Categorie archief: boeken

Boeken achter mij aan – #50books

image

Mijn boeken in twee speciaal daarvoor ingerichte kamers: de bibliotheek en de naastgelegen studeerkamer. Beide kamers op zolder bevatten het grootste deel van mijn boekenbezit. Toch kan ik niet verhinderen dat ook op andere plekken in huis boeken van mij rondzwerven.

Lezen doe ik namelijk niet daar. Dat doe ik beneden op de bank en in bed. Daarom sleep ik het stapeltje boeken dat ik lees, de hele dag met mij mee. ‘s Morgens als ik wakker word mee naar beneden en ‘s avonds als ik ga slapen weer mee naar boven.

Voor de zekerheid zwerft er ook een stapeltje boeken rond mijn zitplek op de bank. De grote boeken staan rechtop tegen de tafel. De kleiner liggen op de hoek van het tafeltje naast mijn zitplek.

Zo zorg ik ervoor dat ik de hele dag voorzien ben van boeken. Als ik onderweg ben, neem ik vaak het boek dat ik lees mee. Momenteel zijn dat Bob den Uyls reisboekje en natuurlijk de roman van Eva Kelder die over twee weken op de lijst voor Een perfecte dag voor literatuur staat.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 13 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject

Junghuhns gedenksteen – #50books

Gedenksteen Franz Wilhelm Junghuhn in Mansfeld

Burgemeester Dietmar Sauer bij de onthulling van de gerestaureerde gedenksteen van Franz Wilhelm Junghuhn in Mansfeld.

Leiden staat vol met gedenkplaquettes: hier woonde Nicolaas Beets, hier schreef Kneppelhout zijn Studentenschetsen en hier woonde Wilem Bilderdijk. Bij de oprichting van veel van deze gedenkstenen was mijn docent Peter van Zonneveld betrokken.

Literair Leiden in plaquettes

Hij is een lopende encyclopedie als hij door literair Leiden loopt en weet precies welk huis welke schrijver en/of hoogleraar als bewoner heeft gehad. Of de plaats waar Karel van het Reve met zijn auto te water geraakte aan het Rapenburg.

Voorzover ik weet is in Leiden alleen het huis van Japanoloog Von Siebold een museum geworden. De woonhuizen van de meeste schrijvers zijn woonhuis gebleven of bieden onderdak aan een onderdeel van de Universiteit Leiden. In het ergste geval herbergen de monumentale panden studenten. Dat zijn dan vaak niet de studenten met de meeste literaire kennis en liefde, maar met het meeste geld.

Gedenksteen Junghuhn Leiden

Zelfs het huis van Bomans fictieve personage Pieter Bas bezit een gedenksteen op de Breestraat. Temidden van al die plaquettes in Leiden zit ook een gedenksteen in de muur van het huis waar Junghuhn woonde tussen 1848 en 1855. Jarenlang liep ik er gedachteloos langs, totdat dezelfde Peter van Zonneveld over deze bijzondere natuuronderzoeker vertelde. Ik raakte helemaal vervuld van deze natuuronderzoeker.

Sindsdien keek ik bij het fietsen altijd even naar het pand aan het Rapenburg. Ik maakte zelfs in de achtertuin een keer een borrel mee en staarde vol ontzag naar de indrukwekkende boom die daar stond. Misschien had Franz Wilhelm Junghuhn die boom wel gepland en het kleine spruitje elke avond een emmer water gegeven.

Gedenksteen Mansfeld

In 2009 mocht ik een bezoek brengen aan de geboorteplaats van Junghuhn in Mansfeld. Zijn huis staat er niet meer. Het is een open ruimte tussen twee huizen in. Het huis zou in de jaren zeventig zo vervallen zijn geweest, dat het is afgebroken. Vermoedelijk waren de kelders onder het huis nog wel intact. Al was er in de DDR-tijd een zware tractor doorheen gezakt, vertelden de bewoners van het kleine stadje mij.

De plaquette die in 1909 boven de deur werd geplaatst, staat nu op de lege plek waar het huis stond. In 2009 werd het in aanwezigheid van de burgemeester en de directeur van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap Nederland onthuld. Het genootschap is nog altijd eigenaar van de plaquette.

Ik sliep in het hotel naast het geboortehuis van Junghuhn. Mijn kamer grensde aan het huis van Junghuhn. Als ik goed keek kon ik in de tuin kijken. Ook genoot ik van het uitzicht op het slot aan de andere kant van het dal. De volgende morgen liep ik door de straat waar Junghuhn en veel eerder Luther liepen om naar school te gaan. Op weg naar de burcht waar ik de lezing zou geven.

Tangkuban Perahu

Zo kroop ik even in de huid van Junghuhn. Maar of ik hier nu dichter bij hem gekomen ben? Ik heb nog altijd het idee dat ik misschien dat gevoel alleen maar op de Tangkuban Perahu kan hebben. Het immers zijn lievelingsvulkaan.

Zijn graf en grafmonument liggen aan de voet van de berg, maar ik denk dat je alleen op de top het dichtste bij Junghuhn komt. De vrees voor teleurstelling en financiële redenen weerhouden mij nog steeds naar Indonesië te gaan.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Geen plaatjes

image

‘Kijk deze is het.’ Een man loopt langs mij en trekt voor mijn neus een boek uit de kast. Het is De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux. Hij geeft het aan de man die bij hem is. Een oudere man die het boek geïnteresseerd openslaat. Hij bladert aandachtig door de pagina’s en speurt de bladzijden af.

‘Nee, die hoef ik niet’, zegt de oudere man tegen de jongere. Het zou zo zijn zoon kunnen zijn tegen wie hij spreekt. ‘Maar dat is het boek dat je wilde lezen’, antwoordt de zoon. ‘Nee, er zitten helemaal geen plaatjes in’, verzucht de vader.

Hij loopt voor mij langs en duwt het boek weer terug in de boekenkast. Het is precies dezelfde pocket als die ik drie jaar geleden las. Zonder plaatjes, maar het verhaal is beeldend genoeg. Ik kijk hem spijtig na en besef dat deze man een mooi boek aan zijn neus voorbij laat gaan.

Beginnen bij het einde

doris_en_jacques_vriensBeginnen bij het einde. Voor kinderboekschrijver Jacques Vriens is dat het geheim van zijn schrijverschap. Door te weten hoe zijn verhaal eindigt, lukt het hem om een verhaal af te maken. Anders blijft hij ronddolen omdat hij geen einde heeft. Ik leerde het gisteren van de schrijver bij zijn voorstelling Hoe verzint-ie het toch allemaal? in de nieuwe bibliotheek van Almere

Ze zijn allebei een groot liefhebber van Jacques Vriens. Zij en zij. Inge volgt hem al jaren, heeft de boekenkast volstaan met de boeken voor oudere kinderen. Doris volgt haar en leest zijn oeuvre sneller dan haar moeder.

Ze verslindt de boeken van Jacques Vriens. Na Meester Jaap leest ze De bende van de Korenwolf en het eerste deel van de nieuwe serie het Kattenpleintje is al uit.

Daarom wist Inge het wel toen ze voorbij zag komen dat Jacquens Vriens zijn voorstelling zou geven in de bibliotheek. De kaartjes waren snel gekocht en zondag was het zover: we gingen naar de voorstelling.

image

Het is een boeiende voorstelling waarbij Jacques Vriens het persoonlijk verhaal over zijn schrijverschap afwisselt met fragmenten uit zijn boeken. Soms is het iets teveel reclame voor zijn eigen werk, maar hij brengt er een leuke kwinkslag in.

Verder kan hij prachtig voorlezen uit zijn verhalen. Ook speelt hij met het ‘scherm’ achter hem met onder andere een interview met zijn alter ego Meester Jaap. Het is erg vermakelijk en hij praat grappig met zichzelf.

Een mooi programma, waarbij ik vooral veel leerde over die ene opmerking die Jacques Vriens maakt in de voorstelling. Hij vertelt daar dat hij altijd moeite had om een einde van een verhaal te krijgen. Hij begon aan een verhaal, maar komt niet tot een einde.

image

Nu lost hij het op door te beginnen met het einde van het verhaal. Dan weet je bij het schrijven waar je naartoe werkt. Het helpt om je verhaal te kunnen vertellen, stelt hij. Het is zeker een goede tip. Ik worstel ook altijd met het einde. Als je het einde de das om hebt gedaan, kun je pas goed beginnen.

Volgens Jacques Vriens helpt dit advies hem nog altijd. Hij doet het bij al zijn verhalen. Al kan het einde tijdens het schrijven best veranderen, het geeft hem voldoende houvast het verhaal te vertellen. Een advies dat ik best kan opvolgen.

De foto na afloop met Jacques Vriens was voor Doris natuurlijk het hoogtepunt. Net als dat hij haar zoomlink droeg waardoor ze de voorstelling goed meekreeg. De apparatuur helpt haar onwijs goed. Zo heeft ze echt kunnen genieten van de voorstelling.

De grote Spoorwegcarrousel – #50books

image

Paul Theroux’ De grote spoorwegcarrousel. Ik weet niet of dit het mooiste reisverhaal is, het is wel hèt reisverhaal dat mij heeft ingewijd in het lezen van reisverhalen. Met het lezen van dit boek in de zomer van 2011 was ik overstag: ik wilde meer reisverhalen lezen. Eerst van Paul Theroux maar niet van hem alleen.

Na Paul Theroux volgden meer reisschrijvers, zoals Redmond O’Hanlon en het werk van Jack Kerouac. Een wereld verhalen gaat voor mij open en dat allemaal begonnen met de De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux. Ik vond het prachtig om te lezen hoe iemand met de trein reist. De combinatie van verval en de cadans van de trein. Het zijn mooie ingrediënten voor een reisverhaal van Paul Theroux. Ik ben er gek op.

De volgende reisboeken van Paul Theroux overtreffen De grote spoorwegcarrousel in alle opzichten. Ik ging met hem mee door China en naar Patagonië. Ik ben nu bezig met De zuilen van Hercules, een reisverhaal waar Paul Theroux over de Middellandse Zee reist. Als een heuse Odysseus trekt hij in deze alternatieve ‘grand tour’ langs de eilanden en landen aan de de Middellandse Zee. Het is een prachtig verhaal waar hij soms ook in een trein stapt.

Het vernieuwende in zijn reisoeuvre, waarbij hij de ene keer kiest voor een vervoermiddel (te voet of kayak) en de andere keer voor een thema (de Odyssee of safari). Het maakt de verhalen tijdloos en geven een beeld van het reizen dat door het vliegtuig vervlogen is: bewust ergens naartoe reizen, waarbij het reizen zelf het doel is.

Paul Theroux’ De grote spoorwegcarrousel is voor mij de entree van de twintigste-eeuwse reisliteratuur. Er liggen genoeg boeken klaar om gelezen te worden: Bill Bryson, Bruce Chatwin, Norman Lewis, V.S. Naipaul, Colin Thubron en Gavin Young. En niet te vergeten die andere treinreizigers Eric Newby en Christopher Portway.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 10 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Tranen met tuiten huilen – #50books

het-klompje-dat-op-het-water-dreefTranen met tuiten heb gehuild om de boeken van W.G. van de Hulst. Het ene nog zieliger dan de andere. De titels waren al zielig. Neem Ouwe Bram of Het klompje dat op ‘t water dreef.

Elk boek leidde steevast tot gebrul. Het verhaal Ouwe Bram waarbij de oude norse bejaarde een heel aardige man blijkt te zijn. Precies op het moment dat je dat vindt, gaat hij dood. Niks meer aan te doen, maar huilen, huilen, huilen.

Sinds die tranen geplengd zijn, ben ik wat voorzichtiger geworden met de tranen. Ik huil niet meer zo snel bij een verhaal. Soms vind ik het zelfs vals sentiment. De verteller die tranen oproept om het effect en niet om het verhaal. Nou dat hoeft van mij niet. Ik laat mij lekker meenemen door het verhaal, maar als er tranen verlangd worden haak ik af.

Hoe anders dan bij gedichten. Elisabeth Eybers, Simon Vestdijk of de laatste gedichten van Gerrit Komrij. Ze grijpen mij bij de strot en verlaten mij niet meer. Of de gisteren overleden Leo Vroman. Hoe mooi zijn die woorden. Ze raken je aan en je voelt het overal. Geen vals sentiment, maar pure emotie.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  8 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Voorlezen – #50books

image

Ik lees haar elke avond voor. Ze was nog geen twee jaar oud toen ik begon. Prentenboekjes en later Jip en Janneke. Een beetje te klein nog. Maar ze luisterde en ik las haar de verhalen voor die mij destijds waren voorgelezen. Bij Sinterklaas, als ze verdwalen, als Takkie weg is en als ze het paasbrood in het zand laten liggen.

Mijn moeder las voor. Op een bepaald moment is ze gestopt. Wanneer dat was, weet ik niet meer. De anderen kregen dezelfde verhalen en gingen op een andere tijd naar bed. Ik denk dat het vanzelf stopte.

Ik ging zelf lezen, voor het slapen gaan las ik Pinkeltje, de Kameleon en Snuf de Hond. Het voorlezen kwam later toen ik oppaste. Daar mocht ik Otje voorlezen. Ze waren erg enthousiast over mijn immitatie van Kwark de kraai.

Ik lees nog steeds voor. Nu liggen de boeken van Jacques Vriens op mijn schoot. Ze vindt het erg leuk. Ik vind het ook fantastisch om te doen. Voorlezen is ook leuk. Ik wil nog graag meer boeken lezen die ik zelf niet ken. Zo hoop ik binnenkort aan Tonke Dragt te beginnen op aanraden van mijn blogvriend Jacob Jan. Ook liggen er nog mooie boeken van Willem Wilmink.

Laatst vroeg ik aan Inge wanneer je eigenlijk ophoudt met voorlezen. ‘Tot jullie het allebei niet meer leuk vinden’, zei ze. Dat lijkt mij een mooi moment en voorlopig is het nog niet zover.

Wist je trouwens dat ik al een keer een #WOT over voorlezen schreef? Het ging per ongeluk ik las de blog van Peter en begon enthousiast te schrijven. Zonder dat ik echt goed gekeken had naar de eigenlijke vraag over poëzie. Die vraag moet nog steeds beantwoord worden.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 7 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Boeken om weg te geven – #50books

image

Niets moeilijker dan het geven van een boek. Daarom is de boekenbon ook zo waanzinnig populair: je geeft toch een boek maar laat die ander zelf het boek uitzoeken. In het geven van een boek zit iets dwingends: je moet dit lezen. Terwijl lezen veel aandacht en tijd van je vraagt.

Ik geef vrijwel nooit boeken weg. Alleen duidelijk aangegeven op een verlanglijstje wil ik het nog cadeau doen. Maar om een duur boek weg te geven en dan te horen dat iemand het laat verstoffen in zijn boekenkast. Of dat iemand het al heeft. Dat toont wel dat je een boek hebt gekocht dat in zijn interessegebied ligt, maar het is leuker een boek te geven dat hij nog niet heeft en toch graag wil hebben.

Kringloop

Ik krijg zelf ook zelden boeken. Soms waagt iemand zich eraan, maar vaak heb ik het al – en dat vind ik verschrikkelijk vervelend om te zeggen – of het grenst tegen iets aan dat ik graag wil hebben. Het net-niet cadeau. Of dat je het boek al hebt, maar dan in een net iets andere uitvoering. Ze belanden vaak ongelezen in de boekenkast. De kringloopwinkel ligt vol met dat soort geschenken.

Zo speurend in die kringloopwinkels stuit ik soms op boeken voor anderen. Dat vind ik eigenlijk veel leuker om te doen. Zo bezorg ik mensen dikwijls een verrassing. Ik vind een boek dat mij heel erg lijkt te passen bij iemand. Soms heb ik het zelf af, maar ook is het echt iets speciaals voor iemand anders.

Dan loop ik tegen een atlas aan voor mijn vader of vind ik een boek dat mij heel mooi lijkt voor een vriend of vriendin. Dan bewaar ik dat cadeau voor wanneer zich de gelegenheid voordoet. Erg leuk om te doen en als iemand het boek dan al heeft is de schade niet zo groot. Zo krijgt het boek dat al een cadeau was en in de kringloopwinkel belandde toch een nieuw plekje, de kringloop is rond.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 6 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Overleven door de metafoor – #50books

dialoog-il-postinoIk las eens het verhaal van een man die droomde dat motorkap van zijn auto losschoot terwijl hij in volle vaart op snelweg reed. De paniekdroom zorgde ervoor dat hij nadacht hoe hij dit het beste kon oplossen als het gebeurde. Een paar dagen later overkwam het hem op de snelweg. Hij wist de auto veilig aan de kant te zetten omdat hij al over het probleem had nagedacht.

Als de literatuur zo’n functie kon hebben, zou het natuurlijk geweldig zijn. Dan was tegen elk euvel wel een roman of verhaal opgewassen. Het is mij niet overkomen, tenminste ik kan het mij niet herinneren. Een ex gaf mij een boek cadeau van Keri Hulme. Onze relatie deed haar aan dat boek denken. Ik heb het boek nooit durven lezen. Ik verwachtte in dezelfde hel terecht te zullen komen.

Overlevingspakket

De metafoor is de grote overlever als het om literatuur gaat en in het bijzondere de poëzie. Ze helpen niet zozeer om je in te leven in een situatie, maar veel meer om je te helpen door een bepaalde situatie te leiden. De literatuur als troost en nog veel meer als vriend en metgezel.

De film Il Postino laat zo mooi zien wat een gedicht met je doet. In het eerste gesprek tussen de dichter Pablo Neruda en de postbode Mario Ruoppolo komt dat al aan de orde. Gedichten worden gedragen door metaforen. Daar haalt Mario een dichtregel van de dichter aan.

Ik vond het ook mooi dat u schreef: “ik ben ‘t moe een mens te zijn.” Dat heb ik ook weleens. Maar ik wist niet hoe ik ‘t moest zeggen.

Volgens Pablo Neruda gaat het niet om de betekenis van het gedicht.

Weet je Mario. Ik kan niet uitleggen dat er in m’n gedichten staat. Dan wordt de poëzie banaal. Het gaat niet om de uitleg maar om de emotie die poëzie kan oproepen.

Metaforen aan het strand

Aan het strand zitten de dichter en de postbode een paar dagen later. Daar draagt Pablo Neruda een prachtig gedicht van hem, ‘Oda al Mar’ voor over het eiland en de zee die eromheen slaat. [http://www.neruda.uchile.cl/obra/obraodaselementales5.html]

Mario wordt helemaal meegenomen door de woorden. Hij vindt het vreemd. De dichter vraagt wat hij precies bedoelt.

Vreemd zoals ik me voelde toen u ‘t voordroeg.
- Wat voelde je dan?
Ik weet niet. De woorden gingen heen en weer.
- Zoals de zee?
Precies, zoals de zee.
- Dat is ‘t ritme
Ik voelde me zeeziek. Want… Hoe zal ik ‘t zeggen. Ik voelde me als ‘n boot die schommelt op de woorden.
- Als een boot die schommelt op mijn woorden?
Weet je wat je hebt gemaakt? Een metafoor.

Hij gelooft het niet, omdat hij hem niet bewust gemaakt heeft. Volgens de dichter is dat wel degelijk een metafoor. Ook beelden die spontaan ontstaan zijn metaforen.

Mario draaft een beetje door als hij de hele wereld als metafoor beschouwt. De dichter belooft er later op terug te komen, maar dat lukt niet omdat Mario getroffen is door de liefde. ‘Beatrice maakt grenzeloze liefdes los’, zegt Pablo Neruda als Mario compleet over zijn toeren haar naam noemt.

Beelden vastleggen

De metafoor komt in de film helemaal tot bloei als Mario Ruoppolo het eiland vastlegt voor de dichter op een geluidsband. Hij legt het ruizen van de wind vast, maar ook de sterrenhemel. Een beeld dat niet in geluid te vatten is, maar waar de taal genoeg beelden kan oproepen. Zo helpt de metafoor je te begrijpen wat je voelt maar wat je niet onder woorden kunt brengen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 5 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Door elkaar lezen – #50books

image

Gelezen, nog te lezen, tegelijk lezen.

Ik ben opgevoed dat je netjes eerst het ene boek uitleest en dan pas aan het volgende begint. Het liefst breng je het uitgelezen boek eerst naar de bibliotheek om in te wisselen voor het volgende. Het is net zo’n regel dat je een boek uitleest. Een verplichting die ik mijzelf opleg en die geregeld tot een marteling leidt.

Ergens ben ik door elkaar gaan lezen. We hadden het er vaak over tijdens de studie. Ik had de sport om collegedagen te maken van 9 tot 21, waarbij ik dan een college of 10 volgde. In dat soort tijden kon het voorkomen dat je zo’n vier tot vijf boeken per week las. Het was lezen tegen de klippen op. Zeker als daar ook nog een boek bijzat als Misdaad en straf.

Dat boek las ik echt in een roes. Ik begon eraan en liet mij meesleuren door het verhaal. De volgende dag werd het boek behandeld bij het college en ik las de hele avond en een groot deel van de nacht door. Ik las het verder tussen de colleges door tot ik het helemaal uit had. Het hoorcollege van dr. Matthias Prangel maakte de beleving alleen maar sterker. Deze leeservaring uit 1998 is één van de meest intense die ik ooit had.

Meer boeken tegelijk

Ik lees nog altijd meerdere boeken tegelijk. Het is heerlijk om als je het ene boek even zat bent, over te stappen naar het andere. Ik ben niet bang dat ik de verhalen door elkaar haal, al denk ik dat je moet oppassen met het gelijktijdig lezen van boeken uit dezelfde reeks.

Ik zou niet twee reisverhalen van Paul Theroux door elkaar gaan lezen. Net als dat ik niet een verhaal van Paul Theroux en Redmond O’Hanlon evenwijdig aan elkaar zou lezen. Maar meerdere romans tegelijk of een informatief boek naast een fictief werk, kan best. Ik lees wel meerdere gedichtenbundels naast elkaar. Ze vullen elkaar aan, versterken de werking en zorgen voor de afwisseling.

Groot gevaar

Het grote gevaar van naast elkaar lezen is dat er een boek sneuvelt tijdens het lezen. Gewoon omdat het niet interessant is. Je bent eraan begonnen, maar een ander boek dat je in dezelfde periode leest, wint het en wordt opgevolgd door een ander boek. Het boek zakt langzaam naar beneden in de stapel en verdwijnt helemaal uit zicht. Het is een risico en ook een groot risico. En dat is in tegenspraak tot dat andere boekprincipe: een boek lees je uit!

Om al die halfgelezen boeken een beetje te voorkomen, probeer ik nu wel wat trouwer aan één boek te blijven. Ook omdat ik bang ben dat ik het boek vergeet zodra ik aan het andere boek lees. Het is mij te vaak overkomen, waardoor een bespreking in de vorm van een blogpost uitbleef. Jammer, want ik doe het graag. Alleen kost het wel wat tijd.

Verleiding

De verleiding blijft aanwezig. Zo las ik een groot deel van de biografie van Steve Jobs terwijl ik allemaal andere boeken las. Alleen was dat aan het eind niet meer te houden, het versnipperde het verhaal teveel. Ik las de biografie die Walter Isaacson schreef, uiteindelijk helemaal uit. Deze week – ik was allang weer een ander boek aan het lezen – schreef ik de blogposts om ze later te zullen publiceren. Dus ook een boek lezen en onderwijl over een ander boek schrijven, het kan allemaal.

Dat door elkaar lezen heeft altijd een risico: je haalt de boeken door elkaar. Het overkwam mij kortgeleden. Ik besprak een jubileumbundel voor een oud-docent van mij en las op dat moment een andere jubileumbundel voor een andere oud-docent. Daar haalde ik een paar dingen door elkaar die in de boekbespreking terechtkwamen.

Ik werd daar kort na publicatie op gewezen en kon de informatie uit het andere boek snel verwijderen. Of het een erg voorval was? Ik dacht dat degene die in een essay besproken werd, een predikant was, maar hij was een leraar. Niet veel mensen zullen het hebben gezien, maar in een boekbespreking voor onderzoekers is het een vrij ernstig vergrijp.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 4 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.