Categorie archief: boeken

Mijn exemplaren van Ferdinand Huyck

image

Ik heb 2 exemplaren van Ferdinand Huyck in mijn boekenkast. Ze komen allebei uit de serie van Romantische werken die uitgeverij Sijthoff uit Leiden vaak herdrukte. De beide boeken zijn gebonden in een rode kaft, maar zijn van verschillend zetsel. Hierdoor telt het ene boek 436 pagina’s en het andere 498.

Het werk van Jacob van Lennep was tot ver in de 20e eeuws heel populair. De boeken zijn eindeloos herdrukt. Het boek Ferdinand Huyck behoort tot de populairdere romans van Van Lennep. Net als De roos van Dekama. Misschien dat het onderwerp best aansprak. Daarnaast zijn de boeken van Jacob van Lennep geschreven in een toegankelijke stijl.

image

Ik heb een exemplaar dat heeft toebehoord aan P.J. Biesmeijer. Hij schafte het exemplaar in maart 1890 aan. Of het boek echt stukgelezen is, weet ik niet. Het boek heeft wel veel geleden. Het band valt van de inhoud af en neemt daarbij de eerste en laatste pagina’s mee.

Misschien komt de schade ook door het dikke bundeltje papier dat aan het exemplaar is toegevoegd. Dat is gemaakt door een J. van der Spek in januari 1888 en is daarmee ouder dan dat P.J. Biesmeijer het boek aanschafte.

image

In een prachtige handschrift heeft J. van der Spek alle vreemde uitdrukkingen en woorden die in het boek voorkomen opgezocht en vertaald. Hij gaat hierin heel ver. Zo zoekt deze lezer naar de verklaring van woorden als ‘bagatelletje’, ‘croquettes’ en ‘intoleroble’. Daarnaast komen de vele mythologische figuren in de roman langs als Bacchus, Atlas en Hercules. Ook besteedt deze 19e eeuwse lezer aandacht aan de Franse zegswijzen die vooral de zus van Ferdinand Santje.

Daarmee geven deze notities een leuk inkijkje in de leeswijze van een 19e eeuwse lezer. Het maakt het uit elkaar vallende exemplaar van deze historische roman de moeite van het bezitten waard. Daarom kan ik het ook niet over mijn hart verkrijgen om juist dit boek van een nieuw omslag te voorzien.

image

Jacob van Lennep: De lotgevallen van Ferdinand Huyck. Leiden: Sijthoff [1882],[eerste druk 1840]. 498 pagina’s.

Boekje met opdracht

wpid-img_20150829_160804.jpgEr zijn van die boeken die tegenkomt en die erom vragen dat je ze meeneemt. Zo ben ik laatst na mijn werk naar Weesp gefietst voor de boekenmarkt in de Grote Kerk. Ik ben een enthousiaste bezoeker van deze halfjaarlijkse boekenmarkt.

Langgerekte tafels boordevol boeken staan in de kerk uitgestald en dan is het heerlijk grasduinen over de boekenruggen. Ik vind altijd wel leuke boeken. Deze keer valt mijn oog op een boek dat in een doosje zit. Het heet Firmin en gaat over een rat die helemaal gek is van boeken.

Daarnaast zie ik een boekje van Ivo de Wijs liggen met zijn verzen die hij voorgedragen heeft bij het radioprogramma Vroege Vogels. Gedichten over de natuur. Het boekje trekt vooral mijn aandacht omdat er zo’n mooie opdracht in staat: ‘Voor mijn moeder’ met een krabbel en dan de naam Ivo de Wijs.

Zo’n opdracht roept meer vragen op dan antwoorden. Is het echt voor zijn moeder of stond er bij het signeren iemand aan de kraam die een krabbel vroeg voor zijn moeder? Een grapjas als Ivo de Wijs zet zoiets wel voorin zijn boekje met verzen.

Zo kan ik heerlijk turen naar zo’n opdracht en verder verzinnen voor wie Ivo de Wijs dit nu echt heeft geschreven.

Vorm of vent – #50books

image

De boekenvraag van Peter deze week doet mij denken aan de vorm-vent-discussie. Deze discussie keert regelmatig in verschillende vormen terug. Dat geldt niet alleen voor de literatuur, maar ook voor andere kunsten als muziek of de schilderkunst.

De vraag in deze discussie is: in hoeverre draait het om de maker van het kunstwerk? Oftewel is het kunstwerk autonoom aan de maker ervan?

Vorm of vent

Kies je voor de vorm, dan is de maker niet zo belangrijk. In de tijd van deze discussie, tussen de 2 wereldoorlogen in het tijdschrift Forum, bezigde de dichter Nijhoff dit standpunt. Vraag je je bij een Perzisch tapijtje af wie het gemaakt heeft?

Nee, was zijn antwoord: je kijkt alleen naar de schoonheid en wie het gemaakt heeft is niet belangrijk. Het draait om het kunstwerk zelf en niet om zijn maker. De kunst is een zelfstandig, organische entiteit.

Maker wel stempel op kunstwerk

Aan de andere kant stonden Menno ter Braak en Eddy du Perron. Zij stelden dat de maker, de vent, juist een stempel op het kunstwerk drukte op het werk dat het gecreëerd had. Het draait volgens hen wel om de maker. Zij vinden hem ook verantwoordelijk voor het geschrevene.

Dat staat in schril contrast met onze literaire opvattingen. Schrijvers zijn niet verantwoordelijk voor wat hun personages zeggen en doen. Al gaat deze opvatting erg beperkt op. Sommige schrijvers worden wel verantwoordelijk gehouden voor wat hun personages zeggen en doen.

Dubbele houding

Deze dubbele houding blijft spelen. Ik ben vanuit mijn studie literatuurwetenschap erg gevoed door het literaire werk als zelfstandig object. In mijn ogen draait het vooral om de lezer die de tekst duidt. Ik als lezer geef de tekst betekenis. De tekst bestaat alleen doordat de lezer hem leest. Zonder hem is het werk betekenisloos.

Daarom geloof ik ook niet in auteursintentie. Zeker een auteur kan iets bedoelen met een tekst, maar het is de vraag of ik die bedoeling eruit haal. Voor mij draait het om wat het kunstwerk met mij doet. Wat denk ik dat het is. Die betekenis beantwoordt veel sterker aan het kunstwerk dan wat de maker ‘bedoeld’ zou hebben.

Schrijver wel belangrijk

Tegelijkertijd zie ik dat het voor veel lezers wel belangrijk is wie de tekst geschreven heeft. De autoriteit die sommige auteurs hebben, staat dan zeker centraal. Arnon Grünberg die iets over de oorlog schrijft, is iets anders dan wanneer Geert Mak dat doet. Dan kun je de tekst nog zo graag als autonoom willen zien, de missie mislukt. De leeshouding van lezer verschilt bij het lezen van teksten van deze 2 auteurs.

Ik ben zelf heel enthousiast over geheimzinnige schrijvers die zichzelf niet op de voorgrond zetten. Zo is een schrijver als Nescio een voorbeeld. Niemand weet wie deze man was, maar zijn literaire werk is een begrip.

Dagboeken

Hetzelfde geldt voor de dagboeken van iemand als Victor Klemperer, die pas na zijn dood werden gepubliceerd. Hetzelfde geldt voor auteurs als F.B. Hotz of Bob den Uyl. Zij vonden zichzelf niet belangrijker dan hun werk. Daarmee heeft een werk een heel andere positie dan deze schrijvers.

Vanuit mensen is het effect ook precies andersom: je leest het werk niet omdat je meer van hen wilt weten, maar na het lezen van hun boeken wil je de biografie lezen om meer over de mens achter het boek te weten te komen.

Daarmee heeft het boek waarbij de schrijver niet zo sterk op de voorgrond treedt, minstens zoveel overlevingskansen als het boek waarvan de schrijver bekend of zelfs bekender is dan het boek.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  33 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Mijn ultieme reisboek: De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux – #50books

image

Zo lang lees ik nog geen reisverslagen. Ik vond het vooral overdreven beschouwingen van reisjes. Bij het lezen vroeg ik mij altijd af in hoeverre het verhaal niet is aangedikt met verzonnen situaties.

Alleen mijn geliefde schrijver Junghuhn had wel een heel mooi reisverslag geschreven. Zo mooi dat ik het redigeerde en er een uit te geven editie voor maakte als afstudeerscriptie. Net als dat ik bij mijn reis door Italië met Goethes Italiaanse reis in de hand door het land trok.

Pas later ontdekte ik het reisverhaal. Ik las Paul Theroux: De grote spoorwegcarrousel. Wat een boek is dat zeg. De verteller reist per spoor door Europa en Azië. Hij zit voornamelijk in de trein, maar weet prachtige verhalen los te krijgen van en over zijn medepassagiers.

Het verhaal over Duffill werkelijk subliem. De verteller weet hier de persoon tegenover wie hij zit zeer treffend te beschrijven. Je ziet hem tegenover je zitten. Je vergeet dat je aan het lezen bent, je zit gewoon in de trein tegenover meneer Duffill.

De kracht van Paul Theroux’ oeuvre is wel dat hij 10 jaar later op zoek gaat naar meneer Duffill. Hij is dan op rondreis door Engeland en doet de woonplaats van zijn oud-reisgenoot in de Oriënt-Expres aan. De opmerkelijke Engelsman is al een paar jaar eerder overleden. Paul Theroux ontdekt dat Duffill voor de geheime politie werkte.

Juist die verhalen over mislukkingen en beschrijvingen van medereizigers maken zijn boeken tot een feest om te lezen. Als hij op weg is naar China zit hij weer in de Oriënt-Expres. Hij reist met een gezelschap dat zijn boek De grote spoorwegcarrousel leest. Hoe hij zichzelf hierbij weet neer te zetten is van een ongekende kracht. Ik geniet van dit soort observaties en zelfspot.

Daarom kan ik maar moeilijk een keuze maken. Voor mij behoort De grote spoorwegcarrousel zeker tot een meesterwerk van het reisverhaal. Een andere meester ontdekte ik jaren later: dat is de Engelsman Redmond O’Hanlon. Hij heeft een heel behapbaar reisverhalen oeuvre, maar hij weet je overtuigend mee te nemen op zijn reizen.

Ook hier speelt de zelfspot een belangrijke rol. Je geniet van de situaties waarin deze natuurliefhebber verzeild raakt. Ongetwijfeld behoort zijn tweede boek Tussen Orinoco en Amazone tot het hoogtepunt uit zijn oeuvre. Vooral als zijn reisgenoot Simon Stockton hem in de steek laat.

Dit soort reisboeken zijn altijd goed te lezen. Ook omdat de ontberingen centraal staan. Het toont het reizen in een ander daglicht: dat van de lijdende reiziger die nauwelijks kan genieten. Hij moet overnachten in smerige hotels, poepen in het oerwoud, elk moment malaria kan oplopen en op zijn minst aan de schijt is.

De waarheid is dan wat minder belangrijk. Het draait bij de boeken van Paul Theroux en van Redmond O’Hanlon om het hele verhaal. Dat staat in dienst van de eigenlijke reis. De boeken lezen als een roman. Uiteindelijk voelt het alsof je anders het boek uitstapt dan je eraan begonnen bent. Iets wat ik betwijfel bij veel hedendaagse reizigers: zij komen alleen met een bruin kleurtje terug, maar zijn zelf niet veranderd.

Ook bij het reisverhaal draait het niet zozeer om de reis die de verteller maakt, maar meer om het verhaal en de ontwikkeling die hij doormaakt. Wat is de uitwerking van het landschap op hem en hoe gedragen de mensen die hij ontmoet zich.

Dat verklaart misschien ook dat de grenslijn tussen een reisverhaal en een roman niet altijd goed te trekken is. Zo geniet ik ook van de romans van Paul Theroux. Al is zijn reisboek De grote spoorwegcarrousel niet te overtreffen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  32 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Vertalen

image

Misschien was August Willemsen wel de beste vertaler van Nederland. Hij heeft de Braziliaanse en Portugese literatuur naar Nederland gebracht. Zonder hem zouden de prachtige gedichten van Fernando Pessoa en Carlos Drummond de Andrade niet bereikt hebben.

Dat is niet alleen te danken aan zijn noeste arbeid. Hij heeft het oeuvre van Pessoa voor een groot deel vertaald. Vrijwel de hele poëzie van de Portugese dichter heeft Willemsen naar het Nederlands vertaald. De schoonheid van dit noeste vertaalwerk is vooral te danken aan de enorme kracht die uit zijn vertalingen spreekt. Zijn vertalingen slaan een brug tussen het Portugees en het Nederlands.

Dat geldt zeker ook voor de Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade. Hij heeft de liefdespoëzie samen met de erotische poëzie van deze bijzondere dichter heel mooi op de kaart gezet. De documentaire “O Amor Natural” van Heddy Honigmann laat prachtig zien wat de erotische gedichten met de Brazilianen doen.

Bij deze documentaire uit 1993 is August Willemsen eveneens betrokken geweest. Hij vertaalde de gedichten uit de bijzondere bundel O Amor Natural op onnavolgbare wijze naar het Nederlands in De liefde, natuurlijk. Hij deed al vrij snel nadat de bundel waar al lang over gespeculeerd werd, in Portugal uitkwam.

In de briefwisseling tussen August Willemsen en Marian Plug, Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen is ook een heel mooi college over vertalen opgenomen. August Willemsen heeft dit voorgedragen bij de presentatie van een nieuwe tentoonstelling van de schilderes Marian Plug.

Hij neemt hierin zijn toehoorders mee bij het vertalen van een gedicht. Zoals Gerrit Komrij in zijn tweede Albert Verwey-lezing deed bij het schrijven van een gedicht, zo voert August Willemsen zijn luisteraars mee in het vertaalproces.

Hij neemt je helemaal mee bij de overwegingen en afwegingen van de vertaler. Moet je letterlijk vertalen of probeer je juist hetzelfde gevoel op te roepen. Voor August Willemsen is het geen zaak van letterlijk of vrij. De uitdrukking en strekking van een gedicht vertalen zijn soms belangrijker dan een gedicht letterlijk woord voor woord overzetten.

Deze lezing over vertalen is voor mij het mooiste deel uit de bundel brieven die uitgeverij De Arbeiderspers onlangs uitbracht. Het vormt een prachtige aanvulling op het oeuvre van vertalingen, brieven en verhalen van deze bijzondere ambassadeur van de Portugese en Braziliaanse letteren.

Lees mijn bespreking van August Willemsens brievenbundel bij Litnet

August Willemsen: Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen. Briefwisseling met Marian Plug. Met een voorwoord van Maarten Asscher. Bezorgd door Joost Meuwissen. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2014. Privé-domein, nr. 280. ISBN: 978 90 295 8979 6. 301 pagina’s. Prijs: € 24,95.

Schuilen in de kelders

image

Het bombardement op Dresden behoort tot de tactiek zoals Jörg Friedrich in zijn boek De brand schrijft:

Men wilde hier een ‘donderslag’ teweegbrengen, een reusachtig bloedbad met 100000 doden; (362)

Het werd Dresden na een mislukte aanval op Berlijn waarbij ‘slechts’ 2893 slachtoffers vielen in plaats van de bedachte 110000. Het plan zou ondermeer door Winston Churchill zijn bedacht. De latere Nobelprijswinnaar (weliswaar voor de literatuur) had het idee dat ‘Moral Bombing’ wel zou helpen om Hitler op de knieën te krijgen.

Hij vergiste zich. Ook het bombardement op Dresden leverde niet de slachting op zoals hij en de militaire leiders bedacht hadden. In Dresden vielen ongeveer 40.000 doden.

In Dresden vielen de slachtoffers vooral door de beoogde tactiek. Ze wisten zich schuil te houden in de aaneengeschakelde kelders onder de oude binnenstad. Na de eerste bommenregen, kwamen ze weer tevoorschijn en vluchtten naar de corridors, een groenzone aan de oever van de Elbe en hogerop in het Grosser Garten. Hier konden de burgers niet meer vluchten.

Dat daarna nog een derde aanval komt van de Amerikanen, schrijven Henri Coulonges en Harry Mulisch in hun romans. De geallieerden misdragen zich hier en schieten moedwillig mensen neer.

Het levert totale verwarring op. Ongetwijfeld de bedoeling van de geallieerden, maar in mijn ogen zijn het zeer grote oorlogsmisdaden. Oorlogsmisdaden waar niemand voor berecht is.

Vertrokken

Deze week sta ik stil bij de roman Vertrokken van Henri Coulonges, dit voorjaar – 70 jaar na het bombardement op Dresden – uitgegeven door Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Henri Coulognes: Vertrokken. Oorspronkelijke titel: L’adieu à la femme sauvage (1979). Vertaling: Geertui Maks en Lia Tuijtelaar. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015. ISBN: 987 90 468 1863 3. Prijs: € 24,95. 448 pagina’s.

Afraders – #50books

image

Boeken die je leest en waarvan je spijt hebt dat je ze gelezen hebt, is iets anders dan een boek dat je iedereen afraad om te gaan lezen. Bij de meeste boeken heb ik nog zoiets dat een ander er misschien wel iets aan kan beleven. Ik vind het niks aan, maar dat hoeft niet voor iedereen te gelden.

Een boek dat je afraadt om te gaan lezen, is een boek waarin je teleurgesteld bent. Iets waar je veel van verwacht had, maar waarvan de uitkomst vies tegenvalt. Die boeken zijn niet zo rijk vertegenwoordigd. Meestal ben ik mild en laat iedereen zelf iets van een boek vinden.

Als door wesp gestoken

Dat betekent niet dat veel schrijvers en uitgevers als je je negatief uitlaat over een boek, reageren als door een wesp gestoken. Een bespreking waar je niet zo enthousiast bent over een boek, betekent nog niet dat het boek slecht is.

Overigens hebben organisten nog langere tenen als het aankomt op kritische besprekingen. Het heeft ervoor gezorgd dat orgelnieuws mijn bijdrages niet meer wil hebben. Daarbij krijg ik zo ongeveer elk jaar het verzoek van een organist uit het oosten van het land om mijn bespreking van zijn concert uit 2010 van mijn blog te verwijderen.

Niet schrijven over slechte boeken

Dan naar de vraag van Petepel: een boek dat ik onlangs nog gelezen heb en dat ik iedereen afraad om te lezen. Meestal schrijf ik niet over boeken die ik niks vond. Echt waar, ik lees wel wat meer dan waar ik hier over schrijf.

De boekenweekgeschenken bijvoorbeeld. Ik lees ze elk jaar weer in de hoop dat het eindelijk eens beter wordt. De hoop is al na enkele bladzijdes vervlogen, maar ik houd het toch eventjes vol.

Zonder plezier gelezen

Nou vooruit, een boek waar ik niet veel plezier in had om te lezen en waarbij ik mij echt afvraag of iemand anders het ook zou moeten lezen:

Sarah Meuleman: De zes levens van Sophie. Een boek waar ik grote verwachtingen van had. De thematiek van 3 vrouwen die worstelen met hun identiteit, die vechten voor hun positie in de maatschappij in combinatie met het verhaal van een jonge vrouw in New York.

Aanstellerig boek

Het blijft steken in een aanstellerig boek dat een irriterende vorm van eruditie bevat. Eruditie die eerder een gebrek verbergt dan een bepaalde intelligetie laat zien.

Ik vind bijvoorbeeld het boek van Emma Curvers ook niet zo heel sterk geschreven. Er kunnen allerlei elementen beter in, maar het boek bevat in de kern een mooi verhaal met veel sterke elementen. Misschien dat de redactie van de uitgeverij wat meer moeite zou kunnen besteden aan het oppoetsen van dergelijke debuten. Het zou zo’n boek met een paar handzame tips zoveel mooier maken.

Aanrader?

Zou ik nu iemand die in de trein tegenover mij met het boek van Sarah Meulemans roman De zes levens van Sophie zit te lezen, het boek uit de handen trekken en uit het open raam gooien? Zou ik die persoon ernstig aanspreken vooral te stoppen met het lezen van dit boek?

Nee, ik zou hem of haar heerlijk aan zijn of haar lot overlaten. Een mening wordt het beste gevormd als je het zelf ervaart. Dus misschien schuilt er in mijn afrader een grotere aanrader.

Van walging naar lieveling

Daar komt nog bij dat de boeken waar ik vroeger van walgde, nu mijn lievelingsboeken zijn. Het kan dus best gebeuren dat je je eigen mening moet herzien.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  27 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

50 tinten – #50books

50-tinten

Teveel seks of juist te expliciet. Je kunt van 50 tinten – Grijs alles vinden. Het was 3 jaar geleden een complete hype. Ik weet niet of dat te evenaren is met een nieuw deel, gezien vanuit het perspectief van het mannelijk personage.

Er heerste hier in huis ook even die opwinding. Op facebook en twitter schreven voornamelijk veel vrouwen over dit boek. Het boek doet het meest aan een kasteelromannetje denken, waarbij de lezer heerlijk mag wegzwijmelen in de avonturen van deze schatrijke man en de jonge studente.

Toen Inge – mijn Inge – aan het boek begon, aangemoedigd door een groep enthousiastelingen op facebook, heb ik het ook in mijn handen genomen en ben begonnen. Een verhaal dat een enorme spanningsopbouw bezit, gedreven door seks. In dat opzicht best aardig, maar het begon mij gaandeweg te vervelen.

Ik vond de seksscènes meer en meer oponthoud opleveren. Daarmee verdween voor mij de nieuwsgierigheid naar de rest van het verhaal. Zodoende haakte ik ergens halverwege af. Het verliep in mijn ogen te traag en voorspelbaar. Dat ze elkaar zouden krijgen, sprak voor zich. Alleen hoefde ik niet te weten hoe die lange draad eindelijk afgesponnen zou worden.

Wat ik wel mooi vind aan het boek is hoe het op de markt gekomen is. E.L. James plaatste het verhaal oorspronkelijk op een forum voor liefhebbers van dit soort seksueel getinte verhalen. Een uitgever zag er iets in en spoorde haar aan het verhaal te herschrijven tot de verbraafde versie die het nu geworden is.

Een jaar na de hype lagen de boeken al in de kringloopwinkels voor veel schappelijkere prijzen. Op een boekenmarkt zag ik eens 2 oudere dames rondlopen. Eentje haalde het boek van het schap en tikte haar buurvrouw aan.

Ze keek er heel ondeugend bij naar haar vriendin. ‘Is dit niks?’ vroeg ze. Ze kregen iets van 2 meisjes. Ze giechelden en keken sluiks in mijn richting. ‘Of zou die meneer het willen hebben?’

Ik vond het vooral heel schattig en genoot daar meer van dan mij te laten verleiden tot een reactie.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  26 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Achteraf betalen – #50books

image

Is iets van waarde gratis? Soms verbaas ik mij erover dat mensen voor iets onbenulligs heel veel geld neertellen. Het voorwerp krijgt er wel waarde mee. Iedereen wil voor een dubbeltje op de eerste rij zitten, maar als iets gratis is, heeft het dan waarde?

Ik weet het niet. Het commentaar op de krant De Pers was dat het gratis was. Het was een perfecte krant, hele goede en gedegen artikelen, maar gratis. Dat het gratis was deed dus afbreuk aan de kwaliteit. Daarmee verdween de krant van het toneel. Iets dat gratis was, kon toch nooit goed zijn?

Een paar jaar geleden bracht ik een gedichtencyclus onder in een boekje en liet het als gratis download achter op mijn website. Het boekje is een keer of 50 gedownload. Ik heb er misschien niet genoeg reclame voor gemaakt of de kwaliteit was onder de maat. Maar ik heb de stellige indruk dat veel lezers het boek bij voorbaat al minder interessant vinden omdat het gratis was.

Het initiatief van Paul Coeho waar Peter over schrijft, is natuurlijk best leuk, maar ik geloof er niet in. Als mensen iets gratis aangeboden krijgen, zullen ze na afloop beduidend minder geld geven dan wanneer ze vooraf betalen.

Het voordeel als je iets gratis aanbiedt, is dat je na afloop alleen complimenten krijgt als het meevalt. Mensen durven niet zo goed te zeggen dat het niet deugt als het gratis is. Je hebt er niets voor betaald, dus je mag niet een bepaalde kwaliteit verwachten.

De Social Media Club Almere is ook gratis. Na afloop kunnen de bezoekers een donatie in de collectebus stoppen. De laatste spreker gelooft daar niet in, zei ze. Waardebepaling achteraf geeft het evenement minder waarde dan vooraf entree heffen, vindt zij. Al hielp haar betoog aan het einde van de avond waarop ze sprak wel mee om de collectebus te vullen.

Dat geldt zeker ook voor de boeken die Paul Coeho gratis aanbiedt. Het begint er al mee dat zijn bestsellers niet in de lijst staan. Hij heeft zelf al een gradatie toegepast. Dat laat al een bepaalde indruk bij de lezer achter.

Je ziet het gebeuren bij veel e-books die mensen illegaal downloaden. Ze halen misschien wel honderden boeken binnen, maar ze lezen er enkele. Het levert voornamelijk inhaligheid op en veel minder leesplezier.

Dan geloof ik meer in het concept dat je een boek krijgt toegestuurd en moet lezen om er iets over te schrijven. Ik krijg soms een boek waar ik zelf niet zo snel op zou zijn gekomen om het te lezen. Dan ben ik heel blij met de ontdekking die ik doe. De deal: ik schrijf erover zorgt ervoor dat ik het boek lees. En de uitgever krijgt weer een mooie online attentie over zijn boek.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  25 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Vakantieboeken – Wat moet je meenemen?

image

Buiten het feit dat ik nog helemaal niet (mijn) vakantie bezig ben en ik mij afvraag of ik in de vakantie meer lees dan daarbuiten. De vraag wat ik ga lezen in mijn vakantie is daarmee veel meer een vraag waar ik op dat moment zin in heb.

De dikke boeken waar veel mensen mee op de proppen komen, passen vaak helemaal niet in een vakantie. Je moet tot rust komen. Een dik boek suggereert dat je de rust al hebt, maar je gaat juist op vakantie om de rust te vinden. Teruggaan met een halfgelezen dik boek werkt daarom alleen maar op de zenuwen.

Ik zou adviseren ook wat dunnere exemplaren mee te nemen. Al zal het digitale leesboek de mogelijkheid geven op pad te gaan met een halve bibliotheek. Zo verdwijnt de selectie vooraf, maar bestaat ook het gevaar dat je tijdens je vakantie geen keuze kunt maken. Het e-book geeft een heel andere leeshouding. Eentje waaraan ik mij nog niet durf over te geven.

Daarom kan het geen kwaad een boek uit te kiezen dat je in een dagje of 2 à 3 uit kunt hebben. Ook kan het helpen een boek mee te nemen dat je al een keer gelezen hebt en dat je nog op je verlanglijstje hebt staan.

Neem ook wat mee dat aansluit bij de vakantiebestemming en vergeet niet een dichtbundeltje mee te nemen. Een dichtbundeltje is als een doosje bonbons. Je neemt er af en toe eentje en geniet daarvan.

Op mijn verlanglijstje voor deze zomer staat nog een boek van Paul Theroux. Ik lees van hem een paar boeken per jaar. Zo verover ik langzaam zijn hele oeuvre. Ik zou het misschien allemaal in één keer willen lezen, maar ik wil er juist van genieten.

Ook heb ik het voornemen eens een boek van Jacob van Lennep te gaan lezen. De historische roman Ferdinand Huyck vertelt over het Gooi. Een gevaarlijk stukje om te reizen in de 18e eeuw, de tijd waarin deze historische roman speelt. In die tijd zaten in het Gooi gevaarlijke bendes die reizigers beroofden.

Als ik dan nog wat tijd over heb, ga ik heerlijk een reisboek (her)lezen, een boek van Jack Kerouac voor de energie, een paar mooie essays van Gerrit Komrij en een dikke pil van André Brink. Ik ben erg nieuwsgierig naar zijn memoires Tweesprong. Er ligt dus genoeg in het bakje voornemens.

Benieuwd naar wat ik daadwerkelijk lees. Het zal wel weer wat anders zijn. Want nogmaals, het zijn plannen om boeken te lezen en die wisselen voortdurend.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  24 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.