Categorie archief: kunstenaar

Virgin of Mercy – Op zoek naar Maria (6)

Het meest getroffen raak ik op deze tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent van het beeld ‘Virgin of Mercy’ van de Nederlandse kunstenares Elisabeth Stienstra. Zij heeft een naakte maagd gemaakt, dieprood, met haar geslachtsdelen naar voren gebogen, handen naar achteren.

Een heel treffende houding. Het is nog maar een meisje, een maagd, maar zo overtuigend staat ze hier. Het geeft Maria de maagd een heel andere dimensie.

Volgens de maker kan alleen een vrouw dit maken. Ze heeft het beeld ontleend aan de zogeheten Sheela-na-gigs die in de middeleeuwse kerken van Ierland en Engeland boven de deur hingen om de boze geesten te bezweren.
Heel treffend is dat idee in haar beeld ‘Virgin of Mercy’ verwerkt. Daarmee krijgt dat ook iets bezwerends. Heel gaaf.

Jurk van Mestkevers

Het hoort tot het hoogtepunt van de tentoonstelling. Samen met enkele andere objecten van hedendaagse kunstenaars. Een jurk van mestkevers, de groenige gloed geeft het iets geheimzinnigs. Ook door de schaduwen op de wand die de een zeepaardje lijken weer te geven.

Of het schilderij van de pauw waarin Maria in de veren verwerkt zit. Bijna niet zichtbaar, maar als je het weet, kun je je ogen er niet meer vanaf houden. Want dat is Maria ook. Het grijpt je laat je niet meer los.

Op zoek naar Maria

Dit is de 6e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees dinsdag: (7) Kitscherig

Kinderkunst

Een leuk inkijkje geeft het Rijksmuseum Twenthe in de speciale ruimte voor kinderen. Hier kunnen kinderen zelf kunst maken van klei. Het concept is eenvoudig maar door de grote hoeveelheid voorbeelden, kun je als bezoeker heel erg genieten van de concrete objecten.

Zeker ook omdat ze allemaal heel klein en behapbaar zijn. Ze geven een inkijkje in de creatieve kindergeest. En levert mooie beeldjes op. Ze staan tentoongesteld op de enorme stellage tegen de wand. De grote hoeveelheid beeldjes maakt het tot een heuse belevenis.

Natuurlijk maakt 1 drol meerdere drollen. Werken met klei is ook erg verleidelijk om dit te doen. Ik kan het me nog goed herinneren dat de bruine klei, zacht en glad dat bij je wakkermaakt. En er zijn heel wat kinderen op het idee gekomen. Zo zijn er enkele toiletten ontstaan in de wand.

Ook veel poppetjes en dieren. Ik zie enkele slangen, mooi uitgewerkt. Of een molentje, met een beetje mollige wieken. Bij kinderen weet je nooit of het bewust is gedaan of door onhandigheid. Het geeft de beelden iets onschuldigs. Ik geniet ervan. Ook omdat de klei zo helder en kleurrijk is.

Zo’n ruimte in het museum geeft kunst gemaakt door kinderen een extra dimensie. Dat komt ook omdat je in een museum als bezoeker anders kijkt. Daarmee maak je iets op het oog heel onschuldigs nog rijker aan betekenis.

Museum De Fundatie – Topstukken

image

De algemene expositie valt een beetje in het niet bij de grote tentoonstellingen van Ans Markus, Rood en de enorme foto-expositie met werk van meer dan 25 Nederlandse fotografen. Wij kijken er niet zo erg naar. Voor ons trekt het werk van Ans Markus meer de aandacht. Ook de expositie rond de communistische tijd in Rusland, Rood, staat niet erg in onze belangstelling. Je moet je aandacht verdelen.

Van topstukken valt onmiddellijk het grote werk van Jan Cremer in het oog. Het is een gigantisch schilderij, waarbij ik Doris iets vertel over de bijzondere schildertechniek van Jan Cremer. Het is het schilderij waar Jan Cremer 1 miljoen gulden voor vroeg in 1961: La Guerre Japonaise. Het schilderij is nooit verkocht, tot De Fundatie het schilderij vorig jaar kocht.

image

Voor het schilderij demonstreer ik hoe Jan Cremer ruim 50 jaar geleden de verf rechtstreeks vanuit de pot op het doek smeet. Ook was hij in de weer met de verfbrander en met andere technieken om het schilderij relief te geven. Geen idee wat het moet voorstellen, al verwijst de rode bol in het meest linkse paneel, naar Japan en de zon.

De schilderijen van Lucebert vindt Doris erg mooi. In tegenstelling tot het werk van Cobra-genoot Karel Appel van wie iets verderop een schilderij hangt van zijn muze Machteld. De hoed op haar hoofd is best grappig, net als de cirkels die de rondingen verbeelden. De boomschors van Karel Appel die in het zaaltje hangt, herkennen we uit het Gemeentelijk museum in Den Haag. Hier lijkt hij op een eend die wegvliegt.

image

De schilderijen van Ans Markus blijven hangen in je gedachten. Je vergeet ze niet snel, zeker ook de combinaties van schilderijen van schilders die haar voorbeeld zijn. Ze weet haar stijl hier heel mooi tussen te plaatsen. Dat maakt het tot indrukwekkende getuigen van haar eigen schilderkunst.

Terwijl we even koffie drinken in de espresso-bar genieten we van het uitzicht over Zwolle. Recht voor ons de hoge muren en daken van de Grote of Michaelskerk, iets opzij de Onze Lieve Vrouwekerk met de toren die aan een peperbus doet denken. Een prachtig gezicht. Ook omdat de nieuwbouw van dit gebouw laat zien hoe mooi oud en nieuw met elkaar kunnen samensmelten.

image

De enorme bol op het 19e eeuwse pand, maken het gebouw extra opvallend, maar het lijkt geen moment het originele gebouw in de weg te staan. Iets wat ik wel heb met de badkuip die tegen het Stedelijk Museum in Amsterdam is aangebouwd. Een project dat ongeveer gelijktijdig met Museum De Fundatie gereed kwam.

We dwalen nog even lekker rond door het gebouw. Het heldere licht en de ruime indeling doet de drukte vergeten. De schilderijen komen prachtig tot hun recht in dit mooie museum. We genieten nog na als we buiten staan en een rondje wandelen door Zwolle, langs de huizen van letterkundigen als Rhijnvis Feith en Potgieter.

image

Ans Markus in Museum De Fundatie

image

De tentoonstelling met een overzicht van het werk van Ans Markus is de reden dat we Museum De Fundatie in Zwolle bezoeken. Eigenlijk had ik al eerder willen gaan toen de grote overzichtstentoonstelling van Jan Cremer was, eind vorig jaar. Het kwam er niet van, maar het interview met Ans Markus in december, heeft mij erg nieuwsgierig gemaakt. Ik sprak haar kort voordat de tentoonstelling in Zwolle zou worden ingericht. Ze werkte hard om alles ervoor in gereedheid te brengen. Zo wilde ze de serie rond Verdriet afhebben.

Het is gelukt, heb ik gezien. Het is een prachtige tentoonstelling geworden met ongelooflijk veel schilderijen uit haar atelier. Het grote werk rond de cyclus van leven, valt onmiddellijk op in de grootste zaal. Het beheerst de hele wand, de serie rond verdriet is aan de zijwand gepositioneerd. Aan de andere kant de schilderijen van haar moeder. Intrigerende beelden.

image

Zo bij elkaar is het een imposante weergave van haar werk. In de kleinere zijzalen is iets thematischer te werk gegaan. Daar hangen wat meer schilderijen uit eerdere periodes. Ze heeft veel werk gemaakt, waarbij ze ondermeer beroemd is geworden met de schilderijen van de geblinddoekte vrouwen.

Ook het thema Medea en de grote schilderijen van ruimtes komen aan bod. Of de vrouw die in een reeks spiegels kijkt, het is haar dochter, maar het lijkt wel of je naar Ans kijkt. De intrigerende zelfportretten waarin de schilderes je recht in de ogen kijkt. Intrigerend en bijna intimiderend. Ook heel kwetsbaar. Ze spaart zichzelf niet in deze schilderijen. Je kunt erin verdrinken, de beelden.

image

Natuurlijk is er meer, veel meer. Op de vierde verdieping, bij de espresso-bar, hangen eerbetonen aan meesters als Vincent van Gogh, Edward Munch, Pablo Picasso en Hoppen. Stuk voor stuk heel mooie composities waarbij in het midden de meester op moderne wijze wordt weergegeven.

Iets verderop hangen schilderijen met een eerbetoon aan couturiers. Ze geeft zichzelf weer in de mooiste jurken. De kleding lijkt uit het doek te komen, met alle plooien, zoals ze valt. De persoon die ze draagt, doet er bijna niet toe. Zeker ook omdat de achtergrond donker is en alle aandacht op de kleding zelf valt. Heel intrigerend, zelfs als je niet zoveel met kleren heb. Ans Markus is echt een liefhebber van kleding en dat vind je terug in deze schilderijen.

image

De tentoonstelling met een overzicht van het werk van Ans Markus is tot en met 17 april te zien in Museum De Fundatie in Zwolle.

Denkend aan Jan Voerman zie ik wolken

image

De 75e sterfdag van Jan Voerman (1857 – 1941) is de reden van de tentoonstelling Oneindig Laagland in het Stedelijk Museum Kampen. De gratis treinkaart in de vorm van het boekenweekgeschenk bracht mij op het idee de tentoonstelling nog te bezoeken. Ik zag een interview met achterkleinzoon Jacob Jan Voerman bij de schilderijen en wist het: daar moeten we heen.

De wolkenluchten bij de IJssel. De hemel die uitdrukt hoe hij zich van binnen voelt. De wolken als zielenroerselen. Het past goed bij hoe ik elke dag naar de hemel kijk op zoek naar hoe ik mij van binnen voel. Ik probeer het te vangen in een kort gedicht, een haiku. Het is slechts een gedachtekronkel, niet veel meer.

image

De rust die uitgaat van de schilderijen van Jan Voerman, valt meteen weer op als ik de zalen betreedt waar de wisselexpositie Oneindig laagland staat. De titel verwijst naar het beroemde gedicht van Hendrik Marsman. Dit gedicht verwijst juist naar de rivier. De IJssel die de wolkenluchten oproept in het werk van Jan Voerman.

Op de grond, het weiland waar de koeien grazen of de paarden noppen. Of het vergezicht, de stad Hattem ligt vaak aan de horizon. De stad aan de einder, waar de wereld ophoudt of begint. Ze liggen onder die wolkenhemel, waar kleuren, licht en donker, elkaar afwisselen. Soms op een regenachtige dag is de hemel een grote vlek waarin nauwelijks is te bespeuren valt. Bijna surrealisme.

image

Voor mij het feest der herkenning. Sommige schilderijen bijna vlekkerig in een bedrevenheid die ik herken van ander werk van Jan Voerman. Andere keren is daar weer die IJssel met het vergezicht. Net als de stillevens, het potje, die op zichzelf staan en waar opnieuw rust uit spreekt.

De balans spreekt uit deze schilderijen. Het opgaan in het landschap, het beeld van de bloemen in de kleurrijke blauwe mosterdpot. En zo meander ik door de tentoonstelling. Als een brede rivier die traag door het oneindige landschap stroomt. Terwijl het buiten miezert openbaart de rivier zich in alle vormen aan mij. Het is de innerlijke ziel waarin ik meega en voel hoe een schilder als Jan Voerman je meetrekt in zijn wereld.

image

Zelfs op weg naar het treinstation, op de brug over de IJssel zie je even die lucht. Hoe grijs ook, in alle tinten tussen wit en grijs spelen. Een hemel die je probeert te laten zien hoe je je van binnen voelt.

De expositie Oneindig Laagland in het Stedelijk Museum Kampen is tot en met zondag 3 april 2016 te zien.

Strandbeest

image

Op het strand van Scheveningen ziet Janine, de hoofdpersoon van Dik, druk en dronken, een strandbeest over het strand voortbewegingen. Het is een kunstwerk van Theo Jansen, gemaakt van plastic buizen. Gevoed door de wind, beweegt het gevaaarte zich voort, de voetjes schuifelen vooruit over het zand.

Als Janine later op internet gaat zoeken naar de strandbeesten, bestelt ze een bouwpakket voor een klein exemplaar van het strandbeest.

Miniature beasts (assemblykit). Ik wil het. Ik doe het. Animaris Ordis Parvus, die bestel ik, met een propellor. (191)

Het is een bouwpakket, maar Janine verwacht niet dat haar zoon en man er moeite mee zullen hebben. Als ze het uiteindelijk in elkaar moeten zetten, blijkt het best een lastig karwei. Maar het lukt. Al is wel een heel krachtige windstoot nodig om het ding in beweging te krijgen:

Maar met een hand aan de rotating shaft wil het ook. (257)

Op de voorzijde van het boek pronkt het strandbeest van Theo Jansen, het miniatuur-exemplaar. Rondstruinend op internet, vind je allerlei filmpjes van de grote variant: enorme gevaartes die zich als monsters voortbewegen op de wind.

Het is een mooie metafoor hoe iemand weer de wind vindt om in beweging te komen, op eigen kracht en met de positieve energie om zich heen.

Nanda Roep: Dik, druk en dronken. Apeldoorn: Uitgeverij Nanda, 2015. ISBN: 978 94 90983 35 2. 276 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

10 boeken die je gelezen moet hebben – #50books vraag 4

image

Welke boeken zou je absoluut gelezen moeten hebben? Ik heb eigenlijk nog nooit zo’n lijstje met boeken gemaakt. Ik moest eraan denken bij het lezen van een opvallend berichtje over David Bowie dat ik vond bij de Boekenkrant.

100 must-reads

Het ging over een boekenlijst met maarliefst 100 boektitels van boeken die je gelezen zou moeten hebben, zogenaamde ‘must-reads’. David Bowie publiceerde deze lijst in 2013 bij de opening van de tentoonstelling David Bowie is in The Guardian. De tentoonstelling is momenteel te zien in het Groninger Museum.

Het is een indrukwekkende boektitels waarin niet alleen bekende titels staan, maar ook enkele zeer recent verschenen boeken als The Coast of Utopia (trilogy) van Tom Stoppard (2007) of Mr Wilson’s Cabinet of Wonder Lawrence Weschler uit 1997.

Niet alleen fictie

De lijst bestaat niet alleen uit fictie maar bevat ook veel boeken over geschiedenis, wetenschap of biografieën als The Age of American Unreason van Susan Jacoby (2008) dat over het anti-intellectualisme in Amerika gaat.

De lijst van 100 boeken bevat ook enkele klassiekers uit de 2e helft van de 20e eeuw zoals Lolita van Nabokov, Herzog van Saul Bellow en On the Road van Jack Kerouac.

Geen oude boeken

Wat wel opvallend is, is dat in de lijst geen boeken staan die voor de Tweede Wereldoorlog zijn verschenen. De lijst begint met het in 1945 verschenen Black Boy van Richard Wright. De eerste helft van de 20e eeuw en alles daarvoor behoort niet tot de lijst met boeken die je gelezen moet hebben.

Zo’n boekenlijst vertelt veel over iemand. Net als iemand zijn boekenkast. Daarom grijp ik deze top 100 van Bowie aan voor de vierde boekenvraag:

Vraag 4
Welke 10 boeken zou iedereen gelezen moeten hebben?

En ik weet dat het een heel moeilijke lijst is, net als dat het een lijst is die regelmatig nieuwe titels krijgt. Maar welke 10 boeken zou je iedereen willen aanraden om te lezen? Gewoon omdat het mooie verhalen zijn, misschien omdat het je verder helpt in het leven of omdat je dit boek niet vaak genoeg kunt lezen.

Blog mee over #50books

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Lees de antwoorden op vraag 3: Inbinden bij opruiming

Schilderen met verf of met taal

image

In het boek bij de tentoonstelling Cremer in de verf 1954 – 2014 staat dat Jan Cremer geen schrijver is die schildert. Of zoals Ralph Keuning dat in zijn inleiding verwoordt:

Het begon allemaal met schilderen, het schrijven kwam later. Of misschien is het beter om te stellen dat het begon met kijken. Schilderen en schrijven zijn voor Cremer twee verschillende manieren om datgene wat hij om zich heen ziet geboren vast te leggen en te verwerken. De ene keer met kwast en verf, de andere keer met pen en papier. (7)

Bij het lezen van Jan Cremers debuutroman Ik Jan Cremer werd ik ook wel nieuwsgierig naar de schilderijen van hem. De schelmenroman vertelt over het kunstenaarsmilieu en voert de lezer van bijbaantje naar bijbaantje. Het kunstenaarschap vormt de drijfveer achter de avonturen van de hoofdpersoon en ik-verteller.

image

Het boek bij de tentoonstelling die tot eind augustus in Museum De Fundatie in Zwolle te zien was, geeft een ander inkijkje in de kunstenaar Jan Cremer. De kunst reikt verder en wint aan overtuiging naarmate de tijd verstrijkt. De schilderijen met tulpenvelden uit midden jaren 1960 en verderop de zee die vanaf 2005 zijn werk verovert.

Het roept bij mij de gedachte op of niet hetzelfde geldt voor het literaire werk van Jan Cremer. Zijn schelmenroman Ik Jan Cremer viel mij een beetje tegen. Ik verwachtte er meer van. Maar het zien van de ontwikkeling van de kunstenaar, belooft veel voor de schrijver.

Een ander boek van Jan Cremer zal dat moeten bewijzen.

Jan Cremer: Cremer in de verf 1954 – 2014. Inleiding: Ralph Keuning, samenstelling: Babette Sijmons, Feya Wouda, Alma Netten, met bijdragen van Max Rooy en Simon Vinkenoog. Tekstredactie: Mariska Vonk. Zwolle: Waanders & De Kunst, [2015]. 211 pagina’s. ISBN: 978 94 6262 032 2.

Vorm of vent – #50books

image

De boekenvraag van Peter deze week doet mij denken aan de vorm-vent-discussie. Deze discussie keert regelmatig in verschillende vormen terug. Dat geldt niet alleen voor de literatuur, maar ook voor andere kunsten als muziek of de schilderkunst.

De vraag in deze discussie is: in hoeverre draait het om de maker van het kunstwerk? Oftewel is het kunstwerk autonoom aan de maker ervan?

Vorm of vent

Kies je voor de vorm, dan is de maker niet zo belangrijk. In de tijd van deze discussie, tussen de 2 wereldoorlogen in het tijdschrift Forum, bezigde de dichter Nijhoff dit standpunt. Vraag je je bij een Perzisch tapijtje af wie het gemaakt heeft?

Nee, was zijn antwoord: je kijkt alleen naar de schoonheid en wie het gemaakt heeft is niet belangrijk. Het draait om het kunstwerk zelf en niet om zijn maker. De kunst is een zelfstandig, organische entiteit.

Maker wel stempel op kunstwerk

Aan de andere kant stonden Menno ter Braak en Eddy du Perron. Zij stelden dat de maker, de vent, juist een stempel op het kunstwerk drukte op het werk dat het gecreëerd had. Het draait volgens hen wel om de maker. Zij vinden hem ook verantwoordelijk voor het geschrevene.

Dat staat in schril contrast met onze literaire opvattingen. Schrijvers zijn niet verantwoordelijk voor wat hun personages zeggen en doen. Al gaat deze opvatting erg beperkt op. Sommige schrijvers worden wel verantwoordelijk gehouden voor wat hun personages zeggen en doen.

Dubbele houding

Deze dubbele houding blijft spelen. Ik ben vanuit mijn studie literatuurwetenschap erg gevoed door het literaire werk als zelfstandig object. In mijn ogen draait het vooral om de lezer die de tekst duidt. Ik als lezer geef de tekst betekenis. De tekst bestaat alleen doordat de lezer hem leest. Zonder hem is het werk betekenisloos.

Daarom geloof ik ook niet in auteursintentie. Zeker een auteur kan iets bedoelen met een tekst, maar het is de vraag of ik die bedoeling eruit haal. Voor mij draait het om wat het kunstwerk met mij doet. Wat denk ik dat het is. Die betekenis beantwoordt veel sterker aan het kunstwerk dan wat de maker ‘bedoeld’ zou hebben.

Schrijver wel belangrijk

Tegelijkertijd zie ik dat het voor veel lezers wel belangrijk is wie de tekst geschreven heeft. De autoriteit die sommige auteurs hebben, staat dan zeker centraal. Arnon Grünberg die iets over de oorlog schrijft, is iets anders dan wanneer Geert Mak dat doet. Dan kun je de tekst nog zo graag als autonoom willen zien, de missie mislukt. De leeshouding van lezer verschilt bij het lezen van teksten van deze 2 auteurs.

Ik ben zelf heel enthousiast over geheimzinnige schrijvers die zichzelf niet op de voorgrond zetten. Zo is een schrijver als Nescio een voorbeeld. Niemand weet wie deze man was, maar zijn literaire werk is een begrip.

Dagboeken

Hetzelfde geldt voor de dagboeken van iemand als Victor Klemperer, die pas na zijn dood werden gepubliceerd. Hetzelfde geldt voor auteurs als F.B. Hotz of Bob den Uyl. Zij vonden zichzelf niet belangrijker dan hun werk. Daarmee heeft een werk een heel andere positie dan deze schrijvers.

Vanuit mensen is het effect ook precies andersom: je leest het werk niet omdat je meer van hen wilt weten, maar na het lezen van hun boeken wil je de biografie lezen om meer over de mens achter het boek te weten te komen.

Daarmee heeft het boek waarbij de schrijver niet zo sterk op de voorgrond treedt, minstens zoveel overlevingskansen als het boek waarvan de schrijver bekend of zelfs bekender is dan het boek.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  33 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Ultramarijn

image

Bij het horen van het project van Toef Jaeger om het leven
van Henk van Woerden te beschrijven, werd ik erg nieuwsgierig. Henk van Woerden is voor mij vooral bekend als de schrijver van Ultramarijn. Het is zijn laatste roman. Een heel sprookjesachtig verhaal waarin de Arabische wereld op een heel treffende manier wordt verwoord.

Ik was bij het lezen van dit boek zo getroffen dat ik het destijds niet aandurfde erover te schrijven. Later las ik het nog eens. Opnieuw was ik zo getroffen door dit totaal ‘on-Nederlandse’ boek.

Het valt helemaal uit de Nederlandse literatuur door zijn bijzondere onderwerp, getroffen beschrijvingen en indrukwekkende verhaalverloop. Een verhaal dat enerzijds heel exotisch is en aan de andere kant juist afstandelijk en abstract. Ik heb ervan genoten, maar kon er geen woorden voor vinden het te bespreken.

Bij het lezen van de biografie die Toef Jaeger schreef over Henk van Woerden, moest ik vaak terugdenken aan de bijzondere leeservaring die ik had met Ultramarijn. Het boek kwam erg on-Nederlands op mij over. Ik twijfelde lang waar het verhaal kon spelen. Ik dacht zelf aan Iran, Syrië of Cappadocië aan de kust van Turkije met de woningen in de rotsen.

Toef Jaeger verklapt een beetje de mystiek van waar het verhaal van Ultramarijn speelt. Ze verwijst naar Kreta. De periode dat Henk van Woerden op Kreta woonde, vormt volgens de biografe ongetwijfeld de inspiratie voor deze roman. Van mij mag ze het beweren. Ik denk liever niet over de plaats, maar voel meer voor de betoverende wereld die Henk van Woerden in Utramarijn beschrijft.

Toef Jaeger: Koning Eenoog, Een migrantenverhaal, Leven en werk van Henk van Woerden. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 450 2801 9. 318 pagina’s. Prijs: € 24,95.

Lees mijn bespreking op Litnet over Toef Jaegers biografie