Tagarchief: amsterdam

Amsterdam Rijnkanaal – #omzwervingen

Zo rij ik even later weer langs het Amsterdam Rijnkanaal. De harde wind in de rug fietst verrukkelijk. Zo trap ik gestaag, maar is mijn snelheid gigantisch. Ik haal iedereen in. Zelfs de schepen moeten eraan geloven, ik fiets ze gewoon voorbij.

Het gaat zo lekker dat ik besluit om verderop de brug te pakken onder de A1 en de A9 door. Wat een herrie maakt dat verkeer zeg. De zon in de rug door naar de spoorbrug.

Er zijn alweer wilgen gepland op de plek waar eens het Diemerbos stond. Zo rij ik over het kanaal en geniet nog even van de schaduw van de brug over het water. Het schip dat ik net heb ingehaald vaart onder mij door. Ik zwaai.

In Weesp zie ik nog eens goed de afgeknotte torenspits van de katholieke kerk. De deuren staan er open. Misschien om het goed te laten drogen of zou het een ander doel hebben? Ik fiets meteen even langs de kringloop. Een vrouw met een brilletje scharrelt tussen alle oranje prullen voor Koningsdag.

Een man en vrouw met een kind neuzen tussen de boeken. Het kind wil uit de wagen, daarom geven ze het maar even een boekje. Als ze even later wegwillen, pakken ze het boek weer af, terwijl het meisje er zo lekker in bladerde. Ik kan helemaal begrijpen waarom ze huilt en voel mij boos worden op de ouders.

Ik wil weer door, nu lekker naar huis. Als ik door de polder rijd op weg naar de Hollandse brug, zie ik de bioloog Midas Dekkers lopen. De beroemdste inwoner van Weesp. Ik groet, krijg een knikje terug. De wind in de rug geeft mij vleugels en ik probeer nog snel een foto te maken van de wolkenhemel. Wat is dit heerlijk!

Bij het bankje hou ik nog even pauze. Even nog een lekker stuk paasbrood. Het is nog over van vorige week. Ik peuzel het lekker op en zie een busje van de brandweer stoppen. Ze lopen heen en weer. En weer terug naar het busje.

Als ik even later weer op de fiets stap, houdt een brandweerman mij tegen. Hij vraagt of ik uit Weesp kom en misschien een koe in de sloot zag staan. Nee, niet gezien. Alleen maar Midas Dekkers.

Mijn been doet zeer bij het trappen. Ik ben misschien iets te fanatiek geweest. Door het Kromslootpark terug, maar de wind is fel. Altijd weer die tegenwind. Ik kom moeizaam vooruit. Moe van de kilometers. Ik heb er genoeg van, trap steeds vooruit. Het wil niet lukken. De snelweg suist onafgebroken door en trap onafgebroken verder. Bijna thuis.

Dit is het 5e en laatste deel van een omzwerving van Almere naar Amsterdam en terug.

Helder en eerlijk licht – #omzwervingen

Ik sta zo op het plein voor de Amsterdamse Westerkerk en probeer mijn fiets weg te zetten. Ik ruik een geur van verbrand rubber en andere verontreiniging die uit de donkere wolk komt die over de stad waait. Precies op het moment als ik mijn fiets vastzet, begint mijn telefoon verschrikkelijke herrie te maken. Het is een alert, waarin ik opgedragen wordt ramen en deuren te sluiten. Net als de ventilatie uit te zetten.

Als ik bij de ingang van de kerk kom, is er een opstootje. Een man laat zich neervallen, terwijl de beveiliger hem tegenhoudt. Hij begint te gillen in het Engels dat hij de politie er dan maar bij moet houden. Ik passeer de drukteschopper en stap naar binnen.

De Westerkerk is een prachtige kerk. Vooral het licht is er heel erg mooi. De hoge ramen dragen daaraan bij, misschien ook de plek waar de ramen op uitkijken. Het lijkt wel of je zo de gouden eeuw in stapt. Heel helder en eerlijk licht. De kleur komt fris over, alsof de tijd stilstaat en niets meer beweegt.

Dan sta ik weer buiten, pak mijn fiets en rij nog even in de richting van de Kinkerbuurt. Ik wil nog even langs het huis fietsen waar Gerrit Komrij in Amsterdam heeft gewoond, aan de Jacob van Lennepkade. Ik moet op mijn mobieltje zoeken welk nummer het was, inderdaad 191. Dan nog een stuk doorfietsen tot ik hem heb.

Aan de overkant kan het huis beter op de foto zetten. Het ruikt naar wiet. Terwijl ik zo kijk, vraag ik mij af of ik hier niet eerder was. Had Jan van Aken zijn woonboot niet ergens hier liggen? Ja, dat moet inderdaad zo geweest zijn. Het idee dat hij hier vlak voor het voormalig huis van Gerrit Komrij zijn woonboot had liggen, vind ik grappig en weemoedig tegelijk.

Ik besluit om te keren, maar misschien moet ik ook nog even bewust op zoek naar het grachtenpand van Boudewijn Büch. Zo rij ik even later over de Dam, langs de kermis. Het is overal verschrikkelijk druk en het kost mij veel bellen, remmen en ontwijken om bij het Waterlooplein te komen.

Voor de Portugese synagoge bij het stoplicht besef ik dat ik vergeten ben langs het huis van Boudewijn Büch te rijden. Ik rij door. De Hortus is misschien wel leuk om even te kijken. Ik zie dat de Museum Jaarkaart er niet geldig is en de entree 9 euro bedraagt. Teveel. Dan maar door.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Amsterdam Rijnkanaal

Rookwolk boven Amsterdam – #omzwervingen

Ik besluit om verder te rijden over de dijk, langs het bijzondere huis. Het lag vroeger ver buiten Amsterdam, nu raast het verkeer er van de A10 langs. Er wordt hier gewerkt aan de sluis, maar voor de fietsers is er een alternatieve route op vlonders aangelegd. De brug over het kanaal is volgekliederd met graffiti.

De woonboten die op het water achter de brug dobberen, zijn allemaal beschilderd en half vermolmd. Hoe kunnen hier mensen leven. Een zwaan heeft hier een nest gebouwd terwijl de fietsers hier omhoog klimmen.

Dan ben ik zo bij de kringloopwinkel Juttersdok. Ik kan het niet laten om hier even een kijkje te nemen. Zo loop ik er even later uit met de enige historische roman van A.F.Th. van der Heijden Ochtendgave. Ook heb ik een boek gevonden met korte bijdrages van Armando over zijn verblijf in Berlijn, in de jaren ’80. Boeken die ik niet heb en zeer welkom zijn in mijn bibliotheek.

Een slok water en ik rij in de richting van het centrum. Ik besluit om via station Amsterdam Centraal te fietsen. Mogelijk kom ik dan wat sneller vooruit dan wanneer ik via de binnenstad in de richting van de Westerkerk rij. De tegenwind en de regen worden er niet minder op. Ik haal soms een moeder in die met een leeg achterzitje rijdt.

Bij het stoplicht sta ik dan stil om haar even verderop opnieuw in te halen. Bij het muziekgebouw zie ik een donkere wolk in de richting van de stad blazen. Zou er een brand zijn in het havengebied? Het lijkt er wel op als ik zo kijk. Ik maak een foto en zet het op Instagram met de vraag of iemand weet waar dit vandaan komt.

Ondertussen eet ik hier op het bankje van het aidsmonument met zicht op het IJ, een broodje met bramenjam. Het antwoord laat niet lang op zich wachten: er is een flinke bedrijfsbrand in het havengebied.

Als ik dan achter het station omrijdt, pak ik niet de tunnel die meteen voor het station uitkomt, maar eentje verder. Zo kom ik vrijwel meteen op de juiste gracht, de Prinsengracht. Een lange rij voor het Anne Frankhuis zie ik staan. De wandelaars zijn heel slordig met oversteken. Ze kijken niet of het kan, maar gaan gewoon.

Toeristen die niet gewend zijn aan fietsers. Net als dat er veel fietsers zijn die niet gewend zijn aan fietsen. Je herkent ze snel aan opzichtige fietsen waarmee ze als grote groep samengeklonterd fietsen. Zo ontwijk ik alle mogelijke wandelaars op weg naar de Westerkerk. Niet zo ver als het lijkt.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Helder en heerlijk licht

Lammetjes en een vuilnisbelt – #omzwervingen

Ik rij over het bruggetje Muiden binnen. Over de smalle straat naar de sluis. Hier kruipt al het verkeer overheen. Er hangt een groot geel bord dat de doorgang verbiedt voor gemotoriseerd verkeer op zondag. Dan moeten al die plezierjachtjes door de sluis waarmee het hele stadje vast komt te staan.

Als ik bij de sluis kom, gaat de brug net open. Of dicht, het is maar van welke kant je het bekijkt. Er ligt een groot plezierjacht in de sluis. De brug draait met veel gerinkel open. De boot vaart weg, brug weer dicht en ondertussen heeft zich een flinke opstopping van fietsers, wandelaars en auto’s zich voor de brug verzameld.

Over de dijk mag je in deze tijd van het jaar. Het fietspad is weer open en ik fiets langs de oude zeedijk. Links van mij staan de tuinen. Veel auto’s, caravans en bootjes in de tuinen. Weinig groen te vinden. Iets verderop, voorbij de batterij waarin de scouting van Muiden zich verborgen houdt, openen de volkstuintjes langs de dijk, de aanval tegen de gemeente. De grote letters op de protestborden schreeuwen dat zij zich niet zomaar uit hun paradijs laten verjagen en dat de gemeente Muiden corrupt is.

Dan laat ik de corrupte tuintjes achter mij en ga de dijk op. Daar grazen de schapen. De lammetjes roepen om hun moeder en krijgen altijd antwoord van 1 schaap. De herkenning, de bevestiging. Dan springen ze weer in het veld. Ik zie een wit lammetje naast een zwart lammetje staan. Ze kijken guitig mijn richting uit. En ze zijn zelfs bereid om voor de camera te poseren.

In de verte raast het verkeer van de A1 achter de nieuwe hoge geluidsschermen. Een brede corridor door het landschap die er geen deel meer van uitmaakt. Geïsoleerd schiet het verkeer achter de wand van steen en glas. Als ik voorbij de elektriciteitscentrale ben, begint het te regenen. Steeds harder. En hier kan ik nergens schuilen.

Ik trap dapper wat harder. Daar is een tunneltje onder de weg naar IJburg. Maar nog voor ik bij de tunnel ben, houdt het op met regenen. Ik bekijk gelijk de hoeve die hier ligt. Het is een wonder dat deze hier nog staat. Op het grote bord dat op de natuur in dit gebied wijst, zie ik dat ik zojuist een Blauwborst heb gezien.

Over de sluis bij Diemen en het kleine huisje ernaast naar de lange weg van het Diemerpark. Boven deze vuilnisbelt is een uniek natuurgebied verrezen. Alleen verwijzen de vele pijpen en putten in het landschap dat hier iets onder ziet dat het daglicht niet kan verdragen. Ik hoop dat het niet omhoog of omlaag sijpelt, want zo op het oog is het hier prachtig.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees zaterdag Rookwolk boven Amsterdam

Verleid door zonnetje – #omzwervingen

Na een week vol zon wil ik het niet als straf laten aanvoelen dat ik op zaterdag even naar Amsterdam ga. Daarom stap ik op de fiets. Het zonnetje verleidt me, maar ik zie ook de dreigende wolken. Ik krijg het ook mee als waarschuwing: misschien ziet het er lekker uit, het is helemaal niet lekker.

Toch rij ik weg. De wind bindt al vrij snel na vertrek de strijd met mij aan. De rit door Almere Poort heeft hij vrij veel vat op mij. Het gaat gestaag voort. En ik weet dat hij gaat draaien, zoals hij altijd draait hier in de polder. Altijd de mindere kant van fietsen in Almere: de tegenwind en de saaie lange wegen.

De Hollandse brug geeft hier weinig verandering in. Dat maakt de klim extra zwaar, maar de echte tegenwind komt als ik van de brug ben en langs het strand van Muidenberg rijdt. De temperatuur helpt ook niet mee en ik ben blij dat ik mijn winterjas heb aangetrokken.

De bekende route

Zo zwoeg ik tegen de wind in, langs de bekende route, het strand en de kerk van Muiderberg. Het strand dat vroeger een echt zeestrand was zoals in het album Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse staat. Nu oefenen kitesurfers in het water staand tot hun middel hoe ze de reusachtige vlieger in bedwang kunnen houden.

De polder naar Muiden is zo’n geduchte overwinningstocht. Het groene gras omhelst de weg. Een boer rent door het weiland, stopt, kijkt naar iets en rent weer verder. Verderop de dijk en het kasteel, het Muiderslot.

Het ziet er heel indrukwekkend uit van deze afstand, maar is voor een kasteel eigenlijk best klein. Niet veel meer dan een uitgebreide vestingtoren. Kastelen zijn in Nederland eigenlijk heel klein. Neem nou slot Loevestein, ook niet heel groot van binnen. Al staat daar weer veel meer omheen dan het Muiderslot.

Zo’n slot, altijd strategisch gelegen aan een riviermonding of op de splitsing van rivieren. Het Muiderslot is 32 x 34 meter, Loevestein 60 x 40 meter. Hoe anders is het met kastelen in het buitenland. Daar gelden veel grotere afmetingen.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Lammetjes en een vuilnisbelt

Autobiografie Damschreeuwer

Sinds de dodenherdenking op de Dam in 2010 is hij bekend als de Damschreeuwer: Gennaro Pepe. In zijn autobiografie De Man & De Scheeuw vertelt hij over zijn leven. Hierbij maakt hij gebruik van zijn onbedoelde bekendheid. In aangeschoten toestand kwam hij die avond 5 minuten voor 20 uur uit de kroeg en vroeg zich af waar al die drukte voor was. Uit frustratie schreeuwde hij.
Van het beeld van de dakloze en treurige man die in de media over hem geschetst is, is in zijn autobiografie weinig te merken. Gennaro Pepes leven heeft meer van een schelmenroman zoals Jan Cremer heeft geschreven. De schelmenstreken zijn meer criminele gedragingen, compleet met het luxeleven dat daarbij hoort.

Niet veel zelfkritiek

Zijn autobiografie bevat niet veel zelfkritiek. Gennaro is meer vervult van zijn grootse daden in de cocaïnehandel en als pooier en bordeelhouder dan dat hij zijn leven kritisch onder de loep neemt. Dat gebrek aan zelfreflectie maakt dat hij erg pocherig en van zichzelf vervuld overkomt. Het woord spijt of zelfs de gedachte dat hij het misschien anders had moeten doen, niets van dat alles komt bij hem op. Zelfs als een Rabijn in de gevangenis bij hem komt, vraagt hij alles:

Achteraf gezien had ik natuurlijk gewoon mijn verstand moeten gebruiken en moeten zeggen dat ik tweehonderdvijftig miljoen euro wilde hebben. Daar had ik tenminste écht wat aan gehad. Dan had ik dit boek niet hoeven schrijven om aan geld te komen. Dan had ik een statig monumentaal grachtenpand kunnen kopen aan de de karakteristieke Amsterdamse Herengracht. En de rest van mijn leven iedere maand op vakantie gekund… Dan had ik namelijk alles kunnen kopen. (288)

De grap is dat hij vroeger alles kon kopen met zijn louche zaken, maar toen vooral lijntjes coke opsnoof. Het besef dat hij zijn leven anders had kunnen inrichten, lijkt niet in hem op te komen. Het draait nu vooral over een woede tegen anderen, waarbij hij zichzelf vooral buiten de wind houdt.

Schelmenverhaal

Ondanks dat, blijft het verhaal meeslepend en daagt uit om verder te lezen. Soms worden de hoofdstukken hinderlijk onderbroken door cursieve fragmenten waarbij hij iets loslaat over het schrijfproces. Niet zo interessant en eigenlijk best hinderlijk. Het onderbreekt het schelmenverhaal dat deze autobiografie is.

Genarro Pepe: De Man & De Schreeuw, Autobiografie Damschreeuwer. Soest: Uitgeverij Boekscout.nl, 2016. ISBN: 978 94 022 2448 1. 299 pagina’s. Prijs: € 19,95. Bestel

Botanische tuin van de VU

Bij mijn zwerftochten door de botanische tuin van de Vrije Universiteit in de pauzes, passeerde ik regelmatig de Tulpenboom. Ik dacht aan de liefde van Jan Wolkers voor deze bijzondere boom en vroeg mij af of hij de boom die hier tegen de waterkant groeide, kende.

In zijn roman De doodshoofdvlinder loopt de hoofdpersoon Paul door de botanische tuin die achter het academische ziekenhuis van de VU, het VUmc, staat. Hij loopt er even doorheen met Carla Middelheim, de vrouw waarmee hij een paar dagen eerder op de sterfdag van zijn vader, een aanrijding had. Ze ligt in het ziekenhuis omdat haar hele gezicht openligt.

Ze steken het bruggetje over achter het ziekenhuis. Deze komt vlak bij de Tulpenboom uit. De verteller merkt het niet op:

Toen ze over het houten bruggetje de botanische tuin inliepen kwam de zon helemaal uit de mist te voorschijn. Een zilveren schijf die ineens warm en stralend werd. Het glas van de kassen en platte bakken glinsterde en schitterde. De hele natuur lichtte onwerkelijk op. (189)

De botanische tuin die Jan Wolkers hier beschrijft, zal niet zo verwilderd zijn als de botanische tuin die ik ken. De hoge planten langs de waterkant en de kassen die verstopt liggen achter de struiken en het hoge riet. Ik genoot ervan tijdens mijn wandelingen in de pauze.

In die tijd werd de tuin met sluiting bedreigd. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de VU vond het complex dat geen onderwijskundig doel meer had, overbodig. Dat het terrein zichzelf kon bedruipen, deed daar geen afbreuk aan. Net als de bijzondere collecties van cactussen en bonsaibomen. Een veredeld tuincentrum noemde hij het.

Na zijn vertrek, mocht de Botanische tuin van de VU ineens blijven bestaan. Bij mijn laatste bezoek aan de tuin, dit voorjaar, hing er een groot bord dat de botanische tuin tot 2030 blijft bestaan. Daarnaast werd de tuin onderworpen aan een grote opknapbeurt.

De grote tropische kas was helemaal overhoop gehaald. Het bassin met de waterschildpadden was leeg en buiten kon ik niet meer bij de plek waar eens de Tulpenboom stond. Net als het stuk waarin de Ginkgo stond, vreesde ik dat het ten prooi gevallen was aan de grijpgrage bouwkranen en graafmachines.

Jan Wolkers: De doodshoofdvlinder. Roman. Amsterdam: Uitgeverij De bezige bij, [1979]. 3e druk, 1999. ISBN: 90 234 3923 6. Prijs: € 10. 244 pagina’s. Bestel

De kat op de telefoon

img_20160811_205537.jpgBij het lezen van Advocaat van de hanen vallen mij meteen weer die heerlijke details op die A.F.Th. van der Heijden zo mooi in zijn verhaal weet te integreren. Zoals de lapjespoes die een plekje op het kantoor van advocaat Ernst Quispel heeft gevonden naast de telefoon:

De lapjeskat van de bovenburen had in Quispels kantoor haar vaste plek in een postmandje.Het stond onder een bureaulamp die sterker en dus warmer was dan die op de andere bureaus, met als enig nadeel dat het zich vlak naast de telefoon bevond, waarvan zij het gerinkel verafschuwde. De kat had geleerd met een flinke tik tegen de hoorn, waarmee die een kleine centimeter van de haak werd gelicht, het wrede apparaat het zwijgen kon opleggen. Het had Quispel al heel wat zakelijk aantrekkelijke telefoontjes gekost, en een boel ongeloofwaardige uitleg aan de meer vasthoudenden. (47/48)

Ik kan ongelooflijk genieten van zo’n passage waarbij de verteller dit soort niet direct ter zake doende informatie geeft. Dit kleurt het verhaal en maakt het zo memorabel. Ook omdat je weet dat dit element ongetwijfeld terugkomt in het verhaal.

Dat geldt hier zeker ook omdat Van der Heijden het mooi vermengt met de kater van de hoofdpersoon. De hoofdpijn slaat toe, de schok van Ernst Quispel komt overeen met de schok van de lapjeskat onder de bureaulamp.

Als de telefoon iets voor achten is gegaan, de kat de hoorn opwipt en pas tegen kantoortijd (9 uur) de telefoon weer rinkelt, slaat de kat juist niet toe. Het is de heer Noppen aan de andere kant van de lijn, die de advocaat van de hanen vraagt om raad. Zijn zoon is op raadselachtige wijze om het leven gekomen in een politiecel en nu wil de politie hem zo snel mogelijk begraven.

Het verhaal is begonnen, al heeft de kat het proberen te verhinderen.

A.F.Th van der Heijden: Advocaat van de hanen. De tandeloze tijd 4. Amsterdam: Querido, 1998 [1e druk 1990]. ISBN: 90 214 6690 2. 574 pagina’s. Prijs: € 15,00.Bestel

Lange halen, gauw thuis – rondje Stelling van Amsterdam (2)

image

De tent is ingepakt. We hebben de tassen aan onze fietsen opgehangen. Klaar voor vertrek. Nog snel vers water en dan kunnen we echt gaan. Op de fiets naar huis. Ik voel de lange rit van gisteren nog wel in mijn benen. Het was een flink eind wat we gereden hebben.

Een onrustige, koude nacht. De eenden vlogen rakelings over onze tent en het merelvrouwtje gilde hard omdat er blijkbaar iets te dicht bij haar kroost kwam. Verder rustig gedaan, blogje geschreven en het boeltje ingepakt.

image

Als we wegrijden, fietsen we eerst maar in de richting van het knooppunt waar we gisteren naar op weg waren. Als we daar aankomen en ik een foto van de Binnen Liede wil maken, lukt het niet. De pleister op mijn vinger zorgt ervoor dat ik het niet voor elkaar krijg het knopje al fietsend in te drukken.

Ik wilde gisteravond nog even alle mesjes en andere dingen van het zakmes lostrekken. Er zat een scherp mesje tussen, dat ik aanzag voor een bot eind. Het heeft een flinke jaap in mijn wijsvinger gemaakt.

image

Niet meer te herstellen. We naderen het volgende knooppunt en fietsen langs de oudste spoorlijn van Nederland. De lijn van Amsterdam naar Haarlem. Het treinverkeer wordt in de lucht doorkruist door de landende vliegtuigen. De wielen staan uit en klaar om iets achter de spoorlijn te landen op de baan van Schiphol.

Wij rijden door een prachtig veld met voorjaarsbloemen. In het bos, iets verderop fluiten de vogels dat het hun een lieve lust is. De zon schijnt volop. We hebben genoeg aan onze truien. Geen spatje regen, de wind blaast losjes door het haar. Wat is dit een heerlijk fietsweer.

image

We rijden door Spaarnwoude en door een gebied dat ingeklemd ligt tussen een snelweg en een spoorweg. Iets van ons af ligt het Westelijk havengebied, we krijgen soms een doorkijkje naar grote, ronde silo’s voor de opslag van olie en andere gevaarlijke stoffen. Er blijft veel voor ons verborgen. We rijden langs volkstuintjes en zien hoe de bewoners hun tuinen en bijbehorende huisjes tot heuse juweeltjes hebben omgebouwd.

De stad overmeestert ons en we rijden voor we er goed erg in hebben langs de drukke weg naar Amsterdam. Ergens verkeerd afgeslagen. Nu fietsen we door de drukte van de stad van stoplicht naar stoplicht. De lange weg wordt onderbroken door auto’s die de weg versperren. Ze staan midden op de weg en alle fietsers dringen voor om als eerste bij het volgende stoplicht aan te komen.

image

We zijn dan ook heel erg trots als we ons door de stadsjungle heen worstelen. Daar staan we bij het Centraal Station. Maar ook hier is het oppassen voor de massa mensen die van de pont over het IJ in de richting van het station loopt en zonder kijken oversteekt.

Door naar IJburg om bij mijn zusje te lunchen. Als we daar met rode wangetjes aankomen is het al iets na het middaguur. We smullen en kijken alweer uit naar het laatste stukje van de rit. Een bekende tocht, langs de dijk naar Muiden. Van Muiden naar huis passeren we nog 2 vestingwerken van de Stelling van Amsterdam. Ik ken ze al, maar het kan geen kwaad om er nog eventjes naar te kijken.

image

We verlangen ernaar om thuis te komen. De nieuwe spoorbrug bij Muiderberg beheerst het landschap tussen Muiden en Muiderberg. De nieuwe snelweg in aanbouw. Bijna thuis, daar zullen we de laatste krentenbol nemen met een chocomel. Het is niet ver meer. Nog een paar trappen en dan zijn we thuis.

image

Stelling nemen – rondje Stelling van Amsterdam (1)

image

Het plan: een rondje om de hoofdstad fietsen via de oude Stelling van Amsterdam. Dat is flinke een stelling nemen.

De planning: met Pinksteren, dan heb je alle tijd om helemaal rond te gaan. Het is immers een kilometer of 200.

image

Uiteindelijk gooit het weer roet in het eten. Maar we willen toch gaan. Dan nemen we een kleiner gedeelte. Fietsen zullen we. Weer of geen weer.

Als we dan om 10 uur de voeten op de pedalen zetten en het binnen 5 minuten begint te plensen, schiet de moed wel in de schoenen. Dit is niet de bedoeling.

image

We schuilen bij Almere Muziekwijk en wachten tot het minder hard gaat. Als we weer rijden en de Hollandse brug willen nemen, begint het weer harder te regenen.

De regenbroeken aan en we trekken naar Weesp. Daar staat de eerste batterij. Een torenfort. Die kennen we al. Daarom rijden we snel door naar Abcoude. Een mooie tocht langs het riviertje Gein. Meanderend langs molens en dijkhuisjes.

image

We worden ingehaald door een caravaan motors. Voorbij Abcoude pauzeren we even tussen de mensen die hun hond uitlaten en senioren die een rondje fietsen op hun elektrische fiets.

Hoe ver zullen we komen? Het tempo is mooi, maar de doelen liggen iets te hoog. We rijden het ene na het andere bouwwerk voorbij. Kronkelen mee met de riviertjes en houden het droog.

image

Bij Uithoorn nemen we een ijsje en kop koffie. De kou weerhoudt Doris niet om een ijsje te nemen. De regenbroek gaat uit. Het wordt eronder te nat. Dan zoeken we naar een strijdplan. Via Aalsmeer gaat het de Haarlemmermeer in. Langs de Geniedijk.

Het ene na het andere bouwwerk, met veel beton erin. Een verblijfplaats voor vleermuizen en bijzondere initiatieven zoals een kunsthal of museum. Het meeste zit dicht of is overmeesterd door schapen.

image

Bij het plaatsnaambord Haarlem houden we rechts aan. We gaan de stad niet in, maar fietsen langs de rand. In de polder zien we een lepelaar van heel dichtbij.

Het verrast als we bij Nieuwebrug de camping zien. De eigenaar laat net zijn hond uit. Natuurlijk kunnen we terecht voor een nachtje.

image