Categorie archief: lente

Wormenstreken

image

De ochtend is vochtig in het park. Ik stap over het smalle paadje, ontloop de plassen op het zandpad en geniet van het brede fietspad verderop. Het is nog best frisjes. Het lijkt of een dun laagje ijs op het gras ligt. Heel dun, zelfs niet zichtbaar maar het is voelbaar dat het er ligt op de grassprieten.

Het fietspad ligt bezaaid met regenwormen. Overal kruipen ze. In de volle lengte liggen ze op het asfalt. Verderop weer terug op het zandpad zie ik ze ook liggen. Ik vraag me af of ze nog leven in deze kou, maar ze kronkelen nog. Of ze nu van het pad afgaan of er juist verder op kruipen, is mij onduidelijk.

image

Ik verbaas mij over al die wormen. Hun uitgestulpte middenlijven en vooral de rode delen van de worm doen vermoeden dat ze een partner zoeken om mee te vrijen en kleine wormpjes te maken. De aflevering van Klokhuis deze week gaf heel toevallig uitleg over het spannende leven van de regenworm. Ik speur de paden af, maar zie nergens twee innig in elkaar verstrengelde wormen liggen.

Ook op het smalle pad liggen de wormen, klein en dun. Een winter overleefd, zoeken ze weer het leven van het voorjaar. Ik tuur naar de smalle lijven en zie hoe ze voortbewegen. Op weg naar een mooie lente.

Kraaiennest

image

De vogels krijgen de kriebels. Vanaf mijn werkplek zie ik een koppeltje kraaien druk de takjes en twijgjes van de bomen voor het raam weghalen. Heel behendig pakt de kraai een takje en draait het rondjes om het los van de tak te trekken.

Het ziet er schattig uit. De zware kraai balanceert op het smalle takje. Hij lijkt elk moment naar beneden te storten op het plekje waar normaal de meesjes zitten.

Ze verzamelen nestmateriaal en vliegen af en aan naar de boom iets verderop bij het water. Ze gaan er niet rechtstreeks op af, maar met een boogje. Een eindje over de plas. Zo misleiden ze eventuele vijanden en houden ze op een afstandje.

Wat later een harde klap op het raam. Het lijkt wel of er een vogel tegen het raam vliegt. Ik kijk op en zie de kraai voor het raam staan. Hij wil naar binnen. Blijkbaar ligt er best aantrekkelijk nestmateriaal op de vensterbank.

Ontluikende bloesem

image

Ik fiets onder de bomen in de richting van station Almere Muziekwijk. Het laantje dat het fietspad vormt, stemt mij in het voorjaar altijd vrolijk. De sierkers die rijendik naast het fietspad staat, bloeit heel prachtig in maart en april.

De roze en witte bloemetjes geven het fietspad iets sprookjesachtig. Zeker in de ochtend en avond als het lage licht van de schemering op de bloemen schijnt. Dan verandert de wereld heel even in een feestje.

image

Aan het einde van de rij bomen zie ik opeens dat het warme weer van de laatste dagen de eerste bloemen al laat uitkomen. Ik probeer al te fantaseren hoe het er straks uitziet. Dat ik onder de bomen fiets onder een gewelf van bloemen.

Een paar jaar geleden kwam iemand op Facebook met een foto van bloeiende kersenbomen in Zuid-Duitsland. ‘Zoiets moeten we eens doen in Almere’, schreef ze erbij. Ik heb daar onder gereageerd: dit is er al in Muziekwijk.

image

De bloesem in Almere Muziekwijk wordt door veel mensen speciaal bezocht omdat het echt heel mooi is. En het is zeker de moeite van het bekijken waard. Zeker in de schemering van de ochtend of de avond.

image

Omzwervingen: IJsvogeltje

image‘Ben je al in de hut geweest?’ vroeg vorige week een vogelaar aan mij. Ik stond te turen door de verrekijker van opa naar de lepelaars in de gelijknamige Lepelaarplassen. Nee, ik was er niet geweest. ‘Ga er ook maar niet heen. Het is er hartstikke druk.’

Vanmiddag kon ik het niet laten om toch even de kijkhut in te gaan. Ik verwachtte het minder druk dan in het weekend en misschien was de ijsvogel al verdwenen.

Ik fietste de hut in. Er zaten al een paar vogelaars. Drie mannen, een vrouw en een klein wit hondje. Ze hadden zich gegroepeerd rond een raam. Met grote camera’s tuurden ze in het hoekje met de wilg. ‘Er zit een ijsvogel’, zei de vrouw. Ik knikte.

Ze wees naar het gat. ‘Hij zit daar boven in die boom.’ Ik drong naar voren en tuurde door het lege stukje in de opening. Daar zat hij. Het ijsvogeltje. Ik zag hem zitten tussen de bladeren. ‘Hij is niet te fotograferen’, zei een vogelaar.

imageDe andere was al naar buiten gegaan, zijn sigaret tussen de vingers geklemd. Hij probeerde het diertje van over de schutting te nemen. De camera’s klikten in de hut achter elkaar alsof er een persconferentie was van een hoogwaardigheidsbekleder. De vogel ging eventjes in het zicht zitten op een tak voor de hut. ‘Vorige week zat hij daar met zijn vrouwtje wel tien minuten’, vertelde een vogelaar. ‘Ik heb ze prachtig op de foto kunnen zetten.’

Ik zocht een plekje en ging rustig wachten. Aan de andere kant van de hut zaten twee jonge reigers in een nest. Eentje stond overeind en sloeg onhandig met zijn vleugels. Bijna klaar om te gaan vliegen.

De twee kleine eilandjes in het midden van de plas stonden vol met aalscholvers. Sommige spreidden hun vleugels om ze te laten drogen, net Gereformeerde Bondsdominees die de zegen uitspreken. Zeker ook omdat de vleugels zachtjes trilden en de vogels zachtjes hun lijf draaiden.

image‘Kijk daar gaat hij.’ Een hoge piep klonk en het ijsvogeltje vloog vlak langs de hut langs het nest met de jonge reigers naar de andere kant. Hij verdween tussen de wilgen. Het was weer stil.

We tuurden net zo lang hij er weer uit kwam. Hij kwam weer terug, had iemand bij zich die voor hem uit vloog. Ons vogeltje ging weer net uit het zicht in de wilg naast de hut zitten. De andere verdween tussen de bomen.

Zo ging het spel nog even door. De fotocamera’s klaar. ‘Deze zet ik vanavond op facebook’, zei de vrouw. Ze aaide het hondje over zijn kop. ‘Daar houdt hij niet van’, zei zijn eigenaar. ‘Hoe zou u het vinden als iedereen u over het hoofd aaide?’

Hier ging een discussie ontstaan, maar het ijsvogeltje kwam op tijd terug. Daar ging hij weer vlak langs de openingen in de hut. De rode borst zag ik duidelijk, het blauw van zijn klapperende vleugels.

Wat een prachtig beestje is het toch.

Planten en snoeien

image

De zon nodigt uit om naar buiten te gaan. Ik pak de vorige week gekochte rozenstruiken en leg ze op de tafel in de tuin, nog ingepakt in het veilige plastic. Dadelijk ga ik ze planten op een plekje achter de seringenstruik.

Eerst kortwiek ik de bessenstruik bij de poort. Hij vraagt teveel ruimte in de zomer waardoor je niet meer met goed fatsoen de tuin inkomt. Op internet heb ik een filmpje bekeken. ‘We snijden het oude hout weg’, zegt de commentaarstem. ‘We laten ongeveer zeven stengels staan’, volgt daarna.

Ik snij de oude stammen weg en laat er een paar staan. Daar gaat alles. Het nieuwe hout laat ik zitten. Zo maak ik ruimte voor de toekomst en zo kunnen we straks nog gewoon met de fiets in de hand de tuin in en uit.

Daarna plant ik de rozenstruikjes. Het zijn nog kleine stronkjes, zonder bladeren, veilig verzegeld voor het transport. Ik maak een gat in de grond en laat het stronkje erin zakken. De andere twee struikjes komen een eindje verder in de grond. Alledrie in een halve cirkel achter de seringenstruik.

Ik laat de deur open voor de honden. Als ik even later in de tuin kom, zie ik Saartje met één van de drie struikjes in de bek lopen. De grond tussen de wortels is weggelikt en de struik hangt ielig kaal uit haar bek. Ik bevrijd het ding uit de bek en hoop dat de schade meevalt.

Het voorjaar is nog niet begonnen of de eerste rozen zijn al verwoest.

Uitgebloeide bloesem

image

Het is nog maar even terug dat ik genoot van de bloesem bij Almere Muziekwijk. Dat zelfs het voorjaar vergankelijk is, valt mij vandaag op. De bloesem bijna uitgebloeid. De imposante galerij van 2 weken terug is vrijwel verdwenen. De bloemblaadjes liggen als laatste getuigen op de grond.

De bloemen maken plaats voor de bladeren. De eerste knoppen laten zich al zien terwijl de wind de laatste blaadjes losblaast. Zo verdwijnt het één en maakt plaats voor het volgende.

Jong blad Ginkgo

De Ginkgo Biloba in de achtertuin krijgt weer blad

Het voorjaar manifesteert zich steeds weer in nieuwe dingen. Zo zag ik vandaag ineens hoe mooi de Ginkgo in knop staat. De kleine bladeren vertonen zo jong al de splitsing. De jonge groene kleur maakt me helemaal weer blij. Een halfjaar nadat de gele bladeren de boom verlieten, is er nieuw blad in aantocht. Het voorjaar geeft niet alleen nieuw blad, maar overal hoop.

Bloesemgewelf

De bloesem bloeit weer. De bloeiende bomen hebben het fietspad naar het station Almere Muziekwijk weer veranderd in een fietslaan. De hemel bestaat uit honderden bloemetjes als je omhoog kijkt.

De bomen staan als pilaren die het machtige gewelf van bloemen laat zweven. De takken ondersteunen als heuse ribben het gewelf. Zo vormen de bomen samen een lange gang. Niet het licht aan het eind van de tunnel geldt, maar het licht op de tunnel zelf.

Zo gapen de mondjes van de bloemen dat het voorjaar is.

Lenteloop

De zon nodigt uit voor een rondje langs de Lepelaarsplassen, het Wilgenbos en via het Hanny Schaftpark naar huis. Bij de Noorderplassen ontdek ik dat er een wedstrijd was. In mijn mailbox stond het een paar weken geleden al: de Lenteloop van atheliekvereniging Almere ’81.

Bij de Noorderplassen is het een klein stukje dat ik de route doorkruiste. Ik hol heerlijk in de richting van de natuur. Ik ren de dijk op bij het gemaal. Een auto keert op het fietspad, beneden haalt iemand net vogeltjes uit een net dat gespannen stond tussen 2 palen. Verderop is een markt. Boven het kraampje links vormen hoofdletters het woord ‘honing’. De potten ‘Van het een of ander’ staan opgestapeld onder het woord.

Voorbij het sportpark haak ik weer in de route van de Lenteloop. Langs mij rijden 2 rolfietsers met hoge snelheid. ‘Wil je water Jan?’ vraagt de ene fietser aan de andere. ‘Hoef jij dan niet?’ ‘Nee, ik heb water bij me.’ Ze vliegen laag over de grond met hun rolstoelfietsen. Jan laat zijn wiel even los om het bekertje te vangen. Water klotst over de randen heen op het fietspad.

Wat verder ren ik uit de route en kom er bij het beklimmen van de brug over de vaart weer in. Dit keer ren ik tegen het verkeer. Bezweet hollen ze mij tegemoet. Op het bordje staat ‘8’. Ik zie het pas als ik het voorbij ben en mij omdraai.

Achter elkaar aan komen de renners mij voorbij. Soms haalt een achterligger zijn voorligger in, maar vooral blijven ze keurig achter elkaar. Gericht op het persoonlijke record. Als het moet halen ze iemand in. Alleen als het echt moet. Ik passeer bij het Hanny Schaftpark het volgende bordje. Er staat op: ‘7’.

Ik herken de hollende massa. Een paar jaar terug rende ik alle lopen van Flevoland, ook de Lenteloop. Ik doe het niet meer. Ik ren mijn eigen wedstrijd. Het voorjaar brult en juicht de overwinning. Ik geniet van de eenzame training. Altijd de eerste plaats. De zon huldigt mij. Ik ben thuis.

Doortje

image

De voorjaarszon schijnt in het straatje langs de seniorenwoningen. Een oudere vrouw staat buiten in het smalle strookje tuin van haar appartement. Tussen tuin en pad staat een hek. De bebladerde struiken drukken hoog tegen het hek aan.

Ze heeft een grijze trui aan, de armen in de zij. De borsten steken puntig naar voren. Haar haren keurig in de krul. Ze kijkt tevreden naar de zon. Hij streelt het straatje langs haar appartementencomplex.

De voorjaarswarmte waait onwennig door de bomen aan de andere kant van het pad. Een merel fluit een overtuigend lied. Achter het huizenblok rollen de wielen van een tram over de rails.

Een man loopt over het zonnige pad. Hij sloft traag. Zijn schaduw loopt schuin achter hem aan. Zijn kale hoofd en de grijze haren aan weerszijden van de bleke knikker, verraden dat hij ook op leeftijd is. Een geruit spencer draagt hij. Zijn gestalte is lang. Hij beent groots door het straatje in de richting van de vrouw.

‘Hoe is het met Doortje’, vraagt hij. ‘Het gaat goed met Doortje’, antwoordt de vrouw. Ze glimlacht beleefd terug. Dan moet hij er zelf om lachen. ‘Dat is mooi dat het goed gaat met Doortje.’

Ze maken even een praatje, dan draait zij zich om het appartement in en sloft hij verder.