Categorie archief: lente

Omzwervingen: IJsvogeltje

image‘Ben je al in de hut geweest?’ vroeg vorige week een vogelaar aan mij. Ik stond te turen door de verrekijker van opa naar de lepelaars in de gelijknamige Lepelaarplassen. Nee, ik was er niet geweest. ‘Ga er ook maar niet heen. Het is er hartstikke druk.’

Vanmiddag kon ik het niet laten om toch even de kijkhut in te gaan. Ik verwachtte het minder druk dan in het weekend en misschien was de ijsvogel al verdwenen.

Ik fietste de hut in. Er zaten al een paar vogelaars. Drie mannen, een vrouw en een klein wit hondje. Ze hadden zich gegroepeerd rond een raam. Met grote camera’s tuurden ze in het hoekje met de wilg. ‘Er zit een ijsvogel’, zei de vrouw. Ik knikte.

Ze wees naar het gat. ‘Hij zit daar boven in die boom.’ Ik drong naar voren en tuurde door het lege stukje in de opening. Daar zat hij. Het ijsvogeltje. Ik zag hem zitten tussen de bladeren. ‘Hij is niet te fotograferen’, zei een vogelaar.

imageDe andere was al naar buiten gegaan, zijn sigaret tussen de vingers geklemd. Hij probeerde het diertje van over de schutting te nemen. De camera’s klikten in de hut achter elkaar alsof er een persconferentie was van een hoogwaardigheidsbekleder. De vogel ging eventjes in het zicht zitten op een tak voor de hut. ‘Vorige week zat hij daar met zijn vrouwtje wel tien minuten’, vertelde een vogelaar. ‘Ik heb ze prachtig op de foto kunnen zetten.’

Ik zocht een plekje en ging rustig wachten. Aan de andere kant van de hut zaten twee jonge reigers in een nest. Eentje stond overeind en sloeg onhandig met zijn vleugels. Bijna klaar om te gaan vliegen.

De twee kleine eilandjes in het midden van de plas stonden vol met aalscholvers. Sommige spreidden hun vleugels om ze te laten drogen, net Gereformeerde Bondsdominees die de zegen uitspreken. Zeker ook omdat de vleugels zachtjes trilden en de vogels zachtjes hun lijf draaiden.

image‘Kijk daar gaat hij.’ Een hoge piep klonk en het ijsvogeltje vloog vlak langs de hut langs het nest met de jonge reigers naar de andere kant. Hij verdween tussen de wilgen. Het was weer stil.

We tuurden net zo lang hij er weer uit kwam. Hij kwam weer terug, had iemand bij zich die voor hem uit vloog. Ons vogeltje ging weer net uit het zicht in de wilg naast de hut zitten. De andere verdween tussen de bomen.

Zo ging het spel nog even door. De fotocamera’s klaar. ‘Deze zet ik vanavond op facebook’, zei de vrouw. Ze aaide het hondje over zijn kop. ‘Daar houdt hij niet van’, zei zijn eigenaar. ‘Hoe zou u het vinden als iedereen u over het hoofd aaide?’

Hier ging een discussie ontstaan, maar het ijsvogeltje kwam op tijd terug. Daar ging hij weer vlak langs de openingen in de hut. De rode borst zag ik duidelijk, het blauw van zijn klapperende vleugels.

Wat een prachtig beestje is het toch.

Planten en snoeien

image

De zon nodigt uit om naar buiten te gaan. Ik pak de vorige week gekochte rozenstruiken en leg ze op de tafel in de tuin, nog ingepakt in het veilige plastic. Dadelijk ga ik ze planten op een plekje achter de seringenstruik.

Eerst kortwiek ik de bessenstruik bij de poort. Hij vraagt teveel ruimte in de zomer waardoor je niet meer met goed fatsoen de tuin inkomt. Op internet heb ik een filmpje bekeken. ‘We snijden het oude hout weg’, zegt de commentaarstem. ‘We laten ongeveer zeven stengels staan’, volgt daarna.

Ik snij de oude stammen weg en laat er een paar staan. Daar gaat alles. Het nieuwe hout laat ik zitten. Zo maak ik ruimte voor de toekomst en zo kunnen we straks nog gewoon met de fiets in de hand de tuin in en uit.

Daarna plant ik de rozenstruikjes. Het zijn nog kleine stronkjes, zonder bladeren, veilig verzegeld voor het transport. Ik maak een gat in de grond en laat het stronkje erin zakken. De andere twee struikjes komen een eindje verder in de grond. Alledrie in een halve cirkel achter de seringenstruik.

Ik laat de deur open voor de honden. Als ik even later in de tuin kom, zie ik Saartje met één van de drie struikjes in de bek lopen. De grond tussen de wortels is weggelikt en de struik hangt ielig kaal uit haar bek. Ik bevrijd het ding uit de bek en hoop dat de schade meevalt.

Het voorjaar is nog niet begonnen of de eerste rozen zijn al verwoest.

Uitgebloeide bloesem

image

Het is nog maar even terug dat ik genoot van de bloesem bij Almere Muziekwijk. Dat zelfs het voorjaar vergankelijk is, valt mij vandaag op. De bloesem bijna uitgebloeid. De imposante galerij van 2 weken terug is vrijwel verdwenen. De bloemblaadjes liggen als laatste getuigen op de grond.

De bloemen maken plaats voor de bladeren. De eerste knoppen laten zich al zien terwijl de wind de laatste blaadjes losblaast. Zo verdwijnt het één en maakt plaats voor het volgende.

Jong blad Ginkgo

De Ginkgo Biloba in de achtertuin krijgt weer blad

Het voorjaar manifesteert zich steeds weer in nieuwe dingen. Zo zag ik vandaag ineens hoe mooi de Ginkgo in knop staat. De kleine bladeren vertonen zo jong al de splitsing. De jonge groene kleur maakt me helemaal weer blij. Een halfjaar nadat de gele bladeren de boom verlieten, is er nieuw blad in aantocht. Het voorjaar geeft niet alleen nieuw blad, maar overal hoop.

Bloesemgewelf

De bloesem bloeit weer. De bloeiende bomen hebben het fietspad naar het station Almere Muziekwijk weer veranderd in een fietslaan. De hemel bestaat uit honderden bloemetjes als je omhoog kijkt.

De bomen staan als pilaren die het machtige gewelf van bloemen laat zweven. De takken ondersteunen als heuse ribben het gewelf. Zo vormen de bomen samen een lange gang. Niet het licht aan het eind van de tunnel geldt, maar het licht op de tunnel zelf.

Zo gapen de mondjes van de bloemen dat het voorjaar is.

Lenteloop

De zon nodigt uit voor een rondje langs de Lepelaarsplassen, het Wilgenbos en via het Hanny Schaftpark naar huis. Bij de Noorderplassen ontdek ik dat er een wedstrijd was. In mijn mailbox stond het een paar weken geleden al: de Lenteloop van atheliekvereniging Almere ’81.

Bij de Noorderplassen is het een klein stukje dat ik de route doorkruiste. Ik hol heerlijk in de richting van de natuur. Ik ren de dijk op bij het gemaal. Een auto keert op het fietspad, beneden haalt iemand net vogeltjes uit een net dat gespannen stond tussen 2 palen. Verderop is een markt. Boven het kraampje links vormen hoofdletters het woord ‘honing’. De potten ‘Van het een of ander’ staan opgestapeld onder het woord.

Voorbij het sportpark haak ik weer in de route van de Lenteloop. Langs mij rijden 2 rolfietsers met hoge snelheid. ‘Wil je water Jan?’ vraagt de ene fietser aan de andere. ‘Hoef jij dan niet?’ ‘Nee, ik heb water bij me.’ Ze vliegen laag over de grond met hun rolstoelfietsen. Jan laat zijn wiel even los om het bekertje te vangen. Water klotst over de randen heen op het fietspad.

Wat verder ren ik uit de route en kom er bij het beklimmen van de brug over de vaart weer in. Dit keer ren ik tegen het verkeer. Bezweet hollen ze mij tegemoet. Op het bordje staat ’8′. Ik zie het pas als ik het voorbij ben en mij omdraai.

Achter elkaar aan komen de renners mij voorbij. Soms haalt een achterligger zijn voorligger in, maar vooral blijven ze keurig achter elkaar. Gericht op het persoonlijke record. Als het moet halen ze iemand in. Alleen als het echt moet. Ik passeer bij het Hanny Schaftpark het volgende bordje. Er staat op: ’7′.

Ik herken de hollende massa. Een paar jaar terug rende ik alle lopen van Flevoland, ook de Lenteloop. Ik doe het niet meer. Ik ren mijn eigen wedstrijd. Het voorjaar brult en juicht de overwinning. Ik geniet van de eenzame training. Altijd de eerste plaats. De zon huldigt mij. Ik ben thuis.

Doortje

image

De voorjaarszon schijnt in het straatje langs de seniorenwoningen. Een oudere vrouw staat buiten in het smalle strookje tuin van haar appartement. Tussen tuin en pad staat een hek. De bebladerde struiken drukken hoog tegen het hek aan.

Ze heeft een grijze trui aan, de armen in de zij. De borsten steken puntig naar voren. Haar haren keurig in de krul. Ze kijkt tevreden naar de zon. Hij streelt het straatje langs haar appartementencomplex.

De voorjaarswarmte waait onwennig door de bomen aan de andere kant van het pad. Een merel fluit een overtuigend lied. Achter het huizenblok rollen de wielen van een tram over de rails.

Een man loopt over het zonnige pad. Hij sloft traag. Zijn schaduw loopt schuin achter hem aan. Zijn kale hoofd en de grijze haren aan weerszijden van de bleke knikker, verraden dat hij ook op leeftijd is. Een geruit spencer draagt hij. Zijn gestalte is lang. Hij beent groots door het straatje in de richting van de vrouw.

‘Hoe is het met Doortje’, vraagt hij. ‘Het gaat goed met Doortje’, antwoordt de vrouw. Ze glimlacht beleefd terug. Dan moet hij er zelf om lachen. ‘Dat is mooi dat het goed gaat met Doortje.’

Ze maken even een praatje, dan draait zij zich om het appartement in en sloft hij verder.

Narcissen

voorjaar in het park

Op weg naar het park voor een rondje lopen lagen de paden vol met narcissen. Een prachtig gezicht. Het voorjaar hangt in de lucht. Wat verderop groeien de bloemen in perken. Trots steken de gele narcissen boven het groene gras uit. Ze blazen hun trompet over het jonge groen.

Een meisje loopt met twee vrouwen de velden met bloemen tegemoet. Ze plukt een bosje narcissen. Een vrouw loopt achter een kinderwagen. Een kind krijt in de richting van de gele bloemen. Het meisje gaat verder het bloemenveld in en plukt onverminderd voort. Een bosje gele bloemen houdt ze trots in haar hand omhoog.

Ik zie het van verre aan. Nu snap ik waarom de paden bezaaid liggen met geplukte narcissen. De vrouwen die bij het kind lopen, lijkt het niet te deren. Het kind plukt onverminderd voort uit de gemeenschappelijke tuin. In de andere hand houdt ze een eerder losgetrokken takkenbos vast.

Wel jammer. Bloemen horen niet in de vaas. De bloei in het veld vertelt meer dat het voorjaar is dan de verwelkende bloem in de vaas. Jammer dat de moeders dat niet vertellen aan hun dochter. Boven het feit dat iets wat van allemaal is niet zomaar door iedereen geplukt mag worden.

Draken en Ginkgo Biloba

De Ginkgo Biloba in mijn achtertuin staat er het hele jaar mooi te wezen. Maar tweemaal in het jaar trekt de boom extra mijn aandacht: in het voorjaar en in de herfst. Het voorjaar omdat het blad zich dan begint te vormen.

In het najaar verspringt de boom in een prachtig gele tint. De kleur trekt alle aandacht naar zich toe. De bladeren die dan op de grond vallen, roepen het gedicht van Goethe meer dan ooit op.

Zonder dat gedicht van Goethe was de Japanse kers niet zo geliefd geweest. Ik legde gisteren een knalgeel blad op mijn handpalm en legde het Doris uit. ‘Kijk maar het lijkt net of het 2 blaadjes zijn en toch is het 1 blad.’ Ze keek met belangstelling.

Dat de boom een brand overleeft vond ze nog interessanter. ‘Daarom is de boom ook ontzettend oud’, legde ik uit. ‘Hij heeft de dinosaurus nog gekend’, zei Inge. ‘En de draak ook’, antwoordde Doris. ‘Ook het vuur van de draak kon hem niet verbranden.’

Bloesem 2

Hoe snel een ‘bloesemtunnel’ verdwijnt. Schreef ik 2 weken terug nog over de bloesemrijke bomen bij het station Almere Muziekwijk. Nu ligt het fietspad bezaaid met de kleine blaadjes van de bloemen. Roze en wit wisselen elkaar af.

Sneeuwlaag

De bloesemblaadjes vallen af en vormen een ‘sneeuwlaagje’ in het gras en op het fietspad. De goten langs het fietspad liggen vol met de kleine blaadjes.

Groen

De bloemen maken plaats voor de groene bladeren. Een mooie wisseling van de wacht. De bomen overleven op 2 manieren: eerst besteden ze aandacht aan het nageslacht en daarna beginnen ze aan hun leven.

Eerst het kroost

Soms werkt het ouderschap ook zo. Eerst het kroost en dan jezelf. De bomen bij Almere Muziekwijk doen het in elk geval wel.

Lees de bloesem-blog van 2 weken terug »