Categorie archief: orgelmuziek

Vierne en Reger in Rotterdam

Ook op deze vrijdagavond hoor ik het: Vierne en Reger. Ze klinken prachtig op het orgel in de Lambertuskerk van Rotterdam Kralingen. De wisselende sferen bij deze presentatie van de cd-box Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd, van uitbundig tot ingetogen, en van vreugdevol tot weemoedig. Allemaal zijn heel mooi tot uiting te brengen op dit instrument.

Het is genieten, vooral van het deel Stéle pour un enfant défunt uit de Tryptique van Louise Vierne. Een fijngevoelige uitvoering van de Schiedamse organist Arjen Leistra. De lichte zweving aan het einde van dit muziekstuk, geeft dit stuk extra kracht. In zijn tijd als organist van de Hoflaankerk nam Arjen Leistra op dit orgel enkele orgelwerken van Franz Liszt op.

Gerrit Christiaan de Gier laat een andere Franse kant van het orgel horen in de tweede sonate van C.F. Hendriks. Deze Nederlandse componist schreef in een mooie Franse stijl. Ik ken zijn variaties op psalm 107 en betrap de 2e sonate op enkele gelijkenissen.

Improvisatie

De improvisatie van Gerben Mourik biedt juist ruimte om enkele andere kanten van het orgel te laten horen. De fluiten nodigen uit, in combinatie met de strijkers, een hemelse klank. Muziek die echt door de ruimte zingt. Om die sacrale sfeer op te roepen. De opening van het thema gespeeld met de basson van het zwelwerk, is al geweldig. Met de diepe klank van de subbas, krijgt het geheel een prachtige basis. Genieten!

Dat geldt zeker ook van de muziek van Hendrik Andriessen. Op de cd spelen 3 organisten werk van deze Haarlemse componist, waaronder een paar grote werken. Het herinnert mij aan de begintijd van mijn liefde voor het orgel, het Andriessenjaar. Veel muziek op de radio, waaronder de Sonata da Chiesa.

Een werk met bijzonder thema dat veel verwantschap heeft met Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. De variatiereeks bevat een hoog improvisatorisch gehalte. De fraaie variatie met de cornet, zoals altijd bij Maarschalkerweerd een fel ding dat goed van zich laat horen in de interpretatie van organist Eric Koevoets. Hij is de vaste bespeler van dit instrument. Een mooie afsluiting van het concert.

Groot scherm

Blijft wel jammer het grote scherm waarop je de organisten kunt zien spelen. Ik merk dat het vooral afleidt. Ik wil gewoon lekker luisteren en de omgeving in mij opnemen. Die omgeving die bij Maarschalkerweerd zo belangrijk is. Zeker om op YouTube te bekijken is de speeltafel ideaal.

Voor een concert draait het om de ruimte die nu hinderlijk wordt verstoord door een enorm wit scherm waarop je kale mannen ziet en registranten die op het verkeerde moment een bladzijde willen omslaan. Dat de organist zich hier niet door laat afleiden is prachtig, maar deze kleine ramp was onopgemerkt gebleven zonder scherm.

Ik ben het met spreker Hans Fidom eens dat elke organist op hetzelfde orgel het instrument weer van een andere kant laat horen. De concerten die ik laatste maanden heb bezocht waren allemaal met meerdere organisten. Het geeft daarmee het instrument meerdere dimensies. En je leert er vooral van dat muziek maken een samenspel van instrument en muzikant is.

Na afloop genieten we nog na in de prachtige tuin naast de kerk. Het publiek heeft 1 grote overeenkomst: de bewondering voor deze bijzondere orgelbouwer. Want daarvan zijn we wel overtuigd na het horen van deze presentatie door de 4 organisten op dit bijzondere orgel.

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Maarschalkerweerd in veelvoud

Zo’n heerlijke avond in juni. Het is best een trip om even op vrijdagavond heen en weer te rijden naar Rotterdam. De cd-presentatie van de cd-box met 4 cd’s van 4 toporganisten op maar liefst 12 verschillende orgels van Maarschalkerweerd. Ik kan daar moeilijk van wegblijven. Van deze kant Rotterdam binnengereden, kom ik op een bekende onbekende plek: de Oostzeedijk.

Aan de andere kant van de Hoflaan is mijn vader geboren en opgegroeid aan de Oudedijk. Hier ligt de kerk beduidend lager achter de hoge dijk waar iets verderop de Nieuwe maas ligt. In de verte de binnenstad met de vele hoogbouw. Hier oogt Kralingen echt dorps.

Als het dorp dat meer dan een eeuw geleden werd ingelijfd bij Rotterdam. En waar mijn familierotsen liggen. Mijn opa schijnt zelfs vroeger met kerst naar de Lambertuskerk te zijn gegaan om te kijken naar het ‘kindje wiegen’. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Voor protestantse jongetjes moet het een hele belevenis zijn geweest om naar te kijken.

Lambertuskerk in Rotterdam Kralingen

De Lambertuskerk ligt aan de andere kant van de Hoflaan. Aan de kant van de Oudedijk staat de protestantse kerk, de Hoflaankerk. De Lambertuskerk is van de katholieken. Ik ben er nog nooit geweest. En zodra ik binnenstap, stap ik de profane sfeer binnen. Bakstenen muren, zelfs de pilaren zijn gemetseld van bakstenen, fijne voegen en dunne stenen.

De muren zijn mooi beschilderd, net als het tongewelf. Met grote medaillons waarin verschillende aspecten van de schepping worden uitgelicht zoals de zon, de zee en de sterren. Bij dat alles staan Latijnse spreuken. En de rest van het gewelf is blauw beschilderd.

Het orgel zit hoog weggestopt op een koorzolder. Vanuit de kerk oogt het klein. Het is ook niet zo heel groot, maar ik heb buiten al iets van de brede klank gehoord. Ik ben namelijk net te laat voor de demonstratie van het orgel en de toelichting over Maarschalkerweerd-orgels. Wel ben ik ruim op tijd voor het concert.

4 organisten op 4 cd’s

De 4 organisten van de 4 cd’s presenteren een gedeelte van hun uitvoering op een cd. Het orgel van de Rotterdamse Lambertus komt op de cd’s niet voor. Het is een tactische oplossing hiervoor te kiezen, zo blijkt. Daarmee vermijd je de discussie op welk orgel van de 12 de presentatie is. Het is op geen van allen, maar een ander, ook heel mooi orgel van Maarschalkerweerd.

Want dat is meteen bij het allereerste muziekstuk duidelijk: de orgels van Maarschalkerweerd zijn herkenbaar. Ze bevatten allemaal een brede grondtoon, hoe klein ze ook zijn, klinken vol en rond. Maar ze weten ook een heel mooie, fijngevoelige mystieke sfeer op te roepen. De combinatie van stemmen, waarbij de stemmen je echt raken en altijd iets in je weten te roeren. Zo kenmerkend voor deze instrumenten. Nooit overheersend, maar heel subtiel in beleving. Voor speler en luisteraar.

Wat heb ik met veel plezier gespeeld op de orgels in Tubbergen. Ik speelde zelf op een klein Maarschalkerweerd in Langeveen, zelfs dat orgel, waar veel mankeerde aan de intonatie, wist die sfeer op te roepen.

Lees het vervolg: Vierne en Reger in Rotterdam

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Matters 80e verjaardag

Een bijzonder verjaardagspartijtje is de verjaardag van Bert Matter. Hij is 80 jaar geworden. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Vroeger zou ik nu echt oud zijn geweest.’ De jarige wordt getrakteerd op een prachtig concert van 4 van zijn leerlingen.

In een afgeladen kerk spelen Cor Ardesch, Berry van Berkum, Klaas Stok en Johan Luijmes. Centraal staan als heuse pijlers de Bachkoralen ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ (BWV 663 en 662) en ‘Nun komm der Heiden Heiland’ (BWV 599). Liederen die Bert Matter in zijn (kerk)muzikale praktijk ook vaak aanhief.

Spektakel

Het spektakel zit in de improvisatie. Als er iets is waar Bert Matter bekend om is, dan zijn het zijn bezielende improvisaties. Vooral op het bijzondere orgel waar hij 33 jaar organist op is geweest: het Baderorgel uit 1643. Het is een prachtig instrument, waarop een improvisatie een mystieke ervaring wordt. Dat bewijzen ook de 4 organisten op Bert Matters verjaardag.

De jarige staat helemaal in het zonnetje. Elke leerling uit zich op zijn heel eigen wijze. De minimal music klinkt wel door in de improvisaties, maar elk op een heel eigen wijze. Net als dat de nieuwste compositie van Bert Matter ‘Deus Creator Omnium’ ook aansluit in zijn kenmerkende stijl.

Ervaring

Het luisteren naar een improvisatie is vooral een ervaring. Misschien is het wel, zoals Jan Jongepier het noemde, een combinatie van publiek en muzikant. Dat een hele kerk vol mensen doodstil luistert naar een improvisatie. Het verhaal waarnaar je luistert is uniek en als de klank wegsterft is de improvisatie vervlogen.

Ook nu beleef ik zo’n ervaring bij de improvisatie van Klaas Stok. Met minimale klankverschuivingen roept hij een bijzonder verstilde sfeer op in zijn improvisatie over ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Compleet met de aanvulling van de menselijke stem. De bovenstem in zijn grillige verloop wekt de suggestie van vogelzang.

Daar vermengt zich de oervorm van de muziek: vogelzang en de menselijke stem. De diepe grondtonen maken het bijna tot een middeleeuwse belevenis en dat alles heel eenvoudig. In mijn ogen de essentie van muziek, alle opsmuk eraf en bij de kern blijven. Een bijna onmogelijke taak, maar wel minimaal!

Warme aanraking

Zo benadrukt de jarige zelf ook in zijn toespraak. Hij heeft er alle vertrouwen in met zijn opvolger en de muzikale sfeer in de kerk. Wel ziet hij hoe het gebouw in de wintermaanden niet gebruikt wordt. Het orgel heeft juist in die koude periode een warme aanraking nodig. Het instrument is zijn leermeester geweest en tegelijkertijd houdt hij van dit orgel als is het zijn vrouw. Daarom pleit hij ook voor het zorgvuldig beheer van ons cultureel erfgoed, waaronder dit bijzondere orgel hoort.

En terwijl ik na de drukke receptie weer door de stille straten van Zutphen loop in de avondzon, vraag ik mij af of je dit overal kunt bereiken. Je hebt wel een prachtig gebouw, een schitterend orgel en eeuwenoude traditie binnen handbereik. Hoe doet die organist dat in het kleine dorpskerkje op een orgel van 50 jaar oud? Is het daar ook op te roepen of blijft het beperkt tot slechts enkele indrukken op de verjaardag van een 80-jarige organist?

Tournemire in Doesburg

De 7 orgelkoralen bij de woorden van Jezus aan het kruis. De meditaties die de Franse componist en organist Charles Touremire (1870 – 1939) bij de laatste woorden van Jezus, schreef zijn indrukwekkende passiemuziek.

7 verschillende zinssneden

Als je alle evangeliën bij elkaar neemt, kom je op 7 verschillende zinssneden. Ik maakte met deze bijzondere compositie van Charles Tournemire bijna 25 jaar gelden kennis. Ze werden uitgevoerd op het net gerestaureerde orgel in de Sint Servaas van Maastricht door een onbekende organist. Ene Marc Brefield, zoals ik uit de woorden van Kro-presentator Jos Leussink hoorde.

Het aantal uitvoeringen in de paasperiode in Nederland van Tournemires Sept chorales-poèmes pour les sept dernières paroles de Xrist, op. 67 uit 1935 is minimaal. Een aantal jaren geleden voerde de Haarlemse organiste Gemma Coebergh regelmatig dit imposante muziekstuk uit. Ik hoorde het imposante muziekstuk voor het eerst live in 2013 in het Orgelpark, uitgevoerd door Tournemire-adept Tjeerd van der Ploeg.

De uitvoering van Wilbert Berendsen in de Grote of Martinikerk in Doesburg is veelbelovend. Zodoende reis ik met mijn vader af naar Doesburg voor het concert dat op Goede Vrijdag om 21 uur begint. Een handjevol mensen in de koude kerk. Als de verwarming aangaat, raakt het orgel snel ontstemd wat de luisterkwaliteit weer niet ten goede komt. Ik vind het niet zo erg.

Verdwenen programmaboekjes

De programmaboekjes met achtergrondinformatie zijn ook op een raadselachtige manier verdwenen, daarom geeft concertant Wilbert Berendsen vooraf mondelinge toelichting. Het is zeker een interessant product van zijn tijd. De ontstaanstijd, in het Parijs van 1935 met andere spelers als Louis Vierne en Charles Widor. De laatste was zijn leraar. Daarnaast namen als Marcel Dupre en Olivier Messiaen.

Deze beide laatste organisten halen veel inspiratie uit het werk van Charles Tournemire. De beide organisten zijn vaak naar de missen geweest die Touremire begeleidde op zijn orgel in de Basilique Sainte-Clotilde. Of zoals Wilbert Berendsen het zei: ‘Als hij nog zou leven, zou ik zeker even naar Parijs zijn gegaan om te luisteren.’

De muziekstuk van Charles Tournemire is natuurlijk voor het Frans-symfonisch orgel bedacht en het orgel in Doesburg is de Duitse tegenhanger hiervan. Toch ben ik erg onder de indruk hoe deze muziek in Doesburg klinkt. Wilbert Berendsen heeft ook erg veel werk gemaakt van de registraties. Hij laat het instrument op alle mogelijke manier horen.

Symfonische gedichten

Elk koraal is een symfonisch gedicht waarin de meditatie voorop staat. Ieder kruiswoord krijgt daarmee een prachtige vertolking in de koralen van Charles Tournemire. Hierbij speelt het Gregoriaans slechts een licht verwijzende rol. De motieven zijn wel door alle 7 koralen verweven en klinken melancholisch, dramatisch en ingetogen tegelijk.

In zijn uitvoering is Wilbert Berendsen niet altijd even zorgvuldig, maar dat vergeef ik hem. Hij weet namelijk wel de juiste snaar te raken: hij roept in de protestantse kerk van Doesburg heel mooi de mystieke sfeer van Tournemire op.

Ingetogen laatste delen

Met name in het fluitenspel of de zeer ingetogen laatste delen, waar je als luisteraar meer en meer meegaat in het hoofd van een stervende. De doodstrom roffelt door de gewelven in de diepe pedaaltonen. Daarbij de geliefde registercombinatie van Charles Tournemire bestaande uit vox humana (een Frans model in Doesburg), voix celeste en tremulant, met vaak een bourdon en gambe. En Doesburg heeft mooie tremulanten: voor elke emotie 1.

De combinatie van het grote orgel met de ruimte helpen mee om het muziekstuk zijn diepere lading mee te geven. De hoge fluiten in combinatie met de diepe pedaaltonen, waarbij het geluid echt door de gewelven cirkelt als een heuse wervelwind. Het draagt bij aan een mooi concert op een bijzondere avond. De donkere kerk helpt verder mee aan de mystiek. En zo voel je op deze avond even verbonden met allen die er zijn en die er niet meer zijn.

Howells Collegium Regale

Dé ontdekking van de afgelopen weken is wel de cd met koormuziek van Herbert Howells (1892 – 1883). De leidraad van de door Hyperion uitgebrachte cd door het Trinity College Cambridge Choir is Howells Collegium Regale. Dit is de standaard liturgie voor een Engelse communieviering. Howells heeft hierbij wel zowel de liturgie voor in de morgen en in de avond gehanteerd.

Howells schreef deze op een bijzonder moment: midden in de Tweede Wereldoorlog. Hij verving in die periode de organist van het St. Johns’ College. Het intellectuele klimaat in Cambridge stimuleerde hem om de muziek bij het Collegium Regale te schrijven. Het is indrukwekkende kerkmuziek geworden die boven veel andere (Engelse) muziek uitsteekt. Waarbij het orgel uitblinkt en echt in samenspel met het koor klinkt, als onderdeel in plaats van als begeleidingsinstrument.

Jubilate

De opening van de cd met de morgenzang Jubilate. De tekst is van psalm 100 en bejubelt God. Een vreugdevoller begin is niet mogelijk. Het is prachtig om dit lied te horen in de nieuwe uitvoering. Heel overtuigend en sterk. Zeker ook door de ruimtelijke werking waar het is opgenomen: in de Coventry Cathedral. Een betere plek is voor deze moderne, (na)oorlogse muziek niet denkbaar.

Wat onmiddellijk opvalt, is de sterke dynamiek die Howells in het werk brengt. De muziek sleept je door alle emoties heen, slingert van luid tot nauwelijks hoorbaar. Daarmee sluit hij heel direct aan op de tekst. Aan het einde van Jubilate is de combinatie met de Orchestral Trumpet 8′, hier klinkend als de tuba, hét soloregister en luidste register op een Engels orgel.

Muziek om echt van te genieten. De kern wordt gevormd door de muziek rond de Office of the Holy Communion, de eigenlijke dienst. De rest van de cd sluit hier heel mooi bij aan en zou zo de samenstelling van een Evensong kunnen zijn. Zeker ook omdat de liederen die buiten het Collegium Regale vallen, erg mooi en passend gekozen zijn. Neem het lied “I love all beauteous things” op tekst van Robert Bridges.

“I love all beauteous things”

Prachtige muziek, waarbij ook hier Howells de tekst op de voet volgt en prachtig weet te grijpen in de muzikale uitdrukking. Het ritme van de tijd weerklinkt in de opening en slingert door het hele muziekstuk heen. Hoe kun je mooier een gedicht omzetten in muziek bij deze tekst?

And man in his hasty days
Is honoured for them.

De schepping van dit muziekstuk sluit hier naadloos op aan. De klimmende mannenstemmen die afgewisseld worden door de hoge, dalende vrouwenstemmen. Daarbij een eindakkoord in kwintligging. Schitterend. Kippenvel gewoon…

Nunc Dimittis
De herhaling van motieven zoals in het Nunc Dimittis, het 2e lied dat in de avondviering gezongen wordt. Het maakt dit lied heel overtuigend en neemt de luisteraar mee. Tekst en muziek volgen elkaar op de voet en de woorden worden treffend in muziek omgezet. De herkenning en werking van de harmonieën maken het tot een toegankelijk werk dat meteen eigentijds is. Een prestatie die Howells tot een heel bijzondere componist maakt.

Daarbij geldt ook dat de uitvoering door Trinity College Choir Cambridge onder leiding van Stephen Layton. Hij weet hierbij de muziek van Howells heel overtuigend tot klinken te brengen. Het gaat met een hoge mate van sensitiviteit. Net als de keuze om de cd af te sluiten met het Te Deum, het openingslied voor de ochtenddienst. Met dezelfde vreugde als waarmee de cd opent, eindigt deze.

Een geniale vondst, die je als luisteraar extra blij achterlaat en bijna oproept om de cd meteen weer opnieuw te draaien. In combinatie met de ruimte waarin het is opgenomen, krijg je hiermee een sfeer die alleen bij een Evensong in een Engelse kathedraal is te evenaren…

Olivier Messiaen in de Laurens

image

Het orgel van de Laurenskerk in Rotterdam kenmerkt zich natuurlijk door de veelzijdigheid. De uitvoering van Olivier Messiaens orgelcyclus La Nativité du Seigneur past perfect bij het veelzijdige karakter van dit Marcussen-orgel uit 1973.

Johan Th. Lemckert, de voorganger van de huidige organist, heeft de ruime mogelijkheden van dit orgel al in zijn vele uitvoeringen bewezen. Ook een organist als Marie-Claire Alain speelde er alles op van Nicolaus Bruhns tot aan het werk van Olivier Messiaen en haar broer Jehan Alain.

Het werk van Jehan Alain heeft Hayo Boerema al eerder opgenomen op dit orgel. Nu is dus een integrale opname van het hele werk van Alains collega en tijdgenoot Olivier Messiaen aan de beurt. Een grote ondernemer want het werk van Messiaen is veel minder toegankelijk dan de orgelwerken van de in de oorlog gesneuvelde Jehan Alain.

De eerste cd met de kerstcyclus La Nativité du Seigneur is een prachtige binnenkomer. Het orgelwerk uit 1935 geeft een mooie inkijk in het oeuvre van deze moderne Franse componist. Het orgelwerk van Olivier Messiaen wordt door veel organisten erg gewaardeerd. Ze plaatsen het in de rij wat Bach voor de Barok is en Franck voor de Romantiek. Messiaen is dé componist voor de moderne tijd.

Of ik het helemaal eens ben met die mening, weet ik niet. Ik vind daarvoor een werk als Livre d’Orgue veel te ondoorgrondelijk. Alleen het deel “Chant d’oiseaux” is in deze cyclus een heel bijzonder deel door de vogelgeluiden die hier prachtig aan bod komen. Het latere oeuvre van Messiaen zoals het Livre du Saint Sacrament uit 1984 is beter te behappen, maar vraagt alsnog erg veel van de luisteraar.

De overdondering zoals bijvoorbeeld de werken van Jan Welmers op mij hebben, blijven uit. Het orgelwerk van Messiaen vraagt veel luisteren en diep bestuderen. Ergens druist dat tegen mijn gevoel in dat muziek je gelijk moet aangrijpen en niet een hele diepe studie van je vraagt.

Overigens hoor ik de laatste 10 jaar veel minder organisten lovend over het werk van Olivier Messiaen. Ook wordt zijn muziek betreurend weinig uitgevoerd. Alleen daarom verdient het initiatief van Hayo Boerema buitengewoon veel lof. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar de andere uitvoeringen, waarbij ik misschien nog wel het meest nieuwsgierig ben naar de uitvoering van het Livre d’Orgue.

Kerst met Messiaen

image

De kerst beginnen met de muziek van Olivier Messiaen. Zijn La Nativité du Seigneur is het kerststuk bij uitstek als je van orgel houdt. Het muziekstuk is in februari 1936 voor het eerst uitgevoerd door zijn vrienden Daniel-Lesur, Jean Langlais en Jean-Jacques Grunenwald.

De volger van mijn blog weet dat ik dit muziekstuk echt heb leren waarderen bij de uitvoeringen in het Orgelpark. Ik heb er zelfs een hele dichtcyclus omheen geschreven dat ik een paar jaar terug aan mijn volgers als kerstcadeau gaf.

Het zou mij geweldig lijken deze cyclus een keer bij een uitvoering van La Nativité du Seigneur voor te dragen. Het liefst nog in het Orgelpark, omdat het in mijn beeld precies de sfeer uitdrukt die dit muziekstuk oproept. Het is me nog niet gelukt…

De hoeveelheid cd’s met dit muziekstuk is dit jaar flink uitgebreid. Ik heb al jaren een uitvoering van Willem Tanke op het orgel van de Kathedrale Basiliek in Haarlem. Dit jaar hoorde ik voor het eerst de cd-uitvoering van Piet van der Steen in Douai op het Mutin-orgel in de Église Collégiale Saint-Pierre. Op youtube vond ik niet veel later de uitvoering die Hayo Boerema in de Laurenskerk van Rotterdam speelde in 2014.

De laatste organist heeft onlangs La Nativité du Seigneur opgenomen op cd. Een opname waaraan de organist van de Rotterdamse Laurenskerk de belofte toevoegde om al het werk van Olivier Messiaen op te nemen op cd.

Een mooie uitdaging, want La Nativité du Seigneur behoort tot zijn meest toegankelijke werken. Een modern muziekstuk als de Livre d’Orgue is veel minder doorgrondelijk voor de luisteraar. Hij hoort er met een veel onkunde en een beetje onwil enkel gebrom en gefluit in.

Morgen sta ik stil bij de uitvoering van La Nativité du Seigneur door Hayo Boerema

Duitse orgel-verrassingen

image

De orgels die Gerben Mourik in zijn cd-serie Audite Nova behandelt, zijn naoorlogse instrumenten. Orgels gebouwd in de periode van de wederopbouw. Op de derde uitgave, een dubbelcd, bespeelt hij 2 grote orgels in Duitsland: het orgel van Bosch en Bornefeld in de Martinskirche te Kassel. Het andere instrument is het Klais-orgel in de Kiliansdom te Würzburg.

Op de cd’s klinken een paar mooie verrassingen. De eerste cd laat 2 Preludia en Fuga’s van Jan Koetsier horen. Onbekende werken die zeker de moeite van het beluisteren waard zijn. De tongwerken komen heel overtuigend over in het Preludium van nummer II in D. In de fuga kiest Gerben Mourik voor de gemshoorn en roerfluit, waarbij de Oktavbass mooi de basis legt.

Het instrument van Werner Bosch en de organist Helmut Bornefeld bezit een heel poëtisch klankpalet van fluiten en wijde fluiten als de nachthoorn.

De Triptich van Jan Oskar Bender is de andere grote verrassing op de eerste cd. Vooral het laatste is een oorstrelend werk dat als een symfonie voor de nieuwe wereld klinkt, compleet met een krachtige Toccata, een fuga die refereert naar het lied Herzlich tut mich verlangen en een Aria waarin veel gevoeligheid doorklinkt.

Het werk van Bornefeld is minstens zo indrukwekkend. Het moderne werk waarbij de vulstemmen een grote rol vervullen. Heerlijke strijken de registers tegen de haren van de tonale grenzen, zonder ergens te vervelen. De variaties in composities als de Choralpartita Christus, der ist mein Leben of de Pastorale uit Der Herr ist mein getreuer Hirt.

Bornefelds variaties op Nunn komm, der Heiden Heiland lijken de jonge Jan Welmers te hebben geïnspireerd in zijn variaties op dit adventslied. De klankwereld vertoont grote overeenkomsten met het werk dat Gerben Mourik hier laat horen.

Het zijn composities waarbij je afvraagt waarom ze niet vaker uitgevoerd worden. Gerben Mourik haalt ze heel mooi omhoog uit de poel van vergetelheid. Ze sluiten ook heel mooi bij de tekstuele klankbeleving zoals Gerben Mourik ook in improvisaties laat horen. De lang aangehouden hoge tonen hebben een prachtig spanningsverhogend effect.

Voor de 2e cd in de Kiliansdom van Würzburg is veel Nederlands werk gereserveerd. Het werk van Gerrit Wielenga rond het Lied van de Drie Koningen komt verbazingwekkend overtuigend over. Zeker het gedeelte waarin de wijzen uit het Oosten het kind Jezus begroeten, komt heel sterk over.

Het Adagio over psalm 139 van Bert Matter vind ik een mooie compositie. Gerben Mourik weet er een mooi kleurenpalet te schetsen met de 32′ voet-begeleiding in het pedaal. Het werk blinkt uit in eenvoud en het blijkt uitermate geschikt te zijn om uit te voeren op dit grote instrument.

Het orgel in Kiliansdom is werkelijk een juweeltje binnen de cd’s van de serie Audite Nova. Wat een instrument en wat een mogelijkheden heeft dit orgel. Ik heb nooit in het compromisorgel geloofd, maar het horen van de cd van Gerben Mourik lijkt mijn mening te veranderen: het orgel in de Kiliaansdom heeft een heel eigen klank, dat een breed klankspectrum bedient.

Audite Nova 3, Gerben Mourik bespeelt de orgels van de Martinskirche in Kassel en de Kiliansdom in Würzburg. Tuliprecords 2015, TURE 201518. Meer informatie en bestellen: www.auditenova.org

Martinskirche Kassel

image

Het orgel in de Martinskirche te Kassel is van een ander kaliber dan het Klais-orgel in Würzburg.  Dit instrument wordt als eerste gepresenteerd op de dubbel-cd Audite Nova 3 van Gerben Mourik. Het orgel in Kassel is een inspirerend instrument dat Gerben Mourik als laatste opgenomen heeft in zijn oorspronkelijke setting.

De huidige organist van deze kerk wilde een instrument met andere mogelijkheden en heeft dit kostbare instrument verpatst aan een andere kerk. Doodzonde, zoals de cd van Gerben Mourik wel bewijst, want het is een prachtig orgel dat harmonisch samenvalt met de ruimte waarin het staat.

De verhuizing van het orgel betekent het verlies van een bijzonder orgel. De organist Helmut Bornefeld heeft een belangrijke vinger in de pap te roeren gehad bij de bouw van dit orgel. Hij ontwierp de dispositie en de kas.

Daarmee is een bijzonder orgel verdwenen van de oorspronkelijke plek. Hopelijk keert het ooit terug naar deze kerk. De nieuwe plek waar het instrument nu staat is beduidend droger. Ook zijn er kleine aanpassingen gedaan waardoor het orgel van Bornefeld en Bosch veel minder poëtisch is geworden.

Gerben Mourik heeft met zijn cd een mooi klankdocument nagelaten.

Audite Nova 3, Gerben Mourik bespeelt de orgels van de Martinskirche in Kassel en de Kiliansdom in Würzburg. Tuliprecords 2015, TURE 201518. Meer informatie en bestellen: www.auditenova.org

Audite Nova op Klais en Bosch

image

De organist Gerben Mourik presenteert vandaag zijn derde cd in de serie Audite Nova. Hij doet dit op een studiedag rond het neobarok-orgel in Bunnik. Het Flentrop-orgel in de Barbarakerk klinkt al op de eerste cd in de reeks. Deze cd-serie vormt voor mij een hernieuwde kennismaking met een heel bijzonder soort orgel: het neobarok-orgel.

De derde cd-box is een dubbel-cd op Duitse orgels van Klais en Bosch/Bornefeld. De orgelbeweging vindt zijn oorsprong in Duitsland. Later is het overgeslagen naar Denemarken met de bouwer Marcussen als grote pretendent van de nieuwe beweging.

Op de eerste dubbel-cd’s van de serie maakt de luisteraar kennis met de neobarokke orgels in Nederland. Centraal staat het orgel dat Marcussen bouwde in de Nicolaikerk van Utrecht. Het is het eerste instrument dat Marcussen in Nederland bouwde.

Er volgenden later nog ruim 10 instrumenten, waaronder in Doopsgezinde kerk in Groningen, Kloosterkerk in Den Haag, Moerdijk en alle 3 de orgels in de Laurenskerk te Rotterdam.

In de tweede cd van de serie, bespeelt Gerben Mourik 3 inspirerende instrumenten in Denemarken. Ze bezitten dezelfde helderheid als het orgel in Utrecht. Daarnaast beschikken de instrumenten vaak over een bovenwerk in een zwelkast dat de verbinding legt met de romantiek.

De orgels in Duitsland zijn van een ander kaliber. Ik hoopte op de instrumenten waarover de makers van de serie spraken in het tweede deel. De orgels om de grote werken van Siegfried Reda en anderen helemaal tot hun recht te laten komen. Instrumenten als van Karl Schuke met veel vulstemmen waar organisten als Augustinus Franz Kropfreiter en Johann Nepomuk David vaak op terugvallen in hun composities.

De orgels op de dubbel-cd zijn hier niet geschikt voor, maar dat betekent niet dat het geen grote orgels zijn. Met name het orgel waarop Paul Damjakob lang speelde in de Kiliaansdom te Würzburg is een instrument dat ongekende mogelijkheden bezit. Dat demonstreert Gerben Mourik wel op zijn cd.

Ik heb de dubbel-cd een week in huis en geniet van de verscheidenheid aan klanken, bijzondere composities en nieuwe geluiden die mijn kamer binnendringen. Wat direct opvalt is dat deze instrumenten weer zo anders klinken als de orgels op de andere cd’s in de serie. Tegelijkertijd is er een grote overeenkomst: de helderheid en de scherpe klank. Een genot om naar te luisteren.

Audite Nova 3, Gerben Mourik bespeelt de orgels van de Martinskirche in Kassel en de Kiliansdom in Würzburg. Tuliprecords 2015, TURE 201518. Meer informatie en bestellen: www.auditenova.org