Tagarchief: schrijven

Getto

image

Abdelkader Benali schrijft aan zijn dochter dat zijn idee om je te ontworstelen aan je afkomst, het verloren heeft van de werkelijheid. Het hangt niet alleen van jezelf af. Er is ook nog zoiets als je omgeving.

Toch moet je je proberen los te maken van het ‘getto’ waarin je met eeh half been staat. De afkomst, de geboorte, de mensen om je heen. Voor Abdelkader Benali is het de kunst om verder te kijken over de muren van je omgeving heen:

We zijn allemaal geboren in getto’s, afgebakende ruimtes waarin de buren en de naasten min of meer dezelfde mening over de wereld zijn toegedaan. Het gaat hier om durven kijken naar de wereld vanuit de ogen van de afstandelijke toeschouwer, die zich lat leiden door zijn persoonlijke hartstocht en passie, en niet alleen door zijn afkomst. (104)

Lezen en schrijven helpen je daarbij. Zoals de jonge Abdelkader Benali ontsnapte uit de kamer waarin hij leefde door te lezen. De boeken gaven hem de blik op de wereld om hem heen. Ze hielpen hem om op een afstand te kijken naar de mensen en het getto waarin hij leefde. Het lezen heeft hem hierbij geholpen. Daarmee wordt Amber wel een ander mens dan haar ouders. Zij groeit op met ouders die kunnen lezen en schrijven.

Jij verenigt de orale en de geschreven wereld in je, de wereld van de gift en de wereld van het geld. Bij jou eindigt ook een tijdperk: waren je oudedrs die met hun stem boeken volschreven, jij bent van een ander hout gesneden. (144)

Het einde biedt een nieuw begin. Daarmee probeert Abdelkader Benali juist ruimte te scheppen voor zijn dochter. Ze geloven in een nieuw begin, zelfs al lijkt de wereld om haar heen bruter en wreder dan ooit. Het nieuwe leven biedt kansen, kansen om de wereld te veranderen.

Het is misschien het grenzeloze optimisme dat de schrijver zo bewonderde in zijn eigen jonge moeder. Het optimisme van jonge ouders die geloven in de toekomst.

Abdelkader Benali: Brief aan mijn dochter. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN 978 90 295 0561 1. Prijs: € 15. 172 pagina’s.Bestel

Minderheid

image

De brief die Abdelkader Benali aan zijn pasgeboren dochter Amber schrijft, hinkt op 2 gedachten. Enerzijds spreekt de hoop op een nieuwe toekomst. Anderzijds is er de angst te behoren tot een minderheid die beschimpt en veracht wordt.

Als kind van een minderheid hoop ik dat het jou bespaard blijft om steeds uit te moeten leggen, alleen omdat je lid bent van die groep. Het doet me pijn om dit te zeggen, maar vrijheid is geen vrijheid wanneer op zijn minst over een deel ervan door een ander wordt beschikt. (118)

Zeker zoals Abdelkader Benali schrijft over de jongens om heen, hoe zij de druk van thuis niet aankunnen. Iedereen moet advocaat of dokter worden, als je het niet redt, faal je. En dat falen komt eerder dan je verwacht: al bij het eerste lage cijfer.

Niemand om ze te vertellen dat falen geen tragedie was, dat een onvoldoende niet hoefde te voelen als het zwaard van Damocles. Dat op de lange, grillige weg naar een diploma en een nette baan ook misstappen gemaakt konden worden. In dat vacuüm boden de wetten van de straat uitkomst. Schaamte brandt de ambitie af, en de verleidingen die op de loer lagen waren sterk en giftig. (51)

Zijn afkomst heeft hem gemaakt tot wie hij is. De publieke opinie oordeelt hem op zijn afkomst en verdedigen heeft geen zin:

Toen ik jonger was ben ik weleens ingegaan op uitnodigingen om uit te leggen hoe het zit met die Marokkanen. Ik weet nu dat dat een vergissing was, omdat het optreden als representant (de welbespraakte variant van de monsters) ervoor zorgde dat het misverstand de waarheid in de weg bleef staan. (119)

Het wekt alleen maar argwaan en maakt je meer onderdeel van de groep waarover je zelf spreekt. Daarmee versterk je juist de plaats waar je voor de ander staat. Het opent niet de dialoog waar je op hoopt, maar verengt de discussie alleen maar.

Abdelkader Benali: Brief aan mijn dochter. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN 978 90 295 0561 1. Prijs: € 15. 172 pagina’s.Bestel

Biesheuvel: De weg naar het licht

image

In mijn strooptocht op zoek naar de boeken van Maarten Biesheuvel krijg ik plotseling de delen 2 en 3 van het Verzameld werk toegeworpen. Ze liggen op de tafel met afgeschreven boeken in de bibliotheek.

Een droom wordt werkelijkheid. Behalve dat ik wekenlang achtereen de tafel afstruin op zoek naar het eerste deel van deze serie. Het ligt er niet. Daarom zoek ik uit welke boeken in dit eerste deel zitten. Zo ontdek ik dat ik de verhalenbundel De weg naar het licht helemaal niet heb.

Als ik hem dan in een kringloopwinkel tegenkom, gaat hij mee. Ik kan mij niet bedwingen en begin te lezen. De wereld in de verhalen van Biesheuvel bestaat uit een uniek universum. Het universum waarin je verdrinkt in de woorden, het verhaal en de personages. Je weet niet altijd waar je bent, maar je laat je meeslepen in de beelden.

Het verhaal ‘De Leeuw van Leiden’ bijvoorbeeld. De verteller is bij een bijeenkomst waar de aanwezigen allerlei boeken en artikelen lezen. Daarna begint een man een lange monoloog over wat 1 iemand wel niet allemaal geschreven heeft.

Ze zijn allemaal van 1 man: Maarten ’t Hart. De verteller wijst de man die de monoloog hield op de schrijver: hij zit te breien in een hoekje van de kamer op een sofa. Het is de Leeuw van Leiden die daar zit.

Dan probeert de verteller te achterhalen waar het geheim vandaan komt. Hoe komt het dat Maarten ’t Hart werkelijk alles leest en daarna bijna dagelijks publiceert over allerlei onderwerpen. Of zoals de verteller aan de Leeuw van Leiden vraagt:

‘Vertel me nou toch eens wannéér je schrijft over al die onderwerpen, andere mensen zouden er met hun dertienen jaren over doen om zoveel te schrijven over aardrijkskunde, antropologie, biologie, economie, geneeskunde, geologie, geschiedenis, godsdienst, huishouding, krijgskunde, kunstgeschiedenis, letterkunde, maatschappijleer, mode, muziek, opvoedkunde, politiek, psychologie, recht, scheikunde, staatskunde, sterrenkunde, techniek, weerkunde, wiskunde, wijsbegeerte enzovoort, ja werkelijk járen zouden dertien mensen bezig zijn met het schrijven van zoveel artikelen over zoveel onderwerpen, zoveel verhalen, zoveel romans…, terwijl jij dat allemaal in je eentje in ééń jaar af kan? Dat grenst aan het krankzinnige. Jouw verschijnsel begint, wat wonderlijkhied betreft, vormen van metafysische onbegrijpelijkhied aan te nemen.’ (179)

Het gesprek begint hierna even wonderlijke, metafysische onbegrijpelijke vormen aan te nemen. Het gesprek fladdert van raaskallen naar de zang van de nachtegaal, naar de colleges van Karel van het Reve. Volgens Maarten ’t Hart zou de verteller de colleges ernstig verstoord hebben:

‘[W]aarom hielp jij altijd de colleges van Karel van het Reve naar de maan door er allerlei kletskoek uit te gooien? Dacht je soms dat wij geïnteresseerd waren in de verhalen van jou over je moeder, je vader, over Rooms en Protestant Kethel, dat wij belangstelling hadden in je zeeverhalen en al die zotte fantasiën?’ (181)

De verteller weerspreekt de opmerking dat de Leidse professor daar niet op zat te wachten. Hij vond het juist heerlijk als ik een deel van die 50 minuten vulde, geeft hij als tegenargument.

Toch wil de verteller graag achter het geheim van de enorme productiviteit van Maarten ’t Hart komen. Daar verliest het verhaal alle grip op de werkelijkheid. De verklaring voor die enorme productiviteit: zijn enorme verliefdheid. Daardoor gedreven vliegt zijn pen over het papier, waarna zijn vrouw alles uittikt en dagelijks de artikelen per post worden verstuurd naar alle media van Nederland.

Het is dat verlies op de werkelijkheid die de verhalen van Biesheuvel iets dromerigs geven. Je raakt de draad regelmatig kwijt of komt er juist verstrikt in te zitten. Het verhaal dat van de hak op de tak gaat en waarbij je alle kanten opschiet. Het beste is dan om stug door te lezen. Als een schip in de storm door te varen, want je komt vanzelf behouden in de haven aan.

J.M.A. Biesheuvel: De weg naar het licht en andere verhalen. 7e druk, 1985. Amsterdam: Meulenhoff, [1977]. ISBN: 90 290 0664 1. 240 pagina’s. [niet meer verkrijgbaar]

Ik vlogde al eens eerder over hem:

Moleskine

image

Regelmatig vertelt Ilja Leonard Pfeijffer in zijn nieuwste boek Brieven uit Genua over de Moleskines die hij als schrijver verslijt. Al zittend in het café zit hij met de lijntjesboeken van dit merk voor neus.

In de enige Moleskine die ik bezit, zit een los blaadje. Op dat blaadje staat de volgende tekst:

Moleskine is the legendary notebook used by European artists and thinkers for the past two centuries, from Van Gogh to Picasso, from Ernest Hemmingway to Bruce Chatwin. This trustly, pocket-size travel companion held sketches, notes, stories and ideas before they were turned into famous images or pages of beloved books.

Zou het echt waar zijn dat dit notitieboekje je meehelpt bij het bedenken van die prachtige ideeën. Ilja Leonard Pfeijffer lijkt het in zijn Brieven uit Genua alleen maar te doen. Overal waar hij zit, legt hij het Moleskine-boekje voor zich en borrelen de briljante ideeën rechtstreeks uit het brein op papier.

Terwijl computers en internet ver weg zijn, haal ik mijn Moleskineopschrijfboekje uit mijn binnenzak en terwijl de piazza langzaam begint te zoemen, kleuren dieper worden, mensen menselijker en de avondvullende operette een aanvang neemt, zak ik onder de tijd en haal mijn pen tevoorschijn om glimlachend met trage streken te etsen en te schrijven wat mij echt interesseert, zoals deze brieven aan jou. (212)

Of verderop wanneer hij aan zijn oude ik een brief schrijft over het ontstaan van zijn roman Het ware leven, een roman:

Elk hoofdstuk van dat boek heb je in eerste instantie in een minuscuul handschrift met een zwarte fijnlijner met de hand in een Moleskineopschrijfboekje geschreven. (462)

In een brief aan zijn accountant stelt de schrijver uit Genua dat al die opschrijfboekjes bij elkaar best wat waard zouden zijn. Mits hij natuurlijk een beroemd schrijver zou zijn:

Ik heb sinds jaar en dag de gewoonte om zo goed als alles wat ik schrijf in eerste instantie in handschrift te schrijven, met pen en papier, in kleine, ongelinieerde, zwarte Moleskineopschrijfboekjes. Inmiddels is dat een aardige verzameling geworden van vele tientallen gelijkvormige notitieboekjes met daarin de complete manuscripten in een eerste versie van al mijn romans, gedichten, verhalen en toneelstukken, in ieder geval vanaf 2001, inclusief schematische opzetten, verworpen passages, ongepubliceerde fragmenten, tekeningetjes en dagboeknotities. (601)

Bij mij rijst onmiddellijk de vraag op of de notitieboekjes van het betreffende merk eraan hebben bijgedragen. Zou het uitmaken of iemand iets opschrijft in een aftands schriftje, doormidden geknipt, de helft van de blaadjes eruit gescheurd, een hoekje van een oude krant of gewoon op een los velletje dat nergens en overal rondzwerft?

En zouden echt alle boekjes van het merk Moleskine zijn, of heeft de dichter weleens overspel gepleegd en is op een goedkoper merk overgestapt, een dummy uit de Xenos of nog erger een Moleskine met streepjes.

Op die vraag krijg ik geen antwoord in het boek en ik snap het idee: Ilja Leonard Pfeijffer wil zich graag scharen in de lijst met Moleskine-gelovigen. Of dat terecht is, weet ik niet altijd. Wat ik bij het lezen van zijn brievenboek Brieven uit Genua wel opmaak is dat er wel erg veel informatie uit de boekjes met briefschetsen in de bundel is gekomen. Misschien wel alles.

Geen idee of deze grote schrijvers en kunstenaars inderdaad hun briljante werk in de notitieboekjes van Moleskine hebben geschreven, getekend en geschetst.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Brieven uit Genua

image

In zijn jonge jaren droomde de dichter Ilja Leonard Pfeijffer ervan een boek te schrijven met de titel Brieven uit Genua. Dat schrijft de classicus, dichter en romancier die sinds 2010 in de havenstad Genua woont. Hij schrijft het in het boek met dezelfde titel als waarvan hij vroeger droomde.

Hij eert deze stad in zijn roman La Superba. Dat is een project waaraan hij 4 jaar werkte, zo schrijft hij in 1 van zijn 50 brieven aan Gelya.

700 pagina’s egodocument

Nu verwent hij zijn lezers op een 700 pagina’s egodocument boordevol met brieven uit de Italiaanse stad. Een gigantisch project, niet alleen voor de lezer, maar ook voor de schrijver, kan de lezer lezen. Vanaf de eerste brief op 27 april 2012 tot de laatste, 2 november 2015, ligt bijna een even lange periode als hij over de roman La Superba heeft gedaan.

Er gebeurt ontzettend veel in deze periode. Niet alleen sterft zijn oma en wint hij diverse literaire prijzen als de Libris Literatuurprijs. Hij brengt ook een nieuwe dichtbundel Idyllen uit, waarmee hij eveneens in de prijzen zal vallen. Net als dat hij een ontsteking aan zijn achterste krijgt.

Brieven aan Gelya

Niets blijft de lezer bespaard. De rode draad in de bundel vormen de 50 brieven aan Gelya. Ze worden afgewisseld met andere brieven, aan officiële instanties, aan Europa, aan zijn moeder, familie van moederskant en aan de Ilja Leonard Pfeijffer uit het verleden.

Om met het laatste te beginnen. Deze brieven zijn een mooie vondst binnen het genre van het egodocument. Ze staan in het hart van de bundel en beslaan bijna 170 pagina’s. Deze brieven zijn verreweg het meest interessant. In elk van de 12 brieven, haalt de brievenschrijver een ander tijdperk en een ander facet uit zijn leven aan.

Hele leven

Ilja Leonard Pfeijffer deelt zijn hele leven overzichtelijk in. Het leuke is ook dat de brieven in omgekeerde volgorde zijn geschreven. De datum loopt steeds verder terug met elke nieuwe brief. Je leest ze in de omgekeerde volgorde waarin ze geschreven zijn.

Al heeft het ook iets pathetisch en laten sommige delen een iets te overtrokken beeld bij de lezer achter. Ze lijken de schrijver groter te willen maken dan hij al is, waarmee hij zich soms een tikkeltje bespottelijk maakt.

   Intussen begint die zo effectief opgebouwde reputatie je een beetje dwars te zitten, ik weet het. Waar je allergisch voor bent geworden, is het woord ‘virtuoos’. Ik gebruikte het net ook. Om je te pesten. Het lijkt een compliment, maar wie jouw werk virtuoos noemt, bedoelt daarmee dat het allemaal effectbejag is, toeters en bellen, briljant gejongleer, heel knap, maar dat het uiteindelijk nergens over gaat. Omdat je het fatsoen hebt om, anders dan je meeste collega’s, aandacht te besteden aan de vorm, denken ze dat het je alleen te doen is om de vorm. Het is niet makkelijk om jou kwaad te krijgen, maar daar kun je woedend over worden. (455)

Zeker, een leven kan haast ongemerkt aan je voorbij gaan, maar dat doet de brievenschrijver Ilja Leonard Pfeijffer vooral niet. Elk detail wordt als een groots wapenfeit beschreven. Olifanten en muggen zwermen om elkaar heen en maken zichzelf groter dan ze zijn.

Zuchten

Dat zijn de delen waarbij je het even moet zuchten. Het is de herinnering die het dan van je wint. De studie in Leiden, de fietstocht naar Genua, de romans en dichtbundels trekken aan je voorbij. En de vele liefdes die de held van het verhaal steeds tot diep in het hart raken.

Net als de flamboyante levensstijl van Ilja Leonard Pfeijffer. Het aantal drankglazen en peuken tel je niet meer, maar het zijn er meer dan het aantal pagina’s die het boek telt. Dat kan niet anders dan misgaan, al valt de ontknoping een beetje in het niet bij al het woordengeweld dat uit de rest van de brieven spreekt.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Waarom blog ik over boeken? #50books

image

Mijn eigen vraag beantwoordend: waarom blog ik eigenlijk over de boeken die ik lees? Het is al lange tijd mijn gewoonte om te schrijven over boeken. Het begon tijdens mijn studie waarbij ik ook artikelen en recensies schreef over boeken. Daarnaast begon ik vanaf 2001 te schrijven voor het Zuid-Afrikaanse Litnet.

Leren schrijven

Daarmee werd het schrijven over boeken vanzelfsprekend. Ik heb het wel echt moeten leren. Schreef ik aanvankelijk nog vooral academisch, geleidelijk wijzigde mijn stijl in minder jargon en legde ik de werking van het gelezene vooral bij mijzelf neer. Een mooi combinatie vond ik zelf.

Bij het bereikbaar komen van het bloggen voor iedereen, startte ik mijn eigen blog. Begonnen op Hyves, ging ik vrij snel daarna over op blogger.com. Een wereld ging voor mij open. Ik kon schrijven waarover ik wilde schrijven en het verscheen meteen op internet.

Zo ontdekte ik het bloggen. Er ontstond een boeiende community onder bloggers, aangespoord door de avonden met #blogpraat. Ik schreef over alles wat me bezighield. Dat kon een boek zijn, maar ook een artikel in de krant of een gebeurtenis onderweg in de trein. De opwinding had hierbij dikwijls de overhand.

44 delen Bilderdijk

Ging het in de eerste jaren vooral om de bijzondere aankopen die ik deed, zoals de 44 delen Bilderdijk, de aankopen van Junghuhns Java en Terugreis. Pas veel later zou het gedegen artikelen worden. Ontstaan in de tijd dat ik schreef over Paul Theroux’ Spoorwegcarrousel en andere boeken waar ik niet goed over kon schrijven op Litnet.

Kringloopwinkel

Het bespreken van boeken ging hand in hand met mijn liefde voor de kringloopwinkel. Ik kwam in aanraking met boeken die ik normaal niet zo snel zou kopen en lezen. Het heeft mij heel nieuwe boeken gebracht die ik met veel plezier lees en na lezing bespreek op mijn blog. Het begon met een blog over een boekje van Marjan Berk waarmee ik na het lezen meer wilde doen.

Sinds de laatste jaren met ondermeer initiatieven als #eenperfectedagvoorliteratuur schrijf ik bijna alleen nog maar over boeken. Waren mijn eerste besprekingen nog heel erg lang, later knipte ik mijn bijdrages op in meerdere delen. Zo kreeg de lezer verschillende indrukken van een boek over meerdere dagen verspreid.

Deze vorm spreekt mij wel aan. Zeker ook omdat ik doordeweeks niet veel tijd heb om te kunnen bloggen. Daarnaast ben ik dit jaar begonnen met 2 grote projecten: het verzorgen van de wekelijkse boekenvraag #50books en elke woensdag een blog over Dantes meesterwerk De goddelijke komedie.

Waarom doe ik dit allemaal? Ik denk dat ik met het bloggen vooral lekker wil schrijven over wat ik lees. De ideeen, de emotie, het denken over de boeken die ik tot mij neem. Het zijn vrij eenzame momenten en het moment om dat te delen is op mijn blog. Daarbij schrijf ik vooral voor mijzelf en pas veel later voor mijn lezers.

Dat drijft mij elke keer week achter de computer…

Schrijftips

image

Bij het interview over zijn nieuwe roman Schuld geeft schrijver Walter van den Berg in De Volkskrant een paar interessante tips. Hij laat vooral zien dat schrijven vooral werken is.

Ik gebruik schrijfsoftware. Met het programma Scrivener kun je makkelijk schuiven met scènes en hoofdstukken. En met kaartjes kun je kort noteren wat er per scène gebeurt. En je kunt alle jaren bijvoorbeeld een kleurtje geven. Als je veel tijdsprongen gebruikt, kun je in één oogopslag zien of de jaren goed verdeeld zijn. Ik heb nog een programmaatje dat ermeer integreert, Aeon Timeline. Daarmee zie ik per personage of de tijdlijn klopt.

Hele goeie tips, die misschien niet bijdragen aan de romantiek van het schrijven, maar wel handzaam zijn als je hulpmiddelen zoekt bij het schrijven. Net als de tip die hij eerder geeft en die hij weer via een bevriend schrijver van Hemingway heeft: schrijf maximaal 500 woorden per dag en stop midden in een scène.

Het haalt natuurlijk wel de romantiek van het schrijven weg. Daarom is de onvoltooide roman De ontdekking van Moskou van Harry Mulisch niet zo interessant voor doorsnee-lezers, maar wel voor mensen die van schrijven houden. Dat boek geeft bij uitstek een inkijkje in het schrijfproces, met al de bijbehorende geheimen.

Iets soortgelijks zie je in de dichtbundel Boemerang van Gerrit Komrij. Deze dichtbundel laat niet zozeer het proces van het dichten zien, maar wel hoe een dichtbundel wordt samengesteld. Het blijft daarbij uiterst pijnlijk dat de bundel niet door de schrijver is voltooid. Er hadden naar mijn mening nog veel nieuwe en herschreven gedichten een plekje in kunnen krijgen.

Daarom ben ik zo blij met de tips van Walter van den Berg. Ze laten je even meekijken op het computerscherm van de schrijver.

Schrijven over schrijven – #50books vraag 5

image

Vorige week kwam ik het postuum uitgegeven boek De ontdekking van Moskou van Harry Mulisch tegen in de bibliotheek. Het boek is niet voltooid door de schrijver. Net als Het boek van violet en de dood van Gerard Reve behoort deze boektitel tot een boek dat vaak aangekondigd is, maar nooit kwam. Het laatste is in een iets gewijzigde vorm als Het boek van violet en dood later verschenen, maar het resultaat viel tegen.

Datzelfde geldt natuurlijk ook voor het boek De ontdekking van Moskou. Behalve dat je je kunt afvragen waarom een niet voltooid boek moet worden uitgegeven, valt het boek gewoon tegen. Harry Mulisch kreeg het niet voor niks niet af. De personages komen niet tot leven, concludeerde hij, waarna hij het schrijven van dit boek opgaf en andere boeken schreef.

Plukboek

Overigens is het werk nooit voor niks geweest. Het boek fungeerde sindsdien als ‘plukboek’ zoals je een oude auto kunt opknappen met andere auto, een ‘plukauto’. Zo gebruikte Harry Mulisch veel ideeën uit De ontdekking van Moskou voor latere boeken zoals de zeer succesvolle roman De aanslag.

Dat brengt mij bij een intrigerende vraag. Het schrijven over schrijven, er zijn veel boeken over. Het blijft in mijn ogen een vreemde gewaarwording. Een schrijver komt er niet uit, heeft geen verhaal en begint dan maar te schrijven over het schrijven.

Schrijven over schrijven

Het schrijven over schrijven in romans is een tijdje in de mode geweest en confronteert lezers met het probleem van de schrijver, namelijk schrijven. Je kunt wel schrijven over schrijven, maar is dat voor de lezer wel interessant. Is het voor een lezer niet veel leuker om te lezen over lezen?

Je komt ze nog weleens tegen, romans over schrijven. Hotel Rozenstok van Christophe Vekeman bijvoorbeeld. De romanheld, die dezelfde naam als de schrijver draagt, worstelt met het schrijven. Hij wil niet meer schrijven, maar iets heel anders doen.

Hij stopt niet alleen met schrijven, maar ook met drinken en trekt zich terug in een mysterieus hotel in L. Daar ontdekt hij zichzelf uiteindelijk en keert als schrijver huiswaarts om het boek te schrijven dat je in je hand vasthoudt.

Essays en handboeken over schrijven

De grote uitzondering van boeken over schrijven, zijn de zogenaamde handboeken of de essay’s van schrijvers die je een kijkje in de keuken gunnen, zoals de lezingen die Gerard Reve in Leiden gaf, net als de lezing over het schrijven van gedichten die Gerrit Komrij eveneens in Leiden gaf als gastschrijver.

Schrijftips

De handboeken over schrijven, zijn er legio. Ik heb er niet zoveel mee, maar ik kan er wel van genieten als schrijvers schrijftips geven, zoals Walter van den Berg bijvoorbeeld gisteren in een interview in de Volkskrant een paar schrijftips meegaf.

Het brengt bij mij de nieuwe boekenvraag:

Wat vind jij van boeken over schrijven, een gruwel of een mooie aanvulling in je boekenkast?

Blog mee over #50books

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Lees de antwoorden op vraag 4: 10 boeken die je moet lezen?

Hotel Rozenstok

image

Gemijmer van een schrijver over schrijven. Dat is Hotel Rozenstok van Christophe Vekeman vooral. Het is daarmee een roman dat niet goed op verhaal wil komen. Gemijmer over schrijven is vooral een zwaktebod in mijn ogen.

Het boek opent ermee dat de verteller zich aan het schrijven zet aan een roman. Hij wil een boek schrijven over een beul, maar het plan strandt en hij begint een ander verhaal met de werktitel Huivert. Ook dit komt niet tot een verhaal. Net als een ander ‘seksueel georiënteerde’ roman waarbij de hoofdpersoon Bas de Coster evenmin goed uit de verf komt.

De verteller en schrijver Christophe Vekeman komt tot de conclusie dat het schrijven hem maar weinig trouwe lezers heeft opgeleverd:

Het was het oude verhaal van mijn leven, een verhaal dat ik ironisch genoeg juist een wending had trachten te geven door schrijver te worden: de mensen en ik, wij hadden elkaar gewoon niets te vertellen, en begingen wij alsnog de vergissing om het woord te richten tot elkaar, dan waren wij onbegrip en misverstanden, irritaties en verbijstering, niet zelden minachting en in het beste geval je reinste onverschilligheid zowel hun deel als het mijne. (15)

Als schrijver had Christophe Vekeman juist boven die onverschilligheid willen uitstijgen, maar het is mislukt. Dat concludeert hij niet zonder in een crisis terecht te komen. Want wat kan hij eigenlijk. Als afgestudeerd psycholoog ziet hij een bestaan als therapeut absoluut niet zitten. De mensen die hij daar zal treffen zijn vele malen erger dan zijn lezers.

Een sollicitatie maakt de wanhoop alleen maar groter. Als hij bovendien stomdronken met zijn auto in het huis van de buren rijdt, geeft hij het op. Hij vertrekt voor 17 dagen naar de Noord-Nederlandse plaats L. Met zijn vriendin Wanda spreekt hij af dat hij onbereikbaar is en niet zal drinken.

In L. betrekt hij het geheimzinnige hotel Rozenstok aan de Rozenstokweg. Hij ontdekt snel dat de inwoners van L. niet zo gek zijn op het hotel en dat er vreemde dingen gebeuren. De eigenaresse Cathérine en haar man Karel gedragen zich enigszins vreemd. Ook loopt er in het hotel een dochtertje rond om wie ze zich niet lijken te bekommeren.

Er ligt ongetwijfeld een verband met het dilerium waarin de hoofdpersoon, verteller en schrijver Christophe Vekeman is terechtgekomen. De geheelonthouding brengt hem tot waanzin, zodat hij uiteindelijk terugkeert waar hij begonnen is: bij zijn lief Wanda en bij zijn schrijverschap.

Christophe Vekeman: Hotel Rozenstok. Roman. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers. ISBN 978 90 295 3898 5. Prijs: € 18,99. 206 pagina’s. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Hotel Rozenstok van Christophe Vekeman. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Donker woud: Divina Commedia: Hel: Canto 1

image

Dantes Goddelijke komedie is een prachtwerk. Dat begint meteen al op de eerst bladzijde: de opening is magistraal. Een betere opening kan ik niet bedenken. Op het scheppingsverhaal van de bijbel na, dan. Het lyrisch ik, Dante, is van het rechte pad geraakt. Hij is ergens verkeerd afgeslagen in het midden van het ‘woud des levens’. Elke stap die hij zet, wordt het pad donkerder.

De nacht valt. Hij valt in slaap bij een helling. Als hij wakker wordt, ziet hij een luipaard. Hij wil verdergaan, maar het luipaard belet zijn weg. Hij overweegt terug te gaan, maar besluit toch verder te lopen. Het dier blijft hem volgen. Zelfs als de zon opkomt de volgende morgen. De angst slaat hem aan het hart. Recht voor hem staat een leeuw. Dreigend wil het dier hem vermorzelen. Tot overmaat van ramp komt een hongerige wolvin (hebzucht) ook op hem af.

Dante is helemaal radeloos. Hij keert om en wordt door de dieren teruggedreven in het donkere bos. Ineens ziet hij een gestalte staan. Hij schreeuwt om hulp. Het is de dichter Vergilius. Vergilius is het grote voorbeeld voor Dante. Hij heeft zijn werk vaak herlezen. Hem probeert Dante te evenaren:

Gij zijt alleen mijn meester, gij mijn schrijver.
Tot de eedle stijl waarop ik roem mag dragen
Waart gij alleen mijn leidsman en mijn drijver. (Verwey, Canto I, 85-87)

Dan stelt Vergilius aan Dante voor met hem mee te gaan. Het pad vervolgen zou zinloos zijn. Hij zou verslonden worden door de wolvin. Vergilius zal hem meenemen naar ‘een gebied dat eeuwig is’. Dante besluit hem te volgen.

Toen schreden wij tezaam, hij voor, ik achter. (Verwey, Canto I, 136)

Over project Dantes Divina Commedia

Volg vanaf vandaag elke week op woensdag mijn blog over Dantes Divina Commedia. Heb je vragen, ideeën of opmerkingen rond dit project? Neem gerust contact met mij op. Ook ben ik erg nieuwsgierig naar andere initiatieven.

Gedichten rond Canto 1

Op zoek naar Dante (haiku)

Donkere schaduwen (haiku)

Levenspad (haiku)

Levensmidden (haiku)

Het donkere woud – Canto 1

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Albert Verwey: Dante Alighieri: De Goddelijke Komedie, vertaling A. Verwey, Haarlem 1923.
Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.