Categorie archief: organist

Vierne en Reger in Rotterdam

Ook op deze vrijdagavond hoor ik het: Vierne en Reger. Ze klinken prachtig op het orgel in de Lambertuskerk van Rotterdam Kralingen. De wisselende sferen bij deze presentatie van de cd-box Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd, van uitbundig tot ingetogen, en van vreugdevol tot weemoedig. Allemaal zijn heel mooi tot uiting te brengen op dit instrument.

Het is genieten, vooral van het deel Stéle pour un enfant défunt uit de Tryptique van Louise Vierne. Een fijngevoelige uitvoering van de Schiedamse organist Arjen Leistra. De lichte zweving aan het einde van dit muziekstuk, geeft dit stuk extra kracht. In zijn tijd als organist van de Hoflaankerk nam Arjen Leistra op dit orgel enkele orgelwerken van Franz Liszt op.

Gerrit Christiaan de Gier laat een andere Franse kant van het orgel horen in de tweede sonate van C.F. Hendriks. Deze Nederlandse componist schreef in een mooie Franse stijl. Ik ken zijn variaties op psalm 107 en betrap de 2e sonate op enkele gelijkenissen.

Improvisatie

De improvisatie van Gerben Mourik biedt juist ruimte om enkele andere kanten van het orgel te laten horen. De fluiten nodigen uit, in combinatie met de strijkers, een hemelse klank. Muziek die echt door de ruimte zingt. Om die sacrale sfeer op te roepen. De opening van het thema gespeeld met de basson van het zwelwerk, is al geweldig. Met de diepe klank van de subbas, krijgt het geheel een prachtige basis. Genieten!

Dat geldt zeker ook van de muziek van Hendrik Andriessen. Op de cd spelen 3 organisten werk van deze Haarlemse componist, waaronder een paar grote werken. Het herinnert mij aan de begintijd van mijn liefde voor het orgel, het Andriessenjaar. Veel muziek op de radio, waaronder de Sonata da Chiesa.

Een werk met bijzonder thema dat veel verwantschap heeft met Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. De variatiereeks bevat een hoog improvisatorisch gehalte. De fraaie variatie met de cornet, zoals altijd bij Maarschalkerweerd een fel ding dat goed van zich laat horen in de interpretatie van organist Eric Koevoets. Hij is de vaste bespeler van dit instrument. Een mooie afsluiting van het concert.

Groot scherm

Blijft wel jammer het grote scherm waarop je de organisten kunt zien spelen. Ik merk dat het vooral afleidt. Ik wil gewoon lekker luisteren en de omgeving in mij opnemen. Die omgeving die bij Maarschalkerweerd zo belangrijk is. Zeker om op YouTube te bekijken is de speeltafel ideaal.

Voor een concert draait het om de ruimte die nu hinderlijk wordt verstoord door een enorm wit scherm waarop je kale mannen ziet en registranten die op het verkeerde moment een bladzijde willen omslaan. Dat de organist zich hier niet door laat afleiden is prachtig, maar deze kleine ramp was onopgemerkt gebleven zonder scherm.

Ik ben het met spreker Hans Fidom eens dat elke organist op hetzelfde orgel het instrument weer van een andere kant laat horen. De concerten die ik laatste maanden heb bezocht waren allemaal met meerdere organisten. Het geeft daarmee het instrument meerdere dimensies. En je leert er vooral van dat muziek maken een samenspel van instrument en muzikant is.

Na afloop genieten we nog na in de prachtige tuin naast de kerk. Het publiek heeft 1 grote overeenkomst: de bewondering voor deze bijzondere orgelbouwer. Want daarvan zijn we wel overtuigd na het horen van deze presentatie door de 4 organisten op dit bijzondere orgel.

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Maarschalkerweerd in veelvoud

Zo’n heerlijke avond in juni. Het is best een trip om even op vrijdagavond heen en weer te rijden naar Rotterdam. De cd-presentatie van de cd-box met 4 cd’s van 4 toporganisten op maar liefst 12 verschillende orgels van Maarschalkerweerd. Ik kan daar moeilijk van wegblijven. Van deze kant Rotterdam binnengereden, kom ik op een bekende onbekende plek: de Oostzeedijk.

Aan de andere kant van de Hoflaan is mijn vader geboren en opgegroeid aan de Oudedijk. Hier ligt de kerk beduidend lager achter de hoge dijk waar iets verderop de Nieuwe maas ligt. In de verte de binnenstad met de vele hoogbouw. Hier oogt Kralingen echt dorps.

Als het dorp dat meer dan een eeuw geleden werd ingelijfd bij Rotterdam. En waar mijn familierotsen liggen. Mijn opa schijnt zelfs vroeger met kerst naar de Lambertuskerk te zijn gegaan om te kijken naar het ‘kindje wiegen’. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Voor protestantse jongetjes moet het een hele belevenis zijn geweest om naar te kijken.

Lambertuskerk in Rotterdam Kralingen

De Lambertuskerk ligt aan de andere kant van de Hoflaan. Aan de kant van de Oudedijk staat de protestantse kerk, de Hoflaankerk. De Lambertuskerk is van de katholieken. Ik ben er nog nooit geweest. En zodra ik binnenstap, stap ik de profane sfeer binnen. Bakstenen muren, zelfs de pilaren zijn gemetseld van bakstenen, fijne voegen en dunne stenen.

De muren zijn mooi beschilderd, net als het tongewelf. Met grote medaillons waarin verschillende aspecten van de schepping worden uitgelicht zoals de zon, de zee en de sterren. Bij dat alles staan Latijnse spreuken. En de rest van het gewelf is blauw beschilderd.

Het orgel zit hoog weggestopt op een koorzolder. Vanuit de kerk oogt het klein. Het is ook niet zo heel groot, maar ik heb buiten al iets van de brede klank gehoord. Ik ben namelijk net te laat voor de demonstratie van het orgel en de toelichting over Maarschalkerweerd-orgels. Wel ben ik ruim op tijd voor het concert.

4 organisten op 4 cd’s

De 4 organisten van de 4 cd’s presenteren een gedeelte van hun uitvoering op een cd. Het orgel van de Rotterdamse Lambertus komt op de cd’s niet voor. Het is een tactische oplossing hiervoor te kiezen, zo blijkt. Daarmee vermijd je de discussie op welk orgel van de 12 de presentatie is. Het is op geen van allen, maar een ander, ook heel mooi orgel van Maarschalkerweerd.

Want dat is meteen bij het allereerste muziekstuk duidelijk: de orgels van Maarschalkerweerd zijn herkenbaar. Ze bevatten allemaal een brede grondtoon, hoe klein ze ook zijn, klinken vol en rond. Maar ze weten ook een heel mooie, fijngevoelige mystieke sfeer op te roepen. De combinatie van stemmen, waarbij de stemmen je echt raken en altijd iets in je weten te roeren. Zo kenmerkend voor deze instrumenten. Nooit overheersend, maar heel subtiel in beleving. Voor speler en luisteraar.

Wat heb ik met veel plezier gespeeld op de orgels in Tubbergen. Ik speelde zelf op een klein Maarschalkerweerd in Langeveen, zelfs dat orgel, waar veel mankeerde aan de intonatie, wist die sfeer op te roepen.

Lees het vervolg: Vierne en Reger in Rotterdam

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Matters 80e verjaardag

Een bijzonder verjaardagspartijtje is de verjaardag van Bert Matter. Hij is 80 jaar geworden. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Vroeger zou ik nu echt oud zijn geweest.’ De jarige wordt getrakteerd op een prachtig concert van 4 van zijn leerlingen.

In een afgeladen kerk spelen Cor Ardesch, Berry van Berkum, Klaas Stok en Johan Luijmes. Centraal staan als heuse pijlers de Bachkoralen ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ (BWV 663 en 662) en ‘Nun komm der Heiden Heiland’ (BWV 599). Liederen die Bert Matter in zijn (kerk)muzikale praktijk ook vaak aanhief.

Spektakel

Het spektakel zit in de improvisatie. Als er iets is waar Bert Matter bekend om is, dan zijn het zijn bezielende improvisaties. Vooral op het bijzondere orgel waar hij 33 jaar organist op is geweest: het Baderorgel uit 1643. Het is een prachtig instrument, waarop een improvisatie een mystieke ervaring wordt. Dat bewijzen ook de 4 organisten op Bert Matters verjaardag.

De jarige staat helemaal in het zonnetje. Elke leerling uit zich op zijn heel eigen wijze. De minimal music klinkt wel door in de improvisaties, maar elk op een heel eigen wijze. Net als dat de nieuwste compositie van Bert Matter ‘Deus Creator Omnium’ ook aansluit in zijn kenmerkende stijl.

Ervaring

Het luisteren naar een improvisatie is vooral een ervaring. Misschien is het wel, zoals Jan Jongepier het noemde, een combinatie van publiek en muzikant. Dat een hele kerk vol mensen doodstil luistert naar een improvisatie. Het verhaal waarnaar je luistert is uniek en als de klank wegsterft is de improvisatie vervlogen.

Ook nu beleef ik zo’n ervaring bij de improvisatie van Klaas Stok. Met minimale klankverschuivingen roept hij een bijzonder verstilde sfeer op in zijn improvisatie over ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Compleet met de aanvulling van de menselijke stem. De bovenstem in zijn grillige verloop wekt de suggestie van vogelzang.

Daar vermengt zich de oervorm van de muziek: vogelzang en de menselijke stem. De diepe grondtonen maken het bijna tot een middeleeuwse belevenis en dat alles heel eenvoudig. In mijn ogen de essentie van muziek, alle opsmuk eraf en bij de kern blijven. Een bijna onmogelijke taak, maar wel minimaal!

Warme aanraking

Zo benadrukt de jarige zelf ook in zijn toespraak. Hij heeft er alle vertrouwen in met zijn opvolger en de muzikale sfeer in de kerk. Wel ziet hij hoe het gebouw in de wintermaanden niet gebruikt wordt. Het orgel heeft juist in die koude periode een warme aanraking nodig. Het instrument is zijn leermeester geweest en tegelijkertijd houdt hij van dit orgel als is het zijn vrouw. Daarom pleit hij ook voor het zorgvuldig beheer van ons cultureel erfgoed, waaronder dit bijzondere orgel hoort.

En terwijl ik na de drukke receptie weer door de stille straten van Zutphen loop in de avondzon, vraag ik mij af of je dit overal kunt bereiken. Je hebt wel een prachtig gebouw, een schitterend orgel en eeuwenoude traditie binnen handbereik. Hoe doet die organist dat in het kleine dorpskerkje op een orgel van 50 jaar oud? Is het daar ook op te roepen of blijft het beperkt tot slechts enkele indrukken op de verjaardag van een 80-jarige organist?

Tournemire in Doesburg

De 7 orgelkoralen bij de woorden van Jezus aan het kruis. De meditaties die de Franse componist en organist Charles Touremire (1870 – 1939) bij de laatste woorden van Jezus, schreef zijn indrukwekkende passiemuziek.

7 verschillende zinssneden

Als je alle evangeliën bij elkaar neemt, kom je op 7 verschillende zinssneden. Ik maakte met deze bijzondere compositie van Charles Tournemire bijna 25 jaar gelden kennis. Ze werden uitgevoerd op het net gerestaureerde orgel in de Sint Servaas van Maastricht door een onbekende organist. Ene Marc Brefield, zoals ik uit de woorden van Kro-presentator Jos Leussink hoorde.

Het aantal uitvoeringen in de paasperiode in Nederland van Tournemires Sept chorales-poèmes pour les sept dernières paroles de Xrist, op. 67 uit 1935 is minimaal. Een aantal jaren geleden voerde de Haarlemse organiste Gemma Coebergh regelmatig dit imposante muziekstuk uit. Ik hoorde het imposante muziekstuk voor het eerst live in 2013 in het Orgelpark, uitgevoerd door Tournemire-adept Tjeerd van der Ploeg.

De uitvoering van Wilbert Berendsen in de Grote of Martinikerk in Doesburg is veelbelovend. Zodoende reis ik met mijn vader af naar Doesburg voor het concert dat op Goede Vrijdag om 21 uur begint. Een handjevol mensen in de koude kerk. Als de verwarming aangaat, raakt het orgel snel ontstemd wat de luisterkwaliteit weer niet ten goede komt. Ik vind het niet zo erg.

Verdwenen programmaboekjes

De programmaboekjes met achtergrondinformatie zijn ook op een raadselachtige manier verdwenen, daarom geeft concertant Wilbert Berendsen vooraf mondelinge toelichting. Het is zeker een interessant product van zijn tijd. De ontstaanstijd, in het Parijs van 1935 met andere spelers als Louis Vierne en Charles Widor. De laatste was zijn leraar. Daarnaast namen als Marcel Dupre en Olivier Messiaen.

Deze beide laatste organisten halen veel inspiratie uit het werk van Charles Tournemire. De beide organisten zijn vaak naar de missen geweest die Touremire begeleidde op zijn orgel in de Basilique Sainte-Clotilde. Of zoals Wilbert Berendsen het zei: ‘Als hij nog zou leven, zou ik zeker even naar Parijs zijn gegaan om te luisteren.’

De muziekstuk van Charles Tournemire is natuurlijk voor het Frans-symfonisch orgel bedacht en het orgel in Doesburg is de Duitse tegenhanger hiervan. Toch ben ik erg onder de indruk hoe deze muziek in Doesburg klinkt. Wilbert Berendsen heeft ook erg veel werk gemaakt van de registraties. Hij laat het instrument op alle mogelijke manier horen.

Symfonische gedichten

Elk koraal is een symfonisch gedicht waarin de meditatie voorop staat. Ieder kruiswoord krijgt daarmee een prachtige vertolking in de koralen van Charles Tournemire. Hierbij speelt het Gregoriaans slechts een licht verwijzende rol. De motieven zijn wel door alle 7 koralen verweven en klinken melancholisch, dramatisch en ingetogen tegelijk.

In zijn uitvoering is Wilbert Berendsen niet altijd even zorgvuldig, maar dat vergeef ik hem. Hij weet namelijk wel de juiste snaar te raken: hij roept in de protestantse kerk van Doesburg heel mooi de mystieke sfeer van Tournemire op.

Ingetogen laatste delen

Met name in het fluitenspel of de zeer ingetogen laatste delen, waar je als luisteraar meer en meer meegaat in het hoofd van een stervende. De doodstrom roffelt door de gewelven in de diepe pedaaltonen. Daarbij de geliefde registercombinatie van Charles Tournemire bestaande uit vox humana (een Frans model in Doesburg), voix celeste en tremulant, met vaak een bourdon en gambe. En Doesburg heeft mooie tremulanten: voor elke emotie 1.

De combinatie van het grote orgel met de ruimte helpen mee om het muziekstuk zijn diepere lading mee te geven. De hoge fluiten in combinatie met de diepe pedaaltonen, waarbij het geluid echt door de gewelven cirkelt als een heuse wervelwind. Het draagt bij aan een mooi concert op een bijzondere avond. De donkere kerk helpt verder mee aan de mystiek. En zo voel je op deze avond even verbonden met allen die er zijn en die er niet meer zijn.

Duitse orgel-verrassingen

image

De orgels die Gerben Mourik in zijn cd-serie Audite Nova behandelt, zijn naoorlogse instrumenten. Orgels gebouwd in de periode van de wederopbouw. Op de derde uitgave, een dubbelcd, bespeelt hij 2 grote orgels in Duitsland: het orgel van Bosch en Bornefeld in de Martinskirche te Kassel. Het andere instrument is het Klais-orgel in de Kiliansdom te Würzburg.

Op de cd’s klinken een paar mooie verrassingen. De eerste cd laat 2 Preludia en Fuga’s van Jan Koetsier horen. Onbekende werken die zeker de moeite van het beluisteren waard zijn. De tongwerken komen heel overtuigend over in het Preludium van nummer II in D. In de fuga kiest Gerben Mourik voor de gemshoorn en roerfluit, waarbij de Oktavbass mooi de basis legt.

Het instrument van Werner Bosch en de organist Helmut Bornefeld bezit een heel poëtisch klankpalet van fluiten en wijde fluiten als de nachthoorn.

De Triptich van Jan Oskar Bender is de andere grote verrassing op de eerste cd. Vooral het laatste is een oorstrelend werk dat als een symfonie voor de nieuwe wereld klinkt, compleet met een krachtige Toccata, een fuga die refereert naar het lied Herzlich tut mich verlangen en een Aria waarin veel gevoeligheid doorklinkt.

Het werk van Bornefeld is minstens zo indrukwekkend. Het moderne werk waarbij de vulstemmen een grote rol vervullen. Heerlijke strijken de registers tegen de haren van de tonale grenzen, zonder ergens te vervelen. De variaties in composities als de Choralpartita Christus, der ist mein Leben of de Pastorale uit Der Herr ist mein getreuer Hirt.

Bornefelds variaties op Nunn komm, der Heiden Heiland lijken de jonge Jan Welmers te hebben geïnspireerd in zijn variaties op dit adventslied. De klankwereld vertoont grote overeenkomsten met het werk dat Gerben Mourik hier laat horen.

Het zijn composities waarbij je afvraagt waarom ze niet vaker uitgevoerd worden. Gerben Mourik haalt ze heel mooi omhoog uit de poel van vergetelheid. Ze sluiten ook heel mooi bij de tekstuele klankbeleving zoals Gerben Mourik ook in improvisaties laat horen. De lang aangehouden hoge tonen hebben een prachtig spanningsverhogend effect.

Voor de 2e cd in de Kiliansdom van Würzburg is veel Nederlands werk gereserveerd. Het werk van Gerrit Wielenga rond het Lied van de Drie Koningen komt verbazingwekkend overtuigend over. Zeker het gedeelte waarin de wijzen uit het Oosten het kind Jezus begroeten, komt heel sterk over.

Het Adagio over psalm 139 van Bert Matter vind ik een mooie compositie. Gerben Mourik weet er een mooi kleurenpalet te schetsen met de 32′ voet-begeleiding in het pedaal. Het werk blinkt uit in eenvoud en het blijkt uitermate geschikt te zijn om uit te voeren op dit grote instrument.

Het orgel in Kiliansdom is werkelijk een juweeltje binnen de cd’s van de serie Audite Nova. Wat een instrument en wat een mogelijkheden heeft dit orgel. Ik heb nooit in het compromisorgel geloofd, maar het horen van de cd van Gerben Mourik lijkt mijn mening te veranderen: het orgel in de Kiliaansdom heeft een heel eigen klank, dat een breed klankspectrum bedient.

Audite Nova 3, Gerben Mourik bespeelt de orgels van de Martinskirche in Kassel en de Kiliansdom in Würzburg. Tuliprecords 2015, TURE 201518. Meer informatie en bestellen: www.auditenova.org

Martinskirche Kassel

image

Het orgel in de Martinskirche te Kassel is van een ander kaliber dan het Klais-orgel in Würzburg.  Dit instrument wordt als eerste gepresenteerd op de dubbel-cd Audite Nova 3 van Gerben Mourik. Het orgel in Kassel is een inspirerend instrument dat Gerben Mourik als laatste opgenomen heeft in zijn oorspronkelijke setting.

De huidige organist van deze kerk wilde een instrument met andere mogelijkheden en heeft dit kostbare instrument verpatst aan een andere kerk. Doodzonde, zoals de cd van Gerben Mourik wel bewijst, want het is een prachtig orgel dat harmonisch samenvalt met de ruimte waarin het staat.

De verhuizing van het orgel betekent het verlies van een bijzonder orgel. De organist Helmut Bornefeld heeft een belangrijke vinger in de pap te roeren gehad bij de bouw van dit orgel. Hij ontwierp de dispositie en de kas.

Daarmee is een bijzonder orgel verdwenen van de oorspronkelijke plek. Hopelijk keert het ooit terug naar deze kerk. De nieuwe plek waar het instrument nu staat is beduidend droger. Ook zijn er kleine aanpassingen gedaan waardoor het orgel van Bornefeld en Bosch veel minder poëtisch is geworden.

Gerben Mourik heeft met zijn cd een mooi klankdocument nagelaten.

Audite Nova 3, Gerben Mourik bespeelt de orgels van de Martinskirche in Kassel en de Kiliansdom in Würzburg. Tuliprecords 2015, TURE 201518. Meer informatie en bestellen: www.auditenova.org

Audite Nova op Klais en Bosch

image

De organist Gerben Mourik presenteert vandaag zijn derde cd in de serie Audite Nova. Hij doet dit op een studiedag rond het neobarok-orgel in Bunnik. Het Flentrop-orgel in de Barbarakerk klinkt al op de eerste cd in de reeks. Deze cd-serie vormt voor mij een hernieuwde kennismaking met een heel bijzonder soort orgel: het neobarok-orgel.

De derde cd-box is een dubbel-cd op Duitse orgels van Klais en Bosch/Bornefeld. De orgelbeweging vindt zijn oorsprong in Duitsland. Later is het overgeslagen naar Denemarken met de bouwer Marcussen als grote pretendent van de nieuwe beweging.

Op de eerste dubbel-cd’s van de serie maakt de luisteraar kennis met de neobarokke orgels in Nederland. Centraal staat het orgel dat Marcussen bouwde in de Nicolaikerk van Utrecht. Het is het eerste instrument dat Marcussen in Nederland bouwde.

Er volgenden later nog ruim 10 instrumenten, waaronder in Doopsgezinde kerk in Groningen, Kloosterkerk in Den Haag, Moerdijk en alle 3 de orgels in de Laurenskerk te Rotterdam.

In de tweede cd van de serie, bespeelt Gerben Mourik 3 inspirerende instrumenten in Denemarken. Ze bezitten dezelfde helderheid als het orgel in Utrecht. Daarnaast beschikken de instrumenten vaak over een bovenwerk in een zwelkast dat de verbinding legt met de romantiek.

De orgels in Duitsland zijn van een ander kaliber. Ik hoopte op de instrumenten waarover de makers van de serie spraken in het tweede deel. De orgels om de grote werken van Siegfried Reda en anderen helemaal tot hun recht te laten komen. Instrumenten als van Karl Schuke met veel vulstemmen waar organisten als Augustinus Franz Kropfreiter en Johann Nepomuk David vaak op terugvallen in hun composities.

De orgels op de dubbel-cd zijn hier niet geschikt voor, maar dat betekent niet dat het geen grote orgels zijn. Met name het orgel waarop Paul Damjakob lang speelde in de Kiliaansdom te Würzburg is een instrument dat ongekende mogelijkheden bezit. Dat demonstreert Gerben Mourik wel op zijn cd.

Ik heb de dubbel-cd een week in huis en geniet van de verscheidenheid aan klanken, bijzondere composities en nieuwe geluiden die mijn kamer binnendringen. Wat direct opvalt is dat deze instrumenten weer zo anders klinken als de orgels op de andere cd’s in de serie. Tegelijkertijd is er een grote overeenkomst: de helderheid en de scherpe klank. Een genot om naar te luisteren.

Audite Nova 3, Gerben Mourik bespeelt de orgels van de Martinskirche in Kassel en de Kiliansdom in Würzburg. Tuliprecords 2015, TURE 201518. Meer informatie en bestellen: www.auditenova.org

Psalmen zingen in de Nicolaikerk

image

Gerben Mourik speelt op het Marcussen-orgel in de Utrechtse Nicolaikerk. Het is de productie van de laatste cd van het psalmenproject. Eigenlijk wilde ik ook wel in mei langsgaan toen Peter Sneep op het orgel in Putten speelde, maar ik was door omstandigheden verhinderd.

Dit keer staat het groot in mijn agenda. Ik wilde dit instrument horen als Gerben Mourik het bespeelt en ik was heel nieuwsgierig hoe dit orgel zou klinken met de samenzang. Zo sla ik 2 vliegen in 1 klap.

De ervaring? Overweldigend kan ik met 1 woord zeggen. Het instrument is heel helder en beslaat een breed klankspectrum. Want het is zeker niet alleen de hoge tonen, de fluiten klinken helder zoals fluiten horen te klinken. In combinatie met die typische Marcussen-elementen van spitsfluiten en conische stemmen. Net als de schitterende quintadeen. De prestanten zijn overtuigend, niet zo mollig als romantische prestanten, meer snijdend, maar heel aanwezig en karaktervol.

image

Gerben Mourik heeft hoorbaar plezier in dit instrument. De moderne opening met psalm 2 en later ook met psalm 22, zorgen voor een licht moeizame start. We zijn het niet gewend om zo begeleid te worden. Hij speelt niet alleen op het orgel, hij weet de gemeentezang ook prachtig te bespelen.

Daarnaast haalt hij alles uit het instrument. De treffende echo’s bij psalm 44. De onbekende psalm wordt hiermee tot het hoogtepunt van de middag. Of het stoere spel met quinten waardoor psalm 117 zo strak als een huis staat. Net als de mooie benadering van psalm 84.

image

Allemaal gezongen in de nieuwe berijming. Voor een nostalgiezoeker als ik een lichte teleurstelling. De psalmen van mijn jeugd zijn in de oude berijming, maar het zingt een stuk ritmischer in de psalmberijming van 1967. Teksten die soms verbazingwekkend actueel zijn, zoals in psalm 15 vers 3:

Slechts zij die U verwerpen, Heer,
die zijn verwerplijk in zijn ogen;
maar die U vrezen geeft hij eer,
hij breekt zijn eden nimmermeer,
hij woekert niet met zijn vermogen.

De poëtische tegenstellingen zoals in de oorspronkelijke psalmen staan, komen soms heel mooi terug. En Gerben Mourik weet de tekst soms heel treffend om te zetten in zijn muziek. Zo klinken de cymbels bij het ‘vrolijk feestgedruis’ van psalm 55 en zet hij ‘het duister dicht en zwart’ heel mooi om in de diepe klanken van het Nicolaiorgel.

image

Een heerlijke middag van zingen, waarbij mijn verwachte uur uitdijt tot 2,5 uur. Het staan en de wandeling van en naar de kerk zorgen ervoor dat ik ’s avonds moe op de bank plof. De keel schor, maar dat ligt meer aan mijn verkoudheid. Ik heb genoten al merk ik dat 2,5 uur psalmen zingen wel weer heel veel van het goede is.

Er schuilt zeker nog die gereformeerde bonder in mij, die psalmzingend door het leven gaat. Genoten heb ik van de improvisaties. Soms zo sterk dat ik mij helemaal liet meevoeren door de improvisaties. Hierdoor vergeet ik soms het zingen. Wat had ik graag vroeger zo gezongen als ik hier nu zing. Want de psalmen zijn op hun mooist in zo’n kerk en met zo’n orgel!

image

Ik weet zeker dat ik de cd veel ga beluisteren, want het zingen werkte heel inspirerend onder de bezielde begeleiding van Gerben Mourik.

De gezongen psalmen: 2, 15, 22, 32, 44, 55, 66, 70, 84, 93, 110, 117, 135, 143 en 150. Allemaal in Nieuwe berijming gezongen.

Erbarm dich mein, o Herre Gott

wpid-img_20150906_183621.jpgBij het orgelconcert in Haarlem, 3 weken terug, speelde Anton Pauw een alternatief Kyrie, Gloria en Credo. Het Kyrie was de beroemde bewerking ‘Erbarm dich mein’, BWV 721 van Johann Sebastian Bach. De begeleidende akkoorden onder de uitkomende melodie, worden in een ritme van achtste noten gespeeld. Dit benadrukt het vragen om erbarmen.

Het muziekstuk bezit een grote overeenkomst met het beven van de Israëlieten in de bijbelse sonate van Kuhnau. De voorganger van Bach in Leipzig, gebruikt hier de melodie van ‘Aus tiefer Not’. In de literatuur over het koraalvoorspel ‘Erbarm dich mein’, wordt vaak gewezen op deze overeenkomst.

Geliefd koraalvoorspel

Het koraalvoorspel is een geliefd muziekstuk bij organisten. Een rondje in mijn cd-verzameling laat dit al zien. Ik bezit zo een stuk of 10 uitvoeringen van dit muziekstuk. Een rondgang op youtube, geeft een ander interessant inkijkje over dit muziekstuk. Elke organist heeft zijn eigen voorkeur, tempo en registratiekeuze.

De uitvoering is wel in te delen in 2 kampen: met tremulant en zonder tremulant. In mijn bespreking van het concert in Haarlem, spreek ik ook mijn voorkeur uit. De achtste noten in het muziekstuk zorgen al voor genoeg beven. Daar hoeft echt niet nog een tremulant als
tranentrekker overheen.

Leo van Doeselaar

Een van de mooiste uitvoeringen vind ik van Leo van Doeselaar op het Hagerbeer/Schnitger-orgel in de Grote of Laurenskerk van Alkmaar. Het is een uitvoering waarin veel erbarmen spreekt. Hij speelt het muziekstuk op 16-voetbasis, met de Sesqualter van het rugwerk als uitkomende stem. Door de lage samenstelling van de Sesqualter krijgt het iets heel vrooms. Er is geen tremulant nodig om de roep om erbarmen uit te drukken.

Speurend in mijn cd-verzameling stuit ik op veel tremulant-uitvoeringen. Niet allemaal even elegant, soms ronduit irritant. Ook op youtube blijkt er heel wat te vinden te zijn over dit orgelkoraal. Niet alleen in uitvoeringen op orgel, maar ook in orkestuitvoeringen en op piano klinkt dit orgelstuk van Bach niet onaardig.

Lees over Erbarm dich mein op youtube

Improviseren op kunstwerken

image

Improvisaties op de kunstwerken van Anneke Kaai rond het Credo, een serie van 12 schilderijen elk bij een artikel uit de geloofsbelijdenis. Een dankbaar onderwerp waarbij de schilderes zich niet teveel in abstracties denkt. Ze hanteert herkenbare vormen en weet hier mooie beelden bij op te roepen.

De schilderijen staan opgesteld in een zijbeuk van de Grote of Michaëlskerk van Oudewater. Daar staat het Engelse koororgel ook. De organist van de kerk en stadsorganist van Oudewater voert op dat orgel een zevental improvisaties over de schilderijen uit. Afgewisseld door de geloofsartikelen die voorgelezen worden.

image

Jan Jongepier

Dat beeldende kunst en muziek zich prachtig kunnen vermengen, weet ik al. Ik ken de improvisaties van Jan Jongepier bij kunstexposities die in de Grote kerk van Leeuwarden werden gehouden. Het zijn de improvisaties rond de tentoonstelling Ecce Homo die wel tot de mooiste improvisaties behoren die ik ken van Jan Jongepier.

Jan Jongepier bedient zich in deze improvisaties van een hedendaags klankidioom waarin hij het pijn en lijden samenbalt in gespannen akkoorden en ritmes die associaties oproepen met een componist als Tournemire.

image

Lichte improvisatie

Gerben Mourik doet op zijn koororgel iets heel anders. Hij spint zijn improvisaties niet uit tot diepzinnige overpeinzingen bij de schilderijen. Hij sluit in zijn thematiek mooi aan op de voornamelijk lichte schilderijen, waaruit veel geloof spreekt.

Dat betekent veel gebruik van de fluiten, mooie echo’s en sterke contrasten. Zo krijgen de kleuren een stem. Bovendien maakt hij gebruik van mooie, melancholische melodielijnen.

Soms weet hij iets extra’s op te roepen, zoals in het achtste artikel – Ik geloof in de Heilige Geest – waarin een prachtig verstild Veni creator doorklinkt. Het past mooi bij de warme en lichte zomerdag, de warmte die net buiten de kerk blijft, maar wel doordringt in de sfeer van het koor.

image

Overtuigend instrument

Overigens is het genieten van dit instrument. Het klinkt zo overtuigend in deze kerk. Je zit er dicht op, maar merkt hoe de ruimte de muziek aanvult en teruggeeft. Vooral de fluiten op dit orgel met het zwelwerk maken dit orgel tot een genot om naar te luisteren.

Gerben Mourik weet hiermee een overtuigende reeks improvisaties op de serie Credo van Anneke Kaai te geven. Het zijn eigenlijk korte impressies bij de artikelen. Hij zoekt in het spel wel de kleuringen op die de schilderes gebruikt bij haar interpretatie van de geloofsbelijdenis.

image

Daarmee levert het concert een klankbeleving op van de schilderijen. Al roept het niet de intentie op zoals Jan Jongepier in zijn breed uitgesponnen improvisaties doet. Daarvoor verschilt misschien de thematiek van het lijden en de geloofsbelevenis te sterk. Net als dat een mooie zomerse zaterdagmiddag minder ruimte biedt voor dergelijke zwaarzinnigheid.

Impressie van het orgelconcert dat Gerben Mourik zaterdag gaf bij de 12 schilderijen van Anneke Kaai rond het Credo.