Tagarchief: literatuur

Conrads Hart der duisternis

image

Na het lezen van Redmond O’Hanlons Congo en Dark Star Safari van Paul Theroux pakte ik er Joseph Conrads Hart der duisternis weer bij. Ik las het tijdens mijn studie voor een college over koloniale literatuur. Het boek behoort tot de klassiekers van de Engelstalige literatuur.

Zoals vaker gebeurt levert de koloniale literatuur een klassieker op voor de hele literatuur. Hetzelfde is in Nederland het geval bij de Max Havelaar en Stille kracht. De confrontatie met de andere cultuur vraagt een nieuwe manier van kijken naar jezelf en de ander.

Veel Afrika-reizigers koesteren een grote liefde voor Conrads Hart der duisternis. Misschien dat de verwoording van de angsten hen aanspreekt. Mogelijk de verhaallijn van de observerende kapitein Marlow. Of de brute daden van meneer Kurtz, zodat je je afvraagt wie de wilde is. Zo wordt het boek meer dan een koloniaal boek. Het grijpt tot in de diepste zielenroerselen van de mens.

Ik heb de vertaling van Bas Heijne gelezen. Een boeiende vertaling die volgens de vertaler zelf het midden houdt tussen vrij en letterlijk. Een vertaling zoals het moet.

Het verhaal begint op een schip dat in de monding van de Theems ligt. Charlie Marlow zit daar met een groepje mannen op het dek. Ze wachten op een gunstige wind. De zee verbindt de heren. Terwijl ze zo de zon in de zee zien zakken, begint Marlow te praten over zijn ervaringen in Congo.

Hij krijgt een aanstelling als schipper op een rivierstomer, maar bij aankomst blijkt de stomer op de bodem van de rivier te liggen. Hij probeert hem weer te repareren, maar de noodzakelijke materialen – klinknagels – ontbreken. Terwijl hij eerder op zijn reis overal klinknagels zag liggen, zijn ze hier nergens te vinden. Hij legt zich erbij neer.

Verderop in het boek vaart hij op de rivierstomer. Hoe hij tot deze daad is gekomen, blijft achterwege. De vaartocht voert naar de buitenpost van meneer Kurtz. Overal heerst de dreiging. Zeker als ze vanaf de over worden aangevallen door wilden.

Dat eigenlijk Kurtz achter deze aanval zit en deze despoot een hele greep van die wilden in bedwang heeft, blijkt later pas. De schedels rond zijn verblijf getuigen van zijn daden:

Ze zouden nog meer indruk gemaakt hebben, deze hoofden op de staken, als ze niet met hun gezichten naar het huis toegekeerd hadden gestaan. Slechts één ervan, degene die me als eerste was opgevallen, keek mijn kant op. (102)

Als hij tevergeefs de zieke Kurtz uit de rimboe haalt, bezoekt hij later Kurtz’ verloofde en verzint zijn laatste woorden omdat de waarheid te hard is. Dat terwijl het voor Marlow een raadsel is wat Kurtz nu eigenlijk precies van beroep was:

“Hij had het in zich om heel groot te worden,” zei de man, die geloof ik organist was, met sluik grijs haar dat over een vettige jaskraag viel. Er was voor mij geen reden om aan zijn woorden te twijfelen en tot op de dag van vandaag kan ik niet zeggen wat Kurtz’ van beroep was, of hij er ooit wel een had – en welk van zijn talenten het grootst was. (128)

Het zo blijft het verdere leven van deze schurk een groot raadsel en lukt het de verteller Marlow niet om de schurk een menselijk gezicht te geven. En juist dat is de kracht van het verhaal, het ontbreken van een waardeoordeel van de verteller Marlow. Hij vertelt alleen maar het verhaal over zijn zoektocht naar Kurtz en daarbij verhaalt hij over de diepe, rauwe kant van de mens.

En dat verklaart de liefde voor het verhaal zoals reizigers als Redmond O’Hanlon en Paul Theroux dat hebben. Het lukt mij nog niet helemaal door te dringen in het verhaal. Waarschijnlijk is dat de kracht van Joseph Conrads roman.

Joseph Conrad: Hart der duisternis Oorspronkelijke tekst: Heart of Darkness. Vertaling en nawoord Bas Heijne. 2e druk. Uitgeverij Contact (Pandora Pocket), 1997. ISBN 90 254 5725 8. 144 pagina’s.

Proust

image

De tijd verglijdt in de roman Ik neem toch een hond van Marjan Berk. De hoofdpersoon merkt het ook. Ze merkt dat ze langzaam vergeetachtig wordt.

Op een avond staat ze in Olst voor een donkere dichte bibliotheekdeur terwijl ze dacht er columns te moeten voorlezen. Een voorbijganger roept haar toe dat ze een dag te vroeg is. Tot haar schrik merkt ze dat ze die avond in Delfzijl een groep vrouwen moest toespreken. Zou ze echt vergeetachtig worden?

Het verglijden van de tijd illustreert Marjan Berk het mooiste in het noemen van Marcel Prousts romancyclus À la recherche du temps perdu. Zelf komt de hoofdpersoon Lena Steketee niet zover:

Lena was voor de zoveelste keer aan Proust begonnen, ze kwam al jarenlang nooit verder dan de passage waarin de grootmoeder een rondje om de kerk liep. Dan was de vakantie weer voorbij en wachtte Proust op de volgende vakantie. (42)

Later bezoekt ze in Parijs met een vriendin nog snel een museum om de verzamelde manuscripten en brieven van de Franse schrijver te bewonderen. Zogenaamd om het verblijf in de Franse hoofdstad nog een cultureel tintje te geven.

Het lukt haar schoonmoeder wel om door een deel van Prousts magnum opus te komen. De gretige lezer kon de boeken van de Franse romanschrijver wel waarderen.

Zelfs Proust werd door haar ijverig verorberd: ‘Mooi boek!’ zei ze enthousiast, toen ze drie delen van de verloren tijd had doorgewerkt. (112)

Daarmee wordt de romancyclus van Marcel Proust het symbool van de verloren tijd. Hoe de ouderdom komt en het grote levenswerk van de Franse schrijver maar niet gelezen wordt. Zelfs haar schoonmoeder heeft het gelezen, maar Lena Steketee komt er maar niet aan toe.

Marjan Berk: Ik neem toch een hond Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2011. ISBN 987 90 450 6777 3. 134 pagina’s.

Minimalisme – #WoT

image

minimalisme (o.), tevredenheid met een geringe inwilliging of vervulling van zijn eisen of verlangens, m.n. in politieke zin.

In haar debuutroman De consequenties schrijft Niña Weijers over een interessant kunstproject. Haar hoofdpersoon Minnie Panis is een kunstenares. Als haar vriend het uitmaakt verkoopt ze de bank omdat ze het ding maar lelijk vindt en hij teveel aan haar vriend doet denken.

Binnen een dag werd het ding gekocht door een middelbaar homostel uit Amstelveen, dat het kwam ophalen in een oude Mercedesbus die overduidelijk niet van hen was. Ze leken op elkaar en op Woody Allen, dacht Minnie, en in een impuls maakte ze een foto van het stel en met haar bank. (61)

Ze biedt na de verkoop van de bank nog meer dingen te koop aan op internet. Zo verkoopt ze steeds meer en van alles maakt ze een foto. Er dient zich een project aan. Ze probeert alles te verkopen wat ze heeft.

Het project nam maanden in beslag. Ze zette haar spullen op diverse websites, voerde correspondentie met de meest uiteenlopende mensen en documenteerde alles met de precisie van een rechercheur die een moordonderzoek leidt. Sommige spullen waren haast onverkoopbaar – ondergoed, boeken, cd’s, halve tubes en potjes dag- en nachtcrème, voetenzalf, shampoo, haarspray – maar uiteindelijk verkoopt ze alles behalve haar bed, een deken, een paar kledingstuukken en een tandenborstel. (62/63)

Ze zet alle foto’s achter elkaar en maakt er een film van. Het project geeft ze de naam Nothing Personal en exposeert met de tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Ze maakt er een boek mij en de verteller citeert rijkelijk uit het boek en interview met ‘lappen onleesbaar jargon’.

Trend

Het verkopen van je spullen doet denken aan een trend waar Elja mij laatst op wees. Ze schrijft in haar blog over de mode om een heel groot deel van je spullen weg te doen en slechts honderd dingen te bewaren. Zo ben je verlost van de rotzooi waarmee we ons vaak omringen.

Terecht merkt blogger Elja op dat het alleen voor fysieke spullen lijkt te gelden. De enorme bulk aan digitale rommel telt voor dit zeer interessante initiatief niet mee. Jammer, omdat op je computer en vele harde schijven vaak duizenden documenten, boeken, foto’s, muziek en andere spullen staan die net zo goed materialen zijn. Waarom tellen die niet mee?

Spullen

Ik vind het een boeiend idee om kritisch te kijken naar wat je allemaal hebt en wat je ermee doet. De boeken Hypotheekvrij en Helemaal vrij van Gerhard Hormann inspireren mij hiertoe. Hij wijst in het laatste boek op het initiatief van een Tiny House. Een huis dat net zo groot is als een parkeerplaats en waar je heerlijk mee over de wereld kunt zwerven.

Hoe je meer kunt genieten van minder dingen. Minimalisme en wat mij betreft mag dat overal voor gelden.

Dat brengt mij bij de #WoT van deze week. Wat is voor jou minimalisme? Helpt het bij jou om met minder meer te genieten en ook meer te zien?

#WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Deelname is geheel vrijblijvend. Plaats een reactie onder dit bericht waarin je het linkje plaatst naar je blog.

De #WoT is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Vanaf september 2014 hou ik het stokje in mijn hand. Schrijf vandaag mee over het woord ‘Minimalisme’.

Seks

image

Net zo ontwapend als ze over alles schrijft, schrijft Lena Dunham in Not That Kind of Girl over seks. Het is een waar genoegen om de passages te lezen. Ze vermengt hier onwetenheid, onbenul en overmoed heel mooi samen. De beelden die ze hier oproept, zijn erg lachwekkend.

Zo schrijft ze over een condoom die ze in de kamerplant van haar kamergenote ziet hangen terwijl ze vrijt met de conservatief van haar campus. Het doet denken aan het gordijn waaraan ‘mijn date zijn pik afveegde’ veel verderop in het boek.

Na een avond onbezonnen seks met een tengere dichter/wiskundige vertelt hij haar over een date een week eerder met een Filipijnse gast die hij in een homobar had opgepikt.

‘Ik heb hem in zijn reet geneukt en het condoom scheurde. En toen is hij met mijn portemonnee vandoor gegaan.’
Ik zweet even. ‘Wat rot voor je,’ zei ik. (262)

Daarna maakt ze zich grote zorgen en vreest dat ze aids heeft opgelopen. Een angst die haar vastgrijpt en haar denken aan de dood alleen maar versterkt. Ze vertelt er tussendoor op een bijna ontroerende wijze over de dood van haar oma, waar haar vader in de kelder een soepblik vindt uit 1965.

De vertelster probeert de geur op te snuiven van haar overleden grootmoeder. Ze trekt de ochtendjas aan en voelt de verfrommelde zakdoekjes van haar oma. Het zijn details waarmee ze haar verhaal zo ontroerend maakt.

Lena Durham: Not That Kind of Girl, Levenslessen om (vooral niet) op te volgen. Oorspronkelijke titel: Not That Kind of Girl – A Young Women Tells You What She’s “Learned”. Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. Amsterdam: Meulenhoff, 2014. ISBN 987 90 290 9041 4. Prijs: € 19,95. 304 pagina’s.

Grijze luchten

image

De wolkenluchten komen veel aan bod in Maarten ‘t Harts Een vlucht van regenwulpen. De verteller refereert er vooral naar als er iets belangrijks gebeurt. Zijn geboorte zou zijn geweest onder een grijze lucht en zijn moeder sterft onder een treurig grijze hemel.

Zo zou je kunnen denken: ik ben, zoals mijn moeder o vaak ongevraagd verteld heeft, op een grijze zaterdag geboren; zij is op een grijze zaterdag gestorven, nu is het weer zaterdag en opnieuw is de hemel bedekt met datzelfde transparante, bestendige, nergens lichter of donkerder grijs. (68)

Als de uitslag van de eindexamens wordt gegeven, gaat de ik-verteller Maarten met Johan naar school onder een ‘grijze, treurende hemel’. Alleen als de woede van God zich openbaart, verandert de grijze hemel in een lucht vol donderkoppen.

Het weer maakt van een Een vlucht regenwulpen een typisch Nederlandse roman. Wat dat betreft sluit Maarten ‘t Hart heel goed aan bij een schrijver als Oek de Jong. Deze schrijver betrekt ook vaak het weer en het Nederlands landschap in zijn romans. Het krijgt daarmee bijna een rol alsof het een personage is.

De hoogleraar Ton Anbeek ergert al dat spruitjesproza. Hij schreef in 1980 een beroemd essay waarin hij pleit dat er meer straatrumoer in de Nederlandse letteren mag komen. Een vlucht regenwulpen mist dit rumoer. Daar blijft het beperkt tot de vele overpeinzingen van de verteller. Het rumoer is in het hoofd van Maarten en niet op straat.

Maarten ‘t Hart: Een vlucht regenwulpen. 1e druk, 1978. 65e druk met toestemming van Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 2014. ISBN 9879059652613. 166 pagina’s.

Dromen achterna lopen

image

Een bijzonder boek is de roman Etta & Otto & Russell & James van de Canadese schrijfster Emma Hooper. Het vertelt het verhaal van Etta en Otto en hun vriend en buurman Russell. Etta vertrekt in het holst van de nacht om naar de zee te gaan lopen. Ze wil het water zien schrijft ze in een brief aan haar man Otto.

Gedurende de roman maakt ze tocht te voet door Canada, naar het oosten. Als haar man Otto ‘s morgens de brief vindt, gaat hij op zoek naar de wereldbol.

Er zat een lampje in waarvan het licht door de lengte- en breedtegraden naar buiten scheen. Hij knipte het aan en deed de gewone keukenverlichting uit. Hij zette de bol op het andere uiteinde van de tafel, bij de brief en de kaarten vandaan, en volgde een route met zijn vinger. Als ze naar het oosten ging, had Etta 3232 kilometer af te leggen. Naar het westen, naar Vancouver, 1201 kilometer. Maar ze zou naar het oosten gaan, wist Otto. (7/8)

Gedurende het verhaal trekt Etta door Canada. Ze loopt door het land, vergezeld door een coyote die ze James noemt, naar haar doodgeboren neefje en zoontje van haar bij de bevalling overleden zus Alma. Etta maakt haar tocht door Canada en krijgt steeds meer fans die haar in de steden aanmoedigen.

Het is een prachtig verhaal over een liefde tussen twee mensen. Etta, Otto en Russell zijn even oud. Otto en Russell groeiden met elkaar op, hebben bij elkaar in de klas gezeten en werden door Otto’s moeder tweelingbroers genoemd. Etta kwam bij de jongens in de klas als onderwijzeres. Ze gaf les in het schooltje aan de oudere jongens.

Bij het lezen van dit boek heb ik genoten. Het is een heel lief boek, boordevol met verwijzingen naar het verleden waarin veel gebeurd is. De 83-jarige vrouw maakt een indrukwekkende reis door heden en verleden, waarbij de twee in elkaar vervloeien doordat haar geheugen haar in de steek laat.

Daarmee is Etta & Otto & Russell & James een ontroerend levensverhaal dat heel beeldend, filmisch geschreven is. Het Canadese landschap met de uitgestrekte kale vlaktes komt hierin heel poëtisch tot uitdrukking. De lange voettocht door het land gedreven door het verlangen naar de zee. En de hartstocht van haar man Otto die van krantenpapier en meel levensgrote beelden maakt. Het geeft het verhaal nog meer kracht en verbeelding.

Ik heb genoten van dit verhaal waarbij de dromen van weleer letterlijk achterna worden gelopen. Het is nooit te laat om te doen wat er in je opkomt. Gevaren mogen er misschien zijn, het weerhoudt Etta niet om te doen wat ze altijd al wilde doen: het water zien.

Emma Hooper:Etta & Otto & Russell & James Oorspronkelijke titel: Etta and Otto and Russell and James Uit het Engels vertaald door Johan Hos. Uitgeverij Podium, Amsterdam, 2014. ISBN 987 90 5759 688 9. 320 pagina’s. Prijs: € 19,95.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Emma Hooper roman Etta & Otto & Russell & James. We lazen dit boek op 15 november bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Herinnering – #WoT

image

her·in·ne·ring (de; v; meervoud: herinneringen) 1 het herinneren 2 dat wat je je herinnert 3 geheugen 4 (eufemisme) aanmaning

Bij de actie Nederland leest staat deze maand het boek Een vlucht regenwulpen centraal. Wat mij erg opviel in dit boek zijn de scherpe jeugdherinneringen van de ik-verteller en hoofdpersoon Maarten.

Deze herinneringen uit de kinderjaren zijn erg mooi beschreven. Zoals de herinnering aan het amandelen knippen. De jonge Maarten gaat naar het dorp om zijn amandelen te laten ‘pellen’. Hij is tot die tijd altijd in en om het huis geweest. Het is de eerste keer dat hij in het dorp komt.

Ze varen er op de veilingschuit naartoe. Maarten geniet van de ervaringen die hij onderweg opdoet. Als ze in het dorp komen, maakt hij kennis met het plein en de kerk. De schaduw van de kerk trekt over het plein. Maarten is bang voor het licht.

Het zonlicht is zo hard en fel, het wil me verslinden, zo heb ik het nog nooit gezien. Ik ril als mijn moeder over het plein wil lopen, ik ruk aan de handen van mijn moeder en zeg: ‘Langs de huizen, moeder, langs de huizen.’ (29)

Hij wil niet over het plein omdat hij dan over de streep van vuur moet. Als hij er uiteindelijk toch overheen moet stappen, merkt hij dat er niks gebeurt als zijn schaduw opgaat in de schaduw van de huizen.Het knippen van de amandelen is een traumatische ervaring. Een gloeiend hete tang gaat in zijn mond en brandt in zijn keel. Een gruwelijke pijn.

Het zijn passages waarbij weemoed naar het verleden en de teleurstelling in mensen heel mooi samenvallen. De herinnering is heel sterk en weet ook bij de lezer een mooi beeld op te roepen van het Nederland uit de jaren ’50.

Maarten ‘t Hart: Een vlucht regenwulpen. 1e druk, 1978. 65e druk met toestemming van Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 2014. ISBN 9879059652613. 166 pagina’s.

#WoT

Wat is jouw jeugdherinnering die je nog scherp voor de geest kunt halen. En heb jij een boek dat je treft vanwege de scherpe herinneringen?

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Deelname is geheel vrijblijvend. Plaats een reactie onder dit bericht waarin je het linkje plaatst naar je blog.

De #WoT is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Vanaf september 2014 hou ik het stokje in mijn hand. Schrijf vandaag mee over het woord: herinnering.

Lees ook mijn bespreking van Maarten ‘t Harts Een vlucht regenwulpen op Litnet.co.za

Godsdienstleraar

image

Bij de godsdienstlessen waarschuwde mijn godsdienstleraar Meneer De Bruin voor hem. Wanneer je de boeken van Maarten ‘t Hart leest, moet je wel heel sterk in je geloof staan. Hij achtte mij daar nog niet toe in staat. De boeken van Jan Wolkers waren helemaal ‘not done’. Die stonden op de zwarte lijst vanwege het taalgebruik, de godslastering en de seksscènes.

Zo begon ik pas na de Mavo aan Maarten ‘t Hart. Ik weet niet meer hoe ik erin ben gekomen. Het begon volgens mij met De aansprekers, een boek over Maarten ‘t Harts vader. Ik las het en werd getroffen door de vele bijbelcitaten die door het boek heen worden gegeven. Ook sprak er een vorm van humor in die ik met mijn strenge opvoeding goed kon volgen. Ik las het met plezier en ook een beetje met rode oortjes omdat meneer De Bruin mij dit soort boeken sterk ontraadde.

Ik zou zeker ontdekken dat ik niet zo sterk in mijn schoenen stond. Ik las na De aansprekers alle andere boeken van Maarten ‘t Hart. Behalve Een vlucht regenwulpen. Misschien omdat iedereen het had gelezen, misschien omdat ik er niet aan wilde. Meneer De Bruin zou het zeker ontraden, maar ik las het niet.

Daarvoor in de plaats las ik veel andere verhalen. Over de harmoniumverkoper in ‘De handelaar’ bijvoorbeeld of de spannende detective De kroongetuige. Of het mooie verhaal over de organist Willem Oranje in Maassluis in Stenen voor een Ransuil. Allemaal verhalen die veel meer mijn aandacht trokken dan dat enge boek dat iedereen zo verfoeide: Een vlucht regenwulpen.

Het moet ergens op de MTS zijn geweest dat ik het boek toch ging lezen. Ik werd getroffen door het verhaal. Ik herkende er zo verschrikkelijk veel in. De eenzaamheid van de hoofdpersoon, het verliefde, verlegene om het meisje waar je verliefd op bent nooit aan te spreken. Het verlangen naar haar, het fantaseren over haar. Even zien is genoeg. Als ze iets tegen je zegt, ben je dagen van slag. Ik herkende mijzelf erin.

Net als in de worsteling met het geloof. De almacht van God die hier direct wordt aangevallen. De moeder met keelkanker die haar hele leven zo vroom had geleefd. Dat terwijl Maarten ‘t Harts moeder gewoon nog leefde, maar voor het verhaal even dood moest gaan. Het vormt een rechtstreekse aanval tegen God. Het gevecht met de ouderlingen. Het veranderde mijn beeld van de kerk en God definitief.

Maarten ‘t Hart: Een vlucht regenwulpen. 1e druk, 1978. 65e druk met toestemming van Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 2014. ISBN 9879059652613. 166 pagina’s.

Prinsloo

20140831_184358Naast de novelle De vreemdeling in het Palazzo d’Oro bevat de gelijknamige bundel van Paul Theroux nog een paar verhalen. Het bevat drie Jongensgeheimen, Een Afrikaans verhaal en Slonzige nimfen.

Het Afrikaanse verhaal is een indrukwekkend verhaal over de Zuid-Afrikaanse schrijver Lourens Prinsloo. Een fictieve schrijver die Paul Theroux op een heel bijzondere manier verweeft in zijn verhaal.

Prinsloo is een Afrikaanse boer, een Afrikaner, die in de avonduren na het werk op het boerenland schrijft. De familie van de blanke schrijver leeft al een aantal generaties in Oranje-Vrijstaat, de plek waar Etienne Leroux ook vandaan komt.

Volgens Paul Theroux is de schrijver Prinsloo niet verzonnen, maar dat is weldegelijk het geval. De verteller weet op een mooie manier zijn reis door Afrika te combineren met de ontmoeting met deze fictieve schrijver. Het is een mooi excuus om het levensverhaal van deze boerenschrijver te vertellen, want niemand anders kent het.

Ik zou zulks kunnen doen door een fictieve naam voor hem te verzinnen, maar Prinsloo is zo bekend, zijn werk zo alom gelezen, dat het geen zin heeft. En ik loop al te lang mee om de verdichtselen te verbergen. (239)

Daarna citeert Paul Theroux die Prinsloo zou hebben ontmoet bij Etienne Leroux, uit het werk van deze schrijver. Er komen een paar verhalen langs die hij mocht lezen. Helaas beschikt hij niet meer over het manuscript. Ook is het werk niet meer uitgegeven omdat de schrijver voortijdig stierf en zijn erfgenamen een uitgave tegenhouden door onderlinge ruzie.

Zo vertelt de verteller zelf het verhaal van de schrijver. Een bijzondere vermenging van verhalen ontstaat waardoor de werkelijkheid helemaal heen kronkelt. Het verhaal is zo geloofwaardig dat veel mensen naarstig op zoek zijn naar het werk van Lourens Prinsloo. Tot op heden heeft niemand het kunnen vinden. Maar misschien is het werk van de novellist Koos Prinsloo een waardige vervanger.

Toeval of niet, het is deze week de Week van de Afrikaanse roman. Lees mijn verslag van de openingsbijeenkomst op Litnet.

Paul Theroux: De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. Oorspronkelijke titel: The Stranger at the Palazzo d’Oro. Vertaald door Theo Hendriks. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2003. ISBN: 90 450 1059 3.

Non-fictie – #50books

20140921_193858Het meeste dat ik lees is fictie. Ik ben gek op verhalen en vind het heerlijk om mij in een droomwereld te begeven. Een boek helpt mij daar helemaal bij. Ik kruip mij in het verhaal en ben in de geschreven wereld.

Daardoor zijn 9 van de 10 boeken die ik lees fictie. Toch waag ik mij soms ook aan een non-fictie boek. Het leeuwendeel van deze non-fictie-boeken zijn biografieën. Daarnaast lees ik ook wel praktische boeken zoals nu het boek Hypotheekvrij! van Gerhard Hormann. Het is een handleiding hoe je (versneld) de hypotheek van je huis kunt aflossen.

Er zijn best veel non-fictieboeken die heel goed zijn blijven hangen. Zoals het boek De prooi van Jeroen Smit over het graaien van bankiers. Aan de hand van de bestuurders van ABN Amro vertelt Jeroen Smit het verhaal van de bankwereld voor de wereldwijde financiële crisis. De totale gekte en het geldgraaien zorgen voor de enorme neergang en soms zelfs ondergang van de banken.

Ik heb genoten van de mooie manier waarop Jeroen Smit het verhaal geconstrueerd heeft, in combinatie met de literaire stijl waarmee hij te werk gaat. Het helpt mee om het verhaal op een mooie manier over te brengen op de lezer.

Deze vorm wint het voor mij van veel informatieve boeken die enkel als doel hebben om informatie over te dragen. Die boeken lees ik tussendoor en vluchtig. Ze krijgen minder aandacht omdat ze het ook niet echt vragen. Jammer, omdat het onderwerp vaak genoeg interessant is.

Die literaire vorm ontbreekt bij het boek Hypotheekvrij! van Gerhard Hormann. Hier komen de tips sterker in naar voren. Het gevaar bij dit soort boeken boordevol met tips is dat het teveel wordt. Ik doe het rustig aan en sla soms een stuk over dat me verveelt of teveel voor zichzelf spreekt.

Gelukkig treft die verveling mij minder snel bij boeken over geschiedenis zoals over het Rampjaar 1672 of het boek van Maarten van Rossem over de macht van het westen en kolonialisme. In eigenlijke zin geen fictie, maar inspirerend genoeg om de fantasie te prikkelen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 38 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.