Categorie archief: boeken

Boekenspiegel

image

De beste wijzen zijn de wijsgeren die je een spiegel voorhouden. Zo lees ik geïnspireerd op het bijzondere concert in Naarden Het labyrint der wereld en het paradijs des harten van Jan Amos Comenius.

In het tiende hoofdstuk onderzoekt de verteller de stand van de geleerden. Hij ontdekt dat mensen hun getuigschriften niet met hun verstand, maar met hun portemonnee halen.

Na een beschrijving van de bibliotheek, waarbij de geleerden de boeken opeten. De boeken smaken zuur maar de bittere smaak gaat over in een zoete volgens de dikke geleerde die hij spreekt.

Ook treft de verteller geleerden aan die boeken meenemen om ze in de kast te zetten. Ze voorzien de boeken van mooi foedralen en beschilderen ze soms met zilver of goud.

Vervolgens plaatsen zij ze op rijen in de kast, namen ze er echter spoedig daarop weer uit om ze nog eens te bekijken en daarna wederom op hun plaats te zetten. Terwijl zij deze handeling meer dan eens herhaalden, gingen zij nu eens dichtbij, dan weer op een afstand staan en wezen elkaar vol trots hoe mooi die boeken er van buiten uitzagen. (72)

De verteller vraagt aan zijn begeleider Verblinding met wat voor een ‘kinderachtige beuzelingen’ deze lieden zich bezighouden. Volgens Verblinding is het heerlijk een mooie bibliotheek te bezitten. Mensen die een bibliotheek bezitten, vallen volgens hem ook onder de geleerden.

Dan maakt de verteller een rake opmerking:

Evenals iemand die een groot aantal hamers en tangen heeft, maar niet weet hoe deze te hanteren tot de smeden wordt gerekend, dacht ik. (73)

Misschien dat meespeelt dat de bibliotheek van Comenius inclusief manuscripten twee jaar eerder is verbrand. Aan de andere kant wijst hij wel met de vinger op de zere plek: het bezit van boeken zegt niet dat je wat erin staat bezit.

Sprakeloos met een vrouw naar bed – #WoT #leesvrouwen

in-bed-met

Sprakeloos ben ik: het cpnb heeft voor volgend jaar opnieuw een man benaderd voor het schrijven van het boekenweekgeschenk. Voor het dertiende jaar op rij valt een man deze eervolle taak ten deel. Volgend jaar schrijft de Vlaming Dimitri Verhulst het 96 pagina’s tellende boekje dat je krijgt bij de aankoop van 11,50 euro aan Nederlandstalige boeken.

Dimitri Verhulst eindigt een leger aan mannen: Tommy Wieringa, Kees van Kooten, Tom Lanoye, Kader Abdolah, Joost Zwagerman, Tim Krabbé, Bernlef, Geert Mak, Arthur Japin, Jan Wolkers, Thomas Rosenboom en Ronald Giphart.

De laatste vrouw was Anna Enquist in 2002. De rest van de lijst bestaat uit hoofdzakelijk mannen. Grote vrouwelijke nestor is Hella Haasse. Zij schreef liefst 3 boekenweekgeschenken in 1948, 1959 en 1994.

Bij de Nobelprijs kunnen ze het niet maken, daar geven ze de prijs het ene jaar aan een man, het andere aan een vrouw. Bovendien weten ze ook nog eens Westers en niet-Westers met elkaar af te wisselen. Heel knap. Kwaliteit laat zich moeilijk berekenen in afkomst. Ik weet niet of ze ook rekening houden met seksuele geaardheid van de Nobelprijswinnaar.

Het CPNB moet eens de mannentrend doorbreken en een paar vrouwen het geschenk laten schrijven. Dat doe ik als lezer overigens ook. Het is heerlijk om tussen al die mannen ook eens een vrouw beet te pakken. Spannend, sensueel en opwindend tegelijk.

Voor Not just any book’s leesclub Een perfecte dag voor literatuur kruip ik geregeld met een vrouw in bed. Vorige week beleefde ik genoeglijke uurtjes met Eva Kelder. Aangespoord door een tweet van @kimindepen liet ik er mijn lief een mooie foto van maken: samen met Eva Kelder in bed.

Boeken achter mij aan – #50books

image

Mijn boeken in twee speciaal daarvoor ingerichte kamers: de bibliotheek en de naastgelegen studeerkamer. Beide kamers op zolder bevatten het grootste deel van mijn boekenbezit. Toch kan ik niet verhinderen dat ook op andere plekken in huis boeken van mij rondzwerven.

Lezen doe ik namelijk niet daar. Dat doe ik beneden op de bank en in bed. Daarom sleep ik het stapeltje boeken dat ik lees, de hele dag met mij mee. ‘s Morgens als ik wakker word mee naar beneden en ‘s avonds als ik ga slapen weer mee naar boven.

Voor de zekerheid zwerft er ook een stapeltje boeken rond mijn zitplek op de bank. De grote boeken staan rechtop tegen de tafel. De kleiner liggen op de hoek van het tafeltje naast mijn zitplek.

Zo zorg ik ervoor dat ik de hele dag voorzien ben van boeken. Als ik onderweg ben, neem ik vaak het boek dat ik lees mee. Momenteel zijn dat Bob den Uyls reisboekje en natuurlijk de roman van Eva Kelder die over twee weken op de lijst voor Een perfecte dag voor literatuur staat.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 13 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject

Junghuhns gedenksteen – #50books

Gedenksteen Franz Wilhelm Junghuhn in Mansfeld

Burgemeester Dietmar Sauer bij de onthulling van de gerestaureerde gedenksteen van Franz Wilhelm Junghuhn in Mansfeld.

Leiden staat vol met gedenkplaquettes: hier woonde Nicolaas Beets, hier schreef Kneppelhout zijn Studentenschetsen en hier woonde Wilem Bilderdijk. Bij de oprichting van veel van deze gedenkstenen was mijn docent Peter van Zonneveld betrokken.

Literair Leiden in plaquettes

Hij is een lopende encyclopedie als hij door literair Leiden loopt en weet precies welk huis welke schrijver en/of hoogleraar als bewoner heeft gehad. Of de plaats waar Karel van het Reve met zijn auto te water geraakte aan het Rapenburg.

Voorzover ik weet is in Leiden alleen het huis van Japanoloog Von Siebold een museum geworden. De woonhuizen van de meeste schrijvers zijn woonhuis gebleven of bieden onderdak aan een onderdeel van de Universiteit Leiden. In het ergste geval herbergen de monumentale panden studenten. Dat zijn dan vaak niet de studenten met de meeste literaire kennis en liefde, maar met het meeste geld.

Gedenksteen Junghuhn Leiden

Zelfs het huis van Bomans fictieve personage Pieter Bas bezit een gedenksteen op de Breestraat. Temidden van al die plaquettes in Leiden zit ook een gedenksteen in de muur van het huis waar Junghuhn woonde tussen 1848 en 1855. Jarenlang liep ik er gedachteloos langs, totdat dezelfde Peter van Zonneveld over deze bijzondere natuuronderzoeker vertelde. Ik raakte helemaal vervuld van deze natuuronderzoeker.

Sindsdien keek ik bij het fietsen altijd even naar het pand aan het Rapenburg. Ik maakte zelfs in de achtertuin een keer een borrel mee en staarde vol ontzag naar de indrukwekkende boom die daar stond. Misschien had Franz Wilhelm Junghuhn die boom wel gepland en het kleine spruitje elke avond een emmer water gegeven.

Gedenksteen Mansfeld

In 2009 mocht ik een bezoek brengen aan de geboorteplaats van Junghuhn in Mansfeld. Zijn huis staat er niet meer. Het is een open ruimte tussen twee huizen in. Het huis zou in de jaren zeventig zo vervallen zijn geweest, dat het is afgebroken. Vermoedelijk waren de kelders onder het huis nog wel intact. Al was er in de DDR-tijd een zware tractor doorheen gezakt, vertelden de bewoners van het kleine stadje mij.

De plaquette die in 1909 boven de deur werd geplaatst, staat nu op de lege plek waar het huis stond. In 2009 werd het in aanwezigheid van de burgemeester en de directeur van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap Nederland onthuld. Het genootschap is nog altijd eigenaar van de plaquette.

Ik sliep in het hotel naast het geboortehuis van Junghuhn. Mijn kamer grensde aan het huis van Junghuhn. Als ik goed keek kon ik in de tuin kijken. Ook genoot ik van het uitzicht op het slot aan de andere kant van het dal. De volgende morgen liep ik door de straat waar Junghuhn en veel eerder Luther liepen om naar school te gaan. Op weg naar de burcht waar ik de lezing zou geven.

Tangkuban Perahu

Zo kroop ik even in de huid van Junghuhn. Maar of ik hier nu dichter bij hem gekomen ben? Ik heb nog altijd het idee dat ik misschien dat gevoel alleen maar op de Tangkuban Perahu kan hebben. Het immers zijn lievelingsvulkaan.

Zijn graf en grafmonument liggen aan de voet van de berg, maar ik denk dat je alleen op de top het dichtste bij Junghuhn komt. De vrees voor teleurstelling en financiële redenen weerhouden mij nog steeds naar Indonesië te gaan.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Geen plaatjes

image

‘Kijk deze is het.’ Een man loopt langs mij en trekt voor mijn neus een boek uit de kast. Het is De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux. Hij geeft het aan de man die bij hem is. Een oudere man die het boek geïnteresseerd openslaat. Hij bladert aandachtig door de pagina’s en speurt de bladzijden af.

‘Nee, die hoef ik niet’, zegt de oudere man tegen de jongere. Het zou zo zijn zoon kunnen zijn tegen wie hij spreekt. ‘Maar dat is het boek dat je wilde lezen’, antwoordt de zoon. ‘Nee, er zitten helemaal geen plaatjes in’, verzucht de vader.

Hij loopt voor mij langs en duwt het boek weer terug in de boekenkast. Het is precies dezelfde pocket als die ik drie jaar geleden las. Zonder plaatjes, maar het verhaal is beeldend genoeg. Ik kijk hem spijtig na en besef dat deze man een mooi boek aan zijn neus voorbij laat gaan.

Beginnen bij het einde

doris_en_jacques_vriensBeginnen bij het einde. Voor kinderboekschrijver Jacques Vriens is dat het geheim van zijn schrijverschap. Door te weten hoe zijn verhaal eindigt, lukt het hem om een verhaal af te maken. Anders blijft hij ronddolen omdat hij geen einde heeft. Ik leerde het gisteren van de schrijver bij zijn voorstelling Hoe verzint-ie het toch allemaal? in de nieuwe bibliotheek van Almere

Ze zijn allebei een groot liefhebber van Jacques Vriens. Zij en zij. Inge volgt hem al jaren, heeft de boekenkast volstaan met de boeken voor oudere kinderen. Doris volgt haar en leest zijn oeuvre sneller dan haar moeder.

Ze verslindt de boeken van Jacques Vriens. Na Meester Jaap leest ze De bende van de Korenwolf en het eerste deel van de nieuwe serie het Kattenpleintje is al uit.

Daarom wist Inge het wel toen ze voorbij zag komen dat Jacquens Vriens zijn voorstelling zou geven in de bibliotheek. De kaartjes waren snel gekocht en zondag was het zover: we gingen naar de voorstelling.

image

Het is een boeiende voorstelling waarbij Jacques Vriens het persoonlijk verhaal over zijn schrijverschap afwisselt met fragmenten uit zijn boeken. Soms is het iets teveel reclame voor zijn eigen werk, maar hij brengt er een leuke kwinkslag in.

Verder kan hij prachtig voorlezen uit zijn verhalen. Ook speelt hij met het ‘scherm’ achter hem met onder andere een interview met zijn alter ego Meester Jaap. Het is erg vermakelijk en hij praat grappig met zichzelf.

Een mooi programma, waarbij ik vooral veel leerde over die ene opmerking die Jacques Vriens maakt in de voorstelling. Hij vertelt daar dat hij altijd moeite had om een einde van een verhaal te krijgen. Hij begon aan een verhaal, maar komt niet tot een einde.

image

Nu lost hij het op door te beginnen met het einde van het verhaal. Dan weet je bij het schrijven waar je naartoe werkt. Het helpt om je verhaal te kunnen vertellen, stelt hij. Het is zeker een goede tip. Ik worstel ook altijd met het einde. Als je het einde de das om hebt gedaan, kun je pas goed beginnen.

Volgens Jacques Vriens helpt dit advies hem nog altijd. Hij doet het bij al zijn verhalen. Al kan het einde tijdens het schrijven best veranderen, het geeft hem voldoende houvast het verhaal te vertellen. Een advies dat ik best kan opvolgen.

De foto na afloop met Jacques Vriens was voor Doris natuurlijk het hoogtepunt. Net als dat hij haar zoomlink droeg waardoor ze de voorstelling goed meekreeg. De apparatuur helpt haar onwijs goed. Zo heeft ze echt kunnen genieten van de voorstelling.

De grote Spoorwegcarrousel – #50books

image

Paul Theroux’ De grote spoorwegcarrousel. Ik weet niet of dit het mooiste reisverhaal is, het is wel hèt reisverhaal dat mij heeft ingewijd in het lezen van reisverhalen. Met het lezen van dit boek in de zomer van 2011 was ik overstag: ik wilde meer reisverhalen lezen. Eerst van Paul Theroux maar niet van hem alleen.

Na Paul Theroux volgden meer reisschrijvers, zoals Redmond O’Hanlon en het werk van Jack Kerouac. Een wereld verhalen gaat voor mij open en dat allemaal begonnen met de De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux. Ik vond het prachtig om te lezen hoe iemand met de trein reist. De combinatie van verval en de cadans van de trein. Het zijn mooie ingrediënten voor een reisverhaal van Paul Theroux. Ik ben er gek op.

De volgende reisboeken van Paul Theroux overtreffen De grote spoorwegcarrousel in alle opzichten. Ik ging met hem mee door China en naar Patagonië. Ik ben nu bezig met De zuilen van Hercules, een reisverhaal waar Paul Theroux over de Middellandse Zee reist. Als een heuse Odysseus trekt hij in deze alternatieve ‘grand tour’ langs de eilanden en landen aan de de Middellandse Zee. Het is een prachtig verhaal waar hij soms ook in een trein stapt.

Het vernieuwende in zijn reisoeuvre, waarbij hij de ene keer kiest voor een vervoermiddel (te voet of kayak) en de andere keer voor een thema (de Odyssee of safari). Het maakt de verhalen tijdloos en geven een beeld van het reizen dat door het vliegtuig vervlogen is: bewust ergens naartoe reizen, waarbij het reizen zelf het doel is.

Paul Theroux’ De grote spoorwegcarrousel is voor mij de entree van de twintigste-eeuwse reisliteratuur. Er liggen genoeg boeken klaar om gelezen te worden: Bill Bryson, Bruce Chatwin, Norman Lewis, V.S. Naipaul, Colin Thubron en Gavin Young. En niet te vergeten die andere treinreizigers Eric Newby en Christopher Portway.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 10 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Tranen met tuiten huilen – #50books

het-klompje-dat-op-het-water-dreefTranen met tuiten heb gehuild om de boeken van W.G. van de Hulst. Het ene nog zieliger dan de andere. De titels waren al zielig. Neem Ouwe Bram of Het klompje dat op ‘t water dreef.

Elk boek leidde steevast tot gebrul. Het verhaal Ouwe Bram waarbij de oude norse bejaarde een heel aardige man blijkt te zijn. Precies op het moment dat je dat vindt, gaat hij dood. Niks meer aan te doen, maar huilen, huilen, huilen.

Sinds die tranen geplengd zijn, ben ik wat voorzichtiger geworden met de tranen. Ik huil niet meer zo snel bij een verhaal. Soms vind ik het zelfs vals sentiment. De verteller die tranen oproept om het effect en niet om het verhaal. Nou dat hoeft van mij niet. Ik laat mij lekker meenemen door het verhaal, maar als er tranen verlangd worden haak ik af.

Hoe anders dan bij gedichten. Elisabeth Eybers, Simon Vestdijk of de laatste gedichten van Gerrit Komrij. Ze grijpen mij bij de strot en verlaten mij niet meer. Of de gisteren overleden Leo Vroman. Hoe mooi zijn die woorden. Ze raken je aan en je voelt het overal. Geen vals sentiment, maar pure emotie.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  8 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Voorlezen – #50books

image

Ik lees haar elke avond voor. Ze was nog geen twee jaar oud toen ik begon. Prentenboekjes en later Jip en Janneke. Een beetje te klein nog. Maar ze luisterde en ik las haar de verhalen voor die mij destijds waren voorgelezen. Bij Sinterklaas, als ze verdwalen, als Takkie weg is en als ze het paasbrood in het zand laten liggen.

Mijn moeder las voor. Op een bepaald moment is ze gestopt. Wanneer dat was, weet ik niet meer. De anderen kregen dezelfde verhalen en gingen op een andere tijd naar bed. Ik denk dat het vanzelf stopte.

Ik ging zelf lezen, voor het slapen gaan las ik Pinkeltje, de Kameleon en Snuf de Hond. Het voorlezen kwam later toen ik oppaste. Daar mocht ik Otje voorlezen. Ze waren erg enthousiast over mijn immitatie van Kwark de kraai.

Ik lees nog steeds voor. Nu liggen de boeken van Jacques Vriens op mijn schoot. Ze vindt het erg leuk. Ik vind het ook fantastisch om te doen. Voorlezen is ook leuk. Ik wil nog graag meer boeken lezen die ik zelf niet ken. Zo hoop ik binnenkort aan Tonke Dragt te beginnen op aanraden van mijn blogvriend Jacob Jan. Ook liggen er nog mooie boeken van Willem Wilmink.

Laatst vroeg ik aan Inge wanneer je eigenlijk ophoudt met voorlezen. ‘Tot jullie het allebei niet meer leuk vinden’, zei ze. Dat lijkt mij een mooi moment en voorlopig is het nog niet zover.

Wist je trouwens dat ik al een keer een #WOT over voorlezen schreef? Het ging per ongeluk ik las de blog van Peter en begon enthousiast te schrijven. Zonder dat ik echt goed gekeken had naar de eigenlijke vraag over poëzie. Die vraag moet nog steeds beantwoord worden.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 7 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Boeken om weg te geven – #50books

image

Niets moeilijker dan het geven van een boek. Daarom is de boekenbon ook zo waanzinnig populair: je geeft toch een boek maar laat die ander zelf het boek uitzoeken. In het geven van een boek zit iets dwingends: je moet dit lezen. Terwijl lezen veel aandacht en tijd van je vraagt.

Ik geef vrijwel nooit boeken weg. Alleen duidelijk aangegeven op een verlanglijstje wil ik het nog cadeau doen. Maar om een duur boek weg te geven en dan te horen dat iemand het laat verstoffen in zijn boekenkast. Of dat iemand het al heeft. Dat toont wel dat je een boek hebt gekocht dat in zijn interessegebied ligt, maar het is leuker een boek te geven dat hij nog niet heeft en toch graag wil hebben.

Kringloop

Ik krijg zelf ook zelden boeken. Soms waagt iemand zich eraan, maar vaak heb ik het al – en dat vind ik verschrikkelijk vervelend om te zeggen – of het grenst tegen iets aan dat ik graag wil hebben. Het net-niet cadeau. Of dat je het boek al hebt, maar dan in een net iets andere uitvoering. Ze belanden vaak ongelezen in de boekenkast. De kringloopwinkel ligt vol met dat soort geschenken.

Zo speurend in die kringloopwinkels stuit ik soms op boeken voor anderen. Dat vind ik eigenlijk veel leuker om te doen. Zo bezorg ik mensen dikwijls een verrassing. Ik vind een boek dat mij heel erg lijkt te passen bij iemand. Soms heb ik het zelf af, maar ook is het echt iets speciaals voor iemand anders.

Dan loop ik tegen een atlas aan voor mijn vader of vind ik een boek dat mij heel mooi lijkt voor een vriend of vriendin. Dan bewaar ik dat cadeau voor wanneer zich de gelegenheid voordoet. Erg leuk om te doen en als iemand het boek dan al heeft is de schade niet zo groot. Zo krijgt het boek dat al een cadeau was en in de kringloopwinkel belandde toch een nieuw plekje, de kringloop is rond.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 6 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.