Tagarchief: verhaal

Blokje om

De ideeën zijn op en het schrijven loopt vast. Het wondermiddeltje in Almere is een blokje om op de fiets. En het avontuur houdt niet op als de avond valt. In het donker zie je veel meer dan je ziet. Het gordijn zit dicht, maar achter het gordijn gebeurt meer dan je denkt. Goed je oren open en je ziet opeens heel veel in het donker.

De duisternis is heel dichtbij in Almere. Daar hoef je niet lang voor op pad. Stap op een winteravond maar op je fiets en je waant je zo in de onbewoonde wereld. Je voelt je ontdekkingsreiziger en avontuur op nog geen kwartiertje fietsen van huis.

De duisternis trekt mij op deze winteravond uit de drukte van de stad. Als ik de busbaan oversteek, schrik ik best van het donker. Waar zit de bocht in het fietspad? Het lampje dat als een mijnwerkerslampje vastgeklemd zit aan mijn hoofd schijnt over het pad. Daar zit de bocht. Ik fiets iets langzamer onder de snelweg door over het fietspad langs het kasteel.

Best donker nog. De hemel boven mij is helder, maar de maan is er nog niet. Boven mij schijnt Venus als een kingsize ster. Het is onvoldoende om het donkere pad te verlichten. Er ritselt iets achter het hek. Het bos is hier onlangs uitgedund. Bij de snelweg is het helemaal kaal, het verkeer raast in een lichtmuur achter mij, maar de open plekken in het bos zijn bijna niet te zien. Het duister schrokt alles op.

Het bruggetje over, daar begint het kronkelpad. Het is koud. De bril beslaat bij elke ademstoot. Het lampje dat aan mijn hoofd zit vastgeklemd, schijnt vooruit. Niet veel meer dan een paar meter door de nachtelijke nevel. Het pad is bochtig. Iets vliegt weg boven mijn hoofd. Het klapwieken van vleugels.

Als ik over de open vlakte midden in het bos fiets, zie ik twee kleine lampjes midden op het veld terugschijnen. Zijn het reeënogen die mij terugkijken? De duisternis verklapt het niet. Ik moet door en zie nevel door mijn beslagen brillenglazen. Nog een paar bochten.

Ik hoor de weg al razen, zie de lichten tussen het kale bos schieten. Verder ben ik alleen. Ik kruis een bospad. Verderop nog een keer. Tot ik de straatlantaarns weer zie en het tunneltje neemt. Alweer rijd ik het donker in.

Gek idee dat de stad zo dichtbij, aan mijn voeten ligt. Ik fiets midden door het donkere woud, overal is natuur. Maar een klein stukje verder rijd ik zo weer de bewoonde wereld in. Hoe je maar een klein blokje om hoeft te rijden om je helemaal buiten te voelen. De reeënogen aan te kijken en de uilen te horen opfladderen. Een belevenis, zo dicht bij huis.

Terug langs de andere route. Het blokje om nadert het beginpunt. Een echt rondje door de duisternis van Almere is bijna compleet. Een eenzame brommer tuft over het pad. Een buidel licht om zich heen. Terwijl ik doortrap de duisternis uit, weer langs het kasteel, de lichtkolom van de snelweg tegemoet. Hoe snel je het avontuur dat je begonnen bent, weer achter je laat alsof je een boek weer sluit om morgen weer verder te lezen.

En dan alles opschrijven zodat de ervaring nog mooier wordt dan ze al is. Bij het schrijven speelt het verhaal zich weer voor je ogen af. In het donker, met de kou en de geluiden in je hoofd. Het maakt de belevenis compleet. De inspiratie is weer teruggekeerd in mijzelf.

Verhaal ingezonden voor de schrijfwedstrijd: Ultrakort verhaal gezocht van Literair Festival Schrijversblock Almere.

Verliefd op een romanheld? – #50books vraag 46

img_20161113_091854.jpgGebeurt het vaak dat een personage je zo aanspreekt dat je er best wel eens verder mee zou willen kennismaken of misschien ? Ik kom ze niet zo vaak tegen, personages die mij laten wegdromen. Misschien is dat ook voorbehouden aan andere genres als het kasteelromannetje of doktersromannetje.

Er zijn zeker wel personages in boeken waar ik door geïnspireerd raak. Tegelijkertijd ergeren ze mij meer dan ooit. Ook ken ik niet zoveel vrouwelijke hoofdpersonen. Het lijken toch vooral mannen te zijn die een rol spelen in een boek. Maar dat terzijde. Ik heb ook mijn favorieten, maar het is ook best een beetje genant een romanheld leuker te vinden dan zomaar het verhaal.

Dat brengt mij bij de boekenvraag van deze week:
Met welk personage uit een roman of verhaal zou je best een beschuitje willen eten?

Misschien allemaal een beetje overtrokken. Daarom mag je de vraag ook iets algemener maken. Bijvoorbeeld welke romanheld heeft een onuitwisbare indruk op je achtergelaten?

Zoals elke week ben ik heel benieuwd naar jullie verhalen bij deze vraag.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Van welke gestopte boekenserie mag een nieuw deel verschijnen? – #50books vraag 44

img_20161029_095040.jpgGoed nieuws voor alle liefhebbers van Olivier Bommels Tom Poes. Ruim 10 jaar na zijn overlijden komt er een nieuw boek van de held uit. De erven Marten Toonder hebben besloten dat de reeks van Tom Poes na 30 jaar een nieuw deel verdient. Volgende week verschijnt Het lastpak, geschreven voor Henk Hardeman en met op elke pagina een tekening van de 25-jarige Henrieke Goorhuis.

Of de nieuwe strip in lijn valt met de eerdere delen die Marten Toonder schreef, moet nog blijken. De tekeningen vertonen wel heel sterke gelijkenis. De 26-jarige tekenares laat zien dat ze het vak goed beheerst. Het boek is een vervolg op de enorme reeks. De schrijver tekende van 1941 tot 1986 aan de Bommelsaga die uit 177 verhalen beslaat. Het nieuwe deel viert de eerste verschijning van de poes in De Telegraaf 75 jaar geleden.

Dat brengt mij bij de boekenvraag voor vandaag. Zou jij graag een favoriete serie van een overleden schrijver vervolgd zien? Of denk je dat de schepper boven de serie staat en is het onmogelijk om een nieuw deel te verschijnen?

Van welke boekenserie die gestopt is, hoop jij op een nieuw deel?

Misschien hebben jullie wel voorbeelden van gestopte series die met succes een nieuw leven ingeblazen zijn door een andere auteur. Of juist tragische mislukkingen. En waarom is dat zo tragisch mislukt?

Ik zie uit naar jullie antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Moahhhh

image

De roman Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte is een loflied op zijn oma Inge. De verteller Joachim schrijft vol liefde over haar. Het meest typerende van zijn beschrijving is haar vaste uitdrukking ‘Moahhh’.

Hij introduceert de uitroep als hij vertelt dat meneer Moser het bijna dagelijks aan gruzelementen gevallen servicegoed repareert met secondelijm. Hij weet bijvoorbeeld een niet meer leverbare soepterrine weer te lijmen:

Mijn grootmoeder deed: ‘Moooahhhhh’, want moooahhhhh kon ook een uiting zijn van de hoogst denkbare waardering, waarna ze de soepterrine helemaal achter in de kast zette. (18)

De rest van het verhaal keert de uitroep regelmatig terug. En inderdaad op momenten van uiterste waardering op opperste verbazing komt de uitroep voorbij. Zoals op het moment dat ze uit een operatie ontwaakt. Ze kon voor de operatie niet meer praten en wordt dan wakker:

Zonder één verspreking zei ze: ‘Mooahhhh, goeie genade, wat moet dit allemaal?’ Luid en duidelijk. Mijn moeder en ik keken elkaar sprakeloos aan en begonnen te huilen. (179)

Als ze met opa aan de telefoon zitten, moeten ze de uitroep steeds herhalen om te vertellen dat oma waar genezen is. Ook weet de verteller feilloos aan de hand van een kort trefwoord een verhaal op te roepen bij zijn grootouders. Zoals het verhaal over het stuk appenzeller als opa verdwaald is in de bergen. Als grootvader het wil beginnen te vertellen, reageert oma meteen:

Mijn grootmoeder deed direct ‘moahhhhh’. Moahhhhh betekende hier: dat is een ongelooflijk verhaal. Ik schudde mijn hoofd en wachtte nog maar eens op het appenzellerverhaal. (259)

De uitroep kenmerkt zijn oma en het geeft de roman een prachtige dimensie. Je ziet het voor je en daarmee staat het symbool voor zijn bijzonder grootmoeder Inge.

Joachim Meyerhoff: Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte. Roman. Uit het Duits vertaald door Jan Bert Kanon. Oorspronkelijke titel: Ach, diese Lücke, diese entzetzliche Lücke. Alle Toten fliegen hoch. Teil 3.. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur, 2016. ISBN: 978 90 5672 551 8. 314 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Broer

image

Ik ben in de boekwinkel. Ja, voor de boekenweek. Het boekenweekgeschenk is nooit echt heel bijzonder en tóch ga ik altijd naar de boekwinkel in de boekenweek. Ik wil dat gratis boekje hebben. Het is uniek en het boekje geeft een beeld van een schrijver waar ik dan later vaak wat meer ga lezen.

Het begon allemaal met Leon de Winter. Ik zat op de 1-jarig Havo na een mislukt 3-jarig avontuur op de MTS. Ik was gek op lezen en wilde dolgraag schrijver worden. Tijdens de wiskundelessen had ik geschreven en geschreven op kleine kladblaadjes aan mijn roman.

Het verhaal speelde op het Domplein in Utrecht. Ik schreef door, dag en nacht en verspeelde zo mijn examens op de MTS. Ik kon aan het eind van dat jaar kiezen: of opnieuw of iets anders. Het werd iets anders: de 1-jarige Havo. De roman was klaar – de eerste versie althans – en ik durfde het nooit meer op te pakken. Bang dat ik opnieuw mijzelf zou verliezen in het verhaal.

De boekenweekgeschenken kwamen ervoor in de plaats. Ik kocht dan altijd boeken in de boekenweek. Meestal stelde ik de aanschaf van iets uit. Vaker nog stond ik weifelend in de boekwinkel. Wat moest ik in hemelsnaam kopen! Dan hikte ik tegen het aankoopbedrag aan.

Zo sta ik op de eerste dag van de boekenweek ook in de boekwinkel. Bij de afgeprijsde boeken staat nadrukkelijk dat je met een opruimingsboek géén boekenweekgeschenk krijgt. Bij de kassa wordt er ook nog eens bij vermeld dat een opruimingsboek niet wordt ingepakt.

Zo drentel ik langs de stapels boeken. Wat wordt het? Als ik dan Tas met as van Jelle Brandt Corstius in mijn hand houd, weet ik dat ik een goede beslissing heb genomen. Niet te duur om misschien later deze week nog een aankoop te doen voor een 2e boek. Dan kunnen we er meteen van met de trein op de laatste zondag van de boekenweek.

Een lange rij voor de kassa. Voor mij staat een lang, stevig meisje. Ze draagt een donkere jas en kijkt over iedereen heen. In haar handen houdt ze een stapeltje boeken vast.

Eindelijk is ze dan aan de beurt, rekent af en verlaat snel de rij. Ze loopt in de richting van een ander meisje, net als zij ergens in de 20. Trots houdt ze het boekenweekschenk omhoog. ‘Kijk ik heb een Broer. Het meisje vroeg of ik een Broer wilde. Ik heb alleen een zus, jij, maar nu heb ik ook een Broer.’

Iets later loop ik ook met een Broer in mijn handen de boekwinkel uit. Benieuwd naar het verhaal en of ik er iets in herken van de echte broer in mijn leven.

Ik zag een man

image

De roman Ik zag een man van Owen Sheers bevat een paar interessante thema’s: de oorlog tegen het terrorisme die gevoerd wordt in landen waarmee Amerika officieel helemaal niet in oorlog is, zoals Pakistan. Het inzetten van drones waarbij onschuldige slachtoffers vallen en het begin van de Kredietcrisis.

Thema’s die het einde van het eerste decennium van de 21e eeuw behandelen. Daartussen speelt vooral de gevoelens van schuld en boete bij de personages in het verhaal. Ze worstelen allemaal met schuld en boete.

De roman speelt in de opening op een cruciaal moment in het leven van hoofdpersoon Michael. Michael is schrijver en is kort ervoor zijn grote liefde verloren. Ze is omgekomen in Pakistan door een droneaanval op het busje waarin ze zat. Vanuit Creech Air Force Base in Amerika bestuurt hij aan de andere kant van de wereld de allesvernietigende raket.

In een diagram van de Predator op de monitor van Daniel verdwenen de twee Hellfires van hun rails. Terwijl hij naar het tafereel keek dat het doelwit moest worden – de schaduw van de boom, de tot stilstand gebrachte pick-ups – klonk het zachte gesuis van zijn koptelefoon in zijn oren, met op de achtergrond zesmaal een ingehouden adem op de lijnen. De teller links van hem daalde. Naar tien, naar vijf. De man die de kippen voerde was dichterbij gekomen. In de deur van het busje verscheen opnieuw een lichtere vlek. Vier, drie, twee. Het was een hoofddoek. Eén. (141)

Na de verschrikkelijke gebeurtenis verhuis Michael vanuit New York naar een straat tegen het Heathpark in Londen. Zijn huis in Amerika herinnert teveel aan Caroline. Hij probeert het leven weer vorm te geven na het overlijden van zijn liefde Caroline.

In Londen leeft hij een vrij geïsoleerd bestaan, maar hij gaat heel intensief om met zijn buren. Als hij op een dag na het tuinieren de achterdeuren geopend ziet en naar binnen stapt, begint een dramatische gebeurtenis die zijn leven voorgoed zal veranderen.

Hij denkt eerst dat zijn buren Josh en Samantha thuis zijn, hij gaat steeds verder het huis binnen en ervaart boven ineens de nabijheid van de overleden Caroline. Dan gebeurt er iets heel dramatisch dat Michael en zijn buren Josh en Samantha blijvend met elkaar verbindt. Of ze nu willen of niet.

Daarmee weet de verteller op overtuigende wijze de schuldvraag te behandelen. Omdat de personages dingen voor elkaar verzwijgen, kunnen ze niet troosten. Het verdriet van Michael verschuift naar zijn eigen schuldvraag. Kunnen sommige dingen je overkomen?

Kan iemand die op duizenden kilometers afstand een drone bestuurt, voorkomen dat je geliefde wordt gedood. Er is van haar geen spoor meer over door de allesvernietigende bom die de dronebestuurder David McCullen heeft afgevuurd. Ze had daar niet moeten zijn, stellen de autoriteiten. Wat heeft een journalist in zo’n gevaarlijk gebied te zoeken? Bovendien hebben ze met de aanslag een belangrijke terrorist gedood.

Je verschuilen achter excuses, het lijkt wel het element te zijn waarin het draait in de roman Ik zag een man van Owen Sheers. Michael verschuilt zich achter zijn verdriet, de dronepiloot David McCullen achter zijn onwetendheid en de bankier Josh verstopt zich achter het zwijgen van een ander. Daarmee is excuses een heel verhaal geworden, boordevol nuances. Het verdriet wordt daarmee niet minder, het krijgt alleen een andere dimensie.

Owen Sheers: Ik zag een man. Oorspronkelijke titel: I Saw a Man. Vertaald uit het Engels door Inge de Heer. Amsterdam: uitgeverij Ambo/Anthos, 2015 ISBN: 978 90 263 2948 7. Prijs: € 19,99. 312 pagina’s. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Ik zag een man van Owen Sheers. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Goudstrelend tafereeltje

image

De najaarszon streelt de straat. Een vrouw loopt met haar fiets in de hand. De fietstassen zwaar beladen en een tas op het bagagerek. Ze houdt de tas vast met een hand en balanceert met het gevaarte door de zonovergoten straat.

Twee jongens lopen met een stapeltje flyers in de hand. Ze kijken om zich heen op zoek naar een slachtoffer. ‘Jesus loves you’, staat op hun shirt en petje geschreven. De vrouw houdt haar fiets scheef en roept naar de jongens: ‘Als Jezus van me houdt, wil die me dan even helpen.’

De jongens aarzelen, maar lopen naar haar toe en helpen haar de tassen die dreigen te vallen, weer rechtop te zetten. Terwijl de ander de fiets vasthoudt en zo de vrouw helpt, haar rit weer te vervolgen.

Alles wat de zon aanraakt, verandert in goud. Alleen licht en geluk lacht je toe. Zo sterk dat de twee jongens helemaal vergeten een flyer bij de vrouw achter te laten en de straat oversteken in de richting van de markt.

Autolift

image

Een persoonlijk verhaal over schrijven dat mij erg trof in de bundel De vrouw van de reiziger, is het verhaal van een autolift in Italië. De verteller is in Italië en krijgt de vraag of hij mensen wil uitnodigen bij de presentatie van zijn boek. Hij denkt even na:

‘Er is maar één iemand, en dat is een Florentijn, maar het kan zijn dat hij niet meer leeft’, zei ik. In zekere zin hoopte ik dat het laatste het geval was, want dan zou ik de achtergrond aan Vittorio kunnen uitleggen. ‘Hij heeft Pietro Ubaldini.’ (236)

Daarna komt het verhaal van de jonge schrijver in Italië. Hij woont er een tijdje om te kunnen schrijven en hij logeert bij een Amerikaanse professor en zijn vrouw. Het echtpaar maakt de hele dag ruzie en hij schrijft erover in zijn dagboek. Tot zij zijn dagboek lezen en hij de wind van voren krijgt

‘Dus zo denk je over ons,’ zei Benny. ‘Na alles wat we voor je gedaan hebben.’ (239)

Hij wordt het huis uitgestuurd en gaat liftend door Italië. Daar belandt hij in een rode Alfa Romeo. De bestuurder vraagt of hij een student is. Nee, hij is een schrijver. Hij krijgt van de bestuurder de uitnodiging om op zijn villa te gaan schrijven. Hij mag er alles doen, maar de verteller durft het niet aan. Er moet een tegenprestatie zijn die de man niet wil vertellen.

Woest is de man dat hij het aanbod niet aanneemt. Hij laat hem achter op een parkeerplaats, midden in Italië. Het is het begin van zijn schrijverschap. Als Pietro Ubaldini aanschuift bij het diner bedankt de verteller hem. Dat hij deze vertwijfelde schrijver heeft achtergelaten en hem aan het schrijven hebt gezet:

‘Dus ik wil u bedanken dat u een van zijn stuk gebrachte vreemdeling geholpen hebt zijn weg te vinden. U wist niet wat u deed, en dat wist ik ook niet, maar het heeft ons hier gebracht – en het is goed zo.’ (252)

Het is een prachtige vertelling hoe talent van een jongeman met schrijfambities wordt aangeroerd. Bij het verlaten van de zaal krijgt hij opnieuw de uitnodiging van Pietro en hij komt er snel achter dat het vermoeden van toen niet zo verkeerd was.

Het verhaal doet denken aan de erotische novelle die Paul Theroux schreef, De vreemdeling in het Palazzo d’Oro. Dit soort verhalen maken de bundel ijzersterk. Een verteller die alles in dezelfde trant vertelt, verveelt. Hier experimenteert Paul Theroux zelfs nog een paar keer. Zoals in ‘De liefde spreekt’ of ‘Lang verhaal kort’ waarin allemaal heel korte verhalen voorbijkomen. Telkens op een andere manier komt de liefde aan bod. Het zijn korte verhalen die soms zelfs aan een mop doen denken. Alleen is de clou dan nog beter.

De verhalenbundel De vrouw van de reiziger laat zien dat Paul Theroux een verhalenverteller pur sang is. Hij kan het niet laten te vertellen en zelfs als een verhaal lijkt op iets dat hij eerder schreef, dan weet hij de spanning op te bouwen alsof hij het voor het eerst vertelt. Nergens maar dan ook nergens had ik het gevoel iets te lezen dat ik al wist.

Paul Theroux: De vrouw van de reiziger. Twintig verhalen. Oorspronkelijke titel: Mr. Bones, twenty stories. Vertaald door Auke Leistra. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2014. ISBN 978 90 254 4439 6. € 21,99. 424 pagina’s.

De bidsprinkhaan

image

De dood van André Brink vorige week vrijdag, bracht bij mij zijn boeken weer onder de aandacht. In 2006 kreeg ik van uitgeverij Meulenhoff een bijzonder boek opgestuurd om te bespreken voor Litnet. Het is het boek De bidsprinkhaan. Een boek dat speelt in Zuid-Afrika ergens tussen 1760 en 1825. Het boek staat al heel lang op mijn verlanglijstje om te lezen.

Veel Nederlandse necrologieën die bij de dood van André Brink vorige week verschenen, vertellen dat de kracht van zijn romans vooral ligt in de periode van de apartheid. Daarna verdween de spanning uit zijn boeken en de boosheid. Gemopper dat in mijn ogen onterecht is. Het getuigt meer van onkunde van de schrijver van de betreffende necrologie voor wie Zuid-Afrika alleen bestaat uit olifanten en apartheid.

Tijdens mijn studie las ik al een historische roman van hem, Een ogenblik in de wind. Het is een innemend liefdesverhaal tussen een blanke Compagniedochter Elsabeth en de zwarte Adam. Het verhaal speelt in de 18e eeuw. Het boek inspireerde Enst Jansz tot het lied ‘Een ogenblik in de wind’.

Daarom deel ik de overtuiging van deze necrologieschrijvers niet. Gelukkig zijn er ook mensen als Toef Jaeger die het latere werk van André Brink wel op waarde weten te schatten. Het draait in zijn latere werk niet zozeer om de strijd tegen de apartheid, alswel om het verschil tussen blank en zwart. Daarvoor duikt hij geregeld de koloniale geschiedenis in.

Een boek als De bidsprinkhaan uit 2005 doet dit ook. André Brink schreef het boek voor zijn zeventigste verjaardag. Het behandelt het verhaal van Kupido Kakkerlak en speelt aan het eind van de achttiende eeuw als Nederland wordt overheerst door de Fransen. De Kaap wordt bedreigd door de Engelsen die azen op de Nederlandse kolonie.

Het is de tijd dat Engelse zendelingen de binnenlanden intrekken, achter de veroveraars aan brengen ze de Khoikhoi en San het evangelie. Het is een roerige periode waarin de Nederlanders worden opgejaagd, net als veel bevolkingsgroepen van de oorspronkelijke bevolking. velen zijn slaven van de Nederlandse overheersers.

Kupido Kakkerlak is een Khoikhoi (of Hottentot zoals de blanken ze noemen). Hij lijkt dood te zijn, maar als een bidsprinkhaan op het pakketje met de dode erin zit, lijkt er een wonder te gebeuren: het bundeltje begint te bewegen: het kind leeft. Dit dit bijzondere begin kan alleen maar van een bijzondere man komen.

Kupido Kakkerlak beschikt over wonderlijke gaven. Zo redt hij zich tegen de leeuwen en vangt het mooiste wild, met hulp van zijn god Heitsi-Eibib. Later trekt hij met de koopman Servaas Ziervogel en door de binnenlanden. Servaas Ziervogel heeft naast allerlei handelswaar ook het geloof bij zich. Zo maakt Kupido kennis met het geloof van de blanken.

Daar trouwt hij met Anna Viglant, een San die heel goed zeep kan maken. Hij sticht zijn gezin op de boerderij aan de voet van de Tandjiesberg. Anna weet weinig raad met de wilde levenshouding van Kupido. Tot het christendom redding biedt. Hij wil zich laten dopen. Anna voelt er niet veel voor, maar als het haar man weerhoudt van drank, vrouwen en geiten, wil ze hem volgen.

Bij de blanke zendelingen leert Kupido lezen en schrijven. Net als dat hij leert bidden en psalmen zingen. Kupido zingt het hardste en valste van allemaal. Ontroerend zijn de brieven aan God die hij schrijft. Read citeert er rijkelijk uit. Het zijn gebeden waarin de bijzondere relatie van Kupido en God heel mooi tot uiting komt.

Kupido schopt het zelf tot evangelist, iets wat weinigen lukt en waar niet iedereen binnen de Engelse zendingsorganisatie het mee eens is. Hij wordt verbannen naar Dithakong met zijn nieuwe vrouw Katryn. Anna is overleden. Het vertrouwen in God en de blanke medemens wordt ernstig op de proef gesteld. De fanatieke gelovige mocht zich in het begin erg afzetten tegen zijn oude geloof, nu keert hij meer en meer terug naar het geloof van zijn ouders.

De bidsprinkhaan is een prachtig verhaal. André Brink bestrijdt daarin niet zozeer de apartheid. Hij stelt veel hogere dingen aan de orde. Zo klinkt met de komst van het evangelie ook de verwoesting door. Het oude land dat er was voordat de blanken er kwamen. Dat land verdwijnt. Het zijn mooie passages waarin Brink het land dat verdwijnt, beschrijft. Er klinkt een enorme liefde in door voor Zuid-Afrika.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage voor het Prioriteitenkabinet. We lezen vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl een boek dat we al langer willen lezen. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

De bidsprinkhaan van André Brink is het 10e boek dat ik in 2015 lees voor de actie: boekperweek.

De Avonden – Dag 4

image

‘Kom in godsnaam tot de zaak,’ zei Frits, ‘zeg nu eerst in het kort wat er aan de hand is. Net als een krantenbericht. Eerst alles kort samengevat, dan het hele verhaal uitvoerig.’
(Gerard Reve: De Avonden, p. 61)

Leesdagboek De avonden

donderdag 24 december Eerste Kerstdag, 9.38 uur

Traditie

Het lezen van De Avonden op een feestdag als kerst is een bijzondere ervaring. Voor de drukte losbarst, sla ik het boek open. Het is nog ochtend. Ook de hoofdpersoon Frits van Egters ligt nog te draaien in bed. Hij ruikt onder de dekens en vraagt zich af of anderen zijn slaapgeur hetzelfde zouden ervaren.

Frits doet niet zoveel met kerst. Zijn ouders gaan ’s morgens vroeg al op pad en laten hem achter met een afgekoeld eitje en brood. Ik lees het terwijl ik een bakje cruesli met yoghurt wegwerk. Een vriend eet een hapje mee voordat ze naar de bioscoop gaan. Frits’ moeder maakt zich vooral druk over de sleutel van het kolenhok die verdwenen is en maakt ’s avonds voor het slapen gaan ruzie met vader.

Met kerst ruziemaken. Het schijnt dat rond de feestdagen veel frictie is. De plicht dat het gezellig is, drukt zwaar op het gemoed. Zeker als je daarvoor ook nog druk bent geweest. Het is niet altijd zo gezellig als de commercie wil doen geloven. Sommige mensen zouden met kerst het liefst in een holletje willen kruipen en er pas dagen later uitkruipen.

Ik heb ook weleens ruzie gemaakt met kerst. Het is een tijd met spanning en die komt er soms uit. Verwachtingen en verdriet vermengen zich en daar is het moeilijk afscheid van te nemen. De geborgenheid van vroeger is niet zomaar terug te halen. De wetenschap dat sommige dingen nooit zullen veranderen helpt dan om afstand te nemen.

De traditie biedt houvast, maar is ook heel beknellend. Het lijkt wel of er steeds meer tradities komen: elk jaar staan er weer kerstbomen, is er Serieus Request, de Top 2000 en All You Need is Love. Elk jaar is er De Avonden. Maar aan die traditie geef ik mij gelukkig niet elk jaar over…

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

#WoT

Omdat deze kerst in de lijn ligt van het grotere De Avonden-project, is de #WoT verdreven naar dit plekje: Traditie. Wat vindt jij van traditie? Moet het, geeft het houvast of zou je het liefst aan elke vorm van traditie willen onttrekken?