Tagarchief: orgel

Vierne en Reger in Rotterdam

Ook op deze vrijdagavond hoor ik het: Vierne en Reger. Ze klinken prachtig op het orgel in de Lambertuskerk van Rotterdam Kralingen. De wisselende sferen bij deze presentatie van de cd-box Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd, van uitbundig tot ingetogen, en van vreugdevol tot weemoedig. Allemaal zijn heel mooi tot uiting te brengen op dit instrument.

Het is genieten, vooral van het deel Stéle pour un enfant défunt uit de Tryptique van Louise Vierne. Een fijngevoelige uitvoering van de Schiedamse organist Arjen Leistra. De lichte zweving aan het einde van dit muziekstuk, geeft dit stuk extra kracht. In zijn tijd als organist van de Hoflaankerk nam Arjen Leistra op dit orgel enkele orgelwerken van Franz Liszt op.

Gerrit Christiaan de Gier laat een andere Franse kant van het orgel horen in de tweede sonate van C.F. Hendriks. Deze Nederlandse componist schreef in een mooie Franse stijl. Ik ken zijn variaties op psalm 107 en betrap de 2e sonate op enkele gelijkenissen.

Improvisatie

De improvisatie van Gerben Mourik biedt juist ruimte om enkele andere kanten van het orgel te laten horen. De fluiten nodigen uit, in combinatie met de strijkers, een hemelse klank. Muziek die echt door de ruimte zingt. Om die sacrale sfeer op te roepen. De opening van het thema gespeeld met de basson van het zwelwerk, is al geweldig. Met de diepe klank van de subbas, krijgt het geheel een prachtige basis. Genieten!

Dat geldt zeker ook van de muziek van Hendrik Andriessen. Op de cd spelen 3 organisten werk van deze Haarlemse componist, waaronder een paar grote werken. Het herinnert mij aan de begintijd van mijn liefde voor het orgel, het Andriessenjaar. Veel muziek op de radio, waaronder de Sonata da Chiesa.

Een werk met bijzonder thema dat veel verwantschap heeft met Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. De variatiereeks bevat een hoog improvisatorisch gehalte. De fraaie variatie met de cornet, zoals altijd bij Maarschalkerweerd een fel ding dat goed van zich laat horen in de interpretatie van organist Eric Koevoets. Hij is de vaste bespeler van dit instrument. Een mooie afsluiting van het concert.

Groot scherm

Blijft wel jammer het grote scherm waarop je de organisten kunt zien spelen. Ik merk dat het vooral afleidt. Ik wil gewoon lekker luisteren en de omgeving in mij opnemen. Die omgeving die bij Maarschalkerweerd zo belangrijk is. Zeker om op YouTube te bekijken is de speeltafel ideaal.

Voor een concert draait het om de ruimte die nu hinderlijk wordt verstoord door een enorm wit scherm waarop je kale mannen ziet en registranten die op het verkeerde moment een bladzijde willen omslaan. Dat de organist zich hier niet door laat afleiden is prachtig, maar deze kleine ramp was onopgemerkt gebleven zonder scherm.

Ik ben het met spreker Hans Fidom eens dat elke organist op hetzelfde orgel het instrument weer van een andere kant laat horen. De concerten die ik laatste maanden heb bezocht waren allemaal met meerdere organisten. Het geeft daarmee het instrument meerdere dimensies. En je leert er vooral van dat muziek maken een samenspel van instrument en muzikant is.

Na afloop genieten we nog na in de prachtige tuin naast de kerk. Het publiek heeft 1 grote overeenkomst: de bewondering voor deze bijzondere orgelbouwer. Want daarvan zijn we wel overtuigd na het horen van deze presentatie door de 4 organisten op dit bijzondere orgel.

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Maarschalkerweerd in veelvoud

Zo’n heerlijke avond in juni. Het is best een trip om even op vrijdagavond heen en weer te rijden naar Rotterdam. De cd-presentatie van de cd-box met 4 cd’s van 4 toporganisten op maar liefst 12 verschillende orgels van Maarschalkerweerd. Ik kan daar moeilijk van wegblijven. Van deze kant Rotterdam binnengereden, kom ik op een bekende onbekende plek: de Oostzeedijk.

Aan de andere kant van de Hoflaan is mijn vader geboren en opgegroeid aan de Oudedijk. Hier ligt de kerk beduidend lager achter de hoge dijk waar iets verderop de Nieuwe maas ligt. In de verte de binnenstad met de vele hoogbouw. Hier oogt Kralingen echt dorps.

Als het dorp dat meer dan een eeuw geleden werd ingelijfd bij Rotterdam. En waar mijn familierotsen liggen. Mijn opa schijnt zelfs vroeger met kerst naar de Lambertuskerk te zijn gegaan om te kijken naar het ‘kindje wiegen’. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Voor protestantse jongetjes moet het een hele belevenis zijn geweest om naar te kijken.

Lambertuskerk in Rotterdam Kralingen

De Lambertuskerk ligt aan de andere kant van de Hoflaan. Aan de kant van de Oudedijk staat de protestantse kerk, de Hoflaankerk. De Lambertuskerk is van de katholieken. Ik ben er nog nooit geweest. En zodra ik binnenstap, stap ik de profane sfeer binnen. Bakstenen muren, zelfs de pilaren zijn gemetseld van bakstenen, fijne voegen en dunne stenen.

De muren zijn mooi beschilderd, net als het tongewelf. Met grote medaillons waarin verschillende aspecten van de schepping worden uitgelicht zoals de zon, de zee en de sterren. Bij dat alles staan Latijnse spreuken. En de rest van het gewelf is blauw beschilderd.

Het orgel zit hoog weggestopt op een koorzolder. Vanuit de kerk oogt het klein. Het is ook niet zo heel groot, maar ik heb buiten al iets van de brede klank gehoord. Ik ben namelijk net te laat voor de demonstratie van het orgel en de toelichting over Maarschalkerweerd-orgels. Wel ben ik ruim op tijd voor het concert.

4 organisten op 4 cd’s

De 4 organisten van de 4 cd’s presenteren een gedeelte van hun uitvoering op een cd. Het orgel van de Rotterdamse Lambertus komt op de cd’s niet voor. Het is een tactische oplossing hiervoor te kiezen, zo blijkt. Daarmee vermijd je de discussie op welk orgel van de 12 de presentatie is. Het is op geen van allen, maar een ander, ook heel mooi orgel van Maarschalkerweerd.

Want dat is meteen bij het allereerste muziekstuk duidelijk: de orgels van Maarschalkerweerd zijn herkenbaar. Ze bevatten allemaal een brede grondtoon, hoe klein ze ook zijn, klinken vol en rond. Maar ze weten ook een heel mooie, fijngevoelige mystieke sfeer op te roepen. De combinatie van stemmen, waarbij de stemmen je echt raken en altijd iets in je weten te roeren. Zo kenmerkend voor deze instrumenten. Nooit overheersend, maar heel subtiel in beleving. Voor speler en luisteraar.

Wat heb ik met veel plezier gespeeld op de orgels in Tubbergen. Ik speelde zelf op een klein Maarschalkerweerd in Langeveen, zelfs dat orgel, waar veel mankeerde aan de intonatie, wist die sfeer op te roepen.

Lees het vervolg: Vierne en Reger in Rotterdam

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Matters 80e verjaardag

Een bijzonder verjaardagspartijtje is de verjaardag van Bert Matter. Hij is 80 jaar geworden. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Vroeger zou ik nu echt oud zijn geweest.’ De jarige wordt getrakteerd op een prachtig concert van 4 van zijn leerlingen.

In een afgeladen kerk spelen Cor Ardesch, Berry van Berkum, Klaas Stok en Johan Luijmes. Centraal staan als heuse pijlers de Bachkoralen ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ (BWV 663 en 662) en ‘Nun komm der Heiden Heiland’ (BWV 599). Liederen die Bert Matter in zijn (kerk)muzikale praktijk ook vaak aanhief.

Spektakel

Het spektakel zit in de improvisatie. Als er iets is waar Bert Matter bekend om is, dan zijn het zijn bezielende improvisaties. Vooral op het bijzondere orgel waar hij 33 jaar organist op is geweest: het Baderorgel uit 1643. Het is een prachtig instrument, waarop een improvisatie een mystieke ervaring wordt. Dat bewijzen ook de 4 organisten op Bert Matters verjaardag.

De jarige staat helemaal in het zonnetje. Elke leerling uit zich op zijn heel eigen wijze. De minimal music klinkt wel door in de improvisaties, maar elk op een heel eigen wijze. Net als dat de nieuwste compositie van Bert Matter ‘Deus Creator Omnium’ ook aansluit in zijn kenmerkende stijl.

Ervaring

Het luisteren naar een improvisatie is vooral een ervaring. Misschien is het wel, zoals Jan Jongepier het noemde, een combinatie van publiek en muzikant. Dat een hele kerk vol mensen doodstil luistert naar een improvisatie. Het verhaal waarnaar je luistert is uniek en als de klank wegsterft is de improvisatie vervlogen.

Ook nu beleef ik zo’n ervaring bij de improvisatie van Klaas Stok. Met minimale klankverschuivingen roept hij een bijzonder verstilde sfeer op in zijn improvisatie over ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Compleet met de aanvulling van de menselijke stem. De bovenstem in zijn grillige verloop wekt de suggestie van vogelzang.

Daar vermengt zich de oervorm van de muziek: vogelzang en de menselijke stem. De diepe grondtonen maken het bijna tot een middeleeuwse belevenis en dat alles heel eenvoudig. In mijn ogen de essentie van muziek, alle opsmuk eraf en bij de kern blijven. Een bijna onmogelijke taak, maar wel minimaal!

Warme aanraking

Zo benadrukt de jarige zelf ook in zijn toespraak. Hij heeft er alle vertrouwen in met zijn opvolger en de muzikale sfeer in de kerk. Wel ziet hij hoe het gebouw in de wintermaanden niet gebruikt wordt. Het orgel heeft juist in die koude periode een warme aanraking nodig. Het instrument is zijn leermeester geweest en tegelijkertijd houdt hij van dit orgel als is het zijn vrouw. Daarom pleit hij ook voor het zorgvuldig beheer van ons cultureel erfgoed, waaronder dit bijzondere orgel hoort.

En terwijl ik na de drukke receptie weer door de stille straten van Zutphen loop in de avondzon, vraag ik mij af of je dit overal kunt bereiken. Je hebt wel een prachtig gebouw, een schitterend orgel en eeuwenoude traditie binnen handbereik. Hoe doet die organist dat in het kleine dorpskerkje op een orgel van 50 jaar oud? Is het daar ook op te roepen of blijft het beperkt tot slechts enkele indrukken op de verjaardag van een 80-jarige organist?

Intermezzo – #fietsvakantie

Het maakt mij weemoedig. Terugdenkend aan het plotselinge afscheid dat ik nam van het koor in Langeveen. Het kerkbestuur wilde met mij afspraken maken, maar ik voelde mij beknot.

De motivatie verdween. Ik moest weg bij de krant en het moment dat ik een andere baan kreeg, ver weg, heb ik aangegrepen afscheid te nemen van het koor. Zonder ze nog een keer te ontmoeten, verdween ik. Het niet is niet altijd makkelijk afscheid te nemen.

Thuisgekomen ga ik op zoek naar het koor van Langeveen. Ik lees van de leden die er niet meer zijn. Een groot interview met de koorleden, waarbij ze allen die er niet meer zijn.

De dirigent Nico is overleden, vrij snel nadat ik het koor verliet. Gestreden tegen een ernstige ziekte, overwonnen, maar dan ineens is het afgelopen.

Of Theo, die mij naar Langeveen haalde. Hij is er ook niet meer. Het maakt mij nog weemoediger dan ik al ben. Hoe zou het gegaan zijn als ik gebleven was. Zou het orgel nog weleens bespeeld worden?

De foto ziet er gelukkig uit en ik herken nog een paar gezichten. Hoe ik weer verder gegaan ben en zij weer. Mensen achterlatend die hun eigen weg hebben gevonden. Het kerkkoor van Langeveen. Het heeft een warm plekje in mijn hart. Al heb ik best wel ruw afscheid van ze genomen.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Tournemire in Doesburg

De 7 orgelkoralen bij de woorden van Jezus aan het kruis. De meditaties die de Franse componist en organist Charles Touremire (1870 – 1939) bij de laatste woorden van Jezus, schreef zijn indrukwekkende passiemuziek.

7 verschillende zinssneden

Als je alle evangeliën bij elkaar neemt, kom je op 7 verschillende zinssneden. Ik maakte met deze bijzondere compositie van Charles Tournemire bijna 25 jaar gelden kennis. Ze werden uitgevoerd op het net gerestaureerde orgel in de Sint Servaas van Maastricht door een onbekende organist. Ene Marc Brefield, zoals ik uit de woorden van Kro-presentator Jos Leussink hoorde.

Het aantal uitvoeringen in de paasperiode in Nederland van Tournemires Sept chorales-poèmes pour les sept dernières paroles de Xrist, op. 67 uit 1935 is minimaal. Een aantal jaren geleden voerde de Haarlemse organiste Gemma Coebergh regelmatig dit imposante muziekstuk uit. Ik hoorde het imposante muziekstuk voor het eerst live in 2013 in het Orgelpark, uitgevoerd door Tournemire-adept Tjeerd van der Ploeg.

De uitvoering van Wilbert Berendsen in de Grote of Martinikerk in Doesburg is veelbelovend. Zodoende reis ik met mijn vader af naar Doesburg voor het concert dat op Goede Vrijdag om 21 uur begint. Een handjevol mensen in de koude kerk. Als de verwarming aangaat, raakt het orgel snel ontstemd wat de luisterkwaliteit weer niet ten goede komt. Ik vind het niet zo erg.

Verdwenen programmaboekjes

De programmaboekjes met achtergrondinformatie zijn ook op een raadselachtige manier verdwenen, daarom geeft concertant Wilbert Berendsen vooraf mondelinge toelichting. Het is zeker een interessant product van zijn tijd. De ontstaanstijd, in het Parijs van 1935 met andere spelers als Louis Vierne en Charles Widor. De laatste was zijn leraar. Daarnaast namen als Marcel Dupre en Olivier Messiaen.

Deze beide laatste organisten halen veel inspiratie uit het werk van Charles Tournemire. De beide organisten zijn vaak naar de missen geweest die Touremire begeleidde op zijn orgel in de Basilique Sainte-Clotilde. Of zoals Wilbert Berendsen het zei: ‘Als hij nog zou leven, zou ik zeker even naar Parijs zijn gegaan om te luisteren.’

De muziekstuk van Charles Tournemire is natuurlijk voor het Frans-symfonisch orgel bedacht en het orgel in Doesburg is de Duitse tegenhanger hiervan. Toch ben ik erg onder de indruk hoe deze muziek in Doesburg klinkt. Wilbert Berendsen heeft ook erg veel werk gemaakt van de registraties. Hij laat het instrument op alle mogelijke manier horen.

Symfonische gedichten

Elk koraal is een symfonisch gedicht waarin de meditatie voorop staat. Ieder kruiswoord krijgt daarmee een prachtige vertolking in de koralen van Charles Tournemire. Hierbij speelt het Gregoriaans slechts een licht verwijzende rol. De motieven zijn wel door alle 7 koralen verweven en klinken melancholisch, dramatisch en ingetogen tegelijk.

In zijn uitvoering is Wilbert Berendsen niet altijd even zorgvuldig, maar dat vergeef ik hem. Hij weet namelijk wel de juiste snaar te raken: hij roept in de protestantse kerk van Doesburg heel mooi de mystieke sfeer van Tournemire op.

Ingetogen laatste delen

Met name in het fluitenspel of de zeer ingetogen laatste delen, waar je als luisteraar meer en meer meegaat in het hoofd van een stervende. De doodstrom roffelt door de gewelven in de diepe pedaaltonen. Daarbij de geliefde registercombinatie van Charles Tournemire bestaande uit vox humana (een Frans model in Doesburg), voix celeste en tremulant, met vaak een bourdon en gambe. En Doesburg heeft mooie tremulanten: voor elke emotie 1.

De combinatie van het grote orgel met de ruimte helpen mee om het muziekstuk zijn diepere lading mee te geven. De hoge fluiten in combinatie met de diepe pedaaltonen, waarbij het geluid echt door de gewelven cirkelt als een heuse wervelwind. Het draagt bij aan een mooi concert op een bijzondere avond. De donkere kerk helpt verder mee aan de mystiek. En zo voel je op deze avond even verbonden met allen die er zijn en die er niet meer zijn.

Zoals de oude zongen… Concert van Bram Beekmans leerlingen

Een concert van 4 leerlingen van Bram Beekman. Samen spelen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik op het De Rijckere-orgel in de Oostkerk te Middelburg. Op dit orgel is Bram Beekman bijna 20 jaar organist geweest. Hij overleed vorig jaar en met dit concert herdenken en eren ze hun leermeester.

Ik ken Bram Beekman vooral van de Bach-serie die hij in de jaren 1990 voor Lindenberg op cd zette. Hij bespeelt hierin een groot aantal barokorgels. Zijn stijl heel secuur en degelijk. Soms op het saaie af, maar na jaren luisterend speelt hij vooral heel doorzichtig.

Een fuga wordt bij hem nooit een show, maar blijft tot het einde maatvast en helder. Geen spektakel met 32-voeten of overdadige klavierwisselingen. Alleen als het nodig is en nooit meer.

Dat is meteen ook het bijzondere aan het De Rijckere-orgel. Toen Bram Beekman in 1990 aan de Bachserie begon was hij organist in Vlissingen. Aan het eind van de serie begon hij in Middelburg. Een historisch instrument van een Vlaamse bouwer. Een flink orgel en heel rijk versierd.

Orgel=Büchlein

Niet echt barok, meer iets voor muziek van de zonen van Bach en Mozart. Iets meer galant. Al vind ik persoonlijk de koralen uit het Orgel=Buchlein uitgevoerd door Bram Beekman op dit orgel in 2010 mooier dan de opname die hij bijna 18 eerder maakte in Vollenhove voor de Bach-serie. Bij het concert van zijn leerlingen hoor ik ook veel Bach, waaronder het koraalvoorspel ‘Ich ruf zu dir’ uit hetzelfde Orgel=Büchlein.

De 4 leerlingen laten ook een andere kant van Bram Beekman horen. Die van improvisator en componist. Ik heb Bram Beekman een paar keer gehoord, zoals bij de presentatie van het eerste deel van de Bach-serie in de Laurenskerk te Rotterdam. Bij een concert in de Oude kerk van Veenendaal improviseerde hij en speelde enkele van zijn Valeriusliederen. Een verrassende stijl waarbij mij de fraaie harmonisaties vooral zijn bijgebleven.

Vroegmodern klankidioom

Ook bij het concert van zijn 4 leerlingen, hoor ik deze kant van Bram Beekman. Harmonisch doorwrocht, niet angstig voor een hedendaags akkoord, maar wel passend. Of zoals hij zelf weleens aangaf in interviews, een vroeg-modern klankidioom.

Veel vind ik terug bij zijn 4 leerlingen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik. Stuk voor stuk bezig met een zorgvuldige interpretatie. Maatvast, niet bang om een pittig werk ter hand te nemen en stilistisch ijzersterk.

Geen grootse effecten

Geen grootste effecten, maar mooi aangezet en zorgvuldig geregistreerd. Eerlijk. Speel maar gewoon, dan speel je al gek genoeg. Dat terwijl dit orgel allerminst helder en duidelijk is. Het dreigt soms te versmelten in wolligheid. Het vraagt om zorgvuldig spel.

Het is een instrument dat veel aandacht vraagt van speler en toehoorder. Dat leer ik van dit concert. En ik denk bij het horen van deze 4 leerlingen op het orgel: wat zou Bram Beekman ervan hebben gevonden…

Toegangspoort: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 9b

De toegangspoort van de louteringsberg zit in een spleet, zoals de barst die door een muur loopt. Voordat Dante naar binnen kan, moet de verteller 3 tredes op: een witte, een paarse en een vlammend rode.

Vergilius zit op de diamanten drempel en adviseert Dante aan de poortwachter toegang tot de louteringsberg te vragen. De dichter valt ‘deemoedig’ voor de man bij de ingang neer en smeekt of hij hem zo goedgunstig is om doorgang te geven.

Dan merkt de verteller op dat de poortwachter van onder zijn gewaad 2 sleutels haalt, een zilveren en een gouden. De 2 sleutels vragen om ervaring en inzicht. Juist de sleutels helpen mee om de knoop vol zonden los te maken.

De poortwachter zegt dat hij de sleutels gekregen heeft van Petrus met de boodschap dat het een minder groot probleem is als hij de poort niet openkrijgt dan dat hij deze voor Jan en alleman opent.

Maar voor Dante en Vergilius gaat de deur open. De scharnieren kraken bijna uit de sponning als de deur opengeduwd wordt door de engelen.

Ik wendde mij, al luisterend naar de eerste
tonen; en het docht mij dat ik Te Deum laudamus
hoorde zingen, begeleid door zoet gespeel.
Wat ik hoorde, wekte in mij het gevoel op dat
men pleegt te ontvangen, als men het gezang van
stemmen hoort bij het spelen van het orgel:
Nu vat men de woorden, dan weer niet. (vs 139- 145, Haghebaert)

En daar hoort Dante al het Te Deum laudamus klinken. Hier maakt hij een prachtige vergelijking waarbij de muziek raadselachtig klinkt. De woorden niet helemaal verstaan door de afstand en omdat je meegenomen wordt door de prachtige muziek. Ik zou als ik daar stond Herbert Howells hebben gehoord met zijn prachtige Te Deum.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 9

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1901. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Orgels en de liefde

Als Konstantin Paustovski een verslag doet over zijn derde reis naar Polen, schrijft hij over het orgel in een kerk in Oliwa. Hij bezoekt een concert en spreekt met veel liefde voor het orgel. Ook legt hij een verband tussen het orgel en de liefde.

In de kerk zit een meisje dat hem doet denken aan een meisje waar hij bij een eerder bezoek aan Polen verliefd op was. Heel mooi betrekt hij de ervaringen van het concert bij het meisje dat hij ziet zitten.

Zo typeert hij treffend het orgel:

Van alle blaasinstrumenten is het orgel veruit het beste. De tragische kracht van zijn stem die de hemel doet trillen, de snelle overgang van een donderend geluid naar een stamelend lied, het is allemaal even wonderbaarlijk en bijna raadselachtig. (492)

De verteller heeft een even grote zwak voor organisten. Deze mannen zijn vaak een beetje doof, merkt hij op. Ze maken eerbied en afgunst in je los. Immers, zij dragen zorg voor de uit volle borst meezingende vrouwen.

Het orgel in Oliwa is een mooi wonder van de barok. De klank vervult de ruimte:

Zijn klanken tsjilpten en fladderden als het war van tak tot tak. (493)

Als het concert voorbij is en de kerk leegloopt, probeert de verteller nog een glimp op te vangen van het meisje. Zonder resultaat. Hoe herkenbaar als liefhebber van orgels en orgelconcerten in de avond…

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

Howells Collegium Regale

Dé ontdekking van de afgelopen weken is wel de cd met koormuziek van Herbert Howells (1892 – 1883). De leidraad van de door Hyperion uitgebrachte cd door het Trinity College Cambridge Choir is Howells Collegium Regale. Dit is de standaard liturgie voor een Engelse communieviering. Howells heeft hierbij wel zowel de liturgie voor in de morgen en in de avond gehanteerd.

Howells schreef deze op een bijzonder moment: midden in de Tweede Wereldoorlog. Hij verving in die periode de organist van het St. Johns’ College. Het intellectuele klimaat in Cambridge stimuleerde hem om de muziek bij het Collegium Regale te schrijven. Het is indrukwekkende kerkmuziek geworden die boven veel andere (Engelse) muziek uitsteekt. Waarbij het orgel uitblinkt en echt in samenspel met het koor klinkt, als onderdeel in plaats van als begeleidingsinstrument.

Jubilate

De opening van de cd met de morgenzang Jubilate. De tekst is van psalm 100 en bejubelt God. Een vreugdevoller begin is niet mogelijk. Het is prachtig om dit lied te horen in de nieuwe uitvoering. Heel overtuigend en sterk. Zeker ook door de ruimtelijke werking waar het is opgenomen: in de Coventry Cathedral. Een betere plek is voor deze moderne, (na)oorlogse muziek niet denkbaar.

Wat onmiddellijk opvalt, is de sterke dynamiek die Howells in het werk brengt. De muziek sleept je door alle emoties heen, slingert van luid tot nauwelijks hoorbaar. Daarmee sluit hij heel direct aan op de tekst. Aan het einde van Jubilate is de combinatie met de Orchestral Trumpet 8′, hier klinkend als de tuba, hét soloregister en luidste register op een Engels orgel.

Muziek om echt van te genieten. De kern wordt gevormd door de muziek rond de Office of the Holy Communion, de eigenlijke dienst. De rest van de cd sluit hier heel mooi bij aan en zou zo de samenstelling van een Evensong kunnen zijn. Zeker ook omdat de liederen die buiten het Collegium Regale vallen, erg mooi en passend gekozen zijn. Neem het lied “I love all beauteous things” op tekst van Robert Bridges.

“I love all beauteous things”

Prachtige muziek, waarbij ook hier Howells de tekst op de voet volgt en prachtig weet te grijpen in de muzikale uitdrukking. Het ritme van de tijd weerklinkt in de opening en slingert door het hele muziekstuk heen. Hoe kun je mooier een gedicht omzetten in muziek bij deze tekst?

And man in his hasty days
Is honoured for them.

De schepping van dit muziekstuk sluit hier naadloos op aan. De klimmende mannenstemmen die afgewisseld worden door de hoge, dalende vrouwenstemmen. Daarbij een eindakkoord in kwintligging. Schitterend. Kippenvel gewoon…

Nunc Dimittis
De herhaling van motieven zoals in het Nunc Dimittis, het 2e lied dat in de avondviering gezongen wordt. Het maakt dit lied heel overtuigend en neemt de luisteraar mee. Tekst en muziek volgen elkaar op de voet en de woorden worden treffend in muziek omgezet. De herkenning en werking van de harmonieën maken het tot een toegankelijk werk dat meteen eigentijds is. Een prestatie die Howells tot een heel bijzondere componist maakt.

Daarbij geldt ook dat de uitvoering door Trinity College Choir Cambridge onder leiding van Stephen Layton. Hij weet hierbij de muziek van Howells heel overtuigend tot klinken te brengen. Het gaat met een hoge mate van sensitiviteit. Net als de keuze om de cd af te sluiten met het Te Deum, het openingslied voor de ochtenddienst. Met dezelfde vreugde als waarmee de cd opent, eindigt deze.

Een geniale vondst, die je als luisteraar extra blij achterlaat en bijna oproept om de cd meteen weer opnieuw te draaien. In combinatie met de ruimte waarin het is opgenomen, krijg je hiermee een sfeer die alleen bij een Evensong in een Engelse kathedraal is te evenaren…

Het orgelmuseum – Dagje Elburg (3)

img_20161105_144747.jpgWe lopen via de kerk naar het andere museum in Elburg, het Nationaal Orgelmuseum. Ik ben heel benieuwd naar dat museum. Helaas is daar de Museumkaart (nog) niet geldig. Dat is best jammer maar gelukkig mogen kinderen tot 12 jaar gratis naar binnen. Zodoende hoeven we alleen voor mij te betalen.

Ook hier is weinig publiek. Al meteen bij de entree kijk je recht op een prachtig orgelfront. Het is een orgel waarvan het pijpwerk afkomstig is van de orgelmaker Pieter Backer uit Medemblik. Op de film die in deze ruimte getoond wordt, is te zien hoe dit orgel op basis van allerlei resten wordt samengesteld en gerestaureerd.

Het instrument is in gebruik genomen als het Maarten Seijbel Orgel, genoemd naar de initiator van dit museum. Overigens is het jammer dat de film niet te vinden is op youtube. Het bevat namelijk veel informatie die ook best buiten het museum gedeeld mag worden.

img_20161105_134328.jpgSinds 2014 is het museum gevestigd in het Stadskasteel van Elburg, het ‘Arent Thoe Boecop’–huis. Een indrukwekkend pand dat de ontwerper van de stad bouwde in de 14e eeuw. Het gebouw heeft lang dienstgedaan als stadhuis, met bijbehorende gevangenis. Het museum heeft hiermee een prachtig gebouw in Elburg gekregen. Misschien wel het mooiste gebouw van het Zuiderzeestadje.

In de kelders is de techniek van het orgel te zien. De opengewerkte modellen demonstreren register- en toetstractuur. Ze geven een goed beeld hoe een orgel werkt. Net als de portatiefjes en andere instrumenten die hier staan opgesteld. In de laatste ruimte is de werkplaats van een orgelmaker nagebouwd met alle instrumenten die de orgelbouwer gebruikt.

img_20161105_140549.jpgOp de verdiepingen die het stadskasteel telt, kom je elke keer een eeuw verder. Het is heel mooi om te zien hoe het Nederlandse orgel zich heeft ontwikkeld. Altijd met de juiste bespeelbare voorbeelden erbij. Zo zie je een Middeleeuws instrument en kom je in de verschillende stijlkamers instrumenten tegen uit de 16e/17e eeuw, 18e eeuw en 19e eeuw. Het zijn orgels in een handzaam formaat, waarbij het verhaal uit die tijd wordt verteld.

De collectie van het orgelmuseum is indrukwekkend te noemen. De grote hoeveelheid historische instrumenten, waaronder naast het gereconstrueerde orgel van Pieter Backer, ook een heel mooi instrument uit Gapinge staat. Dit orgel is van Ludovicus de Backer. Hier staat ook prachtige huisorgels van Hess en Moreau.

img_20161105_140602.jpgEen verdieping hoger in de 19e eeuw staat een groot pedaalharmonium en een huisorgel van Hermanus ter Hart. Instrumenten waar je als bezoeker bij staat te kwijlen. Het is een heel indrukwekkend orgelbezit dat hier staat. Zeker ook omdat het instrumenten zijn die vaak gebouwd zijn voor de huiselijke kring. Dat levert een heel ander klankbeeld op. In dit museum klinkt het alleen maar heel mooi.

De Sweelinckkamer is ook de moeite van het bekijken waard. Hier staan een klavecimbel en een klavicord. Instrumenten waarop de oude muziek van Sweelinck mooi tot klinken gebracht kan worden. Ook is de aparte ruimte met zicht op het orgel waarop Sweelinck speelde, een leuke belevenis. De geluidsfragmenten brengen een historische tijd tot leven.

img_20161105_140554.jpgIn de kast van de Sweelinckkamer staan ook een paar koraalboeken met de psalmmelodieën en zettingen. Ik heb er aandachtig naar staan kijken. Een paar boeken heb ik ook in mijn bezit. Voor mijn idee is dit een stukje cultuurhistorie waar niet veel mensen aan denken, maar die een deel van de kerkmuziektraditie in Nederland vertegenwoordigt.

De leukste kamer vind ik boven, het is de verkoopkamer waar heel veel cd’s, lp’s en bladmuziek ligt te wachten op een gelukkige koper. Hier speur ik met de hand op de knip naar uitgaves waar ik al heel lang naar op zoek ben. Zo vind ik hier een paar mooie cd’s van het Orgelpark, uitgaves die ik nog niet heb en waar ik heel blij mee ben dat ik ze vind.

img_20161105_145122.jpgDoor de opwinding van de nieuwe aankopen vergeet ik helemaal het Boon-orgel in de daarvoor speciaal gemaakte zaal te bezichtigen. We gaan weer de stad in. Vervuld van de indrukken. Het Orgelmuseum is namelijk een heel mooi, toegankelijk museum dat het orgel op een toegankelijke manier laat zien.

We lopen terug nog even langs de stadsmuur. Speciaal trekt mijn aandacht het huis dat ik al vanuit het stadskasteel heb gezien. Het staat namelijk helemaal ingebouwd in de halve ronding van de muur. Hier is vroeger een wachttoren geweest, maar nu staat er een huis, met als achterwand de oude stadswal. Het ziet er heel speciaal uit.

img_20161105_144924.jpgWe lopen nog eens goed langs de stadsmuren. Helaas kunnen we er niet op staan. De stellage die bij de kerk is, bevat een groot bord en dikke kettingen. Ze houden de nieuwsgierige bezoeker op afstand.

Daarom stappen we maar op de aarden wal die buiten de stadmuur ligt. Het is de verdediging tegen de zware kanonskogels. Zo blijft de vijand toch buiten. We komen zo weer bij de Vischpoort, de toegang tot de stad. Tegen de motregen is weinig te beginnen. We gaan weer terug naar de auto, niet zonder nog een blik op het kleine vestingstadje te werpen.

img_20161105_145258.jpg