Tagarchief: louteringsberg

Dichte rook: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 16

De dichte rook ontneemt de 2 reizigers elk zicht. Dante zegt dat hij door de hel heeft gelopen, maar dat het zicht niet eerder zo slecht was. Hij kan zelfs zijn ogen niet meer open houden en houdt zich vast aan zijn leidsman Vergilius.

Achter het rookgordijn hoort de dichter stemmen. Ze zingen om erbarmen en vrede aan het Lam Gods, het ‘Agnus Dei’. Daar wordt Dante aangesproken door een schim. Al ziet hij hem niet, de schim wil weten waarom de dichter hierheen is gekomen.

Het is Marco uit Lombardijen. Wie die Marco precies is, is niet meer na te gaan. De man is zeer bedreven in argumentatie, want hij voert een prachtig pleidooi op in dit gedeelte van de Louteringsberg. Terwijl hij onzichtbaar is, roept hij op om voor hem te bidden.

Daarnaast legt Marco een belangrijk element neer: de vrije wil. Het is natuurlijk een interessante filosofische discussie. Of de mens nu wel invloed heeft op de dingen die gebeuren. Staat het niet in de sterren geschreven?

Marco is heel duidelijk: de mens beslist weldegelijk over zichzelf:

Gij mensen schrijft de grond van alle dingen
de hemel toe, alsof deze in zijn wentling
uit noodzaak alles met zich mee doet cirklen.
Indien ’t zo was, wat bleef u dan over
aan vrije wil? En zou ’t nog billijk heten
voor ’t goede loon, voor ’t kwade straf te erlangen?
De hemel geeft de stoot tot uw daden
– ik zeg niet àlle – al zou ’t zo wezen,
u blijft een licht om goed van kwaad te scheiden,
en vrije wil die – weet hij stand te houden
in de eerste worsteling met ’s hemels machten –
eens alles overwint door geestelijk voedsel. (vs 67 – 78, vertaling Christinus Kops)

Het licht verwijst naar het verstand, waarop de mensen in de tijd van Dante zich steeds meer beroepen. De sterren bepalen het leven van de mens slechts heel beperkt. De mens is weliswaar onderworpen aan een hogere macht en de natuur.

Hier klinkt het ‘Veni Creator Spiritus’, de schepper en de geest, door. De hogere macht schept juist de ruimte voor de menselijke geest om zelf beslissingen te nemen. Als je van het rechte pad afdwaalt, komt dat door jezelf, zegt Marco heel stellig.

De kerk van Rome kwijt zich moeilijk van haar taak, stelt dezelfde persoon in zijn wijze verhandeling tegen Dante. Daar houdt het licht hem tegen van de engel die daar staat.

Gedichten rond Canto 16

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Visioenen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 15b

Dante merkt opeens dat ze bij de 3e omgang zijn gekomen op de Louteringsberg. Het is de plek waar de toornigen zich louteren van hun aardse zonden. Dante wordt hier getroffen door een visioen, schrijft hij in dit gedeelte van de 15e Canto.

Hij ziet in de eerste 2 visioenen 2 vrouwen. De 1e vrouw is Maria, de moeder van Jezus, die opmerkt dat ze bezorgd was omdat Jezus alleen in de tempel verbleef. De 2e vrouw schaamt zich voor haar dochter Pisistratus.

Het 3e voorbeeld dat Dante te zien krijgt in zijn visioen, is de steniging van de eerste martelaar Stephanus. De citaten die de verteller geeft, komen uit de verhalen die hij hier opvoert.

Dante ontwaakt versuft uit het visioen. Hij voelt zich knap belabberd. Maar zoals alles in dit boek, heeft het zien van de 3 visioenen een doel. Vergilius legt het geduldig aan de Italiaanse dichter uit:

Dat visioen werd je getoond, opdat
Je oog kreeg voor het water van de vrede
Dat uit de springbron van de hemel spat.

Ik vroeg jou niet “Wat scheelt je?” om de reden
Waarom hij ’t vraagt die er geen oog voor heeft
Dat iemand het bewustzijn is ontgleden,

Maar slechts opdat het je weer krachten geeft;
Zo prikkelt men de tragen die nog dralen,
Terwijl hun geest, die sliep, al is herleefd.’ (vs 130 – 139, vert. Cialona en Verstegen)

Vergilius geeft uitleg waarom Dante deze 3 voorbeelden te zien kreeg. Het moet hem kracht geven om verder te gaan. Dat Vergilius aan Dante de vraag stelt wat hem mankeert, is juist om hem wakker maken uit de visioenen.

Dit Canto eindigt met een cliffhanger: Dante en Vergilius zien een inktzwarte rookwolk in hun richting drijven…

Gedichten rond Canto 15

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Louteren: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 15a

Dante en Vergilius trekken van de ene omgang naar de andere. Onderweg wordt Dante ontdaan van de 2e P die op zijn voorhoofd gegraveerd is. In het gesprek met Vergilius probeert Dante al zijn indrukken te verwerken.
De reis over de Louteringsberg brengt Dante nog niet in de hemel, stelt de klassieke dichter. Of zoals Vergilius het zegt:

En hij zei tot mij: “Omdat gij zet
uw zin almaar op aardsche dingen,
haalt uit waarachtig licht gij duisterheid.
Dat oneingige, onuitsprekelijke goed,
dat daarboven is, schiet uit tot de liefde zóó,
lijk een lichtstraaal tot een lichtend lichaam komt.
Zooveel deelt het zich mee, als ’t vindt aan gloed,
zoodat even ver als de liefde zich strekt
de eeuwige kracht er op uitgroeit.” (vs 64 – 72, Van Delft)

De hardnekkige blik naar naar het aardse zorgt ervoor dat het licht der waarheid voor Dante alleen maar duisternis oplevert. De vergelijking die volgt legt Vergilius een verband met de liefde in de hemel. Alle zielen in de hemel versterken elkaar en het licht als een bundel spiegels. Als je je ervoor openstelt, ervaar je de liefde, maar zul je hem ook uitdragen en versterken.

De reis over de Louteringsberg is voor Dante ook een loutering. De reis door dit gedeelte van het hiernamaals helpt hem om zich te ontdoen van al het aardse. Beatrice zal hem daar straks ook bij helpen. Vergilius bereidt hem op die reis voor op wat er straks komen gaat in de hemel.

Misschien is dat ook het prachtige van de Louteringsberg. Het vormt secuur tussen de gruwelen van de hel en het heilige van de hemel. Voordat je de eeuwige gelukzaligheid betreedt. Alleen door berouw en boete kom je daar binnen, stelt Vergilius.

Gedichten rond Canto 15

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.J.H. van Delft uit 1920. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Donder en bliksem: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 14b

De ontmoeting met zijn landgenoten hier bij de afgunstigen mondt uit in een schimmige voorspelling. De profetie gaat over wolven en een woud waaruit Dante met bloed overdekt naar buiten komt. De schade die achterblijft zal zich in geen duizend jaar herstellen, voorspelt de rechter uit Ravenna. Het groen van weleer zal een dorre vlakte zijn.

De negativiteit van de brenger van het onheil zet zich ook uit over hemzelf en zijn metgezel. Ook hun families zullen eraan moeten geloven. Het stemt hem droevig en hij stuurt Dante en Vergilius weg. Hij wil niet meer verder vertellen. Het maakt hem alleen maar verdrietig.

Zo lopen de 2 dichters verder. Op de gok. Daar laat Dante zich afleiden door een stem die als een bliksem door de lucht schiet. Een mooie combinatie van zien en horen. De verteller begint hier met een treffende vergelijking van het onweer:

En toen we alleen weer samen verder togen,
kwam als een bliksemschicht, de lucht doorklievend,
een stem ons tegenvlieden, die ons zeide:
‘Alwie me vindt, zal ’t leven mij benemen.’
Toen vlood de stem, wegrollend als de donder
wanneer opeens de wolken opensplijten.
En nauwlijks had ons oor weer tot rust bekomen,
of reeds een andre klonk met zulk gedaver,
dat ze op een slag geleek vlak na de bliksem:
‘Ik ben Aglaurus, die in rots verkeerde.’ (vs. 130 – 139, Christinus Kops)

De donder en de bliksem leiden Dante af. Vergilius legt rustig uit dat dit de strakke teugel is die de mens in bedwang moet houden. Hij wijst Dante erop dat hij nog een levend wezen is. Mensen bijten in het het aas dat de duivel voorschotelt. Het bezorgt de duivel alleen maar de mogelijkheid om de mens naar zich toe te trekken. Bovendien geeft het de duivel de kans om de mens te geselen en kastijden.

Gedichten rond Canto 14

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929-1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Vroege merel: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 13b

Zoals Nederlandse nieuwsberichten altijd vermelden of er onder de slachtoffers Nederlanders zijn, zo vraagt Dante of er misschien Italianen onder hen zijn. En zeker, ook onder de afgunstigen in deze ring van de Louteringsberg, zitten Italianen. Zo raakt hij in gesprek met de zondige vrouw Sapía.

Ze heeft haar hele leven meer plezier gehad in andermans leed dan in haar eigen geluk, zegt ze tegen de schrijver. Haar naam mag dan iets als ‘wijs’ betekenen, ze gedraagt zich het tegenovergestelde.

Ze zit hier omdat ze overmoedig God dankte nadat de vijand was verslagen bij een veldslag. Ze behoort tot de partij van de Welfen. Haar vreugde was groot, maar ook bijzonder afgunstig naar de anderen. De vergelijking die ze maakt, is prachtig:

Ze werden daar verslagen en gedwongen
tot smadelijke vlucht; en bij dit vluchten
genoot ik afls ik nooit nog had genoten.
Brutaal sloeg ik mijn ogen naar de hemel
en krijste: ‘God, nu vrees ik je niet langer’,
als een bij ‘eerste vleugje zon de merel.
Aan ’s levens einde wilde ik mij verzoenen
met God; en nog zou van mijn vele schulden
niets afbetaald zijn door mijn boetedoening (vs 118 – 126, Boeken)

Het was een beetje overmoedig, want in januari is het nog veel te koud om te gaan zingen voor een merel. Het laat zien dat zij te vroeg juichte, maar zich later met God verzoend heeft. Ondanks dat moet ze zich hier reinigen van haar afgunst, geholpen door de gebeden van de Pietro Pettinaio, een vrome Fransiscaan.

Daar biecht Dante tegen Sapia, dat hij zeker ook last heeft van zonden, maar niet zo zeer van de afgunst. Hij heeft veel meer last van de zonde uit de ring van de Louteringsberg waar hij net vandaan komt: de hoogmoed.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 13

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van H.J. Boeken uit 1907-1910. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Afgunstigen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 13a

Bovenaan de trap bevindt zich de 2e omgang van de Louteringsberg. Dante en zijn begeleider Vergilius komen in het gedeelte waar de afgunstigen zich louteren. Hier zien ze in eerste instantie niemand. De rotswand laat geen reliëfs en beelden zien zoals bij de eerste omgang. Hier zijn de rots en bodem kaal.

Vergilius laat zich door het licht leiden en voor ze er erg in hebben zijn ze al een mijl verder. Hier hoort het tweetal hoe de geesten hen door de lucht naderen. Ze zien niemand, maar stemmen nodigen de 2 uit om plaats te nemen achter de tafel van de liefde.

Volgens Vergilius kan de afgunst alleen met de liefde worden bestreden. En als Dante nog eens goed kijkt, ziet hij waarom hij de schimmen niet ziet. Ze dragen dezelfde loodkleurige gewaden als het omringende gesteente.

Als ze wat verder lopen komen ze schimmen tegen die Dante heel verdrietig maken van medelijden. Hij moet ervan huilen als hij de schimmen ziet. Ze dragen haren gewaden en hun ogen zijn dichtgenaaid met ijzerdraad.

De verteller vergelijkt ze met de dichtgebonden ogen van roofvogels door valkeniers.

Gelijk geen zonneglans tot blinden vare,
Kan ’t hemellicht niet voor die schimmen gloren,
Van wie ‘k daar sprak. Want bij die gansche schare

Zag ik een ijzerdraad door ’t ooglid boren
En ’t sluiten – ’t zelfde lot, zoo vol ellende,
Is wilden sperwers, die men temt, beschoren. (vs 67 – 72, Bohl)

De afgunstigen zijn hierdoor blind. Dante wil ze iets vragen, maar beseft dat als een klager eenmaal begint te klagen, het lang kan duren. Vergilius staat het toe, maar Dante moet het kort en bondig te houden.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 13

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J. Bohl uit 1876-1884. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Tekens op voorhoofd: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 12b

Dante krijgt weer aansporingen van zijn begeleider Vergilius. Hij moet vaart maken. De tijd is belangrijk en hij kan niet overal uren verblijven. De Latijnse dichter zegt dat ze zich hier 6 uur hebben laten ophouden. De reis moet weer verder.

De verteller zegt dat hij er niet meer van opkijkt. Hij is het gewend dat zijn begeleider hem oproept snel te zijn. De dichter lijkt wel een trage slak die maar moeizaam vooruitkomt. Hij trekt zich het leed dat hij tegenkomt ook veel te veel aan.

Ze worden tegemoet geschenen door een engel. Deze helper van God wijst het tweetal op de trap die naar de volgende ring op de Louteringsberg leidt. Het is een smalle trap die het duo bestijgt. Voordat Dante de trap opklimt, slaat de engel zijn vleugels om hem heen en haalt daarmee een P van het voorhoofd van de dichter.

Dante voelt zich niet alleen lichter in het hoofd, het lijkt wel of een stuk van zijn vermoeidheid van hem is afgevallen. Hij vraagt aan Vergilius hoe dat komt. Deze wijst hem erop dat van de 7 P’s die hij op zijn voorhoofd droeg, er eentje door de engel is weggehaald.

De verteller heeft het helemaal niet in de gaten dat hij al die tijd met die tekens op zijn voorhoofd rondloopt.

Toen deed ik als wie op hun hoofd bevroeden,
Zij weten zelf niet wat, maar door gebaren
Van andren iets, wat het dan zij, vermoeden;

Waarom de hand helpt om hen opteklaren
En zoekt totdat zij vond en achterhaalde
Wat het gezicht alleen niet kon ervaren

Met open vingers rees mijn rechte en daalde,
En vond zes letters maar van de aangebrachte
Boven mijn slapen, waar ze de engel maalde;

En hij, mijn leeraar, zag het en glimlachte. (vs 127-136, Verweij)

Het beeld van de mens die over zijn voorhoofd strijkt met de hand om de letters die er zitten te voelen. Het laat ook zien dat Dante in dit deel van zijn reis door het hiernamaals ook zichzelf ontdekt. Hij ziet dingen van zichzelf die hij anders niet gezien zou hebben. De reis geeft hem geen vleugels, maar wel een heel mooi zelfinzicht.

Zo verdwijnt elke omgang die Dante en Vergilius hoger komen, een teken op het voorhoofd van de dichter.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 10

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Albert Verweij uit 1923. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Levensechte afbeeldingen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 12a

Dante merkt dat hij net zo gebogen en traag loopt als de Oderisi. Als ossen onder een juk, zo lopen ze daar samen in dit gedeelte over de Louteringsberg. Maar Vergilius trekt hem weer bij de les: spaar je krachten, je hebt nog veel energie nodig verderop.

Dante hoeft immers niet gelouterd te worden. Hij geniet van de lichtheid van zijn ziel, zo zegt de verteller over zichzelf. Al houdt hij zijn gedachten nederig.

Wel adviseert Vergilius om naar beneden te kijken. Daar ziet hij hoe de weg onder hem is geplaveid met reliëfafbeeldingen. Onder zijn voeten schuiven alle hoogmoedige zondaars uit de bijbel en de Oudheid. Ze zien er levensecht uit, merkt de verteller op.

Daar verwondert Dante zich over de manier waarop de figuren in het steen zijn gehouwen. Hij ziet Nimrod, Niobé, Saul, Arachne en vele anderen. Ze zien er zo echt uit, dat zelfs de koelste kikker hier warm van wordt. Een mooie visie op de levensechtheid van de kunst, de kunst als nabootsing van de werkelijkheid en misschien wel diezelfde werkelijkheid overtreft:

Wie heeft door stift, penseel zoo uitgeblonken,
Dat hij ’t vlakke en ’t gestulpte heeft getogen,
Waar ’t fijnst gevoel verrukking werd geschonken.

’t Stond – ’t doode’ als levende’- alles juist voor oogen,
Géén kon de waarheid beter ooit aantreffen,
Dan ik zag, toen ik met hen ging gebogen.

Draag hoog de borst, wil trotsch de hoofden heffen
O Eva’s kind’ren en ’t gelaat niet nijgen
Om niet, waar Uw pad heen voert, te beseffen! (vs 64 – 72, Rensburg)

Ook hier geldt de nederigheid van de mens. Terwijl Dante naar het pad kijkt waarop hij loopt, ziet hij dit. Als hij hoogmoedig en trots zijn hoofd omhoog geheven zou hebben, zou hij al dit moois niet hebben gezien.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 10

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J.K. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Oefening in Nederigheid: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 11b

Het gesprek met de miniatuurschilder Oderisi, mondt uit in een monoloog over kunst. Wat bepaalt dat je een goede kunstenaar bent? Het schilderen zelf of juist de afgunst naar je collega-schilders?

Oderisi noemt hier de schilder Giotto die de naam van zijn voorganger verduistert. Betekent het verduisteren van je voorganger ook dat jouw werk beter is?

Het brengt Oderisi nog een stap verder, je leven is slechts een grasspriet. Wat de wereld over iemand zegt, is niet meer dan een windvlaag die ook zo overgevlogen is.

De roem der waereld is een windvlaag slechts,
Die nu van hier en dan van daar komt blazen
En naar ’t verschil van streek van naam verandert

Wat roem bezit gij meer, zoo ge oud het lichaam
U aflegt, dan wanneer gij jeugdig sterft,
Vóór pop en rinkelbel vergeten zijn,

Eer duizend jaar voorbij zijn? korter tijdperk
Bij de eeuwigheid, dan de opslag van een oog
Bij ’t wentlen van den traagste hemelboog. (vs 100 – 108, Kok)

Dat Dantes Goddelijke komedie 700 jaar na verschijning nog gelezen wordt, mag een wonder heten. Roem vervliegt snel, zeker als het roem is die verworven is door de ander af te branden.

De hoogmoed is een gevaarlijke zonde. Dat is de boodschap die Oderisi hier vertelt. Hij wijst naar de man die voor hem loopt. Hij komt nauwelijks vooruit onder de zware last die hij draagt. Als Dante aan Oderisi vraagt wie die man dan is, krijgt hij het antwoord: het is de heerser over Siena: Provenzano Salvani.

Waarom deze man dan toch op de Louteringsberg mocht komen, dankt hij aan de bereidheid om aan het eind van zijn leven de trots van zich af te werpen. Het heeft hem hier gebracht, stelt Oderisi. Door deze daad van nederigheid is de hel hem bespaard gebleven. Dan voorspelt de miniatuurschilder aan Dante dat hem binnenkort een vergelijkbaar lot zal treffen.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 11

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A. S. Kok uit 1863 – 1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Hoogmoedigen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 11a

Op de eerste omgang van de Louteringsberg prevelen de zielen het onze vader. Ze hebben er wel hun eigen draai aan gegeven. Deze zielen zuiveren zich van hun hoogmoed en dragen een zware last bij zich.

De verteller vergelijkt de last met het gewicht dat je in een droom op je voelt drukken. De zielen bidden voortdurend voor hun eigen zielenheil. Dante roept hier weer zijn lezers op om juist voor deze zielen te bidden.

Het helpt zoveel meer als iemand die in Gods genade leeft, bidt voor hen die hier verblijven. Ze zouden er sneller door in de hemel komen. Een paar eeuwen later zou de kerk geld vragen voor aflaten om het zielenheil van hun voorouders af te kopen. Van Dante moet je er nog voor bidden.

Dante en Vergilius komen allerlei zielen tegen. Eentje wringt zich onder zijn last in allerlei bochten om de dichter te kunnen zien. Hij herkent Dante en roept zijn naam.

Dante ziet dan ook wie het is: Oderisi uit Gubbio. Een miniatuurschilder die zijn werk erg goed vond bij leven. Nu is hij bescheiden en zegt dat het werk van de andere bekende miniatuurschilder Franco veel mooier is.

“Ik had dit niet licht zoo hoffelijk beleden,
Toen ‘k leefde en steeds den voorragn woû behalen,
Waar ’t sterk en begeerig hart om heeft gestreden.

“‘k Moet hier den tol dier hoovaardij betalen;
En ‘k zou zelfs hier niet zijn, waâr ‘k niet bewogen,
Tot God te gaan, ten tijd, dat ‘k nog kon falen.” (vs 85 – 90, Bohl)

Voor de trots tijdens zijn leven, moet hij hier boeten. Als hij zich tijdens zijn leven iets meer getoomd had en zich wat nederiger had opgesteld, zou hij hier niet hoeven staan. De zuivering in zijn geweten is al een eind gevorderd.

Dat staat in contrast met de zielen die in de hel vertoeven. Hier ondergaan de zielen de persoonlijke inkeer en boetedoening. Een heel positieve kant van de zaak: je kunt zelf tot inkeer komen. Dat anderen voor je bidden is voor mij persoonlijk meer bijzaak. De zielen zien hun fouten in en krijgen hiervoor uiteindelijk respijt.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 10

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J. Bohl uit 1876 – 1884. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.