Categorie archief: water

Helofytenfilter – Tiny House Farm

Na het tekenen van de Anterieure Overeenkomst, krijgen we een uitvoerige presentatie over het helofytenfilter dat op ons terrein wordt aangelegd. We zijn hier zelf verantwoordelijk voor. Als onderdeel van de Tiny House Farm verzorgt Wonen in Oosterwold de aanleg van dit filter.

In Almere Oosterwold dragen de bewoners namelijk zelf verantwoordelijkheid voor de aanleg van het wegennet en riolering. Alleen elektriciteit, water en glasvezel worden door de gemeente verzorgd. Al moeten de bewoners dit laatste zelf ook regelen.

De presentatie van Wetlantec biedt een mooi inkijkje in de plannen voor ons gebied. Het is voor Oosterwoldse begrippen best een grote groep met 31 huishoudens én het gemeenschappelijke gebouw aangesloten te zijn op 1 helofytenfilter.

Het bestaat uit de volgende delen: bij het huis zelf komt er een put waarin de eerste afbraak van het afvalwater is. Een centrale pomp pompt het water in het helofytenveld. Voor ons worden wilgentenen gepland die het water zuiveren. De beplanting met hulp van wilgen of riet zorgt ervoor dat er zuurstof bij het water kan, dat door de verschillende lagen in het schelpenbed zakt.

Onderin het schelpenbed stroomt het water uiteindelijk terug in het oppervlaktewater. Volgens het bedrijf Wetlantec is het water erg schoon dat teruggegeven wordt aan de natuur. De kwaliteit ligt ver onder de maxima die het waterschap stelt. Als het waterschap goedkeuring geeft, betekent dit voor ons dat we geen waterschapsbelasting hoeven te betalen.

Het grote voordeel dat we met meerdere bewoners hetzelfde filter delen, is dat we veel kunnen opvangen met elkaar. Mocht er iemand tussen zitten die wat minder schoon is, dan vangt de rest het op. Zo blijven we nog beter binnen de norm zitten. Al hoop ik dat we allemaal heel schoon zijn.

De wilgentenen geven het schelpenbed waarin het water gezuiverd wordt, een extra dimensie. Het geeft een nog groenere uitstraling. Volgens Wonen in Oosterwold past deze vorm beter bij ons. Ook is het voordeel dat we de wilgen elk jaar (of om de 2 jaar) kunnen oogsten en verwerken in allerlei soorten producten.

Een mooie presentatie die mij heel enthousiast heeft gemaakt voor de schone manier van zuiveren van ons afvalwater. Ik ben ontzettend benieuwd hoe dit in de praktijk uitpakt.

Koude douche

In een brief aan zijn moeder schrijft de Russische schrijver Konstantin Paustovski over zijn fysieke gesteldheid. Hij stelt dat hij heel fit is er beter uitziet dan menig leeftijdgenoot. Hij heeft dit aan het volgende te danken:

Misschien is dit te danken aan het feit dat ik al een tjid geleden ben begonnen mijzelf te harden: elke dag pleng ik koud water over mij heen, ik kleed me warm maar luchtig en toen wij nog in Soechoem en Batoem woonden, heb ik het hele jaar door in zee gezwommen. Daar ben ik sterker van geworden en mijn gebruikelijke griepjes en verkoudheden behoren nu geheel tot het verleden. (203)

Het idee van de koude douche is niet nieuw. Het hard je en zorgt ervoor dat je beter bestand bent tegen virussen en andere kwaaltjes. Iets wat de dichter Konstantin Paustovski al constateert. Het helpt zeker om minder snel ziek te worden. Een koude douche doet daarbij wonderen. En wat Paustovski schrijft: het helpt goed aan de weerstand.

Zo trof ik laatst op Twitter een enthousiasteling aan voor wie de zee niet meer te koud is, na het lezen van een hedendaags adviesboek om de koude te omarmen. Wim Hof, alias de Iceman, geeft tips hoe je de kou kunt overwinnen.

We leven te warm wat alleen maar kwaaltjes teweeg brengt. Het helpt echt om af en toe een koude douche te nemen. Leuk om te zien dat Konstantin Paustovski deze bewering al vele jaren geleden deed.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

Het schip als personage

image

Wie is eigenlijk de hoofdpersoon in Een vrouw van staal? De schrijver Corine Nijenhuis weet het schip bijna tot een personage te verheffen. Wat de titel natuurlijk ook zegt. Het schip bestaat echter niet alleen. De schipper die op het schip vaart, is net zo belangrijk. Zo ontstaat er een intense band tussen mens en vaartuig.

Zoals mannen tegen hun auto praten, zo heeft de schipper een band met zijn schip. En niet alleen de schipper, ook de schippersvrouw naar wie het schip dikwijls vernoemd is, heeft een diepe relatie met het schip. Het schip houdt hen drijvend. Het schip is hun bron van inkomsten.

De zoektocht van Corine Nijenhuis is ook naar de oorsprong van het schip dat ze gekocht heeft. In de proloog beschrijft ze dat de eigenaar moeilijk afscheid van zijn schip kan nemen. Het schip heeft een ziel gekregen door de eeuw die het op de Nederlandse wateren vaart. Daarbij is er verschrikkelijk veel op de klipper gebeurd. Er zijn mensen op het schip overleden en er is een kind overboord geslagen en verdronken. Heftige gebeurtenissen die zo’n schip extra lading geven.

Daarom wil de schipper er niet zomaar afstand van doen. En hij wil het aan echte liefhebbers overdragen. Geen koopjesjagers, maar mensen die de klipper naar waarde weten in te schatten. Als je het boek over de Henriëtte leest, krijg je liefde voor dit bijzondere schip en de mensen die erop gevaren hebben. Niet alleen een ontzettend mooie kop heeft het schip, maar ook een overweldigende geschiedenis. De geschiedenis van meer dan een eeuw binnenvaart.

Dat leert de schrijver en eigenaar van deze klipper. Ze schrijft met liefde over het schip. Met zoveel liefde dat je als lezer niets anders wenst dan dat die 2 aan het eind van het verhaal bij elkaar komen. Als een roman, waarbij je zelfs begrip kunt opbrengen voor de enigszins wantrouwige houding die schipper Leen de Jong heeft. Zeker als de taxateur het schip kritisch doorneemt en daarmee de indruk wekt dat de kopers op zoek zijn naar een koopje.

Ze is zeker niet op zoek naar een koopje, ze gaat op zoek naar de historie van dit bijzondere schip en schrijft er een boek over. Een grotere liefde is bijna niet mogelijk.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

Turen in de tegenwind – Omzwervingen (2)

image

We fietsen verder naar de 2e uitkijkplek. Hier turen we door de verrekijkers en krijg ik een hele groep lepelaars in het vizier. Ik wijs naar de witte watervogels en als Doris ze te pakken heeft, telt ze de buit: het zijn er 6.

image

De koeien zijn er niet. Ze zijn in de kroeg, stelt Doris. Ik geniet van de bloesem, het koolzaad in bloei en ook de kiemende blaadjes uit de vele bomen. Het voorjaar begint echt door te dringen, al steekt de temperatuur daar iets achter. Het geeft niks, de kou is goed te doen. Net als de regenbuien die af en toe passeren. We blijven best droog, vinden we.

image

We zien weer de beversporen, omgeknaagde boomstammen en platgeslagen riet. Het is misschien brute vernielzucht, maar als zo’n schattig beestje dat doet… De veertjes op de houtschilfers maken het beeld alleen maar schattiger.

image

In de hut bij de plas, is het rustig. Alle luikjes zijn dicht. De wind is venijnig op deze plek. Als je naar buiten kijkt, traant je oog vrijwel meteen. We turen met vochtige ogen in de tegenwind. Het is veel te koud voor de ijsvogel. Of de wind houdt hem weg. Het water is te onstuimig om vis te kunnen vangen.

image

Verderop op het kleine eilandje in de plas, staan de aalscholvers. Ze spreiden de vleugels. Het ziet er iedere keer weer zo imposant uit. We turen door de verrekijker en zoeken naar de kolonie verderop in de bomen. De bomen lijken leeg, waarschijnlijk zijn de jongen al zelfstandig naar het eilandje gevlogen.

image

Zo rijden we even later weer weg en fietsen langs het gemaal, het wilgenbos en de sluis weer naar huis. Een grote hond stormt op mij af als ik langsrijd. De bazen roepen. Ik trek mijn been op in een reflex, maar ben gelukkig sneller dan de hond.

image

Als we dan langs de vaart rijden geniet ik van de stilte. We komen bijna niemand tegen. Iedereen vindt het blijkbaar te koud om naar buiten te gaan, terwijl de zon al zo veelbelovend is. Ik heb er alle vertrouwen in. Straks wordt het warmer en gaat het verder. Want alles bloeit weer op, de natuur viert de lente al helemaal!

image

De dood van een schipper

image

Een van de meest aangrijpende passages in Een vrouw van staal is het moment dat de schipper Adrianus afscheid neemt van zijn schip de Alfons Marie 1. Het echtpaar Adrianus en Petronella Vermeulen vaart op hun schip. Ze varen op de wind, maar het schip maakt plotseling een zwaai.

De schipper Adrianus is in elkaar gezakt en zwenkt mee op het stuurrad waaraan hij vastzit met zijn schipperstrui. Vlak na de dood van de schipper, trekt een zeemist – ´zeevlam´ – over de Zeeuwse wateren. Zijn zoon Jan legt zijn vader in het lege ruim en vaart door de dichte mist naar de thuishaven van de schipper:

De meeste schippers werden direct na hun dood naar het dichstbijzijnde kerkhof gebracht; terugvaren naar de thuishaven met een ruim vol goederen voor een andere bestemming was onbestaanbaar. Maar het ruim van de Alfons Marie 1 was leeg en de thuishaven niet ver. Petronella was ervan overtuigd dat het een gebaar van God was. Een teken dat ze haar echtgenoot terug naar Roosendaal moesten brengen om hem daar, naast zijn dode kinderen, te ruste te leggen. (87)

Jan moet het schip door de dichte mist zien te brengen naar de thuishaven. De verteller beschrijft op aangrijpende wijze deze vaart met de dode schipper aan boord. Het is een lange vaart, maar ze worden gastvrij onthaald in Roosendaal.

Bij de sluizen wordt het schip naar binnen getrokken door de sluiswachters en de klipper wordt door een paard de haven van Roosendaal ingetrokken. De overleden schipper wordt geëerd en het schip komt toe aan zijn zoon Jan.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

Woeste Zuiderzee

image

Naast de vaart over de Zeeuwse wateren voert de klipper Alfons Marie 1 ook door andere zeeën. Zo varen de eerste schippers langs de westkust van Nederland en over de Zuiderzee. Na de watersnoodramp in 1916 wordt de Zuiderzeewet in de kamer aangenomen. Dat betekent de afsluiting van de binnenzee.

Hoe onstuimig het op de Zuiderzee kon zijn, bewijst het verhaal in hoofdstuk 7 getiteld ´De vliegende zee´. Hier weet de schrijfster Corine Nijenhuis de roerige binnenzee treffend te omschrijven. Het verhaal maakt grote indruk, zeker ook omdat de verteller heel treffend de angsten van de schippersvrouw Huiberdina verwoordt.

Het is in de winter van 1923, schipper Jan Vermeulen vaart uit Amsterdam naar de Zuiderzee om een lading over te brengen naar Friesland. Hij bespreekt met zijn schippersknecht Marinus welke route ze zullen bevaren voor de oversteek. De semafoor in Enkhuizen geeft aan dat er een depressie op komst is, maar er is geen alarmering.

Tegen de waarschuwing van zijn vrouw Huiberdina, wagen ze de oversteek, maar komen in noodweer terecht. Hij weet nog op tijd het anker te laten zakken, maar het weer is zo onstuimig dat het anker losslaat. Nu zijn de rapen gaar. Het schip tolt stuurloos op de hoge golven van de Zuiderzee:

De storm het licht verzwolgen. De hemel was een deinende massa van vaalzwart en purper. Het leek al avond, hoewel de middag nog niet half gevorderd was. De wolken braakten water. Het vermengde met de stuivende zee tot een zoute nevel die de wereld nog dieper verduisterde. De klipper tolde op de golven. Nu wind en stroming vrij spel hadden, werd het schip heen en weer gesmeten alsof het wrakhout was. De gangboorden waren onzichtbaar, water kolkte over de luikenkap, het achterdek was spekglad. Toen Jan het stuurrad bereikt had, greep hij de lijn die bij de bolder lag, hij knoopte het om zijn middel en bond het andere eind aan de stuurkolom. Wijdbeens probeerde hij zijn evenwicht te hervinden, vechtend om het wiel onder controle te krijgen. (151/152)

Met hulp van zijn knecht weet hij het schip weer tot bedaren te krijgen. Het kleine lapje stormfok vooraan de klipper krijgt weer vat op het schip. Zo manoeuvreert Jan zijn zwaarbeladen schip door de storm over de Zuiderzee naar Friesland. Zijn vrouw Huibertina verschijnt aan dek, wit van angst en apathisch. Ze dreigt in zee te springen. Jan weet haar te redden en brengt haar in het leefgedeelte van de klipper, de roef.

Daar besluit Jan om het schip te verkopen aan zijn knecht. Martinus is dolgelukkig met de klipper en vaart voornamelijk over de Zeeuwse delta. Vooral in de peeëntijd weet hij de klipper uiterst handig te besturen en tussen de getijden door in te laden met suikerbieten. Zo begint het schip weer een nieuw leven met een nieuwe eigenaar en een nieuwe naam: Annigje.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

Scheepsbenamingen

image

De biografie van een schip noemt Corine Nijenhuis haar boek Een vrouw van staal. Het is een interessant verhaal over de Nederlandse binnenvaart die aan het begin van de 20e eeuw over een heel gevarieerde delta voer.

Zijn nu de kanalen en de grote rivieren de belangrijkste verkeersaders, in de tijd waarin de Alfons Maria wordt gebouwd zijn de Zeeuwse wateren en de Zuiderzee ook het terrein van de binnenvaart.

In Een vrouw van staal komt bovendien een flinke hoeveelheid nautische informatie voorbij. De benamingen van de verschillende delen van het schip bijvoorbeeld: roef, kluiver, kluiverboom, fok, vleugel, gaffel, den en romp.

Het helpt dan wel mee dat voorin het boek 2 zijaanzichten van de klipper zijn te zien, verspreid over de 2 periodes van de klipper: als zeilschip en na de ombouw tot binnenvaartschip. Gedurende het boek raak je meer en meer vertrouwd met de verschillende scheepskundige begrippen.

Dan verbaas je je niet meer over passages als deze:

Vorige zomer, in 1946, toen er net genoeg staal was geweest om de kapotgevaren kop te vervangen, was op de werf niet alleen het loopdek boven boven het ruim verwijderd, maar ook dat van stuurhut en roef. (268)

Daarmee geeft Corine Nijenhuis een mooie inkijk in een eeuw Nederlandse geschiedenis vanaf het water. Ze leert je meteen ook enkele begrippen> Het maakt de scheepvaart minder geheimzinnig dan ze lijkt.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

Een vrouw van staal

image

Een heuse biografie over een binnenvaartschip is het boek Een vrouw van staal. Het verhaal van een klipper uit 1901 die gedurende haar vaart van meer dan een eeuw de hele binnenvaart heeft zien veranderen. Aan de hand van het schip Henriëtte speurt Corine Nijenhuis naar de geschiedenis van deze klipper.

Ze ontdekt dat het schip uit 1901 anders heette bij haar doop. Het schip droeg toen de naam Alfons Marie 1. De eerste eigenaar en opdrachtgever van de bouw was Adrianus Vermeulen.

Het schip was voor de Zeeuwse wateren ontworpen. Niet zo verwonderlijk met de thuishaven Roosendaal. Wat wel verwonderlijk is, is de leeftijd van de schipper. Op een leeftijd waarbij de meeste schippers met pensioen gaan, kiest hij het ruime sop met zijn nieuwe klipper.

De biografe geeft een beeld van de bijzondere ladingen en routes die het schip door het Nederland aan het begin van de 20e eeuw aflegt over de Nederlandse wateren. Bovendien schaft de oude Adrianus nog een klipper aan voor zijn kinderen, de Alfons Marie 2.

Na zijn dood voert zoon Johannes met zijn vrouw Huiberdina op het schip. Een veel minder ondernemend persoon dan zijn vader. Hij is bovendien gezegend met een bijzonder eigenwijs karakter. En verkiest soms de eer boven het geld.

Het levert een indrukwekkend verhaal op over honger en kwelling op. Als ze in de haven bij Zwartsluis liggen en niet meer de Zuiderzee op kunnen vanwege de teruggelopen handel. Noodgedwongen moeten ze met honger de kerstdagen doorbrengen op Protestantse wateren. De handelaren in Zwartsluis gunnen de katholiek schipper niet een vracht.

Als ze eindelijk weten te ontsnappen uit de haven, zonder vracht, zien ze in het Volkerak een bekend schip tegemoet komen:

Ver voor hen doemde de boeg van een klipper op. Het schip was vol getuigd, de zeilen strak in de wind. Hoog stak de mast de grijze lucht in, de vanen wapperden. Huiberdina had haar herkend nog voor ze de naam lezen kon; het was de Alfons Marie 2 die in vol ornaat op hen afzeilde. (136)

Na alle ellende in het protestantse Zwartsluis, is de thuiskomst een buitengewone bevrijding uit de benarde positie waarin ze verkeerden. Even verderop in het verhaal komt de knecht Marinus Beije op even wonderlijke wijze aan boord van de klipper. Hij stond langs de waterkant te zwaaien en mag aan boord van de Alfons Marie 1.

Dat is de concessie die de schrijfster Corine Nijenhuis doet aan het verhaal van de klipper. Het is een geromantiseerd verhaal waarbij ze sommige momenten aangrijpt uit de werkelijke historie van het schip. Het levert anders een te saai verhaal op vol opsommingen.

Nu vertelt ze in Een vrouw van staal een prachtig ontroerend verhaal van een bijzonder aspect uit de Nederlandse nautische geschiedenis. Dat is alleen maar te vertellen in een literair verhaal. Een verhaal die gelijk doet denken aan de romans over de scheepvaart zoals Arthur van Schendel die schreef met Het fregatschip Johanna Maria.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

Stadsstrandje

image

De warme middagzon braadt worstjes aan de waterkant. Het is een drukte van belang aan die kant van het strandje. Het gedeelte waar de barbecue niet is, is veel rustiger. Er staat een zacht windje. De lange zomerjurken houden zo genoeg warmte vast om de huid niet in kippenvel te veranderen.

Op het strandhuisje ‘floot’ een paar jaar terug nog een gitarist met tekst de voorbijgangers na. Er stond bij dat hij zeker een liedje zou zingen als hij niet een muurschildering was. Nu is het hokje witgekalkt en al het leven eruit gehaald.

Een meisje loopt met een badhanddoek rond haar middel het hokje binnen. De deur laat ze openstaan op een kier. ‘Marc Rutte is een homo’ staat op de deur geschreven met dikke zwarte viltstiftletters. Als dat is wat overblijft na een schoonmaakbeurt, dan zou ik toch liever de oude kunst kiezen.

Op het bruggetje stop ik en kijk ik het water in. Soms staan er jongeren op het bruggetje en springen van daaraf het water in. Een mooie duikplank en het water lijkt er diep genoeg voor. Levensgevaarlijk, vindt rijkswaterstaat. Een paar weken geleden spraken ze er avontuurlijke kinderen op aan op het jeugdjournaal.

Drie meisjes in bikini lopen naar het bruggetje toe. Ze zijn druk in gesprek. Hun lichamen sidderen zachtjes mee bij elke stap die ze zetten. Ze lijken zich er niet van bewust te zijn. Als ze midden op het bruggetje staan, kijken ze naar beneden. ‘Hier durf ik echt niet af’, zegt er eentje. Ze staat met een roodverbrande rug naar mij toe. De andere gebaart naar de andere kant. ‘Nee, daar ook niet.’

Ze lopen het bruggetje over en gaan het talud af in de richting van het water. Voorzichtig gaat een meisje op het waterkant staan. Ze houdt zich vast aan een vriendin en laat haar voet langzaam zakken. ‘Iiiee, het is echt koud.’

Haar vriendin bukt zich al en gaat zitten op de houten rand die het water van het land scheidt. Ze laat haar voeten in het water vallen en volgt daarna zelf met een plons. ‘Het valt best mee hoor’, zegt ze en ze zwemt weg van haar vriendinnen aan de waterkant in de richting van het strandje waar ze vandaan kwamen.

Slot Loevestein

20141016_141056Slot Loevestein ligt op een onmogelijke plaats. Je kunt er maar moeilijk komen. Over een smal weggetje voert de weg vanaf de grote weg van Zaltbommel naar Nieuwendijk. Het weggetje loopt langs de uiterwaarden en kronkelt af en toe over een dijk heen. Het begint met de hoogste dijk. Na die afdaling kronkel je langs de weilanden.

Een tractor trekt viezigheid uit de sloot. Vlak na een bocht komen we een tegenligger tegen. Van een slot is niks te bespeuren. Het uitzicht wordt belemmerd door dijken, wilgen en hoge rietkragen. In het natuurgebied wordt druk gewerkt.

20141016_165327Dan ineens doemt het kasteel op. Vanuit de verte, achter de wilgenbomen en de hoge vestingwallen. De puntjes van de torens koekeloeren over het groene gras. Het dak is duidelijk zichtbaar. Daar ligt het Slot Loevestein. Op het puntje van een smal strookje droog land staat het kasteel.

Al snel wordt duidelijk dat dit niet het meest onmogelijke plekje is, maar vooral het meest strategisch. De schepen voeren voorbij over de Waal. Aan de andere kant van het slot loopt de Maas. Hier bij de splitsing van de Merwede in Waal en Afgedamde Maas ligt het slot uiterst strategisch.

20141016_142033Van alle kanten kan het slot aanvallen weerstaan. Het vormt dan ook onderdeel van de Hollandse Waterlinie. Overigens voert de weg van Almere naar Loevestein via de A27 voor een groot deel langs deze waterlinie.