Tagarchief: amsterdam

Autobiografie Damschreeuwer

Sinds de dodenherdenking op de Dam in 2010 is hij bekend als de Damschreeuwer: Gennaro Pepe. In zijn autobiografie De Man & De Scheeuw vertelt hij over zijn leven. Hierbij maakt hij gebruik van zijn onbedoelde bekendheid. In aangeschoten toestand kwam hij die avond 5 minuten voor 20 uur uit de kroeg en vroeg zich af waar al die drukte voor was. Uit frustratie schreeuwde hij.
Van het beeld van de dakloze en treurige man die in de media over hem geschetst is, is in zijn autobiografie weinig te merken. Gennaro Pepes leven heeft meer van een schelmenroman zoals Jan Cremer heeft geschreven. De schelmenstreken zijn meer criminele gedragingen, compleet met het luxeleven dat daarbij hoort.

Niet veel zelfkritiek

Zijn autobiografie bevat niet veel zelfkritiek. Gennaro is meer vervult van zijn grootse daden in de cocaïnehandel en als pooier en bordeelhouder dan dat hij zijn leven kritisch onder de loep neemt. Dat gebrek aan zelfreflectie maakt dat hij erg pocherig en van zichzelf vervuld overkomt. Het woord spijt of zelfs de gedachte dat hij het misschien anders had moeten doen, niets van dat alles komt bij hem op. Zelfs als een Rabijn in de gevangenis bij hem komt, vraagt hij alles:

Achteraf gezien had ik natuurlijk gewoon mijn verstand moeten gebruiken en moeten zeggen dat ik tweehonderdvijftig miljoen euro wilde hebben. Daar had ik tenminste écht wat aan gehad. Dan had ik dit boek niet hoeven schrijven om aan geld te komen. Dan had ik een statig monumentaal grachtenpand kunnen kopen aan de de karakteristieke Amsterdamse Herengracht. En de rest van mijn leven iedere maand op vakantie gekund… Dan had ik namelijk alles kunnen kopen. (288)

De grap is dat hij vroeger alles kon kopen met zijn louche zaken, maar toen vooral lijntjes coke opsnoof. Het besef dat hij zijn leven anders had kunnen inrichten, lijkt niet in hem op te komen. Het draait nu vooral over een woede tegen anderen, waarbij hij zichzelf vooral buiten de wind houdt.

Schelmenverhaal

Ondanks dat, blijft het verhaal meeslepend en daagt uit om verder te lezen. Soms worden de hoofdstukken hinderlijk onderbroken door cursieve fragmenten waarbij hij iets loslaat over het schrijfproces. Niet zo interessant en eigenlijk best hinderlijk. Het onderbreekt het schelmenverhaal dat deze autobiografie is.

Genarro Pepe: De Man & De Schreeuw, Autobiografie Damschreeuwer. Soest: Uitgeverij Boekscout.nl, 2016. ISBN: 978 94 022 2448 1. 299 pagina’s. Prijs: € 19,95. Bestel

Botanische tuin van de VU

Bij mijn zwerftochten door de botanische tuin van de Vrije Universiteit in de pauzes, passeerde ik regelmatig de Tulpenboom. Ik dacht aan de liefde van Jan Wolkers voor deze bijzondere boom en vroeg mij af of hij de boom die hier tegen de waterkant groeide, kende.

In zijn roman De doodshoofdvlinder loopt de hoofdpersoon Paul door de botanische tuin die achter het academische ziekenhuis van de VU, het VUmc, staat. Hij loopt er even doorheen met Carla Middelheim, de vrouw waarmee hij een paar dagen eerder op de sterfdag van zijn vader, een aanrijding had. Ze ligt in het ziekenhuis omdat haar hele gezicht openligt.

Ze steken het bruggetje over achter het ziekenhuis. Deze komt vlak bij de Tulpenboom uit. De verteller merkt het niet op:

Toen ze over het houten bruggetje de botanische tuin inliepen kwam de zon helemaal uit de mist te voorschijn. Een zilveren schijf die ineens warm en stralend werd. Het glas van de kassen en platte bakken glinsterde en schitterde. De hele natuur lichtte onwerkelijk op. (189)

De botanische tuin die Jan Wolkers hier beschrijft, zal niet zo verwilderd zijn als de botanische tuin die ik ken. De hoge planten langs de waterkant en de kassen die verstopt liggen achter de struiken en het hoge riet. Ik genoot ervan tijdens mijn wandelingen in de pauze.

In die tijd werd de tuin met sluiting bedreigd. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de VU vond het complex dat geen onderwijskundig doel meer had, overbodig. Dat het terrein zichzelf kon bedruipen, deed daar geen afbreuk aan. Net als de bijzondere collecties van cactussen en bonsaibomen. Een veredeld tuincentrum noemde hij het.

Na zijn vertrek, mocht de Botanische tuin van de VU ineens blijven bestaan. Bij mijn laatste bezoek aan de tuin, dit voorjaar, hing er een groot bord dat de botanische tuin tot 2030 blijft bestaan. Daarnaast werd de tuin onderworpen aan een grote opknapbeurt.

De grote tropische kas was helemaal overhoop gehaald. Het bassin met de waterschildpadden was leeg en buiten kon ik niet meer bij de plek waar eens de Tulpenboom stond. Net als het stuk waarin de Ginkgo stond, vreesde ik dat het ten prooi gevallen was aan de grijpgrage bouwkranen en graafmachines.

Jan Wolkers: De doodshoofdvlinder. Roman. Amsterdam: Uitgeverij De bezige bij, [1979]. 3e druk, 1999. ISBN: 90 234 3923 6. Prijs: € 10. 244 pagina’s. Bestel

De kat op de telefoon

img_20160811_205537.jpgBij het lezen van Advocaat van de hanen vallen mij meteen weer die heerlijke details op die A.F.Th. van der Heijden zo mooi in zijn verhaal weet te integreren. Zoals de lapjespoes die een plekje op het kantoor van advocaat Ernst Quispel heeft gevonden naast de telefoon:

De lapjeskat van de bovenburen had in Quispels kantoor haar vaste plek in een postmandje.Het stond onder een bureaulamp die sterker en dus warmer was dan die op de andere bureaus, met als enig nadeel dat het zich vlak naast de telefoon bevond, waarvan zij het gerinkel verafschuwde. De kat had geleerd met een flinke tik tegen de hoorn, waarmee die een kleine centimeter van de haak werd gelicht, het wrede apparaat het zwijgen kon opleggen. Het had Quispel al heel wat zakelijk aantrekkelijke telefoontjes gekost, en een boel ongeloofwaardige uitleg aan de meer vasthoudenden. (47/48)

Ik kan ongelooflijk genieten van zo’n passage waarbij de verteller dit soort niet direct ter zake doende informatie geeft. Dit kleurt het verhaal en maakt het zo memorabel. Ook omdat je weet dat dit element ongetwijfeld terugkomt in het verhaal.

Dat geldt hier zeker ook omdat Van der Heijden het mooi vermengt met de kater van de hoofdpersoon. De hoofdpijn slaat toe, de schok van Ernst Quispel komt overeen met de schok van de lapjeskat onder de bureaulamp.

Als de telefoon iets voor achten is gegaan, de kat de hoorn opwipt en pas tegen kantoortijd (9 uur) de telefoon weer rinkelt, slaat de kat juist niet toe. Het is de heer Noppen aan de andere kant van de lijn, die de advocaat van de hanen vraagt om raad. Zijn zoon is op raadselachtige wijze om het leven gekomen in een politiecel en nu wil de politie hem zo snel mogelijk begraven.

Het verhaal is begonnen, al heeft de kat het proberen te verhinderen.

A.F.Th van der Heijden: Advocaat van de hanen. De tandeloze tijd 4. Amsterdam: Querido, 1998 [1e druk 1990]. ISBN: 90 214 6690 2. 574 pagina’s. Prijs: € 15,00.Bestel

Lange halen, gauw thuis – rondje Stelling van Amsterdam (2)

image

De tent is ingepakt. We hebben de tassen aan onze fietsen opgehangen. Klaar voor vertrek. Nog snel vers water en dan kunnen we echt gaan. Op de fiets naar huis. Ik voel de lange rit van gisteren nog wel in mijn benen. Het was een flink eind wat we gereden hebben.

Een onrustige, koude nacht. De eenden vlogen rakelings over onze tent en het merelvrouwtje gilde hard omdat er blijkbaar iets te dicht bij haar kroost kwam. Verder rustig gedaan, blogje geschreven en het boeltje ingepakt.

image

Als we wegrijden, fietsen we eerst maar in de richting van het knooppunt waar we gisteren naar op weg waren. Als we daar aankomen en ik een foto van de Binnen Liede wil maken, lukt het niet. De pleister op mijn vinger zorgt ervoor dat ik het niet voor elkaar krijg het knopje al fietsend in te drukken.

Ik wilde gisteravond nog even alle mesjes en andere dingen van het zakmes lostrekken. Er zat een scherp mesje tussen, dat ik aanzag voor een bot eind. Het heeft een flinke jaap in mijn wijsvinger gemaakt.

image

Niet meer te herstellen. We naderen het volgende knooppunt en fietsen langs de oudste spoorlijn van Nederland. De lijn van Amsterdam naar Haarlem. Het treinverkeer wordt in de lucht doorkruist door de landende vliegtuigen. De wielen staan uit en klaar om iets achter de spoorlijn te landen op de baan van Schiphol.

Wij rijden door een prachtig veld met voorjaarsbloemen. In het bos, iets verderop fluiten de vogels dat het hun een lieve lust is. De zon schijnt volop. We hebben genoeg aan onze truien. Geen spatje regen, de wind blaast losjes door het haar. Wat is dit een heerlijk fietsweer.

image

We rijden door Spaarnwoude en door een gebied dat ingeklemd ligt tussen een snelweg en een spoorweg. Iets van ons af ligt het Westelijk havengebied, we krijgen soms een doorkijkje naar grote, ronde silo’s voor de opslag van olie en andere gevaarlijke stoffen. Er blijft veel voor ons verborgen. We rijden langs volkstuintjes en zien hoe de bewoners hun tuinen en bijbehorende huisjes tot heuse juweeltjes hebben omgebouwd.

De stad overmeestert ons en we rijden voor we er goed erg in hebben langs de drukke weg naar Amsterdam. Ergens verkeerd afgeslagen. Nu fietsen we door de drukte van de stad van stoplicht naar stoplicht. De lange weg wordt onderbroken door auto’s die de weg versperren. Ze staan midden op de weg en alle fietsers dringen voor om als eerste bij het volgende stoplicht aan te komen.

image

We zijn dan ook heel erg trots als we ons door de stadsjungle heen worstelen. Daar staan we bij het Centraal Station. Maar ook hier is het oppassen voor de massa mensen die van de pont over het IJ in de richting van het station loopt en zonder kijken oversteekt.

Door naar IJburg om bij mijn zusje te lunchen. Als we daar met rode wangetjes aankomen is het al iets na het middaguur. We smullen en kijken alweer uit naar het laatste stukje van de rit. Een bekende tocht, langs de dijk naar Muiden. Van Muiden naar huis passeren we nog 2 vestingwerken van de Stelling van Amsterdam. Ik ken ze al, maar het kan geen kwaad om er nog eventjes naar te kijken.

image

We verlangen ernaar om thuis te komen. De nieuwe spoorbrug bij Muiderberg beheerst het landschap tussen Muiden en Muiderberg. De nieuwe snelweg in aanbouw. Bijna thuis, daar zullen we de laatste krentenbol nemen met een chocomel. Het is niet ver meer. Nog een paar trappen en dan zijn we thuis.

image

Stelling nemen – rondje Stelling van Amsterdam (1)

image

Het plan: een rondje om de hoofdstad fietsen via de oude Stelling van Amsterdam. Dat is flinke een stelling nemen.

De planning: met Pinksteren, dan heb je alle tijd om helemaal rond te gaan. Het is immers een kilometer of 200.

image

Uiteindelijk gooit het weer roet in het eten. Maar we willen toch gaan. Dan nemen we een kleiner gedeelte. Fietsen zullen we. Weer of geen weer.

Als we dan om 10 uur de voeten op de pedalen zetten en het binnen 5 minuten begint te plensen, schiet de moed wel in de schoenen. Dit is niet de bedoeling.

image

We schuilen bij Almere Muziekwijk en wachten tot het minder hard gaat. Als we weer rijden en de Hollandse brug willen nemen, begint het weer harder te regenen.

De regenbroeken aan en we trekken naar Weesp. Daar staat de eerste batterij. Een torenfort. Die kennen we al. Daarom rijden we snel door naar Abcoude. Een mooie tocht langs het riviertje Gein. Meanderend langs molens en dijkhuisjes.

image

We worden ingehaald door een caravaan motors. Voorbij Abcoude pauzeren we even tussen de mensen die hun hond uitlaten en senioren die een rondje fietsen op hun elektrische fiets.

Hoe ver zullen we komen? Het tempo is mooi, maar de doelen liggen iets te hoog. We rijden het ene na het andere bouwwerk voorbij. Kronkelen mee met de riviertjes en houden het droog.

image

Bij Uithoorn nemen we een ijsje en kop koffie. De kou weerhoudt Doris niet om een ijsje te nemen. De regenbroek gaat uit. Het wordt eronder te nat. Dan zoeken we naar een strijdplan. Via Aalsmeer gaat het de Haarlemmermeer in. Langs de Geniedijk.

Het ene na het andere bouwwerk, met veel beton erin. Een verblijfplaats voor vleermuizen en bijzondere initiatieven zoals een kunsthal of museum. Het meeste zit dicht of is overmeesterd door schapen.

image

Bij het plaatsnaambord Haarlem houden we rechts aan. We gaan de stad niet in, maar fietsen langs de rand. In de polder zien we een lepelaar van heel dichtbij.

Het verrast als we bij Nieuwebrug de camping zien. De eigenaar laat net zijn hond uit. Natuurlijk kunnen we terecht voor een nachtje.

image

Belachelijke dichter

image

De ik-verteller, hoofdpersoon en romantitelheld van Jacob van Lenneps historische roman Ferdinand Huyck heeft het niet zo op de achttiende-eeuwse dichters. Als hij kennismaakt met de dichter Lucas Helding in het huis van Blaek, in de buurt van Eemnes, is hij niet echt enthousiast over de versjes die hij daar overal aantreft:

“Brr! dat mag hoogdravend, of liever laagvallend heeten,” zeide ik: “hoe jammer, dat de vervaardiger van al die kunstgewrochten de zedigheid heeft gehad van zijn naam nergens onder te plaatsen.” (48)

De naam hangt buiten, attendeert Henriëtte Blaek hem. De bezoeker leest daar dat het gebouw waarin ze zitten een koepel is en niet een kippenhok. Ook Henriëtte Blaek ziet niet veel in de dichtkunst van Helding:

“Het is anders een goede man, die Lucas Helding; ,aar het nageslacht zel er weinig aan missen, al zet hij nooit weêr een pen op het papier.” (48)

Niet veel later komt Helding binnen. Hij is een huisvriend van de Blaeken, maar de ontmoeting verandert Ferdinand Huyck niet van mening over de schrijfsels van Lucas Helding. Zelfs de jubelzang die hij krijgt toegestuurd, brengt daar geen verandering in. Het gedicht levert vooral leedvermaak op in Huize Huyck.

Ook Helding is slachtoffer van de roversbende. Hij komt steeds terug in het verhaal. Hierbij schuwt de verteller niet om de dichter voor gek te zetten. De passage waarin hij de dronken dichter meesleurt door de straten van Amsterdam is tekenend. Ferdinand Huyck weet samen met Reynhove de dichter naar zijn woning te brengen.

Tot in het nawoord van Marie Stauffacher komt Lucas Helding aan bod. Ze schrijft het volgende:

De Mengelingen van Helding kan men nog in sommige boekerijen van deftige lieden, en ook nu en dan, hoor ik, op stalletjes aantreffen: ik twijfel echter, of zij ooit veel lezers vinden. (497)

Tot het einde toe weet Jacob van Lennep de dichtkunst van een eeuw voor hem, voor gek te zetten. Erg enthousiast is hij er niet over. Gelukkig doet hij dit op een grappige en humoristische manier. Soms iets te overdadig, maar dat hoort bij hem en de tijd die hij beschrijft.

Jacob van Lennep: De lotgevallen van Ferdinand Huyck. Leiden: Sijthoff [1882],[eerste druk 1840]. 498 pagina’s.

Rembrandt van over de hele wereld

late-rembrandt-lezende-oude-vrouwDe tentoonstelling de Late Rembrandt is ingericht rond verschillende thema’s in de acht zalen met schilderijen, etsen en tekeningen. De schetsen voor de monumentale schilderijen laten iets zien van de werkwijze van de meester. De etsen vormen kunstwerken op zich, te beginnen bij Ecce Homo dat heel gedetailleerd is.

Daar hangen ze: schilderijen van over de hele wereld. New York, Melbourne, Londen, Wenen, Den Haag, Rotterdam, Los Angelos, Washington, Minneapolis, Parijs, Haarlem, Northamptonshire, Boedapest, San Diego, Zürich, Glasgow, Stockholm, Braunschweig, Keulen, Berlijn, Kassel en Cambridge. Een expositie met meesterwerken die vaak niet eerder samen zijn tentoongesteld.

late-rembrandt-badende-vrouw

Voor een paar schilderijen kom ik echt bewust: Batseba met de brief van koning David, het Portret van Jan Six, de Badende vrouw en een aantal beroemde zelfportretten. Rembrandt als de apostel Paulus en de twee tegenhangers die in Londen en Washington hangen.

De expositie besteedt aandacht aan de experimentele stijl waarmee Rembrandt vooral later in zijn leven werkte. Net als de schilderijen die hij in opdracht uitvoerde. Zo weet hij een vrouw met een struisvogelveer prachtig in beeld te brengen. Het schilderij dat in Washington hangt, brengt deze vrouw tot leven. Of het schilderij van Catrina Hooghsaet, waarbij de zakdoek in haar hand heel gedetailleerd is.

detail-rembrandt-zakdoekje

 

Lees de vervolgplog: Verrassingen bij de Late Rembrandt

Late Rembrandt – #plog

image

De nieuwe Rembrandt-expositie in het Rijksmuseum zien we voor het eerst bij het jeugdjournaal. Ik ben net een week eerder in het Rijks geweest met mijn zus. We misten toen inderdaad het Joodse bruidje en nog wat topstukken zoals de Staalmeesters.

De aankondiging van de nieuwe expositie ging helemaal aan ons voorbij. Terwijl we even in de buurt waren van de tijdelijke expositieruimte, maar deze was niet toegankelijk vanwege de op handen zijnde expositie rond het late werk van Rembrandt.

image

Daarom neem ik op de vrije studiedag gelijk na Doris’ voorjaarsvakantie een snipperdag. Zo kunnen we samen naar de Rembrandt-tentoonstelling gaan. Het is nog lang onzeker of het wel gaat lukken, maar we kunnen de maandag toch gaan.

De kaartjes bestellen we via internet. De middag is al uitverkocht maar tussen 9 en 11 uur kunnen we nog terecht. Daarom rijden we om stipt 9 uur met de trein uit Almere op weg naar het Rijksmuseum. Het verkeer werkt goed mee, want om kwart voor tien lopen we al naar binnen. Zonder al te lange rijen bij de garderobe en ingang, lopen we vrijwel meteen door naar de tentoonstelling.

image

Daar begroet Rembrandt ons meteen in de eerste zaal met een flink aantal zelfportretten. De ruwe kwaststreken, bijzondere belichting en dieptewerking van de schilderijen slaan meteen raak. We staan hier oog in oog met de meester.

image

Lees de vervolgblog: Rembrandt van over de hele wereld

 

Pauze bij de bushalte – #plog

image

Het heerlijke winterzonnetje lokt me naar buiten in de pauze. Al is er in het Westelijk havengebied van Amsterdam niet veel te beleven. Of juist heel veel. Ik weet het nog niet zo goed. De wind staat de verkeerde kant op en waait de geur van olie en de rookpluim uit de steenkoolcentrale rechtstreeks naar je toe.

image

Voor mij geen reden om binnen te blijven en ik volg de afgeschermde snelweg op weg naar de havens. Ik wil weleens rondstruinen langs de kade onder de kranen door die ik vanuit de trein zie. Het is te ver weg. Wel loop ik voorbij het opstelterrein van de treinen. De sporen verderop verraden dat er af en toe overheen gereden wordt.

image

Ik zie enkel een boot staan, klaar om te worden afgelakt of een andere beurt te krijgen. Twee mannen staan bij een loods een sigaretje te roken. Verder is er weinig bedrijvigheid bij het grote schip. In het water verwordt zo immens ding tot een klein plankje vlot. Een vrachtwagen passeert me met op de oplegger twee grote heftrucks. Hij rijdt in de richting van de snelweg waarover het verkeer ondanks het geluidscherm duidelijk hoorbaar voortraast.

image

Als excuus staan tegen de dijk waar de A10 op ligt, eindeloze rijen boompjes geplant. De dunne sprieten verraden eerder het excuus dan dat ze een goed argument vormen voor een schone omgeving. Het is waarschijnlijk aanplant voor gekapte volwassen exemplaren elders in de stad.

image

De weg waar ik langs loop is leeg. Het voetpad stippelt een mooie route voor de wandelaars. Soms passeert een verdwaalde schim mij. Verderop een groepje kantoorlui die een wandeling in de pauze maken. Voor de rest blijft iedereen zoveel mogelijk binnen of in de auto.

image

Als ik de bushalte passeer en even stop om een foto van de lucht te maken, komt er een stadsbus aangereden. Het oranje lampje knippert als teken dat hij hier gaat stoppen. De bus is verder leeg en ik houd vergeefs mijn armen omhoog. Ik sta hier alleen maar en hoef niet mee.

image

Het bushokje heeft evenveel triestheid over zich heen. Het is de halte Dynamostraat. Aan de zijkant is de elektronica gesloopt. Een paar weerstandjes andere vage inklikbare plastic kastjes waar draadjes uitsteken, zijn duidelijk zichtbaar. De bus is allang uit zicht en als bij toverslag, speelt de zon met de wolken boven de kantoren. Nog een paar stappen en ik kruip weer achter het scherm.

image

Weetjes over trams

image

Bij zo’n ritje met de tram op de Electrische Museumtramlijn doe je allerlei weetjes op over trams:

  • Een Haagse tram rijdt precies andersom dan een Rotterdamse of Amsterdamse tram. Als je bij de Haagse tram remt, ga je in de Amsterdamse juist harder. Daarom mogen trambestuurders van de Haagse tram niet in andere trams rijden en andersom bij de Electrische Museumtramlijn.
  • Een tram met 2 voorlichten reed op de buitenlijnen. Een tram met één koplamp in het midden, reed in de stad.
  • De Groningse tram is een oude Haagse tram, de tram werd na buitendienststelling in Den Haag overgenomen in Groningen waar hij van Groningen naar Haren reed.
  • Ruitenwissers: op de oude Haagse tram draai je handmatig de ruiten schoon met een ruitenwisser die om een as draait.
  • Om een (oude) tram te laten rijden, ontdoe je de electromotor van een weerstand. De electromotor heeft meerdere weerstanden. Elke weerstand minder, zorgt ervoor dat hij harder gaat rijden.

image