Categorie archief: orgelconcert

Vierne en Reger in Rotterdam

Ook op deze vrijdagavond hoor ik het: Vierne en Reger. Ze klinken prachtig op het orgel in de Lambertuskerk van Rotterdam Kralingen. De wisselende sferen bij deze presentatie van de cd-box Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd, van uitbundig tot ingetogen, en van vreugdevol tot weemoedig. Allemaal zijn heel mooi tot uiting te brengen op dit instrument.

Het is genieten, vooral van het deel Stéle pour un enfant défunt uit de Tryptique van Louise Vierne. Een fijngevoelige uitvoering van de Schiedamse organist Arjen Leistra. De lichte zweving aan het einde van dit muziekstuk, geeft dit stuk extra kracht. In zijn tijd als organist van de Hoflaankerk nam Arjen Leistra op dit orgel enkele orgelwerken van Franz Liszt op.

Gerrit Christiaan de Gier laat een andere Franse kant van het orgel horen in de tweede sonate van C.F. Hendriks. Deze Nederlandse componist schreef in een mooie Franse stijl. Ik ken zijn variaties op psalm 107 en betrap de 2e sonate op enkele gelijkenissen.

Improvisatie

De improvisatie van Gerben Mourik biedt juist ruimte om enkele andere kanten van het orgel te laten horen. De fluiten nodigen uit, in combinatie met de strijkers, een hemelse klank. Muziek die echt door de ruimte zingt. Om die sacrale sfeer op te roepen. De opening van het thema gespeeld met de basson van het zwelwerk, is al geweldig. Met de diepe klank van de subbas, krijgt het geheel een prachtige basis. Genieten!

Dat geldt zeker ook van de muziek van Hendrik Andriessen. Op de cd spelen 3 organisten werk van deze Haarlemse componist, waaronder een paar grote werken. Het herinnert mij aan de begintijd van mijn liefde voor het orgel, het Andriessenjaar. Veel muziek op de radio, waaronder de Sonata da Chiesa.

Een werk met bijzonder thema dat veel verwantschap heeft met Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. De variatiereeks bevat een hoog improvisatorisch gehalte. De fraaie variatie met de cornet, zoals altijd bij Maarschalkerweerd een fel ding dat goed van zich laat horen in de interpretatie van organist Eric Koevoets. Hij is de vaste bespeler van dit instrument. Een mooie afsluiting van het concert.

Groot scherm

Blijft wel jammer het grote scherm waarop je de organisten kunt zien spelen. Ik merk dat het vooral afleidt. Ik wil gewoon lekker luisteren en de omgeving in mij opnemen. Die omgeving die bij Maarschalkerweerd zo belangrijk is. Zeker om op YouTube te bekijken is de speeltafel ideaal.

Voor een concert draait het om de ruimte die nu hinderlijk wordt verstoord door een enorm wit scherm waarop je kale mannen ziet en registranten die op het verkeerde moment een bladzijde willen omslaan. Dat de organist zich hier niet door laat afleiden is prachtig, maar deze kleine ramp was onopgemerkt gebleven zonder scherm.

Ik ben het met spreker Hans Fidom eens dat elke organist op hetzelfde orgel het instrument weer van een andere kant laat horen. De concerten die ik laatste maanden heb bezocht waren allemaal met meerdere organisten. Het geeft daarmee het instrument meerdere dimensies. En je leert er vooral van dat muziek maken een samenspel van instrument en muzikant is.

Na afloop genieten we nog na in de prachtige tuin naast de kerk. Het publiek heeft 1 grote overeenkomst: de bewondering voor deze bijzondere orgelbouwer. Want daarvan zijn we wel overtuigd na het horen van deze presentatie door de 4 organisten op dit bijzondere orgel.

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Maarschalkerweerd in veelvoud

Zo’n heerlijke avond in juni. Het is best een trip om even op vrijdagavond heen en weer te rijden naar Rotterdam. De cd-presentatie van de cd-box met 4 cd’s van 4 toporganisten op maar liefst 12 verschillende orgels van Maarschalkerweerd. Ik kan daar moeilijk van wegblijven. Van deze kant Rotterdam binnengereden, kom ik op een bekende onbekende plek: de Oostzeedijk.

Aan de andere kant van de Hoflaan is mijn vader geboren en opgegroeid aan de Oudedijk. Hier ligt de kerk beduidend lager achter de hoge dijk waar iets verderop de Nieuwe maas ligt. In de verte de binnenstad met de vele hoogbouw. Hier oogt Kralingen echt dorps.

Als het dorp dat meer dan een eeuw geleden werd ingelijfd bij Rotterdam. En waar mijn familierotsen liggen. Mijn opa schijnt zelfs vroeger met kerst naar de Lambertuskerk te zijn gegaan om te kijken naar het ‘kindje wiegen’. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Voor protestantse jongetjes moet het een hele belevenis zijn geweest om naar te kijken.

Lambertuskerk in Rotterdam Kralingen

De Lambertuskerk ligt aan de andere kant van de Hoflaan. Aan de kant van de Oudedijk staat de protestantse kerk, de Hoflaankerk. De Lambertuskerk is van de katholieken. Ik ben er nog nooit geweest. En zodra ik binnenstap, stap ik de profane sfeer binnen. Bakstenen muren, zelfs de pilaren zijn gemetseld van bakstenen, fijne voegen en dunne stenen.

De muren zijn mooi beschilderd, net als het tongewelf. Met grote medaillons waarin verschillende aspecten van de schepping worden uitgelicht zoals de zon, de zee en de sterren. Bij dat alles staan Latijnse spreuken. En de rest van het gewelf is blauw beschilderd.

Het orgel zit hoog weggestopt op een koorzolder. Vanuit de kerk oogt het klein. Het is ook niet zo heel groot, maar ik heb buiten al iets van de brede klank gehoord. Ik ben namelijk net te laat voor de demonstratie van het orgel en de toelichting over Maarschalkerweerd-orgels. Wel ben ik ruim op tijd voor het concert.

4 organisten op 4 cd’s

De 4 organisten van de 4 cd’s presenteren een gedeelte van hun uitvoering op een cd. Het orgel van de Rotterdamse Lambertus komt op de cd’s niet voor. Het is een tactische oplossing hiervoor te kiezen, zo blijkt. Daarmee vermijd je de discussie op welk orgel van de 12 de presentatie is. Het is op geen van allen, maar een ander, ook heel mooi orgel van Maarschalkerweerd.

Want dat is meteen bij het allereerste muziekstuk duidelijk: de orgels van Maarschalkerweerd zijn herkenbaar. Ze bevatten allemaal een brede grondtoon, hoe klein ze ook zijn, klinken vol en rond. Maar ze weten ook een heel mooie, fijngevoelige mystieke sfeer op te roepen. De combinatie van stemmen, waarbij de stemmen je echt raken en altijd iets in je weten te roeren. Zo kenmerkend voor deze instrumenten. Nooit overheersend, maar heel subtiel in beleving. Voor speler en luisteraar.

Wat heb ik met veel plezier gespeeld op de orgels in Tubbergen. Ik speelde zelf op een klein Maarschalkerweerd in Langeveen, zelfs dat orgel, waar veel mankeerde aan de intonatie, wist die sfeer op te roepen.

Lees het vervolg: Vierne en Reger in Rotterdam

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Matters 80e verjaardag

Een bijzonder verjaardagspartijtje is de verjaardag van Bert Matter. Hij is 80 jaar geworden. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Vroeger zou ik nu echt oud zijn geweest.’ De jarige wordt getrakteerd op een prachtig concert van 4 van zijn leerlingen.

In een afgeladen kerk spelen Cor Ardesch, Berry van Berkum, Klaas Stok en Johan Luijmes. Centraal staan als heuse pijlers de Bachkoralen ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ (BWV 663 en 662) en ‘Nun komm der Heiden Heiland’ (BWV 599). Liederen die Bert Matter in zijn (kerk)muzikale praktijk ook vaak aanhief.

Spektakel

Het spektakel zit in de improvisatie. Als er iets is waar Bert Matter bekend om is, dan zijn het zijn bezielende improvisaties. Vooral op het bijzondere orgel waar hij 33 jaar organist op is geweest: het Baderorgel uit 1643. Het is een prachtig instrument, waarop een improvisatie een mystieke ervaring wordt. Dat bewijzen ook de 4 organisten op Bert Matters verjaardag.

De jarige staat helemaal in het zonnetje. Elke leerling uit zich op zijn heel eigen wijze. De minimal music klinkt wel door in de improvisaties, maar elk op een heel eigen wijze. Net als dat de nieuwste compositie van Bert Matter ‘Deus Creator Omnium’ ook aansluit in zijn kenmerkende stijl.

Ervaring

Het luisteren naar een improvisatie is vooral een ervaring. Misschien is het wel, zoals Jan Jongepier het noemde, een combinatie van publiek en muzikant. Dat een hele kerk vol mensen doodstil luistert naar een improvisatie. Het verhaal waarnaar je luistert is uniek en als de klank wegsterft is de improvisatie vervlogen.

Ook nu beleef ik zo’n ervaring bij de improvisatie van Klaas Stok. Met minimale klankverschuivingen roept hij een bijzonder verstilde sfeer op in zijn improvisatie over ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Compleet met de aanvulling van de menselijke stem. De bovenstem in zijn grillige verloop wekt de suggestie van vogelzang.

Daar vermengt zich de oervorm van de muziek: vogelzang en de menselijke stem. De diepe grondtonen maken het bijna tot een middeleeuwse belevenis en dat alles heel eenvoudig. In mijn ogen de essentie van muziek, alle opsmuk eraf en bij de kern blijven. Een bijna onmogelijke taak, maar wel minimaal!

Warme aanraking

Zo benadrukt de jarige zelf ook in zijn toespraak. Hij heeft er alle vertrouwen in met zijn opvolger en de muzikale sfeer in de kerk. Wel ziet hij hoe het gebouw in de wintermaanden niet gebruikt wordt. Het orgel heeft juist in die koude periode een warme aanraking nodig. Het instrument is zijn leermeester geweest en tegelijkertijd houdt hij van dit orgel als is het zijn vrouw. Daarom pleit hij ook voor het zorgvuldig beheer van ons cultureel erfgoed, waaronder dit bijzondere orgel hoort.

En terwijl ik na de drukke receptie weer door de stille straten van Zutphen loop in de avondzon, vraag ik mij af of je dit overal kunt bereiken. Je hebt wel een prachtig gebouw, een schitterend orgel en eeuwenoude traditie binnen handbereik. Hoe doet die organist dat in het kleine dorpskerkje op een orgel van 50 jaar oud? Is het daar ook op te roepen of blijft het beperkt tot slechts enkele indrukken op de verjaardag van een 80-jarige organist?

Tournemire in Doesburg

De 7 orgelkoralen bij de woorden van Jezus aan het kruis. De meditaties die de Franse componist en organist Charles Touremire (1870 – 1939) bij de laatste woorden van Jezus, schreef zijn indrukwekkende passiemuziek.

7 verschillende zinssneden

Als je alle evangeliën bij elkaar neemt, kom je op 7 verschillende zinssneden. Ik maakte met deze bijzondere compositie van Charles Tournemire bijna 25 jaar gelden kennis. Ze werden uitgevoerd op het net gerestaureerde orgel in de Sint Servaas van Maastricht door een onbekende organist. Ene Marc Brefield, zoals ik uit de woorden van Kro-presentator Jos Leussink hoorde.

Het aantal uitvoeringen in de paasperiode in Nederland van Tournemires Sept chorales-poèmes pour les sept dernières paroles de Xrist, op. 67 uit 1935 is minimaal. Een aantal jaren geleden voerde de Haarlemse organiste Gemma Coebergh regelmatig dit imposante muziekstuk uit. Ik hoorde het imposante muziekstuk voor het eerst live in 2013 in het Orgelpark, uitgevoerd door Tournemire-adept Tjeerd van der Ploeg.

De uitvoering van Wilbert Berendsen in de Grote of Martinikerk in Doesburg is veelbelovend. Zodoende reis ik met mijn vader af naar Doesburg voor het concert dat op Goede Vrijdag om 21 uur begint. Een handjevol mensen in de koude kerk. Als de verwarming aangaat, raakt het orgel snel ontstemd wat de luisterkwaliteit weer niet ten goede komt. Ik vind het niet zo erg.

Verdwenen programmaboekjes

De programmaboekjes met achtergrondinformatie zijn ook op een raadselachtige manier verdwenen, daarom geeft concertant Wilbert Berendsen vooraf mondelinge toelichting. Het is zeker een interessant product van zijn tijd. De ontstaanstijd, in het Parijs van 1935 met andere spelers als Louis Vierne en Charles Widor. De laatste was zijn leraar. Daarnaast namen als Marcel Dupre en Olivier Messiaen.

Deze beide laatste organisten halen veel inspiratie uit het werk van Charles Tournemire. De beide organisten zijn vaak naar de missen geweest die Touremire begeleidde op zijn orgel in de Basilique Sainte-Clotilde. Of zoals Wilbert Berendsen het zei: ‘Als hij nog zou leven, zou ik zeker even naar Parijs zijn gegaan om te luisteren.’

De muziekstuk van Charles Tournemire is natuurlijk voor het Frans-symfonisch orgel bedacht en het orgel in Doesburg is de Duitse tegenhanger hiervan. Toch ben ik erg onder de indruk hoe deze muziek in Doesburg klinkt. Wilbert Berendsen heeft ook erg veel werk gemaakt van de registraties. Hij laat het instrument op alle mogelijke manier horen.

Symfonische gedichten

Elk koraal is een symfonisch gedicht waarin de meditatie voorop staat. Ieder kruiswoord krijgt daarmee een prachtige vertolking in de koralen van Charles Tournemire. Hierbij speelt het Gregoriaans slechts een licht verwijzende rol. De motieven zijn wel door alle 7 koralen verweven en klinken melancholisch, dramatisch en ingetogen tegelijk.

In zijn uitvoering is Wilbert Berendsen niet altijd even zorgvuldig, maar dat vergeef ik hem. Hij weet namelijk wel de juiste snaar te raken: hij roept in de protestantse kerk van Doesburg heel mooi de mystieke sfeer van Tournemire op.

Ingetogen laatste delen

Met name in het fluitenspel of de zeer ingetogen laatste delen, waar je als luisteraar meer en meer meegaat in het hoofd van een stervende. De doodstrom roffelt door de gewelven in de diepe pedaaltonen. Daarbij de geliefde registercombinatie van Charles Tournemire bestaande uit vox humana (een Frans model in Doesburg), voix celeste en tremulant, met vaak een bourdon en gambe. En Doesburg heeft mooie tremulanten: voor elke emotie 1.

De combinatie van het grote orgel met de ruimte helpen mee om het muziekstuk zijn diepere lading mee te geven. De hoge fluiten in combinatie met de diepe pedaaltonen, waarbij het geluid echt door de gewelven cirkelt als een heuse wervelwind. Het draagt bij aan een mooi concert op een bijzondere avond. De donkere kerk helpt verder mee aan de mystiek. En zo voel je op deze avond even verbonden met allen die er zijn en die er niet meer zijn.

Zoals de oude zongen… Concert van Bram Beekmans leerlingen

Een concert van 4 leerlingen van Bram Beekman. Samen spelen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik op het De Rijckere-orgel in de Oostkerk te Middelburg. Op dit orgel is Bram Beekman bijna 20 jaar organist geweest. Hij overleed vorig jaar en met dit concert herdenken en eren ze hun leermeester.

Ik ken Bram Beekman vooral van de Bach-serie die hij in de jaren 1990 voor Lindenberg op cd zette. Hij bespeelt hierin een groot aantal barokorgels. Zijn stijl heel secuur en degelijk. Soms op het saaie af, maar na jaren luisterend speelt hij vooral heel doorzichtig.

Een fuga wordt bij hem nooit een show, maar blijft tot het einde maatvast en helder. Geen spektakel met 32-voeten of overdadige klavierwisselingen. Alleen als het nodig is en nooit meer.

Dat is meteen ook het bijzondere aan het De Rijckere-orgel. Toen Bram Beekman in 1990 aan de Bachserie begon was hij organist in Vlissingen. Aan het eind van de serie begon hij in Middelburg. Een historisch instrument van een Vlaamse bouwer. Een flink orgel en heel rijk versierd.

Orgel=Büchlein

Niet echt barok, meer iets voor muziek van de zonen van Bach en Mozart. Iets meer galant. Al vind ik persoonlijk de koralen uit het Orgel=Buchlein uitgevoerd door Bram Beekman op dit orgel in 2010 mooier dan de opname die hij bijna 18 eerder maakte in Vollenhove voor de Bach-serie. Bij het concert van zijn leerlingen hoor ik ook veel Bach, waaronder het koraalvoorspel ‘Ich ruf zu dir’ uit hetzelfde Orgel=Büchlein.

De 4 leerlingen laten ook een andere kant van Bram Beekman horen. Die van improvisator en componist. Ik heb Bram Beekman een paar keer gehoord, zoals bij de presentatie van het eerste deel van de Bach-serie in de Laurenskerk te Rotterdam. Bij een concert in de Oude kerk van Veenendaal improviseerde hij en speelde enkele van zijn Valeriusliederen. Een verrassende stijl waarbij mij de fraaie harmonisaties vooral zijn bijgebleven.

Vroegmodern klankidioom

Ook bij het concert van zijn 4 leerlingen, hoor ik deze kant van Bram Beekman. Harmonisch doorwrocht, niet angstig voor een hedendaags akkoord, maar wel passend. Of zoals hij zelf weleens aangaf in interviews, een vroeg-modern klankidioom.

Veel vind ik terug bij zijn 4 leerlingen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik. Stuk voor stuk bezig met een zorgvuldige interpretatie. Maatvast, niet bang om een pittig werk ter hand te nemen en stilistisch ijzersterk.

Geen grootse effecten

Geen grootste effecten, maar mooi aangezet en zorgvuldig geregistreerd. Eerlijk. Speel maar gewoon, dan speel je al gek genoeg. Dat terwijl dit orgel allerminst helder en duidelijk is. Het dreigt soms te versmelten in wolligheid. Het vraagt om zorgvuldig spel.

Het is een instrument dat veel aandacht vraagt van speler en toehoorder. Dat leer ik van dit concert. En ik denk bij het horen van deze 4 leerlingen op het orgel: wat zou Bram Beekman ervan hebben gevonden…

Orgels en de liefde

Als Konstantin Paustovski een verslag doet over zijn derde reis naar Polen, schrijft hij over het orgel in een kerk in Oliwa. Hij bezoekt een concert en spreekt met veel liefde voor het orgel. Ook legt hij een verband tussen het orgel en de liefde.

In de kerk zit een meisje dat hem doet denken aan een meisje waar hij bij een eerder bezoek aan Polen verliefd op was. Heel mooi betrekt hij de ervaringen van het concert bij het meisje dat hij ziet zitten.

Zo typeert hij treffend het orgel:

Van alle blaasinstrumenten is het orgel veruit het beste. De tragische kracht van zijn stem die de hemel doet trillen, de snelle overgang van een donderend geluid naar een stamelend lied, het is allemaal even wonderbaarlijk en bijna raadselachtig. (492)

De verteller heeft een even grote zwak voor organisten. Deze mannen zijn vaak een beetje doof, merkt hij op. Ze maken eerbied en afgunst in je los. Immers, zij dragen zorg voor de uit volle borst meezingende vrouwen.

Het orgel in Oliwa is een mooi wonder van de barok. De klank vervult de ruimte:

Zijn klanken tsjilpten en fladderden als het war van tak tot tak. (493)

Als het concert voorbij is en de kerk leegloopt, probeert de verteller nog een glimp op te vangen van het meisje. Zonder resultaat. Hoe herkenbaar als liefhebber van orgels en orgelconcerten in de avond…

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

Hedendaagse orgelmuziek

image

Het is in de nazomer geweest dat ik voor het laatst een orgelconcert bezocht. De treinkaartjes van de Blokker zijn tot zondag geldig, daarom ga ik naar het orgelconcert van Jan Hage in de Domkerk van Utrecht. Het is een concert in de serie vanuit de Nicolaikerk, waarbij allerlei nieuwe muziek wordt gepresenteerd van onder andere Cor Kee, Joep Straesser, Jan Welmers, Zeno van den Broek en Gagi Petrovic. De Domkerk doet mee met een eigen concert door domorganist Jan Hage.

image

Buiten de kerk, onder het gewelf van de doorgang van de Domtoren, speelt een accordeonist Bachs beroemde Toccata. In de Domkerk barst het hedendaagse orgelgeweld los. Dat is nog eens andere koek die Domorganist Jan Hage aan zijn gehoor serveert.

Er is best wat hedendaagse orgelmuziek, in Nederland is een aardige productie van nieuwe orgelmuziek. Dat bewijst Jan Hage wel met zijn orgelconcert. Hij speelt werken van Hans Koolmees, Leo Samama en Jan Welmers. De laatste is zijn leermeester en met Sequens sluit Jan Hage zijn concert af.

image

Te beginnen met Hans Koolmees. De werken die Jan Hage van hem speelt zijn niet altijd even toegankelijk. Het openingswerk ‘Estampie’ heeft mooie referenties naar Middeleeuwse muziek. Het manualiter muziekstuk bevat een boeiende wisselwerking tussen bovenwerk en rugwerk. De motieven komen soms uit in een bijzondere akkoorden. Ze versterken daarmee de werking van de Middeleeuwse inspiratiebronnen.

Dat gebeurt ook in met ‘Van Straten’ de lange akkoorden en ritmische motiefjes maken tot een intrigerend werk. Koolmees krijgt je pas echt te pakken met het muziekstuk ‘Ten Oorlog!’ een verwijzing naar de gelijknamige roman van Tom Lanoye. De donkere akkoorden, het heldere middendeel waarbij je het kapotgeschoten slagveld voor je ziet om te eindigen in de totale destructie.

Hier brult en huilt het orgel zoals een orgel dat alleen kan. Gecombineerd met de overweldigende ruimte van de Domkerk, komt het muziekstuk als een complete vernietiging over. Het stuk sluit ook nog eens af met een zware boodschap, gezongen door de mezzo-sporaan Natasja van der Hout. Het behoort zeker tot het meest intense muziekstuk vanmiddag in de Utrechtse Domkerk.

image

De 5 Bagatellen opus 83, van Leo Samama zoeken de vele mogelijkheden van het orgel en het muzikale thema B-A-C-H. De grappige verwijzing naar de dreigende diepe tonen van het populair The Phantom of the Opera. Het plaatst het orgel weer midden in de wereld, zoals het hoort. De bagatelle met de fluiten is veruit het boeiendste. Het spel met de mooie akkoordwisselingen en dissonanten, geeft het muziekstuk een mystiek karakter.

Natuurlijk biedt de ‘klassieker’ van Jan Welmers het hoogtepunt. De ‘Sequens’ geeft een interessante inleiding in de wereld van de minimal muziek. De wisselingen maken dat het muziekstuk geen moment verveelt. Juist de grote hoeveelheid aan motieven en wisselingen geven het muziekstuk niet de spanningsopbouw zoals de andere grote minimalwerken van Jan Welmers dat wel doen. In ‘Sequens’ zorgen Gregoriaans aandoende motieven en een prachtige opbouw voor een onvergetelijke ervaring. Zeker ook in combinatie met de mooie klank van het Domorgel. Geen betere afsluiting van een concert met hedendaagse orgelmuziek.

Erbarm dich mein, o Herre Gott

wpid-img_20150906_183621.jpgBij het orgelconcert in Haarlem, 3 weken terug, speelde Anton Pauw een alternatief Kyrie, Gloria en Credo. Het Kyrie was de beroemde bewerking ‘Erbarm dich mein’, BWV 721 van Johann Sebastian Bach. De begeleidende akkoorden onder de uitkomende melodie, worden in een ritme van achtste noten gespeeld. Dit benadrukt het vragen om erbarmen.

Het muziekstuk bezit een grote overeenkomst met het beven van de Israëlieten in de bijbelse sonate van Kuhnau. De voorganger van Bach in Leipzig, gebruikt hier de melodie van ‘Aus tiefer Not’. In de literatuur over het koraalvoorspel ‘Erbarm dich mein’, wordt vaak gewezen op deze overeenkomst.

Geliefd koraalvoorspel

Het koraalvoorspel is een geliefd muziekstuk bij organisten. Een rondje in mijn cd-verzameling laat dit al zien. Ik bezit zo een stuk of 10 uitvoeringen van dit muziekstuk. Een rondgang op youtube, geeft een ander interessant inkijkje over dit muziekstuk. Elke organist heeft zijn eigen voorkeur, tempo en registratiekeuze.

De uitvoering is wel in te delen in 2 kampen: met tremulant en zonder tremulant. In mijn bespreking van het concert in Haarlem, spreek ik ook mijn voorkeur uit. De achtste noten in het muziekstuk zorgen al voor genoeg beven. Daar hoeft echt niet nog een tremulant als
tranentrekker overheen.

Leo van Doeselaar

Een van de mooiste uitvoeringen vind ik van Leo van Doeselaar op het Hagerbeer/Schnitger-orgel in de Grote of Laurenskerk van Alkmaar. Het is een uitvoering waarin veel erbarmen spreekt. Hij speelt het muziekstuk op 16-voetbasis, met de Sesqualter van het rugwerk als uitkomende stem. Door de lage samenstelling van de Sesqualter krijgt het iets heel vrooms. Er is geen tremulant nodig om de roep om erbarmen uit te drukken.

Speurend in mijn cd-verzameling stuit ik op veel tremulant-uitvoeringen. Niet allemaal even elegant, soms ronduit irritant. Ook op youtube blijkt er heel wat te vinden te zijn over dit orgelkoraal. Niet alleen in uitvoeringen op orgel, maar ook in orkestuitvoeringen en op piano klinkt dit orgelstuk van Bach niet onaardig.

Lees over Erbarm dich mein op youtube

Zomeravond met Bach

image

Een avond met Bach is altijd geslaagd. Zeker als het in de Grote of Sint Bavo kerk van Haarlem is. En helemaal als het een zomeravond is. Het orgel leent zich uitstekend voor de muziek van Bach. Als de orgelmuziek afgewisseld wordt door de muziek die Bach schreef voor strijkers, levert dat gegarandeerd een prachtige avond op.

Ik ga naar het zondagavondconcert omdat ik al in Amsterdam ben en gelijk het treinkaartje van de Kruidvat goed gebruik. Zo loop ik tussen de buien door naar de imposante Grote kerk van Haarlem. Snel genoeg. Een dreigende wolkenmassa drijft al in mijn richting. Op tijd schuil ik onder het afdakje van de winkeltjes die tegen de kerk gebouwd staan.

image

Het is even wachten voor de deuren opengaan, maar dan is het zover. Ik mag het grote gebouw binnen. Het wereldberoemde orgelfront koekeloert al vanachter de pilaren. Wat een feest der herkenning is dit en wat is het lang geleden dat ik dit orgel voor het laatst hoorde. Het zou zo 20 jaar geleden kunnen zijn.

Ik weet nog dat het orgel niet zo sterk klinkt. De openingsmaten van het feestelijk Preludium in G, BWV 541 bewijzen dat meteen. Maar de klank is ook innemend. De muziek vult de hele ruimte. De organist Anton Pauw speelt het werk in een vrolijk tempo en geeft het werk bijna iets luchtigs mee. De fuga is brilliant opgebouwd en het plenum van het Muller-orgel maakt het muziek helder.

image

De uitvoering van het dubbelconcert voor violen is zeker het hoogtepunt van dit concert. De uitvoering is van Barokensemble Eik en Linde. Een groep gepassioneerde musici uit Amsterdam. De akkoorden zijn onmiskenbaar Bach. Het concert is een sterk samenspel voor de 2 solisten. Er is veel interactie. Alleen maar interactie. De akoestiek van de kerk maakt het extra lastig, maar de uitvoerenden beheersen dit pittige muziekstuk.

Sterker nog. Ze weten het verhaal over te brengen op de luisteraar. Violen die zo met elkaar optrekken maken het muziekstuk tot een paringsdans waarbij de tonen elkaar aantrekken en afstoten. Het gebeurt in subtiele muzikale taal. Je voelt je bijna beschaamd door deze schoonheid die je meevoert naar iets heel intiems. Even word je binnenste aangeraakt.

Het Bavo-orgel uit 1736 leent zich heel goed voor Bach. Ze vormen een hechte 2-eenheid. Zeker als de uitvoerder er raad mee wee. Anton Pauw demonstreert dat het sterkste bij de 3 orgelkoralen die hij op het programma heeft staan. Gegroepeerd als een kleine mis geeft hij de koralen stuk voor stuk iets moois mee.

image

Zo voert hij het bekende ‘Erbarm’ dich mein’, BWV 721, heel treffend uit met de Trechterregaal als uitkomende stem. Zonder tremulant in een strak tempo, komt het stuk nog intenser over. De uitkomende stem klinkt heel helder. Ook omdat de Octaaf 4′ de boventonen extra accentueert. Zo’n uitvoering bewijst dat het orgel in de Haarlemse Bavo niet alleen van buiten mooi is.

In de andere 2 werken bewijst Anton Pauw dat hij weet hoe hij Bach goed kan vertolken. Hij gebruikt treffende registraties zoals de terts bij het Gloria ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’, BWV 711. Voor het dubbelpedaal van het Credo, Wir glauben all’ an einen Got, BWV 740 laat hij de zachte tongwerken van het pedaal klinken. De Sexquialter met fagot van het rugwerk weten de kern van het muziekstuk te raken. Want wat is deze Sexquialter toch mooi, zilverachtig zweeft ze door de kerk.

Als dan het derde Brandenburgse concert in G klinkt, BWV 1048, kan de avond niet meer stuk. Al lijkt het concert voor 2 violen onovertroffen. Dit muziekstuk weet opnieuw een snaar te raken. Al is het een andere snaar. De violen trekken zo gelijk met elkaar op en de akoestiek kan niet veel verbloemen. Alles draait om timing. Dit barokensemble weet van samenspelen en kan het gevoel dat Bachs muziek oproept intens overbrengen. De tempi zijn goed en het plezier spat van deze musici. Ze weten wat mooi is en kunnen dat prachtig over te brengen op de luisteraar.

image

Buiten is het donker als het laatste muziekstuk van dit concert op deze zomeravond klinkt. Het grootse Preludium en fuga in h-moll, BWV 544, komt mooi tot uiting op het Mullerorgel. Het klinkt minder intens dan zijn zusje in Leeuwarden, maar het geluid mengt mooi met de ruimte. Het plenum verveelt niet en brengt het spel met dissonante harmonieën van Bach goed over op het publiek.

Het orgel in Haarlem is een flexibel instrument met veel mogelijkheden. Al komt het het beste tot zijn recht in de koraalvoorspelen. Anton Pauw weet zijn orgel goed uit de verf te laten komen. Het is daarmee een orgel dat ik lang niet gehoord had, maar zeker niet vergeten was. De combinatie met de strijkmuziek van Bach uitgevoerd door het barokensemble Eik en Linde, levert het een mooie vergelijking op. Een zomeravondconcert dat ik niet snel vergeet.

Ik moet na het slotakkoord snel de kerk verlaten en in sprint naar het station om mijn trein te halen. Dat herken ik uit vroeger dagen, waarbij ik ook een gevecht voerde tussen het einde van het concert en de dienstregeling van de NS.

image

Improviseren op kunstwerken

image

Improvisaties op de kunstwerken van Anneke Kaai rond het Credo, een serie van 12 schilderijen elk bij een artikel uit de geloofsbelijdenis. Een dankbaar onderwerp waarbij de schilderes zich niet teveel in abstracties denkt. Ze hanteert herkenbare vormen en weet hier mooie beelden bij op te roepen.

De schilderijen staan opgesteld in een zijbeuk van de Grote of Michaëlskerk van Oudewater. Daar staat het Engelse koororgel ook. De organist van de kerk en stadsorganist van Oudewater voert op dat orgel een zevental improvisaties over de schilderijen uit. Afgewisseld door de geloofsartikelen die voorgelezen worden.

image

Jan Jongepier

Dat beeldende kunst en muziek zich prachtig kunnen vermengen, weet ik al. Ik ken de improvisaties van Jan Jongepier bij kunstexposities die in de Grote kerk van Leeuwarden werden gehouden. Het zijn de improvisaties rond de tentoonstelling Ecce Homo die wel tot de mooiste improvisaties behoren die ik ken van Jan Jongepier.

Jan Jongepier bedient zich in deze improvisaties van een hedendaags klankidioom waarin hij het pijn en lijden samenbalt in gespannen akkoorden en ritmes die associaties oproepen met een componist als Tournemire.

image

Lichte improvisatie

Gerben Mourik doet op zijn koororgel iets heel anders. Hij spint zijn improvisaties niet uit tot diepzinnige overpeinzingen bij de schilderijen. Hij sluit in zijn thematiek mooi aan op de voornamelijk lichte schilderijen, waaruit veel geloof spreekt.

Dat betekent veel gebruik van de fluiten, mooie echo’s en sterke contrasten. Zo krijgen de kleuren een stem. Bovendien maakt hij gebruik van mooie, melancholische melodielijnen.

Soms weet hij iets extra’s op te roepen, zoals in het achtste artikel – Ik geloof in de Heilige Geest – waarin een prachtig verstild Veni creator doorklinkt. Het past mooi bij de warme en lichte zomerdag, de warmte die net buiten de kerk blijft, maar wel doordringt in de sfeer van het koor.

image

Overtuigend instrument

Overigens is het genieten van dit instrument. Het klinkt zo overtuigend in deze kerk. Je zit er dicht op, maar merkt hoe de ruimte de muziek aanvult en teruggeeft. Vooral de fluiten op dit orgel met het zwelwerk maken dit orgel tot een genot om naar te luisteren.

Gerben Mourik weet hiermee een overtuigende reeks improvisaties op de serie Credo van Anneke Kaai te geven. Het zijn eigenlijk korte impressies bij de artikelen. Hij zoekt in het spel wel de kleuringen op die de schilderes gebruikt bij haar interpretatie van de geloofsbelijdenis.

image

Daarmee levert het concert een klankbeleving op van de schilderijen. Al roept het niet de intentie op zoals Jan Jongepier in zijn breed uitgesponnen improvisaties doet. Daarvoor verschilt misschien de thematiek van het lijden en de geloofsbelevenis te sterk. Net als dat een mooie zomerse zaterdagmiddag minder ruimte biedt voor dergelijke zwaarzinnigheid.

Impressie van het orgelconcert dat Gerben Mourik zaterdag gaf bij de 12 schilderijen van Anneke Kaai rond het Credo.