Tagarchief: literatuur

Een vrouw op 1000º

imageWat vind ik eigenlijk van Hallgrímur Helgasons roman Een vrouw op 1000º? De achterflap ziet er veelbelovend uit: ‘een adembenemende reis door de twintigste eeuw’. Het boek zelf is ook veelbelovend, want het is dik. Daarmee vraagt de schrijver al veel van zijn lezer: leestijd! En de foto op de cover grijpt aan. Ik kan mijn ogen niet afhouden van die prachtige zonnebril die letterlijk van de foto afkomt.

Snel lezen

Het was net twee weken geleden toen ontdekte dat ik Een vrouw op 1000º nog helemaal niet in huis had. Ik mailde naar de organisatie van Een perfecte dag voor literatuur. Nee, ik had het allang in huis moeten hebben. Gelukkig kreeg ik het boek een paar dagen later nagezonden. ‘Jeetje, dat is een dikke’, was mijn eerste reactie. ‘Ik moet snel aan het lezen slaan.’

En dat moest ik. Want naast de ruim 540 pagina’s om te lezen, vraagt het boek ook om een oplettende leeshouding. Het onderwerp is groot en het verhaal bestaat uit veel verhaallijnen.

Sígur Ros

Hallgrímur Helgason heeft een indrukwekkend boek geschreven. Dat staat voor mij vast. Voor mij bestaat de IJslandse cultuur uit de rockband Sígur Ros. En die liefde voor die groep komt vooral voort uit mijn liefde voor het harmonium. De muziek van Sígur Ros greep mij bij de kladden. Het is eerlijke muziek, je krijgt wat je hoort. Prachtig zoals het harmonium zich daarbinnen voegt.

Voor het boek Een vrouw op 1000º is dat niet anders. Het is een boek vol verhalen. Bovendien bevat het veel verwijzingen naar de IJslandse cultuur en mythologie. Daarbij probeert het een link te leggen met de Europese cultuur en historie, maar de basis is een stevig IJslands fundament. De rotsen en baaien van dit koude en onherbergzame gebied lees je terug in dit boek. Het is bij tijd en wijle net zo grillig en bizar.

Parodie

Het boek is een grote parodie op de IJslandse autobiografie. Een genre dat ik niet ken, maar waar de ik-verteller en autobiograaf Here een keer naar verwijst:

[E]en literair genre dat ik absoluut verafschuw. Als je die moet geloven dan is het leven in IJsland één paradijs van galafeesten, waar ellende, miskleunen en nederlagen die niet bestaan, waar uitverkoren prinsesjes van gegoede families met schitterende cijfers uit de collegezalen komen, het parlement betreden en van daaruit hogerop klimmen door het bevruchten van verschillende vrouwen, tot ze uiteindelijk de enige ware hebben gevonden die al hun valsheid, leugens en gehoereer duldt en ervoer kan zwijgen. (403)

Alles wat hier staat, is het boek van Hallgrímur Helgason niet. Als eerste is de hoofdpersoon een vrouw, daarnaast komt Herbjörg Maria Björnsson weliswaar van gegoede huize, maar ze is een antiheld. Weliswaar is ze de kleindochter van de eerste president van IJsland, haar vader is een nazi (de enige van IJsland) en haar moeder heeft haar in de oorlog genadeloos in de steek gelaten. Bovendien rookt ze als een ketter en heeft ze veel mannen versleten.

Opeenstapeling van ellende

De belevenissen in de oorlog zijn een opeenstapeling van ellende waarbij de ene dode na de andere valt. Here moet niks hebben van mensen die hun hoofd wegdraaien voor ellende:

Het zou voor iedereen eens goed zijn de voorgevel van je huis kwijt te raken, het brandende geknetter van een kind te horen of toe te zien hoe je geliefde in de rug wordt geschoten. Ik heb mijn hele leven niet goed met mensen kunnen opschieten die nog nooit over een lijk heen hebben hoeven stappen. (11)

Here geeft hier een samenvatting van haar leven en het boek. Het verhaal is nog maar amper begonnen en ze vertelt over de granaat uit de Tweede Wereldoorlog. Ze bewaart het oorlogstuig als een relikwie. Het hele boek door vergezelt dit ‘Hitlerei’ haar en helpt haar door moeilijke periodes heen.

De draad kwijt

En dat is de toon van het hele boek. Regelmatig raak je de draad kwijt. Zeker in het begin van het boek werkt dat erg verwarrend. Voor mij waren die eerste paar honderd pagina’s een worsteling. Onherbergzaam als de IJslandse wildernis. Gladde gletsjers waar je zo een misstap maakt en bijna niet meer terug kunt.

Toch wist het verhaal mij vast te houden en hield mij nieuwsgierig genoeg om door te lezen. Ik wilde het niet opgeven, daarvoor daagde het ruige en onherbergzame mij teveel uit. Het voelde als een heuse ontdekkingstocht door IJsland.

Compleet met verwijzingen naar een cultuur, die door de eeuwenlange isolatie nog veel oorspronkelijks en eigens heeft. Daar is het boek misschien nog het meest van doordrongen. Het probeert vast te houden aan de IJslandse wortels en tegelijk de vleugels uit te slaan en los te komen van die isolatie.

Bizar en bijblijven

Dat maakt het boek bizar om te lezen, want Hallgrímur Helgason weet een portret van een land en een eeuw neer te zetten dat haar weerga niet kent. Here is een personage dat je nog lang bijblijft en stelt je nergens in teleur.

De ellende die haar steeds treft en waar ze weinig aan kan doen. Bedrogen door iedereen, zelfs haar eigen kinderen, weet ze zich staande te houden. Zo is het boek een portret van een krachtige vrouw voor wie ik bewondering koester. Het maakt Een vrouw op 1000º een boek dat bijblijft.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Hallgrímur Helgasons roman Een vrouw op 1000º. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Hallgrímur Helgason: Een vrouw op 1000º, Uit de memoires van Herbjörg Maria Björnson. Vertaald uit het IJslands door Marcel Otten. Utrecht, Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2014. 542 pagina’s. Prijs: € 24,95

Mannen lezen anders dan vrouwen

hendrik-jan-de-wit-met-eva-kelderVrouwen lezen anders dan mannen. Net als dat vrouwen anders schrijven dan mannen. Dat ontdekte ik gisteren bij de ontmoeting met schrijfster Eva Kelder. Ze debuteert deze week met de roman Het leek stiller dan het was. Dinsdag bespreken twintig bloggers en ik het boek voor de leesclub Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl.

In het Amsterdamse café Kobalt, tegenover het Centraal Station, mochten we haar even spreken. Het geplande uurtje werd bijna twee volle uren, waarin wij ervaringen uitwisselden over het boek en luisterden naar het verhaal van Eva bij haar boek. Een bijzondere ontmoeting, waarbij ik vooral leerde dat vrouwen boeken anders lezen dan mannen.

De groep mensen die ik tegenkwam bestond hoofdzakelijk uit vrouwen (inclusief die organisator en de schrijver). De mannen van het gezelschap waren Peter en ik. Al pratend over het boek viel het op dat de aanwezige vrouwen sterk identificeerden met de hoofdpersoon Seije uit het boek. Ze zochten overeenkomsten en verschillen. Ze beleefden het boek intens en spraken over Seije als een goede vriendin, begaan met haar lot en vooral meelevend en begripsvol.

Voor mij zijn veel gebeurtenissen en keuzes van de hoofdpersoon verstopt in onbegrip. Ik kan bijvoorbeeld de keuze van de mannen die Seije kiest, niet begrijpen. Net als de manier waarop ze zich aan hen onderwerpt. Ik laat mij bij het verhaal vooral leiden door de gebeurtenissen die mij naar de afloop brengen. Onderweg geniet ik van de mooie dingen die ik tegenkom, zoals de literatuur die ze aanhaalt, de liefde voor de beatgeneration en de bijzondere mensen die Seije onderweg tegenkomt.

Een beetje duizelig van gedachten verliet ik het café en stapte op de fiets naar huis. De muggenzwermen bij Muiden tegemoet. Het intense meeleven met de hoofdpersoon, de herkenning die verder ging dan het zomaar vertellen, maar soms echt met emoties gepaard gingen. Ik kon er alleen maar diep begrip voor opbrengen. Afgaande op wat de vrouwen die om mij heen zaten vertelden, kwam ik snel tot een conclusie. Het is Eva Kelder gelukt een boek aan de wereld te geven dat meer vertelt dan een verhaal.

Mannen lezen anders dan vrouwen, net als dat vrouwen anders schrijven. Een boek als Het leek stiller dan het was komt moeilijk uit de pen van een man. Al zijn er (gelukkig) uitzonderingen. De ontmoeting gisteren maakte dat ik alleen maar nieuwsgieriger wordt naar de blogs van komende dinsdag. Net als ik nog eens goed naar het einde van het boek ga kijken.

Overleven door de metafoor – #50books

dialoog-il-postinoIk las eens het verhaal van een man die droomde dat motorkap van zijn auto losschoot terwijl hij in volle vaart op snelweg reed. De paniekdroom zorgde ervoor dat hij nadacht hoe hij dit het beste kon oplossen als het gebeurde. Een paar dagen later overkwam het hem op de snelweg. Hij wist de auto veilig aan de kant te zetten omdat hij al over het probleem had nagedacht.

Als de literatuur zo’n functie kon hebben, zou het natuurlijk geweldig zijn. Dan was tegen elk euvel wel een roman of verhaal opgewassen. Het is mij niet overkomen, tenminste ik kan het mij niet herinneren. Een ex gaf mij een boek cadeau van Keri Hulme. Onze relatie deed haar aan dat boek denken. Ik heb het boek nooit durven lezen. Ik verwachtte in dezelfde hel terecht te zullen komen.

Overlevingspakket

De metafoor is de grote overlever als het om literatuur gaat en in het bijzondere de poëzie. Ze helpen niet zozeer om je in te leven in een situatie, maar veel meer om je te helpen door een bepaalde situatie te leiden. De literatuur als troost en nog veel meer als vriend en metgezel.

De film Il Postino laat zo mooi zien wat een gedicht met je doet. In het eerste gesprek tussen de dichter Pablo Neruda en de postbode Mario Ruoppolo komt dat al aan de orde. Gedichten worden gedragen door metaforen. Daar haalt Mario een dichtregel van de dichter aan.

Ik vond het ook mooi dat u schreef: “ik ben ‘t moe een mens te zijn.” Dat heb ik ook weleens. Maar ik wist niet hoe ik ‘t moest zeggen.

Volgens Pablo Neruda gaat het niet om de betekenis van het gedicht.

Weet je Mario. Ik kan niet uitleggen dat er in m’n gedichten staat. Dan wordt de poëzie banaal. Het gaat niet om de uitleg maar om de emotie die poëzie kan oproepen.

Metaforen aan het strand

Aan het strand zitten de dichter en de postbode een paar dagen later. Daar draagt Pablo Neruda een prachtig gedicht van hem, ‘Oda al Mar’ voor over het eiland en de zee die eromheen slaat. [http://www.neruda.uchile.cl/obra/obraodaselementales5.html]

Mario wordt helemaal meegenomen door de woorden. Hij vindt het vreemd. De dichter vraagt wat hij precies bedoelt.

Vreemd zoals ik me voelde toen u ‘t voordroeg.
- Wat voelde je dan?
Ik weet niet. De woorden gingen heen en weer.
- Zoals de zee?
Precies, zoals de zee.
- Dat is ‘t ritme
Ik voelde me zeeziek. Want… Hoe zal ik ‘t zeggen. Ik voelde me als ‘n boot die schommelt op de woorden.
- Als een boot die schommelt op mijn woorden?
Weet je wat je hebt gemaakt? Een metafoor.

Hij gelooft het niet, omdat hij hem niet bewust gemaakt heeft. Volgens de dichter is dat wel degelijk een metafoor. Ook beelden die spontaan ontstaan zijn metaforen.

Mario draaft een beetje door als hij de hele wereld als metafoor beschouwt. De dichter belooft er later op terug te komen, maar dat lukt niet omdat Mario getroffen is door de liefde. ‘Beatrice maakt grenzeloze liefdes los’, zegt Pablo Neruda als Mario compleet over zijn toeren haar naam noemt.

Beelden vastleggen

De metafoor komt in de film helemaal tot bloei als Mario Ruoppolo het eiland vastlegt voor de dichter op een geluidsband. Hij legt het ruizen van de wind vast, maar ook de sterrenhemel. Een beeld dat niet in geluid te vatten is, maar waar de taal genoeg beelden kan oproepen. Zo helpt de metafoor je te begrijpen wat je voelt maar wat je niet onder woorden kunt brengen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 5 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Mislukt huwelijk

image

De directe aanleiding voor de omzwervingen door de Pacific is het gestande huwelijk van Paul Theroux. Anderhalf jaar zwerft de schrijver van eiland naar eiland in de immense Grote of Stille Oceaan. Australië en Nieuw-Zeeland wekken voornamelijk zijn afschuw. Voor de rest peddelt hij genoeglijk rond de eilanden en slaapt op een onbewoond eiland of ergens waar weinig mensen zijn.

Het boek De gelukkige eilanden begint ook prachtig, bij het mislukken van zijn huwelijk. Ze zijn elkaar kwijtgeraakt en zijn er allebei verdrietig over.

Er was in de Engelse taal geen goed woord voor dit hopeloze afscheid. Mijn vrouw en ik waren op een winterse dag in Londen uit elkaar gegaan, en we waren allebei ongelukkig omdat ons huwelijk voorbij leek te zijn. (11)

Een reis in volstrekte eenzaamheid begint, een walkabout. Een vlucht uit het dagelijks leven, op zoek naar mystieke ervaringen. Onderweg wordt hij vaak geconfronteerd door medereizigers met zijn mislukte huwelijk. Ze vragen dan of hij alleen reist en of hij niet getrouwd is. Precies dezelfde opmerking die mijn vrouw Inge maakte toen ik vertelde over de reis van Paul Theroux. ‘Hij is zeker niet getrouwd.’

De eilandbewoners van Oceanië zijn nooit alleen, ze kunnen ook geen begrip opbrengen voor zijn eenzaamheid. Voortdurend vragen ze hem waarom hij alleen is en waar zijn vrouw is.

Ik voelde me soms de enige persoon in Oceanië die zijn huwelijk op de klippen had laten lopen, en ik moest denken aan dat overweldigende gevoel van spijt dat ik die donkere avond in Nieuw-Zeeland had gevoeld toen ik door het raam van het California Fried Chicken Restaurant aan Papenui Road in Merivale had gekeken, en daar een gelukkig gezin had zien zitten, en in tranen was uitgebarsten. (538)

Ik heb de betreffende plek opgezocht, maar in het boek spreekt hij alleen over de treurnis die hem daar treft.

die dag werd ik bekropen door een gevoel van treurnis dat mensen in sjofele hotelkamers ertoe brengt te controleren of het dopje op de tandpastatube zit en of de kraan niet lekt, om vervolgens zelfmoord te plegen, waarbij ze proberen niet teveel rommel te maken. (20)

De oplossing om hieruit te komen: peddelen. Zo peddelt hij in al zijn verdriet een heel boek bij elkaar.

Als Paul Theroux op het onbewoonde eiland Pau zit, moet hij denken aan Robinson Crusoe. Hij belandt er in de regen die als een ‘zware massa loodrecht water’ naar beneden stort. Hij zet zijn tent op in de gietende regen. Twee, drie dagen regent het en ziet hij weinig zon. Hij voelt zich eenzaam, heeft spijt dat zijn huwelijk voorbij is. Daar schrijft hij:

Reizen in je eentje is heel zwaar, maar het zwaarst van alles wanneer niemand wacht op je terugkomst.

Als de zon doorbreekt, lost de sombere stemming op. En hij hervindt zichzelf. Hij geniet van de eenzaamheid en komt in een aangename stemming. Elke indringer moet zo snel mogelijk worden verjaagd. Het brengt hem een ervaring die Robinson Crusoe ook had.

Op een middag ziet hij allemaal voetafdrukken over het strand lopen. Ze lopen over het strand naar beneden, omhoog naar het bos, rond het kamp. Overal. De honderden voetafdrukken wekken hem angst op. Hij wil hier weg, naar een eiland waar echt niemand is. Tot hij ontdekt dat het spoor van hem zelf is. Hij vertrekt.

Met een typische Pacific-zwerver praat hij wat verderop in een haven over de ‘dag des oordeels’. Het is de dag waarop veel zeilers besluiten dat ze genoeg hebben van hun saaie leven. Dan kopen ze een boot en varen ze weg. Ze varen bijna letterlijk naar het einde van de wereld, naar het paradijs. Een eiland in de Pacific.

Maar volgens Paul Theroux mist hij iets in het dromerige leven op het onbewoonde eiland:

Ik had echter vreselijk verlangd naar de aanwezigheid van iemand anders in dat miniparadijs, een vrouw. (402)

Net als Adam in het paradijs. Hij verlangt in het bijbelverhaal ook naar een vrouw. Zij zorgt, in het bijbelverhaal al snel voor de narigheid en verdrijving uit het paradijs. Voor Paul Theroux is het ontbreken van een vrouw juist een reden voor zijn omzwervingen langs al die eilanden in de Stille Oceaan. Met de vondst van een vrouw is het verhaal juist ten einde.

Jouw gezicht zal het laatste zijn

image

Een roman over drie generaties mannen in een dorpje in Portugal. Dat was voor mij alle reden dit boek uit te kiezen. Daarbij speelde mee de ervaring met Vila Pouca van Gerrit Komrij met prachtige verhalen uit het gelijknamige Portugees dorpje. Een boek om heerlijk bij weg te dromen. Dat gevoel hoopte ik ook op te wekken met Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro.

Inderdaad roept het debuut van deze veertigjarige technisch ingenieur uit Portugal dezelfde warme gevoelens op. Het is een boek om heerlijk bij weg te dromen en je mee te laten nemen bij alle gebeurtenissen in een Portugees ver afgelegen dorp. Of zoals de verteller het noemt: ‘een boerenhol’ met de naam van een zoogdier, ‘ingeklemd aan de voet van het Gardunhagebergte, gericht op het zuiden zonder zich ervan bewust te zijn dat het op het zuiden gericht was’.

Hier komen de verhalen over de familie Mentes. Het begint met Augusto Mentes, die het vervallen huis en landgoed overneemt van studievriend Policarpo. Voor Augusto Mentes is dit het paradijs.

‘Alleen al deze veranda, schitterend! Op de bovenverdieping maak ik nog eens een bibliotheek. En daarachter een praktijkruimte. Policarpo, wat heb ik verder nog nodig voor de dood me komt halen?’ (36)

Policarpo begrijpt niet waarom Augusto Mentes in dit boerenhol wil gaan wonen. Hier gebeurt toch niks? vertrekt op wereldreis met de belofte jaarlijks een brief te zullen sturen in augustus. De dorpsarts bewaart de brieven zorgvuldig. De brieven behelzen naast de persoonlijke verhalen ook de wereldgeschiedenis.

Policarpo vindt de melk van het moederland te zuur smaken. Het is iets na 1910. Hij spreekt namelijk over vijf oktober en het uitroepen van de republiek. De revolutie in Rusland moet nog gebeuren. Het verhaal vertelt daarmee de geschiedenis van Portugal en Europa gedurende de twintigste eeuw.

En dat is een bewogen geschiedenis. Alles laat João Ricardo Pedro voorbijkomen: de Tweede Wereldoorlog, het fascisme, de staatsgreep van 1974, het communisme en de koloniale overheersing van Angola. Al deze grote onderwerpen worden verweven in de persoonlijke geschiedenis van Augustu Mendes, zijn zoon Antonio en kleinzoon Duarte. Een hoeveelheid informatie dat alleen maar mis kan gaan, maar waar de Portugese debutant wonderwel een balans in weet te houden.

Hij doet dit door de verhalen van de drie mannen helemaal in elkaar te verweven. Ondertussen breit hij daar ook de geschiedenissen van de vrouwen in. Oma Laura, de moeder van Duarte. Deze verhalen verweven zich prachtig door de andere verhalen en maken daarmee het boek tot een diepgelaagd werk waar eindeloos veel elementen terugkomen, op elkaar inhaken en samensmelten.

Het eigenlijke verhaal is het verhaal over de kleinzoon Duarte Mendes. Hij is een begenadigd pianospeler en stopt van de ene op de andere dag met pianospelen. Eerst met Beethoven, dan met Mozart en tenslotte met Bach. De muziek wordt hem teveel. De roman vormt eigenlijk de speurtocht naar de reden waarom Duarte stopt met pianospelen.

Het mooie nu is dat die reden verweven is in een ander verhaal, het verhaal van de man die een gehandicapte vrouw een fragment uit een schilderij van Bruegel ziet reproduceren. De man ziet dat en krijgt het niet meer uit zijn hoofd. De vrouw op het doek is namelijk de vrouw die schildert. Ze maakt een zelfportret. Vervolgens slingert dit schilderij door het boek, raakt personages en vervolgt zijn weg tot het bij Duarte arriveert.

Het geeft Jouw gezicht zal het laatste zijn iets geheimzinnigs en raadselachtigs. Niet alle delen van het boek zijn even interessant, maar ik wordt gegrepen door de verschillende verhalen die João Ricardo Pedro vertelt en vooral zijn stijl.

Het leven in een Portugees dorp, verstoken van de grote wereld. Het lijkt of de wereldgeschiedenis daar geen vat op heeft, maar Jouw gezicht zal het laatste zijn bewijst dat dit geenszins het geval is. Precies hetzelfde beeld dat Gerrit Komrij ook zo mooi schetst in het boek over zijn dorp Vila Pouca.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Oliver Twist (1) – Inleiding

image

Het moest ervan komen. Als je Charles Dickens leest, moet je Oliver Twist lezen. Het verhaal van de weesjongen die in de Londense onderwereld verzeild raakt en gedwongen wordt een crimineel leven te leiden. Het behoort met de A Christmas Carol in Prose tot het beroemdste werk van Charles Dickens.

Net als het kerstverhaal is deze roman van Charles Dickens een aaneenschakeling van ellende en narigheid. Pas aan het einde van het boek volgt de ontmaskering van de Londense bende en is er ruimte voor Olivier Twist om zich eindelijk te ontwikkelen tot de jongen die er al in het begin van het boek zit.

Oliver Twist is een boek uit de vroege periode van Dickens. In het rijtje van het verzameld werk is dit het derde boek, na de Skitches of Boz en de Pickwick Papers. Dickens publiceerde deze roman in een wekelijks feuilleton in Bentley’s Miscellany. Van dit blad was de Engelse schrijver hoofdredacteur.

Het boek wordt – opnieuw – gepresenteerd als ‘eerste echte roman’ op de achterflap van de Spectrum-uitgave in de Prismareeks, nummer 5. De roman werd vertaald door C.J. Kelk. Ook één van de aanwezigen bij de beroemde bijeenkomst met Godfried Bomans in de oorlog. Het is een heel aardige vertaling, die goed te doen is voor de hedendaagse lezer.

Ik las het boek betrekkelijk snel uit. Gegrepen door het verhaal en enigszins gewend aan de stijl van Charles Dickens. De lange uitweidingen bezorgden mij steeds meer plezier. Het zijn heerlijke stukken om te lezen. Ze houden je even van de spanning van het verhaal weg en helpen het verhaal krachtiger te maken. Geen verkeerd idee om mij eens gedurende een wat langere tijd in het werk van Dickens te verdiepen.

Meer lezen over Oliver Twist

Deze blog is onderdeel van een serie van vijf blogs over Oliver Twist van Charles Dickens. Lees ook de vier andere blogs:

Cultuurpessimisme

image

Tegen het einde van zijn 95 pagina’s tellende essay Wat alleen de roman kan zeggen schrijft Oek de Jong:

Bij het kranten lezen zijn er bepaalde onderwerpen waar ik liever niet over lees (80)

Dat heb ik ook bij het essay van Oek de Jong. Hij zegt hele mooie dingen over de roman en de waarde van de roman. Zo beschrijft hij prachtig de ervaring bij het lezen van de erotische scènes van de Japanse schrijver Yasunari Kawabata. Dat hij winnaar van de Nobelprijs is, moet Oek de Jong uiteraard even noemen om de schrijver meer waarde te geven.

Pessimistische scènes

Het zijn juist die pessimistische scènes over de teloorgang van de cultuur die ik liever niet lees. Opmerkingen als:

Veel achttienjarigen die naar de universiteit gaan, zijn niet in staat een tekst van enige lengte te schrijven en hebben zelfs moeite met correct spellen. (83)

Het is een cultuurpessimisme dat je van de oudere generatie hoort, terwijl nieuwe studenten over heel andere capaciteiten beschikken waar ik jaloers op ben. Het is een andere zienswijze wat cultuur is. Dezelfde als waar Oek de Jong zelf iets laat doorschemeren uit de tijd waarin hij jong is. Het onderscheid tussen hoge en lage cultuur is dan aan het vervagen.

De literaire roman behoorde tot de hoge en de strip tot de lage cultuur, Chopin was hoge cultuur, popmuziek lage. Voor mijzelf betekende dit onderscheid in de praktijk niets, want in de Amsterdamse subcultuur waarin ik me vanaf eind jaren zeventig bewoog werd het al niet meer gemaakt. In het Shaffy Theater keek ik in de ene zaal naar een toneelstuk van Peter Handke en in een andere naar een show van clown Django Edwards. (16)

Hoge en lage cultuur

Dat versmelten van hoge en lage cultuur gebeurt in deze tijd meer dan ooit. Luister je het ene moment nog naar Bach, het andere moment klinkt er een de muziek van Arnin van Buren door de luidsprekers. Of lees je het ene moment een gedicht van Gerrit Komrij, het andere zing je een lied van André Hazes mee.

Daarmee beantwoordt Oek de Jong een heel belangrijke vraag niet: wat voor een toekomst is de roman weggelegd. Hij blijft sterk hangen in de jeugd die niks meer kan en weet, terwijl ik op internet heel andere bewegingen zie: iedereen schrijft, iedereen blogt. Een recensent in een krant moet concurreren met de duizenden meningen over een boek op internet.

Filmpjes kijken en googlen

Internet is meer dan het filmpjes kijken en googlen dat Oek de Jong in zijn essay doet. Het www is een niet meer weg te denken medium in onze cultuur geworden. Oek de Jong gaatvoorbij aan een belangrijk onderdeel in de cultuur die hij door al zijn pessimisme niet ziet.

Hij blijft teveel hangen in een schoonheidsbeleving die hij zelf ook niet meer heeft. Hij vergelijkt zijn jeugd met de jeugd van tegenwoordig. Hierbij vergeet hij dat de processen die hij en zijn generatie in gang hebben gezet, bijdragen aan de ‘verloedering’ waar hij over schrijft.

Dat is jammer. Het cultuurpessimisme haalt de kracht uit zijn essay. Ik zou hem juist willen uitdagen om mee te gaan op internet. Zijn ervaringen met de oude klassieken daar te delen. Het levert hem en ons nieuwe gezichtspunten op en zal bijdragen aan de cultuur.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is een bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Geloof of literatuur

image

Het boek Mijn leven met Tikker gaat niet alleen over de hond van de verteller. In de roman van Jan Siebelink spelen het geloof en het loslaten van datzelfde geloof een belangrijke rol. De verteller zegt het volgende:

‘Voor het Hemelse Jeruzalem kwam een vervanger: de literatuur. In mijn romans heerste ik als een arbitraire God uit het Oude Testament, die om niet uitkiest en verwerpt.’ (118)

Boeken vervangen de bijbel. Het schrijven en scheppen van boeken maakt je sterker dan het geloof dat niet van jezelf uitgaat:

‘De literatuur, dacht ik, was een soort beveiliging tegen het verderf, de dood. Een gedachte die van weinig realiteitszin getuigde. Waarom schreef ik? Om paniek te bezweren, om ‘de schoonheid te begroeten’, om mij te verweren? Maar tegen wie of wat? Tegen het niets, de chaos, het niet-weten? Literatuur als veiligheidsklep, als garantie… Zekerheid biedt alleen mijn hond. Je praat hardop met jezelf via de hond. Je probeert een zin uit, je leest een stukje voor. Je praat tegen hem. Hij zegt niets terug. Geen verstandig woord komt eruit. Maar hij zorgt ervoor dat jij je verstand niet verliest, je gedachten erbij houdt.’ (118)

De literatuur als de vervanging voor het hiernamaals, terwijl je hond je begeleidt in het leven van alledag. Daarmee is Mijn leven met Tikker veel meer dan het levensverhaal van het hond. Het vertelt een verhaal over geloof, het geloof van je ouders en je eigen worsteling met religie. De verteller en hoofdpersoon houdt zich in leven door zijn hond, door het lezen én het schrijven van boeken.

Vaak schrijft Siebelink over zijn ouders. De hond roept die gedachten op, maar ook het jaargetijde. Zoals de herfst, het mooiste jaargetijde noemt de verteller het. Ook verwijst hij vaak naar de kas van zijn vader. Het zijn de verhalen die ook in Knielen op een bed violen terugkomen. Net als de boerderij waar zijn vader naar de dominee kwam luisteren. De verteller is er vlak in de buurt gaan wonen in de plaats E.

Het lopen met zijn hond maakt deze verhalen bij hem los. Net als de angst. De verteller is heel erg bang. Bang voor zijn eigen dood en de dood van zijn hond. Er is geen weerstand tegen. Het lijkt wel of geloven en honden niet met elkaar samen kunnen. De verhalen balanceren er als troost tussen. Zo kom je toch weer altijd uit bij het verhaal, de literatuur.

Lees ook mijn recensie over Knielen op een bed violen die ik voor Litnet schreef in 2006

De Oude Patagonië-Expres – De routekaart

wpid-2013-06-19-07.23.08.jpg

Theroux’ tocht door Noord- en Midden-Amerika. De routekaart is uit de Engelse uitgave van De Oude Patagonië-expres.

Het grote nadeel van mijn exemplaar van De Oude Patagonië-Expres is het ontbreken van een kaartje met de route. In De Grote Spoorwegcarrousel en De Grote spoorwegcarrousel Retour zit wel een kaart waarin de reis wordt weergegeven. Een grote reis als die Paul Theroux in de Oude Patagonië-Expres maakt, vraagt om een duidelijke routekaart.

Engelse uitgave
Op internet scharrel ik de kaart uit de Engelse uitgave van dit boek op. Het verheldert een boel. Ik heb de pagina in het boek waar de plaats wordt aangedaan vermeld op de kaart. Zo zie ik duidelijker hoe het verloop van de reis is. De reis van Theroux door het Amerikaanse continent is namelijk nogal grillig. Soms onderbreekt hij de vermeende lijn omdat hij een deel per vliegtuig aflegt, meestal omdat er geen spoor ligt. Een enkele keer vanwege de politieke situatie in een land.

In de Engelse uitgave van het boek, is de routekaart opgedeeld in 3 deelkaarten. Het Amerikaanse continent is langgerekt. Zeker het deel door Zuid-Amerika, waar de afstanden nog groter lijken dan in Noord-Amerika. Al verschilt de schaal tussen de kaarten van Noord-Amerika en Zuid-Amerika, de reis is in het Zuiden beduidend ingewikkelder.

wpid-2013-06-19-07.23.20.jpg

Theroux’ tocht door Zuid-Amerika. De routekaart is uit de Engelse uitgave van De Oude Patagonië-expres.

Doorlopen
Dat komt omdat de spoorlijnen niet zo mooi doorlopen als ik het Noorden. Vanuit Boston reist Paul Theroux helemaal door tot in Equador. Vanaf daar wordt het allemaal wat lastiger en zie je dikwijls een lijn in een boog over de kaart getrokken. Daar vliegt hij. Weliswaar tegen zijn zin, maar het moet.

In Peru en Bolivia legt hij enkele delen per bus af. Ondanks die paar stukjes per vliegtuig en bus, is De Oude Patagonië-Expres een echt treinverhaal. Het merendeel van de kilometers legt hij per spoor af. Over de stukken per vliegtuig schrijft Paul Theroux niet. Gelukkig maar het zou anders een heel saai boek zijn geworden.

Noodgedwongen
De gedeeltes per bus komen er ook bekaaid vanaf. Zo zit hij in de bus naar Puno, noodgedwongen vanwege een staking van de Peruaanse spoorwegmedewerkers: ‘Per trein zou dit een eenvoudige en aangename rit zijn geweeest; per bus was het stoffig en afschuwelijk, over een weg als golfijzer. Ik kon niet lezen in de bus, en die dag heb ik geen dagboek bijgehouden.’ (334-5)

Verder gaat de tocht voornamelijk met de trein. Het zijn de passages waarin je als lezer opgelucht ademhaalt. Ook al heeft Paul Theroux last van hoogteziekte of ergeren zijn medepassagiers hem, zoals de toeristen in de trein naar Machu Picchu. De cadans van de trein, is de cadans van het verhaal. Zoals de jazzmuziek ten grondslag ligt aan de trein, zo vormt de trein de basis van het reisverhaal van Paul Theroux.

Meer lezen

Lees mijn andere blogs over De Oude Patagonië-expres van Paul Theroux:

Woensdag gehaktdag – #50books

image

De 22e vraag van #50books. Ik loop genadeloos achter. Daarom sluit ik gewoon aan bij de vraag die vandaag gesteld wordt: In hoeverre heb je moeite met boeken waarin iemand vertelt over zijn eerder gepleegde overtredingen?

Boeken waarin iemand vertelt over zijn overtredingen interesseren mij niet zo. Als liefhebber van literatuur ben ik meer geïnteresseerd of een verhaal gebeurd had kunnen zijn dan dat het werkelijk gebeurd is. Het predicaat ‘waargebeurd’ vervult mij eerder met wantrouwen. Het mag dan waargebeurd zijn, maar wie zegt dat het zo gebeurd is? Je moet de schrijver maar op zijn blauwe ogen geloven dat het zo gebeurd zou kunnen zijn.

Maria Mosterd zou zijn misbruikt door een loverboy. Ze schreef er – met hulp – een boek over. Later bleek veel van de waarheid in Echte mannen eten geen kaas verzonnen te zijn. Misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink schreef er zelfs een boek over wat er allemaal niet klopte aan het verhaal van Maria onder de titel: Echte mannen eten wel kaas. De rel die dat veroorzaakte zorgde voor een korte opleving van het boek Echte mannen eten geen kaas. Daarna las niemand het meer. Het waargebeurd dat het boek pretendeerde werd ingehaald door de wetenschap dat het verhaal verzonnen was.

Een ander boek dat heel veel interesse opwekte, was het boek Woensdag gehaktdag van de schrijver Richard Klinkhamer. Het vertelt over de lugubere moord op zijn vrouw. De schrijver werkte jarenlang aan het boek. Het manuscript werd vaak aangehaald in de rechtszaak. Daarmee werd de boektitel een titel een vaakgeciteerde titel. Zonder dat iemand het boek ooit gelezen had.

Vele jaren na de rechtszaak, verscheen het boek eindelijk. Ik sprak de uitgever in de tijd dat het uitkwam. Hij vertelde dat niemand het boek wilde uitgeven. Zij gaven de biografie van Klinkhamer uit en informeerden eens bij de schrijver naar het manuscript. Bestond het wel? Klinkhamer zei dat niemand belangstelling had om het uit te geven. De uitgeverijen verwachtten teveel gruwelijkheden. Een boek dat teveel gruwelijkheden bevat, verkoopt even slecht als een boek dat er te weinig bevat.

Ik heb het boek gelezen. Het was een mooi boek in zijn soort. Het vormt een lang relaas vol verontschuldigingen, spijt en verdriet. Het boek leest meer als een verslag van rouw dan van het verhaal van een moordenaar. Iets waarvoor Klinkhamer indertijd wel veroordeeld is. Daarmee viel eigenlijk de hele spanning weg die tijdens het proces was opgeroepen door het noemen van de spannende titel. De titel is het spannendste van het boek.

Nee, geef mij maar een boek als Misdaad en straf van Dostojevski. Het verhaal las ik een dag en nacht uit. Wat een boek. Het leest als een roes. Je voelt helemaal mee met de moordenaar en wordt meegesleurd in de emotie. Je geeft hem stiekem gelijk. Hij had het recht zijn hospita te vermoorden, denk je.

Dat is wat literatuur moet zijn: je kunnen voorstellen waarom de hoofdpersoon iets doet. Je kunnen inleven in zijn daden, alsof het jouw daden zijn. Daarna sluit je gelouterd het boek en voelt je net zo schuldig als de hoofdpersoon. Dat het dan niet echt gebeurd is, is misschien even geruststellend als dat je zo’n boek durft uit te lezen.

Lees mijn recensie over Woensdag gehaktdag op Litnet.co.za