Tagarchief: natuur

IJsvogeltje

De ijsvogel heeft een mooie rol in Christaan Weijts roman Het valse seizoen. De vogel staat afgebeeld op de vioolkoffer van Nadège. De ijsvogel staat symbool voor zuiverheid en schoonheid. De violiste Nadège is ook de zuiverste muzikant in de roman. Zij vliegt haar eigen weg en kiest ook voor zichzelf.

Ik had je mee moeten noemen. Iets. Iets had ik moeten doen. Ik heb een inzet gemist. Misschiein hoefde ik alleen maar jouw naam te noemen. Misschien was dat voldoende geweest. Nadège! De ijsvogel die alweer weg is als je roept: een ijsvogel. (70)

Ze is daarmee ongrijpbaar en de verteller weet haar mooi te vatten. Ze laat zich niet zomaar pakken. Ze kiest haar eigen weg en weet daarmee haar oorspronkelijkheid te behouden. Juist het willen vastleggen en niet durven loslaten van de muziek, is de handicap van de violist Camiel.

Ze blijven daarmee om elkaar heencirkelen. Al hebben ze meer verwantschap dan ze denken. Hun verleden ligt dichter bij elkaar dan het zo lijkt. De muziek verbindt ook hier. Muziek is de grote verbinder in deze roman van Christiaan Weijts.

Juist muziek spreekt een verbindende taal. Daar verwijst Nadège ook naar als Camiel haar vraagt naar de ijsvogel op haar vioolkoffer. Ze heeft de afbeelding uit het Prado. Het herinnert haar aan de demonstraties op Puerto de Sol. Ze liep mee met de Indignados.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

Op zoek naar de kiwi

We zoeken de kiwi van vogelpark Avifauna. Hij zit verborgen in het nachthok. In deze donkere ruimtes wordt de nacht nagebootst. Bij de ingang van het verblijf zit de torenuil heel trots op het torentje. Hij staart wijs in onze richting. Of hij slaapt of wakker is, weet je eigenlijk niet. Hij heeft de ogen open, maar is verder heel stil.

We stappen het hok in. Het is stikdonker en ik zie wel wat bewegen. Als we er met z’n allen naar kijken, ziet Inge precies op dat moment achter ons iets wegschieten. Misschien is het de kiwi, maar of hij het echt was, zullen we nooit te weten komen. Helaas.

De roofvogelshow wat later, is bijna net zo indrukwekkend als de eerdere show met de papagaai-achtigen. Hier zie ik een gier uit Egypte, in de weer met een ei. Ik heb het beeld laatst in een presentatie gebruikt als metafoor voor een ontbijt met een eitje.

De gier, de arend en de wouw. Ze vliegen over ons heen. Het maakt veel indruk. Alleen de verrassing om de beesten echt te zien vliegen alsof je in de tropen bent. Dat gevoel is wat minder sterk aanwezig bij deze show. Misschien zijn we net verwend, maar het moment dat de ara’s uit het hok kwamen en in onze richting kwamen. Dat gevoel, is onvergetelijk. Wat een prachtig beeld!

Dit is het laatste deel van een 3-delige serie over het vogelpark Avifauna. We zijn er vorig jaar september geweest.

Vogelshow in het zonnetje

Daarna lopen we om de andere kant van de vijver terug naar het park. Genieten van de rode panda’s die heerlijk in het zonnetje liggen, hoog in de boom. Ze kijken soms verstoord op, om daarna met hun neus weer in hun vacht te kruipen.

Het is wel tijd voor de lunch. Naast de paar broodjes die we bij ons hebben, nemen we ook wat patatjes en een kroketje. Onderwijl praten we over alles en niks. De tijd goed in de gaten houdend, want straks begint de grote vogelshow in het midden van het park.

Het is al druk op de tribunes van vogelpark Avifauna. We vinden een mooi plekje en gaan er zitten in het warme najaarszonnetje. Je zou niet denken dat dit het laatste weekend van september is. We weten niet goed wat we hier nu van kunnen verwachten, maar het is overweldigend.

Vanaf het moment dat de hokken aan de overkant van de vijver opengaan, kijk ik met grote ogen wat er hier gebeurt. De grote ara’s vliegen over. De lange staarten achter zich aan. Net als de neushoornvogel of de vele gele parkieten. Wat een schoonheid. Dit is echt genieten en we krijgen er nog een leuk lesje bij ook.

Ze vliegen allemaal langs. Sommige krijsen, anderen volgen gedwee de instructies op van de presentatoren. Alles vliegt en komt langs. Tot en met het bijzondere vogeltje dat de muntjes in ontvangst mag nemen voor het goede doel. Hij weet ze behendig in de collectiepot te stoppen. Alle reden om na afloop contant te betalen.

Dit is het 2e deel van een verslag van een bezoek aan Avifauna, september vorig jaar. Lees morgen het laatste deel.

Blokje om

De ideeën zijn op en het schrijven loopt vast. Het wondermiddeltje in Almere is een blokje om op de fiets. En het avontuur houdt niet op als de avond valt. In het donker zie je veel meer dan je ziet. Het gordijn zit dicht, maar achter het gordijn gebeurt meer dan je denkt. Goed je oren open en je ziet opeens heel veel in het donker.

De duisternis is heel dichtbij in Almere. Daar hoef je niet lang voor op pad. Stap op een winteravond maar op je fiets en je waant je zo in de onbewoonde wereld. Je voelt je ontdekkingsreiziger en avontuur op nog geen kwartiertje fietsen van huis.

De duisternis trekt mij op deze winteravond uit de drukte van de stad. Als ik de busbaan oversteek, schrik ik best van het donker. Waar zit de bocht in het fietspad? Het lampje dat als een mijnwerkerslampje vastgeklemd zit aan mijn hoofd schijnt over het pad. Daar zit de bocht. Ik fiets iets langzamer onder de snelweg door over het fietspad langs het kasteel.

Best donker nog. De hemel boven mij is helder, maar de maan is er nog niet. Boven mij schijnt Venus als een kingsize ster. Het is onvoldoende om het donkere pad te verlichten. Er ritselt iets achter het hek. Het bos is hier onlangs uitgedund. Bij de snelweg is het helemaal kaal, het verkeer raast in een lichtmuur achter mij, maar de open plekken in het bos zijn bijna niet te zien. Het duister schrokt alles op.

Het bruggetje over, daar begint het kronkelpad. Het is koud. De bril beslaat bij elke ademstoot. Het lampje dat aan mijn hoofd zit vastgeklemd, schijnt vooruit. Niet veel meer dan een paar meter door de nachtelijke nevel. Het pad is bochtig. Iets vliegt weg boven mijn hoofd. Het klapwieken van vleugels.

Als ik over de open vlakte midden in het bos fiets, zie ik twee kleine lampjes midden op het veld terugschijnen. Zijn het reeënogen die mij terugkijken? De duisternis verklapt het niet. Ik moet door en zie nevel door mijn beslagen brillenglazen. Nog een paar bochten.

Ik hoor de weg al razen, zie de lichten tussen het kale bos schieten. Verder ben ik alleen. Ik kruis een bospad. Verderop nog een keer. Tot ik de straatlantaarns weer zie en het tunneltje neemt. Alweer rijd ik het donker in.

Gek idee dat de stad zo dichtbij, aan mijn voeten ligt. Ik fiets midden door het donkere woud, overal is natuur. Maar een klein stukje verder rijd ik zo weer de bewoonde wereld in. Hoe je maar een klein blokje om hoeft te rijden om je helemaal buiten te voelen. De reeënogen aan te kijken en de uilen te horen opfladderen. Een belevenis, zo dicht bij huis.

Terug langs de andere route. Het blokje om nadert het beginpunt. Een echt rondje door de duisternis van Almere is bijna compleet. Een eenzame brommer tuft over het pad. Een buidel licht om zich heen. Terwijl ik doortrap de duisternis uit, weer langs het kasteel, de lichtkolom van de snelweg tegemoet. Hoe snel je het avontuur dat je begonnen bent, weer achter je laat alsof je een boek weer sluit om morgen weer verder te lezen.

En dan alles opschrijven zodat de ervaring nog mooier wordt dan ze al is. Bij het schrijven speelt het verhaal zich weer voor je ogen af. In het donker, met de kou en de geluiden in je hoofd. Het maakt de belevenis compleet. De inspiratie is weer teruggekeerd in mijzelf.

Verhaal ingezonden voor de schrijfwedstrijd: Ultrakort verhaal gezocht van Literair Festival Schrijversblock Almere.

Hooien – #fietsvakantie

Het inpakken gaat steeds sneller. Al is de hele camping uitgestorven. Alle senioren zijn die ochtend met veel bijbehorend kabaal vertrokken. Op hun elektrische fietsen gingen ze weg. Ik heb slechts 1 oudere gezien op een gewone fiets. Het is fiets-4-daagse in Denekamp. Hartstikke leuk, volgens de campingeigenaar, die nog even een praatje komt maken. Wij stappen op de trappers en rijden op eigen kracht.

De tocht gaat een stuk langs de grens en we zullen ook nog even naar Nordhorn gaan. De boeren zijn ook vroeg opgestaan. Het is een drukte van belang. De maaiers en tractors vol met hooi rijden af en aan. We pakken eindelijk een rustig weg in de richting van Nordhorn.


In Nordhorn verdwalen we genadeloos. We hebben wel heerlijke broodjes gehaald, maar de bewegwijzering voor fietsers houdt precies bij de grens op. Zo duurt het even voor we weer terug zijn in Nederland.

Het lijkt wel of iedereen opgetrommeld is om mee te helpen met het hooien. Overal is bedrijvigheid op deze mooie zomerdag. Veel boerinnen en boerendochters rijden op de grote tractors voorbij. Het meest extreem is het bij Geesteren waar ik een jongen en meisje, nauwelijks ouder dan Doris zie. De jongen kan amper bij de pedalen van het voertuig. Levensgevaarlijk. We rijden snel voorbij en hopen dat er geen ongelukken gebeuren.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Bederf de aarde niet

De laatste boodschap die Konstantin Paustovski achterlaat, is van een betoverende schoonheid. Hij heeft eeuwigheidswaarde, zo ervaar ik het. Want het onderwerp is actueler dan ooit. Op het briefje dat hij heeft nagelaten staan zijn mooiste woorden geschreven. Het is een oproep om de aarde niet te bederven, maar zuinig te zijn op deze wereld:

Deze aarde is onze woning, geef haar niet uit handen aan verwoesters, laag volk en leeghoofden. Wij als erfgenamen van Poesjkin, zullen daar rekenschap en verantwoording over moeten afleggen. (570)

De verwoesters, laag volk en leeghoofden lijken nog altijd alle ruimte te hebben. En dat mag je je als nadenkend mens, je aantrekken. De wereld verandert zo van iets moois in een ruïne waaruit elk greintje leven is verdwenen. Een aansporing om zuinig te zijn met deze aarde. Het is ons huis en we moeten het niet laten bevuilen.

Je kunt er ook een kunstzinnige oproep in lezen, om zuinig te zijn met de literatuur en de dichtkunst. Deze zijn immers net zo fragiel en kostbaar als de wereld om ons heen. De erfenis van dichters als Poesjkin. Wat mij betreft hoort Konstantin Paustovski daar zeker ook bij.

Als de bloemlezing en vertaling van Wim Hartog mij iets heeft gebracht, dan is het de waardering en liefde voor de schrijver Konstantin Paustovski. Wat een schrijver is dit. Zelfs in eenvoudige brieven aan zijn vrouwen en kinderen, blinkt hij uit. Hij laat zien dat een schrijver nooit stopt met werken, maar de woorden vindt om zich uit te drukken.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

Het geheim van Almere

Dat er in Almere bomen sneuvelen, vindt Redmond niet zo heel erg. ‘Het kan geen kwaad als er af en toe een paar tegen de vlakte gaan. Dat levert ook weer heel veel nieuw leven op.’ Wel wijst hij op de waarde van zoet water. ‘We vergeten weleens dat veel vluchtelingen hier helemaal niet komen vanwege de rijkdom. Ze komen omdat ze geen water meer hebben.’

Daarnaast wijst Redmond op de kracht van vrouwen in de samenleving. ‘Ze worden ontzettend onderschat, maar ik zie bijvoorbeeld in Afrika bij stammen: vrouwen zijn de baas. Ze gunnen de alfa-mannetjes hun overwinningen, maar eigenlijk zorgen zij voor 90 procent voor het eten. De alfa-mannetjes danken hun status aan de vrouwen. Dat zie je ook bij apen.’

De grasdaken zoals hij deze in Nobelhorst ziet, zijn ontzettend mooi. Redmond pleit ervoor dat we overal grasdaken gaan bouwen in Almere. Het is zo mooi en meteen ook goed voor de natuur. Zo krijg je veel meer groen om je heen en het moet om groen draaien.

Het boek waaraan Redmond werkt, vordert erg langzaam. Dat verklapt hij. Het begint 12.000 jaar geleden met de eerste bewoners van deze streek. ‘Ze zeggen weleens dat Almere helemaal geen historie heeft, maar daar klopt niks van. Het zit hier boordevol historie.’ De opening is bij de groene weiden waar het landschap hier in Flevoland uit bestond.
Van de eerste bewoners zal het uiteindelijk gaan naar de Oostvaardersplassen, het mooiste natuurgebied van Europa. ‘Dat er zo’n groot natuurgebied kan zijn in zo’n klein land. Het is geweldig.’

Net als dat Redmond heel enthousiast is over Almere. ‘Toen ik hier voor het eerst kwam, was ik verbaasd over de communistische bouw. Hoe kunnen mensen in zulke lelijke gebouwen wonen, terwijl Nederland zo’n rijke architectuur heeft. Ik kan me er nog steeds over verbazen. Neem bijvoorbeeld de Gouden piramide.’

Later vindt hij het geheim van Almere: het groen. ‘In Almere is het groen in de stad gebracht en niet andersom. Dat is echt geweldig en dat moet ook worden gekoesterd.’

Twentse Welle

We bezoeken het Rijksmuseum Twenthe en hebben de auto geparkeerd in Roombeek, vlakbij het monument van de vuurwerkramp. Midden in dit open terrein ligt de plek waar de explosies zijn geweest. Een grote krater ligt hier als het bewijs van deze verschrikkelijke ramp op 13 mei 2000.

De wijk is na deze ramp helemaal uit haar as herrezen. Wat een prachtige wijk is dit geworden. De vermenging van oude fabrieken en de nieuwbouw van na de ramp. Het zijn voorbeelden hoe moderne stedenbouw te midden van de industriële gebouwen een harmonieus geheel vormen.
In 1 van die gebouwen zit de Twentse Welle, de bron van Twente. In dit museum kun je de geschiedenis van Twente beleven. In de grote fabriekshallen, proeven we de historie. Het begint met de ijstijd, de wolharige neushoorn en de mammoet. Enorme dieren dier hier leefden. De gereconstrueerde neushoorn maakt indruk. Het grote mammoetskelet is samengesteld uit een heel veel gevonden mammoeten.
Bij de entree maken de gigantische slagtanden van een andere mammoet indruk. En wat dacht je van de doorsnede van eikenboom van Oele! Het is een boom die zeker duizend jaar oud moet zijn geweest. Wat een gigantisch ding en wat mooi dat hij hier staat. Zulke voorwerpen nemen je mee het verleden in.
Zo worden we meegenomen in de verdere geschiedenis van Twente. Het ontstaan van de wereld laat zich vertellen aan de hand van dit stukje Nederland. Het is te zien in een 3D-animatie. Het verplaatsen van de wereldplaten en daarmee het verschuiven van het klimaat. Zo ligt Twente ter hoogte van de koude polen of juist midden in de tropen. De uitwerking van deze gebieden is hier allemaal in de bodem terug te vinden. De gevonden afdruk van een man in een graf, brengt het verleden even heel dichtbij.
Het model van het Los Hoes dat hier staat, is eveneens indrukwekkend en roept meteen herinnering op aan de zomervakantie toen we in het gelijknamig museum waren in Ootmarsum. Iets verderop komt de geschiedenis steeds dichterbij: de textielindustrie hier in Twente. De grote machines die draaien klinken lieflijk, maar dat komt ook omdat het er maar een paar zijn. Toch geven ze genoeg indruk hoe het eraan toe ging in de Twentse textielfabrieken.
Zo geeft dit museum een mooie inkijk en combineert geschiedenis met natuurlijke historie. De vogelnestjes in alle soorten en maten, de levende spinnen en de machinematige spinnenkop. Ze komen heel treffend samen in de Twentse Welle.

Wintertochtje – #omzwervingen

De winter nadert. Het duurt niet lang meer of de kortste dag komt. Het is zondagmiddag en ik wil nog graag even naar buiten. Ik stap op mijn fiets en rij in eerste instantie in de richting van het kasteel, maar dan besluit ik net na het ziekenhuis af te slaan om naar de Lepelaarplassen te rijden. Zo lang niet geweest heb ik behoefte aan een update.

Zo rij ik even later langs het Hannie Schaftpark. Het heeft geholpen dat ik vandaag gewerkt heb aan de lijst met blogs voor 2016. Zo kwam ik uit bij de blog met foto’s waar ik op dit fietspad rij. Nu zie ik de bomen kaal aan weerszijden van het fietspad. Het bos is een stuk kaler. Slachtoffer van de kapdrift van de gemeente Almere. Geen boom lijkt hier te mogen blijven staan.

Ik rij over de dreef de vaart over en pak dan het fietspad langs de sportvelden in de richting van het Wilgenbos. Er hangt een dikke bewolking boven de stad en ik merk dat het meeste licht vandaag wel geweest is. Over het kiezelpad langs het water van de vaart. Dan kom ik bij de sluizen.

Geen fietser of wandelaar kom ik meer tegen. Vlak achter de sluis de rij met knotwilgen, waartussen de eenzame dennenboom staat. Hoe is dat boompje hier gekomen en waarom is het hier blijven staan?

Het is helemaal leeg in het Wilgenbos. De bladeren op het fietspad maken het nog spannender. Ik herinner mij hoe ik hier een paar weken geleden fietste vlak voor zonsondergang. Het donkere bos om mij heen en ook zoals nu, niemand tegenkomen.

Ik geniet van het kronkelige pad en stop alleen om een plantje met mooie weelderige bolletjes erop op de foto te zetten. De bramenstruiken erachter, met een knipoog naar de zomer om ze weer leeg te mogen plukken.

Door in de richting van het gemaal. Als ik over het bruggetje rij, zie ik iemand aan de overkant op het bankje zitten. Hier plukte ik een paar maanden geleden nog bramen. Het waren er niet veel. Met mijn fiets zonder versnelling weet ik niet helemaal boven te komen zonder af te stappen.

Ik steek over, over de sluis en kijk naar de Trekvogel, het bezoekerscentrum. Deze barak is het eerste en daarmee oudste huis van Almere en staat nog steeds op zijn oorspronkelijke plek. Hier werkten de eerste pioniers om de polder droog te malen. Het gebouw is sfeervol verlicht.

De weg over, daal ik weer af van de hoge dijk. Een man heeft zijn fiets in de berm gelegd om een bijzondere vogel te bekijken. Ik rij over een spiksplinternieuw bruggetje langs de wilgenrijen en bramenstruiken. Tot ik bij het insteekje kom naar de uitkijkhut aan de plas. Het begint al een beetje te schemeren en als ik bij de hut kom, staan alle plankjes voor de uitkijkgaten.

Lees morgen het tweede deel van deze fietstocht Schemering

Vogels

img_20161201_213213
Een tijdje terug zat ik in vergadering op de bovenste verdieping van mijn werk. Het was prachtig, helder weer en ik zag hoe 2 roofvogels prachtig om elkaar heen cirkelden. Het had wel weg van een paringsdans of misschien bepaalden ze hun leefgebieden, maar ik kon even heerlijk ontsnappen in een saaie meeting.

Het zijn taferelen waar ik echt ontzettend van kan genieten. Redmond O’Hanlon woonde op uitnodiging van de Floriade een tijdje in het lege gebouw van de voormalige duikersschool bij het Weerwater. Vanuit het huis keek hij uit op het Vogeleiland. Een prachtig klein gebiedje dat aan de aandacht van mensen is ontsnapt en waar de natuur zich heel verrassend ontwikkelt.

De menselijke aandacht is nu wel op het gebied gericht. De gemeente heeft het gebied aangewezen voor de Floriade in 2022. Een evenement waar veel discussie over heerst. Ik zie veel protesten op de fietspaden gekliederd in grote letters tegen dit evenement. De keuze voor dit gebied als Floriadeterrein is in mijn ogen ook echt verkeerd.

Met name op het Vogeleiland leven veel dieren. Bevers, er is een schildpaddenkolonie en vogels als de havik hebben hier hun leefgebied. Redmond O’Hanlon laat het in zijn films ook prachtig zien. Zo dicht bij de stad beleeft hij veel avonturen met de dieren die hier wonen. Het geeft de stad extra gewicht en juist een groen evenement als de Floriade zou de natuur in dit gebied niet mogen verstoren.

Helaas mag Redmond daar niks over zeggen. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt, luidt het spreekwoord. Wel jammer dat uitgerekend een natuurschrijver als Redmond O’Hanlon dit lot treft.

Gelukkig helpt de trage besluitvorming wel mee om nog even te genieten van dit stuk. Als ik de vogels, schildpadden en bevers was, zou ik een rechtszaak beginnen. Grote kans dat je wint.