoekt.

Alle boektitels die hij ziet, probeert hij nog vast te leggen in zijn notitieboekje:

[P]agina na pagina vulde ik met de merkwaardigste, stoffigste, nu onachterhaalbaar geworden titels, ik had het gevoel dat ik tegen de tijd schreef; een dag later zouden al die kasten leeg zijn en ik besefte dat ik dan wel de laatste geweest zou zijn die de bibliotheek van Borges gezien had. (56/57)

Nooteboom is zo druk met noteren dat hij vergeet te kijken! De schok is dan ook groot als hij het notitieboekje verliest. Het exterieure geheugen verdwijnt ergens in een overvolle stadsbus van Buenos Aires.

Je proeft als lezer hoe hij nog altijd van deze verdwijning, meer dan 30 jaar geleden, last heeft. Het verdriet om de teloorgang van iets dat hij probeerde vast te leggen wat op haar beurt ook verdwenen is. Zou iemand die dit boekje vindt, begrijpen wat erin staat? Cees Nooteboom beseft maar al te goed dat de krabbels nauwelijks te ontcijferen zijn en helemaal niet te begrijpen.

Cees Nooteboom: In de sporen van Don Quichotte. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 4832 7. Prijs: € 15,00. 128 pagina’s.Bestel