Categorie archief: muziek

Vierne en Reger in Rotterdam

Ook op deze vrijdagavond hoor ik het: Vierne en Reger. Ze klinken prachtig op het orgel in de Lambertuskerk van Rotterdam Kralingen. De wisselende sferen bij deze presentatie van de cd-box Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd, van uitbundig tot ingetogen, en van vreugdevol tot weemoedig. Allemaal zijn heel mooi tot uiting te brengen op dit instrument.

Het is genieten, vooral van het deel Stéle pour un enfant défunt uit de Tryptique van Louise Vierne. Een fijngevoelige uitvoering van de Schiedamse organist Arjen Leistra. De lichte zweving aan het einde van dit muziekstuk, geeft dit stuk extra kracht. In zijn tijd als organist van de Hoflaankerk nam Arjen Leistra op dit orgel enkele orgelwerken van Franz Liszt op.

Gerrit Christiaan de Gier laat een andere Franse kant van het orgel horen in de tweede sonate van C.F. Hendriks. Deze Nederlandse componist schreef in een mooie Franse stijl. Ik ken zijn variaties op psalm 107 en betrap de 2e sonate op enkele gelijkenissen.

Improvisatie

De improvisatie van Gerben Mourik biedt juist ruimte om enkele andere kanten van het orgel te laten horen. De fluiten nodigen uit, in combinatie met de strijkers, een hemelse klank. Muziek die echt door de ruimte zingt. Om die sacrale sfeer op te roepen. De opening van het thema gespeeld met de basson van het zwelwerk, is al geweldig. Met de diepe klank van de subbas, krijgt het geheel een prachtige basis. Genieten!

Dat geldt zeker ook van de muziek van Hendrik Andriessen. Op de cd spelen 3 organisten werk van deze Haarlemse componist, waaronder een paar grote werken. Het herinnert mij aan de begintijd van mijn liefde voor het orgel, het Andriessenjaar. Veel muziek op de radio, waaronder de Sonata da Chiesa.

Een werk met bijzonder thema dat veel verwantschap heeft met Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. De variatiereeks bevat een hoog improvisatorisch gehalte. De fraaie variatie met de cornet, zoals altijd bij Maarschalkerweerd een fel ding dat goed van zich laat horen in de interpretatie van organist Eric Koevoets. Hij is de vaste bespeler van dit instrument. Een mooie afsluiting van het concert.

Groot scherm

Blijft wel jammer het grote scherm waarop je de organisten kunt zien spelen. Ik merk dat het vooral afleidt. Ik wil gewoon lekker luisteren en de omgeving in mij opnemen. Die omgeving die bij Maarschalkerweerd zo belangrijk is. Zeker om op YouTube te bekijken is de speeltafel ideaal.

Voor een concert draait het om de ruimte die nu hinderlijk wordt verstoord door een enorm wit scherm waarop je kale mannen ziet en registranten die op het verkeerde moment een bladzijde willen omslaan. Dat de organist zich hier niet door laat afleiden is prachtig, maar deze kleine ramp was onopgemerkt gebleven zonder scherm.

Ik ben het met spreker Hans Fidom eens dat elke organist op hetzelfde orgel het instrument weer van een andere kant laat horen. De concerten die ik laatste maanden heb bezocht waren allemaal met meerdere organisten. Het geeft daarmee het instrument meerdere dimensies. En je leert er vooral van dat muziek maken een samenspel van instrument en muzikant is.

Na afloop genieten we nog na in de prachtige tuin naast de kerk. Het publiek heeft 1 grote overeenkomst: de bewondering voor deze bijzondere orgelbouwer. Want daarvan zijn we wel overtuigd na het horen van deze presentatie door de 4 organisten op dit bijzondere orgel.

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Maarschalkerweerd in veelvoud

Zo’n heerlijke avond in juni. Het is best een trip om even op vrijdagavond heen en weer te rijden naar Rotterdam. De cd-presentatie van de cd-box met 4 cd’s van 4 toporganisten op maar liefst 12 verschillende orgels van Maarschalkerweerd. Ik kan daar moeilijk van wegblijven. Van deze kant Rotterdam binnengereden, kom ik op een bekende onbekende plek: de Oostzeedijk.

Aan de andere kant van de Hoflaan is mijn vader geboren en opgegroeid aan de Oudedijk. Hier ligt de kerk beduidend lager achter de hoge dijk waar iets verderop de Nieuwe maas ligt. In de verte de binnenstad met de vele hoogbouw. Hier oogt Kralingen echt dorps.

Als het dorp dat meer dan een eeuw geleden werd ingelijfd bij Rotterdam. En waar mijn familierotsen liggen. Mijn opa schijnt zelfs vroeger met kerst naar de Lambertuskerk te zijn gegaan om te kijken naar het ‘kindje wiegen’. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Voor protestantse jongetjes moet het een hele belevenis zijn geweest om naar te kijken.

Lambertuskerk in Rotterdam Kralingen

De Lambertuskerk ligt aan de andere kant van de Hoflaan. Aan de kant van de Oudedijk staat de protestantse kerk, de Hoflaankerk. De Lambertuskerk is van de katholieken. Ik ben er nog nooit geweest. En zodra ik binnenstap, stap ik de profane sfeer binnen. Bakstenen muren, zelfs de pilaren zijn gemetseld van bakstenen, fijne voegen en dunne stenen.

De muren zijn mooi beschilderd, net als het tongewelf. Met grote medaillons waarin verschillende aspecten van de schepping worden uitgelicht zoals de zon, de zee en de sterren. Bij dat alles staan Latijnse spreuken. En de rest van het gewelf is blauw beschilderd.

Het orgel zit hoog weggestopt op een koorzolder. Vanuit de kerk oogt het klein. Het is ook niet zo heel groot, maar ik heb buiten al iets van de brede klank gehoord. Ik ben namelijk net te laat voor de demonstratie van het orgel en de toelichting over Maarschalkerweerd-orgels. Wel ben ik ruim op tijd voor het concert.

4 organisten op 4 cd’s

De 4 organisten van de 4 cd’s presenteren een gedeelte van hun uitvoering op een cd. Het orgel van de Rotterdamse Lambertus komt op de cd’s niet voor. Het is een tactische oplossing hiervoor te kiezen, zo blijkt. Daarmee vermijd je de discussie op welk orgel van de 12 de presentatie is. Het is op geen van allen, maar een ander, ook heel mooi orgel van Maarschalkerweerd.

Want dat is meteen bij het allereerste muziekstuk duidelijk: de orgels van Maarschalkerweerd zijn herkenbaar. Ze bevatten allemaal een brede grondtoon, hoe klein ze ook zijn, klinken vol en rond. Maar ze weten ook een heel mooie, fijngevoelige mystieke sfeer op te roepen. De combinatie van stemmen, waarbij de stemmen je echt raken en altijd iets in je weten te roeren. Zo kenmerkend voor deze instrumenten. Nooit overheersend, maar heel subtiel in beleving. Voor speler en luisteraar.

Wat heb ik met veel plezier gespeeld op de orgels in Tubbergen. Ik speelde zelf op een klein Maarschalkerweerd in Langeveen, zelfs dat orgel, waar veel mankeerde aan de intonatie, wist die sfeer op te roepen.

Lees het vervolg: Vierne en Reger in Rotterdam

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Matters 80e verjaardag

Een bijzonder verjaardagspartijtje is de verjaardag van Bert Matter. Hij is 80 jaar geworden. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Vroeger zou ik nu echt oud zijn geweest.’ De jarige wordt getrakteerd op een prachtig concert van 4 van zijn leerlingen.

In een afgeladen kerk spelen Cor Ardesch, Berry van Berkum, Klaas Stok en Johan Luijmes. Centraal staan als heuse pijlers de Bachkoralen ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ (BWV 663 en 662) en ‘Nun komm der Heiden Heiland’ (BWV 599). Liederen die Bert Matter in zijn (kerk)muzikale praktijk ook vaak aanhief.

Spektakel

Het spektakel zit in de improvisatie. Als er iets is waar Bert Matter bekend om is, dan zijn het zijn bezielende improvisaties. Vooral op het bijzondere orgel waar hij 33 jaar organist op is geweest: het Baderorgel uit 1643. Het is een prachtig instrument, waarop een improvisatie een mystieke ervaring wordt. Dat bewijzen ook de 4 organisten op Bert Matters verjaardag.

De jarige staat helemaal in het zonnetje. Elke leerling uit zich op zijn heel eigen wijze. De minimal music klinkt wel door in de improvisaties, maar elk op een heel eigen wijze. Net als dat de nieuwste compositie van Bert Matter ‘Deus Creator Omnium’ ook aansluit in zijn kenmerkende stijl.

Ervaring

Het luisteren naar een improvisatie is vooral een ervaring. Misschien is het wel, zoals Jan Jongepier het noemde, een combinatie van publiek en muzikant. Dat een hele kerk vol mensen doodstil luistert naar een improvisatie. Het verhaal waarnaar je luistert is uniek en als de klank wegsterft is de improvisatie vervlogen.

Ook nu beleef ik zo’n ervaring bij de improvisatie van Klaas Stok. Met minimale klankverschuivingen roept hij een bijzonder verstilde sfeer op in zijn improvisatie over ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Compleet met de aanvulling van de menselijke stem. De bovenstem in zijn grillige verloop wekt de suggestie van vogelzang.

Daar vermengt zich de oervorm van de muziek: vogelzang en de menselijke stem. De diepe grondtonen maken het bijna tot een middeleeuwse belevenis en dat alles heel eenvoudig. In mijn ogen de essentie van muziek, alle opsmuk eraf en bij de kern blijven. Een bijna onmogelijke taak, maar wel minimaal!

Warme aanraking

Zo benadrukt de jarige zelf ook in zijn toespraak. Hij heeft er alle vertrouwen in met zijn opvolger en de muzikale sfeer in de kerk. Wel ziet hij hoe het gebouw in de wintermaanden niet gebruikt wordt. Het orgel heeft juist in die koude periode een warme aanraking nodig. Het instrument is zijn leermeester geweest en tegelijkertijd houdt hij van dit orgel als is het zijn vrouw. Daarom pleit hij ook voor het zorgvuldig beheer van ons cultureel erfgoed, waaronder dit bijzondere orgel hoort.

En terwijl ik na de drukke receptie weer door de stille straten van Zutphen loop in de avondzon, vraag ik mij af of je dit overal kunt bereiken. Je hebt wel een prachtig gebouw, een schitterend orgel en eeuwenoude traditie binnen handbereik. Hoe doet die organist dat in het kleine dorpskerkje op een orgel van 50 jaar oud? Is het daar ook op te roepen of blijft het beperkt tot slechts enkele indrukken op de verjaardag van een 80-jarige organist?

Intermezzo – #fietsvakantie

Het maakt mij weemoedig. Terugdenkend aan het plotselinge afscheid dat ik nam van het koor in Langeveen. Het kerkbestuur wilde met mij afspraken maken, maar ik voelde mij beknot.

De motivatie verdween. Ik moest weg bij de krant en het moment dat ik een andere baan kreeg, ver weg, heb ik aangegrepen afscheid te nemen van het koor. Zonder ze nog een keer te ontmoeten, verdween ik. Het niet is niet altijd makkelijk afscheid te nemen.

Thuisgekomen ga ik op zoek naar het koor van Langeveen. Ik lees van de leden die er niet meer zijn. Een groot interview met de koorleden, waarbij ze allen die er niet meer zijn.

De dirigent Nico is overleden, vrij snel nadat ik het koor verliet. Gestreden tegen een ernstige ziekte, overwonnen, maar dan ineens is het afgelopen.

Of Theo, die mij naar Langeveen haalde. Hij is er ook niet meer. Het maakt mij nog weemoediger dan ik al ben. Hoe zou het gegaan zijn als ik gebleven was. Zou het orgel nog weleens bespeeld worden?

De foto ziet er gelukkig uit en ik herken nog een paar gezichten. Hoe ik weer verder gegaan ben en zij weer. Mensen achterlatend die hun eigen weg hebben gevonden. Het kerkkoor van Langeveen. Het heeft een warm plekje in mijn hart. Al heb ik best wel ruw afscheid van ze genomen.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Dichter in Genua

Als het schip Titanic in de haven van Genua aanmeert, legt de verteller van de roman Het valse seizoen een leuke link met de werkelijkheid. 1 van de 3 personages, de componist Pablo Sleedoorn gaat van het schip af en bezoekt meteen een beroemde Nederlandse dichter.

Het is natuurlijk Ilja Leonard Pfeiffer die vorig jaar zijn imposante brievenboek over Genua uitbracht. En in 2014 met de roman La Superba over zijn geliefde Italiaanse stad nog de Libris literatuurprijs won.

Ik heb met Pablo een ommetje gemaakt en een bordje pasta gegeten op het Piazza delle Erbe waar we gezelschap kregen van een dikke langharige dichter uit Nederland die Pablo vroeger gekend had en die hier bleek te wonen.
‘Ah, kijk eens aan!’ klonk de bronzen basstem vanonder een luifel. ‘Pablo Sleedoorn… Wat een genoegen om jou hier te zien.’ (368)

Voor Camiel roept Genua herinneringen op aan de film over Paganini. Hij speelt hierin de vingerzettingen die de actueur Paolo Masterelli niet machtig is.

In de smalle stegen bij de haven rook het afwisselend naar voedsel, urine en schoonmaakmiddelen. (367)

De sfeer van de roman en het brievenboek van Ilja Leonard Pfeiffer ademt dit fragment slechts gedeeltelijk. Je proeft hier wel de fascinatie van de Nederlandse dichter voor deze rauwe stad. Dit is niet het Italië dat de meeste mensen kennen, merkt de verteller op. De steegjes in deze stad hebben dezelfde atmosfeer als de stegen rond de Amsterdamse Zeedijk.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

Fantaseren over de werkelijkheid

Christiaan Weijts integreert in zijn romans de hedendaagse werkelijkheid op een bijzondere manier in het verhaal. Zo schrijft hij in Euforie over een aanslag in Den Haag, waarbij hij refereert naar aanslagen in Madrid en Londen.

De nieuwste roman Het valse seizoen biedt veel ruimte voor de aanslag in Parijs op het cartoonistenblad Charlie Hebdo. Deze gebeurtenis krijgt een plekje voor het personage Nadège. Een foto van haar circuleert op de voorpagina van Libération en krijgt daarmee een heldenrol.

Daar stond ze, Nadège. Met haar viool het middelpunt van de verzamelde menigte op de place de la République. Met haar warmrode altviool als enige kleur in die zwartgeklede massa met hun zwarte JE SUIS CHARLIE-bordjes. (207)

Ze staat daar en speelt. Muziek verbindt. Het gebeurt rond de tijd dat ze wordt uitgenodigd om op de gereconstrueerde Titanic mee te komen spelen in het ensemble. De foto op de voorpagina in de krant is de reden voor de dirigent om haar aan te nemen. Hij neemt er Camiel maar voor lief bij in het orkest op het cruiseschip.

De bouw van dit schip heeft Christiaan Weijts evenmin verzonnen. Het is een serieus initiatief van de Australische miljardair Clive Palmer. In 2018 moet dit schip klaar zijn en de route varen die het in 1912 voor het eerst voer.

Naast de aanslagen in Parijs, spelen ook de ramp met vlucht MH17, de onthoofdingen in de woestijn door Islamitische Staat en de Zwarte pietendiscussie een rol in de roman. Het zijn actuele dingen die Christiaan Weijts op een originele manier uitlicht. Net als dat de personages rondlopen met mobieltjes en elkaar whatsappen.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

De 7 kruiswoorden in improvisaties en gedichten

Ik was er al een tijdje mee bezig, langzaam alles bij elkaar spelend, improviseerde ik op mijn harmonium over de 7 verschillende kruiswoorden. De woorden die Jezus zou hebben uitgesproken toen hij aan het kruis hing.

Voor de componist Charles Tournemire is het een inspiratiebron geweest. Het leverde een muzikaal portret op van meer dan een uur aan muziek. Vanavond bezoek ik een concert in Doesburg. Al voorbereidend maakte ik vandaag 7 gedichten op mijn blog wolkenhemel en publiceerde de bijbehorende improvisaties.

Niet allemaal even geweldig. Ik heb zelfs vandaag nog 2 nieuwe gemaakt. Wel een prachtige manier om mij voor te bereiden op het concert dat ik vanavond bezoek.

7 gedichten over 7 kruiswoorden

  1. Geen idee
  2. Alles komt goed
  3. Achteloos vol
  4. Onverlaat
  5. Liefde
  6. Volbracht (vanaf 18 uur)
  7. Toekomst (vanaf 19 uur)

Beluister de bijbehorende improvisaties

Speellijst van improvisaties

Ongevoelig voor muziek

Het personage Camiel zegt aan het begin van Het valse seizoen dat hij ongevoelig geworden is voor muziek. De muzikant verliest zijn binding met de muziek die hij maakt. Het bedreigt dan ook het kwartet waarin hij speelt.

Grote inspiratiebron voor deze ongevoeligheid is het meisje Nadège. Camiel hoort haar spelen bij de Parijse metro. Het zet zijn wereld op zijn kop:

Hier stond een vrouw, jong, vijfentwintig of zo, en beroerd speelde ze allerminst. Er was iets vreemds aan haar spel, iets – dat was het eerste woord dat er in me opkwam – alarmerends. Van dichtbij was haar klank uitgesproken warm en secuur gefraseerd, maar af en toe gaf haar instrument een rare, beklemmende snik, die de huid van mijn nek liet samentrekken, ook al zong meteen daarop alles weer glaszuiver. (12)

De verwarring die deze ontmoeting veroorzaakt, is de bron voor deze roman. Christiaan Weijts weet hiermee een sfeer op te roepen zoals ik dat ken uit Doktor Faustus van Thomas Mann.

Dit boek las ik tijdens mijn studie. Het behandelt eveneens het dilemma tussen kunst en kitsch. De keuze tussen populariteit en eigenheid. Ben je als kunstenaar om de mensen te vermaken of is wat je maakt helemaal voor jezelf? Een duivels dilemma. Speel je waar je zelf van kunt genieten of speel je wat je publiek wil horen?

Christiaan Weijts geeft het verhaal van Thomas Mann een mooie eigentijdse invulling. Hierbij integreert hij dingen uit de hedendaagse werkelijkheid op een spannende manier in de roman. Bijvoorbeeld het krankzinnige idee om de Titanic op ware grote na te bouwen en met dit cruiseschip de wereld rond te varen.

In de roman van Christiaan Weijts ontmoeten de personages elkaar op dit schip. Ze zijn daar letterlijk onderdeel van een ensemble dat op het schip de muziek uitvoert op authentieke instrumenten uit de tijd van de bouw van het schip.

Naast de 2 muzikanten Nadège en Camiel is er namelijk ook de componist Pablo Sleedoorn. Camiel heeft vroeger een summerschool bij hem gevolgd. Het is een prachtig verhaal vol jeugdige passie en begeerte. Hoe erotiserend muziek werkt, maar hoe het samenspelen elkaar ook jaloers maakt en waanzinnig.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

Howells Collegium Regale

Dé ontdekking van de afgelopen weken is wel de cd met koormuziek van Herbert Howells (1892 – 1883). De leidraad van de door Hyperion uitgebrachte cd door het Trinity College Cambridge Choir is Howells Collegium Regale. Dit is de standaard liturgie voor een Engelse communieviering. Howells heeft hierbij wel zowel de liturgie voor in de morgen en in de avond gehanteerd.

Howells schreef deze op een bijzonder moment: midden in de Tweede Wereldoorlog. Hij verving in die periode de organist van het St. Johns’ College. Het intellectuele klimaat in Cambridge stimuleerde hem om de muziek bij het Collegium Regale te schrijven. Het is indrukwekkende kerkmuziek geworden die boven veel andere (Engelse) muziek uitsteekt. Waarbij het orgel uitblinkt en echt in samenspel met het koor klinkt, als onderdeel in plaats van als begeleidingsinstrument.

Jubilate

De opening van de cd met de morgenzang Jubilate. De tekst is van psalm 100 en bejubelt God. Een vreugdevoller begin is niet mogelijk. Het is prachtig om dit lied te horen in de nieuwe uitvoering. Heel overtuigend en sterk. Zeker ook door de ruimtelijke werking waar het is opgenomen: in de Coventry Cathedral. Een betere plek is voor deze moderne, (na)oorlogse muziek niet denkbaar.

Wat onmiddellijk opvalt, is de sterke dynamiek die Howells in het werk brengt. De muziek sleept je door alle emoties heen, slingert van luid tot nauwelijks hoorbaar. Daarmee sluit hij heel direct aan op de tekst. Aan het einde van Jubilate is de combinatie met de Orchestral Trumpet 8′, hier klinkend als de tuba, hét soloregister en luidste register op een Engels orgel.

Muziek om echt van te genieten. De kern wordt gevormd door de muziek rond de Office of the Holy Communion, de eigenlijke dienst. De rest van de cd sluit hier heel mooi bij aan en zou zo de samenstelling van een Evensong kunnen zijn. Zeker ook omdat de liederen die buiten het Collegium Regale vallen, erg mooi en passend gekozen zijn. Neem het lied “I love all beauteous things” op tekst van Robert Bridges.

“I love all beauteous things”

Prachtige muziek, waarbij ook hier Howells de tekst op de voet volgt en prachtig weet te grijpen in de muzikale uitdrukking. Het ritme van de tijd weerklinkt in de opening en slingert door het hele muziekstuk heen. Hoe kun je mooier een gedicht omzetten in muziek bij deze tekst?

And man in his hasty days
Is honoured for them.

De schepping van dit muziekstuk sluit hier naadloos op aan. De klimmende mannenstemmen die afgewisseld worden door de hoge, dalende vrouwenstemmen. Daarbij een eindakkoord in kwintligging. Schitterend. Kippenvel gewoon…

Nunc Dimittis
De herhaling van motieven zoals in het Nunc Dimittis, het 2e lied dat in de avondviering gezongen wordt. Het maakt dit lied heel overtuigend en neemt de luisteraar mee. Tekst en muziek volgen elkaar op de voet en de woorden worden treffend in muziek omgezet. De herkenning en werking van de harmonieën maken het tot een toegankelijk werk dat meteen eigentijds is. Een prestatie die Howells tot een heel bijzondere componist maakt.

Daarbij geldt ook dat de uitvoering door Trinity College Choir Cambridge onder leiding van Stephen Layton. Hij weet hierbij de muziek van Howells heel overtuigend tot klinken te brengen. Het gaat met een hoge mate van sensitiviteit. Net als de keuze om de cd af te sluiten met het Te Deum, het openingslied voor de ochtenddienst. Met dezelfde vreugde als waarmee de cd opent, eindigt deze.

Een geniale vondst, die je als luisteraar extra blij achterlaat en bijna oproept om de cd meteen weer opnieuw te draaien. In combinatie met de ruimte waarin het is opgenomen, krijg je hiermee een sfeer die alleen bij een Evensong in een Engelse kathedraal is te evenaren…

Stoere piemels

img_20161106_143028.jpgDe verhalenbundel De stadsvogelaar van Jip Louwe Kooijmans is heerlijk om te lezen. Hij schrijft op een aanstekelijke manier over de vogels en mensen die hij tegenkomt. Tussendoor tokkelt hij graag op zijn gitaar. Het is een mooie combinatie: muziek maken en naar vogels kijken en luisteren.

Als de verteller op een dag in de supermarkt staat te wachten voor de kassa, komt er een heel aantrekkelijk liedje op zijn pad. Een peuter gaat pontificaal in de open ruimte voor de kassa’s staan:

Hij stak zijn handen in zijn zakken, duwde zijn kruis naar voren en begon luidkeels te zingen: stoere piemel, stoere piemel! Stoere piemel, stoere piemel! (68)

Hij zingt zo toonvast en in een staccato metrum dat het de verteller enthousiasmeert. Hij hoort er een leuk deuntje in voor een liedje. Hij snelt met de boodschappen naar huis, legt de gitaar op zijn knie en slaat het eerste akkoord aan:

Voor het raam hingen mantelmeeuwen roerloos in de wind. Zoals ze daar de dag hiervoor ook hingen en – mits het weer niet om zou slaan – morgen ook weer zouden hangen. Ik keek naar de meeuwen en ik keek naar mijn gitaar. Misschien is het niet de dag dat de wereld verandert, dacht ik bij mijzelf. (70)

Het is die heerlijke ontnuchtering van de vogels die je als lezer ook wakker maakt. De schoonheid van buiten is sterker dan de schoonheid van binnen dat je alleen maar stil kunt zijn.

Ik herken veel in die heerlijke verhalen van Jip Louwe Kooijmans. Hij weet het zo treffend uit te drukken, terwijl de vogels altijd aanwezig zijn. Ze vliegen hoog, vliegen laag of drijven. Maar ze zijn er. In alle verhalen.

Jip Louwe Kooijmans: De stadsvogelaar & andere verhalen. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt, 2016. ISBN: 978 94 6153 9182. 110 pagina’s. Prijs: € 12,95.Bestel