Tagarchief: omzwervingen

Amsterdam Rijnkanaal – #omzwervingen

Zo rij ik even later weer langs het Amsterdam Rijnkanaal. De harde wind in de rug fietst verrukkelijk. Zo trap ik gestaag, maar is mijn snelheid gigantisch. Ik haal iedereen in. Zelfs de schepen moeten eraan geloven, ik fiets ze gewoon voorbij.

Het gaat zo lekker dat ik besluit om verderop de brug te pakken onder de A1 en de A9 door. Wat een herrie maakt dat verkeer zeg. De zon in de rug door naar de spoorbrug.

Er zijn alweer wilgen gepland op de plek waar eens het Diemerbos stond. Zo rij ik over het kanaal en geniet nog even van de schaduw van de brug over het water. Het schip dat ik net heb ingehaald vaart onder mij door. Ik zwaai.

In Weesp zie ik nog eens goed de afgeknotte torenspits van de katholieke kerk. De deuren staan er open. Misschien om het goed te laten drogen of zou het een ander doel hebben? Ik fiets meteen even langs de kringloop. Een vrouw met een brilletje scharrelt tussen alle oranje prullen voor Koningsdag.

Een man en vrouw met een kind neuzen tussen de boeken. Het kind wil uit de wagen, daarom geven ze het maar even een boekje. Als ze even later wegwillen, pakken ze het boek weer af, terwijl het meisje er zo lekker in bladerde. Ik kan helemaal begrijpen waarom ze huilt en voel mij boos worden op de ouders.

Ik wil weer door, nu lekker naar huis. Als ik door de polder rijd op weg naar de Hollandse brug, zie ik de bioloog Midas Dekkers lopen. De beroemdste inwoner van Weesp. Ik groet, krijg een knikje terug. De wind in de rug geeft mij vleugels en ik probeer nog snel een foto te maken van de wolkenhemel. Wat is dit heerlijk!

Bij het bankje hou ik nog even pauze. Even nog een lekker stuk paasbrood. Het is nog over van vorige week. Ik peuzel het lekker op en zie een busje van de brandweer stoppen. Ze lopen heen en weer. En weer terug naar het busje.

Als ik even later weer op de fiets stap, houdt een brandweerman mij tegen. Hij vraagt of ik uit Weesp kom en misschien een koe in de sloot zag staan. Nee, niet gezien. Alleen maar Midas Dekkers.

Mijn been doet zeer bij het trappen. Ik ben misschien iets te fanatiek geweest. Door het Kromslootpark terug, maar de wind is fel. Altijd weer die tegenwind. Ik kom moeizaam vooruit. Moe van de kilometers. Ik heb er genoeg van, trap steeds vooruit. Het wil niet lukken. De snelweg suist onafgebroken door en trap onafgebroken verder. Bijna thuis.

Dit is het 5e en laatste deel van een omzwerving van Almere naar Amsterdam en terug.

Helder en eerlijk licht – #omzwervingen

Ik sta zo op het plein voor de Amsterdamse Westerkerk en probeer mijn fiets weg te zetten. Ik ruik een geur van verbrand rubber en andere verontreiniging die uit de donkere wolk komt die over de stad waait. Precies op het moment als ik mijn fiets vastzet, begint mijn telefoon verschrikkelijke herrie te maken. Het is een alert, waarin ik opgedragen wordt ramen en deuren te sluiten. Net als de ventilatie uit te zetten.

Als ik bij de ingang van de kerk kom, is er een opstootje. Een man laat zich neervallen, terwijl de beveiliger hem tegenhoudt. Hij begint te gillen in het Engels dat hij de politie er dan maar bij moet houden. Ik passeer de drukteschopper en stap naar binnen.

De Westerkerk is een prachtige kerk. Vooral het licht is er heel erg mooi. De hoge ramen dragen daaraan bij, misschien ook de plek waar de ramen op uitkijken. Het lijkt wel of je zo de gouden eeuw in stapt. Heel helder en eerlijk licht. De kleur komt fris over, alsof de tijd stilstaat en niets meer beweegt.

Dan sta ik weer buiten, pak mijn fiets en rij nog even in de richting van de Kinkerbuurt. Ik wil nog even langs het huis fietsen waar Gerrit Komrij in Amsterdam heeft gewoond, aan de Jacob van Lennepkade. Ik moet op mijn mobieltje zoeken welk nummer het was, inderdaad 191. Dan nog een stuk doorfietsen tot ik hem heb.

Aan de overkant kan het huis beter op de foto zetten. Het ruikt naar wiet. Terwijl ik zo kijk, vraag ik mij af of ik hier niet eerder was. Had Jan van Aken zijn woonboot niet ergens hier liggen? Ja, dat moet inderdaad zo geweest zijn. Het idee dat hij hier vlak voor het voormalig huis van Gerrit Komrij zijn woonboot had liggen, vind ik grappig en weemoedig tegelijk.

Ik besluit om te keren, maar misschien moet ik ook nog even bewust op zoek naar het grachtenpand van Boudewijn Büch. Zo rij ik even later over de Dam, langs de kermis. Het is overal verschrikkelijk druk en het kost mij veel bellen, remmen en ontwijken om bij het Waterlooplein te komen.

Voor de Portugese synagoge bij het stoplicht besef ik dat ik vergeten ben langs het huis van Boudewijn Büch te rijden. Ik rij door. De Hortus is misschien wel leuk om even te kijken. Ik zie dat de Museum Jaarkaart er niet geldig is en de entree 9 euro bedraagt. Teveel. Dan maar door.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Amsterdam Rijnkanaal

Rookwolk boven Amsterdam – #omzwervingen

Ik besluit om verder te rijden over de dijk, langs het bijzondere huis. Het lag vroeger ver buiten Amsterdam, nu raast het verkeer er van de A10 langs. Er wordt hier gewerkt aan de sluis, maar voor de fietsers is er een alternatieve route op vlonders aangelegd. De brug over het kanaal is volgekliederd met graffiti.

De woonboten die op het water achter de brug dobberen, zijn allemaal beschilderd en half vermolmd. Hoe kunnen hier mensen leven. Een zwaan heeft hier een nest gebouwd terwijl de fietsers hier omhoog klimmen.

Dan ben ik zo bij de kringloopwinkel Juttersdok. Ik kan het niet laten om hier even een kijkje te nemen. Zo loop ik er even later uit met de enige historische roman van A.F.Th. van der Heijden Ochtendgave. Ook heb ik een boek gevonden met korte bijdrages van Armando over zijn verblijf in Berlijn, in de jaren ’80. Boeken die ik niet heb en zeer welkom zijn in mijn bibliotheek.

Een slok water en ik rij in de richting van het centrum. Ik besluit om via station Amsterdam Centraal te fietsen. Mogelijk kom ik dan wat sneller vooruit dan wanneer ik via de binnenstad in de richting van de Westerkerk rij. De tegenwind en de regen worden er niet minder op. Ik haal soms een moeder in die met een leeg achterzitje rijdt.

Bij het stoplicht sta ik dan stil om haar even verderop opnieuw in te halen. Bij het muziekgebouw zie ik een donkere wolk in de richting van de stad blazen. Zou er een brand zijn in het havengebied? Het lijkt er wel op als ik zo kijk. Ik maak een foto en zet het op Instagram met de vraag of iemand weet waar dit vandaan komt.

Ondertussen eet ik hier op het bankje van het aidsmonument met zicht op het IJ, een broodje met bramenjam. Het antwoord laat niet lang op zich wachten: er is een flinke bedrijfsbrand in het havengebied.

Als ik dan achter het station omrijdt, pak ik niet de tunnel die meteen voor het station uitkomt, maar eentje verder. Zo kom ik vrijwel meteen op de juiste gracht, de Prinsengracht. Een lange rij voor het Anne Frankhuis zie ik staan. De wandelaars zijn heel slordig met oversteken. Ze kijken niet of het kan, maar gaan gewoon.

Toeristen die niet gewend zijn aan fietsers. Net als dat er veel fietsers zijn die niet gewend zijn aan fietsen. Je herkent ze snel aan opzichtige fietsen waarmee ze als grote groep samengeklonterd fietsen. Zo ontwijk ik alle mogelijke wandelaars op weg naar de Westerkerk. Niet zo ver als het lijkt.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Helder en heerlijk licht

Lammetjes en een vuilnisbelt – #omzwervingen

Ik rij over het bruggetje Muiden binnen. Over de smalle straat naar de sluis. Hier kruipt al het verkeer overheen. Er hangt een groot geel bord dat de doorgang verbiedt voor gemotoriseerd verkeer op zondag. Dan moeten al die plezierjachtjes door de sluis waarmee het hele stadje vast komt te staan.

Als ik bij de sluis kom, gaat de brug net open. Of dicht, het is maar van welke kant je het bekijkt. Er ligt een groot plezierjacht in de sluis. De brug draait met veel gerinkel open. De boot vaart weg, brug weer dicht en ondertussen heeft zich een flinke opstopping van fietsers, wandelaars en auto’s zich voor de brug verzameld.

Over de dijk mag je in deze tijd van het jaar. Het fietspad is weer open en ik fiets langs de oude zeedijk. Links van mij staan de tuinen. Veel auto’s, caravans en bootjes in de tuinen. Weinig groen te vinden. Iets verderop, voorbij de batterij waarin de scouting van Muiden zich verborgen houdt, openen de volkstuintjes langs de dijk, de aanval tegen de gemeente. De grote letters op de protestborden schreeuwen dat zij zich niet zomaar uit hun paradijs laten verjagen en dat de gemeente Muiden corrupt is.

Dan laat ik de corrupte tuintjes achter mij en ga de dijk op. Daar grazen de schapen. De lammetjes roepen om hun moeder en krijgen altijd antwoord van 1 schaap. De herkenning, de bevestiging. Dan springen ze weer in het veld. Ik zie een wit lammetje naast een zwart lammetje staan. Ze kijken guitig mijn richting uit. En ze zijn zelfs bereid om voor de camera te poseren.

In de verte raast het verkeer van de A1 achter de nieuwe hoge geluidsschermen. Een brede corridor door het landschap die er geen deel meer van uitmaakt. Geïsoleerd schiet het verkeer achter de wand van steen en glas. Als ik voorbij de elektriciteitscentrale ben, begint het te regenen. Steeds harder. En hier kan ik nergens schuilen.

Ik trap dapper wat harder. Daar is een tunneltje onder de weg naar IJburg. Maar nog voor ik bij de tunnel ben, houdt het op met regenen. Ik bekijk gelijk de hoeve die hier ligt. Het is een wonder dat deze hier nog staat. Op het grote bord dat op de natuur in dit gebied wijst, zie ik dat ik zojuist een Blauwborst heb gezien.

Over de sluis bij Diemen en het kleine huisje ernaast naar de lange weg van het Diemerpark. Boven deze vuilnisbelt is een uniek natuurgebied verrezen. Alleen verwijzen de vele pijpen en putten in het landschap dat hier iets onder ziet dat het daglicht niet kan verdragen. Ik hoop dat het niet omhoog of omlaag sijpelt, want zo op het oog is het hier prachtig.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees zaterdag Rookwolk boven Amsterdam

In het donker terug – #omzwervingen

Een uurtje later rij ik in het donker weer terug. Het is snel gedaan, bijna alles is donker. Toch kan ik genoeg zien. Bij de lange donkere tunnel onder de snelweg stop ik even om het trappetje voor de werklui te pakken. Ik klim omhoog en krijg een heus gevoel net met mijn kop boven het wegdek van de snelweg uit te steken. Het verkeer raast met zijn schietende lampjes voorbij.
Zo stap ik even later weer op mijn rijwiel en pak de nieuwe route door het Kromslootpark. Zeker in het donker zie ik niet alle gaten in het fietspad, maar ik geniet van de duisternis, al leidt de lichtkoker links van mij best af. Het verkeer raast door, maar toch contrasteren de overvliegende ganzen met hun gakken dit geluid goed.

Ik nader Almere vanaf het Vroegevogelbos, langs de schaapskooi en duik dan onder de snelweg door. Wat is het hier achter het restaurant Atlantis kaal. Al het bos dat hier achter lag, is verdwenen. Het verkeer krijgt hier alle ruimte in ruil voor al dat groen.

Bij het Weerwater kan ik het niet laten om een foto te maken van de hoogbouw, zo mooi als deze weerspiegelt in het water. De waterhoentjes vechten om de aandacht en zwemmen mij met hoge snelheid tegemoet. Ik heb niks te eten en moet ze daarom teleurstellen. Maar gelukkig hoor ik een nieuwe groep ganzen boven mij vliegen op weg naar hun slaapplaats voor vannacht.

Fietsen door de schemering – #omzwervingen

Ik maak een fietstochtje richting Naarden, de kringloopwinkel als einddoel. De dagen worden steeds korter en als ik om half 4 vertrek begint de schemering al. Het is alweer een tijdje geleden dat ik hier gefietst heb. Zeker omdat de snelweg zo snel verandert, kan het weer veel nieuwe beelden opleveren.

Langs de spoorbaan staan de geluidschermen. Ik snap het niet helemaal waarom al het geld hierheen is gegaan en niet naar een verbreding van de spoorbaan. Alles is geïnvesteerd in de weg, waarmee de trein al bij voorbaat op achterstand staat. Maar dat is iets wat ik vind en waar weinig meer aan te doen valt.

De paar treinen die passeren hoor ik gewoon en ik vraag mij af of het nu echt heel veel scheelt. De rij bomen die hier vroeger stond, hield ook veel lawaai tegen en dat was een mooie groene wal. Nu kijk je tegen een stenen muur met een glazen bovenkant. Het is gewoon lelijk, waarbij ik mij ook afvraag hoe veilig het is. Je zit toch vast in een schacht.

De kale vlakte aan deze kant van de spoorlijn als ik door Almere Poort fiets, geeft het landschap iets wijds en leegs tegelijk. De fiets trekt zich er weinig van aan, kronkelt bij het station Almere Poort door en rijd dan trefzeker over het rechte pad in de richting van de Hollandse brug. De grote zandheuvel voor de snelweg valt best op.

Dan fiets ik gelijk op met de snelweg. Het verkeer raast in een hoog tempo voorbij en lijkt geen genade te kennen. Als ik dan bij Muiderberg onder het spoor door rij in de bocht naar beneden, fiets ik even later weer onder het spoor door de lange tunnel verder onder de snelweg. Zo kom ik het Naarderbos binnen.De golfbaan is even rustig als altijd. Een paar verdwaalde golfers kom ik tegen, maar verder is het rustig. Zo passeer ik de oude zeedijk weer en fiets onder de A1 door in de richting van de kringloopwinkel.

Schemering – wintertochtje (2) #omzwervingen

Ik open een luikje in de observatiehut en tuur naar buiten. Het is rustig op het water. Alleen een stel ganzen gakken over het water. De witte lijven dobberen voor de bosrand.

Verder is het stil. Het klotsende water tegen de donker wordende wolkenhemel. Als ik terugfiets over het paadje naar het grote fietspad geniet ik.

Hoe mooi de zachte kleuren zijn in dit jaargetijde. Het gele riet en de donkere boomstammen. De lichtgrijze hemel die duidelijk door de kale takken heen komt. Het is zo anders dan de felle lichten van de zomer. Het lijkt wel of dit de mooiste tijd van het jaar is.

Ik sla af in de richting van de natte graslanden. De enige tegenliggers die ik zal tegenkomen als ik aan deze kant van de Lepelaarplassen fiets. Daar tref ik een afgebroken boomstam aan.

Hier zijn bevers bezig geweest, niet al heel lang geleden is duidelijk te zien. Het ziet er als vers aangevreten hout. Ik speur over het water of ik een beverkop boven het water uit zie komen. Helaas.

Het is hier drassig. De koeien van afgelopen zomer zijn weg. De bomen zijn kaal, maar het weinige licht is voldoende om kleuren te zien en te genieten.

Ik zie soms een hele kleine rietvogel wegschieten over het fietspad. Het is even een heerlijk moment voor mij alleen. Zo’n moment waar je nog dagenlang van kunt nagenieten.

De stad flikkert in honderden lichtjes over het water. Op de Hogering zie ik de lampjes van het verkeer, wit en rood. De avondschemering laat de maan al zachtjes schijnen door de dunne bewolking.

Het is niet ver meer en ik rij helemaal in het donker als ik weer door de Noorderplassen rijd naar huis.

De Gateway Diner staat in het volle licht als ik het Beatrixpark doorfiets. Alles verder donker. De bewegende rode lampjes laten zien dat er voor mij een hardloper rent.

Als ik hem over het bruggetje passeer, duik verder de duisternis in. Het is nu echt avond. Door de uitgedunde bosrand van het park kan ik het verkeer zien razen.

Bijna thuis.

Herfstrondje plassen (2) – omzwervingen

img_20161016_153314.jpgIk verlaat de observatiehut en stap op mijn fiets. Het zien van de ijsvogel geeft mij vleugels. Als ik het zijpaadje neem, beland ik spoedig op een onbegaanbaar pad. Het is voornamelijk blubber waar ik doorheen moet. Daar kan mijn fiets niet zo goed tegen. Even later sta ik mijn rijwiel schoon te maken op het paadje naar de uitkijkhut. Dikke modder, afgewisseld met het gemaaide riet dat over de blubber lag.

Dan de dijk op, in de richting van de Oostvaardersplassen. Wat schijnt de zon toch mooi in deze tijd van het jaar. De bomen ogen zo mooi zacht groen en tinten al in de bruine en gele kleuren van straks. Ze steken prachtig af tegen de rietkragen die tussen land en water groeien. Vanaf de dijk ziet het er allemaal extra mooi uit.

img_20161016_160101.jpgAls ik dan afdaal in de richting van de Oostvaarderplassen kies ik het kronkelweggetje evenwijdig aan de dijk. Zo fiets ik alle wandelaars ontwijkend al bellend naar de Oostvaardersplassen. Happend naar de vele vliegjes die zich tegoed doen aan het warme weer. Ik fiets verder en beland uiteindelijk op het schelpenpad dat evenwijdig aan de plassen loopt.

Ik zie uiteindelijk meer mensen dan dieren zo fietsend onderweg. Haal het ene na het andere groepje mensen in. Voorbij een man in een elektrische rolstoel, geholpen door een begeleider die de joystick naar beneden gedrukt houdt. Verderop een vrolijk gezin met opa en oma, kinderen en kleinkinderen dat midden op het fietspad loopt.

img_20161016_162113.jpgBij het bezoekerscentrum Van de Oostvaardersplassen staat weervrouw Marjon de Hond. Ze kletst nog gezellig na met enkele gasten van haar lezing over wolken. Ik ben vandaag bewust niet gegaan omdat ik geen zin had in mensen. Ik loop snel het bezoekerscentrum binnen om er even snel weer uit te komen. Ze staat er nog met een kopje koffie in haar hand. Ik kijk vooral naar het water om het gebouw. Veel riet en eenden die hun kop verstoppen in de veren.

Ik drink water en stap weer op de fiets. De jas die ik aangetrokken had, heb ik al sinds de eerste hut bij de Lepelaarplassen uitgetrokken. Zelfs het vest dat ik bij me had zit in de fietstas. De verrekijker van opa ligt ook weer in de box. Zo rij ik weer verder.

img_20161016_162524.jpgDaar langs het lage dijkje dat de weg en het fietspad van de Oostvaardersplassen houdt, zie ik een grote groep vogels opvliegen. Ze wieken in golvende bewegingen alsof het grote vlinders zijn. De witte borst van de vogels licht zilverkleurig op in de lage zon. Dit is genieten. Niemand op het fietspad alleen de vogels boven mij.

Ik denk dat het kieviten zijn, maar durf het niet met zekerheid te zeggen. Ik koester vooral het moment en geniet van de vliegende vogels die even later achter de rij populieren verdwijnt het Zuiden en de zon tegemoet.

img_20161016_163233.jpgZo duik ik even later het bos in en maak af en toe een foto van het bos om mij heen. De zomerkleur maakt meer en meer plaats voor de herfsttinten. Zachte kleuren die de laaghangende zon zo mooi kleurt. Wat is dit toch een mooi jaargetijde. Zeker ook omdat het zo lekker warm is op deze zondag.

Ik keer pas aan het einde van het fietspad en rij weer terug naar Almere. Verderop verbaas ik mij er weer over dat het Spoorbaanpad al zoveel maanden totaal afgesloten is voor fietsers. Het lijkt wel of ze er jaren over doen om een paar geluidschermen te plaatsen.

img_20161016_172219.jpgHoe blij ben ik als ik dan weer door het Den Uylpark fiets, waar ik een paar uur eerder begon. De zon licht mooi op de rij lindebomen. Op een haar na thuis.

Herfstrondje plassen (1) – omzwervingen

img_20161016_152516.jpgDeze mooie herfstdag lokt mij naar buiten. Ik stap op de fiets en rijd met een heerlijk windje in de rug naar de Lepelaarplassen. De zon schijnt welig. Er hangen slechts een paar losse plukjes wolk in de lucht. Zo flits ik door de wijk Noorderplassen en belandt snel op het smalle schelpenpaadje in de richting van de natte graslanden.

Natte graslanden

Ik stap af bij het overkapte uitzichtpunt en tuur over de graslanden. Er is niet zoveel leven te bespeuren. Een zilverreiger staat in de sloot en tuurt in de sloot om toe te slaan als hij er iets eetbaars bespeurt. De eenden drijven met de kop in de veren op het voorliggende water. De wind waait flink over het gebied.

img_20161016_150416.jpgVerderop kijk ik weer en zie weinig meer leven. Er grazen wel een hele groep runderen, maar de vogels houden zich op die paar zilverreigers en eenden rustig. Ik rij verder, kom hardlopers en een enkele fietser tegen. Het is hier rustig. Verderop, waar de witte koeien lopen, is het een stuk drukker. Daar moet ik de wandelaars, fietsers en koeien ontwijken.

Kijkhut

Ik sla af in de richting van de kijkhut. Het is er druk. De meute heeft zich allemaal aan de rechterkant verzameld. Aan de andere kant zitten een paar verdwaalde toeristen. Ik vermoed dat er weer een ijsvogel af en toe voorbij vliegt. Ik meende er al eentje te horen op het smalle pad bij de koeien. Dan hoor ik de hoge toon. Er is er eentje in aantocht, hij schiet voorbij en gaat links op een takje zitten. Ik vertel de man die naast mij staat, dat er een ijsvogeltje zit.

img_20161016_151624.jpgHij praat met een sterk Vlaams accent: ‘IJsvogel? Die heb ik nog nooit gezien.’ Ik moet bijna zijn hoofd in de goede richting duwen, maar zijn vrouw die naast hem staat, ziet het diertje zitten. Hij is jong, nog niet dat heldere blauw op de rug. Een sterk rode borst. Ik geniet van dit korte moment. Tot hij wegschiet over het water in de richting van de wilgen. Dit is zo mooi.

Kwekkende vogelaars

Aan de andere kant van de hut kwekken de vogelaars luid met elkaar. ‘Het lijkt hier wel een receptie’, zeg ik tegen een vogelaar die naast een hele grote toeter van een camera staat. Hij knikt. ‘Alsof er helemaal niks te zien is.’ Ik zie achter hem de vogelpoep uitgesmeerd op de muur. Hier zaten afgelopen zomer de zwaluwen. Niet bang voor de vogelliefhebbers.

img_20161016_151437.jpgHet is genoeg. Het gesprek bij de vogelaars gaat over diefstal. Dieven die spullen uit huis halen, op klaarlichte dag, mensen die auto’s leegroven. Airbags die uit de auto worden gehaald, zonder een braakspoor achter te laten. Of camera’s, foto’s en andere waardevolle spullen die ze meenemen.

img_20161016_145326.jpg

Lees maandag het 2e deel van de fietstocht langs de Lepelaarplassen en de Oostvaardersplassen.

Afbuigen – omzwervingen (2)

Ik besluit toch af te buigen naar de hut op de grote plas. Een echtpaar met een kinderwagen staat met de rug naar de openingen toe. Een man en een echtpaar is aan de andere kant druk met elkaar in gesprek. Het jonge stel groet mij vriendelijk en ik duik snel in de richting van een smalle opening.

Dan verraden ze waar ze naar kijken. Vlak naast mij zit een zwaluwnest. 4 kopjes kijken me met de brede, smalle bekjes aan. Dan scheert een ouder door de opening, vlak langs mij heen en geeft het kroost eten. ‘Daarom zitten we omgekeerd zegt het jonge stel.’ De opening van de kinderwagen is eveneens naar hen gekeerd. Zo zien ze hun kroost en de jonge zwaluw in 1 oogopslag.

De braamstruiken laten al de nieuwe vruchten zien. Dat kan een mooie oogst worden dit jaar. Ik zie er al naar uit. De wilgenbossen aan de andere kant van de vaart, zien er prachtig uit. De wind blaast de bladeren zilver, de bomen veranderen in het decor van een sprookje waarlangs de boten tuffen.

Het wilgenbos verliest zelfs niet in de zomer de geheimzinnigheid die je associeert met andere tijden van het jaar. Juist het donker, het gesuis van de bladeren in de wind en de hoge brandnetels. Tussen de wilgen hangen draden spinnenweb en andere webben van kleine beestjes. Mogelijk dat er nog rupsen of andere dieren hun web weven. De combinatie van de populierenpluisjes geven het nog iets extra sprookjesachtig mee.

Als ik verderop langs de vaart rij, wil ik hier doorfietsen. Ik zoek de vaart steeds lager op, dwars door Almere heen en fiets zo door verschillende wijken. Ik zak verder af in de richting van de Groene kathedraal die zich zoveel dieper langs deze vaart bevindt. Zo kom ik langzaam maar zeker terecht in Oosterwold.

Natuurlijk kan ik niet laten om via de bossen van Almere Hout te fietsen naar de plek waar straks de Tiny House Farm zal verrijzen. Nu kijk ik mijn ogen uit naar de oprukkende berenklauw. Het lijkt of de plant zijn grote klauwen zet in het polderland. Overal steken ze metershoog uit tussen de bomen van het bos.

De akker staat er mooi geel bij. Een flinke groep duiven vliegt op uit het veld met de winterkoren. Hoog zweeft een buizerd. Ik vraag mij af of hij de duiven niet in de smiezen heeft. Verderop in de akker met aardappels staat een stelletje te kijken over het uitgestrekte land. Zouden zij hier plannen hebben?

De Groene kathedraal ziet er weer even imposant uit als een paar weken geleden dat ik hier kwam. De zomer maakt de groep bomen tot een gebouw. Ik bekijk het groene bouwwerk vanaf de vlonder op het water. Zo vanuit de laagte, ziet het er weer heel anders uit. Best boeiend hoe zoiets zich steeds ontwikkeld. Een bouwwerk van natuur, verandert voordurend. Elk seizoen is het anders, maar ook per jaar verschilt het weer.

Zo aanvaard ik de terugreis. Ik fiets door het Waterlandse bos weer naar huis, langs het kasteel en zie de stad al liggen aan de andere kant van het Weerwater. Ik vraag mij af hoe het straks zal zijn als ik hier fiets van mijn eigen, kleine huisje naar dit deel van de stad. De omgekeerde route van wat ik vandaag deed. Bijna thuis.