Categorie archief: boeken

De kip die dacht dat ze kon vliegen

image

Er zijn van die boekjes die je zo ineens tegenkomt. Het is voor mij de reden om bijvoorbeeld mee te doen met #eenperfectedagvoorliteratuur van Notjustanybook.nl. Juist dat onverwachte boek waar je zelf niet aan dacht, treft je.

Daarom loop ik elke week als ik op de markt ben, even de Nieuwe bibliotheek binnen. Dan kijk ik snel even bij de nieuwste aanwinsten. Zo zag ik vorige week liggen het boekje De kip die dacht dat ze kon vliegen van Sun-Mi Hwang. Misschien omdat ik nog niet zo’n zin heb in de dikke pil van Alex Boogers of om een andere reden, maar ik las het boekje deze week.

Modern Koreaans sprookje

Het is een modern Koreaans sprookje en gaat over een kip. Ze noemt zichzelf Spruitje. Het refereert naar de beginnende blaadjes aan de acaciaboom die voor haar kippenhok staat. Spruitje is de beste naam die ze aan zichzelf kon geven.

Een spruit groeide uit tot een blad en omhelsde de wind en de zon voordat hij neerviel, verging en veranderde in een mulch, waardoor er opnieuw kleurige bloemen konden groeien. Spruitje wilde iets doen met haar leven, net als de spruiten op de acacia. Daarom had ze zichzelf naar hen vernoemd. (14)

Het is haar geheim. Niemand noemt haar Spruitje. Ze noemt zichzelf zo. Spruitje is een legkip. Ze droomt ervan een ei te leggen en het uit te broeden. Het eieren leggen lukt wel, maar de boerin haalt steeds het ei weg.

image

Geen eieren meer

Als ze een ei zonder schil legt, neemt ze een radicaal besluit: ze legt geen eieren meer. Als de boer het ontdekt, haalt hij haar weg. Ze belandt in een open kuil met allemaal halfdode kippen op haar. Als ze wakker wordt, moedigt de wilde eend haar aan om te ontsnappen.

De mannetjeseend redt haar uit de klauwen van de hongerige wezel en regelt een plekje voor haar in de schuur. Daar mag ze niet blijven en ze leidt een zwervend bestaan in de omgeving van de boerderij. Continu bedreigt door het gevaar van de wezel, de boer en de wereld eromheen.

Alleen en verlaten

Als wilde eend haar verlaat en vriendschap sluit met een tamme eend van de boer, voelt Spruitje zich helemaal alleen. Tot ze op een avond veel lawaai hoort en wilde eend ziet bij een nest aan de waterkant. Er ligt één ei in het nest. Ze gaat erop zitten en broeden.

Onderwijl beschermt wilde eend haar voor de hongerige wezel. Als hij zijn leven opoffert voor zijn zoon, dan vertelt het verhaal over de bijzondere zoon die ze krijgt. Het is een eend, maar ze voedt hem op alsof het haar eigen kind is.

Sprookje over vrijheid

Daarmee is de novelle een prachtig sprookje over vrijheid, moederschap en eenzaamheid. Ze weet zich te handhaven in een woest wereld vol gevaar. Ze maakt hierbij duidelijk haar eigen keuze. De vrijheid vraagt ook heel veel van haar en wordt continu bedreigd.

Het sprookje van de Koreaanse SUn-Mi Hwang vertelt wat een sprookje hoort te vertellen. Het slaat een brug naar de wereld om je heen. Het kiezen voor vrijheid eist zijn tol, maar levert prachtige dingen op. Dat bewijst de kip Spruitje in De kip die dacht dat ze kon vliegen.

Sun-Mi Hwang: De kip die dacht dat ze kon vliegen. Met illustraties van Nomoco. Oorspronkelijke titel: Mandangeul naon amtakVertaling: TOTA/Erica van Rijsewijk. Haarlem: Uitgeverij Altamira, 2014. ISBN: 978 94 013 0155 8. 133 pagina’s.

Boekenstalletje

image

Nog niet eerder ben ik ertegen aangelopen: een boekenstalletje langs de weg waar je gratis boeken kunt pakken en mag meenemen. Ik tref het als ik samen met Doris een rondje fiets.

We zijn op zoek naar het IJsvogeltje dat ik een paar dagen eerder bij de Ankeveense plassen had gezien. Nu laat het vogeltje natuurlijk niet zien. Als we in Ankeveen aankomen, zie ik langs de weg ineens het boekenstalletje staan.

image

Er staan drie rijen boeken in die de belangstellende gratis mag meenemen. Ik zie er tot mijn verbazing best een paar interessante boeken. Een boek over verzamelen met de veelbelovende titel: Een collectie is ook maar een mens waarin Eddy de Wilde, Jean Leering, Rudi Fuchs en Jan Debbaut iets loslaten over verzamelen.

Daarnaast vind ik een klein literair juweeltje van Geert Mak Het eiland en een verzamelbundel met essay’s van Gerrit Komrij Drift, Het Komrijk van Bas Heijne. Dit laatste boekje is vorig jaar uitgegeven in een reeks met verzamelbundels, samengebracht door ondermeer Kees van Kooten, Tom Lanoye en Hanna Bervoets.

image

In het deeltje van Bas Heijne is naast bekend werk ook niet eerder gepubliceerd werk opgenomen, zoals – hoe kan het ook anders bij Bas Heije – de Frans Kellendonk-lezing uit 2011.

Gelukkig als een kind neem ik de boeken mee uit het boekenstalletje. Blij vooral voor het deeltje van Komrij’s werk. Ik stond er laatst nog weifelend voor in de boekwinkel.

image

Nu vind ik het op zoek naar het IJsvogeltje. Zo lijk je altijd iets te vinden wat je niet zoekt, terwijl wat je zoekt met de noorderzon vertrokken lijkt te zijn.

image

Bloesem – plog

image

Het lijkt of er nog meer bloemetjes aan de boom groeien dan een paar dagen geleden. Het zonnetje schijnt ook heerlijk en de sterke wind is afgezwakt. We nemen even pauze na de oversteek over het Gooimeer, de weg langs het Naardermeer met het kalfje en de spoorwegovergang die we net zijn overgestoken.

image

Het is een stuk drukker dan eerder die week. Bij het bruggetje liepen mensen. Ze maakten foto’s van de lammetjes in de wei. De wind in de rug fietste ook heerlijk. Nu eten we een versnapering voordat we verder gaan rijden in de richting van de Ankeveense plassen.

wpid-20150404_145908.jpgHier zag ik de vier haantjes. Ze kwamen naar mij toe en pikten wat van het paasbrood dat ik at. Nu staan ze een heel eind verderop. Ik tel er in de gauwigheid twee. Er steken twee flinke veerboogjes boven het hoge gras uit. De koppen verdwijnen steeds in het gras.

wpid-20150404_150627.jpgAls we weer verder rijden, langs de kazematten komen er in de naastliggende Vecht flinke boten met roeiers erin ons tegemoet. De stuurman achterin telt steeds tot 10 waarna hij weer bij 1 begint. Het valt Doris ook op. Naast de roeiboten waarin soms wel 10 man zitten te roeien, komen ons ook fietsers tegemoet.

wpid-20150404_151414.jpgZe kijken naar het water van de Vecht, roepen wat in de richting van de boten en kijken niet in onze richting. Zo dreigen we elkaar in de wielen te rijden, maar dan stappen ze af, gooien de fiets aan de kant van de weg en lopen naar een aanlegsteiger. De boten drijven voorbij, gedreven door de harde slagen van de roeiers. Elke slag en elke tel, klinkt er een slag.

wpid-20150404_151313.jpgWat verderop zou het slot Hinderdam in het water liggen. Omringd door het water laat Natuurmonumenten het oude verdedigingswerk aan zijn lot over. De natuur neemt het over. Ik zie geen wal of slot meer vanuit de verte.

image

Vanuit de lucht zou je nog de vorm van een vestingwerk kunnen zien. Vanaf de dijk is het niet te zien. Gelukkig duiken we van hier snel langs de veenplas. Natuurmonumenten probeert hier de vervening weer toe te laten.

image

Langs de waterplassen en tussen de bomen, zag ik een paar dagen eerder het IJsvogeltje. Een magisch, bijna goddelijk moment, maar nu is het diertje onvindbaar. Ik hoor het ook niet gillen. De hond die een paar dagen geleden achter mij aanzat, is er ook niet. Dat valt weer mee.

image

We slaan af in de richting van Ankeveen. Het fietspad ligt zo mooi tussen het water. Alleen de bomen aan weerszijden laten zien dat er hier ook echt land is. Geen ijsvogeltje, maar in het stille water weerspiegelt de wolkenhemel.

wpid-20150404_153753.jpgWe rijden Ankeveen binnen. Tot mijn verbazing vinden we daar een boekenstalletje. Er staan 3 boeken in die ik nog niet heb en mee naar huis mag nemen. Ik ben bijna net zo gelukkig als toen ik het ijsvogeltje zag.

Knooppunten

Dit is een deel van het fotoverhaal (plog) van een fietsritje dat ik gisteren maakte met Doris. Het liep via de volgende knooppunten (vanuit Almere). Tussen haakjes staan de optionele punten, omdat wij sommige stukjes afsneden.

Route: 35 – 01 – 34 – 30 – 26 – 18 (- 17) – 49 – 48 – 47 – 46 – 40 – 39 – 38 (- 08 – 10 – 37) – 34 – 33 – 18 – 25 – 31 – 33 (- 78 – 75 – 77) – 35

Goede Vrijdag en Dantes Divinia Commedia – #WOT

image

De Goddelijke Komedie van Dante opent op Goede Vrijdag in het jubeljaar 1300. De opening van dit magistrale werk waarin de dichter Dante afdaalt naar de hel, speelt in de tijd tussen Goede Vrijdag en Pasen.

Dante volgt daarmee letterlijk de raadselachtige woorden ‘nedergedaald ter helle’. De apostolische geloofsbelijdenis noemt dit de tussenliggende periode tussen de dood van Jezus en zijn opstanding op Paasmorgen.

Zo is deze periode perfect geschikt om Dantes Divinia Commedia te lezen. Voor zover het te redden is dit complexe werk van drie dikke delen in een week tijd door te worstelen. Vooral het laatste en derde deel vraagt veel aandacht vanwege zijn theologische en filosofische diepgang.

Ik lees de beschrijvingen van Dante mondjesmaat en merk dat ik na één Canto weer op adem moet komen. Wat een overdaad aan literatuur.

De afgelopen week gaf mij weer een onverwachte interesse voor het meesterwerk van Dante. Bij mijn afscheid van Ziggo kreeg ik van mijn collega’s prachtige cadeau’s waaronder een boekenbon. Daarvan kocht ik De Goddelijke Komedie in de vertaling van Rob Schouten. Het is de laatste vertaling die in het Nederlands is verschenen.

image

Toeval of niet. Een dag na de aankoop vond ik in de Kringloopwinkel van Naarden de vertaling van Bohl in drie dikke en fraaigebonden delen uit 1894-7. De aankopen wakkerden mijn belangstelling voor Dante weer helemaal aan. Ik zit weer helemaal in hoge literaire sferen, hoe diep de hel van Dante ook is.

Bekijk mijn Overzicht van Dante-vertalingen

#WOT

Vandaag doe ik mee met de #WoT van drspee.nl met als onderwerp Pasen. Dit initiatief is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Ik heb het ook een paar maanden gedaan, totdat @drspee het dit jaar overnam.

Alle de Wercken van Focquenbroch – #50books

wpid-20150322_134403.jpgHet oudste boek in mijn boekenkast is het boekwerk Alle de Wercken van Focquenbroch. Het boek uit 1679 bestaat uit drie delen en zit in een onooglijke band, maar het is wel de oorspronkelijke.

De houtsnedes aan het begin van elk deel zijn werkelijk een lust voor het oog, met heel treffende details, waarbij die van de Afrikaanse Thalia buitengewoon gedetailleerd en treffend is verbeeld. Alles zit in deze 3 houtsnedes van de hand van Schoonebeek.

image

Koopman en dichter

Focquenbroch is een koopman en een dichter die veel Latijns werk vertaalde. Dit is ook terug te vinden in het boekje dat ik in bezit heb onder de titel: De Aeneas van Virgilius in sijn Sondaeghs-pack.

Het is een allegaartje van dichtwerk, maar Focquenbroch is van alle markten thuis en reist de hele wereld rond met zijn dichtwerk. Niet alleen Afrika, waar hij een periode werkt en in 1670 ook sterft, maar ook Indië en Japan komen in zijn boek voor.

image

Taalgebruik

Het taalgebruik en vooral de spelling staan wat verder van ons af, maar het is heerlijk om te lezen. Focquenbroch staat bekend als een cynische dichter die veel satire in zijn poëzie verwerkt. Naast gedichten, schreef hij ook toneel (die zitten ook in mijn band uit 1697). De poëzie moet ook vaak gezongen zijn, zoals dit lied:

Wegh wegh ick verlaet het malle Vryen:
Faustina had wel eer mijn ziel bekoort;
Maer door de tijd is die Min gans versmoort,
Nu schyf ick het minnen heel ter syen
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

‘k Sal niet meer op liefd van Maegdenhoopen,
Gelijck ick eertijds op Faustina deê:
Neen losse Maegt. ‘k haet de pijn die ick leê,
Des soeck ick de Liefde nu ontloopen.
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

Een prachtig lied dat ook nu nog gezongen zou kunnen worden. Ik ken mooie reconstructies van liederen uit zeventiende en achttiende eeuw. Dit lied past daar uitstekend in. De tekst mag dan ver van ons af lijken te staan, maar als je je er een beetje in verdiept, kom je een heel eind.

Zo heb ik in huis iets uit de zeventiende eeuw, een lot uit een boekenlot dat ik voor iets anders had gekocht, blijkt een heel mooi kleinood te bevatten. En ik geniet ervan.

Lees zelf uit het werk van Focquenbroch dat ik in bezit heb op dbnl.nl

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Omringd door gekken

image

De ik-verteller en hoofdpersoon van Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest wordt letterlijk omringd door gekken. Hij woont met zijn familie midden in de Inrichting voor kinder- en jeugdpsychiatrie Hesterberg. Zijn vader is directeur van de instelling.

Het levert mooie portretten op van mensen die het misschien niet helemaal op een rijtje hebben. Tegelijkertijd is de ontlading van deze eerlijke mensen heel treffend. De verteller weet ze mooi te vatten in zijn beschrijvingen. Zoals de wanneer de vier patiënten op de verjaardag van zijn vader een bos bloemen geven. Zijn moeder stopt de bloemen in een vaas:

Ze had ook al eens meegemaakt dat er een paar patiënten aanbelden en haar een reusachtige bos rozen gaven. Toen ze de bloemen voor het raam zette en naar buiten keek, ontdekte ze dat alle rozen in de tuin waren afgeknipt. (63)

Deze beschrijvingen zijn heerlijk en vatten in een paar zinnen de essentie van de mensen in de inrichting. Joachim Meyerhoff is een meester in dit soort beschrijvingen van de patiënten. Hij weet ze in een paar woorden te vatten, gezien vanuit de ogen van het kind dat hij was.

De klokkenluider

Zo vertelt hij meerdere keren over de klokkenluider. Het is een patiënt waar heel bang voor is. Hij draagt twee vergulde klokken met een stevig handvat en zwaait al lopend met zijn klokken langs zijn oren. Je hoort hem van verre aankomen en de verteller is doodsbenauwd voor hem.

Maar na een geruststellende kennismaking laat hij zich altijd door hem over het instellingsterrein dragen alsof hij een klok is. Vanaf dat moment mag hij bijna elke dag op hem rijden. De klokkenluider is zijn menselijke troon geworden. Hij herkent zich in het beeld van Sint Christoffel in de kathedraal van hun stad Sleeswijk:

In zijn handen hield de veerman een lange tak die een heel stuk boven hem uitstak. Op zijn schouders zat het kindje Jezus. Zonder het verhaal te kennen van de veerman die bijna bezweek onder het gewicht van zijn passagier, keek ik gefascineerd naar het hoog boven mij zittende kinde. Ik kon mij goed voorstellen wat voor uitzicht het daarboven had. (99)

Eigen chauffeur

De klokkenluider keert later nog een keer terug in het verhaal. Net als veel andere patiënten uit de inrichting. Ze zwermen om zijn leven als de andere gezinsleden in het verhaal. Zijn vader is wel de stuurman die het schip in de juiste richting koerst. Hij heeft zelfs zijn eigen chauffeur. De ik-verteller vindt maar dat zijn vader zich idioot gedraagt. Hij doet mee met de patiënten. Ik vind het vooral mooi:

Jarenlang werd mijn vader elke ochtend afgehaald door een patiënt die een autostuur in zijn handen hield. Hij was de chauffeur van mijn vader. Mijn vader slenterde tevreden met zijn dokterstas achter hem aan, en een meter voor hem uit hield die jongen dat stuur in de lucht, stuurde nu eens naar links, dan weer naar rechts en bromde met trillende lippen een vochtig ‘brrrrrrrroem’. (232)

Hier spreekt de oudere verteller die zich schaamt voor zijn vader. Het is zo typerend hoe mooi de verteller je meeneemt. Hij trekt je in zo’n vergelijking helemaal mee van de schaamte van de puber naar het inleven van zijn vader in de patiënten.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Kamergeleerde

image

Een ode aan de vader van de verteller is Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit geweest is van Joachim Meyerhoff. Zijn vader is directeur van de psychiatrische inrichting voor jongeren. Aan het begin van het verhaal als de verteller 7 jaar is, wordt zijn vader 40. Het is een breekpunt voor zijn vader: hij stopt met roken:

‘Ik zeg er wel meteen bij dat ik op mijn tachtigste verjaardag, op de ochtend van mijn tachtigste verjaardag – wie weet, misschien zitten we dan ook wel weer met zń allen bij elkaar, net als nu – weer begin. Ik stop vandaag dus niet definitief. Ik las alleen een veertigjarige rookpauze in. En ik wil ook afvallen.’ (38)

Het verhaal van vader wordt wreed verstoord als een merel tegen het raam vliegt. Het dier moet het met de dood bekopen. De rest van de veertigste verjaardag van zijn vader zijn ze bezig de zwarte lijster te begraven.

Het moedige voornemen om meer te gaan bewegen strandt vrij snel na de aankoop van een paar hardloopschoenen. Vader Hermann vertrekt voor zijn eerste trimrondje en komt niet meer terug. Ze vinden hem verderop in het bos. Hij heeft zijn enkels verzwikt bij het trekken van een sprintje.

Langzaam verschuift het beeld van vader. Is hij aanvankelijk de goedmoedige man die van een grap houdt, geleidelijk verandert zijn rol in het gezin. Zijn vader haalt zijn wijsheid vooral uit boeken vertelt de verteller. Hij weet alles uit de boeken. Dat gaat tot het irritante af.

Als de verteller jaren later naar Turkije op vakantie gaat, leest zijn vader vier weken lang alles wat los en vastzit over het land. Wanneer Josse trots vertelt waar hij overal is geweest, vraagt zijn vader waarom hij niet in de buurt bij het wereldberoemde zoutmeer is wezen kijken:

Ik had nog nooit van dat meer gehoord, maar herinnerde me dat ik in Sivas inderdaad massa’s mensen met enorme telelenzen had gezien. Het toppunt van zo’n vijandige overname was het moment waarop ik riep: ‘Maar ik ben er tenminste geweest!’ Mijn vader legde triomfantelijk zijn hand op de stapel boeken over Turkije en antwoordde: ‘Ik ook.’ (150)

Zijn vader kwam feitelijk nergens, maar haalde al zijn kennis uit de boeken die hij las. Hij was daarin niet te overtreffen, stelt de verteller.

Zelfs de aankoop van een zeilboot, doet hij via het lezen van boeken. Als hij dan uiteindelijk zeilexamen doet, slaagt hij moeiteloos voor de theorie. Voor de praktijk leunt hij echter op zijn vrouw. Zij weet alleen het schip drijvende te houden terwijl haar man angstig op de bodem van de boot ligt.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Pakjes met herinneringen

image

Aan het einde van zijn verhaal vertelt de verteller van Joachim Meyerhoffs roman Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest het volgende:

Wat ik wil zeggen is dit: pas wanneer ik erin geslaagd ben al die opgeborgen pakjes met herinneringen weer los te knopen en uit te pakken, pas wanneer ik de moed heb om de schijnbare betrouwbaarheid van het verleden op te geven, het te aanvaarden als chaos, het te vieren en te versieren, pas wanneer al mijn doden weer levend worden, vertrouwd, maar ook veel vreemder, veel autonomer dan ik ooit heb durven en willen beseffen, pas dan zal ik beslissingen kunnen nemen, pas dan zal de toekomst zijn eeuwige belofte waarmaken en ongewis zijn, pas dan zal de lijn zich verbreden tot een vlakte. (309)

Een citaat dat dit boek ontzettend mooi samenvat. De verteller is op zoek naar het verleden. Aanvankelijk lijkt elk hoofdstuk een nieuwe herinnering. Ze lezen als losstaande verhalen en behandelen stuk voor stuk een element uit het verleden. Samen vormen ze een verhaal, maar ze staan best sterk op zichzelf.

Losse verhalen

Ik genoot van deze losse verhalen over de jonge Joachim, of Josse. Hij groeit op midden op het terrein van Hesterberg, een psychiatrische instelling voor jongeren in Noord-Duitsland, vlakbij Sleeswijk. Zijn vader is directeur van de inrichting die om de paar jaar een andere naam krijgt:

Eerst heette het ‘Provinciaal krankzinnigengesticht’, toen ‘Provinciaal idiotengesticht’, toen ‘Provinciaal geneeskundig verzorgingsgesticht voor zwakzinnigen’. Daarna specialiseerde het zich in jonge mensen en noemde het zich ‘Geneeskundig opvoedingsgesticht voor achterlijke en zwakzinnige kinderen’ en ten slotte, na honderdvijftig jaar, ‘Inrichting voor kinder- en jeugdpsychiatrie Hesterberg’. (19)

Die benaming houdt het de rest van het boek vol. De verhalen gaan over de patiënten en hoe het gezin van de directeur daar temidden van al die krankzinnige jongeren zich weet te handhaven. Daarbij moet Josse zich ook in een minstens zo gek gezin zien te handhaven met twee broers, een vreemde moeder en een boekenwijze vader.

Verzonnen herinnering

Of hierbij de herinnering echt zo gebeurd is of dat er sprake is van een verzonnen herinnering, blijft in het midden. Aan het begin ontdekt de verteller namelijk dat het ontzettend mooi is om iets te verzinnen dat waar is. Vanuit het denkbeeldige ontstaat de werkelijkheid. Dat is de werkelijkheid van de roman.

Daarmee maakt de verteller zijn eigen wereld en zorgt daarmee dat het verleden hanteerbaar en verdraaglijk wordt. Het oproepen van de herinnering doet namelijk ook pijn. Het roept een verleden op dat er nooit geweest is, zoals de titel het uitdrukt: Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest.

Tussen die verzonnen herinnering construeert de lezer zijn eigen verhaal. Dat is de schoonheid van dit boek dat mij ontzettend treft. Ik heb genoten van de jeugdherinneringen van een zevenjarig jongetje. Tussen het verhaal door laveert de oudere verteller die soms een latere herinnering tussen het verhaal moffelt.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Op zoek naar het oudste boek – #50books

image

Wat is het oudste boek uit mijn bibliotheek? Ik moest even speuren. Het was vlak voor mijn studententijd dat ik een klein boekje met gedichten van Schiller vond voor een klein bedrag. Ik kocht het, want het was ontzettend oud!

Gedichten van Schiller

Het boekje stamt uit 1818 is onooglijk om te zien en valt uit elkaar van ellende. Een beestje heeft zich een tunneltje door de bladzijden geboord. Ik heb geen idee of dat van voor of na mijn koop is. Ik was er heel lang gelukkig mee en pronkte ermee dat dat het oudste boek uit mijn verzameling was.

image

De rest van mijn oude boeken kocht ik ook allemaal toevallig. Zo stuitte ik op een oud, Franstalig boekje uit 1761 boordevol met legeropstellingen en verdedigingswijzen. De hoofdstukken dragen namen als ‘Ordre de Bataille’ en Défense contre les Escalades’.

image

24 tekeningen

Achterin het legerhandboek staan 24 tekeningen die de tekst in het boek toelichten. Helaas heeft de laatste boekbinder ze door elkaar gehutseld, maar ze zitten er alle 24 in. De ene mooier dan de andere, maar de liefhebber van legeropstellingen zou ongetwijfeld veel plezier aan het boek beleven.

Ik kocht het boek jaren terug tegelijk met de losse delen van Junghuhns Java. Het boekje wil ik nog steeds een keer verkopen aan de hoogste bieder. Dus als je belangstelling hebt, neem gerust contact op.

image

W.G.V. Focquenbroch

Het laatste oude boekje dat ik kocht, was een jaar terug. Ik kocht het op een boekenveiling samen met een stapel boeken die ik dolgraag wilde hebben. Maar geheel onverwacht werd ik best geraakt door dit boekje dat in het lot zat: Alle de Wercken van W.G.V. Focquenbroch uit 1679.

image

Lees binnenkort meer over dit boeiende boekje

#50books

Dit is het antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Boekenergernissen: uitlenen – #50books

image

Het uitlenen van boeken, daar doe ik niet aan. Het is mijn gouden regel geworden, omdat ik een aantal boeken na uitlening nooit meer terugzag. Sommige van mijn familieleden hebben er een handje van om te vragen naar boeken die net zijn uitgekomen en dan deze nieuwe boeken te lenen. Het beroemdste geval is de keer dat ik voor Sinterklaas een boek vroeg, dat kreeg, dat iemand meteen wilde lenen.

Ik heb er jaren naar gevraagd tot ik 10 jaar na het lenen met heel veel verontschuldigingen een nieuw exemplaar van het boek kreeg. Het oude hoefde ik niet meer terug. Dat was door lener al stukgelezen. Het was de bijbel van Nico ter Linden. Mijn interesse voor het boek was genoeg weggeëbd om het te gaan lezen. Maar het staat weer in mijn boekenkast…

Ook leende iemand ooit een biografie van de popzangeres Courtney Love van mij. Dat boek heb ik 15 jaar geleden uitgeleend en nooit meer teruggezien. Het vragen naar dit boek ben ik intussen gestaakt. Het is zinloos om altijd dezelfde vraag te stellen en dan hetzelfde antwoord te krijgen.

Het vervelendste aan uitlenen is dat je zelf achter je uitgeleende boeken aan moet zitten. Die ander heeft het dan nooit uit als je ernaar vraagt, waarna de lener toezegt er binnenkort aan te beginnen. Dat begin is er eveneens nooit. Het levert veel ergernis op. Zoveel dat ik niet meer uitleen.

Dan stuit je op een nieuw probleem: als je je boeken niet uitleent en je vertelt heel enthousiast over een boek, is het heel vervelend als iemand na je verhaal het boek ook wil lezen. Dat komt niet zo aardig over. Je vertelt trots over je bezittingen, maar blijft er met een gestrekt lichaam overheen hangen: afblijven! Een lastige spagaat, zeker als je enthousiast bent over sommige boeken. Daarom ben ik maar begonnen erover te bloggen en er wat minder over te vertellen.

Overigens ben ik zelf ook niet de beste lener. Ik heb in het verleden ook boeken geleend van anderen en ook heel laat teruggebracht. Zo gaf ik een vriend jaren na het lenen een boek terug. Ik had het speciaal ingepakt als cadeau en vergezelde het boek met heel veel verontschuldigingen voorin.

Hij pakte het uit en keek er met vreemde ogen naar. Was het van hem? Dat kon hij niet geloven. Immers, het boek stond in zijn boekenkast. Het was een ander exemplaar. Na lang graven in zijn geheugen, herinnerde hij zich dat hij vrij snel na het uitlenen een ander exemplaar tegenkwam en het kocht.

Niet iedereen doet zo moeilijk over uitlenen als ik. De schrijver Bernlef zei eens in een interview dat uitlenen hielp zijn bibliotheek binnen proporties te houden. Het nadeel was wel dat de boeken die hij uitleende, wel de boeken waren waar hij zelf enthousiast over was. Zo kon hij ze nooit meer herlezen. Maar de oplossing voor dit probleem was heel simpel: dan vraag ik voor mijn verjaardag gewoon een nieuwe.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 10 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.