Categorie archief: bus

Dark Star Safari

20140831_184225Het laatste dikke reisboek van Paul Theroux dat nog op mijn leeslijst stond: Dark Star Safari, Een reis van Caïro naar Kaapstad. Het is de grote Afrikareis van Paul Theroux.

Tien jaar later probeerde hij het nog eens, andersom en via de andere kant: vanuit Kaapstad naar het Noorden via de Westelijke route. Deze tocht breekt hij af, voor het eerst. Het boek verscheen vorig jaar in Nederland en ik las het meteen.

Nu was het tijd mij te wagen aan de eerdere Afrikareis. In 2001 maakt Paul Theroux de reis door Afrika. Hij komt aan in februari en vertrekt aan het eind van het jaar uit Zuid-Afrika, kort na de begrafenis van Reinhold Cassirer, de echtgenoot van de schrijfster Nadine Gordimer.

Het is een zware reis dwars door Afrika. Paul Theroux legt een gedeelte per trein af, maar het grootste gedeelte van de reis, legt hij af in bussen. Als hij bij Nadine Gordimer op bezoek is, zegt ze niet voor niks steeds dat hij per bus gekomen is vanuit Caïro. Een prestatie die weinig mensen hem kunnen navertellen.

Onderweg neemt Paul Theroux de situatie in ogenschouw. Het stemt hem somber. Hij ziet eerder een verslechtering dan een verbetering met de tijd dat hij in Afrika werkte.

Wel geniet hij van de ontmoetingen met de mensen en de verhalen die hij hoort. Ook bezoekt hij de plekken van zijn herinnering aan Afrika, de tijd dat hij docent was. Hij ziet dat sommige van zijn leerlingen goed zijn terechtgekomen.

Ik kon moeilijk in het boek komen. Paul Theroux kon niet zo goed richting geven aan het verhaal. Er zat veel minder sterk een leidmotief in dan in andere reisboeken. Pas verderop komt het verhaal los. De trein en bus vervullen een veel minder belangrijke rol in het boek.

Ze vervoeren hem van a naar b. In tegenstelling tot de treinboeken doet hij de verhalen niet op in de trein, maar komt ze tegen op de stations of in de steden die hij aandoet. Deze manier van reizen kom je al tegen bij zijn Chinareis of als hij langs de kust van het Verenigd Koninkrijk loopt. De reis in de bus is een heuse belevenis, maar hij doet er niet de verhalen op die hij bij zijn eerdere treinreizen meemaakte.

Daarmee is Dark Star Safari, de ultieme safari door Afrika.

Paul Theroux: Dark Star Safari, Een reis van Caïro naar Kaapstad. Oorspronkelijke titel: Dark Star Safari. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1056 9.

NS zet bussen in

image

De touringcars op de busbaan verraden het al: werkzaamheden aan het spoor: de NS zet bussen in. De drukte op de busbaan vertelt de rest. Af en aan rijden de bussen. Op een normale dag rijden er nooit zoveel bussen. Nu komt de ene na de andere voorbij.

We fietsen naast de busbaan van Almere Buiten naar Almere Stad. Ik kijk snel op de Reisplanner-app van NS. Inderdaad er zijn werkzaamheden. Twee weken geleden waren er ook werkzaamheden.

Het lijkt of NS aan het eind van het jaar in september, oktober en november nog snel het budget voor het spooronderhoud moet opmaken. Bijna elk weekend is het traject tussen Almere en Weesp aan de beurt. De drukke route vraagt blijkbaar om veel onderhoud. Elk jaar gaan er zeker een weekend of acht op aan het spoorwegonderhoud.

Ik heb net een treinkaartje bij het Kruidvat gekocht. Op zaterdag en zondag mag je dan voor een lage prijs door het hele land reizen. Ik wilde een keer een grote rit door Nederland maken per spoor, maar bij werkzaamheden is dat gedoemd te mislukken. Een stuk afleggen met de bus kost snel een uur extra reistijd. Dat uur kun je dan niet opmaken aan de af te leggen route. Meer reistijd betekent minder kilometers.

Terwijl ik dat zo zit te overdenken, zie ik een prachtige lucht vanaf een brug. Die moet op de foto. Als ik goed balanceer lukt het wel om het al fietsend te nemen. Ik sta helemaal klaar. Juist op dat moment komt een extra bus voorbij en doorkruist mijn mooie wolkenhemel.

Treinen en bussen in Het drijvende koninkrijk

image

In Het drijvende koninkrijk reist Paul Theroux niet exclusief met de trein. Hij wisselt de treinritten af met stukken die hij te voet aflegt. Ook maakt hij gebruik van de bus als er geen trein voor handen is. Zo staakt tegen het einde van zijn tocht het personeel van de spoorwegen. Dan is hij alleen op de bus aangewezen omdat geen trein rijdt.

Al beweren de krantenberichten dat tien procent van de treinen wel zou rijden. Paul Theroux ziet er niet één. Alleen rijdt de trein op een geprivatiseerde spoorweg. Het traject is tot zijn spijt slechts 15 kilometer. Zo is hij vrijwel de gehele oostkust aangewezen op de bus. Een verschrikking vindt Paul Theroux. Hij merkt ook geen verschil met bussen in Venezuela of India. Een bus is een bus.

Stand van (Enge)land

Theroux maakt de reis langs de kust van het Verenigd Koninkrijk omdat hij de stand van het land wil peilen. De keus voor de lokale spoorweglijntjes is omdat hij merkt dat veel lijnen met opheffen worden bedreigd of al zijn opgeheven. Het ‘Beeching Report‘ uit 1963 wordt overal uitgevoerd en een nieuw rapport, het ‘Serpell Report‘ stelt ondermeer een variant A voor. Hierin wordt het spoorwegnet van Groot Britannië teruggesnoeid van 17.000 kilometer naar 2.500.

De dorpen zonder spoorwegverbindingen zijn lastig te bereiken. De bus doet er dikwijls vele malen langer over dan de trein. Zonder auto lijken deze oorden onbereikbaar. De arme en oudere mensen kunnen zo niet eenvoudig uit hun dorp of stadje komen. En zo keren de dorpjes weer in hun oude isolement van de tijd voordat de spoorwegen kwamen en gebieden ontsloten.

‘Dorpen werden weer chagrijnig en klein, en winkels gingen dicht, en de mensen die op het platteland bleven wonen, raakten steeds meer aan huis gebonden. De steden kregen steeds meer inwoners en werden armer.’ (313/314)

Paul Theroux ziet hierin een terugkerend patroon: eerst worden er stations langs de lijn gesloten, dan verdwijnen er allerlei voorzieningen op de stations en tenslotte wordt de lijn opgeheven omdat deze niet meer rendabel zou zijn. Is het verwonderlijk, stelt hij. De hele lijn is al uitgekleed! Als de treinengekken langskomen, betekent het niet veel goeds voor de lijn: hij zal binnenkort worden opgeheven. Ze fungeren als een soort aasgieren, alleen geïnteresseerd in het verleden van de trein.

Taal van het land

Het drijvende koninkrijk is ook een ander reisverhaal omdat Paul Theroux de taal van het land goed spreekt. Een bezoek aan een land waar je je moedertaal kunt spreken, voelt anders. Het accent ligt minder op het vreemde, maar op het vertrouwde.

‘Schrijven over een land in de taal van dat land was een groot voordeel, want elders was je altijd aan het interpreteren en het vereenvoudigen. Door vertalingen ontstond een onduidelijke dubbelzinnigheid – je zag het land altijd zijdelings. Maar taal groeide vanuit een landschap – het Engels was uit Engeland gegroeid, en het leek logisch dat het land alleen zijn eigen taal op de juiste wijze geportretteerd kon worden.’ (14)

Zo ontdekt de Amerikaanse schrijver de vervallen staat van het land. Niet alleen de spoorlijnen zijn vervallen, ook de hotels en pensions zien er smoezelig uit. De treinlijntjes zijn ten dode opgeschreven. Sommige onheilsspellers zeggen dat over tien jaar niet één van die lijnen meer zal bestaan.

Serie over Het drijvende koninkrijk

Dit is het tweede deel van een serie blogs over Het drijvende koninkrijk van Paul Theroux.
Lees ook het eerste deel: Langs de Engelse kust met Paul Theroux

Broodzakje

De donkere kop drukt de snavel in het plastic zakje. Vervolgens maakt hij zich los van het zakje en hakt flink in het plastic. Beducht van alles wat voorbij komt. Ik fiets langs. Zie hem druk in de weer. ‘Zo jij hebt mazzel’ , mompel ik. Het kauwtje vliegt op van zijn prooi. Ik weet niet of het van mij komt of van de bus die met hoge snelheid voorbij raast.

Als ik even later terugfiets omdat ik het zakje met kraai dolgraag op de foto wil hebben, zit een ekster op het zakje. Zijn klauwen grijpen in het plastic. Hij hakt wat kalmer. Met minder driftige bewegingen dan het kauwtje. Ook hij vliegt op als ik te dicht bij hem kom. Zo ligt het zakje daar eenzaam.

Een meeuw vliegt voorbij en kijkt of de kust veilig is. Een rode spitsbus rijdt over de brug en de meeuw ziet weinig kans. Het zakje boterhammen is duidelijk verloren door een fietser die over de bus reed. Uit de rugzak gevallen of op een andere manier kwijtgeraakt. Een kraai heeft een plekje gevonden in de boom bij de brug. Ik weet dat hij toeslaat als ik weg ben.

Overdrijven in de achtbaan

De achtbaan van Speelpark Oud Valkeveen

De buien dreven over maar de wolken bleven druppelen. We waren buiten. Bij het verlaten van de bus regende het al. En ze speelden eerst binnen, tot ze echt naar buiten wilden. Het personeel zuchtte en kreunde. Regen is voor niemand leuk. Zeker bij een schoolreisje.

De kinderen mochten in de vrije val en daarna in de zweefmolen in de vorm van een bij. Ik vroeg een medewerker of het treintje reed. ‘Nee’, antwoordde hij. ‘Maar u kunt wel in de achtbaan.’

‘De achtbaan’, krijsten de kinderen. De eerste waren al op weg en liepen inmiddels halverwege de vijver in het midden van het park. Ik hobbelde er achteraan. Andere ouders met kleuters liepen achter mij aan. En zo vormden we een heus rijtje mensen op weg naar de achtbaan. Ondertussen druilde de regen haar sombere liedje verder.

Net op het moment dat ik de trap wilde bestijgen, riep de medewerkster stellig dat de attractie ging sluiten. ‘Dat is ook wat’, reageerde ik verongelijkt. ‘Uw collega zei dat we hier terecht konden en nu gaat u dicht. Er komen nog zo’n 20 kinderen aan.’ Ze trok haar beslissing terug en de kinderen stapten in de slurf.

Rails, wagonnetjes en wieltjes. De achtbaan is net zozeer een trein als het andere ding dat traag door het park rijdt. De rest van de kinderen en begeleiders die achter mijn groepje aan liepen, arriveerde. Ze stapten in en de eerste ronde kon gereden worden. ‘Kom er ook bij’, vond een moeder. Ik liet mij niet uitdagen. ‘Nee, dat ding is echt niks voor mij.’

Een andere moeder die over evenveel heldenmoed als ik beschikte, stond naast me. Het treintje was ondertussen gaan rijden. De slurf met het vrolijke wezentje voorop, passeerde ons. Het stalen geraamte van de achtbaan rinkelde. ‘Jij kan ook overdrijven’, zei ze lachend. ’20 kinderen!’ Ik keek in het treintje en telde 8 kinderen. 2 stonden aan de kant. Het aantal was wellicht verdubbeld in mijn woorden, maar ze zaten er toch in. ‘Ach ja’, vergoelijkte ik mijn overdrijven. ‘Ze zitten er toch maar mooi in.’

Het trein zette zijn afdaling in, nam de bocht en kreeg de diepe slinger naar beneden. Kinderen gilden. Ze gilden net zo hard als 20 kinderen. Net als aan het eind van het ritje, waarbij de kinderkelen riepen dat ze nog wel een keertje wilden. Ondertussen speelde de regen het spelletje mee en begon nog harder op de kinderhoofdjes te trommelen.

Rally op de busbaan

image

We reden naar de kringloopwinkel. Gewoon om er even uit te zijn en te genieten van rommel. Boeken die in stapels voor een prikkie liggen. Oude bestsellers en titels die een paar jaar geleden grif over de toonbank van de boekhandel gingen. De verleiding van de boeken lokte mij naar buiten.

Onderweg naar de ring, zag ik een prachtig stuk asfalt liggen naast de weg waar wij over reden. Het was een nieuwe busbaan die de nieuwe wijk Noorderplassen verbindt met de rest van de stad. Het zag er adembenemend uit dat donkere asfalt tegen de strook groen aan. Naast de weg groeide het gras nog met enige aarzeling. De sprieten staken uit het pas omgewoelde zand.

image

De nieuwe busbaan in de richting van de oude busbaan in Almere die van Kruidenwijk naar Muziekwijk gaat

Donker asfalt heeft altijd iets veelbelovends. Het is nieuw en je denkt dat er nog nauwelijks een auto overheen heeft gereden. De weg ziet er nog zo onbereden uit dat je elk bandenspoortje nog kunt zien. Een onzorgvuldige remactie onderweg laat nog iets achter. Normaal moet je daar veel moeite voor doen, maar op nieuw asfalt ligt het er zonder veel moeite.

Ik vroeg mij hardop af waarom Almere hier niet een evenement van maakt. De prachtige busbanen die dwars door de stad gaan. Ze liggen er altijd heel rustig bij. Op sommige plekken, zoals bij ons, rijden de bussen af en aan. Maar meestal ogen de banen heel kalm. Geen drukke weg doorkruist de baan. En fietsers kunnen er heel vaak overheen.

image

De nieuwe busbaan die Almere Kruidenwijk verbindt met de Noorderplassen

Als je ieder jaar een rally zou houden met snelle wagens, dan kon je van deze prachtige voorziening zelfs een groot evenement maken. Het station Almere Centrum ligt in het midden voor de start en finish. En rijden maar met die formule-1-auto’s. Al sinds ik hier woon fantaseer ik erover. Ik zie sportwagens met piepende banden voorbij de bushokjes stuiven. Een tijdelijke tribune bij het station doet de rest.

Google, het OV en de fiets

Vandaag stuitte ik per toeval op: de OV-planner in Google maps. Een prachtig middel om naast de autorit of de wandeltocht de reis per OV te plannen. Het zoekt gelijk op basis van tijd en plaats hoe laat je weg kunt. Ik was er helemaal enthousiast over. Via Google Transit wordt ook het openbaar vervoer ontsloten.

De applicatie werkt sinds gisteren en een paar kleine proefjes wezen uit dat hij heel aardig werkt. Wat ik helemaal mooi vind, is dat hij zo prachtige een rechte lijn trekt van plaats naar plaats. Hiermee lijkt het of de trein inderdaad een rechtere weg berijdt dan de auto.

Ik hoop dat binnenkort ook de connectie met het buitenland gemaakt wordt. Dan kun je ook een reis naar Spanje of Duitsland met het openbaar vervoer plannen. Zo brengt Google echt informatiebronnen samen die via de bestaande websites van spoorwegen en regionale vervoerders nog lastig te ontsluiten is. Zeker internationaal gezien.

Ik hoop dat de applicatie snel werkt binnen Google Maps zelf. Van de laatste zie ik nog altijd erg uit naar de fietsplanner. Misschien dat de Fietsersbond met de Fietsplanner een goede partner kan zijn voor Google.

De NS zet geen bussen in

Wachten op een vol station is niet leuk. Helemaal niet als de intercity’s in sneltreinvaart voorbij razen. De ochtend was een crime, maar vanmiddag passeerde een heus staaltje NS-logistiek.

Geen trein stopte en alle verstokte reizigers mochten wachten. Toen een slimmerik besloot de NS te bellen, kreeg hij als allervriendelijkst antwoord dat de intercity’s die keurig ieder halfuur voorbij sjeesden, niet konden stoppen. Ze zouden te lang zijn voor het perron.

Daarom laat je maar een paar honderd mensen op een perron staan, is het idee. Onderwijl meld je even dat de storing tot 23.00 uur duurt.

Elk probleem lost zich vanzelf op. Zo rijdt er ook een bus tussen Houten en Utrecht. We mochten vandaag allemaal mee, zonder te betalen. ‘Normaal is dat niet’, zei de chauffeur erbij maar hij kon al die wachtenden moeilijk laten staan om een paar strippen. Een reis die normaal tien minuten duurt, duurde ruim drie kwartier. De bus was verschrikkelijk warm en de helft van de aanwezigen moest staan.

Dat de trein naar Almere tien minuten langer bleef staan was niet erg meer. Een krakende intercom vertelde wat er aan de hand was. Ik verstond er niets van, alleen het zinnetje ‘Onze excuses voor het ongemak’ haalde ik er feilloos uit. Daar kan geen storing tegenop.

Connexxion bloesje

Ik heb de blues en de zomer steekt van wal. Drie buschauffeurs staan bij het kleine gele busje en roken een sigaretje. Ik loop in hun richting aarzelend om mijn vraag. ‘Je mag het ook wel vragen hoor’, zegt de middelste een vijftiger. Zijn buik wijst net zo olijk naar voren als dat hij glimlacht.

Zijn collega’s trekken aan het sigaretje en genieten zichtbaar van de zonnestralen. ‘Nou zeg ik, welke bus het eerste weg?’ ‘Daar doen we niet aan’, zegt zijn collega. ‘De ene keer is het de ene, de andere keer de andere.’ ‘Ik ga vandaag wel als eerste’, zegt de stevige. ‘ Zeg’, hij wijst naar mijn bloesje. ‘Kom je ons niet toevallig controleren, je hebt precies zo’n Connexxion-bloesje aan als mij.’ Ik laat hem mijn pasje zien. ‘Die zones zijn toch wel echt he?’ vraagt hij. Zijn ogen glimmen van de pret.

Als we rijden klaagt zijn collega over zijn borst en dat hij het rijden eigenlijk niet ziet zitten. ‘Nou, dan wil ik het wel doen. Dan ga jij lekker op de kleine’, zegt de stevige. ‘Maar jij mag toch niet op de grote bus?’ ‘ Nee, want dan moest ik van Connexxion de garantie geven dat ik in één jaar zou slagen. Daar heb ik dus mooi geen zin in. Vierduizend euro terugbetalen, dat kan ik met mijn loontje niet trekken.’

We komen bij mijn halte aan. Hij stopt keurig. ‘Eenmaal Molenzoom’, roept hij om. Ik ga bij hem stilstaan en leg mijn mouw naast zijn jasje. ‘Inderdaad’, zeg ik, ‘Connexxion-groen.’ De man met pijn op de borst lacht. ‘Dit is zeker de laatste dag dat je hem aanhebt.’