Categorie archief: lente

Planten en snoeien

image

De zon nodigt uit om naar buiten te gaan. Ik pak de vorige week gekochte rozenstruiken en leg ze op de tafel in de tuin, nog ingepakt in het veilige plastic. Dadelijk ga ik ze planten op een plekje achter de seringenstruik.

Eerst kortwiek ik de bessenstruik bij de poort. Hij vraagt teveel ruimte in de zomer waardoor je niet meer met goed fatsoen de tuin inkomt. Op internet heb ik een filmpje bekeken. ‘We snijden het oude hout weg’, zegt de commentaarstem. ‘We laten ongeveer zeven stengels staan’, volgt daarna.

Ik snij de oude stammen weg en laat er een paar staan. Daar gaat alles. Het nieuwe hout laat ik zitten. Zo maak ik ruimte voor de toekomst en zo kunnen we straks nog gewoon met de fiets in de hand de tuin in en uit.

Daarna plant ik de rozenstruikjes. Het zijn nog kleine stronkjes, zonder bladeren, veilig verzegeld voor het transport. Ik maak een gat in de grond en laat het stronkje erin zakken. De andere twee struikjes komen een eindje verder in de grond. Alledrie in een halve cirkel achter de seringenstruik.

Ik laat de deur open voor de honden. Als ik even later in de tuin kom, zie ik Saartje met één van de drie struikjes in de bek lopen. De grond tussen de wortels is weggelikt en de struik hangt ielig kaal uit haar bek. Ik bevrijd het ding uit de bek en hoop dat de schade meevalt.

Het voorjaar is nog niet begonnen of de eerste rozen zijn al verwoest.

Uitgebloeide bloesem

image

Het is nog maar even terug dat ik genoot van de bloesem bij Almere Muziekwijk. Dat zelfs het voorjaar vergankelijk is, valt mij vandaag op. De bloesem bijna uitgebloeid. De imposante galerij van 2 weken terug is vrijwel verdwenen. De bloemblaadjes liggen als laatste getuigen op de grond.

De bloemen maken plaats voor de bladeren. De eerste knoppen laten zich al zien terwijl de wind de laatste blaadjes losblaast. Zo verdwijnt het één en maakt plaats voor het volgende.

Jong blad Ginkgo

De Ginkgo Biloba in de achtertuin krijgt weer blad

Het voorjaar manifesteert zich steeds weer in nieuwe dingen. Zo zag ik vandaag ineens hoe mooi de Ginkgo in knop staat. De kleine bladeren vertonen zo jong al de splitsing. De jonge groene kleur maakt me helemaal weer blij. Een halfjaar nadat de gele bladeren de boom verlieten, is er nieuw blad in aantocht. Het voorjaar geeft niet alleen nieuw blad, maar overal hoop.

Bloesemgewelf

De bloesem bloeit weer. De bloeiende bomen hebben het fietspad naar het station Almere Muziekwijk weer veranderd in een fietslaan. De hemel bestaat uit honderden bloemetjes als je omhoog kijkt.

De bomen staan als pilaren die het machtige gewelf van bloemen laat zweven. De takken ondersteunen als heuse ribben het gewelf. Zo vormen de bomen samen een lange gang. Niet het licht aan het eind van de tunnel geldt, maar het licht op de tunnel zelf.

Zo gapen de mondjes van de bloemen dat het voorjaar is.

Lenteloop

De zon nodigt uit voor een rondje langs de Lepelaarsplassen, het Wilgenbos en via het Hanny Schaftpark naar huis. Bij de Noorderplassen ontdek ik dat er een wedstrijd was. In mijn mailbox stond het een paar weken geleden al: de Lenteloop van atheliekvereniging Almere ’81.

Bij de Noorderplassen is het een klein stukje dat ik de route doorkruiste. Ik hol heerlijk in de richting van de natuur. Ik ren de dijk op bij het gemaal. Een auto keert op het fietspad, beneden haalt iemand net vogeltjes uit een net dat gespannen stond tussen 2 palen. Verderop is een markt. Boven het kraampje links vormen hoofdletters het woord ‘honing’. De potten ‘Van het een of ander’ staan opgestapeld onder het woord.

Voorbij het sportpark haak ik weer in de route van de Lenteloop. Langs mij rijden 2 rolfietsers met hoge snelheid. ‘Wil je water Jan?’ vraagt de ene fietser aan de andere. ‘Hoef jij dan niet?’ ‘Nee, ik heb water bij me.’ Ze vliegen laag over de grond met hun rolstoelfietsen. Jan laat zijn wiel even los om het bekertje te vangen. Water klotst over de randen heen op het fietspad.

Wat verder ren ik uit de route en kom er bij het beklimmen van de brug over de vaart weer in. Dit keer ren ik tegen het verkeer. Bezweet hollen ze mij tegemoet. Op het bordje staat ’8′. Ik zie het pas als ik het voorbij ben en mij omdraai.

Achter elkaar aan komen de renners mij voorbij. Soms haalt een achterligger zijn voorligger in, maar vooral blijven ze keurig achter elkaar. Gericht op het persoonlijke record. Als het moet halen ze iemand in. Alleen als het echt moet. Ik passeer bij het Hanny Schaftpark het volgende bordje. Er staat op: ’7′.

Ik herken de hollende massa. Een paar jaar terug rende ik alle lopen van Flevoland, ook de Lenteloop. Ik doe het niet meer. Ik ren mijn eigen wedstrijd. Het voorjaar brult en juicht de overwinning. Ik geniet van de eenzame training. Altijd de eerste plaats. De zon huldigt mij. Ik ben thuis.

Doortje

image

De voorjaarszon schijnt in het straatje langs de seniorenwoningen. Een oudere vrouw staat buiten in het smalle strookje tuin van haar appartement. Tussen tuin en pad staat een hek. De bebladerde struiken drukken hoog tegen het hek aan.

Ze heeft een grijze trui aan, de armen in de zij. De borsten steken puntig naar voren. Haar haren keurig in de krul. Ze kijkt tevreden naar de zon. Hij streelt het straatje langs haar appartementencomplex.

De voorjaarswarmte waait onwennig door de bomen aan de andere kant van het pad. Een merel fluit een overtuigend lied. Achter het huizenblok rollen de wielen van een tram over de rails.

Een man loopt over het zonnige pad. Hij sloft traag. Zijn schaduw loopt schuin achter hem aan. Zijn kale hoofd en de grijze haren aan weerszijden van de bleke knikker, verraden dat hij ook op leeftijd is. Een geruit spencer draagt hij. Zijn gestalte is lang. Hij beent groots door het straatje in de richting van de vrouw.

‘Hoe is het met Doortje’, vraagt hij. ‘Het gaat goed met Doortje’, antwoordt de vrouw. Ze glimlacht beleefd terug. Dan moet hij er zelf om lachen. ‘Dat is mooi dat het goed gaat met Doortje.’

Ze maken even een praatje, dan draait zij zich om het appartement in en sloft hij verder.

Narcissen

voorjaar in het park

Op weg naar het park voor een rondje lopen lagen de paden vol met narcissen. Een prachtig gezicht. Het voorjaar hangt in de lucht. Wat verderop groeien de bloemen in perken. Trots steken de gele narcissen boven het groene gras uit. Ze blazen hun trompet over het jonge groen.

Een meisje loopt met twee vrouwen de velden met bloemen tegemoet. Ze plukt een bosje narcissen. Een vrouw loopt achter een kinderwagen. Een kind krijt in de richting van de gele bloemen. Het meisje gaat verder het bloemenveld in en plukt onverminderd voort. Een bosje gele bloemen houdt ze trots in haar hand omhoog.

Ik zie het van verre aan. Nu snap ik waarom de paden bezaaid liggen met geplukte narcissen. De vrouwen die bij het kind lopen, lijkt het niet te deren. Het kind plukt onverminderd voort uit de gemeenschappelijke tuin. In de andere hand houdt ze een eerder losgetrokken takkenbos vast.

Wel jammer. Bloemen horen niet in de vaas. De bloei in het veld vertelt meer dat het voorjaar is dan de verwelkende bloem in de vaas. Jammer dat de moeders dat niet vertellen aan hun dochter. Boven het feit dat iets wat van allemaal is niet zomaar door iedereen geplukt mag worden.

Draken en Ginkgo Biloba

De Ginkgo Biloba in mijn achtertuin staat er het hele jaar mooi te wezen. Maar tweemaal in het jaar trekt de boom extra mijn aandacht: in het voorjaar en in de herfst. Het voorjaar omdat het blad zich dan begint te vormen.

In het najaar verspringt de boom in een prachtig gele tint. De kleur trekt alle aandacht naar zich toe. De bladeren die dan op de grond vallen, roepen het gedicht van Goethe meer dan ooit op.

Zonder dat gedicht van Goethe was de Japanse kers niet zo geliefd geweest. Ik legde gisteren een knalgeel blad op mijn handpalm en legde het Doris uit. ‘Kijk maar het lijkt net of het 2 blaadjes zijn en toch is het 1 blad.’ Ze keek met belangstelling.

Dat de boom een brand overleeft vond ze nog interessanter. ‘Daarom is de boom ook ontzettend oud’, legde ik uit. ‘Hij heeft de dinosaurus nog gekend’, zei Inge. ‘En de draak ook’, antwoordde Doris. ‘Ook het vuur van de draak kon hem niet verbranden.’

Bloesem 2

Hoe snel een ‘bloesemtunnel’ verdwijnt. Schreef ik 2 weken terug nog over de bloesemrijke bomen bij het station Almere Muziekwijk. Nu ligt het fietspad bezaaid met de kleine blaadjes van de bloemen. Roze en wit wisselen elkaar af.

Sneeuwlaag

De bloesemblaadjes vallen af en vormen een ‘sneeuwlaagje’ in het gras en op het fietspad. De goten langs het fietspad liggen vol met de kleine blaadjes.

Groen

De bloemen maken plaats voor de groene bladeren. Een mooie wisseling van de wacht. De bomen overleven op 2 manieren: eerst besteden ze aandacht aan het nageslacht en daarna beginnen ze aan hun leven.

Eerst het kroost

Soms werkt het ouderschap ook zo. Eerst het kroost en dan jezelf. De bomen bij Almere Muziekwijk doen het in elk geval wel.

Lees de bloesem-blog van 2 weken terug »

Waggelen en dobberen

Ik zit in de lentezon te wachten op een stenen verhoging. Uit het water zwemmen 2 mannetjeseenden, woerden, mij tegemoet. De eerste stapt het water uit, de tweede volgt snel. Ze waggelen naar mij toe. De groene koppen draaien een oog in mijn richting en speuren naar iets te eten.

2 mannetjes

2 mannetjes midden in de lente. In de rest van de vijver is geen eend te bespeuren. Ze hebben elkaar opgezocht en vonden een steun en toeverlaat temidden van het broedseizoen. Het werk – de verwekking – gedaan of juist niet.

Conclusie trekken

De achterste woerd trekt snel de conclusie. Hier valt niks te halen, een dichter aan de waterkant levert prachtige beschrijvingen op en hoogdravende teksten, maar geen broodkorst of ander lekkers. Hij laat zich alweer zakken in het water. Zijn kameraad, want dat word je als je een tijdje zo bevriend met elkaar omgaat, merkt nu ook dat dit een vergeefse zaak is. Ook hij draait zich om en waggelt de meter naar het water terug.

Zeewaardige schepen

Ze hebben mij de rug toegekeerd. Het water accentueert de vorm van de dieren. Als 2 zeewaardige schepen dobberen ze op het water van de vijver. De staarten zwieberen even nerveus heen en weer. Om het water op de staart en de frustratie weg te slaan. Ze zwemmen rustig maar snel genoeg om in een korte tijd uit het zicht te verdwijnen. Achter hen vormt het water 2 golfjes die steeds verder uit elkaar gaan naarmate het tweetal verder van mij af zwemt.