Tagarchief: orgelconcert

Vierne en Reger in Rotterdam

Ook op deze vrijdagavond hoor ik het: Vierne en Reger. Ze klinken prachtig op het orgel in de Lambertuskerk van Rotterdam Kralingen. De wisselende sferen bij deze presentatie van de cd-box Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd, van uitbundig tot ingetogen, en van vreugdevol tot weemoedig. Allemaal zijn heel mooi tot uiting te brengen op dit instrument.

Het is genieten, vooral van het deel Stéle pour un enfant défunt uit de Tryptique van Louise Vierne. Een fijngevoelige uitvoering van de Schiedamse organist Arjen Leistra. De lichte zweving aan het einde van dit muziekstuk, geeft dit stuk extra kracht. In zijn tijd als organist van de Hoflaankerk nam Arjen Leistra op dit orgel enkele orgelwerken van Franz Liszt op.

Gerrit Christiaan de Gier laat een andere Franse kant van het orgel horen in de tweede sonate van C.F. Hendriks. Deze Nederlandse componist schreef in een mooie Franse stijl. Ik ken zijn variaties op psalm 107 en betrap de 2e sonate op enkele gelijkenissen.

Improvisatie

De improvisatie van Gerben Mourik biedt juist ruimte om enkele andere kanten van het orgel te laten horen. De fluiten nodigen uit, in combinatie met de strijkers, een hemelse klank. Muziek die echt door de ruimte zingt. Om die sacrale sfeer op te roepen. De opening van het thema gespeeld met de basson van het zwelwerk, is al geweldig. Met de diepe klank van de subbas, krijgt het geheel een prachtige basis. Genieten!

Dat geldt zeker ook van de muziek van Hendrik Andriessen. Op de cd spelen 3 organisten werk van deze Haarlemse componist, waaronder een paar grote werken. Het herinnert mij aan de begintijd van mijn liefde voor het orgel, het Andriessenjaar. Veel muziek op de radio, waaronder de Sonata da Chiesa.

Een werk met bijzonder thema dat veel verwantschap heeft met Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. De variatiereeks bevat een hoog improvisatorisch gehalte. De fraaie variatie met de cornet, zoals altijd bij Maarschalkerweerd een fel ding dat goed van zich laat horen in de interpretatie van organist Eric Koevoets. Hij is de vaste bespeler van dit instrument. Een mooie afsluiting van het concert.

Groot scherm

Blijft wel jammer het grote scherm waarop je de organisten kunt zien spelen. Ik merk dat het vooral afleidt. Ik wil gewoon lekker luisteren en de omgeving in mij opnemen. Die omgeving die bij Maarschalkerweerd zo belangrijk is. Zeker om op YouTube te bekijken is de speeltafel ideaal.

Voor een concert draait het om de ruimte die nu hinderlijk wordt verstoord door een enorm wit scherm waarop je kale mannen ziet en registranten die op het verkeerde moment een bladzijde willen omslaan. Dat de organist zich hier niet door laat afleiden is prachtig, maar deze kleine ramp was onopgemerkt gebleven zonder scherm.

Ik ben het met spreker Hans Fidom eens dat elke organist op hetzelfde orgel het instrument weer van een andere kant laat horen. De concerten die ik laatste maanden heb bezocht waren allemaal met meerdere organisten. Het geeft daarmee het instrument meerdere dimensies. En je leert er vooral van dat muziek maken een samenspel van instrument en muzikant is.

Na afloop genieten we nog na in de prachtige tuin naast de kerk. Het publiek heeft 1 grote overeenkomst: de bewondering voor deze bijzondere orgelbouwer. Want daarvan zijn we wel overtuigd na het horen van deze presentatie door de 4 organisten op dit bijzondere orgel.

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Maarschalkerweerd in veelvoud

Zo’n heerlijke avond in juni. Het is best een trip om even op vrijdagavond heen en weer te rijden naar Rotterdam. De cd-presentatie van de cd-box met 4 cd’s van 4 toporganisten op maar liefst 12 verschillende orgels van Maarschalkerweerd. Ik kan daar moeilijk van wegblijven. Van deze kant Rotterdam binnengereden, kom ik op een bekende onbekende plek: de Oostzeedijk.

Aan de andere kant van de Hoflaan is mijn vader geboren en opgegroeid aan de Oudedijk. Hier ligt de kerk beduidend lager achter de hoge dijk waar iets verderop de Nieuwe maas ligt. In de verte de binnenstad met de vele hoogbouw. Hier oogt Kralingen echt dorps.

Als het dorp dat meer dan een eeuw geleden werd ingelijfd bij Rotterdam. En waar mijn familierotsen liggen. Mijn opa schijnt zelfs vroeger met kerst naar de Lambertuskerk te zijn gegaan om te kijken naar het ‘kindje wiegen’. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Voor protestantse jongetjes moet het een hele belevenis zijn geweest om naar te kijken.

Lambertuskerk in Rotterdam Kralingen

De Lambertuskerk ligt aan de andere kant van de Hoflaan. Aan de kant van de Oudedijk staat de protestantse kerk, de Hoflaankerk. De Lambertuskerk is van de katholieken. Ik ben er nog nooit geweest. En zodra ik binnenstap, stap ik de profane sfeer binnen. Bakstenen muren, zelfs de pilaren zijn gemetseld van bakstenen, fijne voegen en dunne stenen.

De muren zijn mooi beschilderd, net als het tongewelf. Met grote medaillons waarin verschillende aspecten van de schepping worden uitgelicht zoals de zon, de zee en de sterren. Bij dat alles staan Latijnse spreuken. En de rest van het gewelf is blauw beschilderd.

Het orgel zit hoog weggestopt op een koorzolder. Vanuit de kerk oogt het klein. Het is ook niet zo heel groot, maar ik heb buiten al iets van de brede klank gehoord. Ik ben namelijk net te laat voor de demonstratie van het orgel en de toelichting over Maarschalkerweerd-orgels. Wel ben ik ruim op tijd voor het concert.

4 organisten op 4 cd’s

De 4 organisten van de 4 cd’s presenteren een gedeelte van hun uitvoering op een cd. Het orgel van de Rotterdamse Lambertus komt op de cd’s niet voor. Het is een tactische oplossing hiervoor te kiezen, zo blijkt. Daarmee vermijd je de discussie op welk orgel van de 12 de presentatie is. Het is op geen van allen, maar een ander, ook heel mooi orgel van Maarschalkerweerd.

Want dat is meteen bij het allereerste muziekstuk duidelijk: de orgels van Maarschalkerweerd zijn herkenbaar. Ze bevatten allemaal een brede grondtoon, hoe klein ze ook zijn, klinken vol en rond. Maar ze weten ook een heel mooie, fijngevoelige mystieke sfeer op te roepen. De combinatie van stemmen, waarbij de stemmen je echt raken en altijd iets in je weten te roeren. Zo kenmerkend voor deze instrumenten. Nooit overheersend, maar heel subtiel in beleving. Voor speler en luisteraar.

Wat heb ik met veel plezier gespeeld op de orgels in Tubbergen. Ik speelde zelf op een klein Maarschalkerweerd in Langeveen, zelfs dat orgel, waar veel mankeerde aan de intonatie, wist die sfeer op te roepen.

Lees het vervolg: Vierne en Reger in Rotterdam

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

Zoals de oude zongen… Concert van Bram Beekmans leerlingen

Een concert van 4 leerlingen van Bram Beekman. Samen spelen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik op het De Rijckere-orgel in de Oostkerk te Middelburg. Op dit orgel is Bram Beekman bijna 20 jaar organist geweest. Hij overleed vorig jaar en met dit concert herdenken en eren ze hun leermeester.

Ik ken Bram Beekman vooral van de Bach-serie die hij in de jaren 1990 voor Lindenberg op cd zette. Hij bespeelt hierin een groot aantal barokorgels. Zijn stijl heel secuur en degelijk. Soms op het saaie af, maar na jaren luisterend speelt hij vooral heel doorzichtig.

Een fuga wordt bij hem nooit een show, maar blijft tot het einde maatvast en helder. Geen spektakel met 32-voeten of overdadige klavierwisselingen. Alleen als het nodig is en nooit meer.

Dat is meteen ook het bijzondere aan het De Rijckere-orgel. Toen Bram Beekman in 1990 aan de Bachserie begon was hij organist in Vlissingen. Aan het eind van de serie begon hij in Middelburg. Een historisch instrument van een Vlaamse bouwer. Een flink orgel en heel rijk versierd.

Orgel=Büchlein

Niet echt barok, meer iets voor muziek van de zonen van Bach en Mozart. Iets meer galant. Al vind ik persoonlijk de koralen uit het Orgel=Buchlein uitgevoerd door Bram Beekman op dit orgel in 2010 mooier dan de opname die hij bijna 18 eerder maakte in Vollenhove voor de Bach-serie. Bij het concert van zijn leerlingen hoor ik ook veel Bach, waaronder het koraalvoorspel ‘Ich ruf zu dir’ uit hetzelfde Orgel=Büchlein.

De 4 leerlingen laten ook een andere kant van Bram Beekman horen. Die van improvisator en componist. Ik heb Bram Beekman een paar keer gehoord, zoals bij de presentatie van het eerste deel van de Bach-serie in de Laurenskerk te Rotterdam. Bij een concert in de Oude kerk van Veenendaal improviseerde hij en speelde enkele van zijn Valeriusliederen. Een verrassende stijl waarbij mij de fraaie harmonisaties vooral zijn bijgebleven.

Vroegmodern klankidioom

Ook bij het concert van zijn 4 leerlingen, hoor ik deze kant van Bram Beekman. Harmonisch doorwrocht, niet angstig voor een hedendaags akkoord, maar wel passend. Of zoals hij zelf weleens aangaf in interviews, een vroeg-modern klankidioom.

Veel vind ik terug bij zijn 4 leerlingen Tannie van Loon, Wouter van der Wilt, Jan Willems en Gerben Mourik. Stuk voor stuk bezig met een zorgvuldige interpretatie. Maatvast, niet bang om een pittig werk ter hand te nemen en stilistisch ijzersterk.

Geen grootse effecten

Geen grootste effecten, maar mooi aangezet en zorgvuldig geregistreerd. Eerlijk. Speel maar gewoon, dan speel je al gek genoeg. Dat terwijl dit orgel allerminst helder en duidelijk is. Het dreigt soms te versmelten in wolligheid. Het vraagt om zorgvuldig spel.

Het is een instrument dat veel aandacht vraagt van speler en toehoorder. Dat leer ik van dit concert. En ik denk bij het horen van deze 4 leerlingen op het orgel: wat zou Bram Beekman ervan hebben gevonden…

Stadswandeling door Utrecht

image

Een stad op een zaterdag in oktober. Ik loop het station uit. De hal van Utrecht Centraal begint zijn vorm te krijgen. Ik heb het nog niet direct in de gaten omdat ik de rode bogen van de oude, vertrouwde hal zie. Maar van daaruit loop ik de nieuwe hal binnen.

Wat een ruimte, wat een hoogte en wat een licht. Het krijgt net zoiets groots als de stationshal van Rotterdam, maar dan nog net iets extremer. De grootheidswaan van de spoorwegen verbeeldt in de stationshal. Bijna 2 eeuwen spoorwegen lijken van dit uitgangspunt niet af te wijken.

image

De stad is druk. De wegen zijn afgezet vanwege alle verbouwingen. Het lijkt wel of het station Utrecht Centraal altijd verbouwd wordt, misschien al wel sinds de sloop van het vorige station en na de verdwijning van een hele wijk in Utrecht om plaats te maken voor de winkels van Hoog Catrijne.

Ik ontwijk het winkelparadijs vernoemd naar de heilige. Ik loop langs het oude kantoor van mijn vader, waar we hem soms ophaalden. Steek de befaamde gracht over, die nu het midden houdt tussen een gracht en een weg en duik de Mariaplaats op, het plekje waar in de 19e eeuw een kerk moest wijken.

image

Nu klinken er toonladders op een piano. Het conservatorium huist in het gele gebouw en het gebouw dat ernaast staat. In grote letters staat het boven de ingang. Een man zit beneden bij de oude omgang en eet een broodje. Een kat loopt rond tussen de eeuwenoude stenen. Het heeft iets van een kloostertuin waarvan meer dan de helft is verdwenen. De Romaanse bogen en de kleine pilaren geven het wel iets moois.

Ik loop de straat in naar de Domtoren, wil nog even snel een bezoekje brengen aan de boekwinkel vlakbij de toren. Een bruidspaar loopt mij tegemoet. Hij in een helderblauw pak, zij in een witte jurk die meer van een mantelpakje wegheeft. Een fotograaf drentelt om ze heen en probeert een mooi plekje te vinden. Misschien wel het Romaanse binnenplaatsje.

image

De Oude gracht over, mensen maken foto’s, een fietser door mijn beeld en de klank van het carillon omdat het een heel uur is. Ik vlucht de boekwinkel in met de ramsj en kijk of er wat van mijn gading is. Een stapel boeken vormt zich in mijn handen. Wat een mooie boeken zijn het. Over de gotiek, Cuyers en een biografie van Willem Kloos. Ik kan het niet laten liggen.

Tot overmaat koop ik een cadeautje voor Doris. Een mooi boek dat haar nog wijzer kan maken dan ze al is. Een prachtig cadeau voor een andere keer. Het kost 9 euro en daarom geeft de boekwinkeleigenaar mij geen kinderboekenweekgeschenk. Dat geldt pas bij een bedrag van 10 euro.

image

Kinderachtig, bedenk ik mij als ik buiten sta, maar de drukte weerhield mij om er een punt van te maken. Jammer, want ik heb de man toch voor 45 euro extra omzet gegeven. Het is heel druk in de zaak. Ik vermoed dat hij op deze zaterdag de omzet van de rest van de week draait.

Ik duik nog even de Domkerk in. De domorganist oefent op Ernst Pepping (1901-1981), Johann Nepomuk David (1895-1977) en Hugo Distler (1908-1942), de perfecte muziek voor het Nicolaiorgel waar ik straks naar ga luisteren. In een hoekje prop ik de boeken die ik gekocht heb in mijn rugzak. De klank van het orgel is mooi, maar toch is het te mollig voor deze muziek, lijkt het.

image

Het mooie licht van de herfstmiddag weer in, loop ik door de straat die evenwijdig loopt met de Oude Gracht, langs de Utrechtse hortus met de oudste Ginkgo van Europa, zegt het schreeuwerige bord buiten en langs de armenhuisjes de hoek om. Daar staat hij: de Nicolaikerk of Klaaskerk.

De innemende torens, de vlak aflopende spits aan de ene toren en de lantaarn op de andere. Ik had het gebouw zo vaak gezien vanuit de trein als we Utrecht binnenreden. De zachte kleur van de steensoort, in kleur tussen geel en grijs in, en het venster in de westgevel. Een feest der herkenning en toch helemaal nieuw, omdat ik er nog binnen ben geweest.

image

Lees morgen over het Marcussen-orgel in de Nicolaikerk te Utrecht

Comenius en Eben in Naarden

image

Het is niet mals wat Jan Amor Comenius in zijn boek Het Labyrint der Wereld en het Paradijs des Harten uit 1623 behandelt. Tijdens zijn reis door de wereld stuit de verteller op onbetrouwbare mensen. Uiteindelijk vindt hij bij God het vertrouwen dat hij zoekt.

Gisteren was in de Grote kerk in Naarden de uitvoering van een indrukwekkend muziekstuk van de Tjechische componist en organist Petr Eben aan de hand van Comenius’ boek. Wybe Kooijmans voerde het uit op het Witteorgel. Twaalf passages uit het boek werden voorgedragen door Henk E.S. Woldering.

De inleider van het concert, directeur van het Comeniusmuseum Hans van der Linde, schetste het duidelijk: ‘Stel, je bent 31 jaar. Je hebt niks meer. Je bibliotheek en manuscripten zijn verbrand. Je krijgt te horen dat je twee kinderen en vrouw gestorven zijn aan de pest. Wat ga je dan doen?’

De muzikale portretten die Petr Eben bij dit boek maakte, vallen helemaal in lijn met Comenius’ ideeën in zijn boek. In veertien improvisaties neemt Eben je mee in de wereld van Comenius. De voordracht van de door Eben geselecteerde fragmenten maakt het tot een indrukwekkende belevenis. De muziek was heel beeldend, zoals het rad van Fortuna, de pijlen die de dood schiet en de maskers die de mensen in de stad dragen.

image

Voordracht door Henk E.S. Woldring

Henk E.S. Woldring droeg de tekst mooi en gedragen voor. Hij wist de toehoorder goed in het bijzondere verhaal te trekken. Een verhaal boordevol met dramatiek waarin de beelden die de verteller oproept, extreem en grillig zijn. Bewust liet ik de tekst liggen wanneer Woldering de passages voordroeg. het gaf het verhaal een grotere mate van dramatiek en beleving voor mij.

De improvisaties deden de rest. Petr Eben weet met de compositie een sfeer op te roepen die nauw aansluit bij de wereld die Comenius schetst in zijn boek. Dat begint al bij de opening waarin al veel elementen naar voren komen die later zullen terugkomen. Wybe Kooijmans gebruikte misschien niet het tutti zoals Eben voorstelt in de aanwijzingen, maar de proloog stond als een huis.

image

Beeld van Jan Amos Comenius bij de Grote kerk van Naarden

Dat gold zeker ook voor de rest van de uitvoering. Kooijmans wist de toehoorder goed vast te houden in een afwisselend vertolking van de verschillende delen. Zo gebruikte hij veel van de mogelijkheden van dit Witte-orgel om de verschillende stemmingen en beelden van dit bijzondere muziekstuk kracht bij te zetten. Hierbij hield hij goed rekening met het improvisatorisch karakter van de verschillende werken.

Eben wist een profane sfeer op te roepen, die doet denken aan profane werken van Franz Liszt. Compleet met zachte strijkers, berustende akkoorden en mooie melodische lijnen. Eben maakte bij zijn compositie dankbaar gebruik gemaakt van de vele liederen die Comenius schreef. Hij verwerkte ze op een integere manier in zijn compositie.

Daarmee paste het concert goed in de lijdenstijd met het onderwerp over de teleurstelling in de medemens en de redding door God. De muzikale verwerking van Eben deed de rest. Het was een bittere gewaarwording om te zien dat de kerk in Naarden gisteren niet zo vol zat als wanneer over een paar weken de passiekoorts Naarden treft. Dan speelt de Matthäus in een ploegendienst.

De beleving die ik gistermiddag meemaakte, komt dicht in de buurt bij wat Bachs Matthäus bij mij oproept. De combinatie tussen literatuur en muziek maakte het tot een belevenis. Intens en indrukwekkend.

image

Jazz en pop op orgel

image

Bert van den Brink bespeelt het Verschueren-orgel in het Orgelpark te Amsterdam

Bert van den Brink is al jaren het bewijs hoe mooi jazz en popmuziek op orgel kunnen klinken. Gisteren presenteerde hij zijn eerste orgel-cd in het Orgelpark. Zijn concerten zijn een jaarlijkse traditie in het Orgelpark. Dit jaar kreeg de traditie een bekroning met de uitgave van een cd. Bij het presentatieconcert liet de jazz-pianist publiek enkele stukken van de cd horen.

Reach out
De opening: Reach out van The Four Tops. Een indrukwekkend muziekstuk waarmee hij zijn cd ook begint. Het spreekt misschien voor zich, maar ik liet mij verrassen door de ongebruikelijke ritmes en ongebruikelijke akkoorden. Zeker, het orgel leent zich ook heel goed voor de lichte muziek. Dat bewees deze entrada wel.

Tussen de muziekstukken door lichtte Bert van den Brink de muziek toe. Tegelijk gaf hij een inkijkje in de keuzes die hij maakte voor zijn cd. Alle nummers van de cd zijn opgenomen op het Verschueren-orgel. ‘Bij mijn concerten hier bespeelde ik alle orgels die hier staan. Wat me daarbij opviel, was dat ik daardoor nauwelijks toekwam om het instrument echt te ontdekken.’

Vox Celeste
Het Verschueren-orgel leent zich volgens Bert van den Brink uitstekend voor zijn muziek. ‘Het is het grootste orgel van het park en het is helemaal mechanisch. Je moet ervoor werken en daar houd ik van.’ Hij is gek op de Frans-symfonische bouw van het instrument. Met name de Vox Celeste is erg geliefd bij hem. ‘Ik kreeg de kans om twee hele dagen hier te spelen en dan ontdek je zo’n instrument.’ Hij speelde wat op de Vox Celeste. ‘En dan is er zo een uur voorbij.’

De mogelijkheden die de Vox Celeste biedt, demonstreerde hij daarna in de bewerking van het Ierse anonieme lied Shenandoah. Een liefdeslied. Het klonk adembenemend. In de vertolking van Bert van den Brink kreeg dit lied  rust en een bijna profane karakter. De combinatie van de Vox Celeste als begeleiding en de fluiten als uitkomende stem maakten het tot de sensatie die bij dit Ierse lied hoort.

image

Het Mustel-harmonium beneden in de Orgelzaal op het podium.

Harmonium
Op de cd heeft Bert van den Brink één nummer op een ander instrument gespeeld. Op het Mustel-harmonium speelt hij Body and Soul van Johnny Green. Hij speelt het jazz-nummer op de célesta. De combinatie van het klokkenspel met de ‘vox celeste’ van het harmonium maken het tot een ingetogen stuk. Dat demonstreerde de jazz-muzikant gisteren overtuigend in het Orgelpark.

Bij de wandelingen naar en van het podium beneden liet hij zich begeleiden door ‘pauzemuziek’. Op het Sauerorgel had hij enkele improvisaties eerder ingespeeld die het publiek te horen kreeg als hij naar het podium liep. En later ook toen hij terugkeerde naar het grote orgel om Yesterdays van Jerome Kern te laten horen. Gevolgd door de Blues die hij door het Orgelpark blies.

Queen
De afsluiting was het meest verrassende en ik denk stiekem ook het hoogtepunt van de avond: de uitvoering van Bohemian Rhapsody van Queen. Een verzoek van zijn vrouw en twee kinderen. ‘Maar het kan niet’, had hij verzucht. ‘Probeer maar eens.’ En die poging werd rijkelijk beloond. Want wat klonk het overtuigend.

De uitdaging bij de uitvoering van dergelijke muziek is een zorgvuldige analyse van het origineel. Je kunt onmogelijk alles laten horen. Een uitvoering op orgel vraagt om keuzes. Die keuzes maakt Bert van den Brink. Hij laat dingen weg en legt op andere aspecten accenten. De registratie vormt hier een wezenlijk element bij. Het levert een interpretatie van een poplied op, dat net zo overtuigend klinkt als een klassieke compositie of als het origineel.

image

Bert van den Brink wordt gefilmd voor een videoreportage.

Hij is een overtuigende muzikant. De muziek die hij speelt, overtuigt mij ervan dat elke organist een tijdje bij een jazz-muzikant in de leer zou moeten gaan. Of moet meespelen in een popbandje. Het zou helpen bij het improviseren en spelen van klassieke composities. Het zou hem nog beter leren muziek te maken.

Update
De cd die ik aanschafte, deed het helaas niet. Gelukkig kreeg ik vandaag bericht: er is iets misgegaan met de persing. Volgende week krijg ik de nieuwe toegestuurd. Ik zie er erg naar uit. Ook omdat ik heel graag de muziek die ik zaterdag hoorde nog een keer wil horen.

Lijdensweg op cassettebandjes

lijdensweg op cassettebandjes

Ik weet zeker dat het ergens op een cassettebandje moet staan: de koralen bij de 7 kruiswoorden van Charles Tournemire. In een uitvoering van een onbekende organist, omlijst met de bijbelfragmenten uitgesproken door een even onbekende Amerikaanse kunstenaar.

Het is de registratie van een concert opgenomen in de Sint Servaes Basiliek van Maastricht, begin jaren 1990. Het orgel is enige jaren tevoren gerestaureerd en de KRO-radio registreert het concert. In de weken voorafgaand aan het concert laat de programmaleider Jos Leusink ander werk van Charles Tournemire horen.

Ik duik in de doos op zolder, boordevol met cassettebandjes. Ik draai bijna geen cassettebandjes. Ze lopen niet stabiel. Het is lastig een nummer nog een keertje te beluisteren en je loopt het risico dat door het afdraaien de kwaliteit van de opname nog verder afneemt.

De luxe cassettespeler heb ik nog wel bewaard, voor het geval dat. De versterker is lang geleden al overleden. Dat was een miskoop. Vrijwel vanaf het begin deed hij het niet. Slechts een kant van de boxen deed het. Daarom leef ik tegenwoordig op een goedkoop apparaatje. Er kunnen bandjes in afgedraaid worden, maar de kwaliteit is ronduit slecht.

De doos zet ik neer, ik speur stapels bandjes af. Maar het juiste bandje vind ik niet. Wel 2 uitvoeringen van Dupres Le Chemin de la Croix, van Ton van Eck – eveneens op het orgel van de Sint Servaes – en van Maurice Pirenne op het orgel van de Sint Jan in Den Bosch.

Teleurgesteld ruim ik de rest weer op. Het is een hele operatie de bandjes op te snorren. Ik verwissel een stapeltje, dat al heel lang op mijn bureau staat. De rest laat ik voor wat het is. Blijkbaar is Tournemire ergens gesneuveld. Ik wil de intrigerende opname weer eens horen, maar het blijft beperkt tot de herinnering.

Amerikanen, boeken en krankzinnigheid

Het twaalfde deel van de encyclopedie ‘Het historische Orgel in Nederland’ is gisteren feestelijk in de Oudenbosche basiliek gepresenteerd. De kerk is een kopie van de Sint Pieter in Rome, maar dan vele malen kleiner.

Het blijft een gigantisch bouwwerk, zeker als je beseft dat Oudenbosch een klein dorpje is. En dan zo’n kerk. De schuldige is een krankzinnige pastoor die zo verliefd was op Rome dat hij dat thuis wilde nabouwen. Dat hij zoveel mensen en vooral zoveel geld heeft weten mee te krijgen in zijn gekte.

De Vlaming Luc Ponet concerteerde. Hij kwam erg professioneel over en speelde fraai repertoire. Het was alleen een beetje kort en onbekend. Dat gaf luister- en concentratieproblemen. Ergens was ik blij het gepeupel weer te verlaten. Wel leuk vond ik om Jeroen en Irma even te ontmoeten en bij te kletsen.

De namiddag maakte erg veel goed. Ik stapte in Rotterdam uit om naar de serie Concerts Populaires te gaan van stadsorganist Geert Bierling. Ik was veel te vroeg en kocht de boekenmarkt leeg met Potgieter en ander onnodige boeken. Het concert was prachtig. Bierling maakte met zijn toehoorders een reis naar Hamburg, zoals Bach die ooit maakte.

Stadsorganist Geert Bierling speelde werken van Buxtehude, Bruhns (iemand met adhd, naar de huidige maatstaven volgens Bierling), Boehm en Reincken (iemand die er vreemde hobby’s op nahield, zo zou hij een hoerentent hebben bezeten). En natuurlijk: Bach.

De slotimprovisatie ‘In stylus bombasticus’ kwam inderdaad wat bombastisch over en vormde een schril contrast met de prachtige poëtisch aandoende improvisatie ‘Herinnering aan Hamburg’. De basiliek van Oudenbosch hangt een beetje tussen deze twee improvisaties in. Bombastisch, maar met poëtische verrassingen erin verwerkt.

Het echte toetje kwam gisteravond thuis. Ik had de cd ‘An American in Paris’ van Geert Bierling gekocht. Hij vertelde erbij dat ik hem voluit moest draaien, hij had registraties gekozen die het Rotterdamse Laurensorgel niet zo sterk verrieden.

Prachtig is de cd. Met werken van Vierne, Widor en Alain. Bierling weet ze heel aardig te presenteren. De echte kracht zit hem in de bewerkingen voor orgel van Gershwins Rhapsody in Blue en Ravels Bolero. De eerste vind ik werkelijk onovertroffen. De Bolero wordt mooi als je een paar keer luistert, al blijf ik vinden dat Bierling het einde niet zo fraai heeft opgelost…