Tagarchief: geschiedenis

Themapark – Naar de hunebedden (5)

We lopen daarna door het themapark om te zien in welke huizen de hunebedbouwers leefden. Huizen die al veel laten zien van de bouw als het Los Hoes. Een eenvoudige kapconstructie zoals nog duizenden jaren gebouwd is. Zelfs onze huizen zijn hier nog op geïnspireerd met de schuine, aflopende daken.

Op het dak ligt riet, soms heel stengels. Boven het vuur hangen grote stukken dierenvel, van koeien onder meer. Het houdt de vonken tegen van het vuur. Dat verkleint de kans op brand. De rook zoekt een weg door de kieren en gaten. Bovenin de nok van het dak, aan de voorkant van het huis, zit een groot gat voor de ventilatie.

De bankjes die er staan zijn typisch iets voor de moderne mens. Wij brengen een heel groot deel van de dag zittend door. Iets wat de hunebedbouwers veel minder deden. Zeker, ze zullen gezeten hebben, maar meer op de vlakke bodem of op een boomstam of iets anders. Niet op een krukje of een bankje zoals die hier staan.

Ook hier leer je weer vuur te maken. Er zijn meerdere technieken vertellen de vrijwilligers van het park. Ze dragen de kleding van de hunebedbouwers. Lange gewaden om het lichaam gedrapeerd. Het is lekker warm bij het vuur, terwijl het buiten ondanks de zon helemaal nog niet zo heet is.

De huizen uit de bronstijd en de steentijd lijken op elkaar. Anders is het met de hutten van de jagers en verzamelaars. Hier zijn het vooral tijdelijk bouwsels. Voor een korte periode om als er geen voedsel meer te vinden is, verder te trekken.

Er staat een tent gemaakt van takken en dierenvellen. Het houdt veel kou tegen, het vuurtje zou voor de tent moeten worden gemaakt. De ronde hut die naast de tent staat, is gebouwd van wilgentenen en riet is heel mooi. Hier is het zelfs mogelijk om een vuurtje in aan te leggen.

Inspirerend en mooi om te zien hoe onze verre voorouders leefden in het ruige moerasland dat Nederland toen was. Daarnaast is er een heus blote voetenpad te vinden in het themapark. De schoenen uit en dan met de blote voeten over houtsnippers, kleine steentjes, zand, verbrande houtskool, schelpen en modder.

Een belevenis voor de voeten. Hier liepen de hunebedbouwers gewoon de hele dag doorheen met de blote voeten. De dikke eeltlaag die zij bezaten, hebben wij niet meer, merk ik als ik zo loop. Het is wel een belevenis en ik neem mij voor om vaker op blote voeten straks in de tuin te lopen.

Na het ijsje gaan we terug naar het hunebed. Die belevenis willen we nog een keer meemaken. Het is altijd mooi om met zoiets af te sluiten. Nog even langs de stenen en het verleden beleven. Daar kan geen museum tegenop. Dichterbij kun je niet komen. Dat ervaar ik hier weer. Het is genieten als we een momentje helemaal alleen zijn bij de stenen. Kijken, kijken, maar vooral beleven. Wat is dit mooi!

Zo rijden we even later genoegzaam weer naar huis. Het is een eind rijden zo vanuit Noord-Drenthe naar de Flevopolder. Als lijkt de terugreis veel sneller te gaan. Geen Hans Sibbel over forensende automobilisten, maar nu draaien we muziek van Spinvis. Een gezellig dagje weg, een betere verjaardag kun je je niet wensen. En inderdaad, ze is er heel content mee.

Dit is het 5e en laatste deel van de serie Naar de hunebedden.

Aanraking met verleden – Naar de hunebedden (4)

Ondanks al deze kleine aanrakingen met het verleden, is het mooiste moment wel als we naar buiten gaan en oog in oog staan met onze verre voorouders. De gestapelde stenen van het hunebed brengen je gewoon het dichtste bij deze mensen. Hoe anders ze ook leefden, als je je ogen en handen over de oude stenen laat glijden, ben je heel even dichtbij. Er zijn ook mensen die erop klimmen maar dat vind ik oneerbiedig.

Hoe lang het ook geleden is. Meer dan 5.000 jaar! De groeven in de stenen, meegevoerd door het ijs nog veel langer geleden. Voor de stenen zijn de jaren dat ze opgestapeld liggen slechts een fractie van de jaren dat ze vooruit gedrukt door het ijs hier in Drenthe belandden.

Terwijl Doris over de stenen kruipt en springt, streel ik de stenen. Voel hoe de eeuwen verglijden. Als ik onder de stenen kijk, zie ik hoe mooi recht de dekstenen zijn van boven. Een bijna rechte lijn. Het vormt een prachtig plafond. Zeker als je weet dat er nog een flink deel van dit grafmonument onder de bodem ligt. Het schijnt dat een deel van de originele vloer van kleileem er nog ligt in de grond.

Maar het staan hier, lopen langs die immense keien, afgestompt en vervormd door het ijs. Het steen heeft ronde vormen gekregen door die gigantische krachten die ermee gespeeld hebben. En dan die onderkant kaarsrecht. Net als dat de grote dekstenen zo doodstil liggen op de rechtopstaande stenen. Allemaal versjouwd en versleept door deze mensen. Hier zit een enorme kracht achter. Spierkracht en denkkracht. Hoe krijg je anders die stenen hier en daarnaast op elkaar?

Zo dwaal ik in gedachten tussen grote stenen door. Voel het verleden wel heel dichtbij. Ik streel met mijn vingers over de stenen. Zo voel ik in de groeven een verleden van ijs en mensenhanden. Gebouwd voor de overledenen, is dit het enige dat nog zichtbaar is in het landschap.

Dit is het 4e deel van een serie. Lees morgen het 5e en laatste deel: Themapark.

Hunebed van Borger – Naar de hunebedden (3)

Het nagebouwde graf in het Hunebedcentrum is al best imposant. De stenen zijn helemaal verstopt in de aarde en het is een heus mausoleum van binnen. Zo krijg je een heel aardige indruk van de grafkelders die de hunebedden voor hun overledenen maakten. Het nagemaakte hunebed vormt het centrale punt van het hunebedcentrum. Je kunt helemaal staan in het graf en ziet hoe groot het eigenlijk is. Onze verre voorouders zullen er flink wat werk aan gehad hebben om het op te bouwen.

We neuzen verder. We zien bijvoorbeeld de film over de 2 jongens van 14 jaar die bij de hunebedden in 1983 graven terwijl de oude grafkelders werden afgedekt door betonnen platen. Het moest vandalen zoals deze jongens weren. De scherven die de vinder bewaart in een doosje van een modelbouwauto krijgen meer dan 25 jaar later extra betekenis.


Onderzoek wijst namelijk uit dat niet alleen de hunebedbouwers het graf hebben gebruikt, maar dat het in de bronstijd het hunebed is hergebruikt. Een vondst die nieuwe inzichten geeft in het onderzoek naar hunebedden en de bouwers van de hunebedden.

De eerste opgraving van het hunebed van Borger is door de dichteres Titia Brongersma in 1685. Ze schrijft er een lang gedicht over, vermeldt het bord bij het hunebed. Het gedicht draagt de naam ‘Loff op ’t HUNNE-BED’. De naam hunebed dankt het bouwwerk aan een predikant, dominee Picardt, die op de kansel suggereert dat deze enorme stenen alleen door reuzen, hunnen, kunnen zijn gebouwd.

Van de opgravingen die Titia Brongersma deed, zijn geen vondsten meer bewaard gebleven. Later zijn er eigenlijk niet zoveel opgravingen geweest bij D27, de code die hunebedonderzoeker Van Giffen aan het grootste hunebed van Nederland gaf.

Scans wijzen uit dat de grafheuvel onder de grond nog veel schatten verbergt. Het lijkt er zelfs op dat de oorspronkelijke kleivloer nog intact is. De vondst van de 2 jongens in 1983 laat zien dat er nog veel te vinden is. Maar voorlopig lijkt verder onderzoek nog niet in het verschiet te liggen.

Zo genieten we in het centrum vooral van de geschiedenis van dit ongeschreven deel van de Nederlandse geschiedenis. Het centrum besteedt nog aan allerlei andere facetten aandacht, zoals de wolf en de beer die in de Nederlandse wildernis leefden. Of wat dacht je van de vele soorten trechterkannen en andere gereedschappen van vuursteen en andere steensoorten.

Dit is het 3e deel van een serie. Lees morgen het 4e deel: Aanraking met verleden.

Hunebedcentrum – Naar de hunebedden (2)

Als je het terrein bij het Hunebedcentrum oploopt valt de enorme steentuin direct op. Deze tuin ligt vol met gevonden zwerfkeien uit Drenthe. En dat zijn er nog al wat. Bij de keien geven informatiebordjes informatie waar de betreffende stenen vandaan komen. Niet altijd precies definieerbaar, maar voor de grote brok Finse Helsinkiet dat er ligt, geldt dat wel. Dit unieke gesteente is op 1 plek in Skandinavië te vinden.

Aan de andere kant van het pad dat naar het hunebedcentrum voert, ligt het themapark met nagebouwde woningen uit de verschillende periodes. Zo maken we kennis met de hutten van de hunebedbouwers uit de late steentijd en van de trechterbekercultuur.

Dan het museum zelf. Mooi gebouw, veel ruimte. We krijgen bij de kassa een toelichting. Eerst is er een film, zonder tekst. Dan mogen we doorlopen naar de expositie. De film houdt het midden tussen kunstzinnig en walgelijk. Ik vind de muziek zenuwslopend, net als dat het verhaal wel heel traag op gang komt.

Een vlucht over een landschap vol gletsjers en smeltend ijs. De associatie met de radiocolumn van Hans Sibbel doemt op. De muziek van lange lage tonen, ritmes die ik niet kan definiëren en een verhaallijn die ik niet kan volgen, houden mij weg. Ik kijk met moeite, probeer de oogleden op elkaar geknepen te houden om maar niet teveel indrukken te hebben. Het is voor mij teveel.

Ik ben dan ook heel blij als ik met onze voorouders kennismaak als ik de filmzaal uitloop. Ik hou meer van dit soort beelden die ik rustig op mij kan laten inbeelden. De wassen beelden van de hunebedbewoners staan mij wat beter aan. Ze dragen dikke dierenvellen om zich heen. Norse gezichten en rauwe lijven onder de dikke vellen. Ze stralen het rauwe leven uit.

Dit is het 2e deel van een serie Naar de Hunebedden. Lees morgen het 3e deel: Hunebed van Borger.

Naar de hunebedden (1)

Ze wil een leuk tripje maken op haar verjaardag. Waar ze dan heen wil? Iets wat wij allemaal leuk vinden. Daarom kiest ze voor de hunebedden in Drenthe. Ze heeft er nog nooit eentje gezien en het lijkt haar wel wat, al die reuzenstenen die bij elkaar liggen.

We kiezen voor het hunebedcentrum in Borger. Vlakbij het grootste hunebed van Nederland is het centrum over deze bijzondere grafheuvels uit de steentijd en de trechtercultuur. De monumenten van de eerste bewoners van Nederland. Al is die opvatting betrekkelijk, de vondst van vuistbijlen laat zien dat er in ons land ook al Neanderthalers hebben geleefd.

Het is allemaal wel betrekkelijk en lastig verifieerbaar. Daarom is het precieze leefgebied van deze bewoners een stuk lastiger te bepalen. De Neanderthalers konden zeker ook vuur maken, waarmee ook vuursteenvondsten zoals die onder ons nieuwe huisje behoren. Daarom waren wij extra nieuwsgierig naar de bewoners die op een tiental meters onder ons huis woonden.

Borger is een klein dorp en het is er zelfs met Google maps best lastig om er te komen. Een rit van meer dan 2 uur op zoek naar de eerste menselijke bewoners van ons land. Onderweg eten we al de meegebrachte broodjes op en genieten van Spijkers met koppen op de radio. Vooral de column van Hans Sibbel geeft veel plezier. Je krijgt ademnood van het tempo waarmee hij het forensenbeleid van de Nederlandse overheid bekritiseerd.

Net als de bobo’s die de Noordpool bezoeken om te zien hoeveel schade hun bedrijven het milieu aanrichten. Is het echt nodig om dat met eigen ogen te zien? Moet je daarvoor afreizen naar het hoge noorden, met alle gevolgen voor het milieu die daarbij horen?

Dit is het 1e deel van een serie. Lees morgen het 2e deel: Hunebedcentrum.

Hop Marjanneke

Het kinderliedje ‘Hop Marjanneke’ is direct verbonden met de Franse tijd in Nederland. Het zit boordevol met verwijzingen naar historische feiten. Het is duidelijk een liedje dat over de Nederlandse revolutie gaat.

Bij het lezen van Joost Rosendaals boek over De Nederlandse Revolutie moet ik vaak aan het liedje denken. Er zijn veel verbanden. Zo verwijst Marjanneke naar de Fransen, de Fransen zonder pruik worden genoemd en de prins (of de Pruis) komen aan de orde.

Het is leuk om een liedje als ‘Hop Marjanneke’ te integreren in de geschiedenisles. Zo worden kinderen zich bewust van de geschiedenis in schijnbaar onschuldige kinderliedjes. Al is wel een beetje de vraag of veel kinderen nog dit liedje leren.

Brandenburger Tor

Over die Pruis heeft Joost Rosendaal nog een interessant weetje in zijn boek. Want stadhouder Willem V schakelt de hulp in van zijn zwager koning Frederik Willem II van Pruisen. De hoge kosten voor deze militaire ingreep zijn later bekostigd door de speciaal hiervoor ingevoerde belasting: de 25e penning.

Van het geld richtte Frederik Willem II in Berlijn de Tor des Friendens ofwel de Brandenburger Tor op. Joost Roosendaal merkt het volgende op:

Dit is een grove miskenning van Nederlandse eigenheid. De situatie in de Republiek was geheel anders dan in het koninkrijk Frankrijk en bovendien bleken de Nederlandse revolutionairen sterk geïnspireerd door hun christelijke geloofsovertuiging. (15)

Het latere symbool van de Duitse eenheid was het product van de onderdrukking van de Nederlandse democratie en vrijheid van meningsuiting, betaald met van Nederlanders afgeperst geld. (65)

Zo die staat. Zouden veel Nederlanders dat weten als ze bij deze poort staan. De poort herinnert aan de zegetocht van Frederik Willem II van Pruisen. Daarnaast herdenkt deze poort de militaire successen van Frederik de Grote. Niet allemaal even vredelievend…

Joost Rosendaal: De Nederlandse Revolutie, Vrijheid, volk en vaderland 1783-1799. Nijmegen: Uitgeverij Van Tilt, 2005. ISBN: 90 77503 18 8. 256 pagina’s.

De Nederlandse revolutie

Het boek over Napoleon in Nederland maakt mij ook nieuwsgierig over de Nederlandse revolutie. Want wat is precies de relatie tussen de Frans overheersing en de voorafgaande periode van de patriotten en de orangisten?

Het is een roerige tijd in Nederland, waarbij de patriotten in opstand kwamen tegen de overheersing van de Oranjes in de persoon van Willem V en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen. De beroemde aanhouding van Wilhelmina bij Goejanverwellesluis op 28 juni 1787 is in de geschiedenisboekjes gekomen, maar wat gebeurde daar precies?

Nederlandse revolutie

Daarom heb ik hét boek over de Nederlandse revolutie van Joost Rosendaal gelezen. De Nederlandse revolutie, Vrijheid, volk en vaderland 1783 – 1799 beschrijft de periode voorafgaand aan de aanhouding tot en met de 1e periode van de Franse tijd: de Bataafse republiek.

Zoals de schrijver in zijn inleiding bepleit: het is een misverstand dat de Nederlandse revolutie een afgeleide is van de Franse.

Dit is een grove miskenning van Nederlandse eigenheid. De situatie in de Republiek was geheel anders dan in het koninkrijk Frankrijk en bovendien bleken de Nederlandse revolutionairen sterk geïnspireerd door hun christelijke geloofsovertuiging. (15)

Sterker nog: het is een geheel eigen initiatief. Mogelijk is de situatie zelfs andersom en ligt de kiem voor de Franse revolutie in Nederland. Na de mislukte coupe in Goejanverwellesluis breekt er een klopjacht los naar de patriotten. De hulp van de Pruisen zorgt hiervoor. Er wordt gemoord en geplunderd. Uiteindelijk moet deze opstand worden bekostigd door een extra belasting die Willem V heft.

Vluchtende patriotten

De patriotten vluchten naar Frankrijk en sluiten zich daar aan bij de Franse vrijheidsstrijders in de hoop dat ze ook Nederland kunnen bevrijden. Dat gebeurt jaren later in 1795, het begin van de Bataafse republiek. De ontwikkelingen in Frankrijk met de komst van Napoleon hebben het doorzetten van deze revolutie tegengewerkt.

Zeker staat de Nederlandse revolutie niet op zichzelf, wel heeft de Nederlandse situatie een ander soort aanleiding. Het is samengebald in de persoon Wilhelmina van Pruisen als grote boosdoener. Er liggen veel parallelen met de Franse situatie.

Amerikaanse vrijheidsstrijd

Waarschijnlijk zijn deze allebei gevoed door de Amerikaanse vrijheidsstrijd. Veel Nederlanders hadden contact hadden met Amerikaanse vrijheidsstrijders. Voor Nederland ligt het begin bij de publicatie: Aan het Volk van Nederland door Joan Derk van Capellen tot den Poll. Een geschrift dat de vinger op de zere plek legt: zo kan het niet langer. Er moet iets gebeuren…

Joost Rosendaal laat zien hoe vanaf dit schotschrift de revolutie zich langzaam verspreid. Het is een spannend verhaal. Je krijgt zelfs het idee dat de patriotten misschien wel de basis hebben gelegd voor het moderne Nederland.

Joost Rosendaal: De Nederlandse Revolutie, Vrijheid, volk en vaderland 1783-1799. Nijmegen: Uitgeverij Van Tilt, 2005. ISBN: 90 77503 18 8. 256 pagina’s.

Los Hoes – #fietsvakantie

De heerlijke hartige taart op van de overdadige lunch, rijden we samen met Inge naar Ootmarsum. Een dag geleden fietsten we hier nog langs. In de auto gaat het allemaal veel sneller.

Vreemde gewaarwording dat wij hier helemaal op eigen kracht gekomen zijn op het fietsje. Want het is toch een flink eind van huis. En zo rijdend over de weg waarover wij gisteren nog fietsten, komt ook een beetje raar over.

We bezoeken het museum Los Hoes, een openluchtmuseum waarin de geschiedenis van het boerenbedrijf in Twente wordt verteld. Aan de hand van verschillende boerderijmodellen, krijg je een toelichting hoe vee en mens aanvankelijk samen in dezelfde ruimte verbleef.

Geleidelijk aan zijn vee en mens meer en meer van elkaar gescheiden. Het model huis is nog altijd een geliefd model in Twente. Veel moderne, grote huizen op het platteland hebben dezelfde vorm. Het vee is er allang niet meer, maar het kruis op het dak verwijst naar oude gebruiken.

In Twente en vooral hier in dit museum willen ze doen geloven dat de gebruiken al uit de Germaanse tijd stammen. Zo zou het blazen op de Midwinterhoorn al een gebruik van vele eeuwen zijn. Er worden zelfs verwijzingen gemaakt naar de Alpenhoorn.

In Voskuils romanreeks Het bureau krijgt hoofdpersoon Maarten Koning het aan de stok met deze enthousiaste mensen die de volksaard van Twente onderzoeken. Maarten beweert namelijk dat het Midwinterhoornblazen niet veel ouder is dan enkele decennia. In de jaren ’30 van de 20e eeuw zou het ‘eeuwenoude’ gebruik zijn geïntroduceerd.

Het museum valt mij dit keer een beetje tegen. De informatie over het Los Hoes ervaar ik als summier. Mijn ervaring een paar jaar eerder in het Dierenpark Nordhorn is dat er veel meer over te vertellen is.

Juist dit model boerderij is wel terug te voeren op heel oude culturen. De boerderijen van de eerste boeren, meer dan 7.000 jaar geleden, bestaan in wezen uit precies dezelfde vorm. Dat is misschien een veel interessantere inbedding in de geschiedenis dan de Midwinterhoorn.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Bederf de aarde niet

De laatste boodschap die Konstantin Paustovski achterlaat, is van een betoverende schoonheid. Hij heeft eeuwigheidswaarde, zo ervaar ik het. Want het onderwerp is actueler dan ooit. Op het briefje dat hij heeft nagelaten staan zijn mooiste woorden geschreven. Het is een oproep om de aarde niet te bederven, maar zuinig te zijn op deze wereld:

Deze aarde is onze woning, geef haar niet uit handen aan verwoesters, laag volk en leeghoofden. Wij als erfgenamen van Poesjkin, zullen daar rekenschap en verantwoording over moeten afleggen. (570)

De verwoesters, laag volk en leeghoofden lijken nog altijd alle ruimte te hebben. En dat mag je je als nadenkend mens, je aantrekken. De wereld verandert zo van iets moois in een ruïne waaruit elk greintje leven is verdwenen. Een aansporing om zuinig te zijn met deze aarde. Het is ons huis en we moeten het niet laten bevuilen.

Je kunt er ook een kunstzinnige oproep in lezen, om zuinig te zijn met de literatuur en de dichtkunst. Deze zijn immers net zo fragiel en kostbaar als de wereld om ons heen. De erfenis van dichters als Poesjkin. Wat mij betreft hoort Konstantin Paustovski daar zeker ook bij.

Als de bloemlezing en vertaling van Wim Hartog mij iets heeft gebracht, dan is het de waardering en liefde voor de schrijver Konstantin Paustovski. Wat een schrijver is dit. Zelfs in eenvoudige brieven aan zijn vrouwen en kinderen, blinkt hij uit. Hij laat zien dat een schrijver nooit stopt met werken, maar de woorden vindt om zich uit te drukken.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

Opgeheven tramlijn – #fietsvakantie

Het laatste deel van de fietsrit voor vandaag. Op reis tussen Oldenzaal en Denekamp fietsten we door de bossen. Een mengelmoes van boomsoorten waarbij de berkenbossen wel het mooiste zijn.

De vermoeidheid begint ook toe te slaan. Het begint ook al later op de middag te worden. Een pauze op een prachtig bospad op het bankje dat we tegenkomen. We eten er de perziken en kersen die ik op de markt in Oldenzaal kocht. De verleidingen van de verkoper kon ik niet weerstaan. Net als de sappige aardbeien. Wat is het toch heerlijk in de zomer.

Als we helemaal in het bos zijn terechtgekomen, zien we hier een paar mensen midden op een viersprong staan. Of we wel weten dat we hier langs een historische plek rijden. Hier liep de tramlijn van Oldenzaal naar Denekamp. Het is Het Roderveld, een prachtige, rustieke omgeving en je vergeet meteen de vermoeidheid in de benen.

In de oorlog is de tramlijn opgeheven en gingen de bielzen naar het front bij Stalinrad. Het wachthuisje is gereconstrueerd midden in het bos. Wij hebben haast en fietsen door. Rijden onder Denekamp langs op weg naar de camping die we op het oog hebben: een boerencamping.

Voor het zover is, rijden we over het landgoed Singraven. Het is hier prachtig. Zeker in combinatie met het bos en de beek. Achter elke bocht ligt weer een prachtig plaatje verborgen. Ik kan bijna niet fietsen omdat ik overal weer nieuwe foto’s wil maken.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.