Categorie archief: boeken

Scandinavische thriller

wpid-20150215_132638.jpgZe zit achter de balie. Om haar heen liggen stapels boeken. Ze pakt een exemplaar, bekijkt het en zuigt een prijs uit haar duim. Naast haar zit een man. ‘Deze een euro?’ vraagt hij. Ze knikt. ‘Ja, die zijn allemaal een euro.’

Ik spring een gangetje met boeken in. Terwijl ik in een exemplaar blader hoor ik haar praten tegen haar collega. ‘Ja, hij spaart zijn vakantiedagen op voordat hij weggaat’, zegt ze. Haar collega is begonnen over een andere collega die vertrekt.

Zijn opmerking is genoeg spreekwater voor haar: ‘Ik heb hem nooit gemogen. Al vanaf zijn eerste sollicitatie. Toen heb ik ook al gezegd dat hij niks was. Hij zei dat ik het anders moest zien. Maar ik zou geen mensenkennis hebben. Tja, je hebt het zelf gezien hoe hij is.’

Ze jammerde verder terwijl ik een ander boek opensloeg. De prijs voorin bedroeg wat meer dan een euro. En ik liep mijn boekenkast af in gedachten. Had ik dit boek nou wel of niet? De twee kletsen rustig door. ‘Ik zal blij zijn als hij vertrokken is. Echt, als hij vertrekt, dan maak ik een dansje.’

De rijen ga ik verder. De boeken gaan één voor één door hun vingers en krijgen stuk voor een stuk een bedrag voorin. ‘Als ik met vakantie ben of ik ben ziek, dan laat hij alles gewoon staan. Dan sta ik met zo’n gigantische boekenberg.’ Ze zit ingeklemd tussen de dozen boeken. Haar collega houdt een boek omhoog: ‘Ja, dat is zo’n boek uit Zweden. Hoe het zo’n thriller.’

En daar begint het zoeken naar het woord dat ze wil weten. ‘Ja, hoe heet dat daar bij Zweden. Net zoiets als de Balkan, maar dan daar.’ Ze stopt met bladeren in haar boek en denkt na. ‘Ja, ik weet het wel. Ik weet het heus wel hoor.’

‘Scandinavië’, denk ik. Ze ploedert door. ‘Joh, hoe heet dat nou. Net als de Balkan, maar dan die landen bij Zweden en hoe het? Noorwegen. Nou, God, hoe heet dat nou. ‘Ik ga weer een rij verder. Ik kan het bijna niet laten het toch te gaan zeggen, maar houd mijn mond. Soms moet je iemand lekker laten worstelen. En stiekem geniet ik.

‘Scandinavië’, klinkt een rij verder. Uit de rij komt een oudere man glunderend in haar richting gelopen. ‘Je bedoelt een Scandinavische thriller.’ Ze kijkt op. Haar ogen schieten vuur. ‘Ja, Scandinavië. Ik wist het wel hoor, ik kon er alleen even niet opkomen.’

De openbare bibliotheek heeft mij gevormd – #50books

Mijn eerste herinnering aan de bibliotheek grijpt terug naar de woensdagochtenden dat mijn moeder de openbare bibliotheek van Veenendaal schoonmaakte. Ik ging altijd mee. Mijn moeder zeulde op de fiets mijn plastic tractor, waarmee ik dan door de gangen reed terwijl mijn moeder verderop aan het stofzuigen was.

Soms stopte ik bij een boekenkast, ging op de grond zitten en pakte een boek. Dan bladerde ik aandachtig door het boek, keek naar de geheimzinnige letter en zocht de plaatjes. Soms betrapte een collega van mijn moeder mij. Dan nam ze mij mee naar de boeken waar ik meer met uit de voeten kon.

Liefde voor boeken

Daar is mijn liefde voor boeken, bibliotheken en lezen vandaan gekomen. De geur van de boeken, het harde kaft van de bibliotheekboeken. De stukgelezen exemplaren die bijna uit elkaar vallen en waarvan de bladzijden groezelig zijn geworden. Heerlijk.

Ik beleef altijd veel plezier aan oude bibliotheekboeken en kick op het stempel ‘afgeschreven’. Altijd neus ik even in het hoekje met afgeschreven boeken van mijn bibliotheek. Die afgeleefde exemplaren hebben steeds meer mijn voorkeur. Ze laten de liefde zien voor een boek.

Als we weer naar huis gingen aan het einde van de ochtend, soms was de bibliotheek al open voor publiek, dan vervoerde mijn moeder naast mij en het trapfietsje ook nog een paar boeken met plaatjes van dieren en prentenboeken in haar fietstas. Ik was er gek op.

Diezelfde openbare bibliotheek heeft mij boeken gebracht die ik anders nooit onder ogen zou hebben gezien. De schoolbibliotheek had niet de boeken van Maarten ‘t Hart. Ook de boeken van Terlouw miste deze bibliotheek onder sterke regie van de reformatorische grondslag van de school.

Later las ik zelfs de boeken van Plato en andere wijsgerige werken die zelfs een beetje te hooggegrepen waren voor een wijsneus van de Mavo.

Gevormd door openbare bibliotheek

Die openbare bibliotheek heeft mij gevormd en gebracht tot wie ik nu ben. School en zelfs de universiteit hebben mij dat niet gebracht. Zelfs internet biedt niet de ruimte voor vrijheid die je in de openbare bibliotheek vindt. Op veel scholen zit er een filter op internet uit angst voor porno en islamgeweld.

In de openbare bibliotheek van mijn stad zie ik heel veel jongeren. Net als in de openbare bibliotheek van Amsterdam. Ze zitten tussen de schatten en hoeven er niet in te kijken. Maar ik betrap soms zo’n zogenaamd ongeïnteresseerde puber met een boek in zijn hand dat ik niet met hem geassocieerd zou hebben.

Niet op marktplaats

Dat vind je niet op marktplaats en ook google vraagt een expliciete zoekopdracht. Dat brengt je niet zomaar op andere gedachten. Dat is wat anders dan heerlijk rondneuzen, een boek pakken, bladeren en zoeken. Je lekker laten meenemen en grijpen door het verhaal in het boek.

Alleen daar win je de oorlog tegen andere, bekrompen denkbeelden mee: door ze toe te laten en een stem te geven. Niet door het zwaard te pakken en te slaan. Het is de vrijheid waar veel mensen hun leven voor gegeven hebben.

Laat de bibliotheek open!

Laat daarom alsjeblieft de bibliotheken open en open ze nog meer. Op marktplaats staat misschien hetzelfde, maar het is niet bereikbaar voor iedereen. En juist dat is de kracht van de openbare bibliotheek.

Alleen als je nooit naar de bibliotheek gaat, zoals die Amsterdamse VVD’ers dan kom je tot dit soort krankzinnige ideeën. Degene die zichzelf vormt door de andere gedachten en wijsheden in de bibliotheek, die weet wel beter.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  21 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Naamloos

image

De roman De wolkenridder van M.M. Schoenmakers is de zoektocht van een zoon naar zijn vader. Gerlof Verdegaal vlucht uit zijn huis, weg van zijn vrouw en 3 kinderen. Hij zoekt zijn toevlucht in het park. Tussendoor probeert hij in het verzorgingstehuis waar zijn dementerende moeder zit, een dagelijks portie eten bij elkaar te scharrelen.

Dat hij in het park is, lijkt volstrekte willekeur. Hij kiest een plekje achter een transformatorhuisje. In het park verbaast hij zich over de grote hoeveelheid plekjes waarbij een burgemeester, architect of voorzitter van het comité van financiers wordt geërd.

Al die mensen hadden aan de wieg gestaan van het stadspark, maar waarom miste de naam van zijn vader en al die andere naamlozen die maanden gezwoegd hadden om het park in deze staat te krijgen?

Maandenlang had hij de ruige grond omgegooid, kanalen en sloten en vijvers aangelegd, in kruiwagens de uitgegraven aarde over ellenlange loopplanken naar de stortplaats gebracht, het struikgewas gerooid, en aan de stronken van de bomen gesjord tot zijn spieren bijna knapten – om daarvoor te betalen met drie vingers van zijn linkerhand toen hij alleen maar een wortel wilde blootleggen en met de blote hand luchtjes de aarde wegveegde en een medearbeider zijn steekspade liet afdwalen, misschien verblind door de zon de grond raakte, zeker de grond raakte, maar met een kluit aarde ook een hele wijsvinger, een hele ringvinger en driekwart middelvinger naar boven haalde. (95)

Voor het werk kreeg hij een getuigschrift, net als de anderen. Zonder zijn naam erboven. Wel stonden de burgemeester, parkarchitect en de voorzitter van het comité van financiers met hun volle naam op het papier.

Verdegaal gaat op zoek naar foto’s en ander materiaal over de aanleg van het park. De archivaris in het stadsarchief kan hem niet veel meer geven dan een jubileumboek dat uitkwam toen het park 50 jaar bestond. Weer de verhalen van de burgemeester, parkarchitect en de voorzitter van het comité van financiers. Maar geen woord over zijn vader of de andere arbeiders die dit park hadden gemaakt tot wat het nu is.

Als de archivaris een doos vindt met foto’s en krantenknipsels uit 1938, het jaar waarin het park werd opgericht, zoekt Gerlof Verdegaal vergeefs naar zijn vader. Weer komen al die belangrijke mensen voorbij, maar zijn vader is verdwenen.

In het park voelt hij zich omringd door zijn vader. De bomen, de vijvers en de paden. Misschien hadden zijn vaders handen met de afgehakte vingers, de dingen aangeraakt waartussen hij nu verbleef. Hij gaat sparen om een gedenkbord voor zijn vader op te richten.

Niet dat het lukt. Overleven vraagt meer dan genoeg van hem. Hij lijkt in hetzelfde naamloze gat te vallen als zijn vader. Zijn moeder kan hem dat niet meer vertellen. Haar dementie vreet aan haar geheugen.

M.M. Schoenmakers: De wolkenridder. Roman. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2015. ISBN: 978 94 234 9296 2. 254 pagina’s. Prijs: € 18,90

De wolkenridder

image

De titel was genoeg om mij tot lezen uit te nodigen: De wolkenridder. De nieuwe roman van M.M. Schoenmakers draagt deze tot mijn verbeelding sprekende titel. Het verhaal doet de rest.

In De wolkenridder belandt de hoofdpersoon Gerlof Verdegaal in en crisis. Hij is 49 jaar en krijgt last van zijn darmen. Hij ondergaat onderzoek na onderzoek, maar niemand kan de oorzaak vinden. De arts vermoedt gevoelige darmen, maar kan er verder niks aan doen.

Gerlof Verdegaal neemt telkens verlof van zijn werk als hij zich niet zo lekker voelt. De planoloog wil zich niet ziekmelden en hij heeft genoeg dagen staan. Hij verzaakt het werk wel, want de ontwikkelingen op het werk ontgaan hem volledig. Zo belandt hij op een zijspoor.

Ook zijn vrouw vindt hem een zeurpiet en hij vervreemdt steeds meer van zijn gezin. Als hij tot overmaat van ramp na een zwerftocht met een hond thuiskomt, is de maat vol. Ze wil niet meer en wil rust. Hij verlaat daarna zijn ‘met hypotheek bezwaarde huis en thuis’.

Het verhaal krijgt nu een interessante wending. Hij trekt zich terug in het stadspark, achter een transformatorhuisje. Hij maakt er zijn plekje van en bezoekt dagelijks zijn dementerende moeder in het verzorgingstehuis. Zijn kinderen zoeken Verdegaal nog wel op, maar hij is onwrikbaar: hij zit hier goed. Dit is zijn bestemming.

Zijn ingewanden kalmeren:

Daar hurkte hij dan, de zelfbenoemde reiziger, de globetrotter zonder wereld, een wolkenridder in gevecht met hij wist niet wat, hij wist niet wie. Hoeveel zag om zich heen? De pluimen van de wilde hop, hoog opgeklommen tegen stammen en struiken, vogelkers en hulst, wit bestoven geweizwammetjes, de stuiptrekkingen van de schaduwminnende prachtframboos en de wilde hyacint, de moes van uitgebloeide bloemen en parken. (85)

Daar moet hij zien te overleven. Voortdurend doemt het beeld op van zijn vrouw die hem zegt dat ze maar even afstand moeten nemen. Hij moet eens nadenken wie hij is en wat hij wil. Daar in het park zou hij daaraan toe moeten komen, maar in het park is hij met iets anders bezig: overleven.

M.M. Schoenmakers: De wolkenridder. Roman. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2015. ISBN: 978 94 234 9296 2. 254 pagina’s. Prijs: € 18,90

Leesplezier – #50books

image

Het verlangen om te lezen is groot. Wat moet je lezen? Er ligt een aardige stapel met boeken die ik tegenkom en nog wil lezen. Soms stuit ik op de boeken bij het struinen door kringloopwinkels. Andere keren vind ik iets interessants bij de nieuwe aankopen van de bibliotheek.

Het gevaar bestaat namelijk dat je kringetjes gaat draaien in je boekenvoorkeuren. Juist die boeken die ik nog eens zou willen lezen, pak ik op die verloren momenten. Zo hoef je niet altijd zware boeken te lezen of het hele oeuvre van een schrijver in één keer. Dat zou namelijk snel vervelen en daarvoor is lezen veel te leuk.

Daarom doe ik ook mee met een initiatief als Een perfecte dag voor literatuur. Het brengt mij bij boeken waar ik niet zo snel aan zou denken. Niet dat het mij altijd goed uitkomt. Ik las bijvoorbeeld Jocelyne Sauciers roman Het regende vogels terwijl ik een ander boek had willen lezen. Het haalde het plezier in het lezen weg.

Ik las daarna lekker een paar boeken die ik snel uit had, zoals Remington van Bert Natter, de biografie van Henk van Woerden door Toef Jaeger en De wolkenridder van M.M. Schoenmakers.

Het boek van Jocelyne Saucier herlas ik omdat ik de inhoud nu helemaal vergeten was. Nu gebeurt er met volgende boek bijna hetzelfde. De onverwachte held van kamer 13B van Teresa Toten lokt mij nog niet om te gaan lezen. Ik denk dat ik nog maar even laat liggen en eerst iets ga lezen waar ik al langere tijd naar uitkijk.

Zoals de briefwisseling Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen van August Willemsen en de kunstenares Marian Plug. Ik vond het gisteren in de bibliotheek en ben al stiekem begonnen met lezen… Of gewoon een boek dat ik al een paar keer heb gelezen? Of een roman uit de stapel nog te lezen romans van Paul Theroux? Of een heerlijke Jan Wolkers? Er is zoveel keus…

#50books

Dit is het antwoord op vraag 19 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

De kip die dacht dat ze kon vliegen

image

Er zijn van die boekjes die je zo ineens tegenkomt. Het is voor mij de reden om bijvoorbeeld mee te doen met #eenperfectedagvoorliteratuur van Notjustanybook.nl. Juist dat onverwachte boek waar je zelf niet aan dacht, treft je.

Daarom loop ik elke week als ik op de markt ben, even de Nieuwe bibliotheek binnen. Dan kijk ik snel even bij de nieuwste aanwinsten. Zo zag ik vorige week liggen het boekje De kip die dacht dat ze kon vliegen van Sun-Mi Hwang. Misschien omdat ik nog niet zo’n zin heb in de dikke pil van Alex Boogers of om een andere reden, maar ik las het boekje deze week.

Modern Koreaans sprookje

Het is een modern Koreaans sprookje en gaat over een kip. Ze noemt zichzelf Spruitje. Het refereert naar de beginnende blaadjes aan de acaciaboom die voor haar kippenhok staat. Spruitje is de beste naam die ze aan zichzelf kon geven.

Een spruit groeide uit tot een blad en omhelsde de wind en de zon voordat hij neerviel, verging en veranderde in een mulch, waardoor er opnieuw kleurige bloemen konden groeien. Spruitje wilde iets doen met haar leven, net als de spruiten op de acacia. Daarom had ze zichzelf naar hen vernoemd. (14)

Het is haar geheim. Niemand noemt haar Spruitje. Ze noemt zichzelf zo. Spruitje is een legkip. Ze droomt ervan een ei te leggen en het uit te broeden. Het eieren leggen lukt wel, maar de boerin haalt steeds het ei weg.

image

Geen eieren meer

Als ze een ei zonder schil legt, neemt ze een radicaal besluit: ze legt geen eieren meer. Als de boer het ontdekt, haalt hij haar weg. Ze belandt in een open kuil met allemaal halfdode kippen op haar. Als ze wakker wordt, moedigt de wilde eend haar aan om te ontsnappen.

De mannetjeseend redt haar uit de klauwen van de hongerige wezel en regelt een plekje voor haar in de schuur. Daar mag ze niet blijven en ze leidt een zwervend bestaan in de omgeving van de boerderij. Continu bedreigt door het gevaar van de wezel, de boer en de wereld eromheen.

Alleen en verlaten

Als wilde eend haar verlaat en vriendschap sluit met een tamme eend van de boer, voelt Spruitje zich helemaal alleen. Tot ze op een avond veel lawaai hoort en wilde eend ziet bij een nest aan de waterkant. Er ligt één ei in het nest. Ze gaat erop zitten en broeden.

Onderwijl beschermt wilde eend haar voor de hongerige wezel. Als hij zijn leven opoffert voor zijn zoon, dan vertelt het verhaal over de bijzondere zoon die ze krijgt. Het is een eend, maar ze voedt hem op alsof het haar eigen kind is.

Sprookje over vrijheid

Daarmee is de novelle een prachtig sprookje over vrijheid, moederschap en eenzaamheid. Ze weet zich te handhaven in een woest wereld vol gevaar. Ze maakt hierbij duidelijk haar eigen keuze. De vrijheid vraagt ook heel veel van haar en wordt continu bedreigd.

Het sprookje van de Koreaanse SUn-Mi Hwang vertelt wat een sprookje hoort te vertellen. Het slaat een brug naar de wereld om je heen. Het kiezen voor vrijheid eist zijn tol, maar levert prachtige dingen op. Dat bewijst de kip Spruitje in De kip die dacht dat ze kon vliegen.

Sun-Mi Hwang: De kip die dacht dat ze kon vliegen. Met illustraties van Nomoco. Oorspronkelijke titel: Mandangeul naon amtakVertaling: TOTA/Erica van Rijsewijk. Haarlem: Uitgeverij Altamira, 2014. ISBN: 978 94 013 0155 8. 133 pagina’s.

Boekenstalletje

image

Nog niet eerder ben ik ertegen aangelopen: een boekenstalletje langs de weg waar je gratis boeken kunt pakken en mag meenemen. Ik tref het als ik samen met Doris een rondje fiets.

We zijn op zoek naar het IJsvogeltje dat ik een paar dagen eerder bij de Ankeveense plassen had gezien. Nu laat het vogeltje natuurlijk niet zien. Als we in Ankeveen aankomen, zie ik langs de weg ineens het boekenstalletje staan.

image

Er staan drie rijen boeken in die de belangstellende gratis mag meenemen. Ik zie er tot mijn verbazing best een paar interessante boeken. Een boek over verzamelen met de veelbelovende titel: Een collectie is ook maar een mens waarin Eddy de Wilde, Jean Leering, Rudi Fuchs en Jan Debbaut iets loslaten over verzamelen.

Daarnaast vind ik een klein literair juweeltje van Geert Mak Het eiland en een verzamelbundel met essay’s van Gerrit Komrij Drift, Het Komrijk van Bas Heijne. Dit laatste boekje is vorig jaar uitgegeven in een reeks met verzamelbundels, samengebracht door ondermeer Kees van Kooten, Tom Lanoye en Hanna Bervoets.

image

In het deeltje van Bas Heijne is naast bekend werk ook niet eerder gepubliceerd werk opgenomen, zoals – hoe kan het ook anders bij Bas Heije – de Frans Kellendonk-lezing uit 2011.

Gelukkig als een kind neem ik de boeken mee uit het boekenstalletje. Blij vooral voor het deeltje van Komrij’s werk. Ik stond er laatst nog weifelend voor in de boekwinkel.

image

Nu vind ik het op zoek naar het IJsvogeltje. Zo lijk je altijd iets te vinden wat je niet zoekt, terwijl wat je zoekt met de noorderzon vertrokken lijkt te zijn.

image

Bloesem – plog

image

Het lijkt of er nog meer bloemetjes aan de boom groeien dan een paar dagen geleden. Het zonnetje schijnt ook heerlijk en de sterke wind is afgezwakt. We nemen even pauze na de oversteek over het Gooimeer, de weg langs het Naardermeer met het kalfje en de spoorwegovergang die we net zijn overgestoken.

image

Het is een stuk drukker dan eerder die week. Bij het bruggetje liepen mensen. Ze maakten foto’s van de lammetjes in de wei. De wind in de rug fietste ook heerlijk. Nu eten we een versnapering voordat we verder gaan rijden in de richting van de Ankeveense plassen.

wpid-20150404_145908.jpgHier zag ik de vier haantjes. Ze kwamen naar mij toe en pikten wat van het paasbrood dat ik at. Nu staan ze een heel eind verderop. Ik tel er in de gauwigheid twee. Er steken twee flinke veerboogjes boven het hoge gras uit. De koppen verdwijnen steeds in het gras.

wpid-20150404_150627.jpgAls we weer verder rijden, langs de kazematten komen er in de naastliggende Vecht flinke boten met roeiers erin ons tegemoet. De stuurman achterin telt steeds tot 10 waarna hij weer bij 1 begint. Het valt Doris ook op. Naast de roeiboten waarin soms wel 10 man zitten te roeien, komen ons ook fietsers tegemoet.

wpid-20150404_151414.jpgZe kijken naar het water van de Vecht, roepen wat in de richting van de boten en kijken niet in onze richting. Zo dreigen we elkaar in de wielen te rijden, maar dan stappen ze af, gooien de fiets aan de kant van de weg en lopen naar een aanlegsteiger. De boten drijven voorbij, gedreven door de harde slagen van de roeiers. Elke slag en elke tel, klinkt er een slag.

wpid-20150404_151313.jpgWat verderop zou het slot Hinderdam in het water liggen. Omringd door het water laat Natuurmonumenten het oude verdedigingswerk aan zijn lot over. De natuur neemt het over. Ik zie geen wal of slot meer vanuit de verte.

image

Vanuit de lucht zou je nog de vorm van een vestingwerk kunnen zien. Vanaf de dijk is het niet te zien. Gelukkig duiken we van hier snel langs de veenplas. Natuurmonumenten probeert hier de vervening weer toe te laten.

image

Langs de waterplassen en tussen de bomen, zag ik een paar dagen eerder het IJsvogeltje. Een magisch, bijna goddelijk moment, maar nu is het diertje onvindbaar. Ik hoor het ook niet gillen. De hond die een paar dagen geleden achter mij aanzat, is er ook niet. Dat valt weer mee.

image

We slaan af in de richting van Ankeveen. Het fietspad ligt zo mooi tussen het water. Alleen de bomen aan weerszijden laten zien dat er hier ook echt land is. Geen ijsvogeltje, maar in het stille water weerspiegelt de wolkenhemel.

wpid-20150404_153753.jpgWe rijden Ankeveen binnen. Tot mijn verbazing vinden we daar een boekenstalletje. Er staan 3 boeken in die ik nog niet heb en mee naar huis mag nemen. Ik ben bijna net zo gelukkig als toen ik het ijsvogeltje zag.

Knooppunten

Dit is een deel van het fotoverhaal (plog) van een fietsritje dat ik gisteren maakte met Doris. Het liep via de volgende knooppunten (vanuit Almere). Tussen haakjes staan de optionele punten, omdat wij sommige stukjes afsneden.

Route: 35 – 01 – 34 – 30 – 26 – 18 (- 17) – 49 – 48 – 47 – 46 – 40 – 39 – 38 (- 08 – 10 – 37) – 34 – 33 – 18 – 25 – 31 – 33 (- 78 – 75 – 77) – 35

Goede Vrijdag en Dantes Divinia Commedia – #WOT

image

De Goddelijke Komedie van Dante opent op Goede Vrijdag in het jubeljaar 1300. De opening van dit magistrale werk waarin de dichter Dante afdaalt naar de hel, speelt in de tijd tussen Goede Vrijdag en Pasen.

Dante volgt daarmee letterlijk de raadselachtige woorden ‘nedergedaald ter helle’. De apostolische geloofsbelijdenis noemt dit de tussenliggende periode tussen de dood van Jezus en zijn opstanding op Paasmorgen.

Zo is deze periode perfect geschikt om Dantes Divinia Commedia te lezen. Voor zover het te redden is dit complexe werk van drie dikke delen in een week tijd door te worstelen. Vooral het laatste en derde deel vraagt veel aandacht vanwege zijn theologische en filosofische diepgang.

Ik lees de beschrijvingen van Dante mondjesmaat en merk dat ik na één Canto weer op adem moet komen. Wat een overdaad aan literatuur.

De afgelopen week gaf mij weer een onverwachte interesse voor het meesterwerk van Dante. Bij mijn afscheid van Ziggo kreeg ik van mijn collega’s prachtige cadeau’s waaronder een boekenbon. Daarvan kocht ik De Goddelijke Komedie in de vertaling van Rob Schouten. Het is de laatste vertaling die in het Nederlands is verschenen.

image

Toeval of niet. Een dag na de aankoop vond ik in de Kringloopwinkel van Naarden de vertaling van Bohl in drie dikke en fraaigebonden delen uit 1894-7. De aankopen wakkerden mijn belangstelling voor Dante weer helemaal aan. Ik zit weer helemaal in hoge literaire sferen, hoe diep de hel van Dante ook is.

Bekijk mijn Overzicht van Dante-vertalingen

#WOT

Vandaag doe ik mee met de #WoT van drspee.nl met als onderwerp Pasen. Dit initiatief is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Ik heb het ook een paar maanden gedaan, totdat @drspee het dit jaar overnam.

Alle de Wercken van Focquenbroch – #50books

wpid-20150322_134403.jpgHet oudste boek in mijn boekenkast is het boekwerk Alle de Wercken van Focquenbroch. Het boek uit 1679 bestaat uit drie delen en zit in een onooglijke band, maar het is wel de oorspronkelijke.

De houtsnedes aan het begin van elk deel zijn werkelijk een lust voor het oog, met heel treffende details, waarbij die van de Afrikaanse Thalia buitengewoon gedetailleerd en treffend is verbeeld. Alles zit in deze 3 houtsnedes van de hand van Schoonebeek.

image

Koopman en dichter

Focquenbroch is een koopman en een dichter die veel Latijns werk vertaalde. Dit is ook terug te vinden in het boekje dat ik in bezit heb onder de titel: De Aeneas van Virgilius in sijn Sondaeghs-pack.

Het is een allegaartje van dichtwerk, maar Focquenbroch is van alle markten thuis en reist de hele wereld rond met zijn dichtwerk. Niet alleen Afrika, waar hij een periode werkt en in 1670 ook sterft, maar ook Indië en Japan komen in zijn boek voor.

image

Taalgebruik

Het taalgebruik en vooral de spelling staan wat verder van ons af, maar het is heerlijk om te lezen. Focquenbroch staat bekend als een cynische dichter die veel satire in zijn poëzie verwerkt. Naast gedichten, schreef hij ook toneel (die zitten ook in mijn band uit 1697). De poëzie moet ook vaak gezongen zijn, zoals dit lied:

Wegh wegh ick verlaet het malle Vryen:
Faustina had wel eer mijn ziel bekoort;
Maer door de tijd is die Min gans versmoort,
Nu schyf ick het minnen heel ter syen
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

‘k Sal niet meer op liefd van Maegdenhoopen,
Gelijck ick eertijds op Faustina deê:
Neen losse Maegt. ‘k haet de pijn die ick leê,
Des soeck ick de Liefde nu ontloopen.
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

Een prachtig lied dat ook nu nog gezongen zou kunnen worden. Ik ken mooie reconstructies van liederen uit zeventiende en achttiende eeuw. Dit lied past daar uitstekend in. De tekst mag dan ver van ons af lijken te staan, maar als je je er een beetje in verdiept, kom je een heel eind.

Zo heb ik in huis iets uit de zeventiende eeuw, een lot uit een boekenlot dat ik voor iets anders had gekocht, blijkt een heel mooi kleinood te bevatten. En ik geniet ervan.

Lees zelf uit het werk van Focquenbroch dat ik in bezit heb op dbnl.nl

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.