Tagarchief: amsterdam

Omzwervingen: Met Jacques richting Amsterdam

20140412_175809Niet zo lang geleden vond ik het boek Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse. Het boek bevat een vijftal beschrijvingen van wandelingen en fietstochten. Het eindigt met een indrukwekkende vaartocht over de Zuiderzee. De beschrijvingen bevatten uitvoerige tochten. Een wandeling van Amsterdam naar Huizen heen en weer op één dag is heel normaal.

Ik kreeg gelijk het idee om Jacques P. Thijsse te gaan volgen. Het boek verscheen precies honderd jaar geleden en ik wilde eens op zoek gaan naar de plekken die Thijsse noemt in zijn boek. Ook wilde ik weten of de afbeeldingen nog terug te vinden waren in de werkelijkheid.

Daarom combineerde ik laatst een afspraak in Amsterdam met een fietsrit naar de hoofdstad. Het viel eigenlijk best tegen de afstand en ternauwernood bereikte ik de plaats van bestemming op het afgesproken tijdstip. Misschien kwam het ook door de afleiding die ik onderweg had.

muiderberg oude kerk

Ik fietste langs het oude Zuiderzeestrand bij Muiderberg, zakte af naar het water van het IJsselmeer. Het kabbelde tevreden tegen het houten afschot. Ik zag hoe het oude Kerkje aan Zee nu tussen de bomen verstopt ligt en probeerde de kustlijn van weleer op de foto te zetten.

De binnenzee van weleer ligt er nu kalmer bij dan toe. Al schijnt het dat het nog altijd flink tekeer kan gaan op het IJsselmeer. De dreiging voor het omringende land is wel verdwenen. De recreatie wint hierdoor terrein. Al eist de economie ook veel ruimte op in de vorm van energiecentrales en snelwegen. Het laatste vraagt in de omgeving tussen Naarden, Almere en Amsterdam veel ruimte voor de verbreding van de A1, A9 en A6.

Het grote verschil tussen toen en nu zijn de bomen die nu overal weelderig groeien. Het zoute en zilte water van toen verhinderde dat waarschijnlijk. De ruimte valt nu goeddeels weg in het groen. Het kerkje bij Muiderberg ligt helemaal verscholen in het groen.

Het witte dijkhuisje uit het boek is door de bomen eromheen helemaal onttrokken aan het zicht. Met moeite lukte het mij dit huisje dat tussen Muiderberg en Muiden aan de oude Zuiderzeedijk ligt op de camera te krijgen.

dijkhuisje bij muiderberg

Verderop grijpt de bebouwing in. Het Muiderslot vanaf het gezichtspunt in het boek, is nu nauwelijks te vinden. Vanaf de oude dijk, tegen de haven aan, staan hoge loodsen voor de reparatie van plezierjachten. Het Muiderslot valt helemaal weg achter deze schutting van bebouwing.

muiderslot

Terecht merkt Thijsse op dat de Zuiderzeekant een verwaarloosde kant is van Amsterdam. Honderd jaar later is daar weinig aan veranderd. Wat eens de mooie kant van de stad was, waar de schepen voeren van en naar de Oost, liggen nu verwaarloosde fabrieksloodsen, gammele bruggen en een tot park omgetoverde vuilstortplaats.

Gelukkig is er ook meer ruimte voor natuur, al schuren natuur en economie soms rakelings langs elkaar heen. Zoals bij de uitgebreide energiecentrale of bij de uitbreiding van de snelweg. Dan is het lastig plekjes te vinden waar geen verkeer rijdt.

De afbeeldingen zijn afkomstig uit Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse, eerste druk in 1914. De hier weergegeven afbeeldingen zijn gemaakt door Edzard Koning.

Vastgoedwolven

image

Het begon met de herprofilering van de straat, in de loop van de jaren is de straat al aardig wat opengebroken. Daarna werd het braakliggende terrein opgebroken. De moestuintjes en de tennisbaan werden opgeruimd. Een bord stond naast het paadje dat hij de laatste drie jaar nam. ‘Voetpad niet meer beschikbaar in verband met werkzaamheden’, stond erop.

Hij nam het pad uit gewoonte en als afscheid. Graafmachines omhelsden het terrein. De grijparmen trokken het groen uit het land. Een grote bulldozer egaliseerde de grond die kaal tevoorschijn kwam. Het tegelpad lag opgebroken aan weerszijden van een zandbult. Alleen het afgeplatte zand verried waar het pad gelegen had. Hij voelde zijn voeten wegzakken in het zand. Achter hem trok een spoor en veranderde het afgeplatte zand in rul zand.

image

Een ander bord vertelde dat er woningen zouden komen op dit stuk braakliggend terrein. Een paar jaar geleden hadden investeerders afgezien van bebouwing. De grond bleef ongebruikt achter. Een paar mensen mochten ideeën aandragen om de grond zolang te gebruiken. Zo verrees er een tennisbaan en volkstuintjes op het terrein. Een insectenhotel en vogelverschrikker waren het enige dat er op het terrein boven het maaiveld uitkwam.

De eerste keer dat hij hier liep langs dit braakliggende terrein was in 2010. Hij was te voet op weg naar Amstelveen voor een interview. En genoot van de lichtval op deze morgen. De herfst die aanving en de ochtendzon die zo mooi de bladeren van onderaf geel maakte. Op het braakliggende bouwterrein groeide de maïs hoog. En hij vroeg zich af waarom hij hier op het duurste stukje grond van Nederland een maïsveld aantrof.

image

Daarna werd het een mooi plekje groen te midden van de geldwolven. De hazen liepen ‘s morgens vroeg over het veld. De ochtendnevel vermengde zich met het groen en maakte dat de hoge vastgoedgebouwen van de achtergrond oplosten in de wolken. Zo maakte het geld plaats voor het groen en genoot hij van de rust die de crisis met zich meebracht.

Nu keerde de activiteit terug. De natuur moest eraan geloven. Hier komen huizen. Een vastgoedontwikkelaar zag er weer genoeg geld in om hier een toekomst met grote winsten te zien. Straks zouden de heimachines komen en de grond klaarmaken voor het gegoten beton. De crisis en de natuur waren overwonnen. En hij zag hoe de haas het hazepad koos. Liep zelf nog een keer over dat pad langs die moestuintjes.

Het zou niet lang meer duren of hij zou hier ook niet meer lopen. Om het vergezicht dat bedorven werd niet te zien aftakelen.

image

Kapotte bovenleiding

image

Wachten op de bus bij Weesp.

Iets voor twee uur komt een tweet voorbij: er is een bovenleiding kapotgetrokken door een kraanwagen. Het is gebeurt tussen Weesp en Almere en daarom rijden er geen treinen tussen beide plaatsen. De tweet erop vertelt dat ik moet overstappen in Naarden-Bussum. De reisduur kan oplopen tot een uur extra reistijd.

Even later corrigeert de NS zichzelf: ook de treinen tussen Almere en Naarden-Bussum rijden niet. Wat er dan wel gebeurt, vertelt de website niet. Even later komen er nieuwe berichten: NS zet bussen in. Voor anderen moet er omgereden worden.

Daarom kijk ik kort voor vertrek nog even naar de vertrektijden. Rijdt mijn trein wel? Ik zie dat veel treinen uitgevallen zijn, maar het boemeltje naar Hilversum rijdt. Met vertraging dat wel. Daarom stap ik al later in de trein dan mijn trein zou vertrekken. Gelukkig heb ik de Chinareis van Paul Theroux bij me en lees heerlijk over de aalscholvers die in China de vis vangen voor de vissers.

Dan bereiken we Weesp. Een grote mensenklont stuwt naar de uitgang. Allemaal wachtenden voor mij. Een enkeling probeert voor te dringen. Met succes en de bussen druppelen langzamer dan er mensen aansluiten bij de rij wachtenden.

De geruchten groeien snel. ‘Ik hoor dat over 10 minuten weer een trein rijdt’, zegt iemand. De groep komt in beweging. Ik vaar niet blind op dat soort vage berichten. Ook omdat de site op mijn mobiel zegt dat de reperatie tot 19 uur duurt en het is nu 17 uur. Die trein rijdt voorlopig nog niet.

Ik wacht geduldig. Geduld werkt. De rij schuifelt langzaam vooruit. Voetje voor voetje de poortjes door. Ik kom uiteindelijk helemaal vooraan te staan. En hoor tot de 37 gelukkigen die in deze bus passen. Nog even en ik ben in Almere.

Als we op de snelweg rijden vraagt de chauffeur of er nog mensen uit moeten in Almere Poort. Geen vinger in de lucht. ‘Wilt u hard roepen als u in Almere Poort eruit moet?’ vraagt hij nog eens. ‘Mooi zegt hij. Dat scheelt een kwartier.’

Iets verderop rijden we over de Hollandse brug, parallel aan de spoorlijn. Een hijskraan staat op de rails. Hier is het gebeurd. Een stuk touw met flappen stof hangt naar beneden. Dat is de boosdoener. De spoorbaanwerkers proberen de trein weer te laten rijden. Dezelfde werkers als die eerder die middag de bovenleiding hebben vernield?

Jazz en pop op orgel

image

Bert van den Brink bespeelt het Verschueren-orgel in het Orgelpark te Amsterdam

Bert van den Brink is al jaren het bewijs hoe mooi jazz en popmuziek op orgel kunnen klinken. Gisteren presenteerde hij zijn eerste orgel-cd in het Orgelpark. Zijn concerten zijn een jaarlijkse traditie in het Orgelpark. Dit jaar kreeg de traditie een bekroning met de uitgave van een cd. Bij het presentatieconcert liet de jazz-pianist publiek enkele stukken van de cd horen.

Reach out
De opening: Reach out van The Four Tops. Een indrukwekkend muziekstuk waarmee hij zijn cd ook begint. Het spreekt misschien voor zich, maar ik liet mij verrassen door de ongebruikelijke ritmes en ongebruikelijke akkoorden. Zeker, het orgel leent zich ook heel goed voor de lichte muziek. Dat bewees deze entrada wel.

Tussen de muziekstukken door lichtte Bert van den Brink de muziek toe. Tegelijk gaf hij een inkijkje in de keuzes die hij maakte voor zijn cd. Alle nummers van de cd zijn opgenomen op het Verschueren-orgel. ‘Bij mijn concerten hier bespeelde ik alle orgels die hier staan. Wat me daarbij opviel, was dat ik daardoor nauwelijks toekwam om het instrument echt te ontdekken.’

Vox Celeste
Het Verschueren-orgel leent zich volgens Bert van den Brink uitstekend voor zijn muziek. ‘Het is het grootste orgel van het park en het is helemaal mechanisch. Je moet ervoor werken en daar houd ik van.’ Hij is gek op de Frans-symfonische bouw van het instrument. Met name de Vox Celeste is erg geliefd bij hem. ‘Ik kreeg de kans om twee hele dagen hier te spelen en dan ontdek je zo’n instrument.’ Hij speelde wat op de Vox Celeste. ‘En dan is er zo een uur voorbij.’

De mogelijkheden die de Vox Celeste biedt, demonstreerde hij daarna in de bewerking van het Ierse anonieme lied Shenandoah. Een liefdeslied. Het klonk adembenemend. In de vertolking van Bert van den Brink kreeg dit lied  rust en een bijna profane karakter. De combinatie van de Vox Celeste als begeleiding en de fluiten als uitkomende stem maakten het tot de sensatie die bij dit Ierse lied hoort.

image

Het Mustel-harmonium beneden in de Orgelzaal op het podium.

Harmonium
Op de cd heeft Bert van den Brink één nummer op een ander instrument gespeeld. Op het Mustel-harmonium speelt hij Body and Soul van Johnny Green. Hij speelt het jazz-nummer op de célesta. De combinatie van het klokkenspel met de ‘vox celeste’ van het harmonium maken het tot een ingetogen stuk. Dat demonstreerde de jazz-muzikant gisteren overtuigend in het Orgelpark.

Bij de wandelingen naar en van het podium beneden liet hij zich begeleiden door ‘pauzemuziek’. Op het Sauerorgel had hij enkele improvisaties eerder ingespeeld die het publiek te horen kreeg als hij naar het podium liep. En later ook toen hij terugkeerde naar het grote orgel om Yesterdays van Jerome Kern te laten horen. Gevolgd door de Blues die hij door het Orgelpark blies.

Queen
De afsluiting was het meest verrassende en ik denk stiekem ook het hoogtepunt van de avond: de uitvoering van Bohemian Rhapsody van Queen. Een verzoek van zijn vrouw en twee kinderen. ‘Maar het kan niet’, had hij verzucht. ‘Probeer maar eens.’ En die poging werd rijkelijk beloond. Want wat klonk het overtuigend.

De uitdaging bij de uitvoering van dergelijke muziek is een zorgvuldige analyse van het origineel. Je kunt onmogelijk alles laten horen. Een uitvoering op orgel vraagt om keuzes. Die keuzes maakt Bert van den Brink. Hij laat dingen weg en legt op andere aspecten accenten. De registratie vormt hier een wezenlijk element bij. Het levert een interpretatie van een poplied op, dat net zo overtuigend klinkt als een klassieke compositie of als het origineel.

image

Bert van den Brink wordt gefilmd voor een videoreportage.

Hij is een overtuigende muzikant. De muziek die hij speelt, overtuigt mij ervan dat elke organist een tijdje bij een jazz-muzikant in de leer zou moeten gaan. Of moet meespelen in een popbandje. Het zou helpen bij het improviseren en spelen van klassieke composities. Het zou hem nog beter leren muziek te maken.

Update
De cd die ik aanschafte, deed het helaas niet. Gelukkig kreeg ik vandaag bericht: er is iets misgegaan met de persing. Volgende week krijg ik de nieuwe toegestuurd. Ik zie er erg naar uit. Ook omdat ik heel graag de muziek die ik zaterdag hoorde nog een keer wil horen.

Daktuin

image

Daktuin op het VU-gebouw

Ook ik ben naar de daktuin geweest op het dak van de VU. Twee voormalige VU-studenten kwamen op het idee om hier een mooi dakterras van te maken. Een mooi idee. Het biedt de mogelijkheid om lekker buiten te zitten in het groen. Bovendien wordt er weinig anders met de ruimte gedaan.

image

Zitten in het groen

Kort na de introductie van de daktuin, publiceerde VU-historicus op twitter een foto. Hierop is te zien dat de Vrije Universiteit kort na de opening al dakterassen had. Op de daken zie je mooie terrassen in prachtige perkjes. Wat de reden geweest is om ze af te schaffen weet ik niet. Er kunnen best goede redenen voor geweest zijn.

image

Uitzicht vanaf de ‘moestuin’ in de richting van de rode pieper

De nieuwe daktuin is dus helemaal niet zo nieuw als ze willen doen geloven. Ik kwam op het terras toen de zon scheen. Het zag er lekker warm uit. Op het terras bries een windje, waardoor het colbertje dat ik aanhad geen overbodige luxe was.

image

Verder vond ik het nogal kaal aandoen. Er stonden een paar snelgroeiende bomen, sprieten nog. Wat plantjes in de perken en wat verderop stonden vierkante metertuinen met groenten. Ook waren er een paar kassen waarin paprika en courgette stond.

image

Verder was het een lege bedoening. De houten vlonders op het dak gaven alles wel iets gemoedelijks. Tegen de borders kon je zitten. Ook stonden er knusse tafels waaraan studenten zaten te studeren. Heel aardig allemaal natuurlijk, maar het weegt niet op tegen de hectare die de VU hortus bestrijkt.

image

Vierkantemeter tuinen al dan niet tot een kas omgebouwd.

Het levert geen geld meer op, vindt het college van bestuur. ‘We zijn een universiteit, geen tuinderij’, zou de voorzitter van het college van bestuur hebben gezegd over de bijzondere plantenverzameling. Het is het marktdenken dat heerst. Een gloednieuw ziekenhuis levert meer op dan een 80 jaar oude Tulpenboom.

image

Vierkantemeter tuin onder glas zodat een kas ontstaat.

De Hortus moet helaas wijken voor de nieuwbouw van het ziekenhuis. Het groen dat daar groeit is werk van jaren met liefde tuinieren. De planten van de daktuin staan er enkel als decoratie. De student die het idee van zijn medestudenten heeft uitgevoerd, wil het aantal dakterassen uitbreiden.

image

Hier niet zitten hoor!

Hij vindt het belangrijk om in het groen te kunnen studeren of te praten. En hij hoeft niet zo nodig met het groen in gesprek. Terwijl dat voor mij de hoogste vorm van meditatie is. Zo wordt het steeds moeilijker om in alle drukte een rustig plekje groen te vinden.

image

Niet betreden!

Even geduld Aub

image

Voor het eerst stap ik de theatertempel van Nederland binnen: Carre. We zijn hier met trein en metro aangekomen. Daarna de straat uitgelopen op weg naar het indrukwekkende theater. De enorme voorgevel valt zelfs van opzij op. Hier is het theater waar elke acteur en cabaretier van droomt.

Ergens in februari vroeg mijn broer of we meewilden naar Jochem Myjer in Carre. Hij was kaartjes aan het bestellen voor de show Even geduld Aub. De eerste show die hij na de (goedaardige) tumor in zijn nek speelt. Het berichtje kwam net binnen toen we in de kringloopwinkel van Naarden stonden. Is goed, zei ik, waarna het antwoord via WhatsApp terugkeerde. Hij had een kaartje voor ons bemachtigd.

De laatste – en eerste – keer dat ik bij een theatershow van hem was, was in Hengelo. Hij speelde Adehade, de show waarmee hij bekend is geworden. Ook toen een enorme orkaan aan informatie, grappen en grollen. Boordevol met energie en vooral drukte. Jochem Myjer zette zichzelf er direct mee op de kaart. Hij werd de bekendste ADHD’er van Nederland.

Daarna heb ik hem gevolgd via televisie. De show Yeee-haa ken ik alleen van de televisie. Net als de volgende show, De rust zelve. De uitnodiging van mijn broer leek mij wel een mooie gelegenheid om weer eens naar het theater te gaan. De show heet Even geduld Aub.

Nu betreed ik het grote theater dat ik alleen ken van televisie. Mijn broer heeft plaatsen geregeld met slecht zicht. Wij mogen met z’n tweetjes zitten in de laatste loge, nummer 14. We zien het podium van opzij. Maar we kunnen de hele inrichting – met het hoofd van Jochem Myjer en veel projecties – niet zien. Er is helemaal niks van te zien. Niet erg, vind ik bij voorbaat, hij biedt meer dan genoeg vertier om van te genieten.

Mijn broer is helemaal zenuwachtig. Het is de avond met heel veel BN’ers. Ik zie Andre van Duin al zitten, net als Joop van den Ende. In dezelfde loge zitten Marco Borsato met zijn vrouw Leontine en achter hen zit schrijver Kluun. Bij het toilet kwam ik verschillende acteurs tegen. Carine Crutzen koos het herentoilet omdat de rij bij de vrouwen haar te lang was.

Dan begint de show. Het geluid klinkt ook van opzij. We krijgen zo niet alles mee. Het verhaal van zijn ziekte begint de dag na mijn verjaardag op 18 augustus 2011. Hij sleurt je mee in een grote energiestroom. De grappen glijden in een achtbaan over de hoofden. Geen tijd om te lachen. De volgende is er weer.

Wat een verhalen, wat een informatie. Soms droom ik even weg en laat ik mijn ogen over de mensenmassa in de zaal glijden. Een paar dames dragen lichtgevende kleding. Het oranje kleurt lichtjes op in het donker van de mensen. Ik kijk naar het plafond. Wat een hoogte en zie hoe hoog de mensen zitten op de bovenste rijen.

Als het pauze is, kom ik een oud-collega tegen. Jaren niet gezien. En verschrikkelijk leuk. Ze laat foto’s zien van haar kinderen en haar man stelt zich even voor. Ik denk aan de kippen die in hun tuin zouden scharrelen. Nu staan de kinderen op de schommel. Leuke gezichten. Ik ging net weg bij dat werk toen haar eerste geboren was. We nemen snel een bitterbal en drinken in een lounche.

Het maakt meer indruk op mij dan de show van Jochem Myjer. Te heftig. Dan is het tweede deel. Voor mij iets beter te volgen. De structuur is mij wat helderder. De grappen lijken wat rustiger te gaan. Beter te vatten. Ik weet ook wel dat alle indrukken nog verwerkt moeten worden. Vannacht zal ik in bed liggen, de geest slingert dan nog altijd in die achtbaan. De woorden, de beelden, het licht. Alles krijgt een betekenis. Het kost veel tijd, maar dan heb je ook nog.

En de volgende gaat die achtbaan gewoon verder. De rondjes gaan minder snel. Het wordt me veel duidelijker. Ik voel meer en meer alles tot rust komen. Ergens geniet ik er ontzettend van. Geleidelijk openbaart zich de hele show aan mij. Hij maalt door mijn hoofd, steeds langzamer.

Heel mooi, een vertrouwde mix van liedjes die hij voorheen ook maakte en nieuwe dingen. Zelfs ontroering zit erin. En de kunst komt tot uiting in het lied over zijn leraar als peuter die leert praten: een rap op dierennamen. Prachtig.

Hoe je met een beetje geduld heel ver kunt komen. Even geduld Aub. Hopelijk is de nacht vannacht iets rustiger. De wagentjes van de achtbaan draaien nog steeds rondjes, maar wel een stuk langzamer dan gisteravond.

Rijksmuseum

doris voor de nachtwacht in rijksmuseumBij de opening van het vernieuwde Rijksmuseum sprak directeur Wim Pijbes over het doel van het Rijksmuseum: alle kinderen in Nederland voor hun 12e jaar de Nachtwacht laten zien.

Een bijzonder doel dat Doris bij alle aandacht in de media voor de opening van het vernieuwde Rijks goed opving. ‘Ik wil op mijn verjaardag naar het Rijksmuseum’, zei ze. ‘Om de Nachtwacht te zien.’

Ze is acht jaar geworden en heeft dus nog vier jaar de tijd om de doelstelling te halen. Maar dat was niet belangrijk. ‘We kunnen nog een keertje.’ Bovendien moest ze vanmorgen haar verjaardagsmuts op.

inge en doris voor rijksmuseum amsterdam

Zo stapten wij vroeg in de trein op weg naar het Rijksmuseum in Amsterdam, via Amsterdam Zuid en tram 5 kwamen we in de cultuurtempel van Nederland. Ze herkende het gebouw van architect Cuypers als van verre. Onderwijl kregen we de ene felicitatie na de andere. Het valt best op dat je jarig bent als je met een verjaardagsmuts rondloopt. Zelfs al is het in Amsterdam.

Vanuit de tram zagen we de lange rijen wachtenden bij het Van Goghmuseum en Stedelijk. We vreesden soortgelijke taferelen bij het Rijksmuseum. De verf van de restauratie is nauwelijks opgedroogd. De aandacht in de media niet vergeten. Dus dat beloofde wat.

Maar de rij viel erg mee. Alleen moest ik mijn rugzak inleveren en daar was een kleine rij. Daarna weifelden we even welke weg we zouden inslaan. Doris wilde graag bij de Middeleeuwen beginnen en we liepen de zalen met prachtige Middeleeuwse en Renaissance kunst door.

Daar troffen we ondermeer Renaissancekunst van Lucas van Leyden aan. De dans om het gouden kalf, een altaarstuk uit ca. 1530. Ik ben liefhebber van deze schilder uit Leiden. Maar het verlangen naar de Nachtwacht werd sterker en een klein uurtje later betraden we de zaal, de galerij der Groten op de tweede verdieping.

veel toeschouwers bij nachtwacht rembrandt

‘Waar is de Nachtwacht dan?’ vroeg ze terwijl we aankwamen op de tweede verdieping, precies ter hoogte van de zaal met de Nachtwacht. Ik zag hem zo opdoemen vanuit het trapportaal. Imposant en groots: de Nachtwacht van Rembrandt.

Hoe vaak heb ik dat beeld niet gezien. Ontelbare keren. De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren. Dat is de originele titel. Het meisje dat vol in het licht valt. De schutters erom heen. De kapitein en luitenant beraadslagen iets, de route die gemarcheerd moet worden? De heer op de trom en de enorme vlag die deels buiten het schilderij valt.

Misschien is het vooral de grootte van het schilderij. Dat origineel nog groter was. Een heel stuk van de linkerkant is verdwenen en daarmee is de compositie niet zo volmaakt. Maar zeker een mooi gebruik van de kleuren en het licht.

De zaal is ook prachtig. De andere schuttersstukken vallen erbij in het niet. Net als de vrouwenfiguren die het dak dragen. Ze verbeelden, nacht, morgen, dag en avond. Ik moest gelijk denken aan Junghuhn. Deze kariatiden zouden zinspelen op Rembrandts spel met licht en donker. Voor mij verwijzen ze naar de dagelijkse cyclus van het leven.

Ik had bewondering voor het geduld en de liefde waarmee ze naar het schilderij van Rembrandt keek. Een meisje van acht dat geniet van kunst. De kunst met een hoofdletter. Ze lijkt het te begrijpen.

eregalerij rijksmuseum

De eregalerij bevat overigens prachtige schilderijen en biedt een mooi overzicht van de Nederlandse schilderkunst uit de Gouden eeuw. Jan Steen, Jacob van Ruisdael en Salomon van Ruysdael. Net als Frans Hals en Johannes Vermeer. Schilderijen die je vaak al kent, maar nu in het echt ziet.

Heerlijk om zo samen te genieten van kunst en geschiedenis. Na het zien van de eregalerij liep het museum steeds voller. We zijn nog in de zalen met scheepsmodellen en wapens geweest, maar vrij snel daarna was het lunchtijd. In de museumwinkel kreeg de jarige ook nog een cadeau van het museum: een mooie kaart van de Nachtwacht en een boekenlegger.

aan de pizza

De trek in een lunch lokte ons naar buiten. Daar zagen we de lange rij wachtenden voor de draaideur van het museum staan. Een heerlijke pizza hebben we veroverd aan de Lange Leidsedwarsstraat, met uitzicht op lossende leveranciers. Ook hier van alle kanten felicitaties. Een verjaardagmuts valt op. Ook in Amsterdam.

Onderweg naar huis en bij het uitlaten van de honden heb ik nog lang genoten van de beelden van deze meesterwerken.

Tournemire in het orgelpark

image

Een uitgesproken mysticus als Tournemire in het Orgelpark, kan dat eigenlijk wel? Een kerk bezit die gewijde ruimte, hoge gewelven en daarmee mystiek wel. Het Orgelpark is een concertzaal die haar oorsprong als kerk heeft, maar de protestantse uitstraling van weleer heeft nu een ander soort warmte plaatsgemaakt.

Bij Tournemires Les sept Paroles du Christ hoort de mystiek. Het vormt naast het orgel, de ruimte en de organist een wezenlijk element voor een uitvoering van dit bijzondere muziekstuk van de Parijse organist Charles Tournemire (1870-1939).

Inderdaad kan een uitvoering van dit werk in het Orgelpark een versie in de Parijse Sainte Clothilde niet verslaan. Daarvoor is de ruimte te klein en het orgel (in verhouding) te groot. Ondanks deze minpunten wist de Schaagse organist Tjeerd van der Ploeg woensdagavond erg dicht in de buurt te komen van een intense en mystieke uitvoering van dit bijzondere werk. De 7 koralen bij de 7 kruiswoorden die Jezus in de verschillende Evangelien spreekt, behoren tot het meest toegankelijke uit het oeuvre van deze Parijse organist.

Het muziekstuk past goed in de tijd waarin ook Dupre en Messiaen passages uit het evangelie in muzikale schilderingen uiteenzetten. Dupre schreef het lijdenswerk Le Chemin de la Croix in 1935. Messiaen schreef in hetzelfde jaar 9 meditaties rond de geboorte van Jezus. Een paar jaar eerder schreef Messiaen al L’Ascension. Het zijn 4 meditaties rond de Hemelvaart van Jezus Christus.

Messiaen bewandelde een andere weg dan Tournemire, net als dat Dupre verschilt van Tournemire. De inspiratiebron vormt wel het orgel, het Frans-symfonisch orgel zoals Cavaille-Coll dat ontwikkeld heeft.

De componist Marcel Dupre onderscheidt zich van Tournemire door zijn veel contrapunctischer en meer doorwrochte interpretaties van het lijden van Christus. Charles Tournemire is veel rauwer en intenser. Hij spiegelt de 7 kruiswoorden in een heuse muzikale strijd. En dat gaat heel ver. Soms krijst het orgel het in alle toonaarden uit. Dan lijkt het of het niet erger kan. Andere keren verzinkt de muziek in een zachte klankwereld waarin vooral berusting doorklinkt.

Tjeerd van der Ploeg wist deze aspecten prachtig te interpreteren op het Verschuerenorgel in het Orgelpark. Het orgel is sterk geinspireerd op de Frans symfonische orgels zoals Cavaille-Coll deze maakte. Zodoende waren de registratievoorschriften van Tournemire tot in de puntjes te volgen. Probleem bij dit orgel is dat het erg groot is voor de ruimte waarin het staat. Het uitgebreide scala van soorten aan fortissimo wordt zo gereduceerd tot 1 soort, namelijk hard. Alles klinkt hard. De kleine variatie van het ‘hard’ gaat verloren in de luide klank.

Het orgel bezit veel klankrijkdom, maar de ruimte vraagt minstens evenveel aandacht voor een goede match. Gelukkig boden de 7 verschillende meditaties van Tournemire genoeg mogelijkheden om je over dit punt heen te zetten. Juist de klankrijkdom, het zoeken naar de grenzen en mogelijkheden van het orgel, maken deze composities tot zo’n muzikaal hoogtepunt.

Tournemire weet alle facetten van de menselijke geest bloot te leggen in de 7 koralen. Hij doet dit enerzijds door uitdagende thema’s neer te zetten. Hij roept hiermee een enigszins vervreemdende sfeer op en tegelijkertijd een heel kerkmuzikaal klankidioom. Hij past prachtig in de traditie, maar zoekt de vernieuwing op. Vaak sluit zijn muziek naadloos aan op de muziek en van onder andere Louis Vierne of Charles Marie Widor. Maar de keuzes die hij uiteindelijk maakt, verschillen van zijn tijdgenoten. Hij brengt daarmee de verrassing in zijn muziek.

Het lijkt of in deze koralen van Tournemire de geloofsbeleving een wezenlijkere rol vervult dan in de muziek van Vierne of Widor. Dupre slaat een vernieuwende weg in, maar gaat veel rationeler te werk. Messiaen laat een heel nieuwe klankbeleving toe in zijn werk. Tournemire hangt een beetje tussen deze twee componisten in. Soms nadert hij in idioom de componist Jehan Alain. De ritmes in het zesde koraal en de akkoorden in het zevende, lijken soms rechtsstreeks uit een compositie van Alain te stappen. Tournemire verschilt echter met al deze componisten. Hij is een echte organist maar vooral mysticus.

Dat mystieke kwam ook goed tot uitdrukking in de uitvoering van Tjeerd van der Ploeg. Al is het een concertzaal en voorheen gereformeerd kerkgebouw, de zo typerende rooms-katholieke mystiek waarin gregoriaans aandoende thema’s een rol spelen in combinatie met de oosterse ritmes. Het klinkt heel vernieuwend en uitdagend. De muziek barst uit zijn voegen en dat werkt lastig in een kleine ruimte. Tegelijkertijd weet ik ook wel dat de kracht in de muziek zelf zit.

Dat is zo mooi aan het live horen van deze muziek. De klank van het pedaal komt veel beter tot uitdrukking dan je bij een opname kunt horen. En Tournemire benut het orgel op alle mogelijke manieren van hoog tot laag. Een opname laat daarin veel steken vallen. Zo is de verhouding tussen het pedaal en de hoge fluiten werkelijk adembenemend in het tweede koraal. Hierin nadert Tournemire een bijna paradijselijke ervaring bij Jezus’ woorden ‘Hodie, mecum eris in Paradiso’ (Nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn).

Of de weeklacht die in het vierde deel klinkt bij de woorden ‘Eli, Eli, Lamma sabacthani’ (Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten). Een grotere schreeuw van eenzaamheid en verlatenheid is niet tot klinken te brengen dan de krijs van Tournemire. Ook het thema van de berusting is een ontwikkeling die steeds sterker naar voren komt. De laatste twee koralen demonstreren dit heel mooi.

Zo word je als luisteraar helemaal meegevoerd met het lijden van Christus. De gevoelens bij deze woorden zijn intens en doorleefd in muziek gezet. Zo bereik je als luisteraar een heel andere ervaring dan bij het gesproken woord. Voor mij nemen de Sept Paroles du Christ een heel eigen plek in bij de muziek in de lijdenstijd. Tournemire weet een gevoelige snaar te raken.

Dat gebeurde ook bij de 50 toehoorders in het Orgelpark afgelopen woensdag. De laatste koralen voeren je mee in een toestand die je dicht bij jezelf brengt. Na het klinken van de laatste toon, was het helemaal stil. Zo drong zelfs de stilte door in de muziek en vormde een wezenlijk element bij deze compositie. Het applaus dat meer dan een minuut later volgde, was bijna ongepast. De muziek hield niet op bij de laatste noot.

Daarmee behoorde deze uitvoering tot een intens beleefd concert. Tjeerd van der Ploeg beheerste het muziekstuk goed, wist de subtiliteit goed uit het Verschuerenorgel te halen. Dwars door het rumoer van de tremulant en het robuuste volle werk. Tjeerd van der Ploeg wist zelfs iets van de mystiek uit het orgel en de ruimte te halen die ik voor onmogelijk hield.

Zo verliet ik woensdagavond het Orgelpark met een ervaring die zeker kan tippen aan de indrukwekkende uitvoeringen van Bachs passionen. Het einde van een mooie verdiepende periode in dit bijzondere muziekstuk uit het orgeloeuvre van Charles Tournemire.

Improvisatie op Ic wil mi gaen vertroesten

image

Daar is hij dan: de improvisatie op Ic wil mi gaen vertroesten die ik zaterdag speelde op het orgel van De Duif in Amsterdam. Gelukkig kreeg ik hulp van de organist Stephan van de Wijgert bij het kiezen van mooi registraties. Het zijn 6 variaties geworden, omlijst met het koraal aan begin en einde.

De improvisatie bestaat uit de volgende variaties (met de tijden ervoor in het filmpje):

00:00 koraal: quintadeen
00:58 variatie 1: fluiten
02:50 variatie 2: cornetten hw en pos
07:27 variatie 3: 8-voeten positief
08:49 variatie 4: alle 8-voeten
10:17 variatie 5: sesquialter
11:32 variatie 6: pedaalsolo
14:37 koraal: plenum hoofdwerk

Opnemen

hoofdwerkkas-smits-orgel-de-duif-amsterdamIk mag haar nieuwe camera meenemen om mijn orgelspel in de Amsterdamse De Duif op te nemen. Trots maar ook met de vrees iets kapot te maken, draag ik het ding in mijn tas. Een statief om hem goed te positioneren slingert los aan mijn hand. Ik pak het allemaal goed aan vandaag.

Ik durf de camera met statief niet te ver weg te zetten. Daarom met zicht op de speeltafel staat de apparatuur ook voor mij goed in het zicht. Ik stel alles in en zet mij achter de klavieren van het indrukwekkende Smits-orgel.

Het aantal orgels met drie klavieren waarop ik gespeeld heb, is op de vingers van een hand te tellen. Daarom voel ik mij deze ochtend de gelukkigste mens op aarde. Ik laat mij adviseren door de vaste organist van deze kerk. Hij weet welke klanken de verschillende combinaties opleveren.

Zo zit ik helemaal klaar en zet het beginakkoord in van Viernes Berceuse. Ik heb een paar noten gespeeld als ik besef dat de camera nog niet op opnemen staat. Snel stop ik mijn spel en vlieg naar het toestel. Mijn voeten tikken tegen de registers als ik mij losworstel van de speeltafel.

Het rode knopje druk ik in. De video loopt. Hij neemt op. Ik vlieg weer terug. Kijk nog even snel naar de registercombinatie en zet het akkoord weer in. Niet alles verloopt vlekkeloos. Ik loop vast in een akkoord en besluit opnieuw te beginnen. Ik ben nog niet ver genoeg op weg om de blunders voor lief te nemen.

De foutloze opname gaat vandaag niet lukken. Daar ken ik dit instrument niet goed genoeg voor. De pedaalpartij lukte mij thuis al amper goed in te studeren. Vandaag zit het helemaal niet mee. De brede en korte toetsen brengen mij nog meer van slag. Zodoende laat ik het zoveel mogelijk bij manualiter-spel.

Dan de improvisatie. Het koraal klinkt fantastisch op de quintadeen van het positief. Wat een prachtig register is dit. Ik krijg er wat verderop een fluit bij. Het klinkt goed. Dan een minimal-stijl zoals ik thuis had bedacht. Op de fluiten van dit orgel. Ik strand ergens en besluit dat het voldoende is.

Het gedeelte met de cornetten van hoofdwerk en positief vraagt wat voorbereiding in de registratie. Ik speel en geniet van de klank. Het zijn allebei prachtige registers die leuk tegen elkaar afsteken. Ik geniet maar besef dat het langdradig kan zijn.

Daarna ben ik alleen, de organist is even weggelopen. Ik probeer de pedaalpartij die ik thuis een beetje heb voorbereid, zoek er de juiste registratie bij. Het wordt voor mijn gevoel te machtig. Ik ga door en besef dat dit misschien allemaal iets teveel van het goede is.

Nog wat gerommeld en dan is mijn halfuurtje voorbij. Tijd voor de volgende. Hij neemt plaats op de orgelbank en zet een imposant boek voor zich op de lessenaar. De verticale balken verraden dat het een ander muziekschrift is dan ik ken. Hij zoekt een registratie en zet een imposant contrapuntisch evenwichtig muziekstuk in.

Ik druk voor de tweede keer op het rode knopje. De camera gaat uit. De komende dagen durf ik het resultaat nog niet te beluisteren. Dat is mij wel duidelijk.