Categorie archief: lente

Ginkgo in knop

image

Altijd weer een mooi moment. Sinds ik zelf een Ginkgo heb, geniet ik elk jaar van de knoppen aan dit boompje. De kleine groene puntjes op de takken lieten zich al een tijdje zien. De koolmeesjes snoepten er al stiekem uit. Maar nu is het eindelijk zover dat de blaadjes zich laten zien.

image

Het DNA is al helemaal bepaald. Zelfs de kleinste blaadjes laten die vertrouwde vorm van de Ginkgo zien. Het blad dat in tweeën splijt en toch één is, zoals Goethe in zijn gedicht over de boom schrijft. De groene kleur is nog niet zo diepgroen als het blad straks is. Nu geniet ik vooral van de zachte, bijna mollige vormen van dit prachtige blad.

image

Dan denk ik terug aan de Hortus bij de VU waar ik altijd zo genoot van de grote Ginkgo die daar groeit. Met iets verderop die bladeren van die andere held: de Tulpenboom. Ik mis het om daar even rond te scharrelen in de pauze. Het groen van het voorjaar opsnuivend. Of de kleurenpracht van de herfst inademend.

image

Nu biedt mijn tuin het zicht op de Ginkgo. Het boompje waarvan ik de hoop koesterde dat hij het zou redden, begint zich meer en meer als een heuse boom te gedragen. De vorm van de stam maakt een olijke buiging en schiet dan kaarsrecht omhoog.

wpid-20150427_183635.jpg

Waar die vreemde kronkel vandaan komt, weet ik niet. Waarschijnlijk heeft hij bij het tuincentrum waar we hem gekocht hebben teveel in de verdrukking gestaan. Het is niet meer aan hem af te zien. Elk jaar schieten er weer een paar nieuwe centimeters de hemel in.

wpid-20150427_183647.jpg

Van schutblad naar blad

image

Ineens gaat het hard met het voorjaar. Zeker als je erop let en een vergelijking maakt. De kastanjebomen waar ik een paar weken geleden over schreef, staan nu volop in blad. Ik loop ‘s morgens helemaal verscholen onder het loof.

image

De bladeren zie je groeien. Elke ochtend weer een stukje groter. Net als de bloemen die in het midden groeien tot heuse kaarsen. De bladeren hangen nog een beetje naar beneden, maar ze verheffen zich zeker overeind.

image

Toch zie ik nog de schutbladen van de knoppen. Ze hangen nutteloos aan de takken. De bescherming die ze gaven, is niet meer nodig. Soms liggen ze al op de grond. Losgetrokken door de groeispurt van de boom. Hun werk zit erop.

image

Wat verderop staan andere bomen net in knop. De rode beuken in het midden van het park en de lindes langs het fietspad laten de beginnende knoppen zien. Bij deze bomen duurt het nog even voor ze zover zijn als de paardenkastanjes verderop.

image

Dat is zo mooi aan het voorjaar. Alle bomen volgen elkaar langzaam maar zeker op totdat straks in de zomer alles vol in blad staat. De wereld verandert zo trefzeker in de mooiste kleuren groen.

image

Kastanjebloesem

image

De paardenkastanjes in het park staan helemaal in knop. Elk moment dreigen ze uit te komen. Sommigen laten zich al van binnen zien. Binnenin zie je al de hele kleine bloemen die over een paar weken zo mooi als heuse kaarsen uit de boom steken.

image

Om de bloemen komen de bladeren al naar buiten. Ze hebben al in miniatuur de vorm die ze straks zullen aannemen in het groot. Heerlijk om te zien hoe alles langzaam maar zeker vergroent.

image

De rij met kastanjes zijn niet de enige bomen die in bloei komen te staan. Ik zie ook knoppen in de lindes en ook andere struiken en bomen laten hun kleine bloemetjes al zien.

image

De lente openbaart zich meer en meer. Het mooie is dat elke boom en struik op een ander moment in bloei staat. Zo blijven de kleuren heel gevarieerd en volgen elkaar steeds op.

image

Dartelende lammetjes

lammetje in wei bij eksternestIk stuitte gisteren vlakbij huis op de lammetjes van het Eksternest. De jonge schapen waren helemaal opgelaten. Ze renden door de wei, sprongen en dartelden. Heerlijk die vrolijkheid en dat genieten. Onbekommerd en ook ongegeneerd.

eksternest-lammetjes

De oudere schapen zagen het weemoedig aan en stuurden de hongerige monden op zoek naar melk gewoon weg. Alles is nieuw voor de lammetjes. Ze proeven alles. Het gras, de verse schapenpoep en kleine blaadjes of takjes. Ook genieten ze van die kleine dingen als de wind en de zon.

lammetje bij eksternest almere

Ik heb er even heerlijk naar staan kijken. Die ongecompliceerde houding en dat onbevangene roept zelfs een beetje jaloezie op. Niet denken aan morgen, maar genieten van het nu. En zo stapte ik met de lente in de benen weer verder op de fiets voor de laatste meters naar huis.

Wormenstreken

image

De ochtend is vochtig in het park. Ik stap over het smalle paadje, ontloop de plassen op het zandpad en geniet van het brede fietspad verderop. Het is nog best frisjes. Het lijkt of een dun laagje ijs op het gras ligt. Heel dun, zelfs niet zichtbaar maar het is voelbaar dat het er ligt op de grassprieten.

Het fietspad ligt bezaaid met regenwormen. Overal kruipen ze. In de volle lengte liggen ze op het asfalt. Verderop weer terug op het zandpad zie ik ze ook liggen. Ik vraag me af of ze nog leven in deze kou, maar ze kronkelen nog. Of ze nu van het pad afgaan of er juist verder op kruipen, is mij onduidelijk.

image

Ik verbaas mij over al die wormen. Hun uitgestulpte middenlijven en vooral de rode delen van de worm doen vermoeden dat ze een partner zoeken om mee te vrijen en kleine wormpjes te maken. De aflevering van Klokhuis deze week gaf heel toevallig uitleg over het spannende leven van de regenworm. Ik speur de paden af, maar zie nergens twee innig in elkaar verstrengelde wormen liggen.

Ook op het smalle pad liggen de wormen, klein en dun. Een winter overleefd, zoeken ze weer het leven van het voorjaar. Ik tuur naar de smalle lijven en zie hoe ze voortbewegen. Op weg naar een mooie lente.

Kraaiennest

image

De vogels krijgen de kriebels. Vanaf mijn werkplek zie ik een koppeltje kraaien druk de takjes en twijgjes van de bomen voor het raam weghalen. Heel behendig pakt de kraai een takje en draait het rondjes om het los van de tak te trekken.

Het ziet er schattig uit. De zware kraai balanceert op het smalle takje. Hij lijkt elk moment naar beneden te storten op het plekje waar normaal de meesjes zitten.

Ze verzamelen nestmateriaal en vliegen af en aan naar de boom iets verderop bij het water. Ze gaan er niet rechtstreeks op af, maar met een boogje. Een eindje over de plas. Zo misleiden ze eventuele vijanden en houden ze op een afstandje.

Wat later een harde klap op het raam. Het lijkt wel of er een vogel tegen het raam vliegt. Ik kijk op en zie de kraai voor het raam staan. Hij wil naar binnen. Blijkbaar ligt er best aantrekkelijk nestmateriaal op de vensterbank.

Ontluikende bloesem

image

Ik fiets onder de bomen in de richting van station Almere Muziekwijk. Het laantje dat het fietspad vormt, stemt mij in het voorjaar altijd vrolijk. De sierkers die rijendik naast het fietspad staat, bloeit heel prachtig in maart en april.

De roze en witte bloemetjes geven het fietspad iets sprookjesachtig. Zeker in de ochtend en avond als het lage licht van de schemering op de bloemen schijnt. Dan verandert de wereld heel even in een feestje.

image

Aan het einde van de rij bomen zie ik opeens dat het warme weer van de laatste dagen de eerste bloemen al laat uitkomen. Ik probeer al te fantaseren hoe het er straks uitziet. Dat ik onder de bomen fiets onder een gewelf van bloemen.

Een paar jaar geleden kwam iemand op Facebook met een foto van bloeiende kersenbomen in Zuid-Duitsland. ‘Zoiets moeten we eens doen in Almere’, schreef ze erbij. Ik heb daar onder gereageerd: dit is er al in Muziekwijk.

image

De bloesem in Almere Muziekwijk wordt door veel mensen speciaal bezocht omdat het echt heel mooi is. En het is zeker de moeite van het bekijken waard. Zeker in de schemering van de ochtend of de avond.

image

Omzwervingen: IJsvogeltje

image‘Ben je al in de hut geweest?’ vroeg vorige week een vogelaar aan mij. Ik stond te turen door de verrekijker van opa naar de lepelaars in de gelijknamige Lepelaarplassen. Nee, ik was er niet geweest. ‘Ga er ook maar niet heen. Het is er hartstikke druk.’

Vanmiddag kon ik het niet laten om toch even de kijkhut in te gaan. Ik verwachtte het minder druk dan in het weekend en misschien was de ijsvogel al verdwenen.

Ik fietste de hut in. Er zaten al een paar vogelaars. Drie mannen, een vrouw en een klein wit hondje. Ze hadden zich gegroepeerd rond een raam. Met grote camera’s tuurden ze in het hoekje met de wilg. ‘Er zit een ijsvogel’, zei de vrouw. Ik knikte.

Ze wees naar het gat. ‘Hij zit daar boven in die boom.’ Ik drong naar voren en tuurde door het lege stukje in de opening. Daar zat hij. Het ijsvogeltje. Ik zag hem zitten tussen de bladeren. ‘Hij is niet te fotograferen’, zei een vogelaar.

imageDe andere was al naar buiten gegaan, zijn sigaret tussen de vingers geklemd. Hij probeerde het diertje van over de schutting te nemen. De camera’s klikten in de hut achter elkaar alsof er een persconferentie was van een hoogwaardigheidsbekleder. De vogel ging eventjes in het zicht zitten op een tak voor de hut. ‘Vorige week zat hij daar met zijn vrouwtje wel tien minuten’, vertelde een vogelaar. ‘Ik heb ze prachtig op de foto kunnen zetten.’

Ik zocht een plekje en ging rustig wachten. Aan de andere kant van de hut zaten twee jonge reigers in een nest. Eentje stond overeind en sloeg onhandig met zijn vleugels. Bijna klaar om te gaan vliegen.

De twee kleine eilandjes in het midden van de plas stonden vol met aalscholvers. Sommige spreidden hun vleugels om ze te laten drogen, net Gereformeerde Bondsdominees die de zegen uitspreken. Zeker ook omdat de vleugels zachtjes trilden en de vogels zachtjes hun lijf draaiden.

image‘Kijk daar gaat hij.’ Een hoge piep klonk en het ijsvogeltje vloog vlak langs de hut langs het nest met de jonge reigers naar de andere kant. Hij verdween tussen de wilgen. Het was weer stil.

We tuurden net zo lang hij er weer uit kwam. Hij kwam weer terug, had iemand bij zich die voor hem uit vloog. Ons vogeltje ging weer net uit het zicht in de wilg naast de hut zitten. De andere verdween tussen de bomen.

Zo ging het spel nog even door. De fotocamera’s klaar. ‘Deze zet ik vanavond op facebook’, zei de vrouw. Ze aaide het hondje over zijn kop. ‘Daar houdt hij niet van’, zei zijn eigenaar. ‘Hoe zou u het vinden als iedereen u over het hoofd aaide?’

Hier ging een discussie ontstaan, maar het ijsvogeltje kwam op tijd terug. Daar ging hij weer vlak langs de openingen in de hut. De rode borst zag ik duidelijk, het blauw van zijn klapperende vleugels.

Wat een prachtig beestje is het toch.

Planten en snoeien

image

De zon nodigt uit om naar buiten te gaan. Ik pak de vorige week gekochte rozenstruiken en leg ze op de tafel in de tuin, nog ingepakt in het veilige plastic. Dadelijk ga ik ze planten op een plekje achter de seringenstruik.

Eerst kortwiek ik de bessenstruik bij de poort. Hij vraagt teveel ruimte in de zomer waardoor je niet meer met goed fatsoen de tuin inkomt. Op internet heb ik een filmpje bekeken. ‘We snijden het oude hout weg’, zegt de commentaarstem. ‘We laten ongeveer zeven stengels staan’, volgt daarna.

Ik snij de oude stammen weg en laat er een paar staan. Daar gaat alles. Het nieuwe hout laat ik zitten. Zo maak ik ruimte voor de toekomst en zo kunnen we straks nog gewoon met de fiets in de hand de tuin in en uit.

Daarna plant ik de rozenstruikjes. Het zijn nog kleine stronkjes, zonder bladeren, veilig verzegeld voor het transport. Ik maak een gat in de grond en laat het stronkje erin zakken. De andere twee struikjes komen een eindje verder in de grond. Alledrie in een halve cirkel achter de seringenstruik.

Ik laat de deur open voor de honden. Als ik even later in de tuin kom, zie ik Saartje met één van de drie struikjes in de bek lopen. De grond tussen de wortels is weggelikt en de struik hangt ielig kaal uit haar bek. Ik bevrijd het ding uit de bek en hoop dat de schade meevalt.

Het voorjaar is nog niet begonnen of de eerste rozen zijn al verwoest.

Uitgebloeide bloesem

image

Het is nog maar even terug dat ik genoot van de bloesem bij Almere Muziekwijk. Dat zelfs het voorjaar vergankelijk is, valt mij vandaag op. De bloesem bijna uitgebloeid. De imposante galerij van 2 weken terug is vrijwel verdwenen. De bloemblaadjes liggen als laatste getuigen op de grond.

De bloemen maken plaats voor de bladeren. De eerste knoppen laten zich al zien terwijl de wind de laatste blaadjes losblaast. Zo verdwijnt het één en maakt plaats voor het volgende.