Tagarchief: middeleeuwen

Kitscherig – Op zoek naar Maria (7)

De kitscherige Maria in de tuin. Ze draagt een zwaailicht op haar hoofd en houdt een bloemenperkje in haar hand vast. Het licht knippert, is een oud zeebaken in de Waal geweest. Het zal de schippers hebben misleid…

De film die wat verderop te zien is, komt wat minder goed aan. Het is het Renaissancebeeld van Maria en een andere vrouw (Elisabeth?). De film duurt eigenlijk 45 seconden, maar is vertraagd afgespeeld en duurt dan 10 minuten.

De beelden zijn treffend vanwege de opwaaiende jurken en de bewegingen van de vrouwen waarmee ze iets krijgen van de schilderijen uit de Renaissance. Niet dat het mij zo raakt als bijvoorbeeld de maagd van Elisabet Stienstra, maar het imponeert genoeg.

Net als de laatste zaal. Een Maria met een grote ketting eraan, een rozenkrans, het refereert naar de vele Mariabeeldjes die aan vrouwenkettingen hangen. Het is een installatie van Maria Roosen.

In dezelfde zaal hangen als afsluiting allerlei varianten van Maria uit andere culturen. Bijna elke cultuur blijkt een oermoeder, een Maria, in zich te bergen. Het levert mooie beelden op, heuse iconen, want dat is Maria vooral: een icoon.

De Afrikaanse, Indiase, Chinese en vele andere. Het plaatst Maria in een breed perspectief. Het helpt ook om op een andere manier naar religie en vooral de verering van Maria te kijken.

Het heeft ook iets bespottelijks. Neem bijvoorbeeld de zaal waarin allemaal biechtstoeltjes in een rij staan. Je mag er niet op knielen! Maria en het kind Jezus zie je in deze lange gang in alle mogelijke varianten voorbij komen. Van kitsch tot überkitsch. Het kan niet op.

De enorme galerij aan foto’s aan de andere kant van de wand demonstreert dat Maria nog altijd onderdeel uitmaakt van onze cultuur. Maria in alle varianten, van moeder tot seksbom. Ik zie ze voorbij komen: de Batman-variant, de Barbie-variant of eentje met Kermit de Kikker bij Maria op schoot. Allemaal verwijzingen naar de icoon die Maria is.

Maria is in ieders hoofd de verpersoonlijking van de oermoeder. Hoe je er ook over denkt. De expositie in het Catharijneconvent laat zien dat je er niet omheen kunt: ze zit bij ons allemaal in ons hoofd. Een heus icoon.

Op zoek naar Maria

Dit is de 7e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees morgen het slotdeel: (8) Hoog Catharijne

Virgin of Mercy – Op zoek naar Maria (6)

Het meest getroffen raak ik op deze tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent van het beeld ‘Virgin of Mercy’ van de Nederlandse kunstenares Elisabeth Stienstra. Zij heeft een naakte maagd gemaakt, dieprood, met haar geslachtsdelen naar voren gebogen, handen naar achteren.

Een heel treffende houding. Het is nog maar een meisje, een maagd, maar zo overtuigend staat ze hier. Het geeft Maria de maagd een heel andere dimensie.

Volgens de maker kan alleen een vrouw dit maken. Ze heeft het beeld ontleend aan de zogeheten Sheela-na-gigs die in de middeleeuwse kerken van Ierland en Engeland boven de deur hingen om de boze geesten te bezweren.
Heel treffend is dat idee in haar beeld ‘Virgin of Mercy’ verwerkt. Daarmee krijgt dat ook iets bezwerends. Heel gaaf.

Jurk van Mestkevers

Het hoort tot het hoogtepunt van de tentoonstelling. Samen met enkele andere objecten van hedendaagse kunstenaars. Een jurk van mestkevers, de groenige gloed geeft het iets geheimzinnigs. Ook door de schaduwen op de wand die de een zeepaardje lijken weer te geven.

Of het schilderij van de pauw waarin Maria in de veren verwerkt zit. Bijna niet zichtbaar, maar als je het weet, kun je je ogen er niet meer vanaf houden. Want dat is Maria ook. Het grijpt je laat je niet meer los.

Op zoek naar Maria

Dit is de 6e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees dinsdag: (7) Kitscherig

Icoon – Op zoek naar Maria (5)

Maria is een icoon. Dat is wel de boodschap bij de expositie in Museum Catharijneconvent. Ze wordt weergegeven op heel veel manieren: liefdevol, zorgzaam, vruchtbaar, als maagd (meisje nog) en ook als rouwende moeder. Het zijn allemaal rollen waarin ze in de kunst wordt gepresenteerd.

Het leven van Maria dat in een andere ruimte wordt gepresenteerd is minstens zo inspiratierijk als het idee van de icoon die Maria is. Het leven komt in de bijbel niet zo sterk naar voren, daarom zijn er later veel verhalen bijgekomen zoals over Anna, de moeder van Maria en de oma van Jezus.

Anna komt in de lijn van het maagschap over de rest heen als een grote moederkip die al haar kuikens onder haar vleugels verbergt. Het schilderij uit de 16e eeuw waarbij de hele lijnen van afkomst in een heuse familieportret staan.

Ik kan de lach niet onderdrukken. Anna zou 3 keer getrouwd zijn geweest en uit elk huwelijk is een andere Maria voortgekomen. Jozef is een oude man. En wat doet de heilige Servatius daar? Een bizar middeleeuws idee.

Het is het schilderij De maagschap van de heilige Anna, van de Meester van Liesborn. Een imponerend schilderij waarbij de kinderen nog sterk op kleine volwassenen lijken. Maar misschien zijn ze dat ook. Jezus krijgt hier iets van zijn oma. Ook staan er Elisabeth met Johannes de Doper en andere heiligen op. Een bijzonder familieschilderij.

Of wat van de prachtige piëta’s die er staan. Ik geniet van het middeleeuwse beeld uit hout. Maria die hier met een doekje het bloed van de overleden Jezus stelpt. Ze oogt verdrietig en je kunt heel dicht bij dit beeld komen. Het brengt je even heel dicht bij de kunstenaar.

Net als het beeld van Zadkine. Jezus en Maria hebben het gezicht zoals Picasso dat aan mensen in zijn schilderijen geeft. Ik ben ervan onder de indruk. Ook omdat het niet zo’n groot beeld is en bijna iconisch betekenis krijgt.

De overleden Jezus heeft veel weg van een vissengraad die de vrouw vasthoudt. Afgebeelde personen verschuiven naar de verbeeldingswereld in je hoofd. Een heel mooi, imponerend effect.

Op zoek naar Maria

Dit is de 5e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees zaterdag: (6) Virgin of Mercy

In alle soorten en maten – Op zoek naar Maria (4)

De grote Maria-expositie is dé expositie in het Museum Catharijneconvent. Wij zijn er speciaal voor gekomen, net als veel anderen. De eerste zaal is overweldigend. Het ademt een heel devote en vooral mystieke sfeer.

Er hangt een enorme Marianum van de Meester van Elsloo. De beelden staan met de ruggen tegen elkaar, omhelst door een gigantisch rozenkrans. Het beeld van hout hangt midden in de ruimte. Met de prachtige belichting zorgt dit voor een mystieke ervaring.

De vele kleine beeldjes, allemaal uit verschillende oude culturen van de Grieken en Romeinen verwijzen naar godinnen. Vaak verwijzen ze naar vruchtbaarheid en seksualiteit, zoals een klein Romeins beeldje. De vrouw laat haar geslachtsdelen zien.

Daartussen staan allerlei beeldjes van Maria in verschillende varianten, zoals waar het kind Jezus aan de borst drinkt, een Virgo lactans. De afbeeldingen uit de Middeleeuwen laten soms een volwassen mens zien, in babyformaat. Later verandert het kind meer en meer in een kind.

De eerste zaal raakt je, misschien wel door de verscheidenheid en plaatsing van Maria binnen andere culturen en als een combinatie van verschillende klassieke goden zoals Aphorodite. De oermoeder waarnaar moeder Maria verwijst. Ze combineert het maagdelijke, de vruchtbaarheid en het goddelijke. Een unieke combinatie.

Als je door de tentoonstelling loopt, zie je de enorme verscheidenheid waarmee mensen haar beleven en aanbidden. Schrijvers, dichters, denkers, componisten, schilders en beeldhouwers; ze raken allemaal geïnspireerd door deze moeder van God.

Op zoek naar Maria

Dit is de 4e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees morgen: (5) Icoon Maria

Middeleeuws religieuze kunst – Op zoek naar Maria (3)

Aan het einde van de gang begint het museum. De middeleeuwse religieuze kunst is misschien wel het mooiste. Het spreekt mij erg aan. Al verwonder ik mij ook over de kunst gemaakt aan het begin van de renaissance. De altaarstukken. Of de schatkamer – pas op voor uw hoofd – waarin ik soms verwonderd ben over alles dat hier verguld is.

In een monstrans staan aan de randen heiligen Willibrordus met de Domtoren, Plechelmus met de toren van zijn kerk in Oldenzaal op de hand en Ludgerus met een gans met een gans. Of de prachtige gewaden aan het einde van de zaal. Sommige komen uit de Middeleeuwen.

Hetzelfde zie je terug bij de relieken die heel soms opduiken. Zoals in de schrijn verstopt zit, enkele doeken of botjes. Niet altijd meer te reproduceren van wie.

Het kostte vaak moeite om iets te bemachtigen voor een stad, maar het leverde zoveel meer op. Als de relieken er dan waren, moest er ook een mooi kerkgebouw, vaak weer betaald met de opbrengst die de relieken met zich meebrachten. Een kip-ei-verhaal waarbij geld het regelmatig won van geloof.

Op zoek naar Maria

Dit is de 3e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees maandag: (4) In alle soorten en maten

Catharijneconvent – Op zoek naar Maria (2)

We nemen de route via het Domplein naar het museum Catharijneconvent. In het oude klooster gewijd aan de martelares Catharina van Alexandrië, zit het museum voor religieuze kunst, met de nadruk op het Christendom. De kloostergangen zijn prachtig. Net als de naastgelegen Catharinakathedraal.

We komen er binnen. De entree nodigt niet zo erg uit. Ook omdat de kassa’s zo raar open in de ruimte staan. De garderobe weggemoffeld. Toiletten weer aan de andere kant en daar omheen is ook nog een museumwinkel.

Kinderen betalen hetzelfde bedrag als ouders. Ik ben dat niet meer echt gewend bij een museumbezoek. Het lijkt namelijk heel vaak zo dat de Museumkaart voor Doris een beetje overbodig is. Daar hebben we hier geen last van. De 3 euro extra entree moet ook voor haar worden betaald.

We dalen af naar de kelder om de doorsteek te maken naar het kloostergebouw waar we zojuist door de tuin liepen. In deze grote zaal krijg je een mooi overzicht te zien van de werken die in dit bijzondere museum te zien zijn.

Soms tref je al een religieus hoogtepunt aan, een altaarstuk of de middeleeuwse verluchtigde getijdenboeken. Prachtige werken, kleine kunstwerkjes op zich. Ik voel mij helemaal in de Middeleeuwen, proef de studie die Umberto Eco deed voor zijn prachtige kloosterroman In de naam van de roos.

Werken gemaakt in gevecht met het weinige daglicht, zeker in de wintermaanden die het bijna onmogelijk maakten om zo mooi te werk te gaan. De verschillende monniken die hieraan werkten.

Er hangt een groot gewaad dat Bonivatius zou hebben gedragen. Een deel van de stof van meer dan 900 jaar oud is al vergaan, een onderliggende stof moet het materiaal beschermen. Dat de missionaris al enkele eeuwen overleden was voor de stof er was, lijkt minder belangrijk.

Op zoek naar Maria

Dit is de 2e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees: (3) Middeleeuws religieuze kunst

Mariaplaats – Op zoek naar Maria (1)

We lopen van het station Utrecht Centraal naar het Catrijneconvent. Onderweg stoppen we bij de Mariaplaats, de halve kloosteromgang bij de voormalige Mariakerk. Het is nog altijd jammer dat deze kerk gesloopt is.

De kerk staat er al 200 jaar niet meer en toch mis je iets. Alsof hier een fundament uit de stad geslagen is op deze plek ten Westen van de Dom, onderaan het Middeleeuwse kruis van kerken.

Nu is de Mariaplaats het plekje voor zwervers en toeristen. Toeristen lopen in grote wolken van mensen door het rustieke plekje. De vele kruiden en bloemen die hier groeien, geven de mystiek een extra dimensie.

Een zwerver rolt een joint. Naast hem op het bankje staat een blikje bier. Wij gaan een niveau lager zitten, naar het Mariabankje waar bij de kloostermoppen rozen groeien. Ze vormen een heel eigen rozenkrans.

Wij nestelen ons op een bankje, halen de meegenomen broodjes met chocoladepasta en jam uit de tas. Heerlijk peuzelen we de broodjes op en drinken het water uit het meegenomen flesje.

Uit het conservatorium klinken pianoklanken. Een aspirant pianist oefent zijn vingers op een ingewikkeld stuk van Liszt. Ik kan echt genieten van zo’n moment. Niet gestoord door een openbare eetgelegenheid, maar gewoon op een plek waar je kunt genieten en een moment voor jezelf hebt.

Een groepsleider vertelt hier over de Mariakerk en het gat dat hier in de stad is achtergebleven. Ze geeft Napoleon de schuld, hij brak de kerk af om geld te werven voor zijn veldtochten naar onder andere Rusland.

Natuurlijk is het niet helemaal waar. De kerk werd toen niet helemaal afgebroken, het laatste gedeelte zou bijna een halfjaar later volgen om plaats te maken voor het huidige kanariegele gebouw waarin sinds jaar en dag het conservatorium gevestigd is.

Als je de Mariaplaats uitloopt, kijk je recht in het straatje naar de Domtoren. Het geeft iets mee van de gedachte aan het Middeleeuwse kerkenkruis. Al betwijfelen sommige onderzoekers of dit kruis ooit zo bedacht is en niet meer toeval is geweest.

Op zoek naar Maria

Dit is de 1e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees: (2) Catharijneconvent

Plechelmus in Oldenzaal – #fietsvakantie

Oldenzaal op maandagmorgen. Op het plein naast de Plechelmuskerk is markt. Wij stoppen voor de kerk. Het is heerlijk warm, de fietsen zetten we tegen de rekjes. Tijd om de kerk van binnen te zien. Het is mij nog nooit gelukt, maar nu zie ik de kerkdeur wijd open staan en die kans laat ik mij niet ontgaan.

De Plechelmus in Oldenzaal wordt geprezen door kerken- en Middeleeuwliefhebber Willem Wilmink. Wil je de Middeleeuwen meemaken, ga dan naar de Plechelmus in Oldenzaal, schrijft hij in het verhaal ‘Twee meisjes in Twente’. We stappen de donkere kerk in en maken inderdaad een reis door de tijd.

Meteen bij binnenkomst overvalt je de mystiek. Hier heerst het geloof van eeuwen en dat merk je. Wat een overweldigende ervaring! Het donker helpt daarbij. Hier binnen is het een spel met licht en donker. De ruimte verhult, verbergt en onthult. Het raakt je en is eigenlijk niet precies te benoemen. Een religieuze ervaring.

Een moment van bezinning. Doris steekt een kaarsje aan bij de ingang voor haar overleden kleuterjuf Corinne. De smalle noorderbeuk door. Je voelt hier inderdaad de Middeleeuwen. Eeuwen geloof en vertrouwen vind je hier. Je moet er wel voor openstaan, maar wat komt het dan binnen. Ongelooflijk!

Het lichaam dat is opgegraven en laat zien dat onder de stenen allemaal mensen liggen. Het voorgeslacht als basis. Net als het beeld van Plechelmus. Van een overvloedige rijkdom, hoeveel mensen hiervoor hebben moeten kromliggen. Dat hindert mij een beetje. Al raakt de andere kant van de kerk je eveneens.

Hier de hoge vensters van de gotiek: een andere tijd waarbij het licht centraal staat. Het ademt meteen een andere sfeer uit, maar de basis van het begin is er nog steeds. Zo zijn we hier eventjes stil, terwijl we ons omringd voelen door hen die er niet meer zijn. Een moment van bezinning.

Dante

img_20161010_205311.jpgDe verteller Adson in de roman De naam van de roos speelt heel leuk met een paar gegevens. Bijvoorbeeld over de verschijning van de Goddelijke komedie van Dante Alighieri. De verteller, de monnik Adson, vertelt hierover het volgende:

Iemand had mij zelfs verteld dat de grootste dichter van die tijd, Dante Alighieri uit Florence, die een paar jaar tevoren was gestorven, een gedicht had geschreven (dat ik niet kon lezen omdat het in de Toscaanse volkstaal was geschreven) waarin hemel en aarde de hand hadden gehad en waarvan vele verzen niets anders waren dan een parafrase van fragmenten van Umbertino’s Arbor vitae crucifixae. (57)

In gesprek met frater William komt Dante verderop weer voorbij. William heeft het over Roger Bacon en zegt dat geleerden niet meer geestelijken zijn. De grootste filosoof van hun tijd is niet een monnik, maar een apotheker. Het is de Florentijn Dante. Zijn naam blijft ongenoemd. Ook William waagt zich niet aan het meesterwerk van de Florentijnse apotheker:

Ik heb het nooit gelezen omdat ik zijn volkstaal niet begrijp, en voor zover ik er iets van weet, denk ik dat het me maar weinig zou bevallen, want hij bazelt over dingen die zeer ver van onze ervaring af staan. Maar hij heeft geloof ik de meest geleerde dingen gescheven die ons verstand kan vatten over de aard van de elementen en van de gehele kosmos, en over het besturen van staten. (216)

Weer een mooie verwijzing naar de eerste Italiaanse literator. De monniken zijn er niet zo enthousiast over. Ze beweren dat zij alleen het Latijn machtig zijn en niet de Italiaanse volkstaal. Het weerhoudt ze om het bijzondere boek te gaan lezen.

De werken die zij noemen, waaronder Bacon en Umbertino, kennen wij nauwelijks. Terwijl de Goddelijke komedie van Dante eindeloos veel genoemd wordt in boeken. Het lijkt soms wel het meest genoemde boek in boeken te zijn. Zoals hier in dit boek De naam van de roos van Umberto Eco.

Umberto Eco: De naam van de roos. Oorspronkelijke titel: Il nome della Rosa, Postille a ‘ll nome della Rosa’ Vertaald door Jenny Tuin, Pietha de Voogd en Henny Vlot. 36e druk. Amsterdam: Ooievaars Pockethouse, 1996 [1983, 1e druk]. ISBN: 90 5713 117 X. 582 pagina’s. Prijs: € 15 Bestel

Opbouw

img_20161010_205343.jpgDe bijzonder strakke opbouw, ingedeeld volgens het dagritme van de monniken in een klooster. Umberto Eco’s roman De naam van de roos speelt in 7 dagen, verdeeld naar de gebedsmomenten op de dag: metten, lauden, priem, terts, sext, noon, vespers en completen.

Het is die strakke opbouw waarmee Umberto Eco zijn lezers uitdaagt. Alles speelt zich ook in deze momenten van het klooster. Daarbuiten lijkt de wereld niet te bestaan. Het verhaal wordt gedragen door het vaste ritme van de dagen.

Het is de ademhaling van de roman. Het brengt de lezer in het verhaal. Het strakke leven in een klooster is hiermee prachtig in de structuur van de roman gebracht. Zo geformeerd rond de dagelijkse cyclus aan gebeden krijgt de roman een duidelijke opbouw, waarbij de lezer meteen ingewijd wordt in het kloosterleven.

Het bijzondere klooster in Melk dat de verteller Adson hier aanhaalt, ken ik vooral als dat klooster dat je ziet liggen vanuit de trein in Oostenrijk. Dat is een gebouw in barokstijl. Het klooster van De naam van de roos ligt eveneens mooi bovenop een berg. Alleen is het een paar eeuwen voor het huidige klooster er staat.

De monniken in De naam van de roos leven volgens de orde van de benedictijnen. Deze orde is gesticht door kerkvader Benedictus. Onder het kopje ‘Opmerking’ vermeldt de verteller, de persoon die zegt dat hij het manuscript van monnik Adson heeft bewerkt naar onze tijd:

Adsons verwijzingen naar de canonieke uren hebben me enigszins in verlegenheid gebracht, want niet alleen varieert de bepaling ervan naargelang van de plaats en de jaargetijden, maar naar alle waarschijnlijkheid hield men zich in de veertiende eeuw niet angstvallig precies aan de door de heilige Benedictus in de regel vastgelegde aanwijzingen. (12)

Daarmee speelt de verteller of bewerker van het manuscripten van Adson al meteen het spel van het verhaal. Hij trekt hiermee meteen al het manuscript in twijfel voor de lezer. Net als het aanhalen van een boek dat in de 20e eeuw het kloosterleven beschrijft. Het is een leuk spel, omdat het verhaal heel strak is opgebouwd door het volgen van dagindeling in het klooster.

Meteen merkt de verteller erbij op dat het mogelijk helemaal niet zo strak gevolgd werd in de Middeleeuwen, de tijd waarin het verhaal speelt. De opbouw van het verhaal volgt deze regel wel heel strak. Het geeft de roman het ritme, waarover Umberto Eco in het naschrift nog een aantal interessante dingen schrijft.

Umberto Eco: De naam van de roos. Oorspronkelijke titel: Il nome della Rosa, Postille a ‘ll nome della Rosa’ Vertaald door Jenny Tuin, Pietha de Voogd en Henny Vlot. 36e druk. Amsterdam: Ooievaars Pockethouse, 1996 [1983, 1e druk]. ISBN: 90 5713 117 X. 582 pagina’s. Prijs: € 15 Bestel