Categorie archief: boeken

Kladbriefjes, kaarten en kassabonnetjes – #50books

20140818_214134Hoe houd ik bij waar ik gebleven ben in een boek: de boekenlegger. Ik begon als kind met het lezen van bibliotheekboeken waarin ik ezelsoren aanbracht. Iets dat mijn moeder mij had geleerd. Later walgde ik van ezelsoren en sindsdien breng ik nooit meer zo’n vervelend vouwtje boven de bladzijde van een boek.

In mijn jeugd werden bijbels en bijbelse dagboekjes voorzien van indrukwekkende boekenleggers. Geborduurd in de meest weelderige sticksels of leren lapjes die zendingsorganisaties als promotiemateriaal maakten. Ik ruik nog het leer dat tussen de dunne bladzijden van de bijbel werd gedrukt.

Tijdens mijn studie probeerde ik ook aantekeningen te maken bij het lezen. Daarvoor gebruikte ik gratis Hallmark-kaarten. In cafés of in de hal bij de collegezalen hingen ze in rekken. Ik trok zo’n rek leeg en schreef op de achterkant van de kaart mijn aantekeningen bij het boek. Als het boek uit was, liet ik de kaart achter. Voor later.

Nu houd ik op alle mogelijke manieren bij waar ik gebleven ben. Aantekeningen maak ik nog altijd, maar meestal krabbel ik ze in potlood op een flinterdun kladpapiertje. Dubbelgevouwen voor de stevigheid. Dan weet ik waar ik ben, maar kan gelijk wat notities maken bij het boek. Anders krijg ik zo’n recensie echt niet klaar.

Maar als ik een kaartje bij een boek krijg of toevallig een kassabonnetje heb rondzwerven, dan verdwijnt dat papiertje tussen de bladzijden en weet ik altijd precies waar ik gebleven ben. Tijdens het lezen verdwijnt de aanwijzer een bladzijde of vijftig verder (of terug als er niet zoveel meer zijn in het vooruit).

#50books

Dit is het antwoord op vraag 33 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

 

Paul Theroux over de wereld

20140815_204144Bijna alle boeken van Paul Theroux heb ik in mijn bezit, in Nederlandse vertaling weliswaar. Toch kom ik zelfs dan nog nieuwe dingen tegen waar ik helemaal blij van word. Zoals het Engelstalige boek dat ik gisteren vond: Travelling the World, The Illustrated Travels of Paul Theroux.

Het boek is een selectie uit de tot dan toe (1990) verschenen zes reisboeken van Paul Theroux. Hij heeft het boek zelf samengesteld, afgewisseld met veel foto’s. Het zijn niet de foto’s die Paul Theroux zelf onderweg maakte.

Hij nam slechts op één reis zijn fototoestel mee. Het resultaat was zo slecht dat hij nooit meer zijn fotocamera meenam op zijn reis.

20140815_204158

In Travelling the World staan daarom de foto’s van anderen en ze maken de reizen van Paul Theroux heel beeldend. Of zoals de tekst op de flap het zegt:

Others, travelling in his footsteps, have taken brilliant pictures of those same landscapes and people. For the first time, Mr Theroux has authorized a book of his writing which contains photographes – pictures taken at roughly the same time as his travels.

Het resultaat is werkelijk adembenemend. Zo zie je in de passages uit De oude Patagonië Expres de blinde Borges staan voor zijn boekenverzameling. De boeken waaruit Paul Theroux moet voorlezen in zijn reisverhaal. Het zijn de mooiste passages uit zijn reisboeken.

20140815_204211

Ook de verhalen over China, per trein komen in dit boek tot leven met de foto’s. Zoals het bezoek aan de stoomlocomotievenfabriek in Datong. Je ziet op de foto zelfs het gat waarin Paul Theroux dreigt te vallen. Net als de passages in Rusland die aan het begin van dit reisverslag een prominente rol spelen.

20140815_204226

Oblomov

image

De zoektocht naar de dinosaurus in Congo maakt de Congolezen erg bang. Het brengt Redmond O’Hanlon in een geïsoleerde positie. Hij raakt zelfs zo geïsoleerd dat hij vriendschap sluit met een gorillajong. Hij ontfermt zich over de baby en loopt er de hele dag mee rond.

Hij praat de hele dag met het dier. Als hij verdwaalt raakt in het oerwoud, probeert hij het dier te laten vertellen waar hij naartoe moet. Natuurlijk lukt het hem niet. Het maakt het zo moedeloos dat hij het dier voorleest uit Oblomov.

Luister goed, ik ben deze keer nog niet zo ver in het boek. De jonge Oblomov, Oblomov als jongen, is in de kinderkamer, net als jij, en zijn oude kindermeid is, net als ik, verhaaltjes aan het vertellen. Ze “grift in de kinderlijke geest een onvergetelijk beeld van heel die Russische Ilias, geschreven door onze homerische zangers in achter nevels verzonken tijden, toen de mens nog niet opgewassen was tegen de gevaren en geheimen van het leven en de natuur”. … Daar zijn we nog steeds niet tegen opgewassen, hè? (485)

Het lezen van de Rus Gontsjarov doet denken aan zijn vriend Simon Stockton in de Amazone. Daar verandert de yup die in het oerwoud mooie kiekjes denkt te kunnen maken in een angsthaas. De complete gekte nabij. Redmond O’Hanlon ziet zijn vriend zelfs ten onder gaan daar in de wildernis.

In Congo lijkt dit te gebeuren met O’Hanlon zelf. Zo lopend in het oerwoud met een gorillababy om zijn nek, verdwaald. Het brengt hem op de rand van gekte. Zeker ook als het dier zijn shirt onderpoept en hij er gewoon mee doorloopt.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Lezen in de jungle

imageLeest in Tussen Orinoco en Amazone zijn reisgenoot Simon Stockton eindeloos in de klassiekers van Dostojevski. Ook in Congo is er een reisgenoot van Redmond O’Hanlon die leest. Medereiziger Lary Shaffer leest in Congo onderweg DickensOur Mutual Friend en Martin Chuzzlewit.

Het ontwikkelt zich net als in het vorige reisboek tot een heus Leidmotief, waarnaar de verteller O’Hanlon met zichtbaar genoegen verwijst. Zoals wanneer Redmond in zijn rugzak op zoek is naar iets. Hij kan het niet vinden en krijgt van zijn lezende vriend een uitdrukkelijk advies:

Weet je, als je hebt gevonden wat je in godsnaam nou weer zoekt, misschien zou je dan meteen even die verdomde drieënzestig zwarte sokken vol maden die je hier in de tent hebt uitgestrooid, kunnen oprapen en terugdoen waar ze thuishoren: in die stinkende backpack van je, wat een levensgroot gevaar voor de volksgezondheid is. (256)

Lary Shaffer – een filmer die voor Nobelprijswinnaar Nico Tinbergen werkte – leest vooral ‘s avonds in de tent bij het licht van de zaklantaarn. Niet zoals die eerdere reisgenoot Simon Stockton aan boord van de boot of al trekkend door het oerwoud.

De Congolezen zien het lezen van Dickens als een goede daad. Manou bijvoorbeeld wil dolgraag gaan studeren in Amerika en net als Lary de boeken van Dickens gaan lezen, in zijn zelfgebouwde huis.

En ‘s avonds zal ik die Dickens lezen, en ik zal alle films van doctor Lary bekijken en ik zal saka-saka eten en ik zal Coca-Cola drinken, en Johnny Walker, Black Label. [...]; ik geef samen met doctor Lary les, we zijn werkers, we werken samen, we zijn elkaars gelijken, we waarderen elkaar. (557)

Lary Shaffer reist maar een gedeelte met Redmond O’Hanlon mee en hij bereikt zelfs nooit het meer met de dinosaurus. Hij weet een echte band weten op te bouwen met de Congolezen, iets waar Redmond pas aan het einde van zijn boek in slaagt. Hij krijgt dan vooral respect voor zijn fetisj-kamer.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Kongo en Congo

imageIk kwam laatst de bundel met reisverhalen Naar huis tegen in de kringloopwinkel van Diemen. In deze bundel met verhalen van Boudewijn Büch, Charles Darwin en Paul Theroux, staat ook een verhaal van Redmond O’Hanlon. Het verhaal heeft de veelzeggende titel ‘Kongo’.

De verantwoording aan het eind van het 190 pagina’s tellende boekje vermeldt de vertaler van dit verhaal, Tinke Davids. Dan volgt een belangrijke zin over het grote reisboek van Redmond O’Hanlon dat nog moet verschijnen: ‘Kongo verschijnt najaar 1993′.

Najaar 1993 verschijnt het grote reisboek van Redmond O’Hanlon niet. En de jaren erop ook niet. Pas in september 1996 verschijnt de eerste druk van dit boek. Het telt meer dan 50 pagina’s en heeft de titel Congo gekregen.

Het verraadt iets van de moeite die Redmond O’Hanlon heeft om tot zijn prachtige reisverhalen te komen. Een proces dat jaren kost van schrijven, schrappen, herschrijven en veranderen. Het meest blijkt dat nog als je het verhaal ‘Kongo’ naast het grote reisverhaal legt.

Het verhaal uit Naar huis vindt in het grote reisverhaal Congo een plekje in de hoofdstukken 30, 31 en 32. Hij kiest ervoor in het korte verhaal om de naam van Léonard achterwege te laten en te beperken tot Commandant.

Het verhaal is echt een fragment gebleven en is moeilijk los te lezen van het grotere geheel. Veel van de context die het grote reisverhaal bevat, valt in het korte verhaal weg. Wel blijft de prachtige vertelwijze overeind die O’Hanlon zo kenmerkt. Het verhaal nodigt daarmee uit tot het lezen van het grote reisverslag.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Poëtische stijl

image

De enige bevrijding uit de zwaarmoedigheid van André Plattels Alles hiervoor is de stijl van het verhaal. In bijna overdreven poëtische bewoordingen probeert de verteller het verhaal lucht te geven. Het lukt hem vaak, maar soms maakt de lucht van de vergelijking het juist zwaar.

Zoals het moment als Jonathan in het hotel genegenheid zoekt bij Bette, het meisje waar hij iets voor voelt. Ze is weggelopen nadat hij een jaloerse opmerking heeft gemaakt.

Ik ga haar achterna, leg een hand op haar schouder als ze de deur van de hotelkamer opent. In het woordeloos spreken van de vorige avond gebeurde iets wat zich niet helemaal voltrok en daardoor duurde. Nu is het bijstellen, repareren, in onszelf wankelen. Voordat we gaan slapen omhelzen we elkaar wel, maar leunen op een zuchtje wind. (124)

Deze stijl zet zich het hele boek voort. Het maakt het verhaal luchtig, maar soms ook onnodig zwaar. Ook haalt het vaak de vaart uit het verhaal, in opsommingen die het verhaal niet vooruit helpen en alleen maar gewichtigdoenerij in zich verbergen. Dan slaat de verteller de plank mis. Zoals wanneer hij in Leiden loopt achter het vriendinnetje van zijn broer aan.

Kloksteeg, Wolsteeg, Diefsteeg, Herensteeg, richting Pieterskerkhof, de kinderkopjes waren grijzer dan ik me herinnerde, langs de Trianon, de bioscoop in de Breestraat, waar ik regelmatig met mijn verader kwam, doorsteken richting Burgsteeg, de kapperszaak.
De straten waren me vertrouwd. (163)

Of deze passage nu helpt om het verhaal te vertellen van Claire en zijn broer Stefan. Ik weet het niet, het is voor iemand die in Leiden gewoond heeft heerlijk te lezen over deze straten, maar of het het verhaal vooruit helpt?

Zo maakt de poëtische verteltrant het verhaal soms nog zwaarder dan het al is. Het maakt het verhaal dramatisch en tragisch. Het is heel veel verdriet in die 250 bladzijden, waarbij ik vaak naar lucht moet happen en snak naar een goede grap.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over André Platteels debuutroman Alles hiervoor. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur vannotjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

André Platteel: Alles hiervoor. De Arbeiderspers, 2014. 256 pagina’s. ISBN: 978 90 295 8890 4 Prijs: € 17,95

Het familie-archief

image

Aan de hand van alle documenten en rechtsverslagen van na de oorlog weet Pauline Broekema de gevangenschap, de verhoren en de uiteindelijke fusillade van haar oom Pieter Julius ter Beek heel mooi te beschrijven in Het Boschhuis.

Het kruis dat nu bij de Elsterberg staat, doet denken aan het ‘simpel kruis van gegoten beton’ (414) dat Pieter als wens opschreef in het notitieboekje dat hij bij zich droeg.

In Het Boschhuis bladert vader Juul regelmatig door deze documenten. Het is het enige dat nog van zijn zoon is overgebleven.

Het dierbaarste uit zijn archief waren de briefjes van Pieter. De berichten vanuit Zeeland, de dagen na de inal, toen ze zo om de jongen in angst zaten. Dat handschrift dat hij zo had verfoeid, onhandig, onverzorgd spijkerschrift, wat hield hij er nu van. (449)

Datzelfde archief van haar opa, helpt Pauline Broekema om haar boek vorm te geven. De mappen boordevol documenten en brieven vormen de basis van haar familiekroniek. Samen met alle verslagen en andere boeken over de bezetting en het leven in Nederlands-Indië is het verhaal van de familie Ter Beek ontstaan, gereconstrueerd en ontdekt.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn achtste bijdrage over Pauline Broekema’s familiekroniek Het Boschhuis, Kroniek van een familie. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Pauline Broekema: Het Boschhuis, Kroniek van een familie. De Arbeiderspers, 2014. 471 pagina’s. ISBN: 9789029588973 Prijs: € 19,95

Harry G.M. Prick – #50books

image

Al tijdens mijn studie ontdekte ik de biografie. Het was de tijd dat Harry G.M. Prick met het eerste deel van zijn Van Deyssel biografie kwam. We hadden in die periode college van Peter van Zonneveld. Op een ochtend zat hij afwezig bij het college. Hij vertelde dat de biografie van Van Deyssel hem tot ver in de kleine uurtjes geboeid had. Nauwelijks geslapen had hij die nacht.

Voor mij kwam dat moment veel later. Ik kreeg het boek te pakken in de ramsj bij De Slegte. Maar ook ik werd gegrepen. Wat een leven van deze auteur. Harry Prick wist het leven van iemand die nog helemaal in de negentiende eeuw stond op een prachtige manier tot leven te wekken. Het leek of je meekeek, Van Deyssel op straat tegenkwam en even met hem in gesprek raakte.

Bij een boekenveiling van Bubb Kuyper bemachtigde ik een paar jaar terug een collectie biografieën uit de bibliotheek van Harry G.M. Prick. Het was een rijtje van elf biografieën, waaronder de biografie van P.A. Dauem, geschreven door Gerard Termorshuizen. Ik vertelde het aan Gerard Termorshuizen en nam het exemplaar van Harry Prick mee.

image

Het opvallendste waren de pennenstreken die Prick in zijn exemplaar had aangebracht. Het ging om correcties, waarbij hij Termorshuizen op de kleinste details corrigeerde. Het zijn eveneens de passages die ook terugkomen in de biografie van Van Deyssel. Het geeft een inkijkje in het werk van één van de meest interessante biografen van Nederland: Harry G.M. Prick.

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 27 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Heintje, hondje, hoedje – #50books

image

Ik ben gek op het lezen van (auto)biografieën. Ze stimuleren mij het werk van de gebiografeerde verder te onderzoeken. Het meeste lees ik biografieën van schrijvers en kunstenaars. Gevolgd door biografieën van politici, musici of andere beroemdheden.

Zo las ik de biografie van Steve Jobs. Het boek geeft een mooi inkijkje in het leven van deze computerrevolutionair. Het leven van zo’n man was voor mij een enorme leerervaring. Ik leerde anders te kijken naar werk en ontdekte ook de poëzie die in industrieproducten verborgen ligt.

Al ver voor mijn studie ontdekte ik de biografie. Ik hield op de Mavo een spreekbeurt over het boek Heintje, hondje, hoedje van Toon Kortooms. Een boekje over het leven van Hein Fentener van Vlissingen. Een man die ik kende uit het NCRV-programma De stoel van Rik Felderhof.

Daarna volgden de biografieën zoals Wim Hazeu ze schreef, over Gerrit Achterberg, Slauerhoff en tenslotte ook over Vestdijk. Het waren heerlijke boeken om kennis te maken met de bijzondere levens van schrijvers. Het lonkte zo dat ik zelfs de biografie van Escher aanschafte. Of de biografie over Willem Walraven en de biografie van Couperus van de hand van Bastet.

Ook ontdekte ik het boeiende leven van Van Deyssel dat Harry G.M. Prick zo mooi verwoorde in zijn biografie.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 27 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Ongecorrigeerde drukproef

ongecorrigeerd-drukproef-het-boschhuisAl weken ligt hij bij mij in huis, de ongecorrigeerde drukproef van Pauline Broekema’s Het Boschhuis, Een familiekroniek. Ik heb hem ook al een paar weken uit, maar ik sla hem nog geregeld open.

Zoals twee weken geleden toen ik naar Amsterdam fietste en langs de plekken uit het boek reed: Muiderberg, in Amsterdam de Hollandsche Schouwburg en het oude kantoor van de Gooische Stoomtram.

Een paar week eerder ging ik in Veenendaal op zoek naar de fussiladeplaats zoals die in het boek beschreven wordt. Ik maakte er een filmpje en las er een passage uit het boek voor. Allemaal plaatsen die dankzij het boek extra gingen leven.

Morgen is het zover. Dan begin ik met de eerste blog van een reeks die ik over dit boek geschreven heb. De familiekroniek van Pauline Broekema daagt daar genoeg voor uit. Het wordt een mooie reeks, met veel verhalen en gezichtspunten.

Daarbij ga ik niet alleen dieper in op het boek van Pauline Broekema. Er zullen veel andere boeken en verhalen voorbijkomen in de blogs.