Tagarchief: doris

Schapenkooi – #fietsvakantie

De drukte van Vriezenveen laten we achter ons als we over het spoor zijn. We zoeken een rustig plekje voor de lunch. We hebben honger, maar we weten ook dat je daar een goede plaats voor moet vinden. Zo komen we aan in Hoge Hexel. Een plaats met en geheimzinnige naam.

Tegenover het kerkje vinden we een prachtig plekje: de schaapskooi. Het is een zogeheten rustplaats. We mogen er zitten. Zo vinden we heerlijk beschut buiten een plekje om onze lunch op te eten. Dit is genieten. De wind blaast zachtjes langs ons heen.

Zo zitten we daar op het bankje en genieten. Gelijk even naar het toilet en uitrusten. Het is nu best warm, merken we als we verder rijden. Het is hier moerasland. Zo fietsen we even later dwars door het natuurgebied in de richting van Hellendoorn: het Wierdense Veld.

Het is hoogveen en kwetsbaar gebied. We fietsen over de enige weg langs het gebied over een smal dijkje. Prachtig gezicht over de wijdse verten al lijdt dit gebied aan verdroging en vergrassing. Echt genieten is dit en voor we het weten rijden we een nieuwbouwwijk van Hellendoorn in.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Geïsoleerd – #fietsvakantie

We zullen Twente verlaten vanuit de Noordkant. Hier liggen plaatsen als Westerhaar-Vriezenveensewijk en Vriezenveen. Het zijn strenggelovige plaatsen, net zoiets als het Rijssen waardoor wij Twente zijn binnengereden een klein weekje eerder.

Hier zijn de moerassen, de natte graslanden, in gekaderd in de kanalen om al het veen over af te kunnen voeren. Zo is een heel gebied ontgonnen. De veengebieden in dit deel van Twente zijn lange tijd onbereikbaar geweest.

Grote delen van het jaar was de weg naar Vriezenveen onbegaanbaar. De Fries afkomst van deze bewoners in combinatie met deze isolatie, zorgt ervoor dat het Vriezenveens een heel eigen dialect is binnen Twente.

Zowel Westerhaar-Vriezenveensewijk als Vriezenveen liggen langgerekt aan een kanaal. De dorpen zijn verder vrijwel uitgestorven op deze warme zomerdag. Veel mensen zijn op vakantie en de rest kijkt argwanend naar de paar toeristische fietsers die hier langsrijden.

Verder is alles uitgestorven. Bij de visboer wacht een handjevol kopers op een visje. De Chinees met de veelzeggende naam ‘Ni Hao’ is uitgestorven. En ook de rest van de weg naar Vriezenveen zijn het alleen de auto’s die passeren.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Themapark – Naar de hunebedden (5)

We lopen daarna door het themapark om te zien in welke huizen de hunebedbouwers leefden. Huizen die al veel laten zien van de bouw als het Los Hoes. Een eenvoudige kapconstructie zoals nog duizenden jaren gebouwd is. Zelfs onze huizen zijn hier nog op geïnspireerd met de schuine, aflopende daken.

Op het dak ligt riet, soms heel stengels. Boven het vuur hangen grote stukken dierenvel, van koeien onder meer. Het houdt de vonken tegen van het vuur. Dat verkleint de kans op brand. De rook zoekt een weg door de kieren en gaten. Bovenin de nok van het dak, aan de voorkant van het huis, zit een groot gat voor de ventilatie.

De bankjes die er staan zijn typisch iets voor de moderne mens. Wij brengen een heel groot deel van de dag zittend door. Iets wat de hunebedbouwers veel minder deden. Zeker, ze zullen gezeten hebben, maar meer op de vlakke bodem of op een boomstam of iets anders. Niet op een krukje of een bankje zoals die hier staan.

Ook hier leer je weer vuur te maken. Er zijn meerdere technieken vertellen de vrijwilligers van het park. Ze dragen de kleding van de hunebedbouwers. Lange gewaden om het lichaam gedrapeerd. Het is lekker warm bij het vuur, terwijl het buiten ondanks de zon helemaal nog niet zo heet is.

De huizen uit de bronstijd en de steentijd lijken op elkaar. Anders is het met de hutten van de jagers en verzamelaars. Hier zijn het vooral tijdelijk bouwsels. Voor een korte periode om als er geen voedsel meer te vinden is, verder te trekken.

Er staat een tent gemaakt van takken en dierenvellen. Het houdt veel kou tegen, het vuurtje zou voor de tent moeten worden gemaakt. De ronde hut die naast de tent staat, is gebouwd van wilgentenen en riet is heel mooi. Hier is het zelfs mogelijk om een vuurtje in aan te leggen.

Inspirerend en mooi om te zien hoe onze verre voorouders leefden in het ruige moerasland dat Nederland toen was. Daarnaast is er een heus blote voetenpad te vinden in het themapark. De schoenen uit en dan met de blote voeten over houtsnippers, kleine steentjes, zand, verbrande houtskool, schelpen en modder.

Een belevenis voor de voeten. Hier liepen de hunebedbouwers gewoon de hele dag doorheen met de blote voeten. De dikke eeltlaag die zij bezaten, hebben wij niet meer, merk ik als ik zo loop. Het is wel een belevenis en ik neem mij voor om vaker op blote voeten straks in de tuin te lopen.

Na het ijsje gaan we terug naar het hunebed. Die belevenis willen we nog een keer meemaken. Het is altijd mooi om met zoiets af te sluiten. Nog even langs de stenen en het verleden beleven. Daar kan geen museum tegenop. Dichterbij kun je niet komen. Dat ervaar ik hier weer. Het is genieten als we een momentje helemaal alleen zijn bij de stenen. Kijken, kijken, maar vooral beleven. Wat is dit mooi!

Zo rijden we even later genoegzaam weer naar huis. Het is een eind rijden zo vanuit Noord-Drenthe naar de Flevopolder. Als lijkt de terugreis veel sneller te gaan. Geen Hans Sibbel over forensende automobilisten, maar nu draaien we muziek van Spinvis. Een gezellig dagje weg, een betere verjaardag kun je je niet wensen. En inderdaad, ze is er heel content mee.

Dit is het 5e en laatste deel van de serie Naar de hunebedden.

Aanraking met verleden – Naar de hunebedden (4)

Ondanks al deze kleine aanrakingen met het verleden, is het mooiste moment wel als we naar buiten gaan en oog in oog staan met onze verre voorouders. De gestapelde stenen van het hunebed brengen je gewoon het dichtste bij deze mensen. Hoe anders ze ook leefden, als je je ogen en handen over de oude stenen laat glijden, ben je heel even dichtbij. Er zijn ook mensen die erop klimmen maar dat vind ik oneerbiedig.

Hoe lang het ook geleden is. Meer dan 5.000 jaar! De groeven in de stenen, meegevoerd door het ijs nog veel langer geleden. Voor de stenen zijn de jaren dat ze opgestapeld liggen slechts een fractie van de jaren dat ze vooruit gedrukt door het ijs hier in Drenthe belandden.

Terwijl Doris over de stenen kruipt en springt, streel ik de stenen. Voel hoe de eeuwen verglijden. Als ik onder de stenen kijk, zie ik hoe mooi recht de dekstenen zijn van boven. Een bijna rechte lijn. Het vormt een prachtig plafond. Zeker als je weet dat er nog een flink deel van dit grafmonument onder de bodem ligt. Het schijnt dat een deel van de originele vloer van kleileem er nog ligt in de grond.

Maar het staan hier, lopen langs die immense keien, afgestompt en vervormd door het ijs. Het steen heeft ronde vormen gekregen door die gigantische krachten die ermee gespeeld hebben. En dan die onderkant kaarsrecht. Net als dat de grote dekstenen zo doodstil liggen op de rechtopstaande stenen. Allemaal versjouwd en versleept door deze mensen. Hier zit een enorme kracht achter. Spierkracht en denkkracht. Hoe krijg je anders die stenen hier en daarnaast op elkaar?

Zo dwaal ik in gedachten tussen grote stenen door. Voel het verleden wel heel dichtbij. Ik streel met mijn vingers over de stenen. Zo voel ik in de groeven een verleden van ijs en mensenhanden. Gebouwd voor de overledenen, is dit het enige dat nog zichtbaar is in het landschap.

Dit is het 4e deel van een serie. Lees morgen het 5e en laatste deel: Themapark.

Hunebed van Borger – Naar de hunebedden (3)

Het nagebouwde graf in het Hunebedcentrum is al best imposant. De stenen zijn helemaal verstopt in de aarde en het is een heus mausoleum van binnen. Zo krijg je een heel aardige indruk van de grafkelders die de hunebedden voor hun overledenen maakten. Het nagemaakte hunebed vormt het centrale punt van het hunebedcentrum. Je kunt helemaal staan in het graf en ziet hoe groot het eigenlijk is. Onze verre voorouders zullen er flink wat werk aan gehad hebben om het op te bouwen.

We neuzen verder. We zien bijvoorbeeld de film over de 2 jongens van 14 jaar die bij de hunebedden in 1983 graven terwijl de oude grafkelders werden afgedekt door betonnen platen. Het moest vandalen zoals deze jongens weren. De scherven die de vinder bewaart in een doosje van een modelbouwauto krijgen meer dan 25 jaar later extra betekenis.


Onderzoek wijst namelijk uit dat niet alleen de hunebedbouwers het graf hebben gebruikt, maar dat het in de bronstijd het hunebed is hergebruikt. Een vondst die nieuwe inzichten geeft in het onderzoek naar hunebedden en de bouwers van de hunebedden.

De eerste opgraving van het hunebed van Borger is door de dichteres Titia Brongersma in 1685. Ze schrijft er een lang gedicht over, vermeldt het bord bij het hunebed. Het gedicht draagt de naam ‘Loff op ’t HUNNE-BED’. De naam hunebed dankt het bouwwerk aan een predikant, dominee Picardt, die op de kansel suggereert dat deze enorme stenen alleen door reuzen, hunnen, kunnen zijn gebouwd.

Van de opgravingen die Titia Brongersma deed, zijn geen vondsten meer bewaard gebleven. Later zijn er eigenlijk niet zoveel opgravingen geweest bij D27, de code die hunebedonderzoeker Van Giffen aan het grootste hunebed van Nederland gaf.

Scans wijzen uit dat de grafheuvel onder de grond nog veel schatten verbergt. Het lijkt er zelfs op dat de oorspronkelijke kleivloer nog intact is. De vondst van de 2 jongens in 1983 laat zien dat er nog veel te vinden is. Maar voorlopig lijkt verder onderzoek nog niet in het verschiet te liggen.

Zo genieten we in het centrum vooral van de geschiedenis van dit ongeschreven deel van de Nederlandse geschiedenis. Het centrum besteedt nog aan allerlei andere facetten aandacht, zoals de wolf en de beer die in de Nederlandse wildernis leefden. Of wat dacht je van de vele soorten trechterkannen en andere gereedschappen van vuursteen en andere steensoorten.

Dit is het 3e deel van een serie. Lees morgen het 4e deel: Aanraking met verleden.

Hunebedcentrum – Naar de hunebedden (2)

Als je het terrein bij het Hunebedcentrum oploopt valt de enorme steentuin direct op. Deze tuin ligt vol met gevonden zwerfkeien uit Drenthe. En dat zijn er nog al wat. Bij de keien geven informatiebordjes informatie waar de betreffende stenen vandaan komen. Niet altijd precies definieerbaar, maar voor de grote brok Finse Helsinkiet dat er ligt, geldt dat wel. Dit unieke gesteente is op 1 plek in Skandinavië te vinden.

Aan de andere kant van het pad dat naar het hunebedcentrum voert, ligt het themapark met nagebouwde woningen uit de verschillende periodes. Zo maken we kennis met de hutten van de hunebedbouwers uit de late steentijd en van de trechterbekercultuur.

Dan het museum zelf. Mooi gebouw, veel ruimte. We krijgen bij de kassa een toelichting. Eerst is er een film, zonder tekst. Dan mogen we doorlopen naar de expositie. De film houdt het midden tussen kunstzinnig en walgelijk. Ik vind de muziek zenuwslopend, net als dat het verhaal wel heel traag op gang komt.

Een vlucht over een landschap vol gletsjers en smeltend ijs. De associatie met de radiocolumn van Hans Sibbel doemt op. De muziek van lange lage tonen, ritmes die ik niet kan definiëren en een verhaallijn die ik niet kan volgen, houden mij weg. Ik kijk met moeite, probeer de oogleden op elkaar geknepen te houden om maar niet teveel indrukken te hebben. Het is voor mij teveel.

Ik ben dan ook heel blij als ik met onze voorouders kennismaak als ik de filmzaal uitloop. Ik hou meer van dit soort beelden die ik rustig op mij kan laten inbeelden. De wassen beelden van de hunebedbewoners staan mij wat beter aan. Ze dragen dikke dierenvellen om zich heen. Norse gezichten en rauwe lijven onder de dikke vellen. Ze stralen het rauwe leven uit.

Dit is het 2e deel van een serie Naar de Hunebedden. Lees morgen het 3e deel: Hunebed van Borger.

Naar de hunebedden (1)

Ze wil een leuk tripje maken op haar verjaardag. Waar ze dan heen wil? Iets wat wij allemaal leuk vinden. Daarom kiest ze voor de hunebedden in Drenthe. Ze heeft er nog nooit eentje gezien en het lijkt haar wel wat, al die reuzenstenen die bij elkaar liggen.

We kiezen voor het hunebedcentrum in Borger. Vlakbij het grootste hunebed van Nederland is het centrum over deze bijzondere grafheuvels uit de steentijd en de trechtercultuur. De monumenten van de eerste bewoners van Nederland. Al is die opvatting betrekkelijk, de vondst van vuistbijlen laat zien dat er in ons land ook al Neanderthalers hebben geleefd.

Het is allemaal wel betrekkelijk en lastig verifieerbaar. Daarom is het precieze leefgebied van deze bewoners een stuk lastiger te bepalen. De Neanderthalers konden zeker ook vuur maken, waarmee ook vuursteenvondsten zoals die onder ons nieuwe huisje behoren. Daarom waren wij extra nieuwsgierig naar de bewoners die op een tiental meters onder ons huis woonden.

Borger is een klein dorp en het is er zelfs met Google maps best lastig om er te komen. Een rit van meer dan 2 uur op zoek naar de eerste menselijke bewoners van ons land. Onderweg eten we al de meegebrachte broodjes op en genieten van Spijkers met koppen op de radio. Vooral de column van Hans Sibbel geeft veel plezier. Je krijgt ademnood van het tempo waarmee hij het forensenbeleid van de Nederlandse overheid bekritiseerd.

Net als de bobo’s die de Noordpool bezoeken om te zien hoeveel schade hun bedrijven het milieu aanrichten. Is het echt nodig om dat met eigen ogen te zien? Moet je daarvoor afreizen naar het hoge noorden, met alle gevolgen voor het milieu die daarbij horen?

Dit is het 1e deel van een serie. Lees morgen het 2e deel: Hunebedcentrum.

Moerassen – #fietsvakantie

We komen in het gedeelte van Twente waar het veen heerst. Een groot natuurgebied vormt de grens tussen Nederland en Duitsland. Het dorp Langeveen ligt op een zandheuvel, er omheen verdwijnt alles in het moeras.

De enige weg die er ligt voert langs het natuurgebied. Wel wat stukken opengesteld voor wandelaars, maar wij rijden langs de drukken N-weg. De vrachtwagens denderen met grote snelheid voorbij. De luchtstroom trekt je mee. Het is bijzonder onplezierig om hier te fietsen.

Als we dan bij Kloosterhaar aankomen, slaan we af in de richting van Sibculo. Langs de onderkant van het veengebied. Gelukkig verlaten we snel de drukke N-weg en fietsen over een rustigere ventweg. Veel fietsers met een handdoek en zwemkleding onder de bagagedragers. Niet ver van hier is een recreatieplas.

Bij Sibculo liggen de resten van een klooster. In de Middeleeuwen was dit het eind van de wereld. Onbereikbaar en geïsoleerd leefden hier de monniken. Als je hier zo rijdt, snap je het. Het moerasland maakt het vrijwel onbereikbaar. Een ideale plek voor een klooster.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Molens – #fietsvakantie

We nemen een potje jam mee dat langs de weg in Oormarsum wordt verkocht. De herinneringen aan de tijd dat ik met Inge regelmatig naar Ootmarsum ging, borrelen weer sterk naar boven. Laten we daarom de herinnering compleet maken en naar de Molen van Bels gaan.

We rijden erheen. Het ligt achter Ootmarsum, tegen de Duitse grens aan. De telefoon zwiept heen en weer van Duitsland naar Nederland. Bij de molen is overigens een prachtig informatiecentrum over dit bijzondere gebied van Nederland.

De grond is best uniek hier. Zoals we later zullen ontdekken is hier in de buurt ook de afdruk van een man gevonden. De Man van Mander lag in een grafheuvel. Als grafgift lag ernaast een vuurstenen mesje.

Wij bezoeken de watermolen die hier staat. Onderwijl vertellen we over de tijd dat wij hier liepen aan het begin van onze verkering. Dat we met Sientje hier een wandeling maakten. Het ezeltje dat een stuk van Inges jas opat en de pannenkoeken die we hier aten.

Daarom eten wij hier ook een heerlijke pannenkoek. Dat is nog eens een verjaardagsmaal. Inge kan niet meer te lang blijven. De honden wachten thuis op haar. Daarom rijden we eerst naar de camping. We verdwalen nog omdat ik een verkeerde afslag nam waardoor we ineens in Duitsland reden. We maken snel rechtsomkeer en dan is daar eindelijk de camping.

Het einde van een heerlijke verjaardag. Het afscheid van Inge valt best zwaar. Het was een ontzettend leuke verjaardag. We zullen haar snel achterna gaan en hopen over 2 dagen in Almere aan te komen. Op de fiets natuurlijk.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Los Hoes – #fietsvakantie

De heerlijke hartige taart op van de overdadige lunch, rijden we samen met Inge naar Ootmarsum. Een dag geleden fietsten we hier nog langs. In de auto gaat het allemaal veel sneller.

Vreemde gewaarwording dat wij hier helemaal op eigen kracht gekomen zijn op het fietsje. Want het is toch een flink eind van huis. En zo rijdend over de weg waarover wij gisteren nog fietsten, komt ook een beetje raar over.

We bezoeken het museum Los Hoes, een openluchtmuseum waarin de geschiedenis van het boerenbedrijf in Twente wordt verteld. Aan de hand van verschillende boerderijmodellen, krijg je een toelichting hoe vee en mens aanvankelijk samen in dezelfde ruimte verbleef.

Geleidelijk aan zijn vee en mens meer en meer van elkaar gescheiden. Het model huis is nog altijd een geliefd model in Twente. Veel moderne, grote huizen op het platteland hebben dezelfde vorm. Het vee is er allang niet meer, maar het kruis op het dak verwijst naar oude gebruiken.

In Twente en vooral hier in dit museum willen ze doen geloven dat de gebruiken al uit de Germaanse tijd stammen. Zo zou het blazen op de Midwinterhoorn al een gebruik van vele eeuwen zijn. Er worden zelfs verwijzingen gemaakt naar de Alpenhoorn.

In Voskuils romanreeks Het bureau krijgt hoofdpersoon Maarten Koning het aan de stok met deze enthousiaste mensen die de volksaard van Twente onderzoeken. Maarten beweert namelijk dat het Midwinterhoornblazen niet veel ouder is dan enkele decennia. In de jaren ’30 van de 20e eeuw zou het ‘eeuwenoude’ gebruik zijn geïntroduceerd.

Het museum valt mij dit keer een beetje tegen. De informatie over het Los Hoes ervaar ik als summier. Mijn ervaring een paar jaar eerder in het Dierenpark Nordhorn is dat er veel meer over te vertellen is.

Juist dit model boerderij is wel terug te voeren op heel oude culturen. De boerderijen van de eerste boeren, meer dan 7.000 jaar geleden, bestaan in wezen uit precies dezelfde vorm. Dat is misschien een veel interessantere inbedding in de geschiedenis dan de Midwinterhoorn.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.