Tagarchief: boekbespreking

Lotte in Weimar

Soms brengen mensen je op ideeën. Het lezen van de leesvoornemens van anderen, wil daarbij wel helpen. Zo las ik het voornemen van iemand om Lotte in Weimar van Thomas Mann te gaan lezen. Het laatste boek dat ik las van Thomas Mann was ergens tijdens mijn studie literatuurwetenschap.

Zo las ik Doctor Faustus en de prachtige novelle De dood in Venetië. Het laatste kwam terecht in een scriptie waarin ik het boek met de film vergeleek. Het leverde interessante inzichten op. De Toverberg en de Buddenbrooks bleven op het nachtkastje staan. Ik had zoveel andere mooie boeken te lezen.

Lotte in Weimar proberen

Waarom zou ik het weer niet eens proberen? De roman Lotte in Weimar geldt als Thomas Manns meest humoristische boek. En dat is het. Het is een ontzettend grappig boek, alleen ontdek je dat niet meteen aan het begin. De humor is subtiel en vraagt wel wat extra verbeelding van de lezer.

Thomas Mann heeft een heel roman gecomponeerd rond 1 zinnetje uit het dagboek van Goethe: ‘Lotte in Weimar’. Het refereert naar het bezoek van Charlotte Kestner-Buff aan de stad waarin Goethe 50 jaar van zijn leven heeft gewoond.

Model voor gelijknamig personage

Lotte heeft model gestaan voor het gelijknamige personage in Goethes debuutroman Die Leiden des jungen Werthers. Een boek dat insloeg als een bom en Goethe in 1 keer beroemd maakte. Ze is verloofd met Johann Christian Kestner maar de jonge Goethe is smoorverliefd op haar. Hij vertrekt uiteindelijk zonder haar gedag te zeggen en schrijft zijn roman. In de roman laat hij de romanheld zelfmoord plegen.

Als Lotte Weimar aandoet, is de belangstelling voor haar bijzonder groot. Het ontaardt bijna in een hysterie rond haar persoon. Of zoals ze het zelf zegt tegen dr. Riemer:

En nu behoor ik tot de literatuurgeschiedenis, een voorwerp van studie en pelgrimage en een Madonna-figuur in een nis in de kathedraal van de mensheid waarvoor de menigte zich verdringt. Dat was mijn lot, en als ik die vraag mag stellen, dan vraag ik me af hoe ik daar terecht ben gekomen. Moest dan die jongen die mij in verleiding en verwarring bracht, één zomer lang, zó groot worden dat ik samen met hem groot ben geworden en mijn leven lang wordt vastgehouden in de spanning en pijnlijke overdrijving waarin zijn zinloze avances me destijds hebben gebracht? (105/106)

De oudere Goethe

Het boek van Thomas Mann zinspeelt op allerlei aspecten van de oudere Goethe. Zijn vrouw is kortgeleden overleden. Daarnaast heeft hij een zoon, August. August is niet zo slim en leidt een buitensporig leven met veel drank en vrouwen. Hij neemt het niet zo nauw en zijn vader moet hem steeds weer uit de ellende halen.

Het boek bestaat uit 9 hoofdstukken en in elk hoofdstuk is een ander persoon die Charlotte ontmoet. Ze is waanzinnig populair. Het gonst als een lopend vuurtje door Weimar dat ze is gearriveerd. Ze wil op bezoek bij haar schoonzus en logeert in het beroemde hotel Zum Elephanten.

Ze krijgt helemaal niet de kans om bij de familie te gaan. Allemaal mensen uit Weimar komen bij haar langs, zoals Adele Schopenhauer, zus van de latere filosoof Arthur, de docent van het stedelijk gymnasium doctor Riemer en Goethes zoon August. Allemaal vertellen ze verhalen rond de wereldberoemde stadgenoot. Ze geven intrigerende inkijkjes in het leven van Goethe.

Thomas Mann: Lotte in Weimar. Oorspronkelijke titel: Lotte in Weimar (1939). Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1987. ISBN: 90 295 3014 6. 383 pagina’s.

Braziliaanse brieven

Het boek over de Bijlmer brengt me ook weer bij een beroemde Bijmerbewoner: de vertaler en brievenschrijver August Willemsen. Las ik eerder zijn boek De val, zijn boek Braziliaanse brieven moest ik nog altijd ter hand nemen.

Het citaat uit het boek over de Bijlmer, trekt een mooie vergelijking van Amsterdam Zuidoost met de imposante flats in bijvoorbeeld Brazilië. Het trekt mij in zijn beroemdste boek, dat veel opnieuw is uitgegeven: Braziliaanse brieven.

Zo lees ik de verhalen over de kennismaking met Brazilië. Het vele werk dat August Willemsen doet, zijn speurtocht naar de dichters die hij voor ons bereikbaar heeft gemaakt met zijn fantastische vertalingen: Fernando Pessoa, Drummond de Andrade en João Guimarães Rosa. Stuk voor stuk Portugese en Braziliaanse schrijvers die hij beroemd heeft gemaakt in Nederland.

In zijn Brazilaanse brieven deelt hij zijn persoonlijke ontdekkingstocht naar de literaire juweeltjes die deze schrijvers hebben geschreven. Daarnaast maakt hij soms persoonlijk kennis met deze schrijvers en zoekt naar de bronnen in allerlei archieven. Hij reist hier heel Brazilië door.

Vooral mooi om te lezen zijn de ontdekkingen die hij doet als student in São Paulo:

Er komt nog bij dat ik juist een boek had gelezen van een Braziliaanse schrijver uit de vorige eeuw, Machado de Assis, die meteen een geweldige indruk op me maakte. In dat boek zoiets als Posthume herinneringen van Brás Cubas, komt een meisje voor wier huwelijkskansen te niet worden gedaan doordat ze hinkt, ofschoon ze zeer mooi is. En de schrijver vraagt zich af: ‘Waarom mank, indien mooi? Waarom mooi, indien mank?’ Dit lijkt cynisch, maar ik zie het als een geniale formulering van een tragisch en ironisch lot. (34)

Dat is genieten en je leest zijn liefde voor deze Braziliaanse schrijver. Hij speurt de gangen van deze meester in latere reizen na. Bovendien heeft August Willemsen ons het mooiste gegeven wat hij kon geven: een vertaling van de meesterwerken van Machado de Assis!

August Willemsen: Braziliaanse brieven. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, [1985]. Mijn exemplaar is een Singel pocket uit 2000 (10e druk). ISBN 90 413 30666 6. 350 pagina’s. Meer informatie

Curaçao

In Ralf Mohrens debuutroman Tonic zit een passage waaraan ik moest denken bij het lezen van zijn nieuwe, 2e roman De hemel is zwart vandaag. Het gaat om een bijna terloopse scène die de ik-verteller Arthur Poolman – dezelfde verteller als in de 2e roman – meemaakt. Hij raakt op de Wallen in gesprek met een grote donkere man.

Ik vuurde zelfs een paar zinnetjes in het Papiaments op hem af, toen ik begreep dat hij afkomstig was van Curaçao. Ik voelde me een man van de wereld. Ik was net terug van Curaçao. Als dat geen toeval was! Ik geloof dat hij dat ook vond. (171)

Het is terloops, maar past helemaal in de lijn van Ralf Mohren. De roman De hemel is zwart vandaag geeft een inkijkje in deze wereld. De hoofdpersoon Arthur Poolman bezoekt het eiland eind jaren negentig. Net als in Tonic is hij leraar Nederlands en gaat naar het eiland in de zuidelijke Caraïbische Zee om les te geven.

Hij komt vrij makkelijk aan de bak en vertrekt. De roman is een eerbetoon aan de Caraïbische literatuur met meesters als Cola Debrot, Tip Marugg en Frank Martinus Arion. In zijn roman overgiet Ralf Mohren deze romans met een flinke laag alcohol.

Het werkt enigszins verdovend, maar past helemaal in het verhaal van deze Eindhovense schrijver. Al werkt het verwarrend ten opzichte van de debuutroman. Hij was toch van de drank af? Maar het verhaal speelt eerder en daarmee krijgt de drank grip op het verhaal. Het lijkt een beetje op het droog drinken waarover de verteller in Tonic spreekt.

Het wekt bij de suggestie op dat de lezer beter afgeweest was als eerst De hemel is zwart vandaag zou zijn verschenen en daarna Tonic. Maar de lezer die vandaag pas kennismaakt met deze bijzondere schrijver en zijn meeslepende verteltrant, kan die volgorde nog altijd hanteren.

Ralf Mohren: De hemel is zwart vandaag. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 8965 4. Prijs: € 18,99. 256 pagina’s.Bestel

De hemel is zwart vandaag

Een leraar Nederlands die vertrekt Curaçao. Deels uit ideaal, deels om zijn grote literaire helden Tip Marugg en Frank Martinus Arion te volgen. De nieuwe roman van Ralf Mohren De hemel is zwart vandaag vertelt een prachtig verhaal over een geheimzinnig eiland.

Curaçao is in deze roman helemaal niet het mooie, zonnige eiland met de hagelwitte stranden waar het altijd feest is. De verteller Arthur Poolman probeert diep door te dringen in de aard van de bewoners van Curaçao. Een bijna onmogelijke opdracht voor een blanke Hollander uit Limburg. Beide zijn katholiek en vieren carnaval, maar het verschil tussen een Limburger en iemand op Curaçao is bijna niet groter. Dat benadrukt de verteller wel.

Hij komt aan en probeert zijn weg te vinden op het eiland. Hij zoekt een auto – iedereen rijdt hier auto – en een huis. Hij komt terecht in een buurtje waarbij zijn buurman Ralph Veerman, een Nederlander die al meer dan 20 jaar op het eiland woont. Ralph Veerman laat hem de andere kant van Curaçao zien. Een kant die iets minder zonnig is, die van de hoeren en gokkers.

Deze duistere kant van Curaçao trekt Arthur Poolman wel aan. Hij gaat mee naar de hoeren en flirt met ze op het strand de hele nacht. Dat hij hiermee de grens van het betamelijke voor een blanke Hollander overschrijdt, lijkt hij voor lief te nemen. Of zoals zijn collega Marlou Ramakers hem aan de telefoon vertelt nadat ze na 6 weken van heimwee is teruggekeerd naar Nederland:

‘Het eiland had me opgevreten als ik was gebleven, maar weet je, soms mis ik het ook enorm. [..]. Er is iets met me gebeurd en ik ben er maar, wat is het, zes weken geweest. Ik ben ervan overtuigd dat er iets met je gebeurt als je ontvankelijk voor bent. En dat ben jij Arthur. Door het eiland kijk ik anders naar Nederland. Ik dacht dat ik alleen maar opgelucht zou zijn toen ik terugkwam, maar dat was niet zo. Ik vond ineens alle vanzelfsprekendheden totale onzin. En dat na zes weken!’ (158)

Arthur Poolman gaat over deze grens. Het eiland vreet hem op. Sterker nog: hij wordt verzwolgen. Worden de Nederlanders hierheen gehaald vanwege hun mentaliteit, de verteller wil deze mentaliteit overnemen. Ook hier zakt hij helemaal weg in zijn literaire voorbeelden. Net als in Tonic – waar het August Willemsen is – zoekt hij het in De hemel is zwart vandaag in Tip Marugg.

In brieven aan de Curaçaose schrijver zoekt de verteller naar de antwoorden op zijn vragen. Het antwoord ligt niet verscholen in een verhaal, maar in het zijn. Hij faalt en de reis naar het eiland is niet meer dan een vlucht. Een vlucht voor iets anders, waar je in de debuutroman Tonic van Ralf Mohren een antwoord op krijgt.

Ralf Mohren: De hemel is zwart vandaag. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 8965 4. Prijs: € 18,99. 256 pagina’s.Bestel

In het spoor van Don Quichotte

Ben ik zo’n liefhebber van Paul Theroux, wereldreiziger, hebben we in Nederland onze eigen globetrotter. Het is de Floortje Dessing van de literatuur: Cees Nooteboom. Een reisschrijver van formaat, dat bewijst zijn laatste boek wel. In het spoor van Don Quichotte is een prachtige bloemlezing met mooie reisverhalen.

Het titelverhaal vertelt over de zoektocht naar de sporen van Don Quichotte. Cees Nooteboom vindt meer sporen van het boek dan van de schrijver Cervantes. De molens zijn echt reuzen geweest in de verbeelding van de schrijver, stelt hij. Het geeft een mooie kijk op literatuur.

Cees Nooteboom reist schrijvers en hun verhalen achterna. Hij heeft de drang om alles vast te leggen! Het notitieboekje is daarbij een onmisbaar instrument. Hij verzucht in het essay ‘Gantheaume Point. Notities als labyrinth’ hoe hij voor de ontmanteling de bibliotheek van Borges bezoekt.

Alle boektitels die hij ziet, probeert hij nog vast te leggen in zijn notitieboekje:

[P]agina na pagina vulde ik met de merkwaardigste, stoffigste, nu onachterhaalbaar geworden titels, ik had het gevoel dat ik tegen de tijd schreef; een dag later zouden al die kasten leeg zijn en ik besefte dat ik dan wel de laatste geweest zou zijn die de bibliotheek van Borges gezien had. (56/57)

Nooteboom is zo druk met noteren dat hij vergeet te kijken! De schok is dan ook groot als hij het notitieboekje verliest. Het exterieure geheugen verdwijnt ergens in een overvolle stadsbus van Buenos Aires.

Je proeft als lezer hoe hij nog altijd van deze verdwijning, meer dan 30 jaar geleden, last heeft. Het verdriet om de teloorgang van iets dat hij probeerde vast te leggen wat op haar beurt ook verdwenen is. Zou iemand die dit boekje vindt, begrijpen wat erin staat? Cees Nooteboom beseft maar al te goed dat de krabbels nauwelijks te ontcijferen zijn en helemaal niet te begrijpen.

Cees Nooteboom: In de sporen van Don Quichotte. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 4832 7. Prijs: € 15,00. 128 pagina’s.Bestel

De loop van de Arno: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 14a

De 2 dichters lopen verder langs de bergrand. Ze horen stemmen van 2 Italianen die zich afvragen wie zij toch zijn, waarvan 1 een lichaam heeft. Ze lopen daar om de berg heen en krijgen de kans om de oren en ogen de kost te geven.

Ze vragen het aan Dante en Vergilius. Dante draait om het antwoord heen. Hij zegt niet rechtstreeks dat hij uit Florence komt, maar noemt de rivier die door zijn stad stroomt. Ook zonder deze te noemen, maar de 2 weten dat het om de Arno gaat.

Het 2-tal uit Italië begrijpt waarom Dante de naam niet noemt. Het klinkt of je het vergeten wilt, zegt één. Dingen die afschuwelijk zijn, spreek je niet uit. De ander schim merkt op dat aan de Arno misschien ook wel niet zulke beschaafde mensen wonen. Hij verwijst naar de graven Guidi die het kasteel Porciano bezaten. De vergelijking met het varken, porco, is snel gemaakt.

Het gedeelte van het verhaal dat volgt, zit boordevol met dit soort verwijzingen. Dante volgt de loop van de rivier en vergelijkt de bewoners van elke stad langs de rivier met een diersoort. Het is bijna reis door de hel, hoe lager hoe verschrikkelijker.

Door botte varkens heen, die eikelen meer verdienen dan ander voedsel, geschapen tot menschelijk gebruik, richt hij eerst zijn armelijk pad.
Keffertjes vindt hij voorts, daar hij lager komt, meer grijnzend dan hun kracht vergt, en ze minachtend keert hij den muil van hen af.
Hij gaat al vallende, en hoe meer die gemaledijde en ellendige sloot aangroeit, te meer ziet hij de honden tot wolven worden.
Voorts afgedaald door meerdere diepe zeeën, vindt hij de vossen zóó vol van loosheid, dat zij geen list vreezen die hen ving. (vs 43 – 54, Boeken)

Van de varkens in het Noorden, via de honden naar de wolven en tenslotte, in het losgeschoten stuk Italië, Sicilië waar de wolven zitten.

Een rijk scheldspel dat de verteller hier speelt. De beledigingen zijn niet van de lucht. Het gaat er hier hard aan toe, zoals de verteller duidelijk maakt aan de lezer.

Ook hier gebruikt Dante de Italianen voor een voorspelling van zijn lot: zijn verbanning uit Florence. Iets wat hij natuurlijk prachtig doet door het verhaal in 1300 te laten spelen en dan profetiën te doen.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 13

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van H.J. Boeken uit 1907-1910. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Niet de wolken

De roman Een charimatisch defect van Eva Kelder opent met de wolken. Onrustige wolken:

Het was een nacht waarin de wolken troost zochten. Dicht tegen elkaar aan geschurkt bewogen ze traag langs de nachtelijke hemel, als een laatste front tussen boven en beneden. (11)

Zoals in een klassieke roman hoort, verraden de wolken alles. De wolken die samenpakken en het licht niet meer doorlaten. De wolken die langsrazen. Maar tegelijkertijd spot de verteller met deze voorbodes. Zeker, ze drijven over, die donkere wolken, maar ze benadrukken vooral de duisternis in de mensen zelf.

Stilletjes liep ze naar buiten, stak het erf over en legde haar hoofd in haar stijfgetrokken nek. Rolde haar hoofd van links naar rechts en gluurde naar de lucht. Grauwe wolken trokken de hemel dicht, geen plek voor licht. (177)

De hemel buiten als vertaler van de wereld binnen, in de hoofdpersoon. Hoe het verhaal je laat zien dat het niet de wolken zijn, maar de mensen die het verhaal vormen.

Eva Kelder: Een charismatisch defect. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 9114 5. Prijs: € 18,99. 256 pagina’s.Bestel

Een charismatisch defect

Zijn de idealisten uit de jaren ’60 inderdaad mensen die verdraagzaamheid nastreefden en voor vrede en gelijkheid streden? Dat is de vraag die in je opborrelt na het lezen van de roman Een charismatisch defect van Eva Kelder.

Ze schreef haar 2e roman in een specifiek tijdvak: de tijd van de idealisten in de jaren ’60. De roman vertelt het verhaal van Anneke. Ze ontsnapt net van school uit de greep van het ouderlijk huis. Haar autoritaire vader ruilt ze in voor een commune onder leiding van de donkere Amerikaan Blake.

Hij noemt haar April, de maand waarin hij haar voor het eerst ontmoet en zij op hem een onuitwisbare indruk maakt. Ze wordt zijn liefje, maar moet zijn aandacht met de commune delen. Ze maakt deel uit van een commune met mensen die allemaal een betere wereld nastreven. Gedweep met Nietzsche, zonder zijn naam te noemen. Maar zit het kwaad wel in de directeur van een fabriek die wapens maakt of een regent die partij kiest voor de vijand?

Het kwaad zat niet in de hemel, in de tijd, de mensen, het land, de stad, het kwaad zat in haar. En misschien ook wel in hem. (70)

Niemand heeft aandacht voor de duistere kant van Blake en zijn beweging. Ze krijgt een zoon met hem, Fedja, maar ze deelt een veel ongrijpbaarder geheim met hem en hun vriend Curacao Dick. In het 2e deel van de roman probeert ze het enorme schuldgevoel dat hieruit voortkomt grijpbaar te maken. Maar het lukt niet. Haar zoon staat verder van haar af dan ooit en ze verliest de net opnieuw gevonden Curacao Dick.

Met de roman laat Eva Kelder zien dat idealisme ook een keerzijde heeft. Als het misgaat, gedragen idealisten zich net als de mensen tegen wie ze zich keren. Die keerzijde laat de verteller in de roman vooral zien als het gaat om de relatie tussen April en haar zoon Fedja. Ze krijgt geen vat op hem en hun relatie lijkt hetzelfde lot beschoren als haar relatie met haar vader. Het kwaad zit niet in het systeem, het zit in jezelf.

Idealisme is mooi, maar als dat ten koste gaat van iemand anders vrijheid of zelfs zijn leven, dan drukt dat op een mensenleven. Eva Kelder laat dit zien in haar indringende roman. Voor de een drukt de schuld te zwaar op zijn gemoed, de ander zoekt het in een nieuw leven op het platteland. Anneke vindt het in de gedichten en uiteindelijk ook in de keuze voor wie ze kiezen moet: haar zoon.

Zo blijf je als lezer achter en hoopt dat ze hierin slaagt.

Eva Kelder: Een charismatisch defect. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 9114 5. Prijs: € 18,99. 256 pagina’s.Bestel

De Nederlandse revolutie

Het boek over Napoleon in Nederland maakt mij ook nieuwsgierig over de Nederlandse revolutie. Want wat is precies de relatie tussen de Frans overheersing en de voorafgaande periode van de patriotten en de orangisten?

Het is een roerige tijd in Nederland, waarbij de patriotten in opstand kwamen tegen de overheersing van de Oranjes in de persoon van Willem V en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen. De beroemde aanhouding van Wilhelmina bij Goejanverwellesluis op 28 juni 1787 is in de geschiedenisboekjes gekomen, maar wat gebeurde daar precies?

Nederlandse revolutie

Daarom heb ik hét boek over de Nederlandse revolutie van Joost Rosendaal gelezen. De Nederlandse revolutie, Vrijheid, volk en vaderland 1783 – 1799 beschrijft de periode voorafgaand aan de aanhouding tot en met de 1e periode van de Franse tijd: de Bataafse republiek.

Zoals de schrijver in zijn inleiding bepleit: het is een misverstand dat de Nederlandse revolutie een afgeleide is van de Franse.

Dit is een grove miskenning van Nederlandse eigenheid. De situatie in de Republiek was geheel anders dan in het koninkrijk Frankrijk en bovendien bleken de Nederlandse revolutionairen sterk geïnspireerd door hun christelijke geloofsovertuiging. (15)

Sterker nog: het is een geheel eigen initiatief. Mogelijk is de situatie zelfs andersom en ligt de kiem voor de Franse revolutie in Nederland. Na de mislukte coupe in Goejanverwellesluis breekt er een klopjacht los naar de patriotten. De hulp van de Pruisen zorgt hiervoor. Er wordt gemoord en geplunderd. Uiteindelijk moet deze opstand worden bekostigd door een extra belasting die Willem V heft.

Vluchtende patriotten

De patriotten vluchten naar Frankrijk en sluiten zich daar aan bij de Franse vrijheidsstrijders in de hoop dat ze ook Nederland kunnen bevrijden. Dat gebeurt jaren later in 1795, het begin van de Bataafse republiek. De ontwikkelingen in Frankrijk met de komst van Napoleon hebben het doorzetten van deze revolutie tegengewerkt.

Zeker staat de Nederlandse revolutie niet op zichzelf, wel heeft de Nederlandse situatie een ander soort aanleiding. Het is samengebald in de persoon Wilhelmina van Pruisen als grote boosdoener. Er liggen veel parallelen met de Franse situatie.

Amerikaanse vrijheidsstrijd

Waarschijnlijk zijn deze allebei gevoed door de Amerikaanse vrijheidsstrijd. Veel Nederlanders hadden contact hadden met Amerikaanse vrijheidsstrijders. Voor Nederland ligt het begin bij de publicatie: Aan het Volk van Nederland door Joan Derk van Capellen tot den Poll. Een geschrift dat de vinger op de zere plek legt: zo kan het niet langer. Er moet iets gebeuren…

Joost Rosendaal laat zien hoe vanaf dit schotschrift de revolutie zich langzaam verspreid. Het is een spannend verhaal. Je krijgt zelfs het idee dat de patriotten misschien wel de basis hebben gelegd voor het moderne Nederland.

Joost Rosendaal: De Nederlandse Revolutie, Vrijheid, volk en vaderland 1783-1799. Nijmegen: Uitgeverij Van Tilt, 2005. ISBN: 90 77503 18 8. 256 pagina’s.

De Bijlmer en zijn bouwmeester

Een heuse biografie over de bouwmeester van de Bijlmer. Het boek De betonnen droom is een mooie mix geworden van de futuristische wijk ten zuidoosten van de hoofdstad: de Bijlmer en de man op wiens tekentafel deze stad vorm kreeg: Siegfried Nassuth.

Daan Dekker heeft dit boek geschreven. Het is een mooi verhaal geworden. Aan de hand van zijn speurtocht naar de sporen van de inmiddels overleden ontwerper en de vele mensen die hem gekend hebben, schrijft Dekker het verhaal van de Bijlmer zelf.

Hij staat stil bij allerlei vragen en ontwikkelingen. Hoe een gedroomde wijk in een nachtmerrie verandert. Hoe veel mensen de Bijlmermeer zien als een mislukt project. Of hoe het mogelijk is dat deze woonwijk met honingraadflats is verworden tot een symbool van architectonische grootheidswaanzin.

Is het echt zo dramatisch gesteld met deze wijk? De vernieuwingsdrift van tegenstanders heeft de Bijlmer wel gemaakt tot een wijk die inwisselbaar is met allerlei andere nieuwbouwprojecten. Stond het eerst nog symbool voor gelijkheid en zag Siegfried Nassuth het groen als dé toegevoegde waarde, later is het vooral het beton en de hoogbouw geweest waartegen mensen zich verzetten.

In de biografie van Daan Dekker is het tijd voor de nuancering. Hij spreekt voorstanders en tegenstanders. De architect Pi de Bruijn heeft geen goed woord over heeft voor Amsterdam Zuidoost. Hij presenteert Siegfried Nassuth als een driftig mannetje dat zijn gelijk moet hebben. Als je hem tegenspreekt, verschijnt bij hem het schuim op de lippen.

Dit terwijl de architect Rem Koolhaas lyrisch is over de Bijlmer, zo vertelt Daan Dekker in zijn biografie.

Rem Koolhaas had zich al meerdere malen lovend over de woonwijk uitgelaten. ‘De Bijlmer heeft een monumentale grootsheid en is, ondanks haar onbeholpenheid, ruwheid en eentonigheid, een architectonisch spektakel. In haar monotomie, hardheid, ja zelfs in haar brutaliteit.’ (264)

De Bijlmer als ‘Socialisme in de jungle’. Het heeft niet mogen baten, want de woonwijk moest eraan geloven de laatste 25 jaar. Nog geen 25 jaar oud vielen de honingraadflats ten prooi aan de sloophamer. Het project was voor veel mensen mislukt. Maar zijn het niet heel andere fouten die gemaakt zijn bij de Bijlmer? En heeft deze wijk wel een kans gekregen?

Het lijkt er vaak op dat Nederlanders een duidelijk oordeel hebben over wat schoonheid is. Temidden van krakkemikkige woningen in een overvolle binnenstad, bijvoorbeeld. En moet iedereen echt aan een gracht wonen midden in Amsterdam. Net als het oordeel dat veel mensen klaarhebben over Almere. Het zijn plaatsen waar je blijkbaar niet trots op mag zijn.

Daan Dekker: De betonnen droom: over de Bijlmer en zijn eigenzinnige bouwmeester. Amsterdam: Thomas Rap, 2016. Prijs: € 19,99 (paperback). ISBN 9789400404731. 366 pagina’s.Bestel