Categorie archief: water

Turen in de tegenwind – Omzwervingen (2)

image

We fietsen verder naar de 2e uitkijkplek. Hier turen we door de verrekijkers en krijg ik een hele groep lepelaars in het vizier. Ik wijs naar de witte watervogels en als Doris ze te pakken heeft, telt ze de buit: het zijn er 6.

image

De koeien zijn er niet. Ze zijn in de kroeg, stelt Doris. Ik geniet van de bloesem, het koolzaad in bloei en ook de kiemende blaadjes uit de vele bomen. Het voorjaar begint echt door te dringen, al steekt de temperatuur daar iets achter. Het geeft niks, de kou is goed te doen. Net als de regenbuien die af en toe passeren. We blijven best droog, vinden we.

image

We zien weer de beversporen, omgeknaagde boomstammen en platgeslagen riet. Het is misschien brute vernielzucht, maar als zo’n schattig beestje dat doet… De veertjes op de houtschilfers maken het beeld alleen maar schattiger.

image

In de hut bij de plas, is het rustig. Alle luikjes zijn dicht. De wind is venijnig op deze plek. Als je naar buiten kijkt, traant je oog vrijwel meteen. We turen met vochtige ogen in de tegenwind. Het is veel te koud voor de ijsvogel. Of de wind houdt hem weg. Het water is te onstuimig om vis te kunnen vangen.

image

Verderop op het kleine eilandje in de plas, staan de aalscholvers. Ze spreiden de vleugels. Het ziet er iedere keer weer zo imposant uit. We turen door de verrekijker en zoeken naar de kolonie verderop in de bomen. De bomen lijken leeg, waarschijnlijk zijn de jongen al zelfstandig naar het eilandje gevlogen.

image

Zo rijden we even later weer weg en fietsen langs het gemaal, het wilgenbos en de sluis weer naar huis. Een grote hond stormt op mij af als ik langsrijd. De bazen roepen. Ik trek mijn been op in een reflex, maar ben gelukkig sneller dan de hond.

image

Als we dan langs de vaart rijden geniet ik van de stilte. We komen bijna niemand tegen. Iedereen vindt het blijkbaar te koud om naar buiten te gaan, terwijl de zon al zo veelbelovend is. Ik heb er alle vertrouwen in. Straks wordt het warmer en gaat het verder. Want alles bloeit weer op, de natuur viert de lente al helemaal!

image

De dood van een schipper

image

Een van de meest aangrijpende passages in Een vrouw van staal is het moment dat de schipper Adrianus afscheid neemt van zijn schip de Alfons Marie 1. Het echtpaar Adrianus en Petronella Vermeulen vaart op hun schip. Ze varen op de wind, maar het schip maakt plotseling een zwaai.

De schipper Adrianus is in elkaar gezakt en zwenkt mee op het stuurrad waaraan hij vastzit met zijn schipperstrui. Vlak na de dood van de schipper, trekt een zeemist – ´zeevlam´ – over de Zeeuwse wateren. Zijn zoon Jan legt zijn vader in het lege ruim en vaart door de dichte mist naar de thuishaven van de schipper:

De meeste schippers werden direct na hun dood naar het dichstbijzijnde kerkhof gebracht; terugvaren naar de thuishaven met een ruim vol goederen voor een andere bestemming was onbestaanbaar. Maar het ruim van de Alfons Marie 1 was leeg en de thuishaven niet ver. Petronella was ervan overtuigd dat het een gebaar van God was. Een teken dat ze haar echtgenoot terug naar Roosendaal moesten brengen om hem daar, naast zijn dode kinderen, te ruste te leggen. (87)

Jan moet het schip door de dichte mist zien te brengen naar de thuishaven. De verteller beschrijft op aangrijpende wijze deze vaart met de dode schipper aan boord. Het is een lange vaart, maar ze worden gastvrij onthaald in Roosendaal.

Bij de sluizen wordt het schip naar binnen getrokken door de sluiswachters en de klipper wordt door een paard de haven van Roosendaal ingetrokken. De overleden schipper wordt geëerd en het schip komt toe aan zijn zoon Jan.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

Woeste Zuiderzee

image

Naast de vaart over de Zeeuwse wateren voert de klipper Alfons Marie 1 ook door andere zeeën. Zo varen de eerste schippers langs de westkust van Nederland en over de Zuiderzee. Na de watersnoodramp in 1916 wordt de Zuiderzeewet in de kamer aangenomen. Dat betekent de afsluiting van de binnenzee.

Hoe onstuimig het op de Zuiderzee kon zijn, bewijst het verhaal in hoofdstuk 7 getiteld ´De vliegende zee´. Hier weet de schrijfster Corine Nijenhuis de roerige binnenzee treffend te omschrijven. Het verhaal maakt grote indruk, zeker ook omdat de verteller heel treffend de angsten van de schippersvrouw Huiberdina verwoordt.

Het is in de winter van 1923, schipper Jan Vermeulen vaart uit Amsterdam naar de Zuiderzee om een lading over te brengen naar Friesland. Hij bespreekt met zijn schippersknecht Marinus welke route ze zullen bevaren voor de oversteek. De semafoor in Enkhuizen geeft aan dat er een depressie op komst is, maar er is geen alarmering.

Tegen de waarschuwing van zijn vrouw Huiberdina, wagen ze de oversteek, maar komen in noodweer terecht. Hij weet nog op tijd het anker te laten zakken, maar het weer is zo onstuimig dat het anker losslaat. Nu zijn de rapen gaar. Het schip tolt stuurloos op de hoge golven van de Zuiderzee:

De storm het licht verzwolgen. De hemel was een deinende massa van vaalzwart en purper. Het leek al avond, hoewel de middag nog niet half gevorderd was. De wolken braakten water. Het vermengde met de stuivende zee tot een zoute nevel die de wereld nog dieper verduisterde. De klipper tolde op de golven. Nu wind en stroming vrij spel hadden, werd het schip heen en weer gesmeten alsof het wrakhout was. De gangboorden waren onzichtbaar, water kolkte over de luikenkap, het achterdek was spekglad. Toen Jan het stuurrad bereikt had, greep hij de lijn die bij de bolder lag, hij knoopte het om zijn middel en bond het andere eind aan de stuurkolom. Wijdbeens probeerde hij zijn evenwicht te hervinden, vechtend om het wiel onder controle te krijgen. (151/152)

Met hulp van zijn knecht weet hij het schip weer tot bedaren te krijgen. Het kleine lapje stormfok vooraan de klipper krijgt weer vat op het schip. Zo manoeuvreert Jan zijn zwaarbeladen schip door de storm over de Zuiderzee naar Friesland. Zijn vrouw Huibertina verschijnt aan dek, wit van angst en apathisch. Ze dreigt in zee te springen. Jan weet haar te redden en brengt haar in het leefgedeelte van de klipper, de roef.

Daar besluit Jan om het schip te verkopen aan zijn knecht. Martinus is dolgelukkig met de klipper en vaart voornamelijk over de Zeeuwse delta. Vooral in de peeëntijd weet hij de klipper uiterst handig te besturen en tussen de getijden door in te laden met suikerbieten. Zo begint het schip weer een nieuw leven met een nieuwe eigenaar en een nieuwe naam: Annigje.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

Scheepsbenamingen

image

De biografie van een schip noemt Corine Nijenhuis haar boek Een vrouw van staal. Het is een interessant verhaal over de Nederlandse binnenvaart die aan het begin van de 20e eeuw over een heel gevarieerde delta voer.

Zijn nu de kanalen en de grote rivieren de belangrijkste verkeersaders, in de tijd waarin de Alfons Maria wordt gebouwd zijn de Zeeuwse wateren en de Zuiderzee ook het terrein van de binnenvaart.

In Een vrouw van staal komt bovendien een flinke hoeveelheid nautische informatie voorbij. De benamingen van de verschillende delen van het schip bijvoorbeeld: roef, kluiver, kluiverboom, fok, vleugel, gaffel, den en romp.

Het helpt dan wel mee dat voorin het boek 2 zijaanzichten van de klipper zijn te zien, verspreid over de 2 periodes van de klipper: als zeilschip en na de ombouw tot binnenvaartschip. Gedurende het boek raak je meer en meer vertrouwd met de verschillende scheepskundige begrippen.

Dan verbaas je je niet meer over passages als deze:

Vorige zomer, in 1946, toen er net genoeg staal was geweest om de kapotgevaren kop te vervangen, was op de werf niet alleen het loopdek boven boven het ruim verwijderd, maar ook dat van stuurhut en roef. (268)

Daarmee geeft Corine Nijenhuis een mooie inkijk in een eeuw Nederlandse geschiedenis vanaf het water. Ze leert je meteen ook enkele begrippen> Het maakt de scheepvaart minder geheimzinnig dan ze lijkt.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

Een vrouw van staal

image

Een heuse biografie over een binnenvaartschip is het boek Een vrouw van staal. Het verhaal van een klipper uit 1901 die gedurende haar vaart van meer dan een eeuw de hele binnenvaart heeft zien veranderen. Aan de hand van het schip Henriëtte speurt Corine Nijenhuis naar de geschiedenis van deze klipper.

Ze ontdekt dat het schip uit 1901 anders heette bij haar doop. Het schip droeg toen de naam Alfons Marie 1. De eerste eigenaar en opdrachtgever van de bouw was Adrianus Vermeulen.

Het schip was voor de Zeeuwse wateren ontworpen. Niet zo verwonderlijk met de thuishaven Roosendaal. Wat wel verwonderlijk is, is de leeftijd van de schipper. Op een leeftijd waarbij de meeste schippers met pensioen gaan, kiest hij het ruime sop met zijn nieuwe klipper.

De biografe geeft een beeld van de bijzondere ladingen en routes die het schip door het Nederland aan het begin van de 20e eeuw aflegt over de Nederlandse wateren. Bovendien schaft de oude Adrianus nog een klipper aan voor zijn kinderen, de Alfons Marie 2.

Na zijn dood voert zoon Johannes met zijn vrouw Huiberdina op het schip. Een veel minder ondernemend persoon dan zijn vader. Hij is bovendien gezegend met een bijzonder eigenwijs karakter. En verkiest soms de eer boven het geld.

Het levert een indrukwekkend verhaal op over honger en kwelling op. Als ze in de haven bij Zwartsluis liggen en niet meer de Zuiderzee op kunnen vanwege de teruggelopen handel. Noodgedwongen moeten ze met honger de kerstdagen doorbrengen op Protestantse wateren. De handelaren in Zwartsluis gunnen de katholiek schipper niet een vracht.

Als ze eindelijk weten te ontsnappen uit de haven, zonder vracht, zien ze in het Volkerak een bekend schip tegemoet komen:

Ver voor hen doemde de boeg van een klipper op. Het schip was vol getuigd, de zeilen strak in de wind. Hoog stak de mast de grijze lucht in, de vanen wapperden. Huiberdina had haar herkend nog voor ze de naam lezen kon; het was de Alfons Marie 2 die in vol ornaat op hen afzeilde. (136)

Na alle ellende in het protestantse Zwartsluis, is de thuiskomst een buitengewone bevrijding uit de benarde positie waarin ze verkeerden. Even verderop in het verhaal komt de knecht Marinus Beije op even wonderlijke wijze aan boord van de klipper. Hij stond langs de waterkant te zwaaien en mag aan boord van de Alfons Marie 1.

Dat is de concessie die de schrijfster Corine Nijenhuis doet aan het verhaal van de klipper. Het is een geromantiseerd verhaal waarbij ze sommige momenten aangrijpt uit de werkelijke historie van het schip. Het levert anders een te saai verhaal op vol opsommingen.

Nu vertelt ze in Een vrouw van staal een prachtig ontroerend verhaal van een bijzonder aspect uit de Nederlandse nautische geschiedenis. Dat is alleen maar te vertellen in een literair verhaal. Een verhaal die gelijk doet denken aan de romans over de scheepvaart zoals Arthur van Schendel die schreef met Het fregatschip Johanna Maria.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

Stadsstrandje

image

De warme middagzon braadt worstjes aan de waterkant. Het is een drukte van belang aan die kant van het strandje. Het gedeelte waar de barbecue niet is, is veel rustiger. Er staat een zacht windje. De lange zomerjurken houden zo genoeg warmte vast om de huid niet in kippenvel te veranderen.

Op het strandhuisje ‘floot’ een paar jaar terug nog een gitarist met tekst de voorbijgangers na. Er stond bij dat hij zeker een liedje zou zingen als hij niet een muurschildering was. Nu is het hokje witgekalkt en al het leven eruit gehaald.

Een meisje loopt met een badhanddoek rond haar middel het hokje binnen. De deur laat ze openstaan op een kier. ‘Marc Rutte is een homo’ staat op de deur geschreven met dikke zwarte viltstiftletters. Als dat is wat overblijft na een schoonmaakbeurt, dan zou ik toch liever de oude kunst kiezen.

Op het bruggetje stop ik en kijk ik het water in. Soms staan er jongeren op het bruggetje en springen van daaraf het water in. Een mooie duikplank en het water lijkt er diep genoeg voor. Levensgevaarlijk, vindt rijkswaterstaat. Een paar weken geleden spraken ze er avontuurlijke kinderen op aan op het jeugdjournaal.

Drie meisjes in bikini lopen naar het bruggetje toe. Ze zijn druk in gesprek. Hun lichamen sidderen zachtjes mee bij elke stap die ze zetten. Ze lijken zich er niet van bewust te zijn. Als ze midden op het bruggetje staan, kijken ze naar beneden. ‘Hier durf ik echt niet af’, zegt er eentje. Ze staat met een roodverbrande rug naar mij toe. De andere gebaart naar de andere kant. ‘Nee, daar ook niet.’

Ze lopen het bruggetje over en gaan het talud af in de richting van het water. Voorzichtig gaat een meisje op het waterkant staan. Ze houdt zich vast aan een vriendin en laat haar voet langzaam zakken. ‘Iiiee, het is echt koud.’

Haar vriendin bukt zich al en gaat zitten op de houten rand die het water van het land scheidt. Ze laat haar voeten in het water vallen en volgt daarna zelf met een plons. ‘Het valt best mee hoor’, zegt ze en ze zwemt weg van haar vriendinnen aan de waterkant in de richting van het strandje waar ze vandaan kwamen.

Slot Loevestein

20141016_141056Slot Loevestein ligt op een onmogelijke plaats. Je kunt er maar moeilijk komen. Over een smal weggetje voert de weg vanaf de grote weg van Zaltbommel naar Nieuwendijk. Het weggetje loopt langs de uiterwaarden en kronkelt af en toe over een dijk heen. Het begint met de hoogste dijk. Na die afdaling kronkel je langs de weilanden.

Een tractor trekt viezigheid uit de sloot. Vlak na een bocht komen we een tegenligger tegen. Van een slot is niks te bespeuren. Het uitzicht wordt belemmerd door dijken, wilgen en hoge rietkragen. In het natuurgebied wordt druk gewerkt.

20141016_165327Dan ineens doemt het kasteel op. Vanuit de verte, achter de wilgenbomen en de hoge vestingwallen. De puntjes van de torens koekeloeren over het groene gras. Het dak is duidelijk zichtbaar. Daar ligt het Slot Loevestein. Op het puntje van een smal strookje droog land staat het kasteel.

Al snel wordt duidelijk dat dit niet het meest onmogelijke plekje is, maar vooral het meest strategisch. De schepen voeren voorbij over de Waal. Aan de andere kant van het slot loopt de Maas. Hier bij de splitsing van de Merwede in Waal en Afgedamde Maas ligt het slot uiterst strategisch.

20141016_142033Van alle kanten kan het slot aanvallen weerstaan. Het vormt dan ook onderdeel van de Hollandse Waterlinie. Overigens voert de weg van Almere naar Loevestein via de A27 voor een groot deel langs deze waterlinie.

Fietswrakken

imageLaat op de avond voer de schoonmaakboot door de gracht. De scherpe punten van dregvork aan de voorzijde staken dreigend vooruit. De bootschroef woelde het water los. Het water vertroebelde van de beweging. Achter het schip dreef een donker spoor in het water.

Elk jaar rond deze tijd vaart deze schipper door de gracht. Hij ontdoet de gracht van afval. Zo maakt hij de vaarwegen weer begaanbaar. Vanmorgen bij het uitlaten van de honden, zag ik de fietswrakken die hij uit het water had gevist.

imageRechts van het bruggetje waren ze uit het water getakeld en lagen ze opzichtig op de waterkant. Bemodderd en verroest. Niet meer te herkennen als fiets, na een maandenlang verblijf onder water.

Vanmiddag was de collectie aangevuld met een boot. Het scheepswrak lag bij de fietswrakken. Net zo toegetakeld. Een laagje water op de bodem van de boot, vertelde dat hij lek was. Daar viel niet veel eer meer te behalen.

imageIk genoot van het gezicht over de fietswrakken. Niet dat ik zou wensen dat daar mijn fiets lag, maar de berg oud roest maakte het tot een heus monument van afval. De fietsen waren niet veel meer waard. Alleen de oud-ijzerboer kan er nog wat plezier uit halen.

Waarom die Polen afgelopen winter dit kostbaarste metaal in het water lieten liggen? Te zwaar en waardeloos om mee te nemen? Of waren ze op zoek naar ander zwart goud.

Kuitschietende brasems

imageHet is geen straf ’s morgens met de honden te lopen. Ik geniet dan van de stilte en adem goed de lichte lucht binnen. De vogels laten van zich horen en in het water zie ik de brasems kuitschieten. Het is de tijd van het jaar ervoor. De ochtendzon op het water en de heldere lucht doen de rest.

In de ochtend zijn de brasems het meest actief. Dan zie je ze zwemmen in het water. De zon lokt ze naar boven. Ze zwemmen vlak onder het wateroppervlak in mooie trage beweging. Soms stoppen mensen bij het zien van de mooie vissenlijven en kijken even hoe deze grote vissen fier door het water gaan.

imageVanmorgen ook. Ik stond op het bruggetje en hoorde ze in het water plonsen. De lijven kwamen dan boven het water uit. Ik keek nog eens goed: ze waren aan het kuitschieten. Het water aan de rand van de gracht was er ondiep genoeg voor.

Mannetje en vrouwtje zwemmen dan naast elkaar, ze raken elkaars lijf. Aan de randen van het water, tegen het riet en tussen de waterplanten gaan ze dan in een snelle beweging heen en weer.

imageHet water plonst en de kuit komt los en wordt even snel bevrucht. Een prachtige aanblik waar ik bij het uitlaten van de honden even goed naar keek. Ongestoord en genietend van de ochtendzon. Heerlijk!

Weer een halfjaar tegenaan

image

De regen heeft een grote plas op het grasveld gemaakt. De eenden en meeuwen uit de buurt drijven erin alsof het hun privé-vijver is. In het midden van de groep ‘drijfsijzen’ staat een kauwtje.

Hij neemt een flinke duik in het water en schudt zijn veren in het nat. Zo plonst hij het regenwater in rond. Weer een duik en weer schudt de donkere vogel het water alle kanten op.

Dan komt hij overeind en wappert uitvoerig zijn vleugels droog. De eenden kijken met mededogen naar de donkere vogel. Dan laat hij zich nog een keer in het water zakken en komt tevreden en genoegzaam omhoog.

Ik zie hem denken. ‘Zo we kunnen er weer een halfjaar tegenaan.’ Precies die woorden die Frans van Man bijt hond ook zegt als hij na het poedelen uit de rivier de Moezel stapt. Hij is samen met zijn neef ‘Lytse Frans’ op Duitslandreis.

Dan fladdert de donkere kauw op uit de regenpoel en vliegt naar een paaltje dat tegenover het fietspad ligt, naast het echte water, maar daarin kan hij niet staan.

De meeuwen staan met hun hoge poten in de poel en staren de vogel na. Gewend aan elke dag nat. Daarvoor zijn het ook ‘drijfsijzen’.