Tagarchief: literatuur

De ringen van de hel

image

Dantes hel is opgedeeld in ringen. In het voorportaal zitten de onverschilligen of slappelingen, daarna volgt de dodenrivier de Acharon. Hier voert de klassieke veerman Charon de doden naar het hiernamaals. Bij Dante is het een dringen van mensen om aan boord te kunnen.

Na het voorportaal komen de ringen. De hel is opgedeeld in 9 cirkels die op hun beurt weer zijn opgedeeld in kringen. Overigens gebeurt dit aanvankelijk niet. In de bovenste cirkels zijn veel zondaars gestopt, zoals de onwetenden in de eerste cirkel.

Cirkel van de onwetenden

Deze cirkel van de onwetenden is veruit het grootste en lijkt de meeste zielen te bevatten. Hier komt Dante veel bekenden tegen, zoals de klassieke auteurs als Homerus en de filosofen Socrates en Plato.

Meer de diepte in, worden de zonden ook heftiger. Ook hier speelt Dante een uiterst fijnzinnig spel met de structuur. Zelfs als het gaat om zonden, deelt hij ze fijner en grover in. Zo spelen van de 2e tot en met de 7e cirkel de onmatigen en geweldadigen een rol.

De 8e cirkel

Dan komen Vergilius en Dante dieper in de 8e cirkel die op zijn beurt is opgedeeld in 10 grachten. Hier zitten de bedriegers. Net als in de 9e cirkel. In deze cirkel, vlakbij Lucifer, zitten de verraders, waaronder Judas die Jezus verraden heeft.

Deze uiterst gedetailleerde indeling heeft Dante ontleent uit een aantal legendes rond de profeet Mohammed. De geoloog Salomon Kroonenberg schrijft dit in zijn boek over de mythologie en geologie van de onderwereld: Waarom de hel naar zwavel stinkt.

Lees volgende week het verhaal van Dante de Arabier.

Meer over het Dante-project

Hotel Rozenstok

image

Gemijmer van een schrijver over schrijven. Dat is Hotel Rozenstok van Christophe Vekeman vooral. Het is daarmee een roman dat niet goed op verhaal wil komen. Gemijmer over schrijven is vooral een zwaktebod in mijn ogen.

Het boek opent ermee dat de verteller zich aan het schrijven zet aan een roman. Hij wil een boek schrijven over een beul, maar het plan strandt en hij begint een ander verhaal met de werktitel Huivert. Ook dit komt niet tot een verhaal. Net als een ander ‘seksueel georiënteerde’ roman waarbij de hoofdpersoon Bas de Coster evenmin goed uit de verf komt.

De verteller en schrijver Christophe Vekeman komt tot de conclusie dat het schrijven hem maar weinig trouwe lezers heeft opgeleverd:

Het was het oude verhaal van mijn leven, een verhaal dat ik ironisch genoeg juist een wending had trachten te geven door schrijver te worden: de mensen en ik, wij hadden elkaar gewoon niets te vertellen, en begingen wij alsnog de vergissing om het woord te richten tot elkaar, dan waren wij onbegrip en misverstanden, irritaties en verbijstering, niet zelden minachting en in het beste geval je reinste onverschilligheid zowel hun deel als het mijne. (15)

Als schrijver had Christophe Vekeman juist boven die onverschilligheid willen uitstijgen, maar het is mislukt. Dat concludeert hij niet zonder in een crisis terecht te komen. Want wat kan hij eigenlijk. Als afgestudeerd psycholoog ziet hij een bestaan als therapeut absoluut niet zitten. De mensen die hij daar zal treffen zijn vele malen erger dan zijn lezers.

Een sollicitatie maakt de wanhoop alleen maar groter. Als hij bovendien stomdronken met zijn auto in het huis van de buren rijdt, geeft hij het op. Hij vertrekt voor 17 dagen naar de Noord-Nederlandse plaats L. Met zijn vriendin Wanda spreekt hij af dat hij onbereikbaar is en niet zal drinken.

In L. betrekt hij het geheimzinnige hotel Rozenstok aan de Rozenstokweg. Hij ontdekt snel dat de inwoners van L. niet zo gek zijn op het hotel en dat er vreemde dingen gebeuren. De eigenaresse Cathérine en haar man Karel gedragen zich enigszins vreemd. Ook loopt er in het hotel een dochtertje rond om wie ze zich niet lijken te bekommeren.

Er ligt ongetwijfeld een verband met het dilerium waarin de hoofdpersoon, verteller en schrijver Christophe Vekeman is terechtgekomen. De geheelonthouding brengt hem tot waanzin, zodat hij uiteindelijk terugkeert waar hij begonnen is: bij zijn lief Wanda en bij zijn schrijverschap.

Christophe Vekeman: Hotel Rozenstok. Roman. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers. ISBN 978 90 295 3898 5. Prijs: € 18,99. 206 pagina’s. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Hotel Rozenstok van Christophe Vekeman. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Donker woud: Divina Commedia: Hel: Canto 1

image

Dantes Goddelijke komedie is een prachtwerk. Dat begint meteen al op de eerst bladzijde: de opening is magistraal. Een betere opening kan ik niet bedenken. Op het scheppingsverhaal van de bijbel na, dan. Het lyrisch ik, Dante, is van het rechte pad geraakt. Hij is ergens verkeerd afgeslagen in het midden van het ‘woud des levens’. Elke stap die hij zet, wordt het pad donkerder.

De nacht valt. Hij valt in slaap bij een helling. Als hij wakker wordt, ziet hij een luipaard. Hij wil verdergaan, maar het luipaard belet zijn weg. Hij overweegt terug te gaan, maar besluit toch verder te lopen. Het dier blijft hem volgen. Zelfs als de zon opkomt de volgende morgen. De angst slaat hem aan het hart. Recht voor hem staat een leeuw. Dreigend wil het dier hem vermorzelen. Tot overmaat van ramp komt een hongerige wolvin (hebzucht) ook op hem af.

Dante is helemaal radeloos. Hij keert om en wordt door de dieren teruggedreven in het donkere bos. Ineens ziet hij een gestalte staan. Hij schreeuwt om hulp. Het is de dichter Vergilius. Vergilius is het grote voorbeeld voor Dante. Hij heeft zijn werk vaak herlezen. Hem probeert Dante te evenaren:

Gij zijt alleen mijn meester, gij mijn schrijver.
Tot de eedle stijl waarop ik roem mag dragen
Waart gij alleen mijn leidsman en mijn drijver. (Verwey, Canto I, 85-87)

Dan stelt Vergilius aan Dante voor met hem mee te gaan. Het pad vervolgen zou zinloos zijn. Hij zou verslonden worden door de wolvin. Vergilius zal hem meenemen naar ‘een gebied dat eeuwig is’. Dante besluit hem te volgen.

Toen schreden wij tezaam, hij voor, ik achter. (Verwey, Canto I, 136)

Over project Dantes Divina Commedia

Volg vanaf vandaag elke week op woensdag mijn blog over Dantes Divina Commedia. Heb je vragen, ideeën of opmerkingen rond dit project? Neem gerust contact met mij op. Ook ben ik erg nieuwsgierig naar andere initiatieven.

Gedichten rond Canto 1

Op zoek naar Dante (haiku)

Donkere schaduwen (haiku)

Levenspad (haiku)

Levensmidden (haiku)

Het donkere woud – Canto 1

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Albert Verwey: Dante Alighieri: De Goddelijke Komedie, vertaling A. Verwey, Haarlem 1923.
Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Divina Commedia: waar begint het?

image

Een vraag die je als dichter of schrijver kunt stellen is: waar begint het besef van Dante dat hij de Divina Commedia schrijft? Ik geloof nooit dat Dante is gaan zitten en het werk is gaan schrijven, beginnend bij Canto I.

Het basisidee alleen al is zo volmaakt uitgewerkt en gaat bijzonder ver. Hiervoor moet Dante diepgaande studie gedaan hebben. De indeling van hel, vagevuur en hemel is zo gedetailleerd, dat Dante zeker goed nagedacht heeft over het concept.

De gedetailleerde afwerking maakt het tot een van de grootste literaire werken die ooit geschreven is. Het staat daarmee gelijk aan een boek als de bijbel of Goethes Faust. Het is als geen ander literair werk tot inspiratie geweest voor schrijvers, dichters, componisten, schilders, beeldhouwers en architecten.

Volgens Albert Verwey wist Dante in de 27e Canto van het middendeel het Vagevuur dat hij een groot literair werk aan het scheppen was. De opening van dit lied bevat volgens Verwey:

het besef van die conceptie tot een al het andere uitsluitende doorbraak kwam, waar het dichten de inhoud, het onderwerp van zijn verbeelding werd.

Ik vind dat besef al vanaf het eerste lied aanwezig, maar er is zeker veel voor te zeggen dat het verderop in het werk gestalte krijgt. De beelden van Dante grijpen mij aan. Zeker ook in die 27e Canto van de Louteringsberg. Hierin neemt Vergilius afscheid van Dante. Het beeld dat Dante hier schetst is een allesomvattend wereldbeeld. Van Spanje tot aan de Ganges.

Misschien dat hierin het idee loskomt van de grootsheid van dit werk. Dante heeft het goed in de rest van de Divina Commedia weten te verwerken. Het is zo groots en meeslepend dat het bijna niet door een mens geschreven kan zijn.

Over project Dantes Divina Commedia

Volg elke woensdag mijn blog over Dantes Divina Commedia. Heb je vragen, ideeën of opmerkingen rond dit project? Neem gerust contact met mij op. Ook ben ik erg nieuwsgierig naar andere initiatieven.

Gedichten rond Canto 1

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Het project Divina Commedia

image

Al jaren speel ik met het idee om iets te gaan doen met Dantes Divina Commedia vertaald als Goddelijke komedie . Graag zou ik het grote dichtwerk als inspiratie willen gebruiken voor een langere dichtreeks,

Actueel meesterwerk

Het meesterwerk uit de Europese literatuur is een bijzonder actueel dichtwerk. Dante typeert de universele gevoelens en gedachten van de mens. Hij doet dit weliswaar binnen de wereld zoals hij die kent. Toch staat dit Middeleeuwse wereldbeeld heel dicht bij onze eigen kijk op de wereld.

Veel mensen hebben de hel naar het fabelrijk verwezen. Net als de hemel en het vagevuur. Ik zie veel in de verbeelding van het hiernamaals. Het zegt namelijk heel veel over ons in het hier en nu. Er ligt voor mij een uitdaging zelf gedichten te schrijven die refereren naar Dante maar tegelijk iets nieuws zijn. Hoe dit vorm krijgt, zal tijdens het wordingsproces gebeuren.

Verbeelding

In de verbeelding ga ik met Dante mee, zoeken naar het goed en het kwaad. Misschien zou de indeling van Dante meer een indeling van typen mensen zijn. Een typering van gedragingen. Moet je iemand die hebzuchtig is naar de hel verwijzen of probeer je ze zo te typeren dat hun gedrag zelf genoeg oordeel geeft?

Ik denk het laatste. Hierbij zal ik de indeling van Dante volgen. Of het een werkbare situatie oplevert, weet ik niet. Het project is daarvoor te groot. Dante heeft Divina Commedia ook niet in 1 dag geschreven. De ervaring bij het schrijven, zal mij leren of de ingeslagen weg de juiste is. Dante is leidraad. En misschien mislukt het project wel jammerlijk.

Elke week een Canto

Mijn idee is om wekelijks een Canto te behandelen op de blog hendrik-jandewit.nl. Beginnend bij de hel en daarna elke week een Canto uit dit deel. Ik geef in een blog een synopsis van het lied. Daarnaast zal ik – als dat lukt – 1 of meerdere schetsen geïnspireerd op dat Canto schrijven. Dat kan een persoon, een beeld, een idee of gedachte zijn. Het zijn schetsen in dichtvorm. De bedoeling is om een link te leggen naar mijzelf, deze tijd en deze wereld. De gedichten komen terecht op wolkenhemel.blogspot.nl.

Een groots en meeslepend plan waarvoor ik de tijd neem. Het kan betekenen dat de ene blog saai is en de andere fragmentarisch. Of het altijd de lading dekt, weet ik niet. Ik zal de ruimte moeten nemen als een Canto meer tijd vergt en juist moeten inkorten als een Canto te weinig inspiratie oplevert.

Het lijkt me leuk als je meegaat met deze zoektocht. Schroom niet om je ideeen, kritiek of opmerkingen te posten. Het helpt mij om dit project vorm te geven en tot een goed einde te brengen. Ook zou het mooi zijn als meer mensen hun kunstzinnige uiting rond Dantes meesterwerk met mij willen delen.

Andere initiatieven

Ik ben niet de enige die ‘begeistert’ is door Dantes meesterwerk. Drie jaar geleden begon Danny Habets zijn grote Dante-project: in 100 dagen door Dante heen. Helaas bleef het bij 42 Canti. Ik hoop dat hij binnenkort het project weer oppakt.

Over project Dantes Divina Commedia

Volg vanaf vandaag elke week op woensdag mijn blog over Dantes Divina Commedia. Heb je vragen, ideeën of opmerkingen rond dit project? Neem gerust contact met mij op. Ook ben ik erg nieuwsgierig naar andere initiatieven.

Mijn gedichten bij Canto 1

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Op de vlucht voor jezelf

image

Hoofdpersoon Abel Schreuder is een mislukt schrijver die zich vergeefs probeert te vinden. De reis die deze hoofdpersoon in de roman Exit van Michiel Stroink maakt, is ook een vlucht. Tussen deze vlucht zijn de verhalen van zijn vader Karel Schreuder en opa Willem.

De 3 mannen lijken zo op het oog heel verschillend. De verwende rijkeluiszoon Willem verkiest de drank boven ambitie. Zijn zoon Karel lijkt juist heel veel ambitie na te streven, hij wordt gedreven door geld en dat is juist zijn valkuil.

De kleinzoon Abel Schreuder heeft de beste papieren op zak als schrijver van een boek. Maar ook hij valt in het verhaal. De dans op de vulkaan. Hij laat zich verleiden door de feesten in Hannover en Berlijn. Daar gaat hij zich helemaal te buiten.

Abel weet de mix te maken in de levens van zijn vader en grootvader. Het lijkt er wel op dat hij de symbiose is van deze 2 mensen. Ondanks dat hij zich laat meevoeren door de omstandigheden, lijkt het voor hem hoopgevender te eindigen. Al blijft dat de grote vraag: loopt het goed met hem af?

De grote overeenkomst ligt bij het krijgen van kinderen. Zowel zijn vader als zijn grootvader hebben gefaald in de opvoeding. Ze hebben hun kind niet opgevoed en alle verantwoordelijkheid hierover van zich afgeschoven.

Abel onttrekt zich er ook helemaal aan. Het bericht dat zijn vriendin Lize zwanger is, lijkt hem juist te stimuleren om nog verder van huis te gaan. Nog meer op de vlucht voor zichzelf.

Michiel Stroink: Exit. Amsterdam: Meulenhoff, 2015. ISBN: 978 90 290 8942 5. Prijs: € 18,99. 246 pagina’s. Bestel

Meer over Exit

Lees ook mijn andere blogs over Exit van Michiel Stroink:

Vakjes, hokjes en sterretjes – #50books

image

Een groot misverstand is dat literatuur niet spannend mag zijn. Het tegendeel is juist waar, vind ik. Literatuur mag heel spannend zijn. Het hoeft niet een eindeloos geneuzel te zijn over diepere onderwerpen. De lezer mag best benieuwd zijn naar de volgende bladzijde.

Ik ken best wel wat romans die gewoon spannend zijn. Een boek als Oliver Twist laat zien dat een forse roman van Dickens ook gewoon spannend is. Slaugterhouse five van Kurt Vonnegut vermengt op een intrigerende wijze science fiction met de waanzin van oorlog. Jan van Aken laat zien dat historische romans als De afvallige of De valse dageraad soms tegen de fantasy aanschurken. Of laatst nog de roman De man die de taal van de slangen sprak van Andrus Kivirähks. Allemaal boeken die literair zijn, maar zeker ook invloeden hebben gehad uit bepaalde genres.

Het stripverhaal of de film dragen zeker ook bij aan de literatuur. Bepaalde filmeffecten kregen een plek in boeken. Lezers van nu zullen bepaalde verplaatsingen van hoofdpersonen veel sneller in de gaten hebben, dan lezers een eeuw geleden ervoeren. Het is dus zeker zo dat literatuur beïnvloed wordt door allerlei uitingen in de omgeving.

De invloed van de computer en het internet op de literatuur is eveneens heel sterk. Was het een tijd mode om heel dikke boeken te schrijven, nu worden de boeken steeds dunner en bevatten soms nauwelijks een clou. De rol van de betekenistoekenning verschuift en lijkt soms meer bij de lezer komen te liggen. Een aantal jaren geleden vergeleek jury van een literaire prijs de verschenen romans van dat jaar met IKEA-kasten die de lezer zelf in elkaar zou mogen zetten.

Daarom denk ik zeker dat genres vervagen. Zeker de literatuur laat zich meer en meer beïnvloeden door wat er met andere boeken gebeurt. Soms zelfs veel te sterk. Maar het verschil zit hem vooral in de boekhandelaren en de recensenten die boeken graag in hokjes, vakjes en sterren indelen.

Een boek wordt dan bestempeld als ‘young adult’ of ‘science fiction’. Omdat het dan een ander publiek zou aantrekken waardoor het boek beter verkoopt. Terwijl het zou moeten draaien om het onderwerp en niet om het label dat een boek gekregen heeft.

#50books

Dit is antwoord op vraag 45 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Zeg maar dat we niet thuis zijn

image

De roman Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire is een bijzonder boek. Het verhaal gaat over de Nederlandse begrafenisondernemer Milan den Hartog. Hij werkt zijn laatste week bij uitvaartmaatschappij Noorderzon en Zonen. Hierna wil hij iets heel anders gaan doen.

In de laatste week als uitvaartondernemer krijgt hij 3 bijzondere uitvaarten. Het zijn alledrie uitvaarten van mensen met een andere culturele achtergrond.

Deze laatste week heb ik een aantal opmerkelijke mensen ontmoet, ik noem ze Nederlanders met een niet-Nederlandse achtergrond, die ik moeilijk kon inschatten omdat ze maar bleven praten over dingen waarin ik niet geloof. (24)

De verteller en hoofdpersoon Milan den Hartog verwijst naar de uitvaart van meneer Mohammed Jahangir. Deze overleden man is een Koerd en gevlucht uit Iran, maar vanwege een verblijfsvergunning heeft hij zegt dat hij uit Irak komt.

Omdat hij begraven wil worden in zijn geboorteland stuit deze ‘witte leugen’ uit het verleden op een probleem. Een probleem dat Milan mag oplossen. Het verhaal volgt de 7 dagen die de overledene in de koelcel ligt.

Het verhaal van Milan en zijn strubbelingen met autoriteiten en nabestaanden wordt afgewisseld met berichten uit het dodenhuis. Vanuit zijn koelcel geeft de dode Mohammed Jahangir zijn commentaar op de hele situatie. Het zijn berichten die in de spambox van de hoofdpersoon Milan den Hartog belanden en waarvan hij zegt dat hij ze niet leest.

Hij doet dit met humor en wisselt daarmee het eigenlijke verhaal van Milan den Hartog. De uitvaartondernemer worstelt heel erg met zijn eigen identiteit. Op de vraag of hij homo is, reageert hij ontwijkend.

Daarmee geeft de roman een mooie inkijk in het leven van een uitvaartondernemer. De verteller staat midden in de multiculturele maatschappij, maar lijkt vooral zichzelf kwijt te raken. Daarbij lukt het hem maar moeilijk om de nabestaanden goed te begeleiden.

Daartussen meanderen de doden met hun vragen, bedenkingen en wensen. De overledenen verdwijnen en families zoeken naar hun gestorven geliefden. De roman laat aan de hand van de dood zien hoe ingewikkeld onze maatschappij is.

Rashid Novaire: Zeg maar dat we niet thuis zijn. Roman. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2015. ISBN: 978 90 414 2579 9. Prijs: € 18,99. 224 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

 

Sisyfus

wpid-20150801_172744.jpg

Doris bedwingt de Wageningse Berg

Fietsend over de Heuvelrug en door de Veluwe slingerden wij van heuvel naar heuvel. De rit omhoog voelde iedere keer weer als een beproeving. Onwillekeurig dacht ik onderweg aan Sisyfus die telkens die steen omhoog moet duwen en boven aan de berg de steen weer moet loslaten.

In het essay De myte van Sisyfus vraagt Albert Camus zich af wat de zin van het leven is in deze volstrekt nutteloze wereld. De studie van ‘het absurde’ voert langs verschillende literaire personages, zoals Don Juan. Deze persoon is een verleider en hij is zich daarvan bewust. Daarmee is hij absurd. Het doel is zijn eigen genot, verder niets.

Op het gebied van toneel hanteert Albert Camus een standpunt als dat van Aristoteles. Hij ziet vooral de heilzame werking van het toneel. De beproevingen in het toneelspel helpen de toeschouwers een goed afgewogen oordeel te geven als zij in zo’n situatie verzeild raken.

Dezelfde functie gebruikt Albert Camus in zijn essay. Hij behandelt de mythe van Sisyfus aan het einde van zijn verhandeling over het absurde. Het is het mooiste gedeelte van zijn verhaal. Hierin stelt hij de vraag: wanneer is Sisyfus gelukkig temidden van zijn ongelukkige en totaal zinloze straf?

De mythe zwijgt namelijk in alle talen over Sisyfus in de onderwereld, maar het is filosofisch gezien een heel interessante straf.

Ik vertelde het verhaal van Sisyfus en de steen aan Doris tijdens het fietsen. Daarna vroeg ik aan Doris wanneer de Griekse held nu gelukkig zou zijn. Als hij boven is en de steen loslaat, zei Doris. Hij weet dat hij nu even niet meer hoeft te sjouwen en rustig naar beneden kan lopen.

Of zoals Albert Camus het zegt:

Ik zie hoe deze man met zware, doch gelijkmatige stap naar de marteling afdaalt, waarvan hij het einde niet kent. Deze tijd, die als ’t ware een op adem komen is en die even zeker terugkomt als zijn onheil, is de tijd van het bewustzijn. Op die ogenblikken, waarop hij de top verlaat en langzamerhand naar de holen der goden afzakt, staat hij boven zijn noodlot. Hij is sterker dan zijn rots. (168)

Zo mooi om onderweg tijdens het fietsen van dit soort vragen te stellen en even stil te staan bij de zin van het leven. Hoe een Griekse mythe kan helpen na te denken over dit moeilijke onderwerp en hoe Albert Camus aan de hand van Sisyfus het absurde vorm kan geven.

Albert Camus: De myte van Sisyfus, Een essay over het absurde. Oorspronkelijke titel: Le Mythe de Sisyphe, Parijs 1942. Vertaling C.N. Lijsen. 5e druk. Amsterdam: De Bezige Bij, 1972 [1962]. 192 pagina’s.

Sisyfus en Camus

image

Ook zo’n boek dat aangewakkerd is door een ander boek. Zoals Als de winter voorbij is van Thomas Verbogt. Het boek zelf drong niet helemaal tot mij door. Ik was vooral getroffen door de boeken van Albert Camus waarover de verteller zo vol passie en liefde over schrijft.

Onmiddelijk combineerde ik mijn eigen leeservaringen met de ervaringen van de verteller. Albert Camus’ boek Le Mythe de Sisyphe is onlosmakelijk verbonden met mijn studie Algemene Literatuurwetenschap in Leiden. Bij een hoorcollegereeks over boeken die docenten zelf getroffen hadden, behandelde dr. Matthias Prangel dit boek.

Zo bezield als de docent Algemene Literatuurwetenschap over het boek sprak en de heftigheid van het onderwerp van het boek: zelfmoord. Die combinatie maakte het college als één van de weinige die ik nog heel goed kan herinneren. Het maakte indruk.

Zodoende pak ik het boek weer uit mijn kast en lees het. De verteller grijpt je meteen bij de kladden:

Er bestaat maar één werkelijk ernstig filosofisch probleem: de zelfmoord. Oordelen of het leven wel of niet de moeite waard is geleefd te worden, is antwoord geven op de fundamentele vraag van de filosofie. Al het andere – of de wereld drie dimensies, de geest negen of twaalf kategorieën heeft – komt pas daarna. Dat is maar spel; eerst moet men antwoord geven. (9)

Je mag dus overal over praten, maar de essentie van alles zit wel in de zelfmoord. Is het leven wel de moeite waard geleefd te worden?

Daarna maakt Albert Camus een reis met zijn lezers langs alle aspecten van ‘het absurde’. Dat laatste duidt vooral de zin van het leven aan. Is niet alles wat we doen volkomen zinloos? Een vraag die natuurlijk ook niet vreemd is gezien de tijd waarin Camus deze overwegingen opstelt, midden in de Tweede Wereldoorlog.

Albert Camus: De myte van Sisyfus, Een essay over het absurde. Oorspronkelijke titel: Le Mythe de Sisyphe, Parijs 1942. Vertaling C.N. Lijsen. 5e druk. Amsterdam: De Bezige Bij, 1972 [1962]. 192 pagina’s.