Tagarchief: dieren

De vogels van Avifauna

We gaan een dagje naar het vogelpark Avifauna in Alphen aan de Rijn. Mijn moeder kon kaartjes krijgen. Omdat we op haar verjaardag in Aviodrome gratis binnenkonden, krijgen wij dit bezoekje aan het vogelpark. Bovendien zijn we allemaal gek op vogels. Een heerlijke traktatie aan het eind van de zomer.

Het mooie weer is een enorme kers op de appelmoes, om in ‘Van de Valk’-beeldspraak te blijven. We zijn erg nieuwsgierig naar de vele vogels die het park herbergt. Niet alleen bijzondere vogelsoorten, maar ook bijvoorbeeld een grote kolonie ooievaars, net als de wilde aalscholvers en talloze kauwtjes die in het park te vinden zijn.

Al bij binnenkomst worden we enthousiast onthaald door vrijwilligers die tekst en uitleg geven over de vogels. Vandaag is het de dag van de kasuaris, een vogel met een buitengewoon bijzondere kop, het lijkt of er een helm op geplakt zit. Net als de vlijmscherpe klauw, een dolknagel, aan de poten waarmee het dier dat op Nieuw-Guinea leeft, heel goed zijn vijanden te lijf kan gaan. Het dier is lastig te zien. Hij leeft alleen, ze vliegen elkaar anders te lijf. Vandaag houdt hij zich verborgen achter een schotje.

We lopen naar de grote vijver achter, een groot helofytenfilter. Daar is een mooie groep pelikanen en flamingo’s te bewonderen. Net als een paar oude ooievaars. Er hangen bordjes bij die vertellen dat de dieren misschien ongezond ogen, maar ze zijn gewoon oud en mogen hun laatste dagen hier in het park slijten.

We lopen achterlangs de vijver om naar het voeren van de halfapen te gaan kijken. Het is nog niet zover, maar de apen zijn duidelijk te zien al best zenuwachtig. Er zijn ringstaartmaki’s en rode vari’s in dit gedeelte van het vogelpark.

Terwijl we daar op een laag hekje gaan zitten, komen de ringstaartmaki’s dichterbij. De bordjes verbieden om ze aan te halen. Het valt daarom ook best op dat ze zo dichtbij komen. Ze zijn geïnteresseerd in de tas van mijn vader, maar komen even later ook naast ons zitten. Er zit er zelfs eentje even op schoot bij Inge. Ze krijgt zelfs de kans om een leuke selfie te maken. Zo behendig als hele apen is deze ringstaartmaki gelukkig niet. Hij pakt niet brutaal het mobieltje af om er mee te gaan spelen.

De toelichting die de verzorger even later geeft is verhelderend. Ze zijn zo tam omdat ze niet aangehaald worden, blijkt. De kolonie bestaat alleen uit mannen. Alleen de kroonmaki’s bestaat uit een stelletje. Het mannetje verdedigt zijn wijfje tegen alle aanwezige halfapen.

Dit is het 1e deel van een verslag van een bezoek aan Avifauna, september vorig jaar. Lees morgen het 2e deel.

Visser, vis en meeuw

img_20161106_143223.jpgIn Jan Wolkers’ Brieven aan Olga zijn naast de plastische beschrijvingen van het vrouwenlichaam ook veel andere aspecten uit Wolkers’ latere literaire werk terug te vinden. Zoals de gedetailleerde natuurbeschrijvingen. Hierin is de verteller ook vaak de held en redder van de dieren.

Hij loopt in Parijs langs de Seine en ziet daar de vissers met hun hengels aan de rivier zitten. Ze halen het ene visje na het andere binnen. Tot een meeuw de lekkere hapjes in de gaten krijgt. Terwijl een visser een zilveren visje binnenhengelt, grijpt de meeuw zijn kans. De vogel slikt de vis met haakje en al in.

Het dier wil steeds wegvliegen, maar wordt daarbij tegengehouden door de vislijn. Eindelijk weet een visser het draad aan te spannen en met hulp van een andere visser vangen ze de gevangen meeuw in een schepnet. Het is nog gevaarlijk ook. Het dier pikt flink om zich heen. Hier staat de held Wolkers op:

Een visser heeft hem toen met een stokje zijn bek open gehouden, en ik heb heel voorzichtig de haak uit zijn tong gehaald; gelukkig was die niet in zijn maag terechtgekomen. Even later vloog hij weer vrolijk over de Seine. Het is dus gelukkig een tragedy met een happy ending geworden. (68)

Later weet Wolkers in zijn literaire werk ook dit soort beschrijvingen te geven. Het verblijf op Rottumerplaat in 1971 staat bol van de natuurbeschrijvingen. Hij staat daar met zijn voeten midden op de zandplaat, eet kokkels en probeert een strandlopertje te redden. Of later als hij Texel bezoekt met zijn vriendin Karina, staat hij bekend als de Tarzan van de schapen. Omdat hij elk schaap dat op zijn rug ligt, overeind helpt.

In het literaire werk vervullen de dieren die de hoofdpersonen proberen te redden, vaak een symbolische rol. Zoals in De roos van vlees waarin de held een waterhoentje vergeefs uit het ijs bevrijdt. Het staat symbool voor het verlies van zijn dochter, die hij ook niet in leven kon houden.

Het zijn van die aspecten die je terugleest in Brieven aan Olga. Daarmee laten Wolkers, maar misschien nog meer de tekstverzorger Onno Blom zien dat Jan Wolkers al voor zijn echte schrijverschap druk bezig was met schrijven. De getypte brieven aan Annemarie Nauta demonstreren dat overduidelijk.

Jan Wolkers: Brieven aan Olga. Bezorgd en ingeleid door Onno Blom. Amsterdam: De Bezige Bij, 2010. ISBN: 978 90 234 5514 1. 152 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

Dagje Ouwehand (5) – Dierentuin in oorlogstijd

image

Op het lange pad van het Berenbos weer naar de reguliere dierentuin lees ik op een bord over het dierenpark in oorlogstijd. De dierentuin ligt vlak achter een belangrijk strategisch punt van de Grebbelinie. Bij een invasie zouden de dieren moeten worden afgemaakt door de militairen.

De eigenaar van het dierenpark, Cor Ouwehand, wilde het echter zelf doen. Hij schoot alle dieren neer, tot hij bij de ijsberen kwam en de moeder met 2 pasgeboren jongen zag. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen de dieren neer te schieten. Daarom liet hij ze in leven en hoopte dat ze het zouden overleven. Ze overleefden het.

image

Met de snelheid waarmee wij lopen, kan ik het hele verhaal niet nalezen en blijf tot ik het ’s avonds thuis opzoek in onzekerheid over het lot van de moederijsbeer met de 2 jongen. Ik kijk nog een keer naar de moederijsbeer met de 2 jongen die nu in het park leven. Ze liggen er heerlijk tevreden te slapen.

We lopen door het grote verblijf van de gorilla’s. De vorige keer dat we hier waren, was dit verblijf er nog niet. Nu timmeren kinderen op de ramen. Al staat er nog zo groot bij op bordjes dat het niet mag. Ik moet lachen als ik een gorilla zie zitten met zijn rug naar het publiek toe. Hij heeft duidelijk geen zin in de aandacht van het publiek.

image

In de overdekte gang zien we de witte tijgers zitten. Hutjemutje staan de mensen op elkaar gepakt om een glimp van de reuzenkatten te zien. Als er eentje geeuwt zie ik hoe groot zijn tanden zijn. Om nog te zwijgen over de enorme klauwen waarmee hij zijn prooien vangt.

Dagje Ouwehand (3) – IJsberen

image

Terug lopen we even langs het oude zwembad waar het Wad nu zit. Uit het wateroppervlak steken 4 zeehondenkoppies omhoog. Voor de rest zitten er alleen 2 aalscholvers aan de rand van het oude zwembad. Voor de rest zijn er vooral mensen in plaats van dieren in deze ruimte.

image

Dat geldt eigenlijk overal. De glijbaan is nog altijd favoriet. De gigantische olifant was in 2008 een beetje te ver buiten bereik, nu staat ze lang in de rij en lijkt het of de vaart naar beneden nooit komt. Ze geniet ervan, net als dat ze vol aandacht kijkt naar de olifanten in het verblijf naast het speeltoestel.

image

Bij de ijsberen loopt vader ijsbeer voorin het verblijf heen en weer. Het bekende spreekwoord doet het dier alle eer aan. Pas als we goed kijken, zien we dat de rest van de familie iets verderop in het verblijf ligt te slapen. De 2 jongen liggen over moeder heen op het groene gras. In alle rust, terwijl vader vooraan loopt te ijsberen. Een vreemd beeld een ijsbeer op groen gras.

image

Tegenover het verblijf van de ijsberen staat een speeltoestel dat een ijsschots voorstelt. Daarbij staat een ijsbeer waarop je kunt plaatsnemen voor een foto. De laatste keer dat we hier waren, zat Doris op de ijsbeer en nu mag ze er weer zitten.

image

Ik wil achter haar gaan zitten en klim op de gladde ijsbeer, maar ik val bijna van het ding af. Zo lastig is de plastic ijsbeer te bestijgen. Of ik overschat mijn klimkunst. Gelukkig krijg ik hulp van een toeschietende mevrouw. Ze trekt me omhoog. Daarna poseren we met z’n allen op de foto. Het verschil met het kleine meisje van toen moet heel groot zijn, vermoed ik.

We lopen in de richting van het Berenbos, maar stuiten we op een dikke rij mensen die in beweging komt. Het is de rij die op weg is naar de zeeleeuwenvoorstelling. We sluiten heel mooi aan op het punt dat het mag en smokkelen zo mee naar binnen. Het begin van de zeeleeuwenshow.

image

Vroeger tikten hier de dolfijnen tegen de ballen aan, nu zijn het de zeeleeuwen. Ik mis een beetje een sterke verhaallijn, die er vroeger wel in zat. Maar misschien heb ik het wel mis. Nu kijken we vol verwondering naar de zeeleeuwen die leuke trucjes laten zien aan het publiek.

Lees morgen: Dagje Ouwehand (4) – Berenbos

Dagje Ouwehand (2) – Monorail

image

Als van de ara’s verder het park inlopen en ik de monorail zie rijden, word ik enthousiast. Met het treintje van weleer rijden. Ja, dat wil ik wel. Ik herinner mij de tochtjes van vroeger waarbij we over de hokken gleden. De motor rustig voortkabbelend. De daling en het klimmen zorgden voor de spanning. Ze gaven de versnelling en de vertraging.

image

We gaan naar het stationnetje dat in het overdekte speelpaleis zit. Daar heeft zich een enorme rij gevormd naar de entree die in de etage boven ons zit. Het station draagt de koloniaalse naam ‘Batavia’. Waarschijnlijk verwijst deze benaming naar de jungle op Java. Dan zou Bandung misschien een logischere keuze geweest.

image

Een moeder loopt met haar kind terug, waardoor de massa vervormt. Achter ons dringen een paar kinderen met hun oma naar voren. Ze passeren gewoon zonder een woord te zeggen. Voordringen is ook een kunst. Stiekem ben ik altijd jaloers op de mensen die de brutaliteit opbrengen het gewoon te doen. Ik behoor helaas tot de grote groep mensen die het toelaat zonder iets te zeggen.

image

De rij komt nauwelijks vooruit en ik wil alweer teruggaan. Tot de massa ineens in beweging komt. Het gegil van de spelende kinderen neem ik maar voor lief. Het verlangen naar het treintje en de herinnering eraan is namelijk te sterk. De vorige keer dat we hier waren, reed het treintje niet. De herkansing nu, moet ik pakken.

image

We mogen instappen. Het treintje op de monorail bestaat uit 3 wagonnetjes met 2 bankjes. We nemen plaats en ik voel de sensatie van weleer opborrelen. Alleen de kamelen staan er nog van toen, de rest van de dieren is verdwenen achter hoge schotten en grote gebouwen. Ergens lijkt het vooral een boodschap uit het verleden.

Lees donderdag verder: Dagje Ouwehand (3) – IJsberen

Dagje Ouwehand (1) – Vrijkaartjes

image

We hebben vrijkaartjes gekregen voor Ouwehands dierenpark in Rhenen. Ik ken de dierentuin vooral uit mijn jeugd. Een paar jaar terug – in 2008 – waren we er voor het laatst, maar het is een dynamische dierentuin, dus er zal wel weer veel veranderd zijn.

We hebben de laatste weken niet zoveel tijd gehad om een dierentuinbezoekje te doen en ze zijn nog tot 31 december geldig, daarom moeten we nu op de voorlaatste dag van het jaar gaan.

image

Inge ziet onderweg op de routeplanner dat er precies bij de Grebbeweg waaraan Ouwehands dierenpark ligt een opstopping is. Dat het ook op de A1 erg druk is, lijkt de routeplanner niet te zien, maar inderdaad staat het in Rhenen helemaal vast voor de dierentuin.

Ik mag uiteindelijk de auto in het bos parkeren, maar daarvoor moeten we wel even in de rij staan. Het parkeerleed is snel vergeten als we eenmaal binnen staan. We gaan een andere route lopen dan de vorige keer. In plaats van te beginnen, eindigen we bij de giraffen.

image

Eerst de voliere in omdat daarachter ook de toiletten zijn. we lopen meteen door naar de reptielen en zoeken de groene leguaan. Hij zit op een tak ver weg, tegen de wand. Onderin het aquarium zwemmen haaien en grote vissen. In het water liggen de kaaimannen. Doodstil als houtstammen loeren ze over de oppervlakte van het water. Ze kijken streng alsof ze elk moment willen toeslaan. Gelukkig zit er glas voor.

De ara’s krijsen flink in de reuzenvoliere. Ze vliegen van tak naar tak en pakken de volle lengte van de kooi om hun vliegkunsten te tonen. Ze kiezen wel de hoogste meter, vlak onder de tralies van het draadjesplafond. Dat terwijl op de grond de flamingo’s doodstil staan bij het water. De koppen verstopt in het verenkleed verwensen ze de winter.

Lees morgen: Dagje Ouwehand (2) – Monorail

Fotoprijs Instagram

Ik was best verrast toen ik hoorde dat ik de hoofdprijs had gewonnen voor de mooiste Instagramfoto. Na de bijeenkomst van de Social Media Club Almere met Puurs uitleg over Instagram was ik best enthousiast. Ik plaatste af en toe een foto van de hele reeks foto’s die ik dagelijks maak.

Ik fotografeer voornamelijk luchten en ’s morgens bij het uitlaten van de honden maak ik ook natuurfoto’s. Vaak ter inspiratie voor een gedicht. Zo stuitte ik op die zondagmorgen op veel slakken. Ze kropen massaal op de paden. Ik maakte foto’s van de dieren. Ze presenteerden zich zo mooi zonder afleidende voorwerpen er omheen.

Behalve mijn honden natuurlijk. Ze vonden de slakken ook interessant en snuffelden aan de trage kruipers. Zeker toen een heel mooie slak voor mij langskroop en ik op de knieën ging met mijn mobieltje in de aanslag. Precies op het moment dat ik klikte, schoof Teuntje haar neus in de richting van het dier. Meteen krom het dier in zijn huisje. Het veel te gevaarlijk. Mislukt was de foto in mijn ogen.

Gelukkig lukte het mij verderop wel een volmaakt kruipende slak op de foto te zetten. Het was iets rommeliger, op de stoep, maar het dier kroop mooi vooruit. Ik had de foto die ik wenste. Het huisje stond er mooi scherp op.

Eigenlijk wilde ik de foto van Teun en de slak weggooien. Hij is niet scherp en het moment is ook mislukt. In de neus zit beweging. Waarom ik hem toch plaatste, weet ik niet. Gewoon omdat het best grappig was zo’n hondensnuit bij een slak.

Dat ik hiermee de prijs zou winnen, had ik niet kunnen bedenken. Onbewust beschik ik over talenten of in elk geval over geluksmomenten. Het laat mij zien dat je niet altijd bewust bent hoe mooi iets eigenlijk is.

Zwanenoog

image

We fietsen langs een groepje zwanen die het grasveldje vlak naast het fietspad tot slaapplaats heeft gemaakt. We fietsen akelig dicht langs de dieren als we de bocht nemen. Sommige liggen in het gras, met de kop tussen de veren. Anderen staan rechtop en kijken nog om zich heen. Of ze wiebelen nog met het lijf om de slaap op te roepen.

Een zwaan ligt vlak op het hoekje waar wij langsrijden. Het dier heeft zijn kop in het verenkleed gestoken. Een oog steekt precies ter hoogte van de staart uit de veren.

Het oog opent zich als wij langsrijden en volgt ons waakzaam. We zwijgen en trappen extra stevig om de brug op te komen. Ik moet aan onze teckel Saar denken als die lekker ligt te slapen in haar mandje. Ze kan je net zo met een oog volgen als deze zwaan.

Als we afdalen zegt Doris: ‘Die zwaan keek ons achterna en ik moest aan Saar denken.’ Ik moet lachen. Ik moest daar ook aan denken. ‘Ja, ze kan je precies zo met een oog volgen als ze in haar mandje ligt.’ We lachen allebei dat dezelfde gedachte naar binnen vloog bij het zien van hetzelfde oog.

Dartelende lammetjes

lammetje in wei bij eksternestIk stuitte gisteren vlakbij huis op de lammetjes van het Eksternest. De jonge schapen waren helemaal opgelaten. Ze renden door de wei, sprongen en dartelden. Heerlijk die vrolijkheid en dat genieten. Onbekommerd en ook ongegeneerd.

eksternest-lammetjes

De oudere schapen zagen het weemoedig aan en stuurden de hongerige monden op zoek naar melk gewoon weg. Alles is nieuw voor de lammetjes. Ze proeven alles. Het gras, de verse schapenpoep en kleine blaadjes of takjes. Ook genieten ze van die kleine dingen als de wind en de zon.

lammetje bij eksternest almere

Ik heb er even heerlijk naar staan kijken. Die ongecompliceerde houding en dat onbevangene roept zelfs een beetje jaloezie op. Niet denken aan morgen, maar genieten van het nu. En zo stapte ik met de lente in de benen weer verder op de fiets voor de laatste meters naar huis.

Omzwervingen: Schaapskudde

imageHeerlijk de aanblik van de schaapskudde die sinds vorig jaar door Almere graast. Ik kwam ze tegen bij mijn fietsritje naar de Lepelaarsplassen. Ze lopen in een begrenst stukje grasland, omheind door een tijdelijk hek dat onder stroom staat.

De herder zat knus tussen zijn schapen. In de berm stond zijn bestelwagentje geparkeerd. De auto verried dat de herder even poolshoogte nam om dadelijk zijn weg weer te vervolgen.

De schapen graasden ondertussen van het malse gras. Op het fietspad vertelden de schapenkeutels dat ze daar onlangs hun stappen hadden gezet. Ik keek naar het vredig tafereel. Dat hier midden in de stad een herder met zijn kudde liep.

Dat is nog eens wat anders dan ik op de basisschool leerde. Het liedje, dat gepresenteerd werd als ‘heel oud’ vertelde van een herder die op de grote, stille weide eenzaam rond dwaalde met zijn kudde schapen. Deze herder tuurde op zijn mobieltje in het kielzog van een rijtje flatgebouwen.

Sinds ik de herder met zijn schapen zag lopen, vraag ik mij af of dit niet een idee is voor andere stadsdelen. Hier wordt het gras gemaaid. Het malse en voedingsrijke gras dat gemaaid is, blijft liggen en verstikt zo het nieuwe gras.

Waarom zou de kade van onze gracht niet lekker mogen worden afgegraasd door een schaapskudde? Het levert ook nog eens wol en kaas op. Zo wordt het kostbare land in de stad nog eens extra goed benut.

Dan heb ik het niet eens over het grote grasveld in het park. Nu poepen er alleen honden en gebeurt verder niks met dit voedingsrijke grasland. Kansen te over om in de stad te gaan boeren.