Categorie archief: boeken

Alle de Wercken van Focquenbroch – #50books

wpid-20150322_134403.jpgHet oudste boek in mijn boekenkast is het boekwerk Alle de Wercken van Focquenbroch. Het boek uit 1679 bestaat uit drie delen en zit in een onooglijke band, maar het is wel de oorspronkelijke.

De houtsnedes aan het begin van elk deel zijn werkelijk een lust voor het oog, met heel treffende details, waarbij die van de Afrikaanse Thalia buitengewoon gedetailleerd en treffend is verbeeld. Alles zit in deze 3 houtsnedes van de hand van Schoonebeek.

image

Koopman en dichter

Focquenbroch is een koopman en een dichter die veel Latijns werk vertaalde. Dit is ook terug te vinden in het boekje dat ik in bezit heb onder de titel: De Aeneas van Virgilius in sijn Sondaeghs-pack.

Het is een allegaartje van dichtwerk, maar Focquenbroch is van alle markten thuis en reist de hele wereld rond met zijn dichtwerk. Niet alleen Afrika, waar hij een periode werkt en in 1670 ook sterft, maar ook Indië en Japan komen in zijn boek voor.

image

Taalgebruik

Het taalgebruik en vooral de spelling staan wat verder van ons af, maar het is heerlijk om te lezen. Focquenbroch staat bekend als een cynische dichter die veel satire in zijn poëzie verwerkt. Naast gedichten, schreef hij ook toneel (die zitten ook in mijn band uit 1697). De poëzie moet ook vaak gezongen zijn, zoals dit lied:

Wegh wegh ick verlaet het malle Vryen:
Faustina had wel eer mijn ziel bekoort;
Maer door de tijd is die Min gans versmoort,
Nu schyf ick het minnen heel ter syen
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

‘k Sal niet meer op liefd van Maegdenhoopen,
Gelijck ick eertijds op Faustina deê:
Neen losse Maegt. ‘k haet de pijn die ick leê,
Des soeck ick de Liefde nu ontloopen.
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

Een prachtig lied dat ook nu nog gezongen zou kunnen worden. Ik ken mooie reconstructies van liederen uit zeventiende en achttiende eeuw. Dit lied past daar uitstekend in. De tekst mag dan ver van ons af lijken te staan, maar als je je er een beetje in verdiept, kom je een heel eind.

Zo heb ik in huis iets uit de zeventiende eeuw, een lot uit een boekenlot dat ik voor iets anders had gekocht, blijkt een heel mooi kleinood te bevatten. En ik geniet ervan.

Lees zelf uit het werk van Focquenbroch dat ik in bezit heb op dbnl.nl

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Omringd door gekken

image

De ik-verteller en hoofdpersoon van Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest wordt letterlijk omringd door gekken. Hij woont met zijn familie midden in de Inrichting voor kinder- en jeugdpsychiatrie Hesterberg. Zijn vader is directeur van de instelling.

Het levert mooie portretten op van mensen die het misschien niet helemaal op een rijtje hebben. Tegelijkertijd is de ontlading van deze eerlijke mensen heel treffend. De verteller weet ze mooi te vatten in zijn beschrijvingen. Zoals de wanneer de vier patiënten op de verjaardag van zijn vader een bos bloemen geven. Zijn moeder stopt de bloemen in een vaas:

Ze had ook al eens meegemaakt dat er een paar patiënten aanbelden en haar een reusachtige bos rozen gaven. Toen ze de bloemen voor het raam zette en naar buiten keek, ontdekte ze dat alle rozen in de tuin waren afgeknipt. (63)

Deze beschrijvingen zijn heerlijk en vatten in een paar zinnen de essentie van de mensen in de inrichting. Joachim Meyerhoff is een meester in dit soort beschrijvingen van de patiënten. Hij weet ze in een paar woorden te vatten, gezien vanuit de ogen van het kind dat hij was.

De klokkenluider

Zo vertelt hij meerdere keren over de klokkenluider. Het is een patiënt waar heel bang voor is. Hij draagt twee vergulde klokken met een stevig handvat en zwaait al lopend met zijn klokken langs zijn oren. Je hoort hem van verre aankomen en de verteller is doodsbenauwd voor hem.

Maar na een geruststellende kennismaking laat hij zich altijd door hem over het instellingsterrein dragen alsof hij een klok is. Vanaf dat moment mag hij bijna elke dag op hem rijden. De klokkenluider is zijn menselijke troon geworden. Hij herkent zich in het beeld van Sint Christoffel in de kathedraal van hun stad Sleeswijk:

In zijn handen hield de veerman een lange tak die een heel stuk boven hem uitstak. Op zijn schouders zat het kindje Jezus. Zonder het verhaal te kennen van de veerman die bijna bezweek onder het gewicht van zijn passagier, keek ik gefascineerd naar het hoog boven mij zittende kinde. Ik kon mij goed voorstellen wat voor uitzicht het daarboven had. (99)

Eigen chauffeur

De klokkenluider keert later nog een keer terug in het verhaal. Net als veel andere patiënten uit de inrichting. Ze zwermen om zijn leven als de andere gezinsleden in het verhaal. Zijn vader is wel de stuurman die het schip in de juiste richting koerst. Hij heeft zelfs zijn eigen chauffeur. De ik-verteller vindt maar dat zijn vader zich idioot gedraagt. Hij doet mee met de patiënten. Ik vind het vooral mooi:

Jarenlang werd mijn vader elke ochtend afgehaald door een patiënt die een autostuur in zijn handen hield. Hij was de chauffeur van mijn vader. Mijn vader slenterde tevreden met zijn dokterstas achter hem aan, en een meter voor hem uit hield die jongen dat stuur in de lucht, stuurde nu eens naar links, dan weer naar rechts en bromde met trillende lippen een vochtig ‘brrrrrrrroem’. (232)

Hier spreekt de oudere verteller die zich schaamt voor zijn vader. Het is zo typerend hoe mooi de verteller je meeneemt. Hij trekt je in zo’n vergelijking helemaal mee van de schaamte van de puber naar het inleven van zijn vader in de patiënten.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Kamergeleerde

image

Een ode aan de vader van de verteller is Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit geweest is van Joachim Meyerhoff. Zijn vader is directeur van de psychiatrische inrichting voor jongeren. Aan het begin van het verhaal als de verteller 7 jaar is, wordt zijn vader 40. Het is een breekpunt voor zijn vader: hij stopt met roken:

‘Ik zeg er wel meteen bij dat ik op mijn tachtigste verjaardag, op de ochtend van mijn tachtigste verjaardag – wie weet, misschien zitten we dan ook wel weer met zń allen bij elkaar, net als nu – weer begin. Ik stop vandaag dus niet definitief. Ik las alleen een veertigjarige rookpauze in. En ik wil ook afvallen.’ (38)

Het verhaal van vader wordt wreed verstoord als een merel tegen het raam vliegt. Het dier moet het met de dood bekopen. De rest van de veertigste verjaardag van zijn vader zijn ze bezig de zwarte lijster te begraven.

Het moedige voornemen om meer te gaan bewegen strandt vrij snel na de aankoop van een paar hardloopschoenen. Vader Hermann vertrekt voor zijn eerste trimrondje en komt niet meer terug. Ze vinden hem verderop in het bos. Hij heeft zijn enkels verzwikt bij het trekken van een sprintje.

Langzaam verschuift het beeld van vader. Is hij aanvankelijk de goedmoedige man die van een grap houdt, geleidelijk verandert zijn rol in het gezin. Zijn vader haalt zijn wijsheid vooral uit boeken vertelt de verteller. Hij weet alles uit de boeken. Dat gaat tot het irritante af.

Als de verteller jaren later naar Turkije op vakantie gaat, leest zijn vader vier weken lang alles wat los en vastzit over het land. Wanneer Josse trots vertelt waar hij overal is geweest, vraagt zijn vader waarom hij niet in de buurt bij het wereldberoemde zoutmeer is wezen kijken:

Ik had nog nooit van dat meer gehoord, maar herinnerde me dat ik in Sivas inderdaad massa’s mensen met enorme telelenzen had gezien. Het toppunt van zo’n vijandige overname was het moment waarop ik riep: ‘Maar ik ben er tenminste geweest!’ Mijn vader legde triomfantelijk zijn hand op de stapel boeken over Turkije en antwoordde: ‘Ik ook.’ (150)

Zijn vader kwam feitelijk nergens, maar haalde al zijn kennis uit de boeken die hij las. Hij was daarin niet te overtreffen, stelt de verteller.

Zelfs de aankoop van een zeilboot, doet hij via het lezen van boeken. Als hij dan uiteindelijk zeilexamen doet, slaagt hij moeiteloos voor de theorie. Voor de praktijk leunt hij echter op zijn vrouw. Zij weet alleen het schip drijvende te houden terwijl haar man angstig op de bodem van de boot ligt.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Pakjes met herinneringen

image

Aan het einde van zijn verhaal vertelt de verteller van Joachim Meyerhoffs roman Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest het volgende:

Wat ik wil zeggen is dit: pas wanneer ik erin geslaagd ben al die opgeborgen pakjes met herinneringen weer los te knopen en uit te pakken, pas wanneer ik de moed heb om de schijnbare betrouwbaarheid van het verleden op te geven, het te aanvaarden als chaos, het te vieren en te versieren, pas wanneer al mijn doden weer levend worden, vertrouwd, maar ook veel vreemder, veel autonomer dan ik ooit heb durven en willen beseffen, pas dan zal ik beslissingen kunnen nemen, pas dan zal de toekomst zijn eeuwige belofte waarmaken en ongewis zijn, pas dan zal de lijn zich verbreden tot een vlakte. (309)

Een citaat dat dit boek ontzettend mooi samenvat. De verteller is op zoek naar het verleden. Aanvankelijk lijkt elk hoofdstuk een nieuwe herinnering. Ze lezen als losstaande verhalen en behandelen stuk voor stuk een element uit het verleden. Samen vormen ze een verhaal, maar ze staan best sterk op zichzelf.

Losse verhalen

Ik genoot van deze losse verhalen over de jonge Joachim, of Josse. Hij groeit op midden op het terrein van Hesterberg, een psychiatrische instelling voor jongeren in Noord-Duitsland, vlakbij Sleeswijk. Zijn vader is directeur van de inrichting die om de paar jaar een andere naam krijgt:

Eerst heette het ‘Provinciaal krankzinnigengesticht’, toen ‘Provinciaal idiotengesticht’, toen ‘Provinciaal geneeskundig verzorgingsgesticht voor zwakzinnigen’. Daarna specialiseerde het zich in jonge mensen en noemde het zich ‘Geneeskundig opvoedingsgesticht voor achterlijke en zwakzinnige kinderen’ en ten slotte, na honderdvijftig jaar, ‘Inrichting voor kinder- en jeugdpsychiatrie Hesterberg’. (19)

Die benaming houdt het de rest van het boek vol. De verhalen gaan over de patiënten en hoe het gezin van de directeur daar temidden van al die krankzinnige jongeren zich weet te handhaven. Daarbij moet Josse zich ook in een minstens zo gek gezin zien te handhaven met twee broers, een vreemde moeder en een boekenwijze vader.

Verzonnen herinnering

Of hierbij de herinnering echt zo gebeurd is of dat er sprake is van een verzonnen herinnering, blijft in het midden. Aan het begin ontdekt de verteller namelijk dat het ontzettend mooi is om iets te verzinnen dat waar is. Vanuit het denkbeeldige ontstaat de werkelijkheid. Dat is de werkelijkheid van de roman.

Daarmee maakt de verteller zijn eigen wereld en zorgt daarmee dat het verleden hanteerbaar en verdraaglijk wordt. Het oproepen van de herinnering doet namelijk ook pijn. Het roept een verleden op dat er nooit geweest is, zoals de titel het uitdrukt: Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest.

Tussen die verzonnen herinnering construeert de lezer zijn eigen verhaal. Dat is de schoonheid van dit boek dat mij ontzettend treft. Ik heb genoten van de jeugdherinneringen van een zevenjarig jongetje. Tussen het verhaal door laveert de oudere verteller die soms een latere herinnering tussen het verhaal moffelt.

Blogtournee

Ik lees dit boek voor de blogtour georganiseerd door WPG België. Een hele maand zwerft dit boek over verschillende boekenblogs. Lees de andere bijdragen.

Joachim Meyerhoff: Wanneer wordt het eindelijk zoals het nooit is geweest. Oorspronkelijke titel: Wann wird es endlich wieder so, wie es nie war. Alle Toten fliegen hoch. Teil 2. [2013] Vertaald door Josephine Rijnaarts. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur. Eerste druk, februari 2015. ISBN 978 90 5672 508 2. Prijs € 19,95 (e-book: € 13.99). 312 pagina’s.

Op zoek naar het oudste boek – #50books

image

Wat is het oudste boek uit mijn bibliotheek? Ik moest even speuren. Het was vlak voor mijn studententijd dat ik een klein boekje met gedichten van Schiller vond voor een klein bedrag. Ik kocht het, want het was ontzettend oud!

Gedichten van Schiller

Het boekje stamt uit 1818 is onooglijk om te zien en valt uit elkaar van ellende. Een beestje heeft zich een tunneltje door de bladzijden geboord. Ik heb geen idee of dat van voor of na mijn koop is. Ik was er heel lang gelukkig mee en pronkte ermee dat dat het oudste boek uit mijn verzameling was.

image

De rest van mijn oude boeken kocht ik ook allemaal toevallig. Zo stuitte ik op een oud, Franstalig boekje uit 1761 boordevol met legeropstellingen en verdedigingswijzen. De hoofdstukken dragen namen als ‘Ordre de Bataille’ en Défense contre les Escalades’.

image

24 tekeningen

Achterin het legerhandboek staan 24 tekeningen die de tekst in het boek toelichten. Helaas heeft de laatste boekbinder ze door elkaar gehutseld, maar ze zitten er alle 24 in. De ene mooier dan de andere, maar de liefhebber van legeropstellingen zou ongetwijfeld veel plezier aan het boek beleven.

Ik kocht het boek jaren terug tegelijk met de losse delen van Junghuhns Java. Het boekje wil ik nog steeds een keer verkopen aan de hoogste bieder. Dus als je belangstelling hebt, neem gerust contact op.

image

W.G.V. Focquenbroch

Het laatste oude boekje dat ik kocht, was een jaar terug. Ik kocht het op een boekenveiling samen met een stapel boeken die ik dolgraag wilde hebben. Maar geheel onverwacht werd ik best geraakt door dit boekje dat in het lot zat: Alle de Wercken van W.G.V. Focquenbroch uit 1679.

image

Lees binnenkort meer over dit boeiende boekje

#50books

Dit is het antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Boekenergernissen: uitlenen – #50books

image

Het uitlenen van boeken, daar doe ik niet aan. Het is mijn gouden regel geworden, omdat ik een aantal boeken na uitlening nooit meer terugzag. Sommige van mijn familieleden hebben er een handje van om te vragen naar boeken die net zijn uitgekomen en dan deze nieuwe boeken te lenen. Het beroemdste geval is de keer dat ik voor Sinterklaas een boek vroeg, dat kreeg, dat iemand meteen wilde lenen.

Ik heb er jaren naar gevraagd tot ik 10 jaar na het lenen met heel veel verontschuldigingen een nieuw exemplaar van het boek kreeg. Het oude hoefde ik niet meer terug. Dat was door lener al stukgelezen. Het was de bijbel van Nico ter Linden. Mijn interesse voor het boek was genoeg weggeëbd om het te gaan lezen. Maar het staat weer in mijn boekenkast…

Ook leende iemand ooit een biografie van de popzangeres Courtney Love van mij. Dat boek heb ik 15 jaar geleden uitgeleend en nooit meer teruggezien. Het vragen naar dit boek ben ik intussen gestaakt. Het is zinloos om altijd dezelfde vraag te stellen en dan hetzelfde antwoord te krijgen.

Het vervelendste aan uitlenen is dat je zelf achter je uitgeleende boeken aan moet zitten. Die ander heeft het dan nooit uit als je ernaar vraagt, waarna de lener toezegt er binnenkort aan te beginnen. Dat begin is er eveneens nooit. Het levert veel ergernis op. Zoveel dat ik niet meer uitleen.

Dan stuit je op een nieuw probleem: als je je boeken niet uitleent en je vertelt heel enthousiast over een boek, is het heel vervelend als iemand na je verhaal het boek ook wil lezen. Dat komt niet zo aardig over. Je vertelt trots over je bezittingen, maar blijft er met een gestrekt lichaam overheen hangen: afblijven! Een lastige spagaat, zeker als je enthousiast bent over sommige boeken. Daarom ben ik maar begonnen erover te bloggen en er wat minder over te vertellen.

Overigens ben ik zelf ook niet de beste lener. Ik heb in het verleden ook boeken geleend van anderen en ook heel laat teruggebracht. Zo gaf ik een vriend jaren na het lenen een boek terug. Ik had het speciaal ingepakt als cadeau en vergezelde het boek met heel veel verontschuldigingen voorin.

Hij pakte het uit en keek er met vreemde ogen naar. Was het van hem? Dat kon hij niet geloven. Immers, het boek stond in zijn boekenkast. Het was een ander exemplaar. Na lang graven in zijn geheugen, herinnerde hij zich dat hij vrij snel na het uitlenen een ander exemplaar tegenkwam en het kocht.

Niet iedereen doet zo moeilijk over uitlenen als ik. De schrijver Bernlef zei eens in een interview dat uitlenen hielp zijn bibliotheek binnen proporties te houden. Het nadeel was wel dat de boeken die hij uitleende, wel de boeken waren waar hij zelf enthousiast over was. Zo kon hij ze nooit meer herlezen. Maar de oplossing voor dit probleem was heel simpel: dan vraag ik voor mijn verjaardag gewoon een nieuwe.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 10 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Lezen in de trein – #50books

image

Sinds ik in Utrecht werk, neem ik bijna dagelijks de trein naar mijn werk. Ik stap op Utrecht Overvecht uit en fiets de laatste 6 kilometer naar mijn werk. Onderweg in de trein lees ik. Ik sleep mijn boek gewoon mee de trein in en lees daar verder.

Lezen in de trein is heerlijk. Het is een reden voor mij om met de trein te reizen. Het moment dat je helemaal wegdroomt in je verhaal en alles vergeet. Ik kan daar ontzettend van genieten.

Wel vind ik het jammer dat de stoptreinen die tussen Almere en Utrecht rijden vaak erg druk zijn. Net als dat ze erg ongemakkelijk zitten. Je zit met je knieën op schoot en dat is niet altijd een gemakkelijke leeshouding. Net als dat een staand in een overvolle trein niet de meest prettige manier is om te lezen. Maar met genoeg aandacht voor het verhaal maakt dat allemaal niks uit.

Zo onderweg schieten de romans er doorheen. Ik lees nu gemiddeld 2 boeken per week. Als het boek wat dikker is, eentje. Maar ik slaag goed in het project waarbij ik elke week een boek lees: boekperweek. Het helpt mij heerlijk ontspannen voor en na het werk.

Dat zal wel wennen worden als ik volgende maand in mijn eigen woonplaats werk. Ik ga dan namelijk aan de slag als senior webredacteur bij Yarden in Almere. Het is maar een kwartiertje fietsen naarmijn nieuwe baan. Dan kan ik niet meer onderweg lezen en zal ik mijn leesmoment bewust moeten gaan zoeken binnen de drukte van de dag.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 9 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Tonic en De Val

image

Bij de bloggersbijeenkomst van uitgeverij Meulenhoff sprak ik Ralf Mohren even. Ik wist niet zo goed wat ik van zijn (non-)alcoholische roman Tonic moest vinden. Deze debuutroman van hem zou een paar weken later uitkomen. Zou het weer zo’n beklag van een ex-alcoholist worden of zat er wel iets moois in?

Ik vertelde hem over het boekje De val van August Willemsen dat ik een paar maanden eerder had gelezen. Een bijzonder boekje over alcoholisme is dat. Vooral de fragmenten waar Willemsen citeert uit zijn dagboeken. Het zijn halve dromen waarbij al het besef van tijd, plaats en ruimte wegvallen.

Mohren werd heel enthousiast toen ik het hem vertelde. ‘Dat boek, De val, komt juist ook voor in mijn boek.’ Hij vertelde dat hij het een prachtig werk vond. Dat het boek voor hem een voorbeeld was. Een klein eerbetoon in zijn eigen debuutroman.

Vanaf die ontmoeting liet mij de roman Tonic niet meer los. Dat boek wilde ik ook lezen. Al was het alleen maar om het aparte boek van August Willemsen hierin terug te vinden. Dat zo’n boek als inspiratie dient voor Tonic, kan alleen maar betekenen dat het debuut van Ralf Mohren heel goed is.

En goed is het debuut van Ralf Mohren zeker. De alcoholische beelden spelen ook een rol net als in De val van August Willemsen. Al is Tonic een totaal ander boek geworden. Het is een boek dat je niet loslaat en waarvan je kunt genieten.

Daarmee is Tonic meer dan een roman over drinken en stoppen met drinken. Het is een boek geworden dat veel meer vertelt: over loslaten, verdriet, schaamte en afhankelijkheid. Door deze grootse thema’s komt het zelfs verder dan De val.

Morgen lees ik eerst August Willemsens boek De Val.

Ralf Mohren: Tonic, (non-)alcoholische roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 987 90 290 8940 1. Prijs: € 18,95. 256 pagina’s.

Ordening in mijn bibliotheek – #50books

image

Bij de foto’s van Boudewijn Büchs bibliotheek zie je op oudere foto’s dat alle boeken netjes geordend staan. De foto’s die vlak na zijn dood zijn gemaakt, laten een rommelige bibliotheek zien. Boordevol stapels boeken op tafeltjes, voor de kasten en op de trap.

Of hij dat speciaal voor de foto’s heeft opgeruimd of dat later de slordigheid binnentreedt, durf ik niet te zeggen. Iets soortgelijks zie je ook op de foto’s die van Gerrit Komrij’s bibliotheek zijn gemaakt na zijn dood. Het ordenen van boeken kost tijd en misschien heb je dat niet meer vlak voordat je sterft.

Bij mij schiet de ordening er de laatste tijd ook aardig in. Ook omdat mijn bibliotheek een beetje begint dicht te groeien. Tot nu lukt het nog net de boeken ergens op andere te leggen. Dat is niet zo goed voor de boeken, dus ik zou eigenlijk de rijen moeten herordenen. Misschien wegdoen wat ik overbodig vind.

image

In mijn studententijd besloot ik ook mijn kamer rigoreus opnieuw in te delen. De reden was dat ik geen boek meer kon vinden. Ik ontwikkelde de theorie dat je iets niets hebt als je het niet kunt vinden. Alle wanden van mijn kamertje voorzag ik van planken waarop ik de boeken zorgvuldig uitstalde. Daarnaast nam ik uitvoerig mijn bibliotheek door en deed kritisch allerlei overbodige boeken weg. Ze kwamen in twee grote dozen die ik tijdelijk op de gang zette.

Ik verhuisde een klein jaartje later naar Almelo en de twee grote dozen gingen mee. Na nog een keer kritisch alles te hebben uitgeplozen, verkochten we een deel van de overtollige boeken op de Almelose boekenmarkt op Hemelvaartsdag. Dat deden we twee jaar achter elkaar en het leverde een leuk bedrag op.

Na de laatste verhuizing in 2006 heb ik alle overtollige boeken in dozen bewaard waarmee ik ooit nog op de boekenmarkt wil staan. Andere wil ik via internet verkopen. Maar zoals dat vaker gaat, komt het er niet van en blijft de grote herschikking achterwege.

image

De stapels boeken die zich nu in mijn bibliotheek beginnen te vormen, zouden het teken aan de wand moeten zijn: ik moet weer eens aan de slag om alles overzichtelijker te maken. Al kan ik op dit moment alles snel vinden en hoef ik niet heel lang op zoek naar een boek. Ze staan op alfabetische volgorde. De opgestapelde boeken liggen op andere boeken die in dat alfabet ergens zitten.

Maar het staat zoveel mooier en overzichtelijker. Bovendien is vorig jaar een deel van Inges boeken een etage lager verhuisd. Dus misschien volgend weekend maar eens een beginnetje maken. Of wordt het toch een weekend of wat later?

#50books

Dit is het antwoord op vraag 7 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

De oorsprong van Muskietenkust

image

Onderweg van Boston naar Patagonië komt Paul Theroux in Cali een groep Amerikaanse zendelingen tegen. Hij ziet twee enorme mannen en twee dikke vrouwen, een jongen met een buikje en wat kleinere kinderen. Volgens de Amerikaanse reisboekenschrijver zijn het fanatieke baptistische evangelisten.

Hij vindt het maar bemoeizieke mensen die vaak ‘net op tijd voor de nieuwsbrief van de gemeente thuis’ een griezelige marteldood sterven. Hij zou graag met ze in gesprek komen, maar ze blijven onder elkaar, schrijft hij in zijn reisboek De oude Patagonië Expres.

In Costa Rica, aan de Muskietenkust, had ik de achtergrond gevonden voor een verhaal over schipbreukelingen; hier, aan de overkant van de zaal in dit hotel in Zuid-Columbia zag ik wie die schipbreukelingen zouden kunnen zijn. God had ze hierheen gezonden. (283)

Het verhaal is de roman Muskietenkust geworden. Een imponerend verhaal over schipbreukelingen dat in de woestenij van Honduras speelt. De bevindingen die Paul Theroux heeft tijdens zijn treinritje met meneer Thornberry liggen inderdaad aan de basis van het verhaal:

We waren bij de kust en reden langs een strand met palmen. Dit was de Muskietenkust, die zich uitstrekt van Puerto Barrios in Guatamala tot Colón in Panama. Het is een woeste streek en lijkt de volmaakte achtergrond voor een verhaal over schipbreukelingen. De weinige dorpen en havens daar zijn vervallen; ze zijn mét de scheepvaart achteruitgegaan, en weer opgegaan in de jungle. (195)

Het afschuwelijke oord Limón is regelrecht in de roman Muskietenkust terechtgekomen. De muffe geur die er hangt, de olie, het brakke water en alle andere smerigheid krijgt allemaal een bestemming in Muskietenkust. Weliswaar speelt de roman in Honduras, de inspiratie komt regelrecht van Paul Theroux’ ervaringen aan de kust van Costa Rica.

Op een wonderlijke manier combineert de reisboekenschrijver de zendelingen met de avonturier. De hoofdpersoon Allie Fox wil juist breken met zijn vaderland en gelooft dat Amerika elk moment ten onder gaat in zijn eigen weelde. Als tegenhanger staat de zendeling Gurney Spellgood.

De mannen ontmoeten elkaar op de boot de Eenhoorn als ze naar Honduras varen. De ene om er zich te vestigen, de ander om het woord van God te brengen. Allebei verliezen ze hun geloof. De een laat zich verleiden tot materialisme en de ander door zijn idealen. Hiermee haalt Paul Theroux een buitengewoon interessant onderwerp aan in Muskietenkust

Wordt vervolgd

Paul Theroux: Muskietenkust. Oorspronkelijke titel: The Mosquito Coast. Vertaald door Joop van Helmond. 4e druk. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1989 [1984]. ISBN: 90 295 4867 3. 436 pagina’s.