Tagarchief: reisverhaal

Het diepe Zuiden

img_20160731_192134.jpgEen nieuw reisboek van Paul Theroux. Wat een goed bericht! Na zijn laatste reis door Afrika, een reis die hij vroegtijdig opgeeft, had ik de moed opgegeven. Van Paul Theroux zal nooit meer een reisboek verschijnen, dacht ik. Tot daar ineens Het diepe Zuiden ligt. Met op de cover een troosteloze parkeerplaats met bijbehorende benzinepomp. Een betere foto is in het oeuvre reisboeken van Paul Theroux niet denkbaar.

Totaal ander reisboek

Een totaal ander reisboek is Het diepe Zuiden van Paul Theroux. De titel van dit boek roept onmiddellijk associaties op met het gelijknamige boek van V.S. Naipaul. Maakte de Indiase Brit de reis in de jaren 1990, Paul Theroux neemt er in 2014 een kijkje.

Een bijna onmogelijke taak gezien het grote aantal reisboeken dat over de Zuidelijke staten van Amerika is verschenen gedurende de 20e eeuw. Veel roadnovels, inclusief de zwerfboeken van bijvoorbeeld Jack Kerouac, een flinke stapel reizigers is Paul Theroux al voorgegaan.

Bijzonder reisboek

Maar hij weet er toch een bijzonder reisboek van te maken. Dit keer reist hij niet in 1 keer door het Zuidelijke Staten van Amerika. Paul Theroux kiest ervoor om elk seizoen naar het Zuiden af te zakken en dan enkele weken rond te rijden. Zo kan hij sommige mensen meerdere keren bezoeken en aan het woord laten. Daarnaast ontdekt hij steeds nieuwe en andere dingen in het Zuiden.

Hij wil met de auto, niet vliegen. Ook slaat hij de algemene regel van het reizen door het Zuiden in de wind:

Nooit bij een tent eten die Mom’s heet, nooit een kaartje leggen met een man die Doc heet. (34)

Tweebaanswegen

Daarnaast kiest Paul Theroux niet voor de grote en brede snelwegen, maar neemt hij de tweebaanswegen die niet altijd even comfortabel zijn. Hij slaapt in de aangrenzende hotelletjes, vaak gerund door Indiërs. Hij typeert deze mensen aan de hand van hun achternaam: Patel.

Paul Theroux drukt meteen met de vinger op de zere plek als hij opschrijft wat er vaak wordt gezegd:

Een van de geruchten die in het Zuiden de ronde doen is dat blanken deze zaken aan Indiërs verkochten als daad van verzet, om ze uit handen van zwarten te houden. (38)

Een pijnlijk constatering die goed waar zou kunnen zijn, gezien de enorme hoeveelheid Indiërs die in het diepe Zuiden een hotel of andere winkel runt. Het gerucht blijkt meer waarheid te zijn dan de schrijver zou willen.

Vooroordelen en het Zuiden

Paul Theroux gaat niet alleen naar het Zuiden het om vooroordelen bevestigd te zien, maar vooral om de verhalen van alle bijzondere mensen hier op te tekenen. Het levert prachtige verhalen op van mensen die vaak gescheiden van elkaar leven, maar vaak meer op elkaar lijken dan ze zelf vermoeden.

Paul Theroux: Het diepe Zuiden, Vier seizoenen op tweebaanswegen. Met foto’s van Steve McCurry. Oorspronkelijke titel: Deep South. Nederlandse vertaling: Miebeth van Horn. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3051 7. Prijs: € 34,99. 508 pagina’s. Bestel

Mijn ultieme reisboek: De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux – #50books

image

Zo lang lees ik nog geen reisverslagen. Ik vond het vooral overdreven beschouwingen van reisjes. Bij het lezen vroeg ik mij altijd af in hoeverre het verhaal niet is aangedikt met verzonnen situaties.

Alleen mijn geliefde schrijver Junghuhn had wel een heel mooi reisverslag geschreven. Zo mooi dat ik het redigeerde en er een uit te geven editie voor maakte als afstudeerscriptie. Net als dat ik bij mijn reis door Italië met Goethes Italiaanse reis in de hand door het land trok.

Pas later ontdekte ik het reisverhaal. Ik las Paul Theroux: De grote spoorwegcarrousel. Wat een boek is dat zeg. De verteller reist per spoor door Europa en Azië. Hij zit voornamelijk in de trein, maar weet prachtige verhalen los te krijgen van en over zijn medepassagiers.

Het verhaal over Duffill werkelijk subliem. De verteller weet hier de persoon tegenover wie hij zit zeer treffend te beschrijven. Je ziet hem tegenover je zitten. Je vergeet dat je aan het lezen bent, je zit gewoon in de trein tegenover meneer Duffill.

De kracht van Paul Theroux’ oeuvre is wel dat hij 10 jaar later op zoek gaat naar meneer Duffill. Hij is dan op rondreis door Engeland en doet de woonplaats van zijn oud-reisgenoot in de Oriënt-Expres aan. De opmerkelijke Engelsman is al een paar jaar eerder overleden. Paul Theroux ontdekt dat Duffill voor de geheime politie werkte.

Juist die verhalen over mislukkingen en beschrijvingen van medereizigers maken zijn boeken tot een feest om te lezen. Als hij op weg is naar China zit hij weer in de Oriënt-Expres. Hij reist met een gezelschap dat zijn boek De grote spoorwegcarrousel leest. Hoe hij zichzelf hierbij weet neer te zetten is van een ongekende kracht. Ik geniet van dit soort observaties en zelfspot.

Daarom kan ik maar moeilijk een keuze maken. Voor mij behoort De grote spoorwegcarrousel zeker tot een meesterwerk van het reisverhaal. Een andere meester ontdekte ik jaren later: dat is de Engelsman Redmond O’Hanlon. Hij heeft een heel behapbaar reisverhalen oeuvre, maar hij weet je overtuigend mee te nemen op zijn reizen.

Ook hier speelt de zelfspot een belangrijke rol. Je geniet van de situaties waarin deze natuurliefhebber verzeild raakt. Ongetwijfeld behoort zijn tweede boek Tussen Orinoco en Amazone tot het hoogtepunt uit zijn oeuvre. Vooral als zijn reisgenoot Simon Stockton hem in de steek laat.

Dit soort reisboeken zijn altijd goed te lezen. Ook omdat de ontberingen centraal staan. Het toont het reizen in een ander daglicht: dat van de lijdende reiziger die nauwelijks kan genieten. Hij moet overnachten in smerige hotels, poepen in het oerwoud, elk moment malaria kan oplopen en op zijn minst aan de schijt is.

De waarheid is dan wat minder belangrijk. Het draait bij de boeken van Paul Theroux en van Redmond O’Hanlon om het hele verhaal. Dat staat in dienst van de eigenlijke reis. De boeken lezen als een roman. Uiteindelijk voelt het alsof je anders het boek uitstapt dan je eraan begonnen bent. Iets wat ik betwijfel bij veel hedendaagse reizigers: zij komen alleen met een bruin kleurtje terug, maar zijn zelf niet veranderd.

Ook bij het reisverhaal draait het niet zozeer om de reis die de verteller maakt, maar meer om het verhaal en de ontwikkeling die hij doormaakt. Wat is de uitwerking van het landschap op hem en hoe gedragen de mensen die hij ontmoet zich.

Dat verklaart misschien ook dat de grenslijn tussen een reisverhaal en een roman niet altijd goed te trekken is. Zo geniet ik ook van de romans van Paul Theroux. Al is zijn reisboek De grote spoorwegcarrousel niet te overtreffen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  32 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Fetisj

image

Het begint een traditioneel ingrediënt in de reisboeken van Redmond O’Hanlon te worden, zijn fetisj-kamer in zijn huis. Boudewijn Büch wist op televisie al een bezoekje aan deze bijzondere kamer te filmen. In de boeken van O’Hanlon komen het gevonden vogelei en de teen van de overleden vriend steeds terug.

Het boek Congo opent zelfs bij de féticheuse om een zegen voor de reis door de oerwouden van Congo te vragen. Verderop weet hij zelfs een fetisj te bemachtigen van een tovenaar.

[D]e fetisj die je nu in je handen houdt, meneer Redmond, die bevat de vinger van een kind. De geest van dat kind zal je beschermen. Die geest zla je behoeden voor gedachten die oud en treurig zijn. Die geest zal je vrijwaren van ziekte. De fetisj zelf is geheim. (230)

Hij stopt de fetisj veilig in zijn broekzak en voelt er soms aan om zijn angsten te bezweren. Het staat in schril contrast met O’Hanlons houding tegenover het christendom. Dat vindt hij waanzin, terwijl zelfs de Congolezen hem op de hypocriete houding wijzen.

Een kruis om de nek dragen, is ook een fetisj. Het eten en drinken van het lichaam en bloed van het grote blanke hoofd, is geen reden om de Afrikanen uit te lachen om hun geloof.

Redmond O’Hanlon krijgt zelfs de status van tovenaar als de Congolezen vernemen dat hij in huis een kamertje heeft met allerlei ‘herinneringen’, zoals hij het zelf noemt. Volgens Manou is het een fetisjhuisje, zoals Afrikanen.

Je ziet er blank uit, maar je bent een Afrikaan. Je voorouders, dat zijn eigenlijk Afrikanen, de oude mensen, de voorouders, pygmeeën die zo van het oerwoud houden. (560)

Ik ben het helemaal met Manou eens.

Redmond O’Hanlon heeft later een prachtige televisie-aflevering gemaakt over zijn fetisj met de vinger van een kind erin. Hij achterhaalt een hele handel in lichaamsdelen van overleden kinderen. Hierom verdwijnen veel kinderen in bepaalde Afrikaanse landen. Om nooit meer terug te keren.

Zie hoe hij op zoek gaat naar de oorsprong van zijn fetisj

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Aboriginal, didgeridoo en breien

imageEnthousiast geworden door een natuurfilm over Kangoeroes sla ik een kortgeleden aangeschaft boekje open. Het bevat foto’s en verhalen over Australië, geschreven door August Willemsen en gefotografeerd door Bert Verhoeff.

Ik vond het boekje een paar dagen terug in de kringloopwinkel. Enthousiast geworden door andere boeken van August Willemsen, heb ik het aangeschaft.

De tekst aan de binnenkant van de omslag belooft veel goeds. De zeven reportages in het boekje behandelen ‘onderwerpen die zij als typisch Australisch beschouwen en afweken van geijkte thema’s als de stranden, het surfen, koala’s, kangoeroes en Ayers Rock.’ In de plaats daarvan schrijft August Willemsen over backpackers, football en de ‘outback’.

Het boekje heet Van Tibooburra naar Packsaddle en bevat 7 verhalen, 59 foto’s en een epiloog. De foto op de voorzijde is al uitdagend genoeg. Een winkelcentrum, het winkelend publiek loopt voorbij. Op de grond zit een man – duidelijk een aboriginal – op een kleedje met zijn didgeridoo. Met zijn linkerhand houdt hij het mondstuk tegen zijn mond. In de vrije rechterhand heeft hij een boemerang vast.

Erachter staat een vrouw met een hoedje waar een grote bloem zit vastgepakt. De vrouw met het hoedje is al staand iets aan het breien. De wol komt uit de rugzak achter de man op het matje. Een vreemd beeld, maar het pakt.

De voorbijgangers kijken niet eens naar de muzikant en de breister. Mij trok de foto zo dat ik het licht verkleurde boekje kocht en dat ik het uiteindelijk zelfs begin te lezen…

Neergestoken schrijver

image

Net als in andere reisboeken, bezoekt Paul Theroux in De Zuilen van Hercules ook schrijvers. Hij doet dit bij ze thuis of in het ziekenhuis. De Egyptische schrijver Naguib Mahfoez ontmoet hij in het ziekenhuis. Vlak voor de ontmoeting is de Egyptische schrijver op straat neergestoken.

Paul Theroux gaat met de trein van Alexandrië naar Caïro, waarbij het nog even een citaat geeft uit Justine van Lawrence Durrell over ‘het snuiven van de reusachtige locomotief’.

Het is een intrigerend gesprek dat Paul Theroux heeft met Mahfoez, de schrijver die Alexandrië als inspiratiebron in zijn werk heeft. De Egyptenaar spreekt vrij luchtig over de aanslag die op hem gepleegd heeft. Hij is verontwaardigd dat de dader hem neergestoken heeft om zijn boek. Maar de dader heeft het boek waarschijnlijk niet eens gelezen omdat zijn religie het hem verbiedt.

‘Als je het boek gelezen hebt en het niet goed vindt,’ wist hij uit te brengen, haperend, ‘goed, dan heb je misschien een reden om een schrijver neer te steken. Nietwaar? Nietwaar?’ (367)

Wat verderop gevolgd door de mooiste zin uit het interview met de oude schrijver die op straat is neergestoken omdat er over hem een fatwa is uitgesproken.

‘Denkbeelden moet je met denkbeelden bestrijden – niet met geweld.’ (367)

Paul Theroux spreekt ook een andere schrijver. Weer op aanraden van zijn broer Peter Theroux die werk van veel Arabische schrijvers vertaald heeft. Het gaat om de Palestijnse schrijver Emile Habiby.

Het bezoek aan de schrijver geeft een mooie inkijk in het verschil tussen Palestijnen en Joden. ‘De deur van Arabieren staat altijd open’, laat hij de taxichauffeur zeggen. Terwijl bij Joden de deur op slot is.

Ook brengt hij een bezoek aan de Syrische schrijver Abd al-Rahman Munif in Damascus. Samen met hem bezoekt hij Ma’aloula, een plaats waar nog mensen zijn die Aramees spreken, de taal die Jezus sprak.

Het levert een mooi verhaal op over mensen die alleen gebeden in het Aramees kunnen uitspreken. Ze wijzen hem voortdurend op het oude altaar in de kerk, dat er meer uitziet als een gootsteen, dan op een altaar lijkt.

Het zijn bijzondere ontmoetingen met schrijvers. Is het niet de taxichauffeur die hem er naartoe brengt, dan treft Paul Theroux samen met de schrijver wel bijzondere mensen. Dat is het element in het werk van Paul Theroux: de ontmoeting met de ander. Gaat het niet via een boek, dan wel via een schrijver.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Doctor Johnson rond Middellandse Zee

image

Op zijn reis rond de Middellandse Zee leest Paul Theroux veel boeken. Daarnaast bezoekt hij ook schrijvers in De Zuilen van Hercules. Een traditie sinds zijn bezoek aan Borges in zijn treinboek De oude Patagonië-expres. In dat boek voert hij ook heel actief de schrijvers Poe en Boswell op. Vooral de laatste krijgt in vrijwel elk reisboek van hem aandacht.

Ook in De Zuilen van Hercules voert Paul Theroux de gesprekken met Doctor Johnson van James Boswell op. Dat begint al bij de introductie waarin hij zijn reis om de Middellandse Zee motiveert.

Het hoogste doel van reizen is de kusten van de Middellandse Zee te zien,’ heeft Doctor Johnson gezegd. ‘Aan die kustne lagen de vier grote rijken van de wereld: het Assyrische, het Perzische, het Griekse en het Romeinse. Onze complete godsdienst, bijna al onze wetten, bijna al onze kunsten, bijna alles wat ons verheft boven de wilde, is tot ons gekomen van de kusten van de Middellandse Zee. (10)

Een betere motivatie om de reis te beginnen is er niet. Wat verderop als hij op Corsica is, haalt Paul Theroux nog een keer Boswell aan als hij het over Corsicaanse nationalisten heeft:

De Corsicaanse trots varieert van fel nationalisme tot zwijgzame waardigheid, dat hadden alle bezoekers geschreven sinds James Boswell, die geïnteresseerd was geraakt in de Corsicaanse onafhankelijkheid en Doctor Johnson had laten kennismaken met Paoli. (136)

Daarna verlaten Doctor Johnson en James Boswell het verhaal om op de achtergrond stilletjes mee te neuriën. Maar noemen doet Paul Theroux niet meer. Gelukkig verruilt hij Johnson spoedig voor een exemplaar Frankenstein. Een boek dat ik niet zo direct met de Middellandse Zee associeer. Maar dat hoeft bij Paul Theroux ook niet, weet ik uit ervaring.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Arles, bloesem en licht

image

Als Paul Theroux op reis is rond de Middellandse Zee in De Zuilen van Hercules wil hij overdag in Arles aankomen. Hij belandt rond dezelfde tijd van het jaar als dat Vincent van Gogh daar aankwam op 20 februari 1888. Hij werd getroffen door het licht. Vincent schreef zijn broer Theo dat het leek of hij in Japan aankwam. Paul Theroux heeft er een verklaring voor:

Dat kwam door het licht, die kristalheldere kleuren. En bovenal kwam het door die bloeiende bomen. En het toeval wilde dat die februarimaand koud was geweest, met sneeuw. Van Gogh had tot zijn opwinding tsakken gezien die overdekt waren met sneeuwvlokken en witte bloesems – en dat in een laag, op Holland lijkend landschap van vlakke velden en rijen bomen langs de Rhone. (94/95)

Het is niet alleen het licht, de bloesem heeft ook iets magisch. Zo wegdromend bij de amandelbomen op het stationnetje van Arles, heeft Paul Theroux de voorbijrazende TGV helemaal niet in de gaten:

De trein gierde als een neerstortende straaljager, met een snelheid van ongeveer tweehonderveertig kilometer per uur, en met zo’n enorme luchtverplaatsing dat de bloemblaadjes van de amandelbomen werden weggeblazen. (99)

De rest van de dag heeft Paul Theroux het voorbijsuizen van de TGV nog in zijn hoofd, alsof zijn hersenen uit zijn oren werden gezogen. Later refereert hij nog naar dit moment als hij door de oude ommuurde stad op Rhodos loopt. Hij luistert naar de verhalen van de x-benige Spillman en denkt aan zijn Arles, Van Gogh en de amandelbloesem:

Ik herinnerde het Arles van Van Gogh omdat ik bijna overreden was door een TGV op het station van Arles terwijl ik verrukt naar de amandelbloesem stond te staren. (461)

Het is de kracht van Paul Theroux. Je voelt je als lezer precies hetzelfde. Je loopt met Spillman mee en zweeft in gedachten mee naar de plekken waar je honderden bladzijden eerder was. Het is de ultieme reiservaring…

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

De cruise een jungle – #WOT

image

Arctisch dagboek van Jelle Brandt Corstius is uitverkocht. Gelukkig komt er een herdruk van dit boekenweekessay. Ik las het gisteravond nadat ik gisteren één van de laatste exemplaren wist te bemachtigen. Het is een heerlijk verhaal om te lezen.

De bekende schrijver, reiziger en journalist Jelle Brandt Cortius schreef het verhaal aan boord van het cruiseschip de MS Discovery. Normaal houdt hij geen dagboek bij, vertelt hij op de zijflap van het boekje, ‘maar dit waren geen normale omstandigheden.’

Moermansk

Hij is uitgenodigd gedurende de cruise een drietal lezingen Moermansk aan boord te komen. Het reisdoel: de Noordkaap. Daar wil hij zijn hele leven al naartoe. Zodoende vaart hij een dag of vier mee tot aan Archangelsk. Alleen is hij vergeten dat hij als bekende Nederlander aan boord geen moment voor zichzelf heeft. ‘Er waren vijfhonderd passagiers aan boord, en ze bleken allemaal met mij te willen praten.’

Een cruise is de tegenhanger van de jungle. De boot vaart op open zee en biedt zo alle overzicht en uitzicht. Alleen het dagboek dat Jelle Brandt Corstius in al zijn wanhoop bijhoudt, laat zien dat het ook aan boord van een cruiseschip een jungle is. De enige plek waar hij niet lastiggevallen wordt is zijn hut. Zonder ramen.

Zodoende verschanst hij zich hele dagen in zijn hut en komt er alleen voor het hoogstnoodzakelijke uit. Dat zijn de summiere zoutloze hapjes voor de bejaarde passagiers. Jelle Brandt Cortius beleeft eigenlijk nauwelijks plezier aan het eten. En daarnaast moet hij eruit voor de lezingen. Deze vallen slecht in de smaak bij het publiek.

Hoerdier

Het levert een kostelijk verhaal op over de gasten aan boord van het schip en hun relatie met de Ruslandkenner. Ze gebruiken de bekende Nederlander voornamelijk om hun verhaal bij te deponeren. En daarnaast hun ongrieven over de lezingen, de medepassagiers en de excursies te uiten. Van een gesprek is nauwelijks sprake, concludeert Jelle Brandt Cortius.

Ik voelde mij als een kruising tussen een hoer en een huisdier. Een hoerdier, bij wie je met al je sores terechtkon, zonder enige schroom of reservering, want per slot van rekening zat ik bij de prijs inbegrepen. (34)

Het levert een verhaal op aan boord van een cruiseschip dat iets anders loopt dan The Love Boat. Jelle Brandt Corstius doet dit niet zonder ook kritisch naar zichzelf te kijken. Het verhaal biedt een leuk inkijkje in het gedrag van de reizigers van een cruise. Mensen die volgens hem bang en avontuurlijk tegelijk zijn. Een combinatie die fataal is en daarom zulke klagende passagiers oplevert.

Educatiecomplex

Daarbij roept Jelle Brandt Cortius associaties op met de cruisebeschrijvingen die Paul Theroux geeft in zijn reis rond de Middellandse Zee: De Zuilen van Hercules. Het biedt een inkijkje in het leven aan boord van een cruise, waar mensen met teveel geld en met een educatiecomplex.

Mensen met een ‘educatiecomplex’ denken dat de wereld ze niet voor vol aanziet omdat ze hun bul niet hebben gehaald, licht Jelle Brandt Cortius toe. Hierdoor strooien ze maar met citaten en schrijvers om hun belezenheid te benadrukken. Voor Jelle Brandt Cortius koren op de molen voor zijn verhaal, waardoor het boekenweekessay een prachtig reisverhaal is van de jungle aan boord van een cruiseschip.

Bespreking van Jelle Brandt Cortius: Arctisch dagboek. Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 2014. 64 pagina’s. ISBN 987 90 596 5235 4. Prijs 2,50 euro.

#WOT

Elke donderdag geeft Irene een nieuw WOT-woord waarover een groep bloggers een blog schrijft. Deze week: jungle.

Paul Theroux: De zuilen van Hercules

image

Na de omzwervingen door de Pacific in zijn boek De gelukkige eilanden, kiest Paul Theroux in De Zuilen van Hercules voor een reis rond de Middellandse Zee. Zijn boek volgt een alternatieve ‘Grand Tour’ zoals de ondertitel van de Engelse uitgave ook vermeldt: The Pillars of Hercules, A grand Tour of Mediterranean.

In dit reisverslag uit 1995 (de vertaling van Tinke Davids is van 1996) volgt hij de Odyssee en bezoekt de plekken die Odysseus bij zijn omzwervingen aandoet. Alleen doet hij dit aan het eind van de 20e-eeuw, waarbij in Bosnië Kroaten en Bosniërs tegen elkaar vechten. Syrië gaat (al) gebukt onder het bewind van Assad en Algarije is voor Amerikanen verboden gebied is.

Het is een prachtige reis geworden waarbij hij ruim anderhalf jaar door het gebied rond de Middellandse Zee zwerft, met een korte onderbreking in het zomerseizoen. Dan vliegt hij even naar huis, de toeristen en het gedoe ontlopend om even ontwapend in het najaar aan een heuse cruise te beginnen.

Het verhaal begint bij de Rots van Gibraltar, een van de Zuilen van Hercules, en eindigt op de andere zuil: Ceuta. Gevolgd door een kort ‘coda’ in Tanger waar hij de schrijver Paul Bowles bezoekt. Het is een reis dat veel elementen uit de vorige reisboeken bevat: het lezen onderweg, het bezoeken van schrijvers en de hekel aan het reizen per vliegtuig.

Paul Theroux maakt een alternatieve Grand Tour langs al die plaatsen die door miljoenen toeristen en pensionada’s worden bezocht of (tijdelijk) bewoond: de Costa del Sol, Barcelona, Mallorca, Nice, Sardinië, Sicilië, Venetië, Triëst, Athene, Corfu, Istanbul, Efese en Alexandrië.

Hij wisselt hierbij het reizen per boot, trein en bus af door liefst twee cruises te maken: eentje op een Amerikaans schip en eentje op een Turks schip. Hier evenaart hij de vermakelijke beschrijvingen van de georganiseerde treinreis aan het begin van zijn China, per trein. Opnieuw moeten vooral zijn landgenoten, de Amerikanen, het ontgelden.

Het contrast is de reis op het Turkse cruiseschip. Op het schip ms. Ak Deniz is hij de enige Westerling aan boord. Hij zet hier de komische beschrijvingen van zijn eerste cruise door. Alleen gaat het een andere kant op en verandert de grap soms in verontwaardiging of verwondering.

Als een Odysseus slingert hij over de Middellandse Zee van de ene kust naar de andere. Hierdoor krijgt het verhaal een mooie structuur. Het krijgt iets van de Odyssee, zelfs compleet met de wilde stormen. Tegen het einde wordt het verhaal steeds grilliger. Het lijkt dat Paul Theroux geen afscheid kan nemen van het zwerversbestaan.

Ook omdat het verhaal, het belangrijkste ingrediënt mist: het verlangen naar huis en de wachtende geliefde. Dat verlangen is juist zo kenmerkend voor de Odyssee. Het verlangen om in de armen van Penelope te vallen. Dat aspect valt ten deel aan de omzwervingen over de Pacific in De gelukkige eilanden.

In De Zuilen van Hercules kan Paul Theroux weinig anders doen aan het einde dan de ‘rozevingerige dageraad’ te veranderen in ‘een omgekeerde zonsondergang’. Het is een einde dat misschien wel het beste past bij een boek dat een grote omzwerving is.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Vervuild paradijs

image

De eilanden in de Pacific die Paul Theroux in De gelukkige eilanden aandoet, komen paradijselijk op hem over. Bij de ontdekking van de eilanden in dit enorme gebied, vergeleken de ontdekkers hun vondst ook vaak met het paradijs. Een eigenaardige vergelijking. De natuurvolkeren, de ongerepte natuur en het voedselrijke eiland roept dat blijkbaar op bij mensen.

Het lezen van De gelukkige eilanden roept tegelijk wel de vraag op hoe met deze kwetsbare paradijzen wordt omgegaan. Overal loert het gevaar van vervuiling. Met name de Amerikanen weten goed hoe ze de eilanden van Hawaii moeten vervuilen. Ze gaan roekeloos met de natuur om. De stranden lijken vooral bedoeld voor het massatoerisme dat een aanslag is op de kwetsbare natuur.

Meteoroloog

Bij een peddeltocht rondom Nananu-i-Ra komt Paul Theroux de meteoroloog Michael tegen.

Michael was een van de eersten die de verandering van het weerpatroon over de hele wereld en de mogelijkheid van een broeikaseffect had bestudeerd. (320)

Michael zegt iets heel interessants in het boek van Paul Theroux over de invloed van drie gebieden in de wereld op het hele klimaat. Hij demonstreert hoe kwetsbaar de wereld eigenlijk is.

‘De mensen denken voornamelijk aan Brazilië – het regenwoud – als ze zich zorgen maken over de ozonlaag. Maar het zijn de drie hot spots die het weer in de wereld bepalen. Brazilië, Borneo en Kongo-Zaïre, het midden van Afrika. Die produceren de hitte en de kracht’- hij duwde omhoog met zijn vuist – die El Niño voortdrijft.’ (320)

De meteoroloog doet vervolgens Michael de voorspelling dat de jaren negentig ‘een heet decennium’ zullen worden. Deze uitspraak slaat vooral op het decennium erna, waarbij de ‘drie hotspots’ eraan moeten geloven door de ontbossing van dit energierijke gebied.

3 energieke gebieden

De reisverhalenschrijver Redmond O’Hanlon alledrie de gebieden bezocht en bereist heeft. En over alledrie de gebieden prachtige boeken schreef (het laatste over Kongo moet ik nog lezen). De kracht en energie die van de natuur in deze gebieden uitgaat, laat wel zien dat de meteoroloog die Paul Theroux tegenkomt, gelijk heeft. Het zijn heel kwetsbare gebieden die het weer over de hele wereld beïnvloeden. De grote veranderingen daar (bomenkap), zorgt voor grote veranderingen over de hele wereld.

Het doet pijn en verdriet verderop in De gelukkige eilanden te lezen hoe kwetsbaar de eilanden – aardse paradijzen – zijn in de Pacific. Overal bespeurt Paul Theroux de negatieve invloeden van de moderne mens. Dat geldt niet alleen voor de Fransen die kernproeven doen in het gebied, maar zeker ook voor de Amerikanen en Japanners.

Massatoerisme

Het massatoerisme krijgt de eilanden in hun greep. Zo sterk zelfs dat de toeristen het paradijs bedreigen. De gelukkige stranden worden bevolkt door toeristen die de oorspronkelijke culturen van zeker duizend jaar totaal verwoesten. De eilanden worden nu volgestouwd met hotels en landingsbanen voor vliegtuigen. De stranden worden in bezit genomen door waterskiërs en surfers.

Van de speciale diersoorten die oorspronkelijk op de eilanden van Hawaii leefden, zijn nog enkele overgebleven.

Hawaii heeft meer inheemse vogel- en plantensoorten veroren, heeft meer dieren tot uitsterven gedreven dan enige andere plek op aarde. (614)

Misschien dat de bestempeling ‘paradijs’ voor dit verval heeft gezorgd. Het demonstreert hoe kwetsbaar mooie gebieden zijn. Hoe snel ze er niet meer zijn. Verdwenen, terwijl ze onvervangbaar zijn en de begeerte naar het paradijs – hoe het eens was – alleen maar zullen versterken.