Categorie archief: inge

Kunstenaar

We liepen over de Prinsengracht op de terugweg van de boekenuitverkoop van Selexyz Scheltema in De Duif. Mooie boeken voor een prikkie. Daarna hadden we koffie en warme chocomel gedronken met een muffin. Filemon liep voorbij met een oudere man, het zou zo z’n vader geweest kunnen zijn. Hij had niet zo’n grote neus in het echt, maar net toen ik besefte dat het allemaal meeviel, waren hij en de oudere man al weg.

De sterrenmuts van Doris trok veel aandacht en bekijks. Een vrouw met een rode sjaal, rode jas en een even rode bril begroette ons. ‘Mooie muts heb je op’, riep ze. Doris is dit commentaar zo gewoon geraakt, dat ze niet eens reageerde op het compliment.

Een stel liep een galarie uit, de kunstenaar met verfvlekken op de broek en de trui zwaaide hen uit. ‘O, wat heb jij een mooie muts op’, stootte hij vermakelijk uit in onze richting. Dit keer stopte Doris en keek naar de kleurrijke schilderijen in de galarie. Grote verfklodders in vrolijke kleuren markeerden een figuur dat wel erg op een koe leek. ‘Gaan jullie naar een feest?’ vroeg hij. We stonden nu echt stil.
Doris keek alleen maar naar de man. Zijn haren vielen wat voor de ogen en leken net een gordijn die op een kier geopend stond. ‘Je bent zo mooi gekleed’, liet hij als argument voor zijn vraag volgen. ‘Nee’, antwoordde ik maar. ‘Voor haar is het altijd feest.’ ‘Van wie is die muts’, vroeg hij belangstellend. ‘Mijn vrouw heeft hem gemaakt.’ ‘Is ze kunstenares. Wat is het een mooie muts.’ ‘Nee, ze is geen kunstenares. Ze houdt gewoon van naaien.’ ‘Daar houd ik ook van’, zei de man. Zijn ogen werden klein en glommen pret. Ik knikte. ‘Kom Doris, we gaan weer verder.’ Doris draaide zich om en liep met me op. ‘Wacht’, hoorde ik roepen. ‘Ik heb nog een cadeautje voor je.’ Weer keerden terug, liepen de galarie in en stonden naast het schilderij in wording, dat duidelijk een koe verbeeldde.
‘Je mag een kaart uitzoeken’, zei hij tegen Doris en draaide de molen met kaarten rond. Doris wist weinig raad met deze uitnodiging. Ik wees maar een mooie koe aan en Doris haalde hem uit het schap. De kunstenaar pakte de kaart. ‘Zo, dan maak ik nog een mooie tekening van jou en je muts.’ Hij krabbelde op de kaart, de punten van de sterrenmuts en de het hoofd van Doris. Achter hem pakte hij een opgerolde poster. ‘Die krijg je er ook nog bij.’ Hij plakte er een stickertje op, met zijn e-mailadres en website: diem.nl erop.
We bedankten hem en keerden om. ‘Wacht, ik heb ook nog wat voor je moeder. Want ze weet het niet meer, maar zij is hier ook geweest.’ De ogen fonkelden weer op met pret. Ze tintelden de tintels van sterren. Hij liep een trapje op. ‘Wat gaat hij doen?’ vroeg Doris. ‘Hij gaat nog iets halen.’ Hij kwam lachend de trap af en gaf mij de kaart van een blote vrouw. Een schets waar de erogene zones in een bloedrode kleur waren geschilderd. Hij plakte opnieuw een stickertje op de achterkant.

‘Nu gaan we echt’, herhaalde ik tegen Doris. We keerden om en liepen weg. ‘Dag’, riepen we nog allebei. ‘Bedankt en een prettige dag verder.’ ‘Dag’, hoorden we. Toen we buiten liepen, meende ik nog zijn stem te horen. ‘Wacht, ik heb nog iets’, maar nu was het genoeg. Voordat we met een schilderij zouden weglopen.

Links
Voor meer informatie over Peter Diem en zijn museum aan de Prinsengracht zie: www.diem.nl. Voor een beschrijving van de kunstenaar kijk op: http://nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Diem

Beschuit

Iets voor tweeën, mijn mobiel draalt de Nokia-symfonie. ‘Hallo met de zuster van het ziekenhuis. Uw vrouw is zojuist wakker geworden. Het is allemaal goedgegaan. U kunt haar aan het eind van de middag ophalen. Ik bel u wel als het zover is.’
Eerst nog wat eten en uitrusten. Ze zouden de tijd nemen. Oké, het was geen grote ingreep, maar ik was best gespannen. Ik ging door met werken, iets dat je het beste kunt doen bij zoiets. Inge moest vandaag naar het ziekenhuis om iets te doen aan haar bloedingen. Iets met een netje in de baarmoeder een stroomstoten, wat een heel afdoende middel schijnt te zijn.
Een klein uurtje later, ik had nog een cliënt aan de lijn die niet kon inloggen, had ik de Surinaamse zuster aan de andere kant van de Nokia. Ik mocht haar komen halen. Nog snel wat administratieve afhandelingen en ik reed naar het ziekenhuis. Een tunneltje, een fietspad, tweehonderd meter 30 km-zone en driehonderd meter dreef. De drukte op de weg was voldoende er twintig minuten over te doen. Als je een hartaanval krijgt, kun je beter lopen, dan de auto pakken, want je sterft tijdens het wachten.

G2B kreeg ik als code mee. Volgens de portier wel een ‘heel ouderwetse benaming’. Achterin kamertje 16 lag ze, vertelde de zuster bij de ingang van dagopname. Ik liep de gang door, zag het nummer en keek recht in de ogen van een vrouw die mij heel beroerd aanstaarde. Op haar borst lag een kartonnen opvangbakje.
Daarnaast lag mijn vrouw, tevreden een blaadje lezend. Of ze mee kwam, vroeg ik. Naast haar gorgelde de vrouw in het kartonnetje. Ik zag niet veel meer dan een gelig doorzichtige drap in het bakje belanden. Aan het geluid dat ze produceerde leek het of haar hele maaginhoud erin werd gespuugd.
Mijn geliefde kwam fris en fruitig overeind, bijna nog fitter dan zoals ik haar rond tienen gebracht had. Samen liepen we de gang af, zochten de auto ergens op het overvolle parkeerterrein, achteraan.
We waren bijna bij de auto. ‘Ik heb zin in beschuit’, zei ze. ‘Maar we hebben geen beschuit’, antwoordde ze zelf. Ik heb haar even naar de auto gebracht en daarna beschuit gehaald bij de supermarkt achter de parkeergarage.
Beschuit, haar buurvrouw moest daar niet aan denken.

Sint Maarten

De gracht was vervuld van de lampionnen. Ze liepen van deur tot deur. Het liedje flarde herhaaldelijk over het water. Het licht van de lampionnen echode terug.
Doris en Inge trokken langs de deuren, terwijl ik voor de kinderen thuis bleef om hen om snoep te trakteren.

Je leert met Sint Maarten wie je buren zijn. Het is wrang om te zien dat buren van wie de kinderen langs de deuren lopen voor snoep, de deur dicht laten en geen snoep aan de kinderkaravaan geven. Terwijl de televisie aanstaat en de gordijnen plotseling dicht zitten.

Overtreffen

Ineens stonden ze naast mijn bureau, mijn twee vrouwen. Ze kwamen me vanmiddag ophalen van het werk. Na het bekertje warme chocolademelk en de rondgang langs mijn collega’s gingen we lekker naar huis.
Wat voor mij een onzinnig kunstwerk is, dat alleen handig is om je fiets tegenaan te zetten, vormde voor Doris de heuse translatio, imitatio en misschien zelfs wel aemulatio.

Passen en meten

Bij het plaatsen van de diepe kast in Inges naaikamer, besefte ik niet dat ik een misrekening maakte. De hoge, minder diepe kast, past namelijk helemaal niet op zolder. De balk bengelt op iets meer dan twee meter hoogte. De hoge kast is bijna tweeënhalve meter hoog, dan kunnen de deuren niet meer open. Ik ontdekte het plotseling een paar weken geleden, bij het indelen van de ruimte.
Gisteren sausde ik de muren en vorige week had ik de vloer gelegd. Daarom haalde ik vanavond de diepe, lage kast uit de naaikamer uit elkaar voor een verhuizing naar zolder. De hoge kast kreeg een plekje in de naaikamer. Misrekening heeft ook zo z’n voordelen. De naaikamer is twee keer zo groot geworden, lijkt het. Minder plek voor de stofjes, maar meer ruimte om te naaien.

Nee, ijs

Kleine kopjes hebben grote oren, luidt het gezegde. Hier in huis spreken wij soms gebarentaal, of spellen het woord langzaam. Alles om te voorkomen dat Doris het opvangt. Zo luidt het voorstel om haar in bad te doen: ‘Moet ze in b-a-d?’
Vanavond hadden we lekker gegeten en toen stelde Inge voor om een ‘i-j-s-j-e’ te gaan eten. ‘Nee, ijs’, zei Doris bijdehand.

Bellenblaas

Een bellenblaas-setje van de Lidl had Inge mee naar huis genomen. We wierpen gisteren de halve ‘Nachfüllflasche’ in het bijbehorende ‘bord’ en bliezen een kwartier gigantische bellen. In een soort tennisbeweging ‘ademt’ de wind in het met zeepsop gevulde gat en een grote bel vliegt de lucht in.
Een duur feest, zo vond Inge. De herinnering aan het afwasmiddel, al dan niet verdund, waar geen bel van viel te blazen, stond ons allebei in het geheugen gegrift. Inge speurde wat op internet en vond een recept voor de echte bellenblaas.
We hebben gisteren even geoefend, maar na een nacht staan, is het resultaat verbluffend. Doris genoot vooral van de demonstratie, waartussen haar eigen bellen fraai kringelden.


O ja, voor hetzelfde resultaat: het recept voor de bellenblaas:

  • 2 liter water
  • 100 gram suiker (opgelost in een klein beetje kokend water)
  • 150 milliliter groene of gele dreft
  • 5 tot 10 gram glutofix of Collall (dit is peuterlijm), behangplaksel kan ook, maar dit geeft niet uitwasbare vlekken op kleding (zie de reactie van Ewa)

Tot slot nog een paar foto’s van het bellenblazen van vanmiddag…

Inge slingert een grote bel de lucht in.Bellen hangen in de atmosfeer.
Resultaat van een kwartiertje bellen maken.

Nu al naar bed

Ze kwam net na het avondeten naar ons toe en vroeg: ‘Naar bed?’ ‘Nu al?’ vroeg Inge terug. ‘Ja, nu al naar bed’, zei ze. Bij het beklimmen van de trap herhaalde ze het nog eens: ‘Nu al naar bed.’ Ik hoorde een vreugdekreetje met haar naar boven gaan.

Maïzena

Ze wilde Inge graag meehelpen met koken. Ze schoof haar stoel erbij en keek aandachtig in de richting van de kok. Het geduld werd echter snel beproefd en ze wilde haar moeder graag helpen.
Ik kwam op het idee haar wat water te geven, er wat maïzena bij te doen en haar lekker in de smurrie te laten roeren. Het kind heeft zich kostelijk vermaakt.
Zojuist dweilde ik al haar activiteiten op. De smurrie was al een beetje hard geworden en liet zich niet simpel verwijderen.
Ik bedacht hoe ik vanmorgen nog de toekomstige naaikamer van Inge sausde. De smurrie leek er wel een beetje op. Eerder vanavond verwijderde ik de morssporen van deze activiteit. Eigenlijk niet zo’n groot verschil, alleen mijn werk wordt als nuttig gezien en dat van Doris onnuttig. Het verschil is dat zij er meer plezier in heeft dan ik.