Categorie archief: kerk

Kitscherig – Op zoek naar Maria (7)

De kitscherige Maria in de tuin. Ze draagt een zwaailicht op haar hoofd en houdt een bloemenperkje in haar hand vast. Het licht knippert, is een oud zeebaken in de Waal geweest. Het zal de schippers hebben misleid…

De film die wat verderop te zien is, komt wat minder goed aan. Het is het Renaissancebeeld van Maria en een andere vrouw (Elisabeth?). De film duurt eigenlijk 45 seconden, maar is vertraagd afgespeeld en duurt dan 10 minuten.

De beelden zijn treffend vanwege de opwaaiende jurken en de bewegingen van de vrouwen waarmee ze iets krijgen van de schilderijen uit de Renaissance. Niet dat het mij zo raakt als bijvoorbeeld de maagd van Elisabet Stienstra, maar het imponeert genoeg.

Net als de laatste zaal. Een Maria met een grote ketting eraan, een rozenkrans, het refereert naar de vele Mariabeeldjes die aan vrouwenkettingen hangen. Het is een installatie van Maria Roosen.

In dezelfde zaal hangen als afsluiting allerlei varianten van Maria uit andere culturen. Bijna elke cultuur blijkt een oermoeder, een Maria, in zich te bergen. Het levert mooie beelden op, heuse iconen, want dat is Maria vooral: een icoon.

De Afrikaanse, Indiase, Chinese en vele andere. Het plaatst Maria in een breed perspectief. Het helpt ook om op een andere manier naar religie en vooral de verering van Maria te kijken.

Het heeft ook iets bespottelijks. Neem bijvoorbeeld de zaal waarin allemaal biechtstoeltjes in een rij staan. Je mag er niet op knielen! Maria en het kind Jezus zie je in deze lange gang in alle mogelijke varianten voorbij komen. Van kitsch tot überkitsch. Het kan niet op.

De enorme galerij aan foto’s aan de andere kant van de wand demonstreert dat Maria nog altijd onderdeel uitmaakt van onze cultuur. Maria in alle varianten, van moeder tot seksbom. Ik zie ze voorbij komen: de Batman-variant, de Barbie-variant of eentje met Kermit de Kikker bij Maria op schoot. Allemaal verwijzingen naar de icoon die Maria is.

Maria is in ieders hoofd de verpersoonlijking van de oermoeder. Hoe je er ook over denkt. De expositie in het Catharijneconvent laat zien dat je er niet omheen kunt: ze zit bij ons allemaal in ons hoofd. Een heus icoon.

Op zoek naar Maria

Dit is de 7e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees morgen het slotdeel: (8) Hoog Catharijne

Vierne en Reger in Rotterdam

Ook op deze vrijdagavond hoor ik het: Vierne en Reger. Ze klinken prachtig op het orgel in de Lambertuskerk van Rotterdam Kralingen. De wisselende sferen bij deze presentatie van de cd-box Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd, van uitbundig tot ingetogen, en van vreugdevol tot weemoedig. Allemaal zijn heel mooi tot uiting te brengen op dit instrument.

Het is genieten, vooral van het deel Stéle pour un enfant défunt uit de Tryptique van Louise Vierne. Een fijngevoelige uitvoering van de Schiedamse organist Arjen Leistra. De lichte zweving aan het einde van dit muziekstuk, geeft dit stuk extra kracht. In zijn tijd als organist van de Hoflaankerk nam Arjen Leistra op dit orgel enkele orgelwerken van Franz Liszt op.

Gerrit Christiaan de Gier laat een andere Franse kant van het orgel horen in de tweede sonate van C.F. Hendriks. Deze Nederlandse componist schreef in een mooie Franse stijl. Ik ken zijn variaties op psalm 107 en betrap de 2e sonate op enkele gelijkenissen.

Improvisatie

De improvisatie van Gerben Mourik biedt juist ruimte om enkele andere kanten van het orgel te laten horen. De fluiten nodigen uit, in combinatie met de strijkers, een hemelse klank. Muziek die echt door de ruimte zingt. Om die sacrale sfeer op te roepen. De opening van het thema gespeeld met de basson van het zwelwerk, is al geweldig. Met de diepe klank van de subbas, krijgt het geheel een prachtige basis. Genieten!

Dat geldt zeker ook van de muziek van Hendrik Andriessen. Op de cd spelen 3 organisten werk van deze Haarlemse componist, waaronder een paar grote werken. Het herinnert mij aan de begintijd van mijn liefde voor het orgel, het Andriessenjaar. Veel muziek op de radio, waaronder de Sonata da Chiesa.

Een werk met bijzonder thema dat veel verwantschap heeft met Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. De variatiereeks bevat een hoog improvisatorisch gehalte. De fraaie variatie met de cornet, zoals altijd bij Maarschalkerweerd een fel ding dat goed van zich laat horen in de interpretatie van organist Eric Koevoets. Hij is de vaste bespeler van dit instrument. Een mooie afsluiting van het concert.

Groot scherm

Blijft wel jammer het grote scherm waarop je de organisten kunt zien spelen. Ik merk dat het vooral afleidt. Ik wil gewoon lekker luisteren en de omgeving in mij opnemen. Die omgeving die bij Maarschalkerweerd zo belangrijk is. Zeker om op YouTube te bekijken is de speeltafel ideaal.

Voor een concert draait het om de ruimte die nu hinderlijk wordt verstoord door een enorm wit scherm waarop je kale mannen ziet en registranten die op het verkeerde moment een bladzijde willen omslaan. Dat de organist zich hier niet door laat afleiden is prachtig, maar deze kleine ramp was onopgemerkt gebleven zonder scherm.

Ik ben het met spreker Hans Fidom eens dat elke organist op hetzelfde orgel het instrument weer van een andere kant laat horen. De concerten die ik laatste maanden heb bezocht waren allemaal met meerdere organisten. Het geeft daarmee het instrument meerdere dimensies. En je leert er vooral van dat muziek maken een samenspel van instrument en muzikant is.

Na afloop genieten we nog na in de prachtige tuin naast de kerk. Het publiek heeft 1 grote overeenkomst: de bewondering voor deze bijzondere orgelbouwer. Want daarvan zijn we wel overtuigd na het horen van deze presentatie door de 4 organisten op dit bijzondere orgel.

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Virgin of Mercy – Op zoek naar Maria (6)

Het meest getroffen raak ik op deze tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent van het beeld ‘Virgin of Mercy’ van de Nederlandse kunstenares Elisabeth Stienstra. Zij heeft een naakte maagd gemaakt, dieprood, met haar geslachtsdelen naar voren gebogen, handen naar achteren.

Een heel treffende houding. Het is nog maar een meisje, een maagd, maar zo overtuigend staat ze hier. Het geeft Maria de maagd een heel andere dimensie.

Volgens de maker kan alleen een vrouw dit maken. Ze heeft het beeld ontleend aan de zogeheten Sheela-na-gigs die in de middeleeuwse kerken van Ierland en Engeland boven de deur hingen om de boze geesten te bezweren.
Heel treffend is dat idee in haar beeld ‘Virgin of Mercy’ verwerkt. Daarmee krijgt dat ook iets bezwerends. Heel gaaf.

Jurk van Mestkevers

Het hoort tot het hoogtepunt van de tentoonstelling. Samen met enkele andere objecten van hedendaagse kunstenaars. Een jurk van mestkevers, de groenige gloed geeft het iets geheimzinnigs. Ook door de schaduwen op de wand die de een zeepaardje lijken weer te geven.

Of het schilderij van de pauw waarin Maria in de veren verwerkt zit. Bijna niet zichtbaar, maar als je het weet, kun je je ogen er niet meer vanaf houden. Want dat is Maria ook. Het grijpt je laat je niet meer los.

Op zoek naar Maria

Dit is de 6e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees dinsdag: (7) Kitscherig

Icoon – Op zoek naar Maria (5)

Maria is een icoon. Dat is wel de boodschap bij de expositie in Museum Catharijneconvent. Ze wordt weergegeven op heel veel manieren: liefdevol, zorgzaam, vruchtbaar, als maagd (meisje nog) en ook als rouwende moeder. Het zijn allemaal rollen waarin ze in de kunst wordt gepresenteerd.

Het leven van Maria dat in een andere ruimte wordt gepresenteerd is minstens zo inspiratierijk als het idee van de icoon die Maria is. Het leven komt in de bijbel niet zo sterk naar voren, daarom zijn er later veel verhalen bijgekomen zoals over Anna, de moeder van Maria en de oma van Jezus.

Anna komt in de lijn van het maagschap over de rest heen als een grote moederkip die al haar kuikens onder haar vleugels verbergt. Het schilderij uit de 16e eeuw waarbij de hele lijnen van afkomst in een heuse familieportret staan.

Ik kan de lach niet onderdrukken. Anna zou 3 keer getrouwd zijn geweest en uit elk huwelijk is een andere Maria voortgekomen. Jozef is een oude man. En wat doet de heilige Servatius daar? Een bizar middeleeuws idee.

Het is het schilderij De maagschap van de heilige Anna, van de Meester van Liesborn. Een imponerend schilderij waarbij de kinderen nog sterk op kleine volwassenen lijken. Maar misschien zijn ze dat ook. Jezus krijgt hier iets van zijn oma. Ook staan er Elisabeth met Johannes de Doper en andere heiligen op. Een bijzonder familieschilderij.

Of wat van de prachtige piëta’s die er staan. Ik geniet van het middeleeuwse beeld uit hout. Maria die hier met een doekje het bloed van de overleden Jezus stelpt. Ze oogt verdrietig en je kunt heel dicht bij dit beeld komen. Het brengt je even heel dicht bij de kunstenaar.

Net als het beeld van Zadkine. Jezus en Maria hebben het gezicht zoals Picasso dat aan mensen in zijn schilderijen geeft. Ik ben ervan onder de indruk. Ook omdat het niet zo’n groot beeld is en bijna iconisch betekenis krijgt.

De overleden Jezus heeft veel weg van een vissengraad die de vrouw vasthoudt. Afgebeelde personen verschuiven naar de verbeeldingswereld in je hoofd. Een heel mooi, imponerend effect.

Op zoek naar Maria

Dit is de 5e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees zaterdag: (6) Virgin of Mercy

Catharijneconvent – Op zoek naar Maria (2)

We nemen de route via het Domplein naar het museum Catharijneconvent. In het oude klooster gewijd aan de martelares Catharina van Alexandrië, zit het museum voor religieuze kunst, met de nadruk op het Christendom. De kloostergangen zijn prachtig. Net als de naastgelegen Catharinakathedraal.

We komen er binnen. De entree nodigt niet zo erg uit. Ook omdat de kassa’s zo raar open in de ruimte staan. De garderobe weggemoffeld. Toiletten weer aan de andere kant en daar omheen is ook nog een museumwinkel.

Kinderen betalen hetzelfde bedrag als ouders. Ik ben dat niet meer echt gewend bij een museumbezoek. Het lijkt namelijk heel vaak zo dat de Museumkaart voor Doris een beetje overbodig is. Daar hebben we hier geen last van. De 3 euro extra entree moet ook voor haar worden betaald.

We dalen af naar de kelder om de doorsteek te maken naar het kloostergebouw waar we zojuist door de tuin liepen. In deze grote zaal krijg je een mooi overzicht te zien van de werken die in dit bijzondere museum te zien zijn.

Soms tref je al een religieus hoogtepunt aan, een altaarstuk of de middeleeuwse verluchtigde getijdenboeken. Prachtige werken, kleine kunstwerkjes op zich. Ik voel mij helemaal in de Middeleeuwen, proef de studie die Umberto Eco deed voor zijn prachtige kloosterroman In de naam van de roos.

Werken gemaakt in gevecht met het weinige daglicht, zeker in de wintermaanden die het bijna onmogelijk maakten om zo mooi te werk te gaan. De verschillende monniken die hieraan werkten.

Er hangt een groot gewaad dat Bonivatius zou hebben gedragen. Een deel van de stof van meer dan 900 jaar oud is al vergaan, een onderliggende stof moet het materiaal beschermen. Dat de missionaris al enkele eeuwen overleden was voor de stof er was, lijkt minder belangrijk.

Op zoek naar Maria

Dit is de 2e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees: (3) Middeleeuws religieuze kunst

Matters 80e verjaardag

Een bijzonder verjaardagspartijtje is de verjaardag van Bert Matter. Hij is 80 jaar geworden. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Vroeger zou ik nu echt oud zijn geweest.’ De jarige wordt getrakteerd op een prachtig concert van 4 van zijn leerlingen.

In een afgeladen kerk spelen Cor Ardesch, Berry van Berkum, Klaas Stok en Johan Luijmes. Centraal staan als heuse pijlers de Bachkoralen ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ (BWV 663 en 662) en ‘Nun komm der Heiden Heiland’ (BWV 599). Liederen die Bert Matter in zijn (kerk)muzikale praktijk ook vaak aanhief.

Spektakel

Het spektakel zit in de improvisatie. Als er iets is waar Bert Matter bekend om is, dan zijn het zijn bezielende improvisaties. Vooral op het bijzondere orgel waar hij 33 jaar organist op is geweest: het Baderorgel uit 1643. Het is een prachtig instrument, waarop een improvisatie een mystieke ervaring wordt. Dat bewijzen ook de 4 organisten op Bert Matters verjaardag.

De jarige staat helemaal in het zonnetje. Elke leerling uit zich op zijn heel eigen wijze. De minimal music klinkt wel door in de improvisaties, maar elk op een heel eigen wijze. Net als dat de nieuwste compositie van Bert Matter ‘Deus Creator Omnium’ ook aansluit in zijn kenmerkende stijl.

Ervaring

Het luisteren naar een improvisatie is vooral een ervaring. Misschien is het wel, zoals Jan Jongepier het noemde, een combinatie van publiek en muzikant. Dat een hele kerk vol mensen doodstil luistert naar een improvisatie. Het verhaal waarnaar je luistert is uniek en als de klank wegsterft is de improvisatie vervlogen.

Ook nu beleef ik zo’n ervaring bij de improvisatie van Klaas Stok. Met minimale klankverschuivingen roept hij een bijzonder verstilde sfeer op in zijn improvisatie over ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Compleet met de aanvulling van de menselijke stem. De bovenstem in zijn grillige verloop wekt de suggestie van vogelzang.

Daar vermengt zich de oervorm van de muziek: vogelzang en de menselijke stem. De diepe grondtonen maken het bijna tot een middeleeuwse belevenis en dat alles heel eenvoudig. In mijn ogen de essentie van muziek, alle opsmuk eraf en bij de kern blijven. Een bijna onmogelijke taak, maar wel minimaal!

Warme aanraking

Zo benadrukt de jarige zelf ook in zijn toespraak. Hij heeft er alle vertrouwen in met zijn opvolger en de muzikale sfeer in de kerk. Wel ziet hij hoe het gebouw in de wintermaanden niet gebruikt wordt. Het orgel heeft juist in die koude periode een warme aanraking nodig. Het instrument is zijn leermeester geweest en tegelijkertijd houdt hij van dit orgel als is het zijn vrouw. Daarom pleit hij ook voor het zorgvuldig beheer van ons cultureel erfgoed, waaronder dit bijzondere orgel hoort.

En terwijl ik na de drukke receptie weer door de stille straten van Zutphen loop in de avondzon, vraag ik mij af of je dit overal kunt bereiken. Je hebt wel een prachtig gebouw, een schitterend orgel en eeuwenoude traditie binnen handbereik. Hoe doet die organist dat in het kleine dorpskerkje op een orgel van 50 jaar oud? Is het daar ook op te roepen of blijft het beperkt tot slechts enkele indrukken op de verjaardag van een 80-jarige organist?

Intermezzo – #fietsvakantie

Het maakt mij weemoedig. Terugdenkend aan het plotselinge afscheid dat ik nam van het koor in Langeveen. Het kerkbestuur wilde met mij afspraken maken, maar ik voelde mij beknot.

De motivatie verdween. Ik moest weg bij de krant en het moment dat ik een andere baan kreeg, ver weg, heb ik aangegrepen afscheid te nemen van het koor. Zonder ze nog een keer te ontmoeten, verdween ik. Het niet is niet altijd makkelijk afscheid te nemen.

Thuisgekomen ga ik op zoek naar het koor van Langeveen. Ik lees van de leden die er niet meer zijn. Een groot interview met de koorleden, waarbij ze allen die er niet meer zijn.

De dirigent Nico is overleden, vrij snel nadat ik het koor verliet. Gestreden tegen een ernstige ziekte, overwonnen, maar dan ineens is het afgelopen.

Of Theo, die mij naar Langeveen haalde. Hij is er ook niet meer. Het maakt mij nog weemoediger dan ik al ben. Hoe zou het gegaan zijn als ik gebleven was. Zou het orgel nog weleens bespeeld worden?

De foto ziet er gelukkig uit en ik herken nog een paar gezichten. Hoe ik weer verder gegaan ben en zij weer. Mensen achterlatend die hun eigen weg hebben gevonden. Het kerkkoor van Langeveen. Het heeft een warm plekje in mijn hart. Al heb ik best wel ruw afscheid van ze genomen.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Zoals de oude zongen… Concert van Bram Beekmans leerlingen

Een concert van 4 leerlingen van Bram Beekman. Samen spelen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik op het De Rijckere-orgel in de Oostkerk te Middelburg. Op dit orgel is Bram Beekman bijna 20 jaar organist geweest. Hij overleed vorig jaar en met dit concert herdenken en eren ze hun leermeester.

Ik ken Bram Beekman vooral van de Bach-serie die hij in de jaren 1990 voor Lindenberg op cd zette. Hij bespeelt hierin een groot aantal barokorgels. Zijn stijl heel secuur en degelijk. Soms op het saaie af, maar na jaren luisterend speelt hij vooral heel doorzichtig.

Een fuga wordt bij hem nooit een show, maar blijft tot het einde maatvast en helder. Geen spektakel met 32-voeten of overdadige klavierwisselingen. Alleen als het nodig is en nooit meer.

Dat is meteen ook het bijzondere aan het De Rijckere-orgel. Toen Bram Beekman in 1990 aan de Bachserie begon was hij organist in Vlissingen. Aan het eind van de serie begon hij in Middelburg. Een historisch instrument van een Vlaamse bouwer. Een flink orgel en heel rijk versierd.

Orgel=Büchlein

Niet echt barok, meer iets voor muziek van de zonen van Bach en Mozart. Iets meer galant. Al vind ik persoonlijk de koralen uit het Orgel=Buchlein uitgevoerd door Bram Beekman op dit orgel in 2010 mooier dan de opname die hij bijna 18 eerder maakte in Vollenhove voor de Bach-serie. Bij het concert van zijn leerlingen hoor ik ook veel Bach, waaronder het koraalvoorspel ‘Ich ruf zu dir’ uit hetzelfde Orgel=Büchlein.

De 4 leerlingen laten ook een andere kant van Bram Beekman horen. Die van improvisator en componist. Ik heb Bram Beekman een paar keer gehoord, zoals bij de presentatie van het eerste deel van de Bach-serie in de Laurenskerk te Rotterdam. Bij een concert in de Oude kerk van Veenendaal improviseerde hij en speelde enkele van zijn Valeriusliederen. Een verrassende stijl waarbij mij de fraaie harmonisaties vooral zijn bijgebleven.

Vroegmodern klankidioom

Ook bij het concert van zijn 4 leerlingen, hoor ik deze kant van Bram Beekman. Harmonisch doorwrocht, niet angstig voor een hedendaags akkoord, maar wel passend. Of zoals hij zelf weleens aangaf in interviews, een vroeg-modern klankidioom.

Veel vind ik terug bij zijn 4 leerlingen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik. Stuk voor stuk bezig met een zorgvuldige interpretatie. Maatvast, niet bang om een pittig werk ter hand te nemen en stilistisch ijzersterk.

Geen grootse effecten

Geen grootste effecten, maar mooi aangezet en zorgvuldig geregistreerd. Eerlijk. Speel maar gewoon, dan speel je al gek genoeg. Dat terwijl dit orgel allerminst helder en duidelijk is. Het dreigt soms te versmelten in wolligheid. Het vraagt om zorgvuldig spel.

Het is een instrument dat veel aandacht vraagt van speler en toehoorder. Dat leer ik van dit concert. En ik denk bij het horen van deze 4 leerlingen op het orgel: wat zou Bram Beekman ervan hebben gevonden…

Orgels en de liefde

Als Konstantin Paustovski een verslag doet over zijn derde reis naar Polen, schrijft hij over het orgel in een kerk in Oliwa. Hij bezoekt een concert en spreekt met veel liefde voor het orgel. Ook legt hij een verband tussen het orgel en de liefde.

In de kerk zit een meisje dat hem doet denken aan een meisje waar hij bij een eerder bezoek aan Polen verliefd op was. Heel mooi betrekt hij de ervaringen van het concert bij het meisje dat hij ziet zitten.

Zo typeert hij treffend het orgel:

Van alle blaasinstrumenten is het orgel veruit het beste. De tragische kracht van zijn stem die de hemel doet trillen, de snelle overgang van een donderend geluid naar een stamelend lied, het is allemaal even wonderbaarlijk en bijna raadselachtig. (492)

De verteller heeft een even grote zwak voor organisten. Deze mannen zijn vaak een beetje doof, merkt hij op. Ze maken eerbied en afgunst in je los. Immers, zij dragen zorg voor de uit volle borst meezingende vrouwen.

Het orgel in Oliwa is een mooi wonder van de barok. De klank vervult de ruimte:

Zijn klanken tsjilpten en fladderden als het war van tak tot tak. (493)

Als het concert voorbij is en de kerk leegloopt, probeert de verteller nog een glimp op te vangen van het meisje. Zonder resultaat. Hoe herkenbaar als liefhebber van orgels en orgelconcerten in de avond…

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

Plechelmus in Oldenzaal – #fietsvakantie

Oldenzaal op maandagmorgen. Op het plein naast de Plechelmuskerk is markt. Wij stoppen voor de kerk. Het is heerlijk warm, de fietsen zetten we tegen de rekjes. Tijd om de kerk van binnen te zien. Het is mij nog nooit gelukt, maar nu zie ik de kerkdeur wijd open staan en die kans laat ik mij niet ontgaan.

De Plechelmus in Oldenzaal wordt geprezen door kerken- en Middeleeuwliefhebber Willem Wilmink. Wil je de Middeleeuwen meemaken, ga dan naar de Plechelmus in Oldenzaal, schrijft hij in het verhaal ‘Twee meisjes in Twente’. We stappen de donkere kerk in en maken inderdaad een reis door de tijd.

Meteen bij binnenkomst overvalt je de mystiek. Hier heerst het geloof van eeuwen en dat merk je. Wat een overweldigende ervaring! Het donker helpt daarbij. Hier binnen is het een spel met licht en donker. De ruimte verhult, verbergt en onthult. Het raakt je en is eigenlijk niet precies te benoemen. Een religieuze ervaring.

Een moment van bezinning. Doris steekt een kaarsje aan bij de ingang voor haar overleden kleuterjuf Corinne. De smalle noorderbeuk door. Je voelt hier inderdaad de Middeleeuwen. Eeuwen geloof en vertrouwen vind je hier. Je moet er wel voor openstaan, maar wat komt het dan binnen. Ongelooflijk!

Het lichaam dat is opgegraven en laat zien dat onder de stenen allemaal mensen liggen. Het voorgeslacht als basis. Net als het beeld van Plechelmus. Van een overvloedige rijkdom, hoeveel mensen hiervoor hebben moeten kromliggen. Dat hindert mij een beetje. Al raakt de andere kant van de kerk je eveneens.

Hier de hoge vensters van de gotiek: een andere tijd waarbij het licht centraal staat. Het ademt meteen een andere sfeer uit, maar de basis van het begin is er nog steeds. Zo zijn we hier eventjes stil, terwijl we ons omringd voelen door hen die er niet meer zijn. Een moment van bezinning.