Tagarchief: actualiteit

Wat was het mooiste boek dat je dit jaar las? – #50books vraag 50

De laatste vraag van dit jaar. Een heel jaar vragen verzinnen. De ene week ging het makkelijker dan de andere, maar bij elkaar is het een mooie lijst geworden. Volgens het televisieprogramma DWDD is de tijd van de lijstjes weer aangebroken. Het absolute hoogtepunt volgt in de week tussen Kerst en Oud en Nieuw met de Top2000.

Als lezers onder elkaar houden we het hier wat rustiger. Daarom geen grootse lijstjes al lijkt het mij heel leuk om volgende week een mooie lijst samen te stellen op basis van de vraag van deze week. Het is een vraag met een terugblik:

Wat is het mooiste boek dat je dit jaar las?

Je mag van mij kiezen uit meerdere boeken, genres. Het boek hoeft ook niet per se dit jaar verschenen te zijn, mag een gouwe ouwe zijn die je trof. Het moet wel een topper zijn die je de lezers van de boekenvraag #50books wilt aanraden.

Ik ben zoals elke week heel benieuwd naar de boeken die jullie noemen. Het is tegelijkertijd de laatste keer dat ik jullie een boekenvraag stel. Vanaf volgend jaar neemt Martha de boekenvraag over op haar blog drspee.nl. Ik wens haar heel veel succes en sluit zeker geregeld aan bij het beantwoorden van de vraag.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Snellezen

image

Afgelopen week behandelde het televisieprogramma De kennis van nu een interessant fenomeen: snellezen. Binnen het programma lieten ze zelfs een heuse wedstrijd zien. Wie het snelste een hoofdstuk uit een boek kon lezen en naderhand ook het beste de inhoudelijke vragen uit de tekst kon beantwoorden.

De tips voor snellezen: zorgen dat je je vinger goed bij de regel houdt. De omliggende regels zorgen dat je oog minder goed gericht is op de regel die je leest. Daarnaast moet je het stemmetje dat je bij het lezen gebruikt proberen te negeren. De vocalisatie van de tekst zorgt voor een onnodige vertaalslag die de hersenen moeten gebruiken, zo stelt de snelleestrainer Mark Tigchelaar in het programma.

Natuurlijk is het voor studiedoeleinden handig om te kunnen snellezen en ik heb het bij mijn studie Nederlands veelvuldig ingezet, maar ik zou niet alles willen snellezen. Juist het plezier in het lezen is die vocalisatie van stemmen, wisseling van stemmen in je hoofd als iemand anders spreekt, visualisatie van beelden die de tekst oproept en het wegdromen in het verhaal zelf. Allemaal dingen waar Peter Mendelsund op wijst in zijn boek Wat we zien als we lezen.

Zoals het vooruit- of juist teruglezen van een tekst. Hoe heerlijk is het om in een roman stiekem een paar bladzijden vooruit te kijken en daar al dingen tegen te komen die je pas straks echt kunt begrijpen. Dan weer terug te gaan en de eerder gelezen scène weer te vinden.

Of wanneer je op een raadselachtig kruispunt bent terechtgekomen en je voor de keus staat: doorlezen of teruggaan en eerdere passages opnieuw doornemen?

Het is die keuze die lezen zo leuk maakt: je mag zelf de dingen verbeelden zoals je wilt, maar je mag ook beslissen wat je doet met lezen: doorlezen, teruglezen, vooruitlezen.

In deze gevallen kunnen we besluiten dat we een cruciaal element hebben gemist, een gebeurtenis of uitleg die eerder in het boek langskwam. En dan bladeren we terug in een poging de ontbrekende componenten van het verhaal te achterhalen. (119)

Dit zijn juist de dingen die je bij het economische snellezen voorbijraast. Er is bij snellezen geen tijd voor de verbeelding, alleen voor het begrip.

Volgens Peter Mendelsund kun je lezen zonder te zien, maar ook lezen zonder te begrijpen. Je laat je voortstuwen door de beelden, maar begrijpt geen snars van de zinnen. Een interessante vraag wat je in zulke gevallen doet bij het snellezen. Ik denk dat je het spoor bijster bent, zonder in de gaten te hebben dat je het spoor bijster bent.

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Tulp

image

Naast het trappetje naar de voordeur bloeit een rode tulp. Wij hebben de bol nooit gepland. In hun poging het huis te verkopen, schijnen de vorige bewoners wat bloembollen in de grond te hebben gepland. Naast de tulp schiet er iets verderop jaarlijks een narcis uit de grond. Bij de regenpijp groeit altijd een spriet op waar nooit een bloem bij te zien is.

image

De tulp is er elk jaar weer. Alleen. Hij wuift zachtjes op de wind die langs het aanbouwtje voor blaast. De bladeren lonken zo fluweelzacht. Ik heb de neiging er met mijn vingers over te strelen als ik zo vanuit mijn plekje bij het raam naar kijk.

image

Het mooiste is dat hij ’s morgens dicht zit en na de eerste warmte van de zonnestralen langzaam opent. Dan zie je de stamper zitten en zelfs de meeldraden. Bij het vallen van de avond, zijn de bloembladeren van boven weer keurig toe. Zodat de boze vijand er niet meer in kan kijken.

image

En zo zie ik iedere dag een klein natuurfilmpje vanuit mijn plekje bij het raam. Het lijkt dan net of het helemaal geen winter is geweest.

image

Bijzaken – #WOT

image

Ik loop door het park en bijzaken omhelzen mij van alle kanten. De regen druppelt gestaag vanuit de hemel op de kale takken en sijpelt verder naar beneden. In mijn nek valt de neerslag ook en maakt alles nog weemoediger dan het al is.

De hoofdzaak is het lopen met de honden. Ze moeten eruit voor de 2 p’s en de noodzakelijke lichaamsbeweging. De rest is bijzaak. De natte paadjes in het park. Het opspattende vuil dat vlekken achterlaat onderaan mijn broekspijpen. De frisse voorjaarslucht die ik inadem. Alles is bijzaak.

Hoofdzaken en bijzaken vloeien in elkaar over en ik laat mij meenemen door de bijzaken. Alleen het trekken aan de riem voor een van de 2 p’s haalt mij naar de hoofdzaak: het uitlaten van de honden. Zo druilen mijn gedachten mee naar het begin van de dag, naar gisteren en de dingen die ik de laatste dagen gelezen heb.

Dan springt daar uit de bruine bladermassa iets omhoog. Vanuit de verte lijkt het bruin maar als ik dichterbij kom, ontwaar ik duidelijk een klompje met een groene tint. Het is een kikker die wakker is geworden van het vocht dat eindelijk het voorjaar is binnengesijpeld.

Nog niet helemaal wakker ligt hij daar stil om door de lens van mijn mobieltje te worden gegrepen. Hij kijkt droog op. Zelfs de honden hebben hem niet in de gaten. Zo laat ik hem achter. Ik loop langs het poeltje en zie een kleine buizerd verderop op het pad staan.

Hij houdt iets tussen zijn klauwen vast en peuzelt het op. Totdat ik te dicht in de buurt kom en hij opvliegt. Voor mij uit vliegt hij met mooie trage slagen. Zoals een roofvogel hoort te doen. Ik geniet van het gezicht en probeer te ontwaren wat hij in zijn klauwen vasthoudt.

Het zijn de bijzaken waar ik de troost uithaal. Van de hoofdzaak moet ik het vandaag niet hebben. Mijn gedachten fladderen van tak naar tak en zien hoe de buizerd weer opvliegt omdat ik weer te dichtbij kom. Vlak langs mij scheert hij voorbij. Ik zie in het voorbijgaan dat het een kikker is. Precies zo eentje als ik net bij de poel zag zitten.

Kuddedier

image

Ik loop het park in. Een man loopt voor mij uit. De twee herdershonden lopen met hem op alsof hij een kudde schapen is. Ze trekken grote cirkels om hem heen. Hij gaat voort als een herder voor zijn kudde uit.

Op het pad dat diagonaal van het pad van de schaapsherder staat, nadert een man met een andere hond. De hond schiet op de herdershonden af. Er klinkt een signaal. De hond grijpt een herdershond. De herdershond bijt van zich af. De man rent op zijn hond af en trek aan de halsband. Het dier schiet weer los en grijpt de herdershond bij de nek.

Als dan de baas dan eindelijk zijn hond in bedwang heeft, loopt de schaapsherder terug om zijn hond op te halen. Hij houdt een hand omhoog. Het zit blijkbaar goed. Geen scheldkannonades en gemor. Verderop stond de man stil en bekeek zijn hond aandachtig. De bijtgrage hond was al het park uit met zijn baas. De zonnebril hielp hem snel genoeg uit zicht.

Voor mij een voorbeeld dat het juist mis kan gaan. Gisteren rende een hond vanuit een zijpad in een vaart op ons af. Ik probeerde hem te weren met ‘tssjj’. Het hielp weinig, het dier volgde ons gewoon. Er klonk geroep van de eigenaresse. Kort erop holde ze achter haar hond en mij aan. ‘Ik heb het tegen u meneer’, riep ze.

Haar hond kreeg de vrije loop en naderde mijn honden wel erg dicht. Tegen mijn zin. Maar ik moest eens goed naar haar luisteren. Ik had haar hond niet te corrigeren. ‘Mijn hond is mijn kind en daar bemoeit u zich niet mee’, zei ze.

Daarna las ze mij even goed de les voor. Zonder stoppen. Gelukkig hield haar vriend hun hond vast, zodat ik niet meer op mijn honden hoefde te letten. Elk woord dat ik uitstamelde, was voor haar olie op het vuur. ‘Als u dit nog een keer doet, sla ik u’, zei ze. Ze doelde op mijn ‘tssjj’.

Ik wilde weer verder. Dit mondde uit in een vruchteloze discussie. Zij hing als een vechthond aan mijn nek en liet meer los. Ik moest mij vooral gedragen. Ik had ‘rothonden’. Haar hond had niks verkeerds in de zin. Mijn honden misdroegen zich.

Ik moest en zou door de knieen door excuses aan te bieden. Dat heb ik gedaan, maar ik loop vandaag met een wrang gevoel door het park. Het gelijk zag ik net voor mij afspelen. Blijkbaar moet je je hond maar laten grijpen omdat iemand anders zijn hond als een kind beschouwt en geen correctie duldt. Het pad dat ik loop, gaat met een grote cirkel om de anderen heen. Ik zie geen hond.

Tournemire in het orgelpark

image

Een uitgesproken mysticus als Tournemire in het Orgelpark, kan dat eigenlijk wel? Een kerk bezit die gewijde ruimte, hoge gewelven en daarmee mystiek wel. Het Orgelpark is een concertzaal die haar oorsprong als kerk heeft, maar de protestantse uitstraling van weleer heeft nu een ander soort warmte plaatsgemaakt.

Bij Tournemires Les sept Paroles du Christ hoort de mystiek. Het vormt naast het orgel, de ruimte en de organist een wezenlijk element voor een uitvoering van dit bijzondere muziekstuk van de Parijse organist Charles Tournemire (1870-1939).

Inderdaad kan een uitvoering van dit werk in het Orgelpark een versie in de Parijse Sainte Clothilde niet verslaan. Daarvoor is de ruimte te klein en het orgel (in verhouding) te groot. Ondanks deze minpunten wist de Schaagse organist Tjeerd van der Ploeg woensdagavond erg dicht in de buurt te komen van een intense en mystieke uitvoering van dit bijzondere werk. De 7 koralen bij de 7 kruiswoorden die Jezus in de verschillende Evangelien spreekt, behoren tot het meest toegankelijke uit het oeuvre van deze Parijse organist.

Het muziekstuk past goed in de tijd waarin ook Dupre en Messiaen passages uit het evangelie in muzikale schilderingen uiteenzetten. Dupre schreef het lijdenswerk Le Chemin de la Croix in 1935. Messiaen schreef in hetzelfde jaar 9 meditaties rond de geboorte van Jezus. Een paar jaar eerder schreef Messiaen al L’Ascension. Het zijn 4 meditaties rond de Hemelvaart van Jezus Christus.

Messiaen bewandelde een andere weg dan Tournemire, net als dat Dupre verschilt van Tournemire. De inspiratiebron vormt wel het orgel, het Frans-symfonisch orgel zoals Cavaille-Coll dat ontwikkeld heeft.

De componist Marcel Dupre onderscheidt zich van Tournemire door zijn veel contrapunctischer en meer doorwrochte interpretaties van het lijden van Christus. Charles Tournemire is veel rauwer en intenser. Hij spiegelt de 7 kruiswoorden in een heuse muzikale strijd. En dat gaat heel ver. Soms krijst het orgel het in alle toonaarden uit. Dan lijkt het of het niet erger kan. Andere keren verzinkt de muziek in een zachte klankwereld waarin vooral berusting doorklinkt.

Tjeerd van der Ploeg wist deze aspecten prachtig te interpreteren op het Verschuerenorgel in het Orgelpark. Het orgel is sterk geinspireerd op de Frans symfonische orgels zoals Cavaille-Coll deze maakte. Zodoende waren de registratievoorschriften van Tournemire tot in de puntjes te volgen. Probleem bij dit orgel is dat het erg groot is voor de ruimte waarin het staat. Het uitgebreide scala van soorten aan fortissimo wordt zo gereduceerd tot 1 soort, namelijk hard. Alles klinkt hard. De kleine variatie van het ‘hard’ gaat verloren in de luide klank.

Het orgel bezit veel klankrijkdom, maar de ruimte vraagt minstens evenveel aandacht voor een goede match. Gelukkig boden de 7 verschillende meditaties van Tournemire genoeg mogelijkheden om je over dit punt heen te zetten. Juist de klankrijkdom, het zoeken naar de grenzen en mogelijkheden van het orgel, maken deze composities tot zo’n muzikaal hoogtepunt.

Tournemire weet alle facetten van de menselijke geest bloot te leggen in de 7 koralen. Hij doet dit enerzijds door uitdagende thema’s neer te zetten. Hij roept hiermee een enigszins vervreemdende sfeer op en tegelijkertijd een heel kerkmuzikaal klankidioom. Hij past prachtig in de traditie, maar zoekt de vernieuwing op. Vaak sluit zijn muziek naadloos aan op de muziek en van onder andere Louis Vierne of Charles Marie Widor. Maar de keuzes die hij uiteindelijk maakt, verschillen van zijn tijdgenoten. Hij brengt daarmee de verrassing in zijn muziek.

Het lijkt of in deze koralen van Tournemire de geloofsbeleving een wezenlijkere rol vervult dan in de muziek van Vierne of Widor. Dupre slaat een vernieuwende weg in, maar gaat veel rationeler te werk. Messiaen laat een heel nieuwe klankbeleving toe in zijn werk. Tournemire hangt een beetje tussen deze twee componisten in. Soms nadert hij in idioom de componist Jehan Alain. De ritmes in het zesde koraal en de akkoorden in het zevende, lijken soms rechtsstreeks uit een compositie van Alain te stappen. Tournemire verschilt echter met al deze componisten. Hij is een echte organist maar vooral mysticus.

Dat mystieke kwam ook goed tot uitdrukking in de uitvoering van Tjeerd van der Ploeg. Al is het een concertzaal en voorheen gereformeerd kerkgebouw, de zo typerende rooms-katholieke mystiek waarin gregoriaans aandoende thema’s een rol spelen in combinatie met de oosterse ritmes. Het klinkt heel vernieuwend en uitdagend. De muziek barst uit zijn voegen en dat werkt lastig in een kleine ruimte. Tegelijkertijd weet ik ook wel dat de kracht in de muziek zelf zit.

Dat is zo mooi aan het live horen van deze muziek. De klank van het pedaal komt veel beter tot uitdrukking dan je bij een opname kunt horen. En Tournemire benut het orgel op alle mogelijke manieren van hoog tot laag. Een opname laat daarin veel steken vallen. Zo is de verhouding tussen het pedaal en de hoge fluiten werkelijk adembenemend in het tweede koraal. Hierin nadert Tournemire een bijna paradijselijke ervaring bij Jezus’ woorden ‘Hodie, mecum eris in Paradiso’ (Nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn).

Of de weeklacht die in het vierde deel klinkt bij de woorden ‘Eli, Eli, Lamma sabacthani’ (Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten). Een grotere schreeuw van eenzaamheid en verlatenheid is niet tot klinken te brengen dan de krijs van Tournemire. Ook het thema van de berusting is een ontwikkeling die steeds sterker naar voren komt. De laatste twee koralen demonstreren dit heel mooi.

Zo word je als luisteraar helemaal meegevoerd met het lijden van Christus. De gevoelens bij deze woorden zijn intens en doorleefd in muziek gezet. Zo bereik je als luisteraar een heel andere ervaring dan bij het gesproken woord. Voor mij nemen de Sept Paroles du Christ een heel eigen plek in bij de muziek in de lijdenstijd. Tournemire weet een gevoelige snaar te raken.

Dat gebeurde ook bij de 50 toehoorders in het Orgelpark afgelopen woensdag. De laatste koralen voeren je mee in een toestand die je dicht bij jezelf brengt. Na het klinken van de laatste toon, was het helemaal stil. Zo drong zelfs de stilte door in de muziek en vormde een wezenlijk element bij deze compositie. Het applaus dat meer dan een minuut later volgde, was bijna ongepast. De muziek hield niet op bij de laatste noot.

Daarmee behoorde deze uitvoering tot een intens beleefd concert. Tjeerd van der Ploeg beheerste het muziekstuk goed, wist de subtiliteit goed uit het Verschuerenorgel te halen. Dwars door het rumoer van de tremulant en het robuuste volle werk. Tjeerd van der Ploeg wist zelfs iets van de mystiek uit het orgel en de ruimte te halen die ik voor onmogelijk hield.

Zo verliet ik woensdagavond het Orgelpark met een ervaring die zeker kan tippen aan de indrukwekkende uitvoeringen van Bachs passionen. Het einde van een mooie verdiepende periode in dit bijzondere muziekstuk uit het orgeloeuvre van Charles Tournemire.

Uitgelezen Weesp

image

Ik heb er al veel over gelezen maar ben er nog nooit geweest: de Weesper boekenmarkt. Onder de naam Uitgelezen Weesp hebben de grote kerken van Weesp de deuren geopend en liggen er stapels boeken in de verkoop.

Het is mij gelukt. Toevallig vond ik de aankondiging in een tijdschrift over beurzen en verzamelen. Ik noteerde de aankondiging direct in mijn agenda. Hier moest en zou ik naartoe gaan. Niets zou mij tegenhouden.

De kou vandaag weerhoudt mij niet te gaan. Wel ga ik met de trein in plaats van de voorgenomen fiets. Ik neem Doris mee. Ze vindt het altijd wel leuk om te neuzen in de boeken en het levert genoeg aanspraak.

image

We zijn vroeg genoeg op het station om nog even geld te pinnen. Alleen doe ik dat niet. In plaats daarvan zien we vier intercity’s voorbij razen. En voelen we de koude wind onze wangen strelen.

De katholieke kerk als eerste. Omdat deze het dichtste bij het station staat. We betreden het gebouw dat er slecht aan toe is. Het hele godshuis staat boordevol met boeken. Langs alle paden liggen de boeken uitgestald. Over de imposante banken vormen de dozen met boeken een heuse kraam.

Prachtige titels komen voorbij. De honger maakt gulzig. Ik sta binnen de korste keren met een grote stapel in mijn handen. Ik heb onderweg geen pinautomaat gevonden en er moet hier contant betaald worden. Daarom vraag ik na een halfuurtje scharrelen of ik op de terugweg mag afrekenen voor de enorme stapel.

image

We lopen naar de andere kerk. Op zoek naar een bank passeren we het stadhuis. Er is een trouwerij aan de gang. Het echtpaar staat boven op het balkon van het schattige stadhuis. Het lijkt op het Paleis op de Dam, maar dan in superklein formaat.

Een grote groep mensen staat klaar om te glimlachen voor de fotograaf. We pinnen snel bij de ABN Amro. Doris vraagt waarom er een leeg blikje staat en raapt een brillenmontuur van de grond.

Daarna lopen we terug naar de Grote kerk voor het tweede deel van de boekenmarkt. Ook deze kerk – een flink stuk groter dan de katholieke Laurentius – staat helemaal vol met boeken. Ook hier liggen prachtige exemplaren. De honger is nog niet genoeg gestild. Ik vind weer veel van mijn gading.

image

Een paar prachtige uitgaven met de dichtwerken van J.J.L. ten Kate. Ook een serie gedichten van hem over de Faust van Goethe. Van de laatste vind ik een oude vertaling van de Italiaanse reis. Ook ligt er muziek. De voorspelen voor Gezangen van Brandts Buys ligt er. Ik loop verder. Voor ik er erg in heb draag ik weer een enorme stapel in mijn handen.

Doris vermaakt zich prima in de hoek met kinderboeken. Ze zit op een bankje rond een pilaar en bladert in een stripboek. Onderwijl struin ik de rijen boeken af. Wat een prachtige boekenmarkt is dit zeg. Doris maakt mij wakker uit de dagdroom. ‘Ik heb dorst papa’, zegt ze.

We gaan in een andere hoek zitten en drinken wat met een stukje taart erbij. Het is echt een uitje. Ik blader onderwijl in de voorgenomen aankopen. Als ik weer terug in de droom ben, tikt een man op mijn schouders. ‘Meneer, u kunt die stapel boeken wel even ergens neerleggen hoor.’ Ik zeg dat het niet hoeft. ‘Ik begin zelf op een boek te lijken’, grap ik. ‘Met een geknakte rug en ezelsoren.’

image

Als de rekening wordt opgemaakt, komt de man er weer bij. Wat een indrukwekkende aanwinsten en wat een mooie prijs. Ik geniet dubbel. Zeker ook omdat er een doos boekenweekgeschenken staat. Ik vind er het boekje dat ik deze week in mijn eigen boekenkast niet meer kon vinden. Het boekenweekessay van Jan Mulder en Remco Campert. Verder kan ik de verleiding niet weerstaan de boekjes mee te nemen die ik nog niet heb. Best aardig wat.

We lopen terug met de 2 zware tassen vol met boeken. Dan moeten we nog naar de katholieke kerk voor de verrekening van de andere boekenberg. Het is bijna niet te doen om naar het station te lopen. De ogen waren groter dan de draagkracht.

Ik sjouw met de 3 plastic tasjes en kom steeds uit balans door het oneven aantal tasjes. Als we het station bereiken, haal ik opgelucht adem. Ik denk nog even niet hoe het straks moet met 2 personen op een fiets en een kilo of 15 aan boeken.

image

2 keer per jaar
Ik heb me laten vertellen dat het boekenevenement Uitgelezen Weesp 2 keer per jaar is in de Grote kerk en katholieke Laurentiuskerk. In het voorjaar valt het in het laatste weekend van de boekenweek. In het najaar valt het in het laatste weekend van augustus tijdens het Sluis en Bruggenfeest

Loshangende poort

image

Ik loop met 2 honden en een container de poort door. De container van het oudpapier blijft ergens achter haken. Ik schuif en trek. Hij staat binnen de poorten. Ik laat hem even staan om de poort weer dicht te doen. De onderkant schuurt tegen de grond. Ik zie dat hij helemaal ontzet is. Ik probeer hem op te tillen en dan te dicht te doen. De onderkant stokt tegen de grond.

Eerst maar de honden naar binnen dan nog eens goed kijken. Ik kom weer terug om de situatie in ogenschouw te nemen. Het lijkt bij de ophanging van de deur te zitten. De hele plank waaraan de deur hangt, is los. Ik probeer de deur uit de ophanging te trekken. De onderste ophanging bengelt helemaal los.

Als de deur eruit is kan ik beter zien wat er precies aan de hand is. De dikke plank tegen de betonnen paal zit slechts aan 1 plek vast. Ik probeer te onderzoeken of het volstaat nieuwe schroeven in de bestaande gaten te draaien. Helaas, de bovenste schroef is ergens in de paal gebroken. De onderste steekt een stukje uit het beton maar is niet meer in beweging te krijgen.

Er zit niks anders op dan de boor te halen en een paar nieuwe bevestigingen te maken. Ik vind wel dat het nodig is om wat extra versteviging aan te brengen. Daarom boor ik 3 in plaats van 2 gaten. Omdat onderop veel gewicht hangt, maak ik daar 2 gaten wat dichter bij elkaar.

Als ik na het boren en schroeven de deur weer terughang en een beetje afstel, merk ik dat de deur al langere tijd wiebelde en loshing. Want wat zit hij nu stevig en stabiel. Nog een beetje bijstellen om te zorgen dat hij goed sluit. Krakend en piepend gaat de poort dicht. Hij valt mooi in het slot. Elke keer als ik de poort dichtdoe, verbaas ik mij weer over de soepele manier waarmee hij dichtgaat.

Mijn eerste boekenweek – #50books

image

Mijn eerste boekenweek: het geschenk van Leon de Winter en het essay van Jan Wolkers

Ik kreeg literatuurles van Margo. Ik ben haar achternaam vergeten. Ik was verliefd op lezen en ook een beetje op haar. Haar bevlogenheid en meisjesachtige uitstraling. Ook al was ze de zestig gepasseerd.

De eerste kennismaking met de boekenweek was in 1995. Daarvoor is het begrip met het bijbehorende boekenbal altijd langs mij heengegaan. In 1995 – ik had mijn eerste roman geschreven in het jaar ervoor – en was van de MTS naar de eenjarige Havo gegaan. Versneld schoot ik in een jaar door 4 en 5 Havo. Margo loodste ons er doorheen.

Er was ophef over het geschenk van dat jaar, geschreven door Leon de Winter. Het droeg de naam Serenade. De lay-out van het boekje als een muziekboek uitgegeven door Edition Peeters. Als een groengele uitgave van Bachs orgelwerken. Het kaft was net iets te geel, maar de sierlijke letters kwamen aardig overeen.

Het boekje werd in die tijd gratis verstrekt op middelbare scholen. Volgens sommige christelijke scholen zou het verhaal van Leon de Winter teveel expliciete seksscenes bevatten. De docenten Nederlands ontdekten het pas toen de dozen opengingen en weigerden hun leerlingen bloot te stellen aan deze verderfelijke literatuur.

Omdat mijn school onder volwassenen educatie viel, kregen wij geen geschenk. Maar Margo wist een doosje te ritselen van een collega. Ik zie nog de grote stapel boekjes in de doos liggen. De spanning en het moment dat dat boekje op je bureau kwam te liggen.

Het was het tweede boekje. Ik was daags ervoor al naar de literaire boekhandel ‘Het paard van Troje’ gegaan. En kocht er een stapel boeken van Leon de Winter. Gekocht van mijn krantengeld. De verzamelde verhalen, Kaplan, Supertex en De ruimte van Sokolov. Ik kocht er het boekenweekessay Zwarte bevrijding van Jan Wolkers bij. ‘Wat bijzonder dat je allemaal boeken van Leon de Winter erbij koopt’, zei de verkoper nog toen hij het plastic tasje inpakte.

Daarna de recensies lezen. Het spectakel van de boekenweek drong nu pas tot mij door. Vanaf dat jaar heb ik nooit meer een boekenweek overgeslagen. Elke woensdag stond ik als eerste in de boekwinkel om het boekenweekgeschenk te bemachtigen. Later moest ik een exemplaar in huis hebben voor de bespreking van de boekenweek op het Zuid-Afrikaanse Litnet. Al had ik eens een presentie-exemplaar proberen te bemachtigen vooraf. Ik kreeg van het CPNB alleen te horen dat propraganda van het Nederlandse boek in het buitenland niet de core-business was de stichting.

Van het boekenweekgeschenk van Leon de Winter weet ik niks meer. Ik kan van de inhoud niks uit mijn hoofd lepelen. Wel van het boekenweekessay. Het was natuurlijk vijftig jaar na de bevrijding. De bevrijding moest wel als thema. Als de trompet de Last Post blaast aan het begin van de dodenherdenking, moet ik altijd aan het essay van Jan Wolkers denken.

‘En iedere keer had ik de neiging om met de tranen over de wangen te roepen, zoals Oliver Hardy in Saps at Sea, ‘Blow the horn, Stan! Blow the horn!’ (Zwarte Bevrijding, p. 22)

Vooral ook omdat het aan het einde weer terug komt:

‘Wat ik zelf ga doen aan de vooravond van die vijftig jaar bevrijding. Als ik in de buurt van Amsterdam mocht zijn, zal ik zeker tussen de mensen staan die in de bocht van de Amstel, bij de fusilladeplaats Rozenoord, de doden herdenken en luisteren naar de Last Post die daar zo zuiver wordt geblazen over het water van de rivier. En ik zal weer denken. ‘Blow the horn, Stan! Blow the horn!’ (p. 56)

Het was het eerste wat ik van Jan Wolkers las. Zo drong de literatuur meer en meer in mij. Ik las het nog met rode oortjes. De oortjes zijn nu misschien nog rood van schaamte. De laatste jaren lukt het mij steeds minder goed om het geschenk door te komen. Het lijkt niet meer de aandacht en liefde van weleer te hebben. Of dat nu bij de schrijvers ligt of bij mij als lezer, kan ik moeilijk achterhalen. De kraai viel mij heel erg tegen. Het geschenk van Tom Lanoye kan ik nauwelijks navertellen, iets met een Russische straaljager die neerstort.

Studio Idzerda

image

We lopen de trap op naar boven. De redactrice van Studio Idzerda loopt achter mij aan. De microfoon in de hand en in de andere hand een glas water. Naar de plek waar het gebeurt: de zolder. Ik kruip en sluip voor, door smalle paadjes langs de harmoniums en kasten.

We zijn in de werkkamer en ik laat zien hoe het gaat. Het raam open. Ik hang half uit het kleine venster om het streepje lucht op de foto te zetten. Het uitzicht tussen de twee hoge bomen door, onderop de kruin van de lagere boom verderop. De huizenrij als horizon. Het apparaatje piept. De foto is gemaakt.

Een blauwe hemel. De streep van een vliegtuig trekt aarzelend een losse sliert door de heldere lucht. Nu een gedicht. Ik type de tekst op mijn mobiel. De microfoon registreert mijn stem. Ik draag woord na woord voor. Het wordt een gedicht met de naam Radiointerview. Ik vind het niet eens zo slecht.

De redactrice heeft mijn blog gevonden op zoek naar voer voor een thema-uitzending over lucht. Studio Idzerda staat deze maand stil bij de vier elementen. Daar hoort lucht ook bij. En wat is de lucht zonder wolken. En wat zijn de wolken zonder een gedicht.

Ik praat verder over mijn passie voor de lucht. Wat een schitterende hemel krijg ik dagelijks voorgeschoteld. Het inspireert elke dag tot een gedicht. De ene dag wat beter dan de andere. Het is moeilijk hoge kwaliteit op kwantitatieve basis vast te houden. Maar niet onverdienstelijk.

‘Je praat in soundbites’, zegt ze als ze weggaat. ‘Ik kan hier wel iets moois van maken.’ Ze verlaat het huis, kijkt nog even naar de lucht. Mijn lucht. Ik zie aan haar rug dat ze trots is op haar buit.

En ik hoor het als de radio zondagavond om 18.15 uur aanstaat. Binnen 10 minuten ben ik al te horen. Het is een integer portret geworden. Als een echte kunstenaar praat ik over lucht. En het is niet eens gebakken lucht, maar gewoon de wolkenhemel zoals ik al meer dan 2 jaar elke dag op mijn blog zet.

Luister het interview (op mp3-formaat)

Beluister de hele uitzending op Studio Idzerda (het interview begint op 7:33)