Categorie archief: rotterdam

Vierne en Reger in Rotterdam

Ook op deze vrijdagavond hoor ik het: Vierne en Reger. Ze klinken prachtig op het orgel in de Lambertuskerk van Rotterdam Kralingen. De wisselende sferen bij deze presentatie van de cd-box Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd, van uitbundig tot ingetogen, en van vreugdevol tot weemoedig. Allemaal zijn heel mooi tot uiting te brengen op dit instrument.

Het is genieten, vooral van het deel Stéle pour un enfant défunt uit de Tryptique van Louise Vierne. Een fijngevoelige uitvoering van de Schiedamse organist Arjen Leistra. De lichte zweving aan het einde van dit muziekstuk, geeft dit stuk extra kracht. In zijn tijd als organist van de Hoflaankerk nam Arjen Leistra op dit orgel enkele orgelwerken van Franz Liszt op.

Gerrit Christiaan de Gier laat een andere Franse kant van het orgel horen in de tweede sonate van C.F. Hendriks. Deze Nederlandse componist schreef in een mooie Franse stijl. Ik ken zijn variaties op psalm 107 en betrap de 2e sonate op enkele gelijkenissen.

Improvisatie

De improvisatie van Gerben Mourik biedt juist ruimte om enkele andere kanten van het orgel te laten horen. De fluiten nodigen uit, in combinatie met de strijkers, een hemelse klank. Muziek die echt door de ruimte zingt. Om die sacrale sfeer op te roepen. De opening van het thema gespeeld met de basson van het zwelwerk, is al geweldig. Met de diepe klank van de subbas, krijgt het geheel een prachtige basis. Genieten!

Dat geldt zeker ook van de muziek van Hendrik Andriessen. Op de cd spelen 3 organisten werk van deze Haarlemse componist, waaronder een paar grote werken. Het herinnert mij aan de begintijd van mijn liefde voor het orgel, het Andriessenjaar. Veel muziek op de radio, waaronder de Sonata da Chiesa.

Een werk met bijzonder thema dat veel verwantschap heeft met Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. De variatiereeks bevat een hoog improvisatorisch gehalte. De fraaie variatie met de cornet, zoals altijd bij Maarschalkerweerd een fel ding dat goed van zich laat horen in de interpretatie van organist Eric Koevoets. Hij is de vaste bespeler van dit instrument. Een mooie afsluiting van het concert.

Groot scherm

Blijft wel jammer het grote scherm waarop je de organisten kunt zien spelen. Ik merk dat het vooral afleidt. Ik wil gewoon lekker luisteren en de omgeving in mij opnemen. Die omgeving die bij Maarschalkerweerd zo belangrijk is. Zeker om op YouTube te bekijken is de speeltafel ideaal.

Voor een concert draait het om de ruimte die nu hinderlijk wordt verstoord door een enorm wit scherm waarop je kale mannen ziet en registranten die op het verkeerde moment een bladzijde willen omslaan. Dat de organist zich hier niet door laat afleiden is prachtig, maar deze kleine ramp was onopgemerkt gebleven zonder scherm.

Ik ben het met spreker Hans Fidom eens dat elke organist op hetzelfde orgel het instrument weer van een andere kant laat horen. De concerten die ik laatste maanden heb bezocht waren allemaal met meerdere organisten. Het geeft daarmee het instrument meerdere dimensies. En je leert er vooral van dat muziek maken een samenspel van instrument en muzikant is.

Na afloop genieten we nog na in de prachtige tuin naast de kerk. Het publiek heeft 1 grote overeenkomst: de bewondering voor deze bijzondere orgelbouwer. Want daarvan zijn we wel overtuigd na het horen van deze presentatie door de 4 organisten op dit bijzondere orgel.

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Maarschalkerweerd in veelvoud

Zo’n heerlijke avond in juni. Het is best een trip om even op vrijdagavond heen en weer te rijden naar Rotterdam. De cd-presentatie van de cd-box met 4 cd’s van 4 toporganisten op maar liefst 12 verschillende orgels van Maarschalkerweerd. Ik kan daar moeilijk van wegblijven. Van deze kant Rotterdam binnengereden, kom ik op een bekende onbekende plek: de Oostzeedijk.

Aan de andere kant van de Hoflaan is mijn vader geboren en opgegroeid aan de Oudedijk. Hier ligt de kerk beduidend lager achter de hoge dijk waar iets verderop de Nieuwe maas ligt. In de verte de binnenstad met de vele hoogbouw. Hier oogt Kralingen echt dorps.

Als het dorp dat meer dan een eeuw geleden werd ingelijfd bij Rotterdam. En waar mijn familierotsen liggen. Mijn opa schijnt zelfs vroeger met kerst naar de Lambertuskerk te zijn gegaan om te kijken naar het ‘kindje wiegen’. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Voor protestantse jongetjes moet het een hele belevenis zijn geweest om naar te kijken.

Lambertuskerk in Rotterdam Kralingen

De Lambertuskerk ligt aan de andere kant van de Hoflaan. Aan de kant van de Oudedijk staat de protestantse kerk, de Hoflaankerk. De Lambertuskerk is van de katholieken. Ik ben er nog nooit geweest. En zodra ik binnenstap, stap ik de profane sfeer binnen. Bakstenen muren, zelfs de pilaren zijn gemetseld van bakstenen, fijne voegen en dunne stenen.

De muren zijn mooi beschilderd, net als het tongewelf. Met grote medaillons waarin verschillende aspecten van de schepping worden uitgelicht zoals de zon, de zee en de sterren. Bij dat alles staan Latijnse spreuken. En de rest van het gewelf is blauw beschilderd.

Het orgel zit hoog weggestopt op een koorzolder. Vanuit de kerk oogt het klein. Het is ook niet zo heel groot, maar ik heb buiten al iets van de brede klank gehoord. Ik ben namelijk net te laat voor de demonstratie van het orgel en de toelichting over Maarschalkerweerd-orgels. Wel ben ik ruim op tijd voor het concert.

4 organisten op 4 cd’s

De 4 organisten van de 4 cd’s presenteren een gedeelte van hun uitvoering op een cd. Het orgel van de Rotterdamse Lambertus komt op de cd’s niet voor. Het is een tactische oplossing hiervoor te kiezen, zo blijkt. Daarmee vermijd je de discussie op welk orgel van de 12 de presentatie is. Het is op geen van allen, maar een ander, ook heel mooi orgel van Maarschalkerweerd.

Want dat is meteen bij het allereerste muziekstuk duidelijk: de orgels van Maarschalkerweerd zijn herkenbaar. Ze bevatten allemaal een brede grondtoon, hoe klein ze ook zijn, klinken vol en rond. Maar ze weten ook een heel mooie, fijngevoelige mystieke sfeer op te roepen. De combinatie van stemmen, waarbij de stemmen je echt raken en altijd iets in je weten te roeren. Zo kenmerkend voor deze instrumenten. Nooit overheersend, maar heel subtiel in beleving. Voor speler en luisteraar.

Wat heb ik met veel plezier gespeeld op de orgels in Tubbergen. Ik speelde zelf op een klein Maarschalkerweerd in Langeveen, zelfs dat orgel, waar veel mankeerde aan de intonatie, wist die sfeer op te roepen.

Lees het vervolg: Vierne en Reger in Rotterdam

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Hyperrealisme

Het museum aan de andere kant van het Rotterdamse Museumpark, wat een heerlijke tegenhanger is van het Museumplein in de hoofdstad, is de Kunsthal. Het staat naast het Natuurhistorisch museum in Rotterdam wat op haar beurt de beroemde ‘Dominomus’ in zijn collectie bevat.

Wij stappen de Kunsthal binnen, vooral op zoek naar de tentoonstelling over het Hyperrealisme. Het vormt een mooi contrast tegenover de tijdelijk tentoonstelling in het Museum Boijmans Van Beuningen met surrealistische schilderijen.

Het Hyperrealisme is een Amerikaanse stroming. Dit zijn schilderijen die heel waarheidsgetrouw lijken. Het lijken wel foto’s, soms bezitten de schilderijen dezelfde gladde laag als het glanslaagje op een kleurenfoto.

De compositie oogt als een alledaags tafereel van de straat. Het zijn namelijk bijna allemaal beelden van de stad en de straat. Een heus pretpark, een huis dat in de sneeuw staat of een druk kruispunt met auto’s wachtende bij het stoplicht en haastige wandelaars op weg naar het werk.

Zeker, er zijn uitzonderingen. Het levensgrote schilderij van een man in achter zijn bureau. Of een reusachtig gebakken ei. Een enorme hamburger op tafel, naast een zoutpotje en fles ketchup. Deze schilderijen zijn weer zo uitvergroot, dat het wel weer onrealistisch wordt. De hamburger en de erop liggende dressing verandert in een abstract schilderij.

De grap vindt plaats als je een foto maakt van deze schilderijen. Dan lijkt het schilderij opeens in een foto te transformeren. Een aparte gewaarwording. Van de beelden als je het schilderij van heel dichtbij bekijkt en ziet dat het geschilderd is en niet een foto is. Op de foto verdwijnen deze details weer.

Misschien is dat wel hyperrealisme. Zo realistisch dat het weer ongewoon wordt en verandert in een saaie foto. Alleen het origineel kan je nog overtuigen dat het echt een schilderij is.

Surrealisme

Op de eerste etage, daar is de grote wisseltentoonstelling over Surrealisme in het Museum Boijmans Van Beuningen. De kunst uit de eerste helft van de 20e eeuw met vertegenwoordigers als Dali, Miro en Magritte.

De smalle pijpenlade in het midden is van zichzelf al surrealistisch. Ik kijk met verwondering naar de massa mensen die zich in dit smalle deel van de ruimtes heeft samengeklonterd. Vanzelfsprekend hangen hier de mooiste schilderijen.

Centraal staan niet alleen de Surrealisten, maar ook de verzamelaars. Wat te denken van mensen als Roland Penrose of het echtpaar Ulla en Heiner Pietzsch. Mensen die groot op wand staan afgebeeld. Ze zijn het mooiste als ze midden tussen hun collectie zitten.

De liefdesrode bank van Dali, verbeeldend de lippen van Mae West. Je zou er zo op willen zitten, liggen en rollen in de zachte lippen. Het is een bank, maar mijn hoofd maakt er een liefdesnestje van. De beminnelijke lippen nog dicht voordat ze de kus zullen geven.

Of het meisje met het springtouw. Van veraf overweldigend door de oranje woestijn waarin ze staat. Als je dichterbij komt, krijgt het schilderij een totaal andere werking. De mensen die in de woestijn lopen, de gebouwen in de verte. Het is een heel ander schilderij geworden waarbij het silouet van het touwtjespringende meisje midden in de woestijn alle aandacht trekt.

In de pijpenla – het is geen pijp – hangen prachtige werken van Ernst, Dali en Margritte. Vooral de surrealistische schilderijen die helder en in felle kleuren zijn, komen het sterkste over. De vrouwen waarvan de haren veranderen in struiken, trekken je het schilderij ‘L’Appel de la Nuit’ van Paul Delvaux in. Hier vloeit het werk mooi over met voorgaande schilders als Toorop naar het surrealisme. Zulke overgangen waarin de natuur terugkomt, herken ik in deze schilderijen.

Niet alles komt even surrealistisch over. Wat van de tram die door de straat rijdt waar schaars geklede dames achter het raam zitten? Ik weet niet wat surrealistisch aan dit schilderij van Paul Delvaux uit 1939 is, maar misschien kijk je er anders aan in een tijd waarin je veel naakt ziet.

Het boekje bij de tentoonstelling meent dat röntgenfoto’s laten zien dat op de plek waar de tram rijdt, een naakte vrouw stond en dat haar sporen nog altijd zichtbaar zijn. Niet te zien.

Dat levert een tentoonstelling van surrealistische schilderijen zeker op: de indruk dat alles wat je ziet in je hoofd gevormd wordt. Het is niet wat het lijkt, het is slechts een afbeelding van de verbeelding. Die bewustwording overkomt je zeker bij deze fraaie tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Labyrint Boijmans Van Beuningen

Museum Boijmans Van Beuningen lijkt misschien het meeste op een labyrint. Een kunst-labyrint. Het museum is opgebouwd als een klassiek klooster. Het is gevormd rond 2 binnenplaatsen, waaromheen de kunst in kloostergangen gegroepeerd is.

Het is een labyrint ontdekken we vrijwel meteen als we vanaf de garderobe de eerste zalen binnenwandelen. Want waar is wat? Een enorme kaart van de wereld als kantklos hangt aan de muur. Het is niet wat het lijkt, niet kant, maar heel dun porselein.

De kunstenares ontdekte dat de vereiste techniek voor kantklossen jaren duurt en vond porselein bakken als alternatief. Net zulke dunne reepjes, maar in een paar uur te leren. Het effect is mooi. Net als de met behulp van digitale techniek kaart van Brugge. Of de lange bruidssleep.

Prachtige kunst en we kijken aandachtig. Maar moeten we naar rechts of naar links. We slaan de andere kant af en zien een huisje staan. Een groot raam gehuld in een soort plastic. Ik heb het weleens eerder gezien. ‘Iets voor je schrijvershuisje papa’, zegt Doris. Inderdaad, het interieur dat uit een ingebouwd bankje en groot bureaublad bestaat, is klein en geborgen.

Een prima hol om in te schrijven. Alleen vraag ik mij af hoe warm het hierbinnen wordt als het hartje zomer is en de zon vol op het dak schijnt. En ik zie hoe mos en schimmels het dak veroveren en ervoor zorgen dat het helemaal past in de omgeving.

Maar hoe zit het hier in elkaar. We lopen langs het restaurant, groot Chinees porselein. Hoge potten, kleine beeldjes en grappige schotels waar bovenop een vrouw in jurk te zien is, en waar ze achterop de jurk optrekt om haar billen te laten zien.

Het publiek is ook op zoek naar het surrealisme. Een man verzucht: ‘Waar is het surrealisme’.  De muur van de lange gang is opgetrokken in dikke lijnen in rode tinten. Het ziet er heel imposant uit. De gang is daarmee zelf een kunstwerk. De binnentuin bevat een beeld en water. Een vreemd ogende stoel staat ergens in een hoek. Is dit kunst?

De toegepaste kunst is leuk. Een bad in de vorm van een boot. Grappig en functioneel tegelijk. De wand met bolle lampen die spiegelen in allerlei kleurtjes, lijkt regelrecht uit StarTrek te komen. Of het bureau en de boekenkast. Misschien kijken we over een paar jaar hier naar meubels uit de Ikea.

De garderobe van Boijmans Van Beuningen

Het museum Boijmans Van Beuningen. Ik ben er nog nooit geweest en als ras-Rotterdammer schaam ik mij er ook best een beetje voor. Het is een museum met een kunstverzameling van internationale allure. De entree heeft al iets weg van een labyrint. Het museum zelf nog veel meer. Je draait in rondjes.

Dat rondjes draaien begint al bij de ontvangsthal. De balies zijn halfrond en achter de balies is een imposante garderobe. Hoog boven je hangen de jassen aan een ronde stellage, waarmee je als bezoeker zelf je jas omhoog kunt trekken.

Er hangen nog maar een paar knaapjes, maar aan 1 setje kun je precies 3 jassen ophangen. Zo krijgen onze jassen een mooi plekje. Hoog en droog in de hoge hanggarderobe.

Hoe zou het hier zijn als de jassen allemaal nat van de regen zijn en druipen. De jassen die hier hangen als de enorme stalactieten in een druipsteengrot, zouden dan als ware druipgesteentes hun vocht naar beneden laten glijden. Alleen is de grond beneden te vlak en kunnen mensen moeilijk als stalagmieten fungeren.

Best de moeite waard om naar te kijken. De bijzondere constructie van jassen, in een ronde cirkel. In het midden de kluisjes waarin je je tas kunt bergen. Het krijgt iets van kunst. Zeker als je in een museum bent. Alleen gedraagt het publiek zich totaal anders. Ze schiet onder de jassen door. Op weg naar de tentoonstellingen.

Per spoor naar Rotterdam

Toen wij naar Rotterdam vertrokken… De vorige keer dat we naar Rotterdam wilden, reden de treinen niet verder dan Den Haag. We zijn maar naar het Mauritshuis en de Gevangenpoort geweest. Een andere keer dat we naar de tentoonstelling van Brueghel wilden gaan, was er wat anders. Maar we gaan het gewoon weer proberen.

De reis verloopt vlekkeloos. Al is de nieuwe dienstregeling best wennen. In 1 keer doorrijden zit er niet meer in. NS ziet mensen liever overstappen. Het verslechtert je reiscomfort. Maar goed. Niks aan te doen. Het zitten in een trein is al een genot op zich.

Dat je lekker zit, tegenover elkaar, gezellig kletst en naar buiten kijkt over de geluidschermen heen het landschap aan je voorbij trekt en een conducteur hard in je oor tettert vanuit de geluidsbox die vlak boven je hoofd zit.

Dat is ook reizen per trein.

Stormvloedkering – rondje Deltawerken (5)

img_20161125_143909We rijden naar het hoogtepunt van deze autorit langs en over de Deltawerken: de stormvloedkering in de Oosterschelde. Het duurt best lang voordat we er aankomen. De duinen waarachter wij rijden geven zich niet zo snel prijs. Als we dan de bocht nemen, zien we de pilasters al staan. De lange witte palen waaraan de grote schermen hangen.

Het is de trots van Nederland en laat zien hoe eeuwen van strijd met het water, kan samenkomen in dit machtige bouwwerk. Het biedt veiligheid en tegelijkertijd geeft het ruimte om de bedrijvigheid in de Oosterschelde door te kunnen zetten. Het compromis dat tot iets buitengewoons geleid heeft.

img_20161125_144720.jpgOp het eiland Neeltje Jans pauzeren we even. We nemen een smal dijkje en kijken in de richting van de middelste stormvloedkering. Het is eb want het water trekt zich terug. Als je goed luistert, hoor de zee. De ijzig koude wind maakt het beeld compleet. Wat is dit mooi. Dit is Nederland zonder opsmuk.

Als we weer instappen, pakken we het laatste stukje van de Deltawerken. De Brouwersdam over de Grevelingen en dan door over Goeree Overflakkee. De smalle dam over het Haringvliet is de laatste bescherming tegen de onstuimige zee waarover we rijden. Dan komen we in de drukte van de Europoort.

img_20161125_144836.jpgHet ruikt hier onwelriekend naar onbewerkte olie. De enorme silo’s waarin de brandstof wordt bewaard geven het gebied iets unheimisch. De petrogene industrie heeft het hier gewonnen van de natuur. De schoonheid van Rozenburg waar bijvoorbeeld Maarten ’t Hart over schrijft in zijn romans.

Het is er allemaal niet meer en heeft plaats moeten maken voor de stinkende industrie. Ik kan alleen maar hopen dat de natuur zal winnen van deze stinkzooi. Dat wij hier rijden op dezelfde olie, vergeet ik maar even. We hebben een schitterende autotocht en moeten ook dit stukje van Nederland niet vergeten.

img_20161125_145237.jpgDan sluiten we aan in de vrijdagmiddagfile rond de havenstad. De tunnels en het nieuwe stukje snelweg van de A4 naar Delft. Ook hier wint de economie het van de natuur. De lange tunnel ten spijt die naar ik mij heb laten vertellen voornamelijk door Spaanse arbeidskrachten is neergezet.

De honden hebben de strijd opgegeven en liggen op mijn schoot te slapen. Zelfs Teuntje ligt half op haar rug. Zou het dan toch gelukt zijn om ze te laten wennen aan een lange rit in de auto?

Ik durf het alleen te hopen…

img_20161125_145028.jpg

Olivier Messiaen in de Laurens

image

Het orgel van de Laurenskerk in Rotterdam kenmerkt zich natuurlijk door de veelzijdigheid. De uitvoering van Olivier Messiaens orgelcyclus La Nativité du Seigneur past perfect bij het veelzijdige karakter van dit Marcussen-orgel uit 1973.

Johan Th. Lemckert, de voorganger van de huidige organist, heeft de ruime mogelijkheden van dit orgel al in zijn vele uitvoeringen bewezen. Ook een organist als Marie-Claire Alain speelde er alles op van Nicolaus Bruhns tot aan het werk van Olivier Messiaen en haar broer Jehan Alain.

Het werk van Jehan Alain heeft Hayo Boerema al eerder opgenomen op dit orgel. Nu is dus een integrale opname van het hele werk van Alains collega en tijdgenoot Olivier Messiaen aan de beurt. Een grote ondernemer want het werk van Messiaen is veel minder toegankelijk dan de orgelwerken van de in de oorlog gesneuvelde Jehan Alain.

De eerste cd met de kerstcyclus La Nativité du Seigneur is een prachtige binnenkomer. Het orgelwerk uit 1935 geeft een mooie inkijk in het oeuvre van deze moderne Franse componist. Het orgelwerk van Olivier Messiaen wordt door veel organisten erg gewaardeerd. Ze plaatsen het in de rij wat Bach voor de Barok is en Franck voor de Romantiek. Messiaen is dé componist voor de moderne tijd.

Of ik het helemaal eens ben met die mening, weet ik niet. Ik vind daarvoor een werk als Livre d’Orgue veel te ondoorgrondelijk. Alleen het deel “Chant d’oiseaux” is in deze cyclus een heel bijzonder deel door de vogelgeluiden die hier prachtig aan bod komen. Het latere oeuvre van Messiaen zoals het Livre du Saint Sacrament uit 1984 is beter te behappen, maar vraagt alsnog erg veel van de luisteraar.

De overdondering zoals bijvoorbeeld de werken van Jan Welmers op mij hebben, blijven uit. Het orgelwerk van Messiaen vraagt veel luisteren en diep bestuderen. Ergens druist dat tegen mijn gevoel in dat muziek je gelijk moet aangrijpen en niet een hele diepe studie van je vraagt.

Overigens hoor ik de laatste 10 jaar veel minder organisten lovend over het werk van Olivier Messiaen. Ook wordt zijn muziek betreurend weinig uitgevoerd. Alleen daarom verdient het initiatief van Hayo Boerema buitengewoon veel lof. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar de andere uitvoeringen, waarbij ik misschien nog wel het meest nieuwsgierig ben naar de uitvoering van het Livre d’Orgue.

La Nativité in de Laurens

image

Het behoort tot Olivier Messiaens meest toegankelijke orgelwerken, de orgelcyclus La Nativité du Seigneur. Het werk schreef de Franse componist in 1935. Drie van zijn vrienden voerden het in februari 1936 integraal uit in de kerk waar Messiaen organist was: de Sainte Trinité in Parijs.

Het muziekstuk is vooral de getuigenis van een geloofsbelevenis. De componist omvat in de cyclus het hele geloof rond de persoon van Jezus. Dat reikt verder dan de geboorte. La Nativité du Seigneur is daarmee helemaal geen kerststuk, maar omvat het hele geloof.

Tegelijk geven de muzikaal verbeelde fragmenten uit het kerstverhaal – de herder, de engelen en de wijzen – het tegenargument dat het wel om een muziekstuk voor rond kerst gaat.

Wat het ook is, de uitvoering van Hayo Boerema kenmerkt zich door helderheid en zorgvuldigheid. Hij voert de 9 delen prachtig uit. Hij benut hierbij alle facetten die het orgel in de Rotterdamse Laurenskerk in zich heeft. Hij weet door zijn zorgvuldige registratie zelfs de profane en serene sfeer op te roepen zoals die alleen in Franse kerken geldt.

Het bovenwerk is hierbij de onmisbare factor, maar Boerema weet soms te verrassen. De vele tongwerken en vulstemmen die het orgel bezit, geven hem hiervoor de ongekende mogelijkheden. Daarbij voert hij de doordachte werken uit op de manier waarop hij improviseert. De bekende melodiën, tempi en registraties krijgen hiermee de verrassing alsof je het voor het eerst hoort.

Wel roept de uitvoering van Hayo Boerema bij mij de vraag op waarom alle uitvoeringen van La Nativité du Seigneur zo strikt in de voorschriften blijven hangen? Ik mis de creativiteit in tempi en registraties. Waarom altijd die cornet in “Le Verbe”, de terts in het pedaal bij “Les Mages” en het grommende tongwerk aan het begin van “Jésus accepte la souffrance”? Is hier geen variatie mogelijk? Dat geldt zeker ook voor het veelvuldige gebruik van de Voix Celiste. Is hier geen variatie mogelijk om hetzelfde effect op een andere manier op te roepen?

Het doet geen afbreuk aan de uitvoering van Hayo Boerema. Het is alleen een oproep voor een herziening van het werk van Olivier Messiaen. Anders blijft het teveel stranden in het oproepen van de nostalgie van de uitvoeringen zoals Messiaen en zijn school dat deed. Muziek die tijdloos is, kan overal en op elke manier worden uitgevoerd.

Het hoogtepunt van de cd is de ruim 17 minuten durende improvisatie waarmee Hayo Boerema afsluit. Het thema is het Gregoriaanse gezang Puer natus est. Hierin verwijst hij op een speelse manier naar zijn grote voorbeeld: Olivier Messiaen. Toch weet hij een geheel eigen sfeer op te roepen. Daarmee is de improvisatie een loflied op de grote meester.

De cd is te bestellen op de website van de organist zelf voor € 16,00 (exclusief verzendkosten).