Categorie archief: brug

Omzwervingen: Spoorbrug bij Weesp

imageNu steek ik de noodweg voor het bouwverkeer over en klim de hoge spoordijk op. De spoorbruggen bij Weesp. Een flinke hoogte is het. Zeker op de fiets. De brug steekt groots over het kanaal. Ongehinderd varen de binnenvaartschepen onder de brug door. Ik zie als ik via de haarspeld boven kom, de bogen hoog voor mij uitbuigen. Een trein dendert over de brug. Het is de internationale trein uit Berlijn. Wat een schoonheid tegen de lelijkheid van het wegverkeer verderop.

imageAls ik aan de overkant van het kanaal weer afdaal, denk ik aan het treinongeluk bijna een eeuw geleden, in 1918). Een stoomtrein met wagons kletterde zo van de dijk naar beneden. De spoordijk was niet goed aangelegd, bleek na onderzoek. De lange regentijd had gezorgd voor verzakkingen. Een lang gedeelte van de dijk was onder het gewicht van de trein bezweken. Zo ontspoorde de trein op volle snelheid. Het was op dat moment de grootste treinramp met 41 doden en 42 gewonden.

Nu rijden de treinen af en aan over de vier sporen brede spoorbrug. Van en naar Amsterdam, Schiphol, Hilversum en Almere. Het is één van de drukste delen van het spoorwegnet. De dijk houdt al dat gewicht. Van het ongeluk is niks meer te zien. In de verte zie ik hoe het wegverkeer in kleine speelgoedauto’s over het asfalt jaagt. Niets verraadt iets van het drama dat hier op vrijdag 13 september 1918 zich afspeelde.

image

Omzwervingen: Spoorbaanpad en Hollandse brug

image

Ik maak graag omzwervingen rond Almere. Het Spoorbaanpad is een onvermijdelijke route om de stad te kunnen verlaten. Voor een fietsrit in de richting van Naarden, Weesp en Muiden moet je het 8 kilometer lange fietspad afrijden.

Het Spoorbaanpad is een lange kronkelige weg langs de spoordijk. Het leidt nergens toe. Hoe je ook fietst altijd blaast de wind van voren. Het zetje in de rug lijkt alleen gegund aan de tegenliggers die vrijwel zonder trappen je tegemoet rijden.

De Hollandse brug aan het eind van het fietspad levert even weinig lol op. Als je daar rijdt vraag je je af waarom je in godsnaam voor de fiets gekozen hebt om Almere uit te komen.

De zon mag dan lekker branden, het langsrazende autoverkeer dat achter de groene flappen genadeloos voorbij zoeft, het klinkt angstaanjagend en bedreigend tegelijk.

Het stinkt er geheid naar de uitlaatgassen die de auto’s uitspugen. De fijnstof bereikt je longen, zodat ik mij afvraag of ik niet beter een peuk zou kunnen opsteken dan van Almere naar Naarden te fietsen.

Door de verbreding van de snelwegen A6 en A1 is het een kale bedoening geworden. Fietste ik voorheen graag door het Kromslootpark om het langdradige Spoorbaanpad te ontlopen, de ervaringen met plotselinge en kilometerslange omleidingen, verplichten mij dat ik nu het Spoorbaanpad neem.

Het maakt ook nier meer zoveel uit. De meeste bomen die het Kromslootpark tot zo’n aangename belevenis maakte voor hardloper of fietser, zijn overigens ook gekapt. Een kale vlakte van verschoven zand en uitzicht op het langsrazende verkeer van de snelweg is nog over.

Ik fiets de vervelende route langs de spoorbaan tot de brug. Pas daarna wordt het interessant. Zo begint de route over het oude land vanaf het moment dat je afzakt van de snelweg. Pas daar wordt het leuk en is de wind op slag verdwenen.

Dit alles bezorgt mij genoeg walging van het gedeelte tussen Almere en de ‘oude wereld’. Zeker als de tegenwind mij treft. Hij komt altijd hard aan op de terugweg. De laatste 8 kilometer naar huis fiets ik steevast tegen de striemende wind in.

Het lijkt dan of er dan geen eind komt aan de weg. Het kronkelende fietspad maakt het alleen maar erger. Alle vreugde wat je eerder onderweg tegenkwam, lijkt verdwenen en komt pas thuis een beetje terug bij het bedaren.

Deze blog is de eerste in een reeks omzwervingen. Op de fiets of te voet rond Almere.

Oud ijzer

image

Op zondagmiddag hangen ze over de bruggetjes in mijn wijk. Aan lange touwen zitten magneten vast.Met een zware plons vallen ze in de sloot waarna de gooier het touw binnenhaalt. Zo halen ze de vangst naar binnen. Meestal is de magneet leeg, soms kleeft er een blikje aan.

Andere keren trekken ze een roestige fiets omhoog of een lege bankkluis. Of een rolschaats, een pannendeksel of gewoon een staaf. Ze hebben de sloot overal leeggevist op zware metalen.

image

Waarom ze dat doen, weet ik niet. Want alles wat ze eruit hengelen smijten ze op de brug. Het liefst midden op de brug zodat fietsers en wandelaars er omheen moeten slalommen. Overal ligt het oud ijzer. Voor mij is het de vraag of ze nou op iets anders azen of dat dit een soort weldoenerij is.

Toen ik ze het vroeg gebaarden ze dreigend in een onverstaanbare taal die wel iets van Pools had. Ik hield mijn mond maar en stapte dapper weg. Rakelings langs de zware metalen staaf die midden op de brug lag.

image

Bijna stapte ik op een pannendeksel, dat onder een laagje modder lag. De wind nam een half weggeroest bierblikje mee. Een rolschaats stopte met rollen precies op de rand van het bruggetje. Uitdagend zijwaarts kijkend met de roestige uiteinden.

image

Haarlemmermeerlijn

spoorbrug over a9 met aan weerzijden een fietspadIk volg het spoor verder vanaf het Haarlemmermeerstation langs de tramrails, maar moet een stukje Amstelveenseweg pakken. Gelukkig vind ik snel weer de fietsroute verder langs het tramspoor. Dan rij ik Amstelveen binnen, het fietspad blijft keurig naast de rails lopen alsof het een trein is. Dan splitst het pad zich in twee smalle paden. Ik nader de snelweg A9, want ik zie het torentje van de kerk uit het loof spitsen.

De kerk vlak langs de snelweg wordt met sluiting bedreigd. Een verbreding van de snelweg is de directe bedreiging. Kon de Sint-Annakerk de vorige keer nog worden behoed. Nu schijnt het lot beslist te zijn. Voor mij is het het symbool dat wegen niet overal dwars doorheen gaan, maar ook met een boogje om iets heen kunnen. De kerk ligt namelijk zo prachtig in een bocht.

a9 bij amstelveen

De weg is hier verdiept, zodat de werkelijke wereld zich als een berg boven de snelweg uittorent. Een wereld boven al het geraas van het verkeer. Hier op de brug naast het spoor oogt het allemaal erg smal. Ik maak een filmpje over dit bijzondere punt in het Nederlandse wegennet. Onderwijl druk ik mij tegen de reling, want eigenlijk kan je hier helemaal niet staan. Zo smal is het hier.

station amstelveen ligt aan een fietspad

Wat voor een indruk maakt het station Amstelveen op mij, vlak na de brug over de snelweg. Het station is een kleine scheet vergeleken bij het imposante Haarlemmermeerstation vier kilometer verderop in Amsterdam. De tegels met de plaatsnaam in de zijwand en de schattige bloemen voor de ramen maken het extra beminnelijk.

De rit gaat verder, langs de plas bij Bovenkerk. De vorige keer dat ik hier was stormde het. Mijn jas viel steeds open van de harde wind. Ik kreeg vleugels want de wind vatte steeds de zijflappen van mijn jas waardoor ik een halve vogel of een straaljager leek. Ik was toen zelfs nog even op de aanlegsteiger gaan staan. Ik zie nu hoe klein de plas eigenlijk is. In formaat toch zeker kleiner dan het Weerwater bij huis. De wilde golven van de vorige keer maakten het bedreigender en daarmee groter in mijn gedachten.

De toren van de St. Urbanuskerk van Bovenkerk, een neogotische creatie van Pierre Cuypers, komt extra mooi uit door de ruimtewerking van het water en de omringende bomen. Zo valt de dakruiter, midden in de spits extra op. Dat de kerk met de achterzijde naar het water wijst, maakt deze werking alleen maar sterker. Ook nu, met een vluchtige blik, zie ik genoeg. Het ideale plaatje van een kerk – liefst Middeleeuws – dat boven alles uit stijgt.

image

Daar is de kringloopwinkel van Amstelveen. Ik haal er drie deeltjes van het verzameld werk van Van Eyck. De koop van de eerste drie delen op een veiling was al een jaar of vijf geleden. De begeerte naar de andere drie delen bleef, nu kon ik haar goedkoop vervullen. Het zijn ‘werkexemplaren’ uit de bibliotheek van het ministerie van OKW. Veel is er niet mee gewerkt, de boeken ogen ongelezen. Het lijkt zelfs dat de bladzijden voor het eerst sinds jaren openvallen.

Wat ga ik nu doen? Ik kon op het toilet van de kringloopwinkel wat kwijt, maar dat is niet genoeg. De route van de Haarlemmermeerlijn laat ik voor wat hij is. Voor de kringloopwinkel drink het flesje met roosvicee leeg voor de nodige energie en eet het laatste stukje van de Enkhuizer krentenmik. Het is iets na 2 uur en ik neem het besluit: doorrijden naar Ouderkerk aan de Amstel. Ik ken het plaasje verder niet, maar het moet in een open landschap liggen.

De grote oversteek

image

Een waterig winterzonnetje schijnt in het park. In de verte loopt een echtpaar over de boulevard. Ze flaneren niet. Ze drentelen. Het lijkt wel of ze rondjes om elkaar lopen en zo geleidelijk vooruit cirkelen.

Ver achter hen loopt een hond. Hij laveert zich vooruit over het pad. Nog slomer dan het cirkelende echtpaar. Ze bereiken het bruggetje, dat haaks op de brede boulevard staat. Ze nemen die brug om het pad op het eilandje te bereiken. Ze trekken over het bevroren water.

De stappen van eenden en waterhoentjes liggen donker op de sneeuw. Daaronder ligt ongetwijfeld ijs. Maar de scheuren in het ijs verderop doen vermoeden dat een stap op het natuurijs vragen om problemen is. Daarvoor is het ijs te dun en het water eronder te diep.

Traag loopt het echtpaar over de brug. De klim naar boven vraagt veel van ze. Ze cirkelen niet meer, maar gaan kreunend en steunend omhoog. De hond laveert zijn tocht verder over de boulevard en mist zo de brug. Het dier heeft er geen last van. Er ligt genoeg sneeuw en ander vermaak om zich over te bekomeren.

Dan tikt de man tegen jas van de vrouw. Hij wijst het dier na. Zij roept hem. ‘Jimmie hier’, gilt ze over het bevroren water. Hij staat al aan de overkant en roept ook. ‘Jimmie’. Het dier rent in de richting van het water en springt op het donkere ijs. ‘Trui’, gilt de man nu. ‘Jimmie hier’, roept ze nu.

Er klinkt paniek in haar stem. Het dier heeft de overtocht ingezet en gaat gewoon door. Dwars over de bevroren sporen van de waterhoentjes. Zonder angst en vrees. Trui begint nu te gillen. Er is geen naam meer in te horen. Dan staat het dier in de rietkraag aan de overkant. Bij de man. ‘Hij is hier’, schreeuwt hij.

De vrouw stopt met gillen en rent de brug over naar de hond. Ze omhelst het dier opgelucht. Dan slaat ze een arm om de man en samen cirkelen ze verder en slaan het pad in. Jimmie laveert erachter. Net als voor de oversteek.

Graffiti en de kunstenaar

image

Graffiti en de kunstenaar

Ik laat de honden uit. We lopen het tunneltje tegemoet. Een camera kijkt ons aan. Laag bij de grond tuurt de lens vanaf een statief. Waarom moet vanaf die plek een foto genomen worden?

Ik loop het tunneltje in. De auto’s razen over ons heen. Het water van de gracht kabbelt op ooghoogte. Van het muurtje aan de andere kant springt iemand naar beneden. Hij duikt achter de lens en tuurt in mijn richting. Het raadsel wordt nog groter. Ik loop rustig verder.  Hij wacht.

Als ik en de honden voorbij zijn, klimt de man weer op het muurtje. Hij laat een been bengelen langs het muurtje en zet het andere been op het muurtje. Zijn arm ligt bijna nonchalant op het been. De ogen glimlachen naar de lens. Het staartje van zijn haar danst op de wind.

Wat verderop draai ik mij om voor het complete beeld. Ik zie een graffiti-muur waarop 2 vlinders vele malen keer levensgroot staan afgebeeld. De ene vlinder wat natuurgetrouwer dan het andere. Maar het beeld is duidelijk. Hier laat een kunstenaar zich met zijn kunstwerk beetnemen. De lens graast over het gras en schiet.

Follow the leader

imageEen caravaan fietsers klimt omhoog. De helling brengt ze ter hoogte van het station. Het fietspad loopt evenwijdig aan de spoordijk en klimt hier omhoog over het stationsplein. Een flinke klim, zeker voor een fietsgezin. Vader rijdt voorop, 2 kinderen volgen, een gat in de rij. Dan komt de puberdochter. Hekkensluiter is moeder. Haar fietstassen achterop markeren het einde van de rij.

Ik loop hard. Ze halen mij in. Traag omdat ze klimmen. Vader rijdt overtuigd vooruit. De zekerheid straalt van zijn rug. De 2 kinderen volgen gedwee. Als dochter de kruising voor de klim passeert, komt de muiterij. ‘Moeten we niet afslaan’, gilt ze naar haar vader die al 100 meter verder rijdt. Hij nadert het hoogstepunt van de klim. De rug antwoordt.

Moeder heeft geen zin in gezeur. ‘Rij maar gewoon door, achter hem aan. Hij weet het wel. Follow the leader.’ ‘Maar het is verkeerd’, zegt de dochter. ‘We moeten er hier af.’ ‘Nee’, zegt moeder stellig. ‘Je vergist je. En zo komen we er ook.’

Zo stijgen de hekkensluiters ook. Gedwee achter de leider aan.

De bruggen bij Weesp

Omdat ik er al een hele week zin in had vandaag een fietstocht gemaakt. Ik heb een 3 kringloopwinkels op de fiets aangedaan. Op de Hollandse brug fietste ik een defect treinstel voorbij. Ik reed via Muiden naar Amsterdam Zeeburg, Diemen en Weesp.

Vooral bij Diemen en Weesp zag ik de bekende route vanuit het perspectief van de fietser. Erg leuk om te zien. Vooral ook omdat de route zo vertrouwd is, maar op de fiets er totaal anders uitziet.

Daarnaast heb ik geprobeerd om een videoverslag van de reis te maken. Er ligt veel materiaal dat ik moet bewerken en ik ben er ook niet zo tevreden over. Om toch een indruk te geven van het materiaal, hier een voorproefje: de bruggen bij Weesp.

Nieuwe Meppelbrug

Een paar weken terug was een stukje van mijn route van station naar huis ineens afgezet. Ik moest omrijden. De reden werd mij pas later duidelijk: de Meppelbrug werd vervangen.

Het kostte mij een eindje omrijden en een paar keer verkeerd rijden. De oversteek over het water is zo ingesleten dat ik hem herhaaldelijk wilde nemen. Ik snapte de vernieuwing niet helemaal. De oude voldeed prima. Misschien lag er af en een plank los, maar over het algemeen had ik er weinig hinder van.

Vrijdag was het werk aan de brug klaar, waardoor ik zaterdagochtend bij de boodschappen de brug aarzelend nam. Ik was sneller boven dan ik gewend was. De brug is minder steil dan de vorige. Ook wiebelde de nieuwe brug niet zo sterk als de oude.

Gisteren op weg naar huis nam ik hem nog een keertje. En wat rijdt hij heerlijk. Ik genoot van de meters over het water. Het dek ligt stevig en betrouwbaar. Voor het eerst had ik in de gaten waarom de brug vernieuwd moest worden. Daarna stopte ik even om de nieuwe brug te bekijken. Hier is een mooi stukje werk geleverd bedacht ik mij in de zon van de namiddag.

Broodzakje

De donkere kop drukt de snavel in het plastic zakje. Vervolgens maakt hij zich los van het zakje en hakt flink in het plastic. Beducht van alles wat voorbij komt. Ik fiets langs. Zie hem druk in de weer. ‘Zo jij hebt mazzel’ , mompel ik. Het kauwtje vliegt op van zijn prooi. Ik weet niet of het van mij komt of van de bus die met hoge snelheid voorbij raast.

Als ik even later terugfiets omdat ik het zakje met kraai dolgraag op de foto wil hebben, zit een ekster op het zakje. Zijn klauwen grijpen in het plastic. Hij hakt wat kalmer. Met minder driftige bewegingen dan het kauwtje. Ook hij vliegt op als ik te dicht bij hem kom. Zo ligt het zakje daar eenzaam.

Een meeuw vliegt voorbij en kijkt of de kust veilig is. Een rode spitsbus rijdt over de brug en de meeuw ziet weinig kans. Het zakje boterhammen is duidelijk verloren door een fietser die over de bus reed. Uit de rugzak gevallen of op een andere manier kwijtgeraakt. Een kraai heeft een plekje gevonden in de boom bij de brug. Ik weet dat hij toeslaat als ik weg ben.