Categorie archief: boeken

Lezen in de jungle

imageLeest in Tussen Orinoco en Amazone zijn reisgenoot Simon Stockton eindeloos in de klassiekers van Dostojevski. Ook in Congo is er een reisgenoot van Redmond O’Hanlon die leest. Medereiziger Lary Shaffer leest in Congo onderweg DickensOur Mutual Friend en Martin Chuzzlewit.

Het ontwikkelt zich net als in het vorige reisboek tot een heus Leidmotief, waarnaar de verteller O’Hanlon met zichtbaar genoegen verwijst. Zoals wanneer Redmond in zijn rugzak op zoek is naar iets. Hij kan het niet vinden en krijgt van zijn lezende vriend een uitdrukkelijk advies:

Weet je, als je hebt gevonden wat je in godsnaam nou weer zoekt, misschien zou je dan meteen even die verdomde drieënzestig zwarte sokken vol maden die je hier in de tent hebt uitgestrooid, kunnen oprapen en terugdoen waar ze thuishoren: in die stinkende backpack van je, wat een levensgroot gevaar voor de volksgezondheid is. (256)

Lary Shaffer – een filmer die voor Nobelprijswinnaar Nico Tinbergen werkte – leest vooral ‘s avonds in de tent bij het licht van de zaklantaarn. Niet zoals die eerdere reisgenoot Simon Stockton aan boord van de boot of al trekkend door het oerwoud.

De Congolezen zien het lezen van Dickens als een goede daad. Manou bijvoorbeeld wil dolgraag gaan studeren in Amerika en net als Lary de boeken van Dickens gaan lezen, in zijn zelfgebouwde huis.

En ‘s avonds zal ik die Dickens lezen, en ik zal alle films van doctor Lary bekijken en ik zal saka-saka eten en ik zal Coca-Cola drinken, en Johnny Walker, Black Label. [...]; ik geef samen met doctor Lary les, we zijn werkers, we werken samen, we zijn elkaars gelijken, we waarderen elkaar. (557)

Lary Shaffer reist maar een gedeelte met Redmond O’Hanlon mee en hij bereikt zelfs nooit het meer met de dinosaurus. Hij weet een echte band weten op te bouwen met de Congolezen, iets waar Redmond pas aan het einde van zijn boek in slaagt. Hij krijgt dan vooral respect voor zijn fetisj-kamer.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Kongo en Congo

imageIk kwam laatst de bundel met reisverhalen Naar huis tegen in de kringloopwinkel van Diemen. In deze bundel met verhalen van Boudewijn Büch, Charles Darwin en Paul Theroux, staat ook een verhaal van Redmond O’Hanlon. Het verhaal heeft de veelzeggende titel ‘Kongo’.

De verantwoording aan het eind van het 190 pagina’s tellende boekje vermeldt de vertaler van dit verhaal, Tinke Davids. Dan volgt een belangrijke zin over het grote reisboek van Redmond O’Hanlon dat nog moet verschijnen: ‘Kongo verschijnt najaar 1993′.

Najaar 1993 verschijnt het grote reisboek van Redmond O’Hanlon niet. En de jaren erop ook niet. Pas in september 1996 verschijnt de eerste druk van dit boek. Het telt meer dan 50 pagina’s en heeft de titel Congo gekregen.

Het verraadt iets van de moeite die Redmond O’Hanlon heeft om tot zijn prachtige reisverhalen te komen. Een proces dat jaren kost van schrijven, schrappen, herschrijven en veranderen. Het meest blijkt dat nog als je het verhaal ‘Kongo’ naast het grote reisverhaal legt.

Het verhaal uit Naar huis vindt in het grote reisverhaal Congo een plekje in de hoofdstukken 30, 31 en 32. Hij kiest ervoor in het korte verhaal om de naam van Léonard achterwege te laten en te beperken tot Commandant.

Het verhaal is echt een fragment gebleven en is moeilijk los te lezen van het grotere geheel. Veel van de context die het grote reisverhaal bevat, valt in het korte verhaal weg. Wel blijft de prachtige vertelwijze overeind die O’Hanlon zo kenmerkt. Het verhaal nodigt daarmee uit tot het lezen van het grote reisverslag.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Poëtische stijl

image

De enige bevrijding uit de zwaarmoedigheid van André Plattels Alles hiervoor is de stijl van het verhaal. In bijna overdreven poëtische bewoordingen probeert de verteller het verhaal lucht te geven. Het lukt hem vaak, maar soms maakt de lucht van de vergelijking het juist zwaar.

Zoals het moment als Jonathan in het hotel genegenheid zoekt bij Bette, het meisje waar hij iets voor voelt. Ze is weggelopen nadat hij een jaloerse opmerking heeft gemaakt.

Ik ga haar achterna, leg een hand op haar schouder als ze de deur van de hotelkamer opent. In het woordeloos spreken van de vorige avond gebeurde iets wat zich niet helemaal voltrok en daardoor duurde. Nu is het bijstellen, repareren, in onszelf wankelen. Voordat we gaan slapen omhelzen we elkaar wel, maar leunen op een zuchtje wind. (124)

Deze stijl zet zich het hele boek voort. Het maakt het verhaal luchtig, maar soms ook onnodig zwaar. Ook haalt het vaak de vaart uit het verhaal, in opsommingen die het verhaal niet vooruit helpen en alleen maar gewichtigdoenerij in zich verbergen. Dan slaat de verteller de plank mis. Zoals wanneer hij in Leiden loopt achter het vriendinnetje van zijn broer aan.

Kloksteeg, Wolsteeg, Diefsteeg, Herensteeg, richting Pieterskerkhof, de kinderkopjes waren grijzer dan ik me herinnerde, langs de Trianon, de bioscoop in de Breestraat, waar ik regelmatig met mijn verader kwam, doorsteken richting Burgsteeg, de kapperszaak.
De straten waren me vertrouwd. (163)

Of deze passage nu helpt om het verhaal te vertellen van Claire en zijn broer Stefan. Ik weet het niet, het is voor iemand die in Leiden gewoond heeft heerlijk te lezen over deze straten, maar of het het verhaal vooruit helpt?

Zo maakt de poëtische verteltrant het verhaal soms nog zwaarder dan het al is. Het maakt het verhaal dramatisch en tragisch. Het is heel veel verdriet in die 250 bladzijden, waarbij ik vaak naar lucht moet happen en snak naar een goede grap.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over André Platteels debuutroman Alles hiervoor. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur vannotjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

André Platteel: Alles hiervoor. De Arbeiderspers, 2014. 256 pagina’s. ISBN: 978 90 295 8890 4 Prijs: € 17,95

Het familie-archief

image

Aan de hand van alle documenten en rechtsverslagen van na de oorlog weet Pauline Broekema de gevangenschap, de verhoren en de uiteindelijke fusillade van haar oom Pieter Julius ter Beek heel mooi te beschrijven in Het Boschhuis.

Het kruis dat nu bij de Elsterberg staat, doet denken aan het ‘simpel kruis van gegoten beton’ (414) dat Pieter als wens opschreef in het notitieboekje dat hij bij zich droeg.

In Het Boschhuis bladert vader Juul regelmatig door deze documenten. Het is het enige dat nog van zijn zoon is overgebleven.

Het dierbaarste uit zijn archief waren de briefjes van Pieter. De berichten vanuit Zeeland, de dagen na de inal, toen ze zo om de jongen in angst zaten. Dat handschrift dat hij zo had verfoeid, onhandig, onverzorgd spijkerschrift, wat hield hij er nu van. (449)

Datzelfde archief van haar opa, helpt Pauline Broekema om haar boek vorm te geven. De mappen boordevol documenten en brieven vormen de basis van haar familiekroniek. Samen met alle verslagen en andere boeken over de bezetting en het leven in Nederlands-Indië is het verhaal van de familie Ter Beek ontstaan, gereconstrueerd en ontdekt.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn achtste bijdrage over Pauline Broekema’s familiekroniek Het Boschhuis, Kroniek van een familie. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Pauline Broekema: Het Boschhuis, Kroniek van een familie. De Arbeiderspers, 2014. 471 pagina’s. ISBN: 9789029588973 Prijs: € 19,95

Harry G.M. Prick – #50books

image

Al tijdens mijn studie ontdekte ik de biografie. Het was de tijd dat Harry G.M. Prick met het eerste deel van zijn Van Deyssel biografie kwam. We hadden in die periode college van Peter van Zonneveld. Op een ochtend zat hij afwezig bij het college. Hij vertelde dat de biografie van Van Deyssel hem tot ver in de kleine uurtjes geboeid had. Nauwelijks geslapen had hij die nacht.

Voor mij kwam dat moment veel later. Ik kreeg het boek te pakken in de ramsj bij De Slegte. Maar ook ik werd gegrepen. Wat een leven van deze auteur. Harry Prick wist het leven van iemand die nog helemaal in de negentiende eeuw stond op een prachtige manier tot leven te wekken. Het leek of je meekeek, Van Deyssel op straat tegenkwam en even met hem in gesprek raakte.

Bij een boekenveiling van Bubb Kuyper bemachtigde ik een paar jaar terug een collectie biografieën uit de bibliotheek van Harry G.M. Prick. Het was een rijtje van elf biografieën, waaronder de biografie van P.A. Dauem, geschreven door Gerard Termorshuizen. Ik vertelde het aan Gerard Termorshuizen en nam het exemplaar van Harry Prick mee.

image

Het opvallendste waren de pennenstreken die Prick in zijn exemplaar had aangebracht. Het ging om correcties, waarbij hij Termorshuizen op de kleinste details corrigeerde. Het zijn eveneens de passages die ook terugkomen in de biografie van Van Deyssel. Het geeft een inkijkje in het werk van één van de meest interessante biografen van Nederland: Harry G.M. Prick.

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 27 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Heintje, hondje, hoedje – #50books

image

Ik ben gek op het lezen van (auto)biografieën. Ze stimuleren mij het werk van de gebiografeerde verder te onderzoeken. Het meeste lees ik biografieën van schrijvers en kunstenaars. Gevolgd door biografieën van politici, musici of andere beroemdheden.

Zo las ik de biografie van Steve Jobs. Het boek geeft een mooi inkijkje in het leven van deze computerrevolutionair. Het leven van zo’n man was voor mij een enorme leerervaring. Ik leerde anders te kijken naar werk en ontdekte ook de poëzie die in industrieproducten verborgen ligt.

Al ver voor mijn studie ontdekte ik de biografie. Ik hield op de Mavo een spreekbeurt over het boek Heintje, hondje, hoedje van Toon Kortooms. Een boekje over het leven van Hein Fentener van Vlissingen. Een man die ik kende uit het NCRV-programma De stoel van Rik Felderhof.

Daarna volgden de biografieën zoals Wim Hazeu ze schreef, over Gerrit Achterberg, Slauerhoff en tenslotte ook over Vestdijk. Het waren heerlijke boeken om kennis te maken met de bijzondere levens van schrijvers. Het lonkte zo dat ik zelfs de biografie van Escher aanschafte. Of de biografie over Willem Walraven en de biografie van Couperus van de hand van Bastet.

Ook ontdekte ik het boeiende leven van Van Deyssel dat Harry G.M. Prick zo mooi verwoorde in zijn biografie.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 27 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Ongecorrigeerde drukproef

ongecorrigeerd-drukproef-het-boschhuisAl weken ligt hij bij mij in huis, de ongecorrigeerde drukproef van Pauline Broekema’s Het Boschhuis, Een familiekroniek. Ik heb hem ook al een paar weken uit, maar ik sla hem nog geregeld open.

Zoals twee weken geleden toen ik naar Amsterdam fietste en langs de plekken uit het boek reed: Muiderberg, in Amsterdam de Hollandsche Schouwburg en het oude kantoor van de Gooische Stoomtram.

Een paar week eerder ging ik in Veenendaal op zoek naar de fussiladeplaats zoals die in het boek beschreven wordt. Ik maakte er een filmpje en las er een passage uit het boek voor. Allemaal plaatsen die dankzij het boek extra gingen leven.

Morgen is het zover. Dan begin ik met de eerste blog van een reeks die ik over dit boek geschreven heb. De familiekroniek van Pauline Broekema daagt daar genoeg voor uit. Het wordt een mooie reeks, met veel verhalen en gezichtspunten.

Daarbij ga ik niet alleen dieper in op het boek van Pauline Broekema. Er zullen veel andere boeken en verhalen voorbijkomen in de blogs.

Van Wyk Louw

imageIk lees in het boekje Zuid-Afrika’s traditie, Een kort overzicht van kunst en cultuur in de Republiek Zuid-Afrika. Bij een foto van de Zuid-Afrikaanse dichter Nicolaas Petrus van Wyk Louw staat:

de meest vooraanstaande Zuidafrikaanse dichter. Louw was enige tijd hoogleraar in de Afrikaanse taal aan een Nederlandse universiteit.

Allemaal in cursieve letter, het is een onderschrift bij een foto. Ook verderop in de tekst zelf klinken lovende woorden over hem:

de gangmaker van zijn generatie. Van de alleenspraak ging hij via het epische gedicht, de moderne ballade en de dramatische monoloog naar het poëtische drama. (16)

Een ander boek dat ik bij het Zuid-Afrikahuis kreeg, is iets minder enthousiast over deze dichter. Het is het boek van Gerrit Schutte: De Vrije Universiteit en Zuid-Afrika.

Louws hoogleraarschap aan de Vrije Universiteit wordt bediscussieerd binnen de universiteitsmuren. De dichter zelf was zelf niet erg gecharmeerd over de ijver van de Zuid-Afrikaanse studenten aan de VU. In een brief aan Scholtz zou Louw hebben geschreven:

ek weet dat hulle die ellendigste, cru-ste menings oor ons vraagstukke het en die hier en links en regs verkondig (380)

Deze studenten zijn op hun beurt veel positiever over de dichter. In de gesprekken met elkaar en bij de hoogleraar thuis horen ze voor het eerst openlijk over de apartheid.

De universiteit was wat minder enthousiast over de dichter vanwege zijn (weinig christelijke) levensstijl. Dat stond hoger aangeschreven dan zijn houding tegenover de ‘vraagstukke’ in Zuid-Afrika.

Van Deyssel over Maurits

imageDe vondst van het eerste deel van Van Deyssels Verzamelde opstellen wordt extra beloond met het boek zelf. Wat een geweldig deel is dit. De lezer krijgt een bundel prachtige essay’s te lezen.

Mijn oog valt meteen op de recensie van Van Deyssel over de boeken van Maurits Van de suiker in de tabak en Hoe hij Raad van Indië werd. Maurits is het pseudoniem van P.A. Daum en Lodewijk van Deyssel is laaiend enthousiast over de boeken van deze schrijver. Hij schrijft aanstekelijk over de boeken van deze journalist uit Nederlands-Indië.

De heer Maurits heeft die twee voortreffelijke boeken geschreven, waarvan de titels hier boven staan, en daarmeê heeft-i me een groot plezier gedaan. Dat klinkt misschien verwaand, dat ik zeg, dat-i mij dar meê een groot plezier heeft gedaan. Ik kan ‘t niet helpen, en tóch móet ik ‘t zóo zeggen, want dit is precies wat ik dacht na de lezing dier boeken: jongen, kerel, Maurits, wat doe je me daar erg veel plezier meê. (237/238)

Wat mij vooral treft is de prachtige stijl die Van Deyssel hier hanteert. Geen opsmuk en met heel veel humor. Ik heb erg gelachen bij het lezen van de recensie en vermoedde dat Van Deyssel dit humoristisch bedoelde. Hij schrijft over de levensechte verhalen van Maurits. Van Deyssel leest liever dit soort verhalen doordrenkt van het leven dan de saaie literaire verhandelingen van auteurs als Terburch.

Hij gaat ver in zijn bewondering en daarbij hanteert hij extreme bewoordingen. Bijvoorbeeld wanneer hij schrijft dat hij moest huilen bij het lezen van een passage in Hoe hij Raad van Indië werd.

Er zijn menschen, die gauw huilen, maar ík huil niet gauw en bij een boek nog minder gauw als bijv. in de komedie, maar toen de heer Maurits mij vertelde van Corries dood toen ze ‘n ‘n kind kreeg, in zijn “Raad van Indië”, tóen heb ik eventjes moeten huilen en daar ben ik hem zeer, zeer dankbaar voor.’(239)

Het komt licht overdreven op mij over. Al vermeldt Van Deyssel aan het einde van de bespreking dat Maurits zich kan wedijveren met grote auteurs uit het buitenland, ‘die een uitnemende reaktie zijn tegen de suffigheden van menig duf hollandsch schrijver.’ (240)

Ik sloeg het eerste deel van Harry Pricks biografie over het leven van Lodewijk van Deyssel open. Het boek zat eveneens in het lot. Daar schrijft Harry Prick dat Van Deyssel een zwak had voor de boeken van Maurits. Dan volgt een heel lang citaat uit de boekbespreking uit het eerste deel van de Verzamelde opstellen.

imageGeen woord te bespeuren over de ironische bewoordingen waarin Van Deyssel zich uitdrukt. Maar volle ernst. En helemaal kan ik dat niet geloven. Misschien bewonderde hij Maurits, maar hij doet dit wel met erg veel humor.

En dan weet ik gelijk weer wat ik in de hedendaagse kritiek mis: de humor. Gerrit Komrij deed het soms, maar het kan niet vaak genoeg. Humor helpt zeker om kritiek leuk te maken en haalt de angel van het venijn eruit.

Van Deyssels Verzamelde opstellen

imageOp een veiling kocht ik laatst de Verzamelde opstellen van Lodewijk van Deyssel. Ze zaten in een lot met liefst 38 banden met boeken van en over Van Deyssel. Ik haalde de boeken op en liep door de natte straten van Leiden.

Thuisgekomen telde ik de boeken na. Tot mijn schrik ontdekte ik dat ik een deel van de elf-delige serie Verzamelde opstellen miste. Enig uitzoekwerk maakte het alleen maar erger. Ik miste het eerste deeltje.

Ik nam gelijk contact op met het veilinghuis. Eerst vroeg de contactpersoon of ik echt goed gekeken had. Ja, ik had echt heel goed gekeken. Het lot moest uit 38 banden bestaan en ik telde er 37. Ze zouden gaan kijken of het deel ergens zou liggen.
imageHet bleef even stil en ik vreesde het ergste. Tot ik na het weekend een berichtje tegenkwam. Ze hadden het boek gevonden. Het was per ongeluk terechtgekomen bij de restanten die aan een opkoper waren verkocht.

Gelukkig bracht hij het boek terug en stuurden ze het eerste deel van de Verzamelde opstellen kosteloos naar mij. Vergezeld met het pakketje ging een stapeltje excuses.

Ik heb ze allemaal aanvaard, want ik was helemaal blij. Ik heb nu de Verzamelde opstellen van Lodewijk van Deyssel!