Categorie archief: boeken

Vertalen

image

Misschien was August Willemsen wel de beste vertaler van Nederland. Hij heeft de Braziliaanse en Portugese literatuur naar Nederland gebracht. Zonder hem zouden de prachtige gedichten van Fernando Pessoa en Carlos Drummond de Andrade niet bereikt hebben.

Dat is niet alleen te danken aan zijn noeste arbeid. Hij heeft het oeuvre van Pessoa voor een groot deel vertaald. Vrijwel de hele poëzie van de Portugese dichter heeft Willemsen naar het Nederlands vertaald. De schoonheid van dit noeste vertaalwerk is vooral te danken aan de enorme kracht die uit zijn vertalingen spreekt. Zijn vertalingen slaan een brug tussen het Portugees en het Nederlands.

Dat geldt zeker ook voor de Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade. Hij heeft de liefdespoëzie samen met de erotische poëzie van deze bijzondere dichter heel mooi op de kaart gezet. De documentaire “O Amor Natural” van Heddy Honigmann laat prachtig zien wat de erotische gedichten met de Brazilianen doen.

Bij deze documentaire uit 1993 is August Willemsen eveneens betrokken geweest. Hij vertaalde de gedichten uit de bijzondere bundel O Amor Natural op onnavolgbare wijze naar het Nederlands in De liefde, natuurlijk. Hij deed al vrij snel nadat de bundel waar al lang over gespeculeerd werd, in Portugal uitkwam.

In de briefwisseling tussen August Willemsen en Marian Plug, Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen is ook een heel mooi college over vertalen opgenomen. August Willemsen heeft dit voorgedragen bij de presentatie van een nieuwe tentoonstelling van de schilderes Marian Plug.

Hij neemt hierin zijn toehoorders mee bij het vertalen van een gedicht. Zoals Gerrit Komrij in zijn tweede Albert Verwey-lezing deed bij het schrijven van een gedicht, zo voert August Willemsen zijn luisteraars mee in het vertaalproces.

Hij neemt je helemaal mee bij de overwegingen en afwegingen van de vertaler. Moet je letterlijk vertalen of probeer je juist hetzelfde gevoel op te roepen. Voor August Willemsen is het geen zaak van letterlijk of vrij. De uitdrukking en strekking van een gedicht vertalen zijn soms belangrijker dan een gedicht letterlijk woord voor woord overzetten.

Deze lezing over vertalen is voor mij het mooiste deel uit de bundel brieven die uitgeverij De Arbeiderspers onlangs uitbracht. Het vormt een prachtige aanvulling op het oeuvre van vertalingen, brieven en verhalen van deze bijzondere ambassadeur van de Portugese en Braziliaanse letteren.

Lees mijn bespreking van August Willemsens brievenbundel bij Litnet

August Willemsen: Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen. Briefwisseling met Marian Plug. Met een voorwoord van Maarten Asscher. Bezorgd door Joost Meuwissen. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2014. Privé-domein, nr. 280. ISBN: 978 90 295 8979 6. 301 pagina’s. Prijs: € 24,95.

Schuilen in de kelders

image

Het bombardement op Dresden behoort tot de tactiek zoals Jörg Friedrich in zijn boek De brand schrijft:

Men wilde hier een ‘donderslag’ teweegbrengen, een reusachtig bloedbad met 100000 doden; (362)

Het werd Dresden na een mislukte aanval op Berlijn waarbij ‘slechts’ 2893 slachtoffers vielen in plaats van de bedachte 110000. Het plan zou ondermeer door Winston Churchill zijn bedacht. De latere Nobelprijswinnaar (weliswaar voor de literatuur) had het idee dat ‘Moral Bombing’ wel zou helpen om Hitler op de knieën te krijgen.

Hij vergiste zich. Ook het bombardement op Dresden leverde niet de slachting op zoals hij en de militaire leiders bedacht hadden. In Dresden vielen ongeveer 40.000 doden.

In Dresden vielen de slachtoffers vooral door de beoogde tactiek. Ze wisten zich schuil te houden in de aaneengeschakelde kelders onder de oude binnenstad. Na de eerste bommenregen, kwamen ze weer tevoorschijn en vluchtten naar de corridors, een groenzone aan de oever van de Elbe en hogerop in het Grosser Garten. Hier konden de burgers niet meer vluchten.

Dat daarna nog een derde aanval komt van de Amerikanen, schrijven Henri Coulonges en Harry Mulisch in hun romans. De geallieerden misdragen zich hier en schieten moedwillig mensen neer.

Het levert totale verwarring op. Ongetwijfeld de bedoeling van de geallieerden, maar in mijn ogen zijn het zeer grote oorlogsmisdaden. Oorlogsmisdaden waar niemand voor berecht is.

Vertrokken

Deze week sta ik stil bij de roman Vertrokken van Henri Coulonges, dit voorjaar – 70 jaar na het bombardement op Dresden – uitgegeven door Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Henri Coulognes: Vertrokken. Oorspronkelijke titel: L’adieu à la femme sauvage (1979). Vertaling: Geertui Maks en Lia Tuijtelaar. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015. ISBN: 987 90 468 1863 3. Prijs: € 24,95. 448 pagina’s.

Afraders – #50books

image

Boeken die je leest en waarvan je spijt hebt dat je ze gelezen hebt, is iets anders dan een boek dat je iedereen afraad om te gaan lezen. Bij de meeste boeken heb ik nog zoiets dat een ander er misschien wel iets aan kan beleven. Ik vind het niks aan, maar dat hoeft niet voor iedereen te gelden.

Een boek dat je afraadt om te gaan lezen, is een boek waarin je teleurgesteld bent. Iets waar je veel van verwacht had, maar waarvan de uitkomst vies tegenvalt. Die boeken zijn niet zo rijk vertegenwoordigd. Meestal ben ik mild en laat iedereen zelf iets van een boek vinden.

Als door wesp gestoken

Dat betekent niet dat veel schrijvers en uitgevers als je je negatief uitlaat over een boek, reageren als door een wesp gestoken. Een bespreking waar je niet zo enthousiast bent over een boek, betekent nog niet dat het boek slecht is.

Overigens hebben organisten nog langere tenen als het aankomt op kritische besprekingen. Het heeft ervoor gezorgd dat orgelnieuws mijn bijdrages niet meer wil hebben. Daarbij krijg ik zo ongeveer elk jaar het verzoek van een organist uit het oosten van het land om mijn bespreking van zijn concert uit 2010 van mijn blog te verwijderen.

Niet schrijven over slechte boeken

Dan naar de vraag van Petepel: een boek dat ik onlangs nog gelezen heb en dat ik iedereen afraad om te lezen. Meestal schrijf ik niet over boeken die ik niks vond. Echt waar, ik lees wel wat meer dan waar ik hier over schrijf.

De boekenweekgeschenken bijvoorbeeld. Ik lees ze elk jaar weer in de hoop dat het eindelijk eens beter wordt. De hoop is al na enkele bladzijdes vervlogen, maar ik houd het toch eventjes vol.

Zonder plezier gelezen

Nou vooruit, een boek waar ik niet veel plezier in had om te lezen en waarbij ik mij echt afvraag of iemand anders het ook zou moeten lezen:

Sarah Meuleman: De zes levens van Sophie. Een boek waar ik grote verwachtingen van had. De thematiek van 3 vrouwen die worstelen met hun identiteit, die vechten voor hun positie in de maatschappij in combinatie met het verhaal van een jonge vrouw in New York.

Aanstellerig boek

Het blijft steken in een aanstellerig boek dat een irriterende vorm van eruditie bevat. Eruditie die eerder een gebrek verbergt dan een bepaalde intelligetie laat zien.

Ik vind bijvoorbeeld het boek van Emma Curvers ook niet zo heel sterk geschreven. Er kunnen allerlei elementen beter in, maar het boek bevat in de kern een mooi verhaal met veel sterke elementen. Misschien dat de redactie van de uitgeverij wat meer moeite zou kunnen besteden aan het oppoetsen van dergelijke debuten. Het zou zo’n boek met een paar handzame tips zoveel mooier maken.

Aanrader?

Zou ik nu iemand die in de trein tegenover mij met het boek van Sarah Meulemans roman De zes levens van Sophie zit te lezen, het boek uit de handen trekken en uit het open raam gooien? Zou ik die persoon ernstig aanspreken vooral te stoppen met het lezen van dit boek?

Nee, ik zou hem of haar heerlijk aan zijn of haar lot overlaten. Een mening wordt het beste gevormd als je het zelf ervaart. Dus misschien schuilt er in mijn afrader een grotere aanrader.

Van walging naar lieveling

Daar komt nog bij dat de boeken waar ik vroeger van walgde, nu mijn lievelingsboeken zijn. Het kan dus best gebeuren dat je je eigen mening moet herzien.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  27 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

50 tinten – #50books

50-tinten

Teveel seks of juist te expliciet. Je kunt van 50 tinten – Grijs alles vinden. Het was 3 jaar geleden een complete hype. Ik weet niet of dat te evenaren is met een nieuw deel, gezien vanuit het perspectief van het mannelijk personage.

Er heerste hier in huis ook even die opwinding. Op facebook en twitter schreven voornamelijk veel vrouwen over dit boek. Het boek doet het meest aan een kasteelromannetje denken, waarbij de lezer heerlijk mag wegzwijmelen in de avonturen van deze schatrijke man en de jonge studente.

Toen Inge – mijn Inge – aan het boek begon, aangemoedigd door een groep enthousiastelingen op facebook, heb ik het ook in mijn handen genomen en ben begonnen. Een verhaal dat een enorme spanningsopbouw bezit, gedreven door seks. In dat opzicht best aardig, maar het begon mij gaandeweg te vervelen.

Ik vond de seksscènes meer en meer oponthoud opleveren. Daarmee verdween voor mij de nieuwsgierigheid naar de rest van het verhaal. Zodoende haakte ik ergens halverwege af. Het verliep in mijn ogen te traag en voorspelbaar. Dat ze elkaar zouden krijgen, sprak voor zich. Alleen hoefde ik niet te weten hoe die lange draad eindelijk afgesponnen zou worden.

Wat ik wel mooi vind aan het boek is hoe het op de markt gekomen is. E.L. James plaatste het verhaal oorspronkelijk op een forum voor liefhebbers van dit soort seksueel getinte verhalen. Een uitgever zag er iets in en spoorde haar aan het verhaal te herschrijven tot de verbraafde versie die het nu geworden is.

Een jaar na de hype lagen de boeken al in de kringloopwinkels voor veel schappelijkere prijzen. Op een boekenmarkt zag ik eens 2 oudere dames rondlopen. Eentje haalde het boek van het schap en tikte haar buurvrouw aan.

Ze keek er heel ondeugend bij naar haar vriendin. ‘Is dit niks?’ vroeg ze. Ze kregen iets van 2 meisjes. Ze giechelden en keken sluiks in mijn richting. ‘Of zou die meneer het willen hebben?’

Ik vond het vooral heel schattig en genoot daar meer van dan mij te laten verleiden tot een reactie.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  26 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Achteraf betalen – #50books

image

Is iets van waarde gratis? Soms verbaas ik mij erover dat mensen voor iets onbenulligs heel veel geld neertellen. Het voorwerp krijgt er wel waarde mee. Iedereen wil voor een dubbeltje op de eerste rij zitten, maar als iets gratis is, heeft het dan waarde?

Ik weet het niet. Het commentaar op de krant De Pers was dat het gratis was. Het was een perfecte krant, hele goede en gedegen artikelen, maar gratis. Dat het gratis was deed dus afbreuk aan de kwaliteit. Daarmee verdween de krant van het toneel. Iets dat gratis was, kon toch nooit goed zijn?

Een paar jaar geleden bracht ik een gedichtencyclus onder in een boekje en liet het als gratis download achter op mijn website. Het boekje is een keer of 50 gedownload. Ik heb er misschien niet genoeg reclame voor gemaakt of de kwaliteit was onder de maat. Maar ik heb de stellige indruk dat veel lezers het boek bij voorbaat al minder interessant vinden omdat het gratis was.

Het initiatief van Paul Coeho waar Peter over schrijft, is natuurlijk best leuk, maar ik geloof er niet in. Als mensen iets gratis aangeboden krijgen, zullen ze na afloop beduidend minder geld geven dan wanneer ze vooraf betalen.

Het voordeel als je iets gratis aanbiedt, is dat je na afloop alleen complimenten krijgt als het meevalt. Mensen durven niet zo goed te zeggen dat het niet deugt als het gratis is. Je hebt er niets voor betaald, dus je mag niet een bepaalde kwaliteit verwachten.

De Social Media Club Almere is ook gratis. Na afloop kunnen de bezoekers een donatie in de collectebus stoppen. De laatste spreker gelooft daar niet in, zei ze. Waardebepaling achteraf geeft het evenement minder waarde dan vooraf entree heffen, vindt zij. Al hielp haar betoog aan het einde van de avond waarop ze sprak wel mee om de collectebus te vullen.

Dat geldt zeker ook voor de boeken die Paul Coeho gratis aanbiedt. Het begint er al mee dat zijn bestsellers niet in de lijst staan. Hij heeft zelf al een gradatie toegepast. Dat laat al een bepaalde indruk bij de lezer achter.

Je ziet het gebeuren bij veel e-books die mensen illegaal downloaden. Ze halen misschien wel honderden boeken binnen, maar ze lezen er enkele. Het levert voornamelijk inhaligheid op en veel minder leesplezier.

Dan geloof ik meer in het concept dat je een boek krijgt toegestuurd en moet lezen om er iets over te schrijven. Ik krijg soms een boek waar ik zelf niet zo snel op zou zijn gekomen om het te lezen. Dan ben ik heel blij met de ontdekking die ik doe. De deal: ik schrijf erover zorgt ervoor dat ik het boek lees. En de uitgever krijgt weer een mooie online attentie over zijn boek.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  25 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Vakantieboeken – Wat moet je meenemen?

image

Buiten het feit dat ik nog helemaal niet (mijn) vakantie bezig ben en ik mij afvraag of ik in de vakantie meer lees dan daarbuiten. De vraag wat ik ga lezen in mijn vakantie is daarmee veel meer een vraag waar ik op dat moment zin in heb.

De dikke boeken waar veel mensen mee op de proppen komen, passen vaak helemaal niet in een vakantie. Je moet tot rust komen. Een dik boek suggereert dat je de rust al hebt, maar je gaat juist op vakantie om de rust te vinden. Teruggaan met een halfgelezen dik boek werkt daarom alleen maar op de zenuwen.

Ik zou adviseren ook wat dunnere exemplaren mee te nemen. Al zal het digitale leesboek de mogelijkheid geven op pad te gaan met een halve bibliotheek. Zo verdwijnt de selectie vooraf, maar bestaat ook het gevaar dat je tijdens je vakantie geen keuze kunt maken. Het e-book geeft een heel andere leeshouding. Eentje waaraan ik mij nog niet durf over te geven.

Daarom kan het geen kwaad een boek uit te kiezen dat je in een dagje of 2 à 3 uit kunt hebben. Ook kan het helpen een boek mee te nemen dat je al een keer gelezen hebt en dat je nog op je verlanglijstje hebt staan.

Neem ook wat mee dat aansluit bij de vakantiebestemming en vergeet niet een dichtbundeltje mee te nemen. Een dichtbundeltje is als een doosje bonbons. Je neemt er af en toe eentje en geniet daarvan.

Op mijn verlanglijstje voor deze zomer staat nog een boek van Paul Theroux. Ik lees van hem een paar boeken per jaar. Zo verover ik langzaam zijn hele oeuvre. Ik zou het misschien allemaal in één keer willen lezen, maar ik wil er juist van genieten.

Ook heb ik het voornemen eens een boek van Jacob van Lennep te gaan lezen. De historische roman Ferdinand Huyck vertelt over het Gooi. Een gevaarlijk stukje om te reizen in de 18e eeuw, de tijd waarin deze historische roman speelt. In die tijd zaten in het Gooi gevaarlijke bendes die reizigers beroofden.

Als ik dan nog wat tijd over heb, ga ik heerlijk een reisboek (her)lezen, een boek van Jack Kerouac voor de energie, een paar mooie essays van Gerrit Komrij en een dikke pil van André Brink. Ik ben erg nieuwsgierig naar zijn memoires Tweesprong. Er ligt dus genoeg in het bakje voornemens.

Benieuwd naar wat ik daadwerkelijk lees. Het zal wel weer wat anders zijn. Want nogmaals, het zijn plannen om boeken te lezen en die wisselen voortdurend.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  24 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Fantasy of literatuur?

image

De verschillende literaire genres lijken steeds meer in elkaar over te gaan. Bij het lezen van Andrus Kivirähks roman De man die de taal van de slangen sprak vroeg ik mij af of het niet Fantasy was dat ik aan het lezen was. De sprookjesachtige elementen, de pratende dieren, reuzenvissen en oerkikker. Het zijn allemaal elementen die in een Fantasy-verhaal voorkomen en niet in een literaire roman.

Al is het natuurlijk best onzin zo’n onderscheid te maken in hogere en lagere literatuur. Wagner spreekt in zijn opera’s ook over draken en goden. Naar de jaarlijks uitvoering van De Ring des Nibelungen in het festivaltheater van Richard Wagner in Bayreuth komen niet de geringste. Het verschil tussen hogere en lagere literatuur is daarom lastig te maken.

Jan van Aken verklapte eens bij een interview in de Deventer boekwinkel dat hij lange tijd schrijver van Fantasyboeken wilde worden. Hij vond de literatuur niet iets voor hem. Daar beleefde hij te weinig lol aan. Dat hij toch is gaan schrijven, kwam omdat de concurrentie in de schrijfwereld van de Fantasy moordend is. De literatuur bood hem meer kansen. In de literatuur kon hij zich sterker onderscheiden van anderen, stelde hij.

Dat de Fantasy zijn werk sterk beïnvloed staat buiten kijf. Hij bedient zich in de historische verhalen van dezelfde epiek waar de fantasy zo beroemd door is geworden. De kloeke verhalen lezen als jongensboeken. De heldendaden van de personages zijn onovertroffen. Ze vechten misschien niet tegen draken, de tegenstanders zijn sterk en toch weten ze zich te handhaven.

Het sterkst in de boeken van Jan van Aken staan de vertellers. Zij weten het verhaal tot proporties op te blazen met hun fantasie. De gaten in het geheugen vullen ze op met nieuwe verhalen. Nog sterker dan de eerdere verhalen. Het maakt de boeken van Jan van Aken tot heuse belevenissen. Misschien nog een overeenkomst: je beleeft de verhalen, net als in Fantasy.

Datzelfde gevoel had ik bij het lezen van De man die de taal van de slangen sprak. Ook bij Andrus Kivirähk wordt de held omgeven door dronkenlappen en weet de verteller Leemet zichzelf ook mooi vrij te pleiten in het verhaal. Hij neemt zijn lezer helemaal mee in zijn belevenissen. Het verhaal ontstijgt zo de roman en wordt bijna episch. Iets waar Jan van Aken ook zo goed in is en wat ik Fantasy noem.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

Onmogelijke opdracht – #50books

image

Op een onbewoond eiland met een schrijver. Een bijna onmogelijke opdracht omdat ik het met weinig mensen langer dan een dag kan uithouden. Voor mij zou het een nachtmerrie zijn. Ik ben liever een paar dagen met een boek dan met de schrijver van dat boek.

Gisteren fietste ik een rondje Gooimeer. Het lekkere weer lokte me naar buiten. Ik fietste via Naarden naar Huizen, dan over de Stichtsebrug over de dijk en dan door de bossen van Almere naar huis.

Het laatste stukje brengt je van de grootste euforie naar de diepste somberheid. Het Cirkelbos behoort misschien wel tot de mooiste bossen van Almere. Het IJsvogelpad voert vanaf de dijk midden in een prachtig bos.

image

Het pad kronkelt langs de loofbomen. Zandpaadjes doorkruisen het fietspad en voeren naar de dikste populier van Almere en een bunker waarin vleermuizen overwinteren.

Al fietsend dacht ik aan mijn geliefde reisschrijver Redmond O’Hanlon. Hij is gastschrijver in Almere en volgt daarmee Renate Dorrestein op. Als ik hem zou mogen meenemen naar mijn geliefde plekje in Almere, dan zou ik hem misschien wel meenemen naar het Cirkelbos.

Ik zou hem meenemen naar de dikste populier en lekker op de fiets de natuur verkennen. Heerlijk de zon op onze hoofden laten schijnen, een zacht briesje door het haar. De wind die op de dijk zo’n tegenstand biedt, is hier je beste vriend. Onderwijl hoor je alleen de vogels fluiten en ziet groen in alle tinten die je maar kunt bedenken.

image

Ik werd snel uit mijn dagdroom gehaald, want ik kruiste een fietsknooppunt. Zoals altijd op dit punt, koos ik de verkeerde route. Ik fietste rechtdoor en cirkelde om de hete brei heen, want na een grote kronkel kwam ik uit op de weg die naar de Almeerse villawijk Overgooi.

Het is de lelijkste weg van Almere. Altijd briest de wind hier als een wilde tegen je in. Aan de andere kant van het water zie je iets dat een park moet voorstellen. Een kaal landschap, waar een schelpenpad doorheen kronkelt. Af en toe staat er een klein, kaal boompje. De wind giert en lacht je uit. Hier is de stedenbouwkundige planning uit de bocht gevlogen.

image

Ik keerde meteen om, fietste dezelfde weg terug en nam de andere afslag. Daar was weer een domper op de feestvreugde. Het fietspad dat naar Stadslandgoed De Kemphaan moet leiden, was afgesloten. Ik fietste er jaren geleden samen met Doris op de terugweg van een korte fietsvakantie.

Het pad is een jaar later afgesloten vanwege de bouwvalligheid van de elegante houten bruggetjes. Het pad is nog steeds dicht. Ik mocht helemaal omrijden. Van de andere kant van de vaart, zag ik dat twee van de vier bruggetjes stonden.

Ik kan niet wachten tot de andere twee bruggetjes er zijn. Pas dan zou ik Redmond O’Hanlon meenemen en van tevoren goed de route in mijn hoofd hebben. Je wilt toch niet dat de beste natuurliefhebber op de onvolkomenheden in Overgooi stuit.

image

#50books

Dit is het antwoord op vraag  23 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

De ring en het leren zakje

image

Bij het lezen van Andrus Kivirähks roman De mand die de taal van de slangen sprakmoest ik vaak aan de boeken van de schrijver Jan van Aken denken. De wereld die Jan van Aken oproept in zijn historische romans, heeft grote overeenkomst met de roman van deze Estlandse schrijver. Het personage van de dronkaard Meeme zou bijvoorbeeld zo uit een roman van Jan van Aken kunnen binnenstappen.

Leemet heeft vrijwel vanaf de eerste bladzijde al de sleutel in handen om de oerkikker te kunnen zien. Hij denkt dat het de ring is die hij krijgt, maar als je goed leest, weet je dat het wat anders is.

   ‘Hou hem in het zakje,’ zei Meene. ‘En hang dat zakje om je nek, dat zei ik al.’
Ik stopte de ring weer in het zakje. Wat was dat van wonderlijk leer gemaakt: dun als het blad van een boom. Als je het niet goed vasthield zou de wind het meteen meenemen. Het past natuurlijk dat een dure ring in een fijn en voornaam hoesje zit. (12)

Tevergeefs probeert Leemet met de ring de Oerkikker op te roepen. Hij zit ernaast, maar Meene helpt hem niet om het antwoord te vinden. Daarvoor moet de zesjarige Leemet nog teveel leren. Het verhaal volgt de jonge Leemet en de ring. Het is een sprookjesachtig verhaal waarin hij de slangentaal leert spreken, de vis Ahteneumion tegenkomt en zijn oude grootvader ziet vliegen.

Dubbelzinnigheid

De dubbelzinnigheid zit hem in het gevecht tegen het geloof in allerlei dingen die je niet ziet, terwijl het verhaal zelf in een wereld speelt waarin mensen met de dieren praten en allerlei mythische wezens zien als de oerkikker en de vis Ahteneumion. Die dingen gelooft de verteller wel, terwijl hij zich fel verzet tegen de verhalen over bosgeesten of Jezus.

Die dubbelzinnigheid maakt je alleen maar nieuwsgierig naar de verteller. Is hij wel zo betrouwbaar als hij suggereert. Hij verheerlijkt het leven in het bos op zijn manier. Hij zal zich uiteindelijk moet neerleggen bij het idee dat hij de laatste bosbewoner is en hij de laatste is die met de dieren kan praten. De tijd verandert en daarna zal de tijd ook wel weer veranderen.

Niet slechter dan nu

Wat ik vooral mooi vind in het verhaal van Andrus Kivirähk is dat hij laat zien dat het vroeger niet slechter was dan nu. Dat de mensen in de tijd dat ze nog jaagden minstens zo tevreden waren als de mensen nu. Sterker nog, het lijkt of de verteller wil suggereren dat het vroeger beter was.

De humor waar hij zich van bedient, maakt de roman De man die de taal van de slangen sprak nog veel vrolijker. Dat is nog een overeenkomst met Jan van Aken. Het spel met de geschiedenis, het verhaal en de mythe. Zo weten allebei de schrijvers een verleden te vertellen alsof het vandaag gebeurt.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

Boeken die bijblijven – #50books

image

Het meest laat ik mij verrassen door de boeken die ik te lezen krijg via de leesgroepjes van bloggers. Zo vond ik het boek Alleen met de goden van Alex Boogers heel erg de moeite waard. Net als dat de roman Wanneer wordt het eindelijk zoals het was van Joachim Meyerhoff mij raakte. Ik heb het zelfs iemand aangeraden om te lezen. Iets wat ik niet zo snel doe. Voor mij het signaal dat ik het een mooi boek vond.

Het zijn vaak boeken waar ik zelf zo snel niet aan zou denken om te lezen. De roman waar Peter over spreekt in zijn vraag 22 voor #50books, is van de blogtour geïntitieerd door WPG Uitgevers in België. Dit boek De man die de taal van de slangen sprak valt zeker ook onder de categorie boeken die je bijblijven. De schrijver Andrus Kivirähk maakt van de geschiedenis een sprookje en geeft het verleden toverkracht.

Tegelijkertijd doet hij dat ook weer niet. De verteller vindt de verhalen over meerfee en boomgeesten van de druïde Ülgas misleidingen. Net als dat hij het christelijk geloof van de dorpelingen, ridders en monniken verwerpt.

Ik zou zelf niet zo snel gekomen zijn op het lezen van zijn boek. Net als dat de boeken van bijvoorbeeld de schrijver Jan van Aken op die manier op mijn pad zijn gekomen. Samen met enkele medestudenten richtte ik het tijdschriftje Putdeksel op. In al onze onschuld schreven wij uitgeverijen aan om boeken te bespreken in ons tijdschrift.

Zo kregen we de uitnodiging om bij de presentatie van debutant Jan van Aken te komen. Ik was de enige pers die op de borrel met vrienden en familie was bij de uitgeverij. Na het lezen en bespreken van zijn debuut ben ik hem blijven volgen. Een schrijver die ik uit mijzelf niet zomaar zou zijn gaan lezen. Het is een bijzondere band geworden die ik met de schrijver en zijn boeken heb.

Het helpt om je horizon te verbreden en met andere ideeën en invloeden in aanraking te komen. Daarom hoef je een boek dat nu veel indruk op je maakt niet te herlezen. Het helpt namelijk ook om boek waar je nu niet doorkomt, later nog eens op te pakken. Het heeft mij een enorme herwaardering gegeven voor Jack Kerouac.

Toen ik het tijdens mijn studietijd las vond ik het een verschrikkelijk aanstellerig boek van een stelletje zuiplappen die al snuivend in gejatte auto’s een beetje door Amerika scheurde. Het opnieuw lezen van zijn roadnovel On the Road vormde voor mij een herijking van deze bijzondere schrijver. Ik ben er zelfs meer boeken van hem door gaan lezen.

Of ik de boeken van Andrus Kivirähk, Joachim Meyerhoff en Alex Boogerds snel weer ga lezen, weet ik niet. Daarvoor zijn er veel andere boeken die op mij wachten. Zoals een interessant boek over de fusillade bij Veenendaal: Het kruis op de berg. De schrijver Constant van den Heuvel attendeerde mij op zijn boek naar aanleiding van een blog over Pauline Broekema’s familiegeschiedenis Het Boschhuis. Ook zo’n boek waar ik zelf niet zo snel opgekomen zou zijn, maar dat mij echt is bijgebleven.

Het zijn in allemaal boeken waar ik veel over schreef op mijn blog, vaak ook in meerdere blogposts. Dat is het beste signaal dat een boek indruk op mij maakt.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  22 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.